CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Evaluatie_IMA_2018

Raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel Startnotitie Wijkgericht Maatschappelijk Accommodatiebeleid Loon op Zand 2025-2030 (Bespreekstuk)3.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

EVALUATIE

Van het Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid voor Loon op Zand uit 2018

Loon op Zand Januari 2024

1

Inleiding In 2018 is het Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid (IMA 2018) opgesteld voor de beleidsvelden binnensport, sociaal cultureel, welzijn & gezondheid en jeugd & jongeren. Het IMA 2018 beperkt zich tot binnensportlocaties, ontmoetingscentra, jongerencentra en wijkgebouwen. “De gemeente streeft naar het creëren en strategisch inzetten van (gemeentelijk) maatschappelijk vastgoed dat aansluit bij de behoeftes en opgaven vanuit de (toekomstige) gebruikers, met name jongeren en ouderen. Het optimaliseren van het gebruik van bestaande voorzieningen heeft prioriteit. De gemeente wil in drie dorpskernen wijkgericht en laagdrempelig werken voor en dichtbij mensen. De fysieke infrastructuur biedt mogelijkheden om mensen bij elkaar te brengen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van ontmoetingsplaatsen, omdat deze het gemeenschapsgevoel versterken”. Het IMA 2018 beoogt een hulpmiddel/ toetsingskader te zijn om accommodatievraagstukken strategisch en integraal aan te pakken, bijvoorbeeld wanneer een accommodatie vrijkomt.

Het IMA 2018 is opgesteld op basis van input vanuit verschillende beleidsterreinen, het coalitieakkoord 2018, de structuurvisie ‘Loon op Zand 2030’ en gespreksavonden met inwoners, verenigingen en exploitanten.

Input 2018 : -

Basisaanbod van (sport)accommodatie / ontmoetingsplaats in elke dorpskern;

-

Hogere bezettingsgraad (60% sport, 50% cultureel) door multifunctioneel gebruik, minder m2, meer (financiële) transparantie en afwegingskader, maatschappelijk vastgoed dat vrijkomt inzetten voor wonen;

-

Terugtredende overheid: we doen een beroep op het zelf organiserend vermogen van inwoners om accommodaties betaalbaar te houden.

2

Het IMA 2018 presenteert zeven beleidsprincipes als een beleidskader voor huidige en toekomstige accommodatievraagstukken. Het omvat aanbevelingen zoals het versterken van de regierol van de gemeente en het invoeren van een eenduidige tarievenstructuur. Naast de te onderzoeken accommodatievraagstukken van 2018, worden ook de spanningen benoemd tussen het beleidskader en de bestaande gebruiksafspraken met de huidige accommodaties.

In het IMA 2018 worden deze beleidsprincipes benoemd: -

Clustering, met als doel het versterken van gebruikersgroepen en functies; een hogere bezettingsgraad van accommodaties; het verminderen van het aantal accommodaties en het benodigd vloeroppervlak.

-

Spreiding, op basis van de behoeften van inwoners aan bereikbaarheid van de maatschappelijke functie. Dit betekent toewerken naar één ontmoetingscentrum per dorpskern (KH Oost, West, De Moer, Loon) waarin de wijkpuntfunctie (anno 2024: Huis van de Wijkfunctie) wordt ondergebracht.

-

Aanbod en Capaciteit op elkaar afstemmen voor hogere bezettingsgraad en betere exploitatie. Door een online makelpunt te realiseren kan de bezetting van accommodaties gemonitord worden en kunnen inwoners zien waar zij een ruimte kunnen huren. Vraagstukken binnen de gemeente domein overstijgend onderzoeken.

-

Kwaliteit meten met behulp van technische en functionele eisen. Dit met aandacht voor belevingswaarde en omgevingseisen. Hierin als gemeente toezichthoudende rol, vanuit contractmanagement structurele gesprekken eisen tussen exploitanten en gebruikers.

-

Toegankelijkheid verbeteren/ waarborgen waarbij het initiatief en de verantwoordelijkheid bij de gemeente ligt bij nieuwbouw en verbouw.

-

Duurzaamheidsmaatregelen voor gemeentelijk vastgoed, gemeentelijk vastgoed (nog) geen actieve rol voor de gemeente.

-

Qua Eigendom en beheer voldoen aan de wet Markt en Overheid en de APV voor paracommercialisme. Professioneel beheer aanvullen met vrijwilligerspool met daarin evt. doelgroepen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vaststellen van eenduidige (semi-) maatschappelijke tarieven.

na

nulmeting.

Bij

niet

In de volgende paragraaf worden de doelstellingen, geplande acties en spanningen beschreven en geëvalueerd. De behaalde resultaten en ontstane situatie in 2024 worden in paragraaf twee samengevat in aanbevelingen voor een nieuw op te stellen accommodatiebeleid. Deze evaluatie is gebaseerd op gesprekken in 2023 en 2024 met de besturen van Crossroads, Kuip, Gildenbond, Moeruiltje, Pannehoef, Rode Loper, Wetering, beide wijkteamcoördinatoren, beleidsmedewerkers binnen de opgave Sterke Gemeenschappen, Vastgoed, RO en medewerkers van ContourdeTwern en R-newt.

3

1. Doelstellingen, adviezen en resultaten IMA 2018 In het IMA 2018 staat dat de gemeente Loon op Zand in de drie dorpskernen een evenwichtige spreiding wil van verschillende soorten gebouwen zoals scholen, ontmoetingscentra en wijkgebouwen. Dit om wijkgericht te kunnen werken, voor en dichtbij de mensen het ‘thuisgevoel’ en de laagdrempeligheid te continueren en / of te versterken.

1.1 Doelen per dorpskern 1. 2. 3. 4.

Realisatie / behoud van scholen met daarbij een goede en logische geografische spreiding; Realisatie/ behoud van ontmoetingscentra en wijkgebouwen (= Huis van de Wijkfunctie); Het optimaal kunnen uitvoeren van wijkgericht werken voor en dichtbij mensen; Een maatschappelijk vastgoed creëren dat aansluit bij de behoeftes en opgaven vanuit de betrokken (toekomstige) gebruikers; 5. Het realiseren en toepassen van een eenduidige transparante tarievenstructuur.

In 2024 zien we de volgende resultaten: 1. In de kern Kaatsheuvel is het kwadrantenmodel losgelaten om 5 scholen te behouden. Dit omdat het aantal leerlingen tegen verwachting in, sterk stijgt. In De Moer is dependance ‘De Start’ behouden, middels een gestage groei van het aantal leerlingen. Voor het Van Haestrechtcollege en basisschool de Vaert is nieuwbouw in voorbereiding; alle andere basisscholen zijn nu ‘frisse scholen’; 2. In Kaatsheuvel West biedt de Rode Loper, in nauwe samenwerking met wijkcentrum Pannenhoef zowel ontmoeting als ondersteuning (wijkteam, Huis van de Wijkfunctie). Buurtcentrum Pannehoef (ontmoetingscentrum) geeft aan dat zij zonder extra organisatorische en financiële ondersteuning de continuïteit niet kunnen waarborgen. In Kaatsheuvel Oost is welzijnswerk ContourdeTwern verhuisd van het Klavier naar de Gildenbond. In de Gildenbond en voor het nieuwe Dorpshuis Loon op Zand wordt de ontwikkeling van de Huis van de Wijkfunctie als onderdeel van de Opgave naar Sterke Gemeenschappen onderzocht/ voorbereid, met (partners van) het wijkteam. In De Moer heeft het Moeruiltje een ontmoetingsfunctie, maar is de Huis van de Wijkfunctie nog niet ontwikkeld; 3. Het wijkgericht werken (met name ondersteuning) gebeurt individueel en multidisciplinair in de sociale en fysieke wijkteams.

Collectieve, laagdrempelige activiteiten voor en door (jonge) inwoners in de gesubsidieerde accommodaties richten zich meer op ontspanning/ ontmoeting / sport- en verenigingsleven dan op preventie/ ondersteuning/ Sterke Gemeenschappen. Een koppeling door de gemeente van de ambitie ‘Het voorliggend veld versterken’ en daarbinnen de opgave ‘Sterke Gemeenschappen” en het subsidiebeleid is in ontwikkeling; 4. De gemeente reageert op (vaak financiële en organisatorische) hulpvragen en ideeën vanuit individuele besturen op micro-niveau. Er is nog geen sprake van een overkoepelend beleid, waarbij strategisch gekeken wordt naar sterktes en zwaktes, mogelijkheden en uitdagingen van de accommodatieportfolio in het geheel (mesoniveau). Het afstoten of samenvoegen van accommodaties is tot op heden niet bespreekbaar (gemaakt); 5. De eenduidige, transparante tarievenstructuur op basis van het aantal gehuurde m2 is ingevoerd voor de Werft, de Wetering en het Klavier:  De toepassing met behulp van een ingroeimodel heeft er in eerste instantie voor gezorgd dat gebruikers mee overgingen naar het Klavier.

Eén partij verhuisde naar een andere accommodatie toen het ingroeimodel afliep;  Het commerciële en semi-maatschappelijke tarief en de procedure die nodig is om als ‘maatschappelijke huurder’ te worden aangemerkt, kunnen als een belemmering gezien worden voor (incidentele) huur voor maatschappelijke initiatieven of bv. basisscholen;

4

 

Verenigingen geven aan op te zien tegen de verwachte huurverhogingen in het nieuw te bouwen Dorpshuis Loon op Zand; Het is niet duidelijk welke accommodaties de beoogde bezettingsgraad halen die in het IMA 2018 is vastgesteld op 60% voor sport, 50% voor sociaal-culturele activiteiten. Er zijn geen afspraken of gevolgen aan gekoppeld, vanwege de spanningen die in paragraaf 1.3 benoemd worden; Accommodaties als de Gildenbond, Kuip, Crossroads en buurthuis Pannehoef hanteren hun eigen tarieven. Vaak wordt daar niet gekeken naar de grootte van een ruimte, soms is het tarief per avond i.p.v. per uur. Deze accommodaties zijn concurrerend met de duurdere gemeentelijke accommodaties, terwijl zij vaak wel een vorm van subsidie ontvangen van de gemeente.

1.2 Geplande acties / accommodatievraagstukken uit het IMA 2018 In het IMA 2018 staan de volgende voorgestelde acties: 1. Resultaatafspraken en contractmanagement inzetten richting exploitanten en beheerders; Structurele gesprekken met exploitanten en hoofdgebruikers, om vraag en aanbod af te stemmen; 2. Realiseren van een ‘Makelpunt’: een actueel en representatief inzicht in het gebruik van ruimtes en de resultaten die worden behaald (kwantitatief en kwalitatief). Dit onder regie van de gemeente; 3. De volgende accommodatievraagstukken nader verkennen op basis van de 7 beleidsprincipes: a. Jeugdcentrum De Kuip, nu multifunctioneel en concurrerend met de Wetering, maar de bestemming is ‘jeugd’ volgens hun statuten en bestemmingsplan; b. Jeugdaccommodatie Crossroads, vooral in gebruik als muziekcentrum voor (jong) volwassenen, maar bestemming is ‘jeugd’; c. Buurthuis Pannehoef, De Rode Loper en evt. Crossroads: businessplan moet uitwijzen of deze locaties ‘samen’ rendabeler zijn; d. Kapel Vossenberg en vergelijkbare toekomstige projecten: in een woon-zorgconcept kan de ontmoetingsruimte ook als ‘accommodatie’ worden ingezet, maar dit past niet in huidige beleid; e. In De Moer is behoefte aan een centrale ontmoetingsplek, passend bij de omvang van De Moer; f. Zou de Gildenbond een passende locatie zijn voor wijkpunt Kaatsheuvel Oost ? g.

Klussen- en Dienstencentrale en Gered Gereedschap zitten tijdelijk in commercieel huurpand en zijn uitgebreid met spullenbank, voedselbank, ondersteuning. Waar kunnen (deel van) deze functies definitief worden ondergebracht? Bij voorkeur binnen bestaande accommodaties. h. Seniorenvereniging Loon op Zand is gevestigd in woonzorgcentrum de Venloene. Zij geven in 2018 al aan dat zij liever een ruimte willen huren in de Wetering. 4. De eenduidige, transparante tarievenstructuur uit 1.1 punt 5 consequent in- en doorvoeren. In 2024 zien we de volgende resultaten: 1. Met de exploitanten van de Wetering, Werft en het Klavier zijn regelmatig gesprekken over contractafspraken, indexering van tarieven, klachten van gebruikers (rooster, schoonmaak, beheer) en evt. of bouwkundige/ duurzaamheidsvraagstukken (afdeling vastgoed). Met vrijwilligers-besturen van andere accommodaties worden (subsidie) afspraken minder resultaatgericht opgesteld, verantwoord en opgevolgd.

5

Gesprekken vinden plaats als er een organisatorisch, bouwkundig of financieel probleem is bij het bestuur. Of als de gemeente in een subsidieaanvraag meer aandacht wil voor een hoger maatschappelijk rendement te behalen. Vrijwilligersbesturen geven aan hierbij meer sturing en ondersteuning nodig te hebben van professionals. 2. Een Makelpunt is nog niet gerealiseerd. Er zijn wel stappen gezet om op de website Loonopzandvoorelkaar het complete aanbod aan activiteiten en vrijwilligerswerk (vraag en aanbod) in kaart te brengen. Hier kan ook een overzicht van de (potentieel beschikbare) ruimtes aan gekoppeld worden. Dit inzicht in het gebruik van ruimtes, vraagt nog wel een flinke tijdsinvestering vanuit Loonopzandvoorelkaar en de beheerders/bestuurders. 3. Onderstaande overzichten geven de huidige stand van zaken weer, m.b.t. de genoemde accommodatievraagstukken:

Van 2018 naar 2024: -

Jongerencentrum De Kuip. Veel activiteiten zijn ‘tijdelijke huisvesting’ tot de herbouw van het nieuwe Dorpshuis klaar is. De veelal recreatieve activiteiten voor (oudere) jongeren worden deels door R-Newt georganiseerd. Bestuur vraagt om (financiële) ondersteuning voor onderhoud, beheer en activiteitencommissie.

-

Jongerencentrum Crossroads. Activiteiten zijn deels ‘muziek’ en deels ‘jeugd’. Bestuur zoekt (nieuwe) partners voor extra inkomsten en ontwikkeling jeugd- en jongerenwerk.

-

Buurthuis Pannehoef en De Rode Loper liggen dicht bij elkaar en hebben beide een ontmoetingsfunctie. Het zijn goedbezochte locaties voor de eigen doelgroep, met kleine portemonnee. Onderzocht wordt hoe de locaties elkaar organisatorisch en financieel kunnen versterken, in combinatie met nieuwbouwplannen van Casade voor Rode Loper.

-

Kapel Vossenberg, Theresiaschool en bv. ontwikkelen nieuwe woonwijken. Bij de ontwikkeling van woonzorgconcepten etc. vragen maatschappelijke partners of het Domein Fysiek van de gemeente aan het Domein Sociaal welke maatschappelijke voorzieningen in die wijk gewenst zijn. De Omgevingswet is hier een katalysator in. Dit gebeurt voornamelijk ‘reactief’ (als reactie op een signaal).

-

De Moer. In De Moer heeft het Moeruiltje een ontmoetingsfunctie. Zij ontvangt hiervoor een subsidie vanuit de gemeente. In 2024 wordt onderzocht wat de vraag is naar de Huis van de Wijkfunctie in de Moer en hoe dit te faciliteren.

-

Gildenbond. Gesprekken zijn opgestart over de ontwikkeling van de Huis van de Wijk functie en Sterke Gemeenschappen in/ vanuit de Gildenbond. Het bestuur geeft aan hierbij financiële en organisatorische ondersteuning nodig te hebben.

-

De Klussen- en Dienstencentrale (KDC), Gered Gereedschap en de Voedselbank hebben zich tijdelijk gevestigd in een commercieel huurpand en daar een spullenbank ontwikkeld. In 2024/2025 dient door/met hen onderzocht te worden of en hoe de huidige functies op één of meerdere (reeds beschikbare) accommodaties onder te brengen.

-

Seniorenvereniging Loon op Zand zal in (aanloop naar de realisatie van) het Dorpshuis Loon op Zand met de overige samenwerkingspartners wijkgericht werken vormgeven (opgave Sterke Gemeenschappen) en daar hun activiteiten gaan doen.

6

‘Nieuwe’ accommodatievraagstukken in 2024: -

Vóór de nieuwbouw van Het nieuwe Dorpshuis Loon op Zand zijn er keuzes te maken over de grootte van het gebouw, de inrichting en de bestuur- en beheervorm. We willen de ‘Huis van de Wijkfunctie’ als onderdeel van de opgave Sterke Gemeenschappen integreren. De opslagcapaciteit voor archief van bijvoorbeeld orkesten of Heemkundekring is beperkt.

-

In multifunctioneel gebouw Het Klavier wordt sinds 2021 een knip uitgewerkt tussen de brasserie en de kantoor- en sociaal-culturele functies, waaronder een theater.

-

In De Werft is er tot 16.00 uur geen beheerder aanwezig. Consequenties van deze keuze voor bv. multifunctionaliteit is onduidelijk. Voor verenigingen die enkel in de winter gebruik maken van de Werft, is het rooster technisch een uitdaging om trainingen en wedstrijden in te passen.

-

Prognoses laten zien dat we de komende jaren klaslokalen te kort gaan komen op de basisscholen. De wachtlijsten voor kinderopvang en Buitenschoolse Opvang lopen nu al snel op. Onderzoek naar maatschappelijke accommodaties met ruimte voor uitbreiding in de directe omgeving.

-

Onderzoek naar gecombineerde nieuwbouw van Van Haestrechtcollege en basisschool De Vaert met kind voorzieningen en gedeelde sportfaciliteiten.

-

Scouting Martin Luther King bij basisschool De Vaert zou graag wat meer buiten het dorp zitten, zodat zij minder rekening hoeven te houden met hun buren.

-

Heemkundekring Kaatsheuvel heeft tijdelijk een hogere subsidie gekregen voor nieuwe locatie. Zorgcentrum Venloene biedt ruimte aan voor langere tijd voor ontwikkeling ‘communitycare’. Voor dit soort vraagstukken geven het accommodatie- en subsidiebeleid onvoldoende sturing.

-

Ruimte is schaars en wordt schaarser. Denk hierbij aan Nieuwkomers basisonderwijs, opvang vluchtelingen, collectieve activiteiten Opgave Sterke Gemeenschappen, Huiskamers die genoemd worden in omgevingsvisie. Deze ‘sociale’ opgaven leveren veel ’fysieke’ vraagstukken op over gebruiksbestemmingen en vergunningen.

Conclusie: Verschillende accommodatievraagstukken uit 2018 waaronder de lage bezettingsgraad in monofunctionele jeugdaccommodaties, de samenwerking tussen wijkcentrum Pannehoef en de Rode Loper en de ontwikkeling van een Huis van de Wijkfunctie in Kaatsheuvel Oost zijn in 2024 nog niet opgelost, terwijl nieuwe vraagstukken zich aandienen, waarbij vaak Domein Sociaal èn Domein Fysiek van de gemeente betrokken zijn. Het is niet duidelijk wat de (indirecte) resultaten zijn van het Beleid (semi)maatschappelijke tarieven voor de portfolio aan maatschappelijke accommodaties in de gemeente. Dit vraagt om een evaluatie. Bij de herbouw van Dorpshuis Loon op Zand geven de gemeente en Stichting Dorpshuis Loon op Zand duidelijke maatschappelijke kaders mee aan de projectgroepen, die o.a. de Huis van de Wijkfunctie voorbereiden in het kader van de Opgave Sterke Gemeenschappen. Het ‘dinsdagochtendplein’, een inloopfunctie van de partners van het wijkteam, draait nu tijdelijk in verzorgingshuis De Venloene.

7

1.3 Spanningen tussen beleidskader en de bestaande gebruiksafspraken In 2018 worden de volgende spanningen benoemd: - Tussen de eigenheid van een kern, spreiding van accommodaties en de gewenste bezettingsnormen; - Tussen het kiezen voor een bestaande accommodatie waar de gemeente eigenaar van is, of voor de accommodatie die volgens beleidskader of gebruikers het meest geschikt is; - Tussen de regierol van de gemeente en het delegeren van verantwoordelijkheden en bevoegdheden aan derden (inwoners, verenigingen, organisaties). Waarbij ene accommodatie een commerciële exploitant heeft en een andere vrijwilligersbestuur; - Tussen de kwaliteit en de nabijheid van een (binnensport)accommodatie; tussen de kosten en de hogere kwaliteit / hogere bezetting van een (binnensport)accommodatie; - Tussen de toegestane activiteiten in een gebouw versus het realiseren van extra inkomsten om te kunnen blijven voortbestaan. Geconcludeerd wordt dat de eigenheid van kernen, accommodaties en besturen maakt dat de gemeente slechts een bescheiden bandbreedte (regierol) heeft om te sturen op de activiteiten en de locaties waar deze plaatsvinden. In 2023/ 2024 is een nieuwe situatie ontstaan. De gemeente realiseert zich dat zij nú de voorliggende voorzieningen en gemeenschappen in dorpskernen dient te versterken, om de vraag naar geïndiceerde zorg de komende jaren af te vlakken.

In deze ontwikkeling zijn een optimale beschikbaarheid, bereikbaarheid en beheer van de maatschappelijke accommodaties een randvoorwaarde. Besturen en beheerders van accommodaties ervaren een beperkte (financiële) slagkracht tijdens en na Corona. Zij vragen om organisatorische, financiële en technische ondersteuning aan de gemeente, bijvoorbeeld meer uren beheer, een financiële bijdrage voor een reparatie of verduurzaming, het vinden en binden van vrijwilligers of sponsors. De gemeente heeft in 2024 een grotere bandbreedte en motivatie om te sturen op activiteiten en locaties en realiseert zich dat zij van vrijwilligersbesturen (zie 1.2 resultaat 1) niet de slagkracht kan verwachten dat zij toekomstbestendig zorgdragen voor het maatschappelijk rendement, de exploitatie & beheer èn de bouwkundige staat van een accommodatie. De wederzijdse afhankelijkheid is vergroot. Deze situatie maakt het voor de gemeente mogelijk en noodzakelijk om een meer richtinggevend accommodatiebeleid op te stellen ter ondersteuning van de besturen, zodat zij, in de wijk, hun faciliterende rol kunnen pakken in de ontwikkeling naar Sterke Gemeenschappen.

8

2.

Conclusies / Aanbevelingen

Deze evaluatie is gebaseerd op gesprekken met de besturen van Crossroads, Kuip, Gildenbond, Moeruiltje, Pannehoef, Rode Loper, Wetering, beide wijkteamcoördinatoren, beleidsmedewerkers binnen de opgave Sterke Gemeenschappen, Vastgoed, Ruimtelijk Ordening en medewerkers van ContourdeTwern en R-newt. 2.1 Conclusies Het IMA 2018 beoogt evenwichtige spreiding van accommodaties om wijkgericht te werken. Streven is het creëren en strategisch inzetten van een maatschappelijk vastgoed (gemeentelijk en niet gemeentelijk) dat aansluit bij de behoeften en opgaven vanuit de (toekomstige) gebruikers in de drie dorpskernen, met name voor ondersteuning en ontmoeting van jongeren en ouderen. Een hoge bezettingsgraad en het financieel rendement van accommodaties staat centraal. De gemeente doet een groot beroep op het zelf organiserend vermogen van inwoners/ besturen. In het IMA staat de aanbeveling om als gemeente vanuit de regierol resultaatafspraken en contractmanagement, een Makelpunt en een eenduidige tarievenstructuur in te voeren. En om acht accommodatievraagstukken te onderzoeken vanuit zeven beleidsprincipes. Door deze in het schema van 2024 (zie 1.3) te plaatsen, valt op dat (het faciliteren van) het maatschappelijk rendement nauwelijks terugkomt in de beleidsprincipes van het IMA 2018.

De wederzijdse afhankelijkheid tussen bovenstaande verantwoordelijkheden en tussen accommodaties en de gemeente leidt vaak tot een patstelling: behoud van status quo. In het IMA 2018 staat de spanning beschreven tussen de eigenheid van een kern, van accommodaties en van vrijwilligersbesturen en de behoefte van de gemeente om te sturen op het maatschappelijk rendement en de clustering/ spreiding van activiteiten en locaties. Terwijl de gemeente in subsidiegesprekken aanstuurt op een hoger maatschappelijk rendement, vragen vrijwilligersbesturen om organisatorische, financiële en technische ondersteuning qua beheer, een

9

reparatie, verduurzaming, toegankelijkheid of het vinden en binden van nieuwe vrijwilligers of sponsors. Een richtinggevend accommodatiebeleid met daarin aandacht voor de drie bouwstenen en een duidelijke koppeling met o.a. het subsidie- en vrijwilligersbeleid, wordt gemist bij besturen en/of de gemeente.

Verschillende accommodatievraagstukken uit 2018 zijn in 2024 nog niet opgelost, terwijl nieuwe vraagstukken zich aandienen. Nog actuele accommodatievraagstukken zijn bijvoorbeeld de lage bezettingsgraad in monofunctionele jeugdaccommodaties, de samenwerking tussen wijkcentrum Pannehoef en de Rode Loper en de ontwikkeling van een Huis van de Wijkfunctie in Kaatsheuvel Oost. Relatief nieuwe vraagstukken zijn bijvoorbeeld de groeiende ruimtevraag van basisscholen en kinderopvang en te kiezen bestuur- en beheersvorm van Dorpshuis Loon op Zand. Accommodaties zijn op micro niveau ‘uniek’, terwijl bij accommodatievraagstukken de uitdagingen en mogelijkheden wijkgericht (op mesoniveau) bekeken moeten worden. Zo kan de portfolio aan accommodaties flexibel en effectiever worden ingezet en kan er qua maatschappelijk rendement, kruisbestuiving plaatsvinden. Het wijkgericht werken in het voorliggend veld was een ambitie en is nu een opgave. De gemeente werkt de opgave ‘Sterke Gemeenschappen’ nu uit, om de vraag naar dure en vooral schaarse tweedelijnszorg de komende jaren af te vlakken. De gemeente wil inwoners, verenigingen en organisaties – vanuit maatschappelijke accommodaties met Huis van de Wijk functie, midden in de wijk - faciliteren om voor zichzelf en een ander te zorgen, om deze samenredzaamheid te ‘normaliseren’.

Uitnodigende, goedbezochte accommodaties met een vrij toegankelijk hulpaanbod zijn hier een voorwaarde voor. Samengevat: In 2024 is het opstellen van een wijkgericht maatschappelijk accommodatiebeleid, met een regierol voor de gemeente gewenst en nodig, zodat een portfolio van toekomstbestendige accommodaties per wijk de ontwikkeling naar en het behoud van Sterke Gemeenschappen kan faciliteren. We streven naar toekomstbestendige accommodaties in een wijk die voor ieder van de bouwstenen ‘maatschappelijk rendement’, ‘exploitatie & beheer’ èn ‘de bouwkundige staat van het gebouw’ minimaal een voldoende scoren.

2.2 Aanbevelingen Wijkgericht Maatschappelijk Accommodatiebeleid (WMA) Het maatschappelijk rendement van accommodaties in een wijk (mesoniveau) is hoog wanneer de portfolio van accommodaties flexibel en efficiënt activiteiten en initiatieven in de sociale basis en in het voorliggend veld huisvest zoals sport, cultuur en het verenigingsleven. Per wijk is er minimaal één accommodatie met een Ontmoetings- en Huis van de Wijkfunctie. Dit binnen de opgave Sterke Gemeenschappen. De verantwoordelijkheid die een bestuur, exploitant/ beheerder of stakeholder neemt voor de ambities en doelstellingen binnen de opgave ‘Sterke Gemeenschappen’ en de (on)mogelijkheden van een accommodatie op microniveau bepalen de plaats van een maatschappelijke accommodatie, organisatie of initiatief binnen het WMA. Vijf aanbevelingen voor het WMA 2024-2030: 1. Beschrijf welke accommodaties en welke maatschappelijke functies, zoals ontmoeting & ondersteuning (= Huis van de Wijk-functie), sport, cultuur, verenigingsleven, arbeidsparticipatie, onderwijs en/of kinderopvang) onder het WMA vallen, wie de spelers en

10

stakeholders zijn. Bepaal wat in Loon op Zand de wijken zijn en welke maatschappelijke functies per wijk minimaal aangeboden worden.

2. Formuleer voor de toekomstbestendigheid van accommodaties criteria en normen voor de bouwstenen ‘maatschappelijk rendement’, ‘exploitatie & beheer’ en ‘bouwkundige staat’. Laat voor het maatschappelijk rendement, de Opgave Sterke Gemeenschappen leidend zijn. 3. Onderzoek het potentieel van de individuele en de portfolio van accommodaties op basis van een SWOT analyse op micro- en op mesoniveau (sterktes, zwaktes, kansen en uitdagingen) op basis van bovenstaande criteria. Laat een externe, onafhankelijke partij de bouwkundige staat en mogelijkheden voor verduurzaming beoordelen. Toets het commitment voor de ontwikkeling naar Sterke Gemeenschappen bij besturen, exploitanten, beheerders en overige stakeholders. 4. Werk in interactie met de betrokken partijen op basis van de input uit stap 2 en 3 het WMA uit, met de volgende onderdelen: A. SMART geformuleerde doelstellingen voor de maatschappelijke accommodaties per bouwsteen (micro-niveau) en per wijk (mesoniveau) B. Een verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de rollen van ‘gemeente’ (Domein Sociaal en Domein Fysiek), ‘bestuur/ exploitant’, technisch en facilitair beheerder’, ‘vrijwilligers’ en ‘overige stakeholders’. Dit vanuit de wens om samen te werken aan Sterke Gemeenschappen, vanuit wederzijds vertrouwen en heldere afspraken; C.

Een opsomming van te ontwikkelen en implementeren instrumenten en pilots zoals een Vrijwilligerspool, Makelpunt, te evalueren Beleid (semi-) maatschappelijke tarieven, en nieuwe (bestuurlijke) samenwerkingsverbanden. D. Mogelijke koppelingen tussen het WMA en o.a. het subsidie-, vrijwilligers-, evenmenten-, sport-, cultuurbeleid en de duurzaamheidsvisie Loon op Zand, onder de opgave ‘Sterke Gemeenschappen’. 5. Stel een planning/ uitvoeringsplan op voor het WMA en zorg voor structurele, opbouwende accountgesprekken met de betreffende maatschappelijke accommodaties en overige stakeholders. Borg zo dat een portfolio van toekomstbestendige accommodaties de ontwikkeling naar en het behoud van Sterke Gemeenschappen kan faciliteren.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=f1bc245f-5d7f-4c96-8ce4-12998c925278