CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 9e wijziging GR BWB definitief

Raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over negende wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (Hamerstuk)6.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

9e WIJZIGING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING Belastingsamenwerking WestBrabant Tekstvande regeling Intitulé Instellingsbesluit van het dagelijks bestuurvan het Waterschap Brabantse Delta en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bergen opZoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Halderberge, Loon opZand, Moerdijk, Oosterhout,Roosendaal, Woensdrecht, Zundert en Rucphen houdende regels omtrent belastingsamenwerking West-Brabant) (Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Het dagelijks bestuuren de bovengenoemde colleges, overwegende; dat het gewenst is om hun samenwerking bij de heffing en invordering van waterschapsbelastingen en gemeentelijke belastingen, alsmede bij de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken vorm te geven opbasis van een gemeenschappelijke regeling; dat het dagelijks bestuurvan het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten van hun algemeen bestuur,respectievelijk raden van de gemeenten daartoe de vereiste toestemmingen hebben verkregen; dat het voornemen bestaat om per 1 maart 2010 de gemeenschappelijke regeling bestuurlijk opte richten, de organisatie vanaf dat moment verder in te richten en operationeel te maken en de taken m.i.v. 1-1-2012 daadwerkelijk gezamenlijk uit te gaan voeren; dat het om deze reden gewenst is om per 1 maart 2010 sluiten; gelet opde Wet gemeenschappelijke regelingen,

een gemeenschappelijke regeling te

hoofdstukV;

besluiten: de volgende gemeenschappelijke regeling te treffen: Hoofdstuk1 : Begripsbepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. wet: Wet gemeenschappelijke regelingen

(Wgr);

b .regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking c. BWB: het openbaar lichaam Belastingsamenwerking d. deelnemer: een aan de regeling deelnemende

West-Brabant;

West-Brabant;

gemeente en waterschap;

e. algemeen bestuur:het algemeen bestuurvan de BWB; f. dagelijks bestuur:het dagelijks bestuurvan de BWB;

g. voorzitter: de voorzittervan het algemeen en dagelijks bestuurvan de BWB; h. directeur: de doorhet dagelijks bestuurvan de BWB benoemde directeur; i. heffingsambtenaar: de doorhet dagelijks bestuuraangewezen ambtenaar van de BWB, als bedoeld in de Gemeentewet en de Waterschapswet, bevoegd tot het heffen van belastingen en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; j. invorderingsambtenaar: de doorhet dagelijks bestuuraangewezen ambtenaar van de BWB, als bedoeld in de Gemeentewet en de Waterschapswet, bevoegd tot invordering van belastingen; k. ambtenaar van de BWB: de doorhet dagelijks bestuuraangewezen ambtenaar van de BWB, als bedoeld in de Gemeentewet en de Waterschapswet, bevoegd tot de heffing of de invordering van belastingen en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; l. belastingdeurwaarder: de doorhet dagelijks bestuuraangewezen ambtenaar van de BWB als bedoeld in de Gemeentewet en de Waterschapswet, dan wel een als belastingdeurwaarder aangewezen gerechtsdeurwaarder, bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet; m. belastingen:

de in dit artikel onder n en o genoemde belastingen;

n. gemeentelijke belastingen: de belastingen die de gemeente heft opgrond van hoofdstuk XV van de Gemeentewet of krachtens specifieke wetten; o. waterschapsbelastingen: de belastingen die het waterschap heft opgrond van Hoofdstuk XVI en XVII van de Waterschapswet of krachtens specifieke wetten; p. belastingverordening: de verordening tot heffing en invordering van belastingen of rechten, vastgesteld doorhet algemeen bestuurvan het waterschap of de raden van de gemeenten; q. nadere regels: nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Gemeentewet, Waterschapswet, Wet waardering onroerende zaken en de belastingverordeningen; r. kwijtscheldingsregels: de doorhet algemeen bestuurvan het waterschap en de raden van de gemeenten vastgestelde regels als bedoeld in respectievelijk artikel 144 van de Waterschapswet en artikel 255van de Gemeentewet; Hoofdstuk2: Het OpenbaarLichaam Artikel2 OpenbaarlichaamBWB 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd “Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant ” hierna te noemen BWB. 2. Aan deze regeling kunnen

alleen openbare lichamen deelnemen.

3. De BWB is gevestigd te Etten-Leur.

4.Het gebied waarvoordeze regeling geldt omvat het grondgebied van de deelnemers. Artikel3 Bestuur Het bestuurvan de BWB bestaat uit: 1. het algemeen bestuur; 2. het dagelijks bestuur; 3. de voorzitter. Hoofdstuk3: Belangenen bevoegdheden Artikel4 Te behartigenbelangen In het kader van deze gemeenschappelijke regeling worden de belangen van de deelnemers, elk voorzover het hun grondgebied betreft, behartigd ophet gebied van raden: a. de heffing en invordering van belastingen; b. de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; c. de uitvoering van de Basisadministratie Adressen en Gebouwen, voorzover deze in de besluiten tot deelname aan de regeling niet uitdrukkelijkzijn uitgesloten van de taakoverdracht aan de BWB. Artikel5 Overdrachtbevoegdheden en uitvoeringsconvenant 1. Aan het bestuurvan de BWB worden alle bestuursbevoegdheden overgedragen die samenhangen met de in artikel 4 genoemde taakgebieden, met uitzondering van de verordenende bevoegdheden. 2. Ter uitvoering van de in artikel 4 overgedragen taken en de in het eerste lid overgedragen bestuursbevoegdheden worden uitvoeringsconvenanten aangegaan met de ambtelijke organisatie van de BWB, in deze vertegenwoordigd doorde directeur, en de deelnemer, in deze vertegenwoordigd doorde secretaris.

Het uitvoeringsconvenant bevat tenminste afspraken over de verplichtingen van de BWB en de deelnemer in relatie tot de taakoverdracht, de contactmomenten ambtelijke organisaties, verantwoordelijkheden P&C cyclus, de informatie-uitwisseling over de heffing en inning en de financiële geldstromen. Hoofdstuk4: Algemeenbestuur Artikel6 Omvangen samenstelling algemeenbestuur 1. Aan het hoofdvan de BWB staat een algemeen bestuur,bestaande uit zoveel leden als er deelnemers zijn, waaronder de voorzitter. 2. Het dagelijks bestuurvan het waterschap en elk van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten wijst uit zijn midden één lid aan.

3. Voorelk aangewezen lid wijzen het dagelijks bestuurvan het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten uit hun midden een plaatsvervanger aan die dat lid bij verhindering vervangt. 4. Van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuurgeven het dagelijks bestuurvan het waterschap of de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die het aangaan terstond kennis aan de voorzittervan de BWB. Artikel7 Onverenigbare betrekking 1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuuris onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, aangesteld bij de BWB. 2. Met ambtenaar als bedoeld in het eerste lid worden voorde toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die in dienst van de BWB werkzaam zijn oparbeidsovereenkomst naar burgerlijkrecht. Artikel8 Beëindiginglidmaatschap algemeenbestuur 1.Het lidmaatschap van het algemeen bestuureindigt opde dag waarop de zittingsperiode van het dagelijks bestuurvan het Waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat het lid van het algemeen bestuurheeft aangewezen eindigt. 2.In de situatie van het eerste lid blijft het lid van het algemeen bestuurzijn functie bekleden tot conform artikel 6 een nieuw lid is aangewezen. 3.

Zodra een lid geen deel meer uitmaakt van het dagelijks bestuurvan het waterschap of het college van burgemeester en wethouders dat het lid heeft aangewezen, eindigt ookhet lidmaatschap van het algemeen bestuur,en wordt doorhet dagelijks bestuurvan het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente binnen 8 weken een nieuw lid aangewezen. 4. Een lid van het algemeen bestuurkan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt zijn ontslag mede aan de deelnemer die hem/haar heeft aangewezen en aan de voorzittervan het algemeen bestuur.Het lid houdtzitting in het algemeen bestuurtotdat in de opvolging is voorzien. 5.Indien tussentijds de plaats van een lid van het algemeen bestuurbeschikbaar komt, wijst het dagelijks bestuurvan het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat het aangaat zo spoedig mogelijk een nieuw lid van het algemeen bestuuraan. Artikel9 Vergaderingenvanalgemeenbestuur 1. Het algemeen bestuurvergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voortszo vaak als de voorzitterof het dagelijks bestuurdit nodig oordeelt of tenminste twee leden dit onder opgaaf van redenen schriftelijk aan de voorzitterverzoeken. 2. De vergaderingen

van het algemeen bestuurzijn openbaar.

3. De deuren kunnen worden gesloten wanneer tenminste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitterhet nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd. 4. Met betrekking tot het opleggen van geheimhouding is artikel 62 jo. artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing. 5. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen in een vergadering waarin meer dan de helft van het aantal leden van het algemeen bestuuraanwezig is, tenzij in de wet of deze regeling uitdrukkelijkanders is bepaald. Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem. 6.Indien de stemmen staken wordt het besluitpuntin een volgende vergadering opnieuw in stemming gebracht. Staken ookdan de stemmen, dan heeft de voorzittervan het algemeen bestuurde beslissende stem, tenzij artikel 62 jo. artikel 22 van de wet, juncto artikel 31 van de Gemeentewet van toepassing is. Artikel 10 Reglementvanorde Het algemeen bestuurstelt voorzijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van de deelnemers.

Artikel 11 Informatieplicht 1.Het algemeen bestuurgeeft aan het dagelijks bestuurvan het waterschap, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en de gemeenteraden gevraagd dan wel ongevraagd alle inlichtingen die vooreen juiste beoordeling van het doorhet algemeen bestuurgevoerde en te voeren beleid nodig zijn, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang.2.Het reglement van orde voorhet algemeen bestuurregelt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 3.Een lid van het algemeen bestuurgeeft aan het dagelijks bestuuren algemeen bestuur van het waterschap, de gemeenteraden en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die doordat dagelijks bestuur of college, of een of meer leden daarvan, worden verlangd. Artikel 12 Bestuur,kaderstelling en controle. Het algemeen bestuuris belast met het algemeen bestuurvan de BWB, waaronder kaderstelling en controle van het dagelijks bestuur. Artikel 13 Bevoegdheden algemeenbestuur Tot de bevoegdheden, van het algemeen bestuurbehoren, onverminderd artikel 66 lid 1 van de wet, onder meer: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het vaststellen van de bijdragen van de deelnemers in de BWB;

het bepaalde in

d. de benoeming, schorsing en het ontslag van de leden van het dagelijks bestuuren de voorzitter; e. het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperatiesen onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voorde behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluitwordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuurvan het waterschap een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuurte brengen. Hoofdstuk5: Dagelijksbestuur Artikel14 Samenstellingen verkiezing 1. Het dagelijks bestuurbestaat uit vier leden, waaronder een voorzitter. 2. De samenstelling van het dagelijks bestuuris als volgt: a. eén lid namens het waterschap; b. één lid namens de gemeenten M00.000 inwoners: c. één lid namens de gemeenten ^0.000 en ^00.000 inwoners; d. één lid namens de gemeenten ^0.000 inwoners. 3. De voorzitteren de overige leden van het dagelijks bestuurworden dooren uit het midden van het algemeen bestuurgekozen. 4. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuureindigt, zodra men ophoudtlid te zijn van het algemeen bestuur. 5.

Een lid van het dagelijks bestuur,waaronder de voorzitter, kan doorhet algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuurniet meer bezit. Een dergelijk besluitkan alleen worden genomen met een meerderheid van tenminste tweederde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen. 6. Een lid van het dagelijks bestuurkan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet hiervan mededeling aan het algemeen bestuur.Een lid dat ontslag heeft genomen blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien. 7.Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuurbeschikbaar komt, kiest het algemeen bestuurzo spoedig mogelijk een nieuw lid van het dagelijks bestuur. 8.Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuurgepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur,dan wordt het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuuruitgesteld totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuuris bezet. Artikel 15 Vergaderingenvanhet dagelijksbestuur 1.Het dagelijks bestuurvergadert tenminste vier keer per jaar en voortszo dikwijls als de voorzitterdit nodig oordeelt of een lid daarom verzoekt. 2.In de vergaderingen van het dagelijks bestuurkan slechts worden beraadslaagd en besloten indien tenminste drie leden aanwezig zijn.

3.Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, belegt de voorzittereen nieuwe vergadering. 4.De leden van het dagelijks bestuurhebben ieder één stem. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. 5.Indien de stemmen staken wordt het besluitpuntin een volgende vergadering opnieuw in stemming gebracht. Staken ookdan de stemmen, dan heeft de voorzittervan het dagelijks bestuurde beslissende stem. 6. De vergaderingen van het dagelijks bestuurzijn niet openbaar, voorzover het dagelijks bestuurniet anders heeft bepaald. 7. Het dagelijks bestuurstelt een reglement van orde voorzijn vergaderingen reglement wordt ter kennis gebracht van het algemeen bestuur.

vast. Dit

Artikel 16Algemenetakenvanhet dagelijksbestuur 1. Het dagelijks bestuuris belast met de dagelijkse aangelegenheden van de BWB, tenzij de voorzitterbij of krachtens de wet of krachtens deze regeling daarmee is belast. 2. Het dagelijks bestuuris belast met de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuurter overweging en besluitvorming moet worden gebracht. 3. Het dagelijks bestuuris belast met de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur,tenzij de voorzitterdaarmee krachtens deze regeling is belast. Artikel 17 Specifieke takenvanhet dagelijksbestuur Het dagelijks bestuuris in ieder geval belast met: a. de organisatorische inrichting en de bedrijfsvoering van de BWB en de personele aangelegenheden; b. het beheer van de inkomsten, uitgaven en het vermogen van de BWB; c. de zorg, voorzover niet aan anderen en de boekhouding;

opgedragen, voorde controle ophet geldelijk beheer

d. het houden van toezicht opde uitoefening van de bevoegdheden doorde heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de BWB en de belastingdeurwaarder; e. de behartiging van de belangen van de BWB bij andere overheden, instellingen, of personen, waarmee contact voorde BWB van belang is; f. het beheer van een register met de belastingverordeningen de BWB voorde deelnemers uitvoert.

diensten

en de kwijtscheldingsregels die

Artikel 18Bevoegdheden vanhet dagelijksbestuur Tot de bevoegdheden van het dagelijks bestuurbehoren, onverminderd artikel 66 lid 1 van de wet, onder meer:

het bepaalde in

a. het nemen

van conservatoire maatregelen;

b. het voeren van rechtsgedingen en het instellen van beroep,behoudens de in de Gemeentewet en Waterschapswet in combinatie met de Algemene wet inzake rijksbelastingen en/of de Invorderingswet 1990 rechtstreeks aan de heffingsambtenaar invorderingsambtenaar geattribueerde bevoegdheden;

of

c. benoeming, schorsing en ontslag van het personeel van de BWB, met uitzondering van de directeur; d. het regelen van de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de directeur en het personeel met inachtneming van het bepaalde in artikel 29 lid 2 van deze regeling; e. uitoefening van de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de Minister van Financiën, het bestuurvan ’s Rijksbelastingdienst en de directeur, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuurvan de deelnemers; f. de aanwijzing van een of meer ambtenaren invorderingsambtenaar;

van de BWB als heffingsambtenaar

en als

g. de aanwijzing van een of meer ambtenaren belastingdeurwaarder;

van de BWB of een gerechtsdeurwaarder als

h. het aanwijzen van een of meer ambtenaren bedoeld in artikel 1 onder k;

van de BWB als ambtenaar van de BWB als

i. het vaststellen van instructies en beleidsregels voorde heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de BWB en de belastingdeurwaarder voorde uitoefening van hun bevoegdheden; j. het stellen van beleidsregels en nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering van de belastingen; k. het besluiten tot het aanbesteden

van leveringen

en diensten;

l. het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen binnen de vastgestelde begroting;

van de BWB, voorzover passend

m. het doen van aangifte van strafbare feiten, waarvan het kennis

heeft genomen.

n. deel n emers inspraak te verlen en in overee nst emming met artikel 10, zevend e en achtste lid, van de Wet gemee nschappelijke regeling en. o. deel n emers in de gele genh eid te stelle n om ee n ziensw ijze te geven. Voorafgaand aan het n emen van het besluit waarover de ziensw ijze gegeven is, stelt het dag elijks bestuurde vertegenwoordigend e organ en en het algemee n bestuurschriftelijk en gemotivee rd in kenn is van het oordeel over de ziensw ijze alsmede van de eventu ele conc lusies die het daaraan verbindt.

Artikel 19 Informatieaanalgemeenbestuur 1. Het dagelijks bestuuren elk van zijn leden verstrekken aan het algemeen bestuur gevraagd en ongevraagd inlichtingen. 2. Het dagelijks bestuuren elk van zijn leden leggen opverzoek van het algemeen bestuur verantwoording af over het doorhet dagelijks bestuurgevoerde bestuur. Artikel20Verslagvanwerkzaamheden 1. Het dagelijks bestuurbiedt het algemeen bestuurjaarlijks vóór1 juni ter vaststelling aan een verslag van de werkzaamheden van de BWB over het afgelopen jaar. 2. Het dagelijks bestuurzendt het verslag binnen 14 dagen na vaststelling aan het dagelijks bestuurvan het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

Hoofdstuk6: De voorzitter Artikel21 Aanwijzing voorzitter 1. De aanwijzing van de voorzitterals bedoeld in artikel 14 lid 3 dient plaats te vinden met een meerderheid van tenminste tweederde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen. 2. De voorzittervan het algemeen bestuuris tevens voorzittervan het dagelijks bestuur. 3. Het algemeen bestuurwijst uit de in artikel 14 lid 1 bedoelde leden van het dagelijks bestuureen plaatsvervangend voorzitteraan, die de voorzitterbij afwezigheid vervangt. Artikel22Takenen bevoegdheden vande voorzitter 1. De voorzitteris belast met de leiding van de vergaderingen dagelijks bestuur.

van het algemeen en het

2. De voorzittertekent de stukken die van het algemeen bestuuren het dagelijks bestuur uitgaan.. 3. De voorzittervertegenwoordigt de BWB in en buiten rechte, behoudens de in de Gemeentewet en Waterschapswet aan de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar toegekende bevoegdheden. Hij kan deze vertegenwoordiging met instemming van het dagelijks bestuuraan een doorhem aan te wijzen gemachtigde opdragen. 4.Indien de voorzitterbehoorttot het bestuurvan een deelnemer die partij is bij een geding waarbij de BWB is betrokken oefent de plaatsvervangend voorzittermet betrekking tot dat geding de in lid 3 genoemde bevoegdheid uit. 5.Indien ookde deelnemer van welk bestuurde plaatsvervangend voorzitterdeel uitmaakt bij het in lid 4 bedoelde geding betrokken is, wordt een ander lid van het dagelijks bestuur gemachtigd om de BWB met betrekking tot dat geding te vertegenwoordigen.

Hoofdstuk7: De directeur Artikel23 1. De directeur handelt in overeenstemming instructie.

met de doorhet algemeen bestuurvastgestelde

2. De directeur staat het algemeen bestuur,het dagelijks bestuuren de voorzitterbij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is bij de vergaderingen van het algemeen bestuuren het dagelijks bestuuraanwezig en heeft geen stemrecht. 3. Alle stukken die van het algemeen bestuuren het dagelijks bestuuruitgaan worden door de directeur mede ondertekend. 4. Het dagelijks bestuurregelt de vervanging

van de directeur.

Hoofdstuk8: De heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar vande BWB en de belastingdeurwaarder Artikel24 De BWB heeft een of meer heffingsambtenaren, de BWB en belastingdeurwaarders.

invorderingsambtenaren,

ambtenaren

van

Artikel25 Bevoegdheden heffingsambtenaar 1. De heffingsambtenaar is bevoegd tot heffing van de belastingen waarvoordoorhet algemeen bestuurvan het waterschap of de raden van de gemeenten een belastingverordening is vastgesteld en waarvan de heffing doorhet dagelijkse bestuurvan het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten is opgedragen aan de BWB. 2. De heffingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Algemene wet bestuursrecht,de Wet waardering onroerende zaken en de toepasselijke toekomstigewetgeving zijn toegekend aan de inspecteur, respectievelijk ambtenaar belast met de heffing van de deelnemers. 3. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in de leden 1 en 2 neemt de heffingsambtenaar de nadere regels van het dagelijks bestuurin acht en houdthij rekening met de beleidsregels die het dagelijks bestuurheeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Artikel26Bevoegdheden invorderingsambtenaar 1. De invorderingsambtenaar is bevoegd tot invordering van alle belastingen die doorde heffingsambtenaar opgrond van artikel 25 lid 1 van deze regeling worden geheven. 2.

De invorderingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet milieubeheer, de

Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Algemene wet bestuursrechten de toepasselijke toekomstigewetgeving zijn toegekend aan de ontvanger, respectievelijk ambtenaar belast met de invordering van de deelnemers. 3. De invorderingsambtenaar beslist niet tot het voeren van een executieprocedurein eerste aanleg en tot hoger beroepdan nadat hij het dagelijks bestuurvan zijn voornemen opde hoogteheeft gesteld. 4. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in de leden 1 en 2 neemt de invorderingsambtenaar de kwijtscheldingsregels van de desbetreffende deelnemer en de nadere regels van het dagelijks bestuurin acht, alsmede houdthij rekening met de beleidsregels van het dagelijks bestuurter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. 5. De invorderingsambtenaar is bevoegd het dagelijks bestuurgemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluitals bedoeld in artikel 18 onder 1 van de regeling. Artikel27 Bevoegdheden ambtenaar vande BWB 1.

De ambtenaar van de BWB oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet milieubeheer, Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Algemene wet bestuursrecht,de Wet waardering onroerende zaken en de toepasselijke toekomstigewetgeving zijn toegekend aan de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, respectievelijk ambtenaar belast met de heffing of invordering van de deelnemers als bedoeld in artikel 231, lid 2, subd van de Gemeentewet en artikel 123, lid 3, subd van de Waterschapswet. 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in lid 1 neemt de ambtenaar van de BWB de nadere regels van het dagelijks bestuurin acht, alsmede houdthij rekening met de beleidsregels van het dagelijks bestuurter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Artikel28Bevoegdheden belastingdeurwaarder 1. De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet milieubeheer, de Algemene wet bestuursrechten de toepasselijke toekomstigewetgeving zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder. 2.

Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in lid 1 neemt de belastingdeurwaarder de nadere regels van het dagelijks bestuurin acht en houdthij rekening met de beleidsregels die het dagelijks bestuurheeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Hoofdstuk9: Ambtelijkeorganisatie Artikel29 1. De BWB heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur. 2. Het algemeen bestuurbepaalt welke sectorale arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing is ophet personeel van de BWB.

3. De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen doorhet algemeen bestuur. 4. De overige ambtenaren, alsmede het personeel werkzaam oparbeidsovereenkomst naar burgerlijkrecht, worden benoemd, geschorst en ontslagen doorhet dagelijks bestuur. 5. Het dagelijks bestuurstelt de bezoldiging vast van de directeur en het overige personeel. 6. De BWB heeft ten behoeve van de medezeggenschap van de werknemers een ondernemingsraad opbasis van de Wet opde ondernemingsraden. Hoofdstuk10: Begroting, rekening,administratieen controle begroting Artikel30Vaststellen 1. ’Het algemeen bestuurstelt jaarlijks voorafgaande aan het jaar waarvoordeze geldt de begroting vast. 2. ’Het dagelijks bestuurzendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordatzij aan het algemeen bestuurwordt aangeboden toe aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuurvan het waterschap 3. Het algemeen bestuurvan het waterschap en de raden van de gemeenten de ontwerpbegroting hun zienswijze inbrengen bij het dagelijks bestuur.

kunnen

omtrent

4. De ontwerpbegroting wordt doorde zorg van ieder der deelnemers voor eenieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid van de Gemeentewet en artikel 100, tweede en derde lid van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing. 5. Het dagelijks bestuurlegt de ingekomen zienswijzen met zijn schriftelijke en gemotiveerde advies hierover samen met de ontwerpbegroting ter besluitvorming vooraan het algemeen bestuur. 6. Nadat de begroting is vastgesteld zendt het dagelijks bestuurde begroting aan het algemeen bestuurvan het waterschap en de raden van de gemeenten. 7. Het dagelijks bestuurzendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval voor15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoorde begroting dient, aan het college van gedeputeerde staten. 8. Het bepaalde in het tweede tot en met het zevende lid is voorzover mogelijk ookvan toepassing opbesluiten tot wijziging van de begroting. 9. Het bepaalde in lid acht is niet van toepassing opbesluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de omvang van het totaalbedrag, de som van de bijdragen van de deelnemers, geen wijziging wordt gebracht.

Indien de vorige volzin van toepassing is, wordt de wijziging van de begroting na de vaststelling doorhet algemeen bestuurter kennisname aan het algemeen bestuurvan het waterschap, de raden van de gemeenten en gedeputeerde staten gebracht. 10. Het algemeen bestuurkan indien de omvang van het totaalbedrag als bedoeld in lid 9 niet wijzigt, in afwijking van lid 9, besluiten dat lid 8 wordt toegepast als sprake is van een

aanzienlijke wijziging van een bijdrage vooreen deelnemer en deze deelnemer verzoekt om toepassing van de zienswijze procedureals bedoeld in lid 8. Artikel31 Bijdragedeelnemers 1. De doorelke deelnemer voorhet jaar waarop de begroting betrekking heeft verschuldigde bijdrage wordt in de begroting aangegeven. 2. De berekeningswijze van de bijdrage van de deelnemers wordt doorhet algemeen bestuur vastgesteld met een versterkte meerderheid van tenminste tweederde van het maximaal aantal in dit bestuuruit te brengen stemmen. 3. De deelnemers betalen bij wijze van voorschotjaarlijks vóór16 januari, vóór16 april, vóór 16 juli en vóór16 oktobertelkens een kwart van de in het eerste lid bedoelde bijdrage. 4. De deelnemers dragen er zorg voordat de BWB te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 5. De deelnemers staan gezamenlijk garant voorde juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de doorde BWB af te sluiten langlopende leningen, kasgeldleningen en in rekening courant opte nemen gelden, naar verhouding van de in lid 1 bedoelde bijdrage op 1 januari van het jaar waarin de rente en aflossing is verschuldigd.

Artikel32Jaarrekening 1. Van de inkomsten en uitgaven van de BWB over het afgelopen jaar wordt doorhet dagelijks bestuurverantwoording afgelegd aan het algemeen bestuuronder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden. 2. Het dagelijks bestuurzendt vóór15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoorde begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuurvan het waterschap. Het dagelijks bestuurvoegt bij de jaarrekening een accountantsverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant. 3. Het algemeen bestuuronderzoekt de jaarrekening vast.

over het afgelopen jaar en stelt haar

4. Het dagelijks bestuurzendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór15 juli van het jaar volgende ophet jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten. 5. Van de vaststelling van de jaarrekening doet het dagelijks bestuurmededeling aan het algemeen bestuurvan het waterschap en de raden van de gemeenten. 6. De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuurtot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ten aanzien van het daarin verwoorde financieel beheer.

Artikel33Definitievebijdrage 1.In de jaarrekening wordt de doorelk van de deelnemers over het betreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage, berekend opbasis van de in artikel 31, lid 2, bedoelde berekeningswijze, opgenomen. 2.Verrekening van het verschil tussen het opgrond van 31 lid 1 bepaalde bedrag en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats terstond na de in artikel 32 lid 5 bedoelde mededeling. Artikel34 Regelsm.b.t. administratie 1. Het algemeen bestuurstelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van vermogenswaarden. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, doelmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 2. De BWB houdtde administratie van de opgelegde aanslagen en de ingevorderde belastingen gescheiden van de administratie voorde bedrijfsvoering van de BWB. 3. De ingevorderde belastingen worden beheerd opeen uitsluitend daartoe bestemde rekening. 4. Het is de BWB niet toegestaan te ontvangen de bijdragen van de deelnemers.

of ontvangen

belastingen te verrekenen

met

5.Ingevorderde belastingen worden periodiek overgemaakt naar de rekening van de betreffende deelnemer. Het algemeen bestuurbepaalt de duurvan de periode. 6. Het dagelijks bestuurzendt periodiek aan het dagelijks bestuurvan het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten een overzicht van de te heffen, geheven, in te vorderen en ingevorderde belastingen. Het algemeen bestuurbepaalt de duurvan de periode. 7. De BWB verstrekt aan de deelnemers de informatie die deze opvragen om hun beleid te kunnen vormen ten aanzien van de in artikel 4 bedoelde onderwerpen. Artikel35 Controleregels 1. Het algemeen bestuurstelt regels vast met betrekking tot de controle opde administratie en ophet beheer van de vermogenswaarden. De regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst. 2. De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien onder meer in de aanwijzing van een registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393van het Burgerlijk Wetboek belast met het onderzoek van de jaarrekening alsmede het ter zake uitbrengen van een verslag, dat behalve de verklaring bij de rekening bevindingen beat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan de eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. Hoofdstuk11: Toetredingen uittreding Artikel36Toetreding

1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dat wenst toe te treden, dient het verzoek tot toetreding, met inbegrip van de verkregen toestemming van de gemeenteraad, in bij het dagelijks bestuur. 2. Het dagelijks bestuurlegt het verzoek tot toetreding ter advisering vooraan het algemeen bestuur. 3. Vervolgens zendt het dagelijks bestuurhet verzoek tot toetreding met het advies van het algemeen bestuurtoe aan de dagelijkse besturen van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit omtrent de verzochte toetreding. Van hun besluitstellen de deelnemers het algemeen bestuurschriftelijk in kennis. 4. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente treedt toe tot de regeling, indien tenminste tweederde van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling, na verkregen toestemming van hun gemeenteraden dan wel het algemeen bestuurvan het waterschap, hebben ingestemd met de verzochte toetreding. 5. Aan de toetreding kunnen

doorhet algemeen bestuurvoorwaarden worden verbonden.

6. De toetreding gaat in opde eerste dag van het jaar volgende ophet jaar waarin de in lid 4 vermelde instemming tot de toetreding is verleend, met dien verstande, dat tussen de toetreding en de in lid 4 bedoelde instemming een periode van tenminste 6 maanden is gelegen. 7. Het toegetreden college van burgemeester en wethouders van een gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige aanwijzingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van deze regeling. Artikel37 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. 2. Gedurende drie jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling uit te treden. 3. Vooruittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van tenminste genomen.

één jaar in acht

4. Uittreding uit de regeling vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar. 5. Een deelnemer die uit de regeling wenst te treden stuurt, na verkregen toestemming van het algemeen bestuurvan het waterschap respectievelijk de gemeenteraad, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekend schrijven aan het dagelijks bestuur. 6. Het dagelijks bestuurmaakt dit voornemen tot uittreding onmiddellijk bekend bij het algemeen bestuuren de dagelijkse besturen van de deelnemers. 7.Indien een deelnemer overeenkomstig het bepaalde in lid 5 van dit artikel zijn voornemen tot uittreding kenbaar heeft gemaakt, stelt het algemeen bestuurvoorde datum van uittreding het schadebedrag vast.

8.Het schadebedrag wordt gesteld opdriemaal de jaarbijdrage. 9. De uittredende deelnemer is gehouden het vastgestelde schadebedrag binnen na de uittredingsdatum te voldoen aan de BWB.

6 maanden

10. Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing indien de uittreding van een deelnemer betrekking heeft opeen of meer van de deeltaken WOZ, heffen, innen en of BAG. 11. Bij het uittreden van een deelnemer vooreen of meer deeltaken, kan het college van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuurvan de BWB besluiten dat de BWB de bevoegdheid blijft behouden voorhet uitvoeren van een of meer deeltaken opbasis van de tot de uittredingsdatum geldende verordeningen van de uittredende deelnemer. Hoofdstuk12: Wijziging en opheffing, evaluatie Artikel38Wijziging vande regeling,evaluatie 1. De regeling kan doorde deelnemers worden gewijzigd opvoorstelvan het algemeen bestuur.Het dagelijks bestuurvan de BWB, maar ookhet dagelijks bestuurvan het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten kunnen het algemeen bestuuroproepenom een wijzigingsvoorstel vast te stellen. Het algemeen bestuur kan vervolgens bepalen dat het dagelijks bestuurde deelnemers eerst om hun schriftelijke en gemotiveerde zienswijze over een beoogdewijziging vraagt, voordatde deelnemers besluiten over het voorsteltot wijziging. 2. Het dagelijks bestuurzendt de deelnemers het voorsteltot wijziging en het advies van het algemeen bestuurdaarover toe en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit over de voorgestelde wijziging.

Van hun besluitstellen de deelnemers het dagelijks bestuur schriftelijk in kennis. 3. Het dagelijks bestuurvan het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van het algemeen bestuurvan het waterschap dan wel de raden van de gemeenten. 4. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer tweederde van de deelnemers opde wijze als vermeld in lid 2 zich daarvoor heeft verklaard. 5.In afwijking van de vorige leden van dit artikel kan een wijziging of intrekking van artikel 31 lid 2 en van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluitvan alle deelnemers aan de regeling. 6. De werkwijze en het functioneren van de BWB worden vierjaarlijks geëvalueerd. Op voorstelvan het algemeen bestuurkan tussentijds tot een evaluatie worden overgegaan. Artikel39Opheffing en liquidatie 1. De regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluitvan ten minste tweederde van de deelnemers. 2. Artikel 38is van zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

3.Ingeval een besluittot opheffing volgens het eerste lid is genomen, besluithet algemeen bestuurtot liquidatie en stelt het, gehoord de deelnemers, een liquidatieplan vast. 4. Het liquidatieplan voorzietin de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing, in de vereffening van de aanwezige middelen, en in de regeling van de personele gevolgen. 5. Het dagelijks bestuuris belast met de uitvoering van het liquidatieplan. 6. Zo nodig blijven het dagelijks bestuuren de overige organen ookna het tijdstip van opheffing in functie totdat het liquidatieplan is uitgevoerd. Hoofdstuk13: Overigebepalingen Artikel40 Archief 1. Het dagelijks bestuurdraagt zorg voorde archiefbescheiden van de BWB overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften. 2. De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden. 3. Voorde bewaring van de opgrond van de Archiefwet 1995 over te brengen bescheiden wijst het dagelijks bestuureen Bewaarplaats aan.

Artikel41 Geschillen 1.Indien er een geschil is ontstaan tussen de deelnemers onderling of tussen een of meer deelnemers en het bestuurvan de BWB omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van deze regeling, wordt het geschil, voorafgaande aan het nemen van een besluitdaarover doorhet algemeen bestuur,ter advisering voorgelegd aan een doorhet algemeen bestuur samengestelde geschillencommissie of aangewezen mediator. Nadat advies is uitgebracht neemt het algemeen bestuurzo spoedig mogelijk een besluit. 2.Indien het geschil overeenkomstig het eerste lid niet is opgelost,wordt hierover doorhet college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant beslist. 3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien het gevallen betreft behorende tot die vermeld in artikel 112 lid 1 van de Grondwet of tot die waarvan beslissing krachtens artikel 112 lid 2 van de Grondwet is opgedragen aan hetzij de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. Artikel42 Participatie 1. Belanghebbenden kunnen via de reguliere proceduresbij de colleges en de raden van de deelnemers en het algemeen bestuurvan het waterschap betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2.

In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuurbesluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen.

3. Het tweede lid vindt ooktoepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden en het algemeen bestuurvan het waterschap gezamenlijk, het dagelijks bestuurhierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuurinformeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak vooringezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven. [,..]” Artikel43 Vervallen Hoofdstuk14: Slotbepalingen Artikel44 RegelingKlachtbehandeling Het algemeen bestuurstelt in overeenstemming met de Algemene wet bestuursrechten Titel 2, hoofdstukIV c van de gemeentewet een regeling klachtbehandeling vast, waarbij een ieder het recht heeft een ombudsman of ombudscommissieschriftelijk te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen. Artikel45 Inwerkingtreding 1. De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag volgende opdie waarop het dagelijks bestuurvan het Waterschap Brabantse Delta en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bergen opZoom, Breda, Etten-Leur, Oosterhouten Roosendaal hun besluittot het aangaan van de regeling gezamenlijk hebben bekend gemaakt. 2.

De bevoegdheden van het dagelijks bestuur,de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de BB en de belastingdeurwaarder hebben betrekking opde bevoegdheden met betrekking tot belastbare feiten die zich voordoen vanaf het belastingjaar 2012. 3. Ten aanzien van belastbare feiten, die betrekking hebben opde belastingjaren vóór2012, kunnen het dagelijks bestuuren de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers bij afzonderlijke besluiten de bevoegdheden tot heffing en invordering aan het dagelijks bestuur,de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de BWB en de belastingdeurwaarder van de BWB opdragen. Artikel46 Eersteaanwijzingbestuursleden Binnen één maand na het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling wijzen de dagelijkse besturen en colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers opgrond van artikel 6 de leden en plaatsvervangend leden van het algemeen bestuuraan. Artikel47 Duur vande regeling De regeling wordt aangegaan

vooronbepaalde duur.

Artikel48 Inzending regeling Het dagelijks bestuurvan het waterschap Brabantse Delta wordt belast met de inzending van deze regeling aan gedeputeerde staten van Noord-Brabant. Artikel49 Naamvande regeling De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant ”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=0121a8c2-18d6-40d2-8a91-c25a5a0b3432