Bijlage 2. Beleidskader sociaal domein 2025-2030
Tekst van het document
Beleidskader Sociaal domein 2025-2030
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Algemene kaders 3. Uitwerking van de leefgebieden 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Meedoen Bestaanszekerheid Gezondheid Wonen Veiligheid
4. Organisatie & Randvoorwaarden
1. Inleiding De gemeenteraad van Loon op Zand heeft op 21 februari 2022 de lokale visie ‘In de buurt/Aan de buurt’ vastgesteld. Deze visie is samen met de inwoners opgesteld. De kern van de visie is erop gericht dat: • inwoners in hun eigen omgeving een gelukkig leven leiden; • inwoners het verschil maken voor en met elkaar; • inwoners, zowel individueel en als gemeenschap, zoveel mogelijk in staat zijn om met eigen- of vanuit gezamenlijke kracht de uitdagingen van het leven aan te gaan; • de toegang tot zorg en ondersteuning doorontwikkeld gaat worden. Deze visie sluit aan op de ambitie uit de Toekomstagenda 2030, die eveneens door inwoners is opgesteld en zich richt op drie opgaven: 1. Sterke gemeenschappen; 2. Toegang; 3. Grip op het sociaal domein. De doorontwikkeling van deze opgaven wordt beschreven in de verdiepende visie op de Sterke Gemeenschap incl. een Sterk Lokaal Team’ 2025-2030. Hierin staan onze hoofddoelen. Deze visie is op 15 mei 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. Kader voor de uitvoering Dit beleidskader sociaal domein is bedoeld om de doelen te concretiseren en duurzaam tot uitvoering te brengen. Het gaat om de kaders waarbinnen we uitvoering geven aan onze (wettelijke) taken op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, jeugd, participatie en publieke gezondheid, passend bij onze visie. Met name in de verdiepende visie op de Sterke Gemeenschap incl.
een Sterk Lokaal Team wordt uitgebreid ingegaan op de ontwikkelingen in het sociaal domein, zowel landelijk, regionaal als lokaal. Daarnaast zijn hierin doelen geformuleerd. In dit beleidskader nemen we de reeds vastgestelde doelen over. Met dit beleidskader creëren we een ‘kapstok’ voor het brede sociaal domein. Om goed aan te sluiten op de vastgestelde visie houden we de vernieuwde opgaven aan. Hierbinnen werken we de prioriteiten voor Loon op Zand verder uit. We gaan daarbij in op de leefgebieden die van belang en van invloed zijn op het gelukkig opgroeien/ontwikkelen/ouder worden, de kern van de visie. Leefgebieden Gelukkig voelen is het startpunt van waaruit inwoners opgroeien, zich ontwikkelen, gezond ouder worden, uitdagingen aankunnen en in staat zijn om iets voor een ander te betekenen. Want dat is wat we willen bereiken. Daarbij zijn we er ons ook van bewust dat deze ambities een leven lang gelden, maar dat de invulling door omstandigheden kan veranderen. Als voorbeeld: de behoeftes van ouder wordende inwoners kunnen variëren naarmate meer beperkingen worden ervaren bij de dagelijkse bezigheden. Hierop moet passend worden ingespeeld. We richten onze inzet op de leefgebieden waarvan we weten dat problemen op deze gebieden van grote invloed hierop zijn. Deze leefgebieden zijn: Meedoen; Bestaanszekerheid; Gezondheid; Wonen; Veiligheid.
Voorkomen van overlevingsstand
Wanneer de stress op een van deze gebieden dermate hoog wordt, beïnvloedt dit onze inwoners. Wetenschappelijk is bekend dat verhoogde stress op een van deze gebieden eraan bijdraagt dat inwoners niet meer in staat zijn om zichzelf te ontwikkelen en het steeds moeilijker is om de juiste keuzes te maken. Voorbeelden hiervan zijn onzekerheid over inkomen, over het wel of niet hebben van een woning, over toekomstperspectief of dat er sprake is van onveiligheid. Dit kan leiden tot (te)veel stress, waardoor een inwoner verkeert in de ‘overlevingsstand’. Inwoners maken hierdoor vooral emotionele keuzes gericht op de korte termijn. Wanneer een stevig sociaal netwerk dan ontbreekt nemen de problemen vaak snel toe en is het erg moeilijk om hier zelf uit te komen. Dat willen we voorkomen.
Opzet beleidskader sociaal domein We stellen dit beleidskader op voor de periode 2025 – 2030, in lijn met de opgestelde visie. Het kader begint met algemene uitgangspunten die gelden voor het brede sociaal domein. Vervolgens werken we de leefgebieden uit waarbij we de kaders stellen de komende jaren. Voor veiligheid doen we dat op een andere manier dan voor de andere vier leefgebieden, omdat er een passend veiligheidsbeleid ligt in Loon op Zand. Daar sluiten we vanuit het sociaal domein bij aan. Daarnaast biedt dit beleidskader de basis voor de verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Tot slot beschrijven we de benodigde organisatie en randvoorwaarden om dit kader tot uitvoering te brengen. Na goedkeuring van dit kader stellen we een uitvoeringsprogramma op, waarin de concrete uitwerking van deze kaders wordt opgesteld en de doelen smart worden gemaakt. Tot slot, we werken aan een transformatie. Dat vraagt lef en doorzettingsvermogen van de gemeente, om het écht anders te gaan doen dan hoe we het altijd hebben gedaan. Want ‘als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg’.
2. Algemene kaders 2.1 Visie ‘In de buurt, Aan de buurt’ en Verdiepende Visie Sterke Gemeenschap inclusief Sterk Lokaal Team Dit beleidskader is een concretisering van de bovengenoemde visiedocumenten en schept de kaders voor de uitvoering van onze taken in het sociaal domein. Daarnaast legt het de verbinding met gerelateerde beleidsterreinen zoals onderwijs, sport, cultuur, wonen en veiligheid. Daarbij borduren we voort op onderstaand plaatje zoals opgesteld bij de totstandkoming van de Verdiepende Visie Sterke Gemeenschap inclusief Sterk Lokaal Team.
Concreet betekent dit dat we de volgende tredenstructuur hanteren om invulling te geven aan de doelen vanuit de visie. Door hier invulling aan te geven werken we aan de ontwikkeling van de sterke gemeenschap, zorgen we voor passende toegang voor inwoners die iets nodig hebben en daarmee krijgen we grip op het sociaal domein.
Toelichting treden:
-
-
-
Trede 1, het algemeen collectief, bevat alle inwoners, met hun eigen netwerken en alle algemeen collectieve voorzieningen, zoals bijvoorbeeld de bibliotheek. Trede 2, het algemeen selectief, bevat de voorzieningen waarvan inwoners gebruik kunnen maken wanneer zij een relatief eenvoudige vraag hebben. Veelal kan er dan gebruik worden gemaakt van een groepsaanbod, zoals een weerbaarheidstraining. Trede 3, de indicatievrije zorg, is van groot belang voor de transformatie. Dit omvat de alternatieven voor de geïndiceerde individuele zorg vorm, zoals we die nu vaak kennen. Dat is bijv. het SterkLokaal Team, maar ook de indicatievrije dagbesteding past hierin. Trede 4, het maatwerk, is de geïndiceerde zorg, zoals bijvoorbeeld de inzet van Hulp bij het Huishouden of specialistische jeugdzorg.
We brengen de behoeften van inwoners langs deze treden in beeld. Daarbij streven we naar een uitgebreid en goed bekend aanbod van activiteiten op de verschillende treden zodat we enerzijds zo goed mogelijk bij de behoefte aansluiten en anderzijds makkelijk kunnen op- en afschalen.
2.2
Doelen
De doelen uit de recent vastgestelde "Verdiepende Visie SLT" staan centraal binnen dit beleidskader. Het gaat hier om de volgende doelen: 2.2.1
Doelstellingen Sterke Gemeenschappen
Bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit van leven van onze inwoners en het verlagen van de uitgaven voor specialistische hulp, door het versterken van de veerkracht en leefbaarheid van onze gemeenschap en eigen regie van de inwoners. Dit doen we door te werken aan de onderstaande doelen: •
Meer problemen voorkomen of vroegtijdig verhelpen door meer preventieve voorzieningen vrij toegankelijk te maken en waar mogelijk in groepsverband (collectief) aanbod te organiseren.
•
Versterken van inwonersnetwerken en hun omgeving. Hierdoor krijgen inwoners meer regie op hun eigen leven. Denk daarbij aan het ondersteunen van netwerken waarin inwoners, verenigingen en maatschappelijke organisaties actief zijn. Ook het nog meer ondersteunen van mantelzorgers, vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en verenigingen kan hieraan bijdragen.
•
Het is belangrijk om te zorgen dat het normaal is als het even niet goed gaat, of als mensen anders zijn dan de rest, dus normaliseren1. We moeten een omgeving creëren waarin dat geaccepteerd wordt, zonder meteen te denken aan medische labels of professionele hulp.
•
Meedoen in de maatschappij vergroten door bv. verbeteren van de mobiliteit van inwoners. Denk hierbij aan bv. het toegankelijker maken van de leefomgeving door bv. wandelroutes voor ouderen. Of het creëren van meer collectieve vervoersvoorzieningen, zoals bv. Scootmobiel pool en deelmobiliteit leerlingenvervoer.
2.2.2
Doelstellingen Sterk Lokaal Team
Het laagdrempelig bieden en toegankelijk houden van zorg, begeleiding en ondersteuning aan de meest kwetsbare inwoners van de gemeente Loon op Zand. Dit doen we door te werken aan de onderstaande doelen:
Bij normaliseren gaat het erom dat een inwoner met een beperking of hulpvraag zich evenveel waard voelt als ieder ander. Als professional is het de kunst om ondersteuning zoveel mogelijk te laten aansluiten bij het gewone leven. Zo kan de inwoner meedoen, ondanks de hulpvraag of beperking. Diegene is dan niet alleen iemand met een kwetsbaarheid, maar ook iemand met kwaliteiten. (https://www.movisie.nl/werkzaam-element-normaliseren) 1
• • • • • •
Vergemakkelijken van de route naar vrij toegankelijke voorzieningen en ondersteuning, dicht bij huis (zowel collectieve als individuele ondersteuning). Versterken van de eigen regie door inwoners in staat te stellen zoveel mogelijk zelf, en samen met hun netwerk, oplossingen te vinden voor hun hulpvragen en uitdagingen in leven beter zelf aan te kunnen. Voorkomen van escalaties en problemen door preventie, normalisatie en door het versterken van de veerkracht van inwoners, om zo de instroom naar specialistische zorg te verminderen. Verminderen van de fragmentatie van zorg door een integrale en gecoördineerde aanpak vanuit het SLT. Versterken van het vertrouwen in gemeentelijke hulp en ondersteuning door het verminderen van wachtlijsten en verbeteren van de kwaliteit van ondersteuning. Verminderen van maatschappelijke kosten door het verlagen van het aantal doorverwijzingen naar specialistische hulp.
Deze doelen worden in de uitwerking van de leefgebieden vertaald naar kaders en uitgangspunten.
2.3.
Kaders voor het brede sociaal domein
Er zijn kaders, leidende principes, die gelden voor alle inwoners én het brede sociaal domein. Door deze toe te passen werken we integraal aan de transformatie in het sociaal domein. Hieronder worden deze kort toegelicht. 2.3.1. Eigen regie en verantwoordelijkheid voorop We zetten inwoners in hun kracht. Iedereen hoort erbij, doet ertoe, mag er zijn, neemt zelf de regie, maakt eigen keuzes en is verantwoordelijk voor zichzelf en zijn/haar omgeving. We geven daarom ruimte aan de inwoner om zelf met oplossingen te komen, die samen met het netwerk opgepakt kunnen worden. Daarbij kaderen we wel, maar regelen we niet. De inwoners zijn zelf aan zet. Hierbij is veiligheid de ondergrens, zowel voor de inwoner zelf als voor zijn omgeving. Wanneer de veiligheid in het geding is grijpen we in. 2.3.2. Inwonersperspectief is leidend Onze inzet gaat uit van de belevingswereld van de inwoner. Als een inwoner zich meldt met een ondersteuningsvraag kijken we door de ogen van de inwoner mee. We zetten in op wat de inwoner zelf vindt dat nodig is om weer zelfstandig te kunnen functioneren passend bij het eigen geluk. Startend bij de eigen kracht en het sociale netwerk van de inwoner. Als dat niet toereikend is dan kijken wij met de inwoner mee om te ondersteunen in wat er nodig is om hen weer in hun kracht te zetten om het uiteindelijk weer zelf te gaan doen.
Procedures, regels en systemen zijn dienend om tot een oplossing te kunnen komen. 2.3.3. Werken vanuit positieve gezondheid Werken vanuit positieve gezondheid betekent dat we niet alleen kijken naar ziekte of zorg, maar juist naar wat mensen wel kunnen en wat hun leven betekenisvol maakt. Het gaat om zingeving, kwaliteit van leven, meedoen in de samenleving, mentale veerkracht en dagelijks functioneren. En dan altijd vanuit datgene dat de inwoner zelf belangrijk vindt om aan te pakken. We stimuleren daarbij de samenwerking tussen zorg, welzijn, onderwijs, sport, cultuur en inwoners zelf. Zo ontstaat een brede aanpak waarbij de kracht van de inwoners centraal staat en er ruimte is voor een persoonlijke benadering die aansluit bij de inwoner(s). 2.3.4. Eerst stress verlagen, pas daarna komt ontwikkeling Zoals in de inleiding al omschreven is het voor inwoners die stress ervaren moeilijk dan wel onmogelijk om te komen tot ontwikkeling. Belangrijk is daarom om stress te voorkomen, onder andere door een woon- en leefomgeving te creëren waarin inwoners geluk ervaren. Bij inwoners die stress ervaren en zich melden met een ondersteuningsvraag zetten we eerst in op het verlagen van de stress, zodat de inwoner uit de zogenaamde overlevingsstand komt. Daarna kijken we hoe de inwoner zich in het eigen netwerk kan versterken vanuit eigen regie en verantwoordelijkheid. 2.3.5.
Ongelijk behandelen voor gelijke kansen Om ervoor te zorgen dat alle inwoners meedoen, ertoe doen en kunnen bijdragen aan de gemeenschap als geheel is het van belang dat we hen daartoe in staat stellen wanneer het zelf niet lukt. Daarbij is iedere inwoner en iedere situatie anders. Het leidend maken van het inwonersperspectief betekent dat we ook ongelijk behandelen om te komen tot gelijke kansen.
2.3.6. Voorliggende inzet voor maatwerk We kijken altijd eerst naar de mogelijkheden in de eigen omgeving van de inwoner voordat we specialistische zorg inzetten. Hierbij gaat het om ondersteuning uit het eigen netwerk, algemene voorzieningen of het Sterk Lokaal Team. Deze voorliggende voorzieningen spelen een belangrijke rol in het tijdig bieden van passende ondersteuning. Als blijkt dat deze inzet niet voldoende is dan wordt er opgeschaald naar maatwerk. 2.3.7. Inhoud gaat voor beheersing We sturen in het sociaal domein nadrukkelijk vanuit de inhoud, de behoefte van onze inwoners. Daar richten we onze inzet op. Door dit goed te organiseren volgt de beheersing vanzelf. Daarmee bedoelen we het omlaag brengen van de kosten, zichtbare effecten vanuit monitoring, passende juridische kaders, etc. Dat betekent niet dat we daar niks aan doen, maar dat we erop vertrouwen dat als we focussen op de behoeftes van de inwoner, de beheersing logischerwijs volgt. We moeten eerst weten op welke inhoud we sturen voordat we de effecten vanuit beheersing in beeld kunnen brengen. 2.3.8. Practice what you preach De transformatie vraagt lef en doorzettingsvermogen van de gemeente, om het écht anders te gaan doen dan hoe we het altijd hebben gedaan. Want ‘als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg’. Dit betekent dus ook een verandering voor de rol van de gemeente.
We nemen vragen niet over en voeren geen regie maar ondersteunen en faciliteren wanneer dat aan ons is. Dat betekent dat we: -
-
Initiatieven van inwoners en partners positief benaderen en aanmoedigen. We toetsen aan de doelstellingen en leefgebieden in dit beleidskader. We beoordelen op basis van de bijdrage hieraan, de feiten en de cijfers (hoe gaat het nu?), de behoefte en het belang zoals de inwoners ernaar kijken, en de impact en het volume (doet het er echt toe?). Op basis daarvan geven we invulling aan onze rol als gemeente. Daarbij sturen we vanuit de lokale ‘gemeten’ werkelijkheid en sluiten we aan op waar lokaal de kracht zit. Inwoners, partners, maatschappelijke en vrijwilligers(organisaties) en ondernemers in hun kracht zetten en ruimte geven. We nodigen en dagen hen uit deze ruimte te gebruiken.
We handelen vanuit de inhoud, niet vanuit de regels. Dus we werken zo regelarm als mogelijk en hebben daarbij het lef om de randjes van wet- en regelgeving op te zoeken. We gaan ontdekken wat wél kan.
3.
Uitwerking van de leefgebieden
In dit hoofdstuk zijn de leefgebieden uitgewerkt aan de hand van: • • • •
Een definitie; wat verstaan we er onder? De resultaten; waar streven we naar? De feiten en cijfers: hoe doen we het nu als gemeente? De kaders en uitgangspunten: een vertaling van de feiten en cijfers naar de doelen.
3.1. Meedoen Definitie Meedoen betekent een inclusieve samenleving waarin iedere inwoner een plek heeft, zichzelf kan zijn, deelneemt, zich kan ontwikkelen en kan bijdragen. Dit kan op veel verschillende manieren: vanuit het sociale netwerk, verenigingsleven, kunst en cultuur, onderwijs, werk, etc. Er is sprake van sociale inclusie, iedereen krijgt gelijke kansen en we bouwen aan een sterke, verbonden gemeenschap, ongeacht achtergrond of omstandigheden. Resultaten Meedoen zien we terug in de samenleving als inwoners van Loon op Zand: -
een zinvolle dag invulling hebben die bij hen past; deelnemen aan onderwijs, (vrijwilligers) werk, sport, cultuur en/of andere vrijetijdsactiviteiten; focussen op talenten, een leven lang kunnen ontwikkelen en leren; de diversiteit van de gemeenschap waarderen en elkaar (kunnen) ontmoeten; bijdragen aan het meedoen van zichzelf en elkaar, dus bijdragen aan het versterken van het eigen netwerk en van de gemeenschap.
Feiten en cijfers De volgende cijfers geven een beeld van de mate waarin inwoners in de gemeente Loon op Zand meedoen: -
-
2% van de kinderen verlaat het onderwijs zonder startkwalificatie, t.o.v. 2,4% in Nederland. Bij 6,6% van de kinderen is sprake van absoluut verzuim, dat betekent dat er geen inschrijving is bij een onderwijsinstelling en geen vrijstelling. Landelijk is dat 6,3%.2 Ouders in Loon op Zand missen activiteiten en sportvoorzieningen voor kinderen. In Kaatsheuvel en De Moer missen ze vaker een speeltuintje en een veilige speelplek. 3 Jongeren zijn overwegend actief in hun vrije tijd en sporten en bewegen goed.4 Van de jongvolwassenen voelt 49% zich eenzaam. In Nederland ligt dat gemiddeld hoger: 57%5 44% van de volwassen inwoners geeft aan zich enigszins tot (sterk) eenzaam te voelen. Landelijk is dat 49%. 6
-
18% van de inwoners heeft behoefte aan meer contact vs. 22% in Nederland. 7 62% van de inwoners geeft aan altijd voor elkaar klaar te staan, vs. 61% in Nederland.8
Kaders en uitgangspunten Elkaar ontmoeten en meedoen zijn van groot belang om een stevig sociaal netwerk op te bouwen en de inwoners en de gemeenschap te versterken. Om dit te realiseren hanteren we de volgende kaders en uitgangspunten:
2https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/jeugd-en-jeugdhulpverlening
https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gezondheid
3 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=km2021tab_gemeente22_809 (deze bron hoort ook bij 1 en 2) 4 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=gmj23tab_gemeente22_809
5 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=gmjv24tab_gemeente22_809
6 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gezondheid 7
8
https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/burgerpeiling https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein
-
-
-
-
-
-
Meedoen ontstaat in de samenleving, met inwoners, maatschappelijke partners, ondernemers en gemeente. We werken gelijkwaardig samen aan het versterken van de netwerken in buurten en wijken. Dat begint bij het ophalen van de behoefte bij inwoners, ontdekken waar de kracht en de energie zit en dat verbreden. Dat betekent dat we investeren in wat inwoners aangeven dat er nodig is, in plaats van dat zelf te bedenken. Maar ook dat inwoners een belangrijke rol spelen in het realiseren hiervan. We helpen ontmoetingen mogelijk te maken door bestaande plekken waar mensen graag samenkomen te ondersteunen en te helpen bij het organiseren van activiteiten voor en door inwoners. Door inwoners de regie te geven versterken we de zelf- en samenredzaamheid. Wanneer we investeren in de openbare ruimte zorgen we ook voor voldoende ontmoetingsmogelijkheden, zoals speeltuinen, pleinen, bankjes, etc. We maken de openbare ruimte zo aantrekkelijk mogelijk om in te verblijven en te ontmoeten. Het stimuleren van ontmoeting en versterken van de sociale netwerken is een nadrukkelijke opdracht aan onze welzijnspartners. We maken inwonersinitiatieven mogelijk die bijdragen aan het versterken van de sociale netwerken in buurten en wijken. We zorgen ervoor dat er geen drempels zijn om mee te doen en benaderen inwoners hiervoor actief. Daarnaast brengen we mensen met elkaar in contact, bijv.
ouders met opvoedvragen, zodat ouders elkaar meer gaan ondersteunen en de opvoedstress wordt teruggedrongen. Als inwoners vragen hebben over onderwerpen zoals opvoeding, autisme, ADHD, mentale gezondheid of mantelzorg, organiseren het wijkteam of het Sterk Lokaal Team bijeenkomsten op ontmoetingsplekken in de buurt. We geven inwoners zoveel mogelijk handvatten waarmee zij zelfstandig aan de slag kunnen en in staat blijven om mee te doen in de samenleving. Inclusie is een vereiste voor een sterke gemeenschap. Iedereen wordt optimaal gestimuleerd om mee te doen, ongeacht achtergrond, opleidingsniveau of beperking. Alle inwoners van Loon op Zand horen erbij en worden geaccepteerd. We zorgen voor een omgeving waarin iedereen zich gehoord en gezien voelt, waarin inwoners elkaar respecteren zoals ze zijn. Er is geen ruimte voor discriminatie of uitsluiting. Diversiteit is juist een kracht van de gemeenschap. Diversiteit biedt kansen om elkaar te leren kennen en samen te groeien en is daarmee een kracht van de gemeenschap.
3.2 Bestaanszekerheid Definitie Bestaanszekerheid betekent dat inwoners verzekerd zijn van een basis waarop zij kunnen bouwen: voldoende inkomen, een dak boven het hoofd, toegang tot hulp bij financiële problemen, en kansen op werk. Zonder bestaanszekerheid komt maatschappelijke participatie onder druk te staan. De gemeente Loon op Zand zet zich in om armoede en schulden te voorkomen en perspectief te bieden aan inwoners in kwetsbare situaties. We streven naar een samenleving waarin niemand achter hoeft te blijven en waarin iedereen de kans krijgt om zich te ontwikkelen. Resultaten Bestaanszekerheid is op orde als inwoners van Loon op Zand: -
Kunnen voorzien in basisbehoeften. Geen armoede ervaren. Toekomstperspectief hebben. Tijdens hun werkzame leven passend werk hebben.
Feiten en cijfers -
In Loon op Zand is het aantal gezinnen met 2 hoogopgeleide ouders lager (33%) dan de regio (41%). Het aantal gezinnen waarin 1 of beide ouders hoog opgeleid zijn is toegenomen. 9
9https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=km2021tab_gemeente22_809
-
-
Het aantal gezinnen waarin geen ouder werkt is lager dan gemiddeld Nederland, 0,5% t.o.v. 3%.10 Het aantal gezinnen waarin beide ouders fulltime werken is ook lager dan gemiddeld, 7% t.o.v. 11,5%. 11 Het aantal volwassenen dat een baan heeft is lager dan in Nederland (612 per 1000 vs. 715 per 1000 inwoners). 12 De werkloosheid is in Loon op Zand 2,7% vs. 3,7% in Nederland.13 Aantal kinderen dat door geldgebrek geen lid is van een sportclub is van 1% naar 6% gestegen.14 Gezinnen met moeite om rond te komen is afgenomen van 15% naar 7%. Aantal gezinnen dat niet bekend is met mogelijkheden van financiële steun vanuit de gemeente is fors afgenomen van 22% naar 3%.15 Bij jongvolwassenen heeft 28% moeite om alles te betalen wat moet. Dit is gelijk aan het landelijk gemiddelde. 19% heeft het gevoel weinig controle te hebben over geldzaken. Dit percentage ligt landelijk hoger: 23%.16 1,2% van de inwoners leeft in armoede en 0,8% van de werkende inwoners leeft in armoede. 1,7% van de minderjarige kinderen leeft in armoede.17
Kaders en uitgangspunten We streven ernaar om álle inwoners bestaanszekerheid te bieden. Daarom zetten we de huidige inzet voort binnen de volgende kaders en uitgangspunten: -
-
-
-
-
Alle inwoners hebben recht op een bestaansminimum dat toegang biedt tot wonen, zorg, onderwijs en werk. De inzet ten behoeve van bestaanszekerheid draagt bij aan het creëren van gelijke kansen voor alle inwoners en zorgt ervoor dat alle kinderen en jongeren gelijkwaardig kunnen meedoen, ongeacht het inkomen van hun ouders. Wanneer er problemen zijn op het gebied van bestaanszekerheid in een gezin is de inzet van jeugdhulp gericht op het individuele kind geen oplossing. Eerst zorgen we ervoor dat de bestaanszekerheid van het gezin weer op orde is, daarna kijken we wat er aanvullend nodig is.18 We signaleren zo vroeg als mogelijk betalingsproblemen in een gezin of huishouden zodat we problematische schulden voorkomen. De toegang tot inkomensondersteuning en voorzieningen is eenvoudig, laagdrempelig en bekend bij alle inwoners. Procedures zijn begrijpelijk en regelarm. Hierdoor kunnen we snel handelen en financiële stress bij inwoners beperken. Wanneer zich forse problemen voordoen op het gebied van bestaanszekerheid bieden we maatwerk om zo snel als mogelijk tot een structurele oplossing te komen. Hiervoor durven we buiten de gebaande paden te denken en maken we bijvoorbeeld gebruik van de doorbraakmethodiek. In alle gevallen blijven inwoners zelf verantwoordelijk voor hun eigen bestaanszekerheid en houden ze regie over hun eigen leven.
De ondersteuning is erop gericht inwoners in staat te stellen deze verantwoordelijkheid (weer) te dragen en regie (terug) te nemen.
3.3. Gezondheid Definitie Gezondheid is breder dan alleen de afwezigheid van ziekte. Vanuit positieve gezondheid wordt gezondheid gedefinieerd als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. In de gemeente Loon op Zand streven we naar een samenleving waarin inwoners grip hebben op hun eigen gezondheid en welzijn, met ondersteuning waar nodig. Preventie, eigen regie en samenwerking tussen het sociaal en medisch domein staan hierbij centraal. Zo bouwen we samen aan een gezonde en veerkrachtige samenleving waarin iedereen de kans krijgt om het beste uit zichzelf te halen. Resultaten Inwoners van Loon op Zand:
10 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=km2021tab_gemeente22_809
11 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=km2021tab_gemeente22_809 12
https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/werk-en-inkomen
13 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/werk-en-inkomen 14 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=km2021tab_gemeente22_809
15 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=km2021tab_gemeente22_809 16 [https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=gmjv24tab_gemeente22_809
17 https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/armoede-en-schulden?theme=0&location=GM0809
18 Met uitzondering van onveiligheid, wanneer de gezinssituatie onveilig is zal hier altijd op worden ingezet.
-
Zijn fysiek en mentaal gezond. Hebben zelf de regie over hun eigen gezondheid en worden gestimuleerd om preventief aan hun gezondheid te werken, zelf en met elkaar. Ervaren ondersteuning als er gezondheidsproblemen zijn.
Feiten en cijfers -
-
-
Ouders ervaren soms tot vaak problemen en bovenmatig veel stress bij de opvoeding. Gemiddeld 34% vs. 30% in de regio. 19 Het aantal ouders dat hulp gezocht heeft bij een hulpverlener is toegenomen van 37% naar 50% in de afgelopen 10 jaar.20 26% van de jongeren ervaart psychische klachten; 19% lichte klachten, 4% matige klachten en 3% zware klachten.21 Jongeren in de gemeente LoZ zijn iets positiever over hun gezondheid en geluksgevoel dan regionaal en landelijk.22 49% van de jongeren voelt zich (zeer) vaak gestrest t.o.v. 47% regionaal en 50% landelijk. 23 35% voelt prestatiedruk vanuit zichzelf of anderen.24 Jongeren drinken meer alcohol t.o.v. regio/landelijk (66% t.o.v. 58%). Binge drinken is ook een stuk hoger met 28% t.o.v. 21% regio en 18% landelijk.25 14% heeft verhoogd risico op problematisch gebruik van sociale media en 20% heeft (zeer) vaak slaaptekort door het gebruik hiervan.26 M.b.t. Jongvolwassen scoort Loon op Zand gemiddeld positiever dan de regio en landelijk, toch zijn de volgende percentages zorgelijk: 40% voelt zich (heel) vaak gestrest, 59% ervaart prestatiedruk vanuit zichzelf of anderen, 25% heeft de laatste 12 maanden een keer tot heel vaak serieus gedacht aan suïcide, 78% heeft de afgelopen 4 weken weleens angst- of depressieve gevoelens gehad.27 Hoe hoger de leeftijd (tot 25 jaar) hoe slechter de mentale gezondheid wordt beoordeeld.
Ook de ervaren stress wordt met de leeftijd hoger.28 40% van de inwoners voldoet aan de beweegrichtlijn vs. 47,5% in Nederland. Daarbij heeft 54,3% van de inwoners overgewicht, vs. 50,3% landelijk. 29 Inwoners van Loon op Zand maken meer dan gemiddeld in Nederland gebruik van Wmo voorzieningen (79/1000 vs. 64/1000). Dit betreft vooral HbH en hulpmiddelen. De uitgaven voor Wmo maatwerk zijn relatief lager dan in Nederland (234€ vs. 308€ per inwoner). 30 Het aantal inwoners dat gebruik maakt van huisartsenzorg is iets hoger dan in Nederland (82 vs. 78%) en hetzelfde geldt voor het gebruik van wijkverpleging (3,4 vs. 3,3%). 31 14,3% van de volwassenen levert mantelzorg vs. 13,4% in Nederland. 32 54% van de volwassenen heeft overgewicht vs. 50% in Nederland. 33 Ten aanzien van het individuele welzijn scoren inwoners gemiddeld tussen de 7 en 8 als het gaat om de eigen kracht, ervaren gezondheid, betekenisvolle relaties en een sociaal netwerk. Ten aanzien van de maatschappelijke inzet is de score slechts een 4,11, maar dat is nog iets boven het landelijk gemiddelde.34
Kaders en uitgangspunten
19
https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=km2021tab_gemeente22_809
20 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=km2021tab_gemeente22_809 21 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=gmj23tab_gemeente22_809 22 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=gmj23tab_gemeente22_809 23
https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=gmj23tab_gemeente22_809
24 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=gmj23tab_gemeente22_809 25 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=gmj23tab_gemeente22_809 26 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=gmj23tab_gemeente22_809 27
https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=gmjv24tab_gemeente22_809
28 https://brabantscan.nl/Jive/report/?id=gmjv24tab_gemeente22_809
29
https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gezondheid
30 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein 31https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gezondheid 32
https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gezondheid
33 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gezondheid
34 Omgevingsvisie paragraaf 5.3 Iedereen doet op eigen kracht mee
(pagina 51 – 55)
Gezondheid is een belangrijke basisvoorwaarde voor een gelukkig leven, zowel fysieke als mentale gezondheid. Dat betekent dat we aan de slag gaan met de volgende kaders en uitgangspunten: -
We werken aan gezondheid vanuit de gedachte van ‘positieve gezondheid’; het vermogen van mensen om zich aan te passen aan de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen en daarbij eigen regie te voeren. Beleid en uitvoering richten zich primair op het bevorderen van gezonde leefgewoonten, zelfredzaamheid en vroegtijdige signalering, in plaats van alleen op de behandeling van ziekten of het daarmee omgaan. We vinden het van belang dat alle inwoners de kans hebben gezond te leven, ongeacht inkomen en sociaaleconomische status. Naast de lichamelijke gezondheid is het van belang te investeren in de mentale gezondheid en bewustwording te creëren op de samenhang tussen deze twee. We verbinden de inzet vanuit het sociaal domein aan de doelen en aanbevelingen uit de omgevingsvisie waarin de doelstelling is opgenomen om multifunctionele sport-, beweeg- en ontmoetingsplekken te realiseren in de openbare ruimte om bij te dragen aan een gezonde leefstijl. 35 Dit sluit ook aan bij de kaders en uitgangspunten in het hoofdstuk over meedoen. We investeren in bewustwording m.b.t. diverse thema’s die raken aan gezondheid, zoals alcohol en middelengebruik, sociale media en mentale gezondheid in samenwerking met inwoners, (sport)verenigingen, onderwijs, welzijnspartners, wijkteams, vrijwilligersorganisaties, belangenorganisaties en het Sterk Lokaal Team.
Wanneer er ondersteuning of zorg nodig is zorgen we dat deze laagdrempelig toegankelijk is. We kijken daarbij eerst naar het eigen netwerk, naar inzet vanuit de wijkteams of het Sterk Lokaal Team en indien nodig wordt er maatwerk ingezet vanuit een zorgaanbieder. Voor de inwoners die zorg nodig hebben zorgen we voor een goede samenwerking met het medisch domein en simpele transparante procedures, zodat zorg voor deze inwoners snel beschikbaar is.
-
-
-
-
3.4. Wonen Definitie Wonen omvat het duurzaam verblijven van mensen in een voor hen geschikte woning, binnen een leefomgeving die voorziet in basisbehoeften zoals veiligheid, bereikbaarheid, voorzieningen en sociale samenhang. We richten ons samen met partners en inwoners op het creëren, behouden en verbeteren van passende, betaalbare en kwalitatief goede huisvesting, afgestemd op de behoeften van diverse doelgroepen in de samenleving. Zo bouwen we aan een gemeente waarin iedereen zich thuis voelt.
Resultaten We streven ernaar dat inwoners van Loon op Zand: -
Een passende woonplek hebben die past bij de leefsituatie. Zo lang als mogelijk thuis wonen. Een waardig en zelfstandig bestaan ervaren, waar ze ook wonen. Een huis als thuis ervaren. In de eigen woonomgeving voldoende bereikbare voorzieningen vinden.
Feiten en cijfers Het aantal mensen boven de 70 jaar dat zelfstandig woont is gemiddeld lager dan in Nederland; 945 per 1000 inwoners in Loon op Zand, vs. 952 per 1000 inwoners in NL. 36 Inwoners geven hun leefomgeving een 7,73. Gemiddeld in Nederland is dat een 7,92. 37
-
Omgevingsvisie paragraaf 5.3 Iedereen doet op eigen kracht mee (pagina 51 – 55)
35
36 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein 37 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/burgerpeiling
-
-
69% van de inwoners vindt de buurt voldoende groen, vs. 74% in Nederland. 31% vindt dat het groen goed onderhouden wordt, vs. 52% in Nederland. 38 Inwoners zijn gemiddeld tevredener over de gezondheidsvoorzieningen, 78% in Loon op Zand vs. 75% in Nederland. Maar ze zijn minder tevreden over de overige voorzieningen. Op het gebied van welzijn is 47% tevreden, vs. 49% in Nederland. Over speelvoorzieningen is 51% in Loon op Zand tevreden, vs. 59% in Nederland. Over sportvoorzieningen is 55% tevreden, vs. 64% landelijk en over openbaar vervoer is 52% van de inwoners in Loon op Zand tevreden, vs. 57% in Nederland. 39 Het aandeel mensen met dementie in Loon op Zand is 2% (470 inwoners). Dit is iets hoger dan het landelijk gemiddelde (1,7%) 40
Naast deze cijfers weten we dat de dakloosheid landelijk toeneemt. Om dit in beeld te brengen worden zogenaamde ETHOS tellingen uitgevoerd. Waar we eerst vooral daklozen zagen zonder verblijfsvergunning, kwamen hier later arbeidsmigranten bij die bij verlies van hun werk direct ook hun woning verliezen. De laatste jaren zien we ook in toenemende mate dakloosheid van jongeren boven de 18, wanneer jeugdhulp stopt, omdat de overgang naar de Wmo en/of Wlz onvoldoende aansluit, en we zien steeds vaker moeders met kinderen, bijv. als gevolg van een scheiding. Dit is een zeer zorgelijke ontwikkeling waar we slechts beperkt invloed op hebben. Bij de kaders en uitgangspunten formuleren we wat we wél kunnen doen.
Kaders en uitgangspunten Landelijk zien we uitdagingen op het gebied van wonen. Velen zoeken een passende woning, van jongeren tot ouderen, mensen met en zonder een beperking of zorgvraag, met een kleine en een grotere portemonnee, statushouders, et cetera. Aan alle typen woningen is een grote behoefte. Tegelijkertijd stimuleren we ouderen langer zelfstandig thuis te blijven wonen maar is het aantal beschikbare woningen en woonvormen zeer beperkt. Daarbij komt dat het van belang is om ook het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid hiervan mee te ontwikkelen met de behoefte vanuit inwoners in die leefomgeving. Daarom zoeken we de grenzen op van de mogelijkheden die we wél hebben om alle inwoners kans te geven op een passende woning. • •
• •
•
•
•
We gaan soepel om met initiatieven van inwoners, partners en ondernemers die leiden tot meer woningen in onze gemeente. Denk aan woningsplitsing, realiseren van mantelzorgwoningen op de eigen grond, etc. Afhankelijk van het initiatief, de doelgroep en de woonvorm toetsen we aan de kaders en uitgangspunten in dit beleidskader of we hierin als gemeente ondersteunen. Het uitgangspunt is dat we zoveel mogelijk aan eigen initiatief overlaten en daarbij vanuit de gemeente zorgen dat we initiatieven mogelijk maken, bijvoorbeeld door regels te versoepelen, versimpelen en versnellen. Inwoners hebben zelf regie over wat voor hen ‘thuis’ betekent. We geven hen die ruimte, tenzij de veiligheid van de inwoner en diens omgeving in het geding komt, dan grijpen we in. We stimuleren ouderen om vitaal te blijven zodat zij zo lang als mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Dit doen we door te zorgen voor voldoende bereikbare voorzieningen in de eigen leefomgeving en de beschikbaarheid van diverse vormen van vervoer. We voorkomen dat er allerlei zorg en ondersteuning ingezet wordt gericht op het individu, terwijl er feitelijk zorgen zijn over het hebben van een (passende) woning. Dit soort maatregelen verhogen de stress, zeker ook bij de kinderen.
De samenwerking met woningcorporaties, maatschappelijke partners, ondernemers en inwoners is van groot belang bij het bieden van kansen op passende woningen voor alle inwoners en het voorkomen van dakloosheid. Ondernemers in Loon op Zand die werken met arbeidsmigranten hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze mensen. Wanneer zij hen ontslaan waardoor ze hun baan verliezen is het van belang dat de werkgever hen de kans biedt een nieuwe baan te zoeken met een passende woonplek, alvorens hen uit de (beschikbaar gestelde) woning te zetten.
3.5. Veiligheid Definitie
38
https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/burgerpeiling
39 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/burgerpeiling
40 https://media.alzheimer-nederland.nl/s3fs-public/media/2024-04/documents/Mensen%20met%20dementie%20per%20gemeente.pdf
Veiligheid is een basisvoorwaarde voor het welzijn van inwoners. Het gaat niet alleen om fysieke veiligheid, maar ook om sociale en digitale veiligheid. In de gemeente Loon op Zand willen we dat iedereen zich veilig voelt: thuis, op straat, op school, bij een vereniging of andere daginvulling én online. Dit vraagt om samenwerking tussen inwoners, gemeente, politie, hulpverleners en maatschappelijke partners. Zo bouwen we aan een omgeving waarin inwoners zich veilig voelen en waar ze met vertrouwen hun leven opbouwen.
Veiligheid als basisvoorwaarde Veiligheid, zowel fysiek, sociaal als digitaal is een absolute basisvoorwaarde voor alle inwoners. Hierbinnen vragen diverse aspecten aandacht. In Loon op Zand is er een meerjarig Langstraat breed veiligheidsbeleid met door de raad vastgestelde prioriteiten, aangevuld met een uitvoeringsprogramma. Om hier uitvoering aan te geven is de samenwerking tussen sociaal en fysiek domein essentieel, daarom sluiten we hierop aan met dit kader. Het uitgangspunt is dat we altijd, in afstemming met team veiligheid, handelen bij (signalen van) onveiligheid. We brengen eerst de veiligheid terug alvorens we verder gaan met inzet gericht op andere aspecten.
4. Organisatie en Randvoorwaarden Uitvoering van het beleidskader Het beleidskader wordt vertaald naar een uitvoeringsprogramma waarin op activiteitenniveau wordt uitgewerkt wat we doen voor (en met/door) wie in welke periode. Daarbij maken we gebruik van de tredenstructuur zoals eerder weergegeven. De vervolgstappen zijn daarom tweeledig: 1.
2.
We brengen in kaart op welke manier we nu invulling geven aan de verschillende doelen. Zowel inhoudelijk als financieel. En daarbij maken we gebruik van de onderdelen zoals opgenomen in dit beleidskader, dus: a. Wat is de doelgroep/leeftijdsgroep? Bijv. De jongeren of de vitale ouderen. b. Wat zetten we in voor de verschillende doelen? Bijv. Opvoedhulp zodat gezinnen weer mee kunnen doen of Hulp bij het huishouden zodat ouderen thuis kunnen blijven wonen. c. In welke trede is dit georganiseerd? Bijv. Opvoedvoorlichting ten behoeve van de ondersteuning van de eigen kracht van ouders of een maatwerkvoorziening (zorg met indicatie) om ervoor te zorgen dat ouderen langer thuis kunnen wonen. d. Welke budgetten gaan hiermee gepaard? Dus: welke investering doen we als gemeente? We hanteren het beleidskader als hulpmiddel om te bepalen hoe we beleid evalueren, continueren, aanpassen of juist nieuw beleid maken, dus: a. Hoe scoren we nu op de verschillende doelen voor de verschillende doelgroepen/ leeftijdsgroepen? Dat kan ook gaan over een deel van de groep zoals geformuleerd in dit kader. Bijv. Het aantal kinderen dat met 4 jaar (niet) klaar is voor onderwijs of het aantal inwoners met dementie verschijnselen dat door inzet van ambulante ondersteuning thuis kan blijven wonen. b.
Welke doelen prioriteren we? Gebaseerd op de feiten en cijfers, maar ook ingevuld door lokale, politieke voorkeuren. Bijv. We zetten in op een rookvrije generatie in 2040. c. Welke inspanningen worden al gedaan? Met welke partijen? In welke trede van ondersteuning? Welke kosten zijn daarmee gemoeid? d. Wat kan beleid hierin betekenen: minder doen / meer doen / iets anders doen. Daarbij moet nadrukkelijk de afweging worden gemaakt wat: • Wat is de invloed die we hebben als (kleine) gemeente? Denk daarbij bijvoorbeeld ook aan de regionale samenwerking die maakt dat onze invloed beperkt(er) is. • Wat is de impact? Om hoeveel inwoners gaat het? Kunnen we deze duiden? Welke resultaten denken we te kunnen verwachten? • Welke partijen hebben we nodig om de beoogde resultaten te halen? Bijv. De inzet van welzijnswerk ter voorkoming van eenzaamheid onder ouderen.
Het beleidskader helpt ons dus om eerst de ‘Waarom?’ vraag goed te beantwoorden, alvorens we de ‘Wat?’ en de ‘Hoe?’ vraag gaan beantwoorden. Het beleidskader heeft een looptijd van 2025 tot 2030, waarbij het uitvoeringsprogramma in Q4 2025 gereed zal zijn. Daarnaast vinden de verordening maatschappelijke ondersteuning en de verordening jeugdhulp hun basis in dit beleidskader. In de komende tijd zullen naar verwachting aanpassingen in de verordeningen worden voorgesteld die bijdragen aan de uitvoering van de ambities in dit beleidskader.
Financiën Voor de uitvoering van het beleidskader zijn geen aanvullende financiële middelen nodig. Het uitgangspunt dat we hanteren is dat we zoveel als mogelijk ombuigen vanuit de huidige beschikbare middelen en we zijn scherp op de kosten. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt de omvang en de eventuele verschuiving van de kosten concreet. Op het moment dat het niet lukt binnen de huidige financiële middelen wordt de P&C cyclus gebruikt om een aanvraag in te dienen. Ook hiermee zullen we terughoudend omgaan en eerst bekijken of het met ombuigen, prioriteren en faseren lukt. Naast aanvragen voor middelen zullen we ook in de P&C cyclus voorstellen doen voor het ombuigen, prioriteren en faseren van middelen en tot slot verantwoording afleggen over het (financiële) resultaat van de inzet.
Monitoring Voor het beleidskader is gebruik gemaakt van openbare gangbare informatiebronnen, te weten het CBS, Waar staat je gemeente en de GGD monitors. Dat maakt het relatief ‘gemakkelijk’ om de voortgang van het beleid te meten. Daarnaast hebben we lokale en regionale dashboards die inzicht geven in de cijfers op het gebied van zorggebruik. We brengen de monitoring terug in een raadsmonitor. Het uitvoeringsprogramma wordt dusdanig concreet uitgewerkt dat de kosten op de treden inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Over de inzet wordt periodiek verantwoord in de P&C cyclus. Aan het eind van ieder jaar wordt een rapportage aangeboden aan het college en de gemeenteraad over de voortgang, te beginnen eind 2026.
Communicatie Communicatie is een belangrijk onderdeel van het succes van de visies, het beleidskader en de uitvoering. Daarom wordt hier nadrukkelijk een communicatieadviseur bij betrokken die een strategisch communicatieplan opstelt en zorgt voor de communicatie uitvoering. Daarbij gaat het over communicatie intern en extern. De communicatieactiviteiten worden gekoppeld aan het uitvoeringsprogramma en weergegeven in een jaarplan, zodat helder is wat er wanneer gebeurt.
Risico We gaan met het beleidskader écht transformeren. In de kaders is terug te lezen dat we daarin zoeken naar wegen om dingen mogelijk te maken. Hierbij kan het zijn dat we tegen grenzen van bijv. juridische mogelijkheden aanlopen. Een voorbeeld is het indicatievrije werken, of het mogelijk maken van diverse initiatieven op het gebied van wonen. Dit gaan we ervaren in de uitvoering en op het moment dat we daarin tegen grenzen aanlopen stellen we bij en zoeken we een aangepaste route naar mogelijkheden. Zo zullen we werkende weg leren hoe de transformatie vorm krijgt.