CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Memo Akertech Wateropgaaf fase 2, 3 en 4

Raadsvergadering 22 september 2025, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over de stedenbouwkundige hoofdopzet voor Westwaard fase 2,3 en 41.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Van: Aan: Datum:

J. Wijnen Team Westwaard 7-1-2025

Projectnummer: Opdrachtgever: Onderwerp:

24029 Gemeente Loon op Zand Wateropgaaf Westwaard fase 2, 3 en 4

Wateropgaaf Westwaard fase 2, 3 en 4 Deze memo is opgesteld om inzicht te krijgen in de benodigde waterberging en watercompensatie in fase 2, 3 en 4 van het project Westwaard. Als brondocumenten voor de berekening zijn de volgende stukken en gegevens gehanteerd: • Memo’s en berekeningen opgesteld door Akertech voor fase 1. • Watervergunning voor fase 1 noord. • Gegevens A-watergang vanuit inmeting en legger waterschap. • Mail van To Ceelen d.d. 08-11-2024 incl. de bijlage. • Overleg van 11-11-2024 met Kees Stegenga, Michael Kieboom, To Ceelen, Dimitri van Raak en J-P Wijnen. • Aanvullend overleg van 20-12-2024 met Michael Kieboom, Dimitri van Raak en J-P Wijnen. • Gegevens van fase 1. • Fase 2, 3 en 4 dienen nog definitief uitgewerkt te worden, berekening nu op basis van globale hoeveelheden.

MEMO

1. Compensatie te dempen watergangen: In het oorspronkelijke stedenbouwkundige ontwerp van dit project zou de Vaart worden doorgetrokken tot de nieuwe locatie van het gemaal van het waterschap. Dit ontwerp is komen te vervallen waarbij in het nieuwe ontwerp de Vaart voor een kort stuk wordt gerealiseerd tot de aansluiting op de bestaande Awatergang onder het perceel van Mandemakers. Oorspronkelijk ontwerp:

Nieuw ontwerp:

In het oorspronkelijke ontwerp zou bij de aansluiting van de Vaart op de bestaande A-watergang ter hoogte van de nieuwe locatie van het gemaal een stuw worden geplaatst. Deze locatie is met de bovengenoemde aanpassing aangepast waarbij de gedachte was om de stuw te plaatsen in de bestaande A-watergang onder het perceel van Mandemakers bij de aansluiting op de noord-zuid lopende A-watergang. In het overleg van 11-11-2024 (eerste overleg) was dit nog als uitgangspunt genomen voor de positionering van de stuw. Bij de beschouwing van benodigde berging en watercompensatie kwamen we tot de conclusie dat met het plaatsen van een stuw een nieuw peilgebied wordt gecreëerd. Omdat het oorspronkelijke peilgebied wordt verkleind, wat mogelijk tot problemen zou kunnen leiden bij het perceel van Mandemakers gezien de lage ligging van dit kavel, t.o.v. het beoogde nieuwe stuwpeil, leidt het plaatsen van de stuw waarschijnlijk tot aanvullende benodigde watercompensatie. Ook zou verhoging van het stuwpeil kunnen leiden tot een plaatselijk hogere grondwaterstand met gevolgen voor eerder gehanteerde uitgangspunten, ontwateringsdiepte etc.

Pagina 2 van 4

MEMO

Omdat in het eerste overleg het plaatsen van de stuw een vanzelfsprekendheid (en daarmee een hard uitgangpunt) leek te zijn hebben we in een separaat overleg met Michael Kieboom (20-12-2024) besproken welke risico’s we op dit punt zagen en is besloten de stuw niet toe te passen. Door het niet meer toe te passen van de stuw maakt de Vaart nu deel uit van de A-watergang en het bijbehorende peilgebied en kan deze gebruikt worden voor het compenseren van de te dempen watergangen. Verder is rekening gehouden met het verbreden van de bestaande A-watergang onder het perceel van Mandemakers tot een maximale breedte tussen de insteken van 14 meter. Met deze verbreding wordt al een groot deel van de compensatie van de te dempen watergangen gerealiseerd. Verbreding:

Als gevolg van de bovengenoemde aanpassingen zal wel nog met het waterschap afstemming moeten plaatsvinden betreffende eigendom en onderhoud aan deze watergangen, zowel de verbrede watergang als de Vaart. In het ontwerp is wel uitgegaan van de eisen vanuit het waterschap qua maximale breedte vanuit de insteek en de benodigde onderhoudsstrook van 5 meter. In de berekening is uitgegaan met een maximale waterstand van N.A.P. +2,40 m. De laagste hoogte van de insteek langs het perceel van Mandemakers betreft N.A.P. +2,42 m. De benodigde compensatie wordt berekend met een deel onder het winterpeil (N.A.P. +1,60 m) en een deel boven het winterpeil. In de onderstaande hoeveelheden worden voor de verbreding van de A-watergang de aanvullende m³ vermeld. Benodigde m³ Fase: Fase 1: Fase 2: Fase 3 en 4: Totaal:

Onder winterpeil 401 m³ 706 m³ 0 m³ 1107 m³

Boven winterpeil 601 m³ 1058 m³ 411 m³ 2070 m³

Totaal 1002 m³ 1764 m³ 411 m³ 3177 m³

Beschikbare m³ Locatie Vaart: Verbreding watergang: Totaal:

Onder winterpeil 621 m³ 1304 m³ 1925 m³

Boven winterpeil 776 m³ 1490 m³ 2266 m³

Totaal 1397 m³ 2794 m³ 4191 m³

Met dit ontwerp wordt dus voldaan aan het compenseren van de te dempen watergangen.

Pagina 3 van 4

MEMO

2. Berging als gevolg van nieuw verhard oppervlak Bij de aanvang van dit project is de bergingseis in de eindsituatie door de gemeente vastgesteld op 78 mm. Deze eis is de basis voor alle vergunningen en beleidsstukken voor dit project en dient dus ook gehandhaafd te blijven. In de tijdelijke situatie wordt gerekend met een bergingseis van 60 mm. Voor de uitwerking van fase 2, 3 en 4 dient gerekend te worden met de bergingseis voor de eindsituatie. Tevens dient de tekortkomende berging vanuit fase 1 berekend te worden op basis van de eindsituatie. Aanvullend is de vraag gesteld om te berekenen wat de gevolgen zijn bij een bergingseis van 100 mm en 120 mm. De oppervlakte aan nieuw verhard oppervlak worden meegenomen in de berekeningen voor de berging op basis van de volgende percentages: • Openbare verharding: 100% • Uitgeefbaar terrein: 70% • Openbaar groen: 0% De benodigde bergingen zijn berekend met de volgende gegevens:

Beschikbaar oppervlak aan groen/water in fase 3 en 4 betreft ca. 37.500 m² Als wordt gerekend met wadi’s / bergingen met een gemiddelde diepte van ca. 32 cm over het beschikbare oppervlak volgt 37.500 * 0,32 = 12.000 m³. Dit is meer dan de benodigde 11.934 m³ voor de bergingseis van 120 mm. Hierbij wordt dus voldaan aan de bergingseis van 120 mm en dus ruimschoots aan de minimale bergingseis van 78 mm. De woonvelden dienen, op basis van de voorgaande projecten, met ca. 0,50 meter opgehoogd te worden waardoor het realiseren van bergingen met een diepte van 32 cm geen grote uitdaging zal zijn. Op basis van de huidige gegevens voldoet het plan dus aan de eisen voor de berging als gevolg van nieuw verhard oppervlak.

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=2f29f59d-967f-44dd-82a8-6f3f5e43ee82