Bijlage 1. Zienswijzenverslag participatiebeleid
Tekst van het document
Nota participatiebeleid 2026 Ontwerp d.d. 05-02-2026 Eindverslag inspraakprocedure Zaaknummer ZK25.00928
Inleiding De gemeente Loon op Zand werkt aan een nieuw participatiebeleid en een participatieverordening. Het beleid legt vast hoe inwoners, ondernemers en organisaties worden betrokken bij plannen en besluiten van de gemeente en hoe zij zelf vanuit inwonersinitiatieven kunnen samenwerken met de gemeente. Ook staat erin hoe de gemeente omgaat met het uitdaagrecht. Aanleiding is de wijziging van artikel 150 van de Gemeentewet, die sinds 1 januari 2025 van kracht is. Vanuit de Wet ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ zijn gemeenten verplicht om de participatieverordening vóór 1 januari 2027 vast te stellen. Met de nieuwe verordening vervalt de huidige inspraakverordening. Op 24 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders het concept nota participatiebeleid 2026 vastgesteld, met bepaling dat het document wordt gepubliceerd en ter inzage wordt gelegd voor het indienen van zienswijzen. Procedure • Het concept participatiebeleid heeft ter inzage gelegen van 18 februari tot en met 31 maart 2026. • De publicatie in het Gemeenteblad heeft plaatsgevonden op 17 februari. • Fysieke exemplaren van het concept participatiebeleid konden worden opgehaald aan de receptie van het gemeentehuis in Kaatsheuvel. • In de Duinkoerier is een bericht plaatst op 18 februari.
• Op website van de gemeente is door middel van een nieuwsbericht aandacht gevraagd voor de ter inzage legging. • Op de participatiewebpagina https://www.loonopzand.nl/home/participatie is het concept participatiebeleid en de ter inzage legging gecommuniceerd. • Er is e-mail met ter kennis name van de ter inzage legging en tevens uitnodiging tot indienen zienswijze verstuurd naar alle inwoners en partijen (130 personen) die eerder participeerden in dit traject of aan hebben gegeven te willen participeren over het participatiebeleid. • Aan de Kinderraad is een enquête voorgelegd. De resultaten daarvan worden eveneens aangemerkt als zienswijzen. Ontvangen zienswijzen Uiteindelijk zijn zienswijzen ontvangen van de volgende partijen: NAAM DATUM ONTVANGST 1 J.M. Mulders 25 februari 2 F.P. Dansen 3 maart 3 A.M. Lawera 21 maart 4 Adviesraad sociaal domein 24 maart 5 Kinderraad 25 maart 6 L.D. van Lith 31 maart 7 L.D. van Lith 31 maart 8 L.D. van Lith 31 maart De betreffende zienswijzen zijn ontvangen binnen de daarvoor gestelde termijn.
Verslag zienswijzen participatiebeleid 1
Inhoud zienswijzen In de onderstaande tabel worden de ontvangen zienswijzen weergegeven, per thema. Daarnaast staat de reactie van de gemeente. Daarnaast wordt het resultaat van de betreffende zienswijze vermeld.
1
2
3
4
ZIENSWIJZE Ondanks aanzienlijke inspanningen is het mij niet gelukt de ontwerpnota digitaal te vinden. Telefonische navraag bij de gemeente leidde evenmin tot een directe vindplaats; ook intern bleek men niet direct te kunnen achterhalen waar het document te vinden was. Ik verzoek het college dan ook expliciet te waarborgen dat (ontwerp)documenten: • rechtstreeks en duidelijk vindbaar zijn; • zonder zoekinspanning toegankelijk zijn en • voorzien zijn van een directe downloadmogelijkheid. Helaas is er geen sprake geweest van coproductie of gezamenlijke beleidsvorming bij de totstandkoming van de nota zelf. Juist bij het vaststellen van de spelregels voor toekomstige participatie zou een hoger participatieniveau passend zijn geweest. Nu blijft de betrokkenheid beperkt tot het indienen van een zienswijze op een reeds uitgewerkt concept. Er ontbreken toetsbare criteria. De nota introduceert participatieniveaus, maar bevat geen objectief afwegingskader voor de keuze daarvan. Wanneer is er sprake van een passend niveau en in welke situatie? Hierdoor blijft de toepassing grotendeels discretionair
REACTIE Wat jammer dat de ontwerpnota voor u moeilijk vindbaar was. Zoals hierboven onder het kopje ‘ procedure’ staat vermeld, is de conceptnota op verschillende manieren gecommuniceerd en gepubliceerd. De conceptnota zelf stond digitaal als bijlage op de website van het gemeenteblad en op de gemeentelijke participatiepagina. In het nieuwsbericht op de website stond ook een link naar de conceptnota. Daarnaast lagen er 20 exemplaren bij de balie van Het Klavier. Wij onderstrepen heb belang van goed vindbare documenten voor onze inwoners. Dat draagt bij aan het kunnen meepraten, meedenken en meedoen van onze inwoners bij gemeentelijke plannen en trajecten.
RESULTAAT De concept nota is op de juiste wijze gepubliceerd en vindbaar geweest.
Dit klopt naar onze mening niet helemaal. Er heeft een uitvoerig participatietraject ten grondslag gelegen aan het opstellen van het participatiebeleid. Hiervan is een overzicht te vinden op https://www.loonopzand.nl/home/participati e
Er is voldoende mogelijkheid tot participeren geweest.
Het klopt dat de nota in de huidige vorm minder expliciet maakt op basis van welke criteria een participatieniveau wordt gekozen. Wij vinden transparantie en navolgbaarheid ook belangrijk.
De nota is aangevuld met een afwegingskader dat richting geeft aan de keuze voor het participatieniveau. Daarnaast is bij elke trede aangegeven wanneer passend
Tegelijkertijd merken wij op dat participatie plaatsvindt in uiteenlopende en dynamische contexten. Het is daarom niet wenselijk en vaak ook niet mogelijk om de keuze voor participatieniveaus volledig te objectiveren of te vatten in vaste normen. Het college Verslag zienswijzen participatiebeleid 2
Wij zullen hier onverminderd oog voor blijven hebben.
5
6
7
Ook ontbreken afdwingbare waarborgen. De nota bevat procesmatige beschrijvingen, maar geen normatieve verplichtingen ten aanzien van: • motivering van de keuze van het participatieniveau; • expliciete en transparante weging van ingebrachte zienswijzen; • mogelijkheid tot herstel bij gebrekkige participatie. Hierdoor dreigt participatie een inspanningsverplichting te blijven zonder materiële betekenis. Niet vastgelegd is echter dat participatieverslagen structureel en integraal als bijlage onderdeel uitmaken van college- en raadsvoorstellen. Zonder formele koppeling aan de besluitvorming blijft participatie vooral een procesinstrument. Ik geef het college dan ook in overweging om op te nemen dat bij majeure projecten en beleidsontwikkelingen: • een participatieverslag verplicht onderdeel vormt van het besluitvormingsdossier; • expliciet wordt gemotiveerd hoe de inbreng is gewogen. Een en ander bevordert transparantie en democratische legitimatie Evenmin is inclusiviteit voldoende geconcretiseerd. De nota benoemt betrokkenheid, maar legt niet vast hoe kwetsbare of minder mondige groepen daadwerkelijk worden bereikt. Dat raakt aan het
behoudt ruimte voor maatwerk, waarbij de genoemde criteria als richtinggevend kader dienen. We herkennen de zorg dat participatie onvoldoende betekenis krijgt als niet duidelijk is hoe keuzes worden gemaakt en hoe inbreng wordt meegewogen. We merken daarbij wel aan dat het participatiebeleid is bedoeld als richtinggevend kader en niet als een afdwingbaar instrument.
is (pagina 9, 10, 11). De nota is aangevuld. Pagina 9; Per participatietraject wordt gemotiveerd welk participatieniveau wordt toegepast, passend bij de aard, impact en fase van het vraagstuk. Pagina 12; Alinea participatieverslag
We onderschrijven het belang van een goede koppeling over de participatie voor de besluitvorming.
Pagina 8 en 12; Alinea participatieverslag. Hieraan is participatie bij besluitvorming door college/raad toegevoegd.
Wij pakken participatie omgevingsgericht aan en hebben daarbij oog voor alle, voor dat specifieke vraagstuk, relevante doelgroepen. We zetten ons in om hen zo goed als mogelijk te bereiken om uit te nodigen om mee te doen aan het participatieproces.
Pagina 8, Loonse uitgangspunten. Punt doelgroepen aangescherpt.
Verslag zienswijzen participatiebeleid 3
8
9
gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. 3 Zonder een actieve, doelgroep gerichte, benadering ontstaat feitelijke ongelijkheid in invloed. Ik geef daarom in overweging in de nota de verplichting op te nemen tot actieve benadering van: • inwoners met een beperking, • inwoners met lage sociaaleconomische positie, • jongeren, • inwoners met beperkte taalvaardigheid. Participatie door initiatiefnemers De verantwoordelijkheid voor participatie bij ruimtelijke initiatieven wordt grotendeels bij particuliere of zakelijke (niet zijnde overheid) initiatiefnemers gelegd, zonder kwaliteitsnormen. Dit leidt tot: • ongelijkheid in participatiekwaliteit; • risico op afvinkgedrag; • juridisch kwetsbare besluitvorming. Ik geef daarom in overweging om: minimale kwaliteitseisen vast te leggen (vorm, termijnen, verslaglegging, aantoonbare verwerking van reacties) en dat de gemeente zelfstandig toetst of participatie zorgvuldig tot stand is gebracht. Evaluatie Positief is dat een evaluatie na twee jaar is voorzien. Het zou handig zijn om dan tevens expliciet vast te leggen dat ook: • de gemeenteraad bij deze evaluatie wordt betrokken; • adviesraden en maatschappelijke organisaties worden geraadpleegd; • de evaluatie openbaar wordt besproken.
De zorg is dat participatie door initiatiefnemers in kwaliteit kan verschillen. Dit kan in de praktijk inderdaad zo zijn. Initiatiefnemers worden gevraagd om bij hun aanvraag toe te lichten hoe participatie is vormgegeven en wat de resultaten daarvan zijn. De gemeente beoordeelt vervolgens of de participatie zorgvuldig en passend is uitgevoerd.
Van evalueren blijven we leren en dat vinden we belangrijk. Hoe we gaan evalueren en wie we daarbij betrekken is maatwerk. Dat bekijken we dan ook graag op die manier. De gemeenteraad wordt zeker betrokken en de evaluatie zal openbaar zijn/gemaakt worden via de daarvoor door ons bestaande wegen.
Verslag zienswijzen participatiebeleid 4
Pagina 13.We nemen in het beleid een paragraaf op over participatie door initiatiefnemers.
Hierover hoeft naar onze mening niks opgenomen te worden in het participatiebeleid.
10
11
12
13.
14.
15.
Positie van de gemeenteraad De nota stelt dat de gemeenteraad tijdens participatietrajecten geen actieve rol heeft. Hoewel de rolzuiverheid begrijpelijk is, dient te worden geborgd dat de Raad: • vooraf participatiekaders kan stellen bij majeure projecten; • achteraf expliciet toetst of belangen zorgvuldig zijn afgewogen. Participatie vormt een aanvulling op de representatieve democratie en kan deze nimmer eigenstandig vervangen. Geef een concrete datum waarop de aanvullende participatiemomenten met jongeren, laaggeletterden, digitaal niet-vaardigen, senioren en mensen met een beperking plaatsvinden. Beschrijf per groep welke aanpak wordt gebruikt die bij hen past, denk aan inloopbijeenkomsten, ondersteuning via wijkteams of samenwerking met ervaringsdeskundigen. Zorg ervoor dat de uitkomsten van deze aanvullende gesprekken ook echt verwerkt worden in de nota, vóór definitieve vaststelling Leg in de participatieverordening een toegankelijkheidseis vast, zodat dit voor elk toekomstig traject gewaarborgd is. Als er geen richtlijn is voor welke trede bij welk soort project hoort, dan kan de gemeente steeds kiezen voor de laagste trede - en inwoners alleen informeren in plaats van echt betrekken. Dat
Helemaal mee eens. Dit staat ook zo beschreven in het participatiebeleid bij de rol van de gemeenteraad.
Staat er al. Behoeft geen toevoeging.
Deze momenten hebben plaatsgevonden vanuit het participatietraject tbv de totstandkoming van het participatiebeleid. Het is niet nodig deze met datum op te nemen in het participatiebeleid wat vastgesteld wordt.
Niet opgenomen in het beleid.
Deze momenten hebben plaatsgevonden vanuit het participatietraject tbv de totstandkoming van het participatiebeleid. Het is niet nodig deze met aanpak en vorm datum op te nemen in het participatiebeleid wat vastgesteld wordt.
Niet opgenomen in het beleid.
Dat is zeker wat we doen.
Pagina 14. Paragraaf opgenomen over jongerenparticipatie en de kinderraad. Staat reeds benoemd. Pagina 8, uitgangspunt 10.
Een van onze Loonse participatie uitgangspunten is dat de participatie voor iedereen toegankelijk is.
Deze zienswijze past inhoudelijk bij de eerdere zienswijze 4 en 5. We hebben het beleid hierop aangevuld.
Verslag zienswijzen participatiebeleid 5
De nota is aangevuld met een afwegingskader dat richting geeft aan de keuze voor het participatieniveau.
16.
ondermijnt de ambities van het beleid. Inwoners weten dan ook niet wat ze mogen verwachten. Wat vraag ik de gemeente? « Maak een overzicht of beslisschema waarmee duidelijk wordt welke factoren bepalen welke trede wordt gekozen, denk aan de impact op de buurt, de wettelijke ruimte en het belangvoor inwoners. * Leg per type project (ruimtelijk, sociaal domein, openbare ruimte) een minimumtrede vast, zodat er altijd een ondergrens is. » Schrijf voor dat als een lagere trede wordt gekozen dan gebruikelijk, dit altijd uitgelegd en aan de gemeenteraad gemeld wordt. Wat ontbreekt in de nota? De gemeenteraad vertegenwoordigt alle inwoners en heeft de taak om te controleren of het college participatie goed uitvoert. Als er geen vaste momenten zijn waarop de raad dit kan toetsen, blijft die controlerende rol in de praktijk leeg. Bovendien is niet geregeld wat er gebeurt als de uitkomst van een participatietraject botst met eerdere raadsbesluiten. Wat vraag ik de gemeente? * Leg vast dat de raad bij grote projecten vóóraf de kaders voor participatie vaststelt: wie wordt betrokken, op welke trede en met welk doel. » Zorg voor een vaste terugkoppeling aan de raad na elk participatietraject: wat heeft de participatie opgeleverd en wat is er mee gedaan? » Regel wat er gebeurt als de uitkomst van participatie
Daarnaast is bij elke trede aangegeven wanneer passend is (pagina 9, 10, 11).
Het vooraf vaststellen van kaders door de gemeenteraad staat benoemd in het beleid. Indien de raad besluitvormend is, dan toetsen zij achteraf of de participatie goed in beeld is gebracht en afgewogen. Uitkomsten van participatie kunnen in soms afwijken van eerder door de raad vastgestelde kaders of uitgangspunten. Participatie is echter bedoeld als input voor de voorbereiding en uitvoering van beleid en besluitvorming, en vervangt eerder genomen raadsbesluiten niet. Wanneer uit participatie nieuwe inzichten naar voren komen die aanleiding geven tot heroverweging, wordt dit bestuurlijk gewogen. Indien nodig kan dit leiden tot een voorstel aan de raad om eerder genomen besluiten te herzien. Dit gebeurt via de reguliere bestuurlijke en democratische besluitvormingsroutes. We evalueren participatietrajecten, zie pagina 13 van het beleid. Daarnaast evalueren we het beleid 2 jaar na vaststelling. Ook monitoren we jaarlijks wat we gedaan hebben aan participatie en hoe dit verlopen is.
Verslag zienswijzen participatiebeleid 6
Pagina 12, toegevoegd Participatieverslag . Monitoring wordt niet opgenomen in het beleid. We borgen dit in de organisatie door middel van het borgingsplan.
17.
in strijd is met wat de raad eerder heeft besloten. * Neem een jaarlijkse participatieverantwoordin g op als vast moment in de vergadercyclus van de raad, gekoppeld aan de begroting. Wat ontbreekt in de nota? Zonder een concreet plan voor die professionalisering, inclusief budget en verantwoordelijkheid, blijft het goed bedoeld maar vrijblijvend. De kans is dan groot dat participatie afhankelijk wordt van de inzet van een paar enthousiaste medewerkers, in plaats van een vaste manier van werken voor de hele organisatie. Wat vraag ik de gemeente? » Maak een plan van aanpak voor de professionalisering, met concrete stappen en een tijdlijn: wanneer zijn de richtlijnen klaar, wanneer starten de trainingen en wanneer heeft de organisatie een basisniveau bereikt? » Wijs een eigenaar aan: wie binnen de gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit en dş samenhang van participatieprocessen? « Reserveer budget in de begroting voor de professionalisering, inclusief een schatting van de kosten voor capaciteit, trainingen en eventuele externe ondersteuning. * Plan tussentijdse voortgangsrapportages aan de raad, zodat bijgestuurd kan worden als de professionalisering achterblijft. » Neem participatievaardigheden op in de functieprofielen van medewerkers die
Dit zijn inderdaad wezenlijke punten om de organisatie in staat te stellen om participatief te werken. Deze vinden wij echter niet in het beleid passen, ze horen bij het organisatieborgingsplan ten behoeve van participatief werken.
Verslag zienswijzen participatiebeleid 7
Niks over opgenomen in het beleid.
18.
19.
20.
21.
participatieprocessen begeleiden, zodat het geen vrijblijvende vaardigheid is maar een verwachting. een goed beleid vraagt ook om een stevig fundament. Op de vier punten hierboven schiet de nota mijns inziens nog tekort om dat fundament te bieden. Ik vraag de gemeenteraad dan ook om: » Het college te vragen de nota op bovenstaande punten aan te vullen vóór definitieve vaststelling. » Eerst de aanvullende participatiemomenten met ondervertegenwoordigde groepen te laten plaatsvinden en de uitkomsten te verwerken in de nota. » De participatieverordeníng te voorzien van duidelijke waarborgen voor de rol van de raad. » Budget voor de professionalisering op te nemen in de eerstvolgende begroting. Trede 1 en 2 kun je niet onder een participatieproces beschouwen. Informeren hoort sowieso bij de basistaken van een gemeente en kan niet als participatie worden beschouwd. Dit is gewoon een wettelijke minimale eis. Participatie begint, ook volgens de concept definitie van de concept participatienota, bij trede 3. Het begint bij het tijdig betrekken van inwoners. Als het om de leefomgeving gaat, dienen direct omwonende te worden betrokken en niet een hele wijk. Het participatiebeleid is nu te vrijblijvend. Er wordt
Zie hierboven onze reactie op gelijke ingebrachte onderwerpen.
Niks over opgenomen in het beleid.
Goed informeren is inderdaad altijd essentieel en daarmee nodig. Naar onze mening horen trede 1 en trede 2 wel bij een participatieproces en maken ze onderdeel uit van de participatieladder.
Niets op gewijzigd in het beleid.
Een omgevingsanalyse waarmee we inzichtelijke maken wat de impact is op de leefomgeving van inwoners en wie er geraakt wordt door het gemeentelijke traject, maakt altijd onderdeel uit van onze aanpak.
Niets op gewijzigd in het beleid.
Dit proberen we te ondervangen door onze beschreven werkwijze. Daarmee geven we
Niets op gewijzigd in het beleid. Wel
Verslag zienswijzen participatiebeleid 8
22.
23.
gesproken over het uitgangspunt maatwerk. Maatwerk kan ook leiden tot willekeur. In de nota is onvoldoende belicht waarom participatie zo belangrijk is. De belangrijkste redenen voor participatie zijn: • Betere plannen en besluiten: • Draagvlak en vertrouwen: • Voorkomen van verrassingen: • Democratisch recht: • Verbinding en legitimiteit: Ik zie echter dat alle aandacht uitgaat naar initiatieven die de gemeente gaat begeleiden en dat participatie waar bij initiatieven van projectontwikkelaars door de ontwikkelaars zelf opgezet moet worden, niet meegenomen zijn in het concept. Daar schuilt het gevaar in dat het uitnodigen van participanten selectief gebeurt. Zo kunnen deskundige en lastige partijen niet uitgenodigd worden omdat die weleens voorstellen kunnen doen die niet in het straatje passen van de ontwikkelaar. Ook bestaat de kans dat de participatie wel opgestart wordt, maar te laat als bepaalde stadia al gepasseerd zijn. Dit kan gebeuren bij grotere projecten die de buurt of straat overstijgen. Als alleen de aanwonenden uitgenodigd worden, zullen alleen lokale belangen aan de orde komen terwijl de invloed van de plannen verder kan reiken. Uiteraard zal de gemeente daarop toezien, maar er zijn meerdere partijen die in
richten aan het uitwerken van goede participatieprocessen.
Wij vinden participatie belangrijk omdat we de kennis en kracht van de inwoners nog beter willen benutten. Dit zorgt namelijk voor betere besluiten. Dat beschrijven we ook zo in het voorwoord, de inleiding en onze visie.
Deze zienswijze is inhoudelijk passend bij zienswijze 8.
Verslag zienswijzen participatiebeleid 9
een afwegingskader participatieniveau toegevoegd. Niets op gewijzigd in het beleid.
Pagina 13.We nemen in het beleid een paragraaf op over participatie door initiatiefnemers.
24.
25.
26.
zo`n geval de participatie zinvoller kunnen maken. Begin met uit te leggen, te vertellen waarom de gemeente participatiebeleid maakt? Wat is het probleem dat met dit participatiebeleid wordt opgelost? Welke alternatieven zijn er voor oplossingen van dat probleem en waarom zou burgerparticipatie daarbij het antwoord zijn? a. Advies: Vermeld je doel, in een epiloog. Laat zien hoe het in 2030 zal zijn. b. Vermeld een overzicht met voorbeelden in de opzet ‘van…naar’, en van ‘is naar wordt’. c. Vermeld wanneer inwoners NIET mee mogen beslissen. Vermijd taal als ‘waar mogelijk’. Wees specifiek. d. Faciliteer extra middelen en methodieken (anders dan een enquête of inwonersavond) om de ‘stille’ bewonersgroep te bereiken. Hoe gaat het plan van uitvoering er uit zien, verlopen? Wat is de tijdslijn tussen concept, implementatie en evaluatie (proces)? a. Advies: Om te voorkomen dat participatie een vinkje wordt voor projecten waarvan de kaders al vaststaan, adviseren wij bij elk participatietraject een verplichte evaluatie. Daarin kan vastgesteld worden waarom iets wel of niet opgenomen is geweest. Hierna kan worden bijgestuurd voor vervolg participatietrajecten (PDCA). Wat gaat de inwoner merken bij de invoering van dit Participatiebeleid? a. Advies: Bedenk communicatievormen die
Wij participeren al heel lang met onze inwoners. We vinden het namelijk dat participatie de kennis en kracht van de inwoners goed in beeld brengt en benut. Aanleiding voor het beleid is de komst van de Omgevingswet en de Wet ‘versterking participatie op decentraal niveau”.
Niets op gewijzigd in het beleid.
We zijn en blijven hierin een lerende organisatie, we blijven ons hier daarom op ontwikkelen. Dat verwoorden we ook zo in het beleid. We hebben aandacht voor en zetten in op middelen en methodieken, inclusief inspanningen om alle relevante inwonersgroepen te bereiken. Dit plaatsen we in het organisatie borgingsplan participatie en niet in de beleidstuk.
Participatie is niet nieuw voor ons als gemeente. We blijven ons wel altijd ontwikkelen op participatie. Dit beleid en dadelijk de participatieverordening zijn daar goede stappen in.
Pagina 12, participatieverslag toegevoegd.
Evaluatie is een onderdeel wat past bij onze werkwijze. Dit staat ook zo beschreven in het beleid net zoals het maken van participatieverslagen.
Aansprekende vormen van communicatie en participatie zijn belangrijk omdat inwoners eerder meedoen als de aanpak
Verslag zienswijzen participatiebeleid 10
Niets op gewijzigd in het beleid.
de inwoners aanspreken en waar inwoners actief in mee kunnen doen (via kunstvormen, sport, spel).
27.
28.
In de nota lezen we dat het nieuwe participatiebeleid wat bijgestuurd is in tijdsplanning, vooral met de bedoeling om de gemeenteraad goed in positie te brengen en hen comfort te geven over het traject. Hoe brengt u uw interne organisatie op orde? a. Wij adviseren u om tijdens het op orde brengen van uw organisatie gelijktijdig ook de inwoner hierbij te betrekken. Bijvoorbeeld door een proefproject te starten en daarbij leren van en met elkaar als expliciet onderdeel in het proefproject op te nemen. Leren doe je samen. Dus niet alleen de lerende organisatie van de gemeente, maar ook de lerende organisatie van de Adviesraad Sociaal Domein GEMEENTE LOON OP ZAND 3 inwoner(s), wijken en buurten. Hoe wordt deze lerende organisatie vormgegeven? Hoe zorgen we ervoor dat minder kansrijke, mindervalide en andere kwetsbare doelgroepen ook in deze lerende participatieve organisatie gaan deelnemen? Participatieladder: Is de gemeente bereid om bij grotere maatschappelijke thema’s ook daadwerkelijk de beslissingsbevoegdheid bij inwoners neer te
aansluit bij hun leefwereld en begrijpelijk en uitnodigend is. In de uitgangspunten voor participatie beschrijft het beleid schrijft dat we passende participatievorm gebruiken. We kiezen per participatieproces de vorm die aansluit bij de betreffende groep inwoners en het inhoudelijke vraagstuk. Participatie is niet nieuw voor ons als gemeente. We blijven ons wel altijd ontwikkelen op participatie. Daarin zijn we een lerende organisatie met extra aandacht voor participatief werken. Dit plaatsen we in het organisatie borgingsplan participatie en niet in de beleidstuk. Leren en experimenteren is daar ook een onderdeel van, met inderdaad pilotprojecten.
Niets op gewijzigd in het beleid.
De inhoud van de projecten bepaald welke inwonersgroepen daarbij betrokken dienen te worden. Als dit minder kansrijke, mindervalide en andere kwetsbare doelgroepen betreft dan nemen wij deze mee in de participatieaanpak van dat traject.
We wegen per inhoudelijk traject het participatieniveau. Hiervoor hebben we de aanpak beschreven.
Verslag zienswijzen participatiebeleid 11
De nota is aangevuld met een afwegingskader dat richting geeft aan de keuze voor het
29.
leggen (trede 5). Op welke wijze gaat de gemeente dit aanpakken? a. Advies: Begrens streng op voorhand, verduidelijk op rollen en verantwoordelijkheden, financiën rechten en plichten. Eerst in de begrenzing ervaring opdoen, daarna het oprekken van deze begrenzing. Start met het perspectief vanuit de inwoner. Vervang de term overheidsparticipatie door inwonersparticipatie en vv. Dus inwonersparticipatie wordt overheidsparticipatie. De consequentie van dit andere startpunt, namelijk de inwoner, is dat de werkwijze ‘Stappenplan voor Overheidsparticipatie’ zal moeten worden uitgewerkt en toegevoegd.
participatieniveau. Daarnaast is bij elke trede aangegeven wanneer passend is (pagina 9, 10, 11).
We vinden het een sympathiek uitgangspunt om te starten vanuit het perspectief van de inwoner. We proberen met dit beleid de inbreng van de inwoner voorop te zetten. Tegelijk kiezen wij ervoor om de bestaande terminologie te behouden, omdat deze aansluit bij gangbare definities binnen het openbaar bestuur en bij andere beleidsvelden.
Niets op gewijzigd in het beleid.
De werkwijze overheidsparticipatie staat beschreven in paragraaf 5.2 (pagina 6) en 6.5 en 6.6 (pagina 12). Bij overheidsparticipatie zijn inwoners de eigenaar van initiatieven. Wij kunnen en willen voor hen geen stappenplan bepalen. Wij kunnen alleen onze gemeentelijke rollen bepalen die richting geven hoe wij met inwonersinitiatieven omgaan. Dat hebben we gedaan in het beleid.
Kinderraad Aan de kinderraad is een enquête voorgelegd. Dit zijn de meest uitgesproken scores; • • • • • •
Wat vind je het leukste aan jouw buurt? 1. Speelplekken. 2. Groen Wat je willen verbeteren in jouw buurt? 1. Activiteiten voor jongeren. 2. Minder verkeer. Hoe zou je het liefst je mening geven? 1. Door te stemmen op ideeën. 2. Door online vragenlijsten. Wat zou het voor jou leuk maken om mee te denken? 1. Als we iets mogen maken of doen. 2. Als mijn idee echt wordt gebruikt. Hoe kunnen wij kinderen het beste uitnodigen om mee te denken of mee te doen? 1. Via school. 2. Met een poster in de buurt. Stel je bent voor één dag de baas van de gemeente. Wat zou jij dan meteen doen om beter naar kinderen te luisteren? Open antwoorden: Activiteiten voor kinderen en ouderen, langs scholen gaan en vragen we ze willen veranderen in de gemeente, een open dag dat kinderen mee mogen beslissen, kinderen laten stemmen op ideeën die over kinderen gaan. Kinderen met verschillende leeftijden laten samenwerken.
Conclusie De ontvangen zienswijzen zijn nuttig. Het participatiebeleid wordt zo mogelijk daarop aangepast. De aangepaste versie van het participatiebeleid kan na vaststelling door het college worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Verslag zienswijzen participatiebeleid 12