Bijlage 1. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Landgoed ’t Onthaesten, 2e herziening' inclusief bijlagen
Tekst van het document
11
3 Resultaten 3.1
Kleine marterachtigen Tijdens het uitgevoerde onderzoek zijn geen kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) vastgelegd op de camera’s, hoewel bij alle aanwezige ruigere groenstructuren camera’s hebben gestaan. De aanwezigheid van verblijfplaatsen (welke frequent bezocht zouden moeten worden) en/of essentieel leefgebied op de planlocatie kan hiermee worden uitgesloten. Ten aanzien van bunzing, hermelijn en wezel gelden derhalve geen verdere vervolgstappen. Op 4 oktober 2025 werd eenmaal een steenmarter vastgelegd bij een groenstructuur midden op de planlocatie. De steenmarter heeft verblijfplaatsen voornamelijk in gebouwen. Aangezien op de planlocatie geen gebouwen aanwezig zijn, kan aantasting van verblijfplaatsen worden uitgesloten. In de beoogde ontwikkeling wordt een natuurrijk landgoed aangelegd, waardoor de situatie voor de steenmarter zal verbeteren. Bovendien zijn in de huidige situatie vrij weinig groenstructuren aanwezig in relatie tot de omgeving (er zijn veel bosschages in het noorden en zuiden aanwezig). Hierdoor kan aantasting van essentieel leefgebied van de steenmarter worden uitgesloten. Daarnaast is driemaal een langs lopende das vastgelegd op wildcamera 1 midden op de planlocatie (figuur 2.1). Het aantal waarnemingen is te laag om te spreken van een vaste looproute.
Bovendien zijn er tijdens de veldbezoeken geen wissels of andere sporen aangetroffen op deze plek. Bovendien blijft de betreffende groenstrook behouden in de beoogde ontwikkeling en wordt deze zelfs verder versterkt (figuur 1.5 in Krijnen, 2025). In de quickscan is reeds vastgesteld dat de planlocatie mogelijk een onderdeel is van het foerageergebied van dassen. Echter zullen in de beoogde ontwikkeling weides behouden blijven op de planlocatie en wordt er veel groen gerealiseerd, waardoor het plangebied kwalitatief verbetert voor de das. Bovendien vormen de diverse graspercelen in de omgeving voldoende tijdelijke uitwijkmogelijkheden, waardoor geen sprake is van mogelijke aantasting van essentieel leefgebied. Negatieve effecten op de das ten gevolge van de beoogde ingreep kunnen derhalve worden uitgesloten.
3.2 Teunisbloempijlstaart Waarnemingen en aantallen Tijdens de veldbezoeken zijn geen rupsen of imago’s van de teunisbloempijlstaart waargenomen. Veel van de aanwezige begroeiing was korter begraasd dan ten tijde van de quickscan Natuur. In enkele greppels werden wilgenroosjes aangetroffen. Hier zijn echter geen vraatsporen waargenomen welke mogelijk veroorzaakt zijn door rupsen van de teunisbloempijlstaart. Gezien de zeer geringe potentie en de afwezigheid van rupsen en/of vraatsporen, kan het voorkomen van de teunisbloempijlstaart in het plangebied worden uitgesloten.
12
Figuur 3.1 Gedurende de veldbezoeken werd er vrijwel geen potentieel leefgebied voor de teunisbloempijlstaart aangetroffen op de planlocatie.
3.3 Overige soorten Tijdens de veldbezoeken zijn geen nestlocaties van broedvogels aangetroffen in het plangebied. Ook zijn er geen soorten gevallen welke vallen onder de Specifieke zorgplicht (onder andere Rode lijstsoorten).
3.4 NDFF Tijdens het raadplegen van de NDFF (2020-2025) zijn geen waarnemingen aangetroffen die aanvullend zijn op voorliggende onderzoeksresultaten en relevant zijn binnen voorliggend project.
13
4 Conclusie 4.1
Kleine marterachtigen In de periode augustus t/m oktober 2025 wordt onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) in het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument kleine marterachtigen (BIJ12, 2024). Tijdens het onderzoek zijn geen kleine marterachtigen waargenomen. Wel werden das en steenmarter waargenomen, echter zijn van deze soorten geen verblijfplaatsen aanwezig en worden er geen essentiële onderdelen van leefgebied aangetast. Ten aanzien van marterachtigen gelden derhalve geen verdere vervolgstappen.
4.2 Teunisbloempijlstaart In de periode juli - augustus 2025 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van teunisbloempijlstaart in het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Onderzoeksprotocol Vlinders en Libellen (Vlinderstichting, 2023). Tijdens het onderzoek zijn geen rupsen, imago’s en/of vraatsporen van de teunisbloempijlstaart aangetroffen binnen het plangebied. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling zoals geformuleerd in de Bal artikel 11.54. Een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is derhalve niet benodigd.
4.3 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot kleine marterachtigen en teunisbloempijlstaart. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn geen nesten van vogelsoorten aangetroffen binnen het plangebied. Ook zijn er geen soorten waargenomen welke vallen onder de Specifieke zorgplicht.
4.4 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de beoogde ruimtelijke ingreep is geen omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit nodig. Er gelden in het kader van natuurwetgeving geen verdere vervolgstappen.
14
Bronvermelding Bos, Gerdien en Nora Thierry, 2023. Onderzoeksprotocol Vlinders en Libellen. De Vlinderstichting, Wageningen. Bouwens, S., 2017. Handreiking kleine marterachtigen. Provincie Noord-Brabant, ’s-Hertogenbosch. Krijnen, N., 2025. Quickscan Natuur Landgoed ’t Onthaesten te Kaatsheuvel. Oriënterend onderzoek in het kader van de Omgevingswet. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2024) Kennisdocument Kleine marterachtigen (Bunzing – Hermelijn - Wezel) Bijlagen Bijlage 1 Kleine marterachtigen
15
Bijlage Kleine marterachtigen De bunzing, hermelijn en wezel zijn kleine marterachtigen (figuur 1). Deze soorten zijn sterk gebonden aan kleinschalige landschappen met afwisselende structuren als houtwallen, bosschages, begroeide oevers, weides en parken. Afwisselende structuren bieden voldoende dekking en voedsel en zijn van groot belang bij de migratie. Alle drie de soorten zijn roofdieren die vaak dag en nacht actief opzoek zijn naar voedsel als kleine zoogdieren, amfibieën en (jonge) kleine vogels. Naast de belangrijke functies als dekking, voedsel en verspreiding moet een geschikt leefgebied ook voorzien in rust- en voortplantingsplaatsen. Droge plaatsen als oude holen, houtstappels, holle bomen, takkenrillen, strobalen, puinhopen en ook oude schuren en stallen bieden geschikte rust- en voortplantingsmogelijkheden. Met name in de nazomer, wanneer de dispersie plaats vindt en populatieaantallen het hoogste zijn, is de waarnemingskans het hoogst (BIJ12, 2024; Zoogdiervereniging, 2024).
Figuur 1 Links de bunzing, midden de wezel en recht de hermelijn (bron: © Zoogdiervereniging). Steenmarter Het voorkeurshabitat van de steenmarter betreft een kleinschalig parklandschap (figuur 2). De soort wordt met name aangetroffen nabij steden, dorpen en boerderijen. Geschikte leefgebieden bestaan voornamelijk uit kleinschalige landbouw met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. In het bijzonder heeft de steenmarter een voorkeur voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. Daarbij is de aanwezigheid van elementen als groenstroken, heggen, houtsingels, greppels en bermen die kunnen dienen als foerageer- en jachtgebied van belang (Zoogdiervereniging steenmarter, 2024).
Figuur 2 De steenmarter (bron: zoogdierverening.nl).
16
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 17
MEMO
Aan: Datum: Onderwerp:
Gemeente Loon op Zand 11 december 2025 Stikstofberekening woning Landgoed ‘t Onthaesten
1. Aanleiding Het voornemen bestaat om een woning te bouwen op Landgoed ’t Ontheasten. In verband met de nieuwe woning moet verantwoord worden of de bouwwerkzaamheden en het gebruik van de nieuwe woning leidt tot significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. In deze memo wordt daar nader op ingegaan. 2. Realisatiefase Gedurende de aanlegfase wordt een tijdelijke toename in stikstofemissie verwacht. Deze stikstofemissie komt ten gevolge van de inzet van machines op de werklocatie en het aan- en afvoeren van personeel, materiaal en machines middels verkeersbewegingen. De inzet van de mobiele werktuigen is in onderstaande tabellen nadere gespecificeerd.
2
Conform de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator wordt voor de berekening van het brandstofverbruik van mobiele werktuigen, met behulp van de AUB-spreadsheet van TNO (Ligterink et al. 2021), de volgende formule gebruikt: LBPJ = B * D Waarin: • LBPJ: Brandstofverbruik [liter/jaar] • B: Brandstofverbruik volgens de AUB-spreadsheet van TNO (Ligterink et al 2021) [liter/uur] • D: Aantal draaiuren per jaar [uur/jaar] De samenvatting van de inzet van mobiele werktuigen en de bijbehorende draaiuren, brandstofverbruik en Adblueverbruik staat in tabel 2. Het Adblueverbruik voor Stage IV en V werktuigen mag geschat worden op 6% van het brandstofverbruik (BIJ12, 2023).
De tijdelijke toename in verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase wordt in onderstaande tabel berekend (tabel 3).
3
Stationair draaien vrachtwagens Op het bouwterrein is rekening gehouden met het manoeuvreren en op toeren draaien van het vrachtverkeer door hier een aparte bron voor stationair draaien voor in te voeren. Hiervoor is gebruik gemaakt van bijlage 1 van de Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024. De emissie NOx en NH3 hiervoor is berekend op basis van 10 minuten stationair draaien per vrachtwagen. In tabel 4 is een overzicht gegeven van de emissies NOx en NH3 voor het stationair draaien van het vrachtverkeer tijdens de verschillende bouwfasen. Tabel 4: Stationair draaien vrachtwagens - realisatiefase Aantal vrachtwagens 312
Emissiekental in gr/uur
Totale emissie in kg
Tijd
Zichtjaar
NOx
NH3
NOx
NH3
3120 minuten /
2025
92,4864
0,8976
4,8092928
0,0466758
52 uur
Koude start Een ‘koude start’ is het fenomeen dat voertuigen met een koude motor meer emissie uitstoten dan voertuigen met een warme motor. De koude start heeft een overgang richting warme motor die van korte duur is. De koude start is beperkt qua duur, respectievelijk 10 tot 30 seconden voor benzine-, LPG- en dieselvoertuigen (zowel licht-, middel- als zwaarverkeer). Vanwege de beperkte duur van de koude start zullen de emissies van koude start hoofdzakelijk plaatsvinden rondom de startlocatie van het voertuig. Na 2 uur stilstand (zonder draaiende motor) is de motor weer koud. Uit de Handreiking Koude Start blijkt dat het voor mobiele werktuigen niet noodzakelijk is om rekening te houden met een koude start. Tijdens de realisatie van de woning is bouwverkeer aanwezig. Het vrachtverkeer voor het aan- en afvoeren van materialen, afval en grond op de locatie is niet lager dan 2 uur aanwezig zonder draaiende motor, waardoor geen sprake is van een koude start bij het vrachtverkeer. Voor het licht verkeer (personenauto’s en busjes voor het bouwpersoneel) is geen sprake van een koude start bij het arriveren, maar wel bij het vertrekken van de locatie. Eveneens is sprake van een koude start bij het vertrek van licht verkeer in de gebruiksfase. In onderstaande tabel is weergegeven op welke wijze rekening in de berekening rekening is gehouden met de koude start.
Tabel 5: Koude starts Fase
Aantal koude starts per jaar
Bouwfase licht verkeer
520
3. Gebruiksfase Voor het gebruik van de nieuwe woning is met toepassing van de AERIUS Calculator de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend. Hierbij wordt enkel rekening gehouden met de verkeersaantrekkende werking van de woning. Deze wordt immers gasloos uitgevoerd waardoor geen sprake is van stikstofuitstoot gerelateerd aan het gebruik van aardgas. De beoogde ontwikkeling betreft de bouw van een vrijstaande woning. De woning wordt geclassificeerd als koop, huis, vrijstaand, buitengebied en niet stedelijk. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ingreep worst-case tot een toename van circa 8,6 verkeersbewegingen (CROW Toekomstbestendig parkeren, 2012). Daarnaast is rekening gehouden met 4,3 koude starts per etmaal.
4
4. Resultaat berekening Uit de stikstofberekening blijkt dat er geen rekenresultaten zijn, hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat de bouwwerkzaamheden alsook het gebruik van de beoogde ontwikkeling niet leiden tot een significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. In de bijlage zijn de rekenresultaten van de AERIUS-calculator opgenomen.
Bijlage: AERIUS-berekening (realisatie- en gebruiksfase)
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingen of op onze website.
-
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon
Van den Berg Ruimtelijke Ordening
Inrichtingslocatie
Eikendijk e.o., RG Kaatsheuvel
Activiteit Omschrijving
Stikstofberekening Landgoed 't Onthaesten te Kaatsheuvel
Toelichting
Aanlegfase stikstofberekening woning Landgoed 't Onthaesten
Berekening AERIUS kenmerk
RVVgxpKPxQKa december
Datum berekening
Rekencon
guratie
Totale emissie
OwN
Rekenjaar
:
₃
Emissie NH
,
Aanlegfase - Beoogd
Resultaten
Hoogste bijdrage
Aanlegfase - Beoogd
-
Gekarteerd oppervlak met toename (ha)
-
Gekarteerd oppervlak met afname (ha)
-
Grootste toename
-
Grootste afname
-
RVVgxpKPxQKa (11 december 2025)
,
-rekengrid
kg /j
Hexagon
ₓ
Emissie NO
,
kg /j
Gebied
2/7
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar
Emissiebronnen Mobiele werktuigen | Mobiele werktuigen
₃
Emissie NH
,
ₓ
Emissie NO
kg /j
,
kg /j
Verkeer | Koude start: overig | Koude starts
,
g /j
,
kg /j
Anders... | Stationair draaiende vrachtwagens
,
g /j
,
kg /j
Verkeersnetwerk
,
g /j
,
kg /j
RVVgxpKPxQKa (11 december 2025)
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden.
m © OSM & Kadaster
Grootste toename (projectberekening) Habitatrichtlijn
Vogelrichtlijn Grootste afname (projectberekening)
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn
Hoogste totaal (achtergrond + Niet bepaald projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S).
RVVgxpKPxQKa (11 december 2025)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura
gebieden situatie "Aanlegfase"
(Beoogd) incl. saldering e/o referentie
Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RVVgxpKPxQKa (11 december 2025)
5/7
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar
Mobiele werktuigen
ₓ ₃
Naam
Mobiele werktuigen
NO
,
kg /j
Locatie
X:
,
NH
,
kg /j
Y:
,
Naam/Stageklasse
Draaiuren
Brandstof-
Uittreedhoogte/Warmteinhoud
Spreiding /Temporele
Stof
Emissie
variatie
verbruik/AdBlue
verbruik
l/j
Lichte machines Stage-IV,
-
, <=
kW,
u/j
l/j
,
m
,
, MW
ₓ
m
NO
Standaard Pro
el
₃
NH
,
kg /j
,
kg /j
Industrie
diesel, SCR: nee l/j
Middelzware
Stage-IV, ,
-
u/j
l/j
machines
,
m
,
, MW
ₓ
NO
m
Standaard Pro
el
,
₃
NH
kg /j ,
g /j
Industrie
kW,
diesel, SCR: ja Zware machines Stage-IV, ,
-
-
l/j
u/j
l/j
,
m
,
, MW
ₓ
m
NO
Standaard Pro
kW,
el
₃
NH
,
kg /j
,
kg /j
Industrie
diesel, SCR: ja
Verkeer | Rijdend verkeer
Naam
Verkeer zuidelijke richting
Locatie
X:
, ,
Lengte
Y:
,
m
Wegtype
Buitenweg
Rijrichting
Beide richtingen
ₓ
Links
Rechts
NO
Type scherm
-
-
NO
Hoogte
-
-
NH
Afstand tot de weg
-
-
,
kg /j
₂
,
g /j
₃
,
g /j
Tunnelfactor
Type hoogteligging
Weghoogte t.o.v. maaiveld
Normaal m
Verkeer
Maximum snelheid
Licht verkeer
Voorgeschreven factoren
Aantal voertuigbewegingen
,
In
le
/jaar
,
% %
Middelzwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/jaar
,
Zwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/jaar
,
%
Busverkeer
Voorgeschreven factoren
,
%
,
/jaar
Verkeer | Rijdend verkeer
Naam
Verkeer noordelijke richting
Locatie
X:
Lengte
, ,
Y:
,
m
Wegtype
Buitenweg
Rijrichting
Beide richtingen
ₓ
,
₂
,
Links
Rechts
NO
Type scherm
-
-
NO
Hoogte
-
-
NH
Afstand tot de weg
-
-
₃
kg /j kg /j ,
g /j
Tunnelfactor
Type hoogteligging
Weghoogte t.o.v. maaiveld
Normaal m
Verkeer
Maximum snelheid
Licht verkeer
Voorgeschreven factoren
Aantal voertuigbewegingen
,
In
le
/jaar
,
% %
Middelzwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/jaar
,
Zwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/jaar
,
%
Busverkeer
Voorgeschreven factoren
,
%
RVVgxpKPxQKa (11 december 2025)
,
/jaar
6/7
Projectberekening
Verkeer | Koude start: overig
ₓ ₃
Naam
Koude starts
NO
Locatie
X:
,
NH
Y:
,
Oppervlakte
,
,
kg /j ,
g /j
ha
Type voertuig
Koude starts
Licht verkeer
,
/jaar
Middelzwaar vrachtverkeer
,
/jaar
Zwaar vrachtverkeer
,
/jaar
Busverkeer
,
/jaar
Anders...
Naam
Locatie
Oppervlakte
Stationair
Uittreedhoogte
,
draaiende
Warmteinhoud
,
vrachtwagens
Spreiding
,
X:
,
Y:
,
,
ₓ ₃
m
NO
MW
NH
,
kg /j ,
g /j
m
ha
Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie
Continue Emissie
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie
.
.
_
Database versie
.
.
_db
_db f
f
b
b_calculator_nl_stable
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie:
https://link.aerius.nl/website
RVVgxpKPxQKa (11 december 2025)
7/7
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingen of op onze website.
-
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon
Van den Berg Ruimtelijke Ordening
Inrichtingslocatie
Eikendijk e.o., RG Kaatsheuvel
Activiteit Omschrijving
Stikstofberekening Landgoed 't Onthaesten te Kaatsheuvel
Toelichting
Gebruiksfase stikstofberekening woning Landgoed 't Onthaesten
Berekening AERIUS kenmerk
RsX
Rekencon
guratie
Totale emissie
XFVs
Rdt
december
Datum berekening
OwN
Rekenjaar
:
₃
Emissie NH
,
Gebruiksfase - Beoogd
Resultaten
Hoogste bijdrage
Gebruiksfase - Beoogd
-
Gekarteerd oppervlak met toename (ha)
-
Gekarteerd oppervlak met afname (ha)
-
Grootste toename
-
Grootste afname
-
RsX9XFVs3Rdt (11 december 2025)
,
-rekengrid
g /j
Hexagon
ₓ
Emissie NO
,
kg /j
Gebied
2/7
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar
Emissiebronnen
₃
Emissie NH
ₓ
Emissie NO
Verkeer | Koude start: overig | Koude starts
,
g /j
,
kg /j
Verkeersnetwerk
,
g /j
,
kg /j
RsX9XFVs3Rdt (11 december 2025)
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden.
m © OSM & Kadaster
Grootste toename (projectberekening) Habitatrichtlijn
Vogelrichtlijn Grootste afname (projectberekening)
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn
Hoogste totaal (achtergrond + Niet bepaald projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S).
RsX9XFVs3Rdt (11 december 2025)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura
gebieden situatie "Gebruiksfase"
(Beoogd) incl. saldering e/o referentie
Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RsX9XFVs3Rdt (11 december 2025)
5/7
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar
Verkeer | Rijdend verkeer
Naam
Bron
Locatie
X:
, ,
Lengte
Y:
,
m
Wegtype
Buitenweg
Rijrichting
Beide richtingen
ₓ
Links
Rechts
NO
Type scherm
-
-
NO
Hoogte
-
-
NH
Afstand tot de weg
-
-
,
kg /j
₂
,
g /j
₃
,
g /j
Tunnelfactor
Normaal
Type hoogteligging
m
Weghoogte t.o.v. maaiveld
Verkeer
Maximum snelheid
Licht verkeer
Voorgeschreven factoren
Aantal voertuigbewegingen
,
In
le
/etmaal
,
% %
Middelzwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
,
Zwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
,
%
Busverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
,
%
ₓ
,
g /j
₂
,
g /j
₃
,
g /j
Verkeer | Rijdend verkeer
Naam
Bron
Locatie
X:
, ,
Lengte
Y:
,
m
Wegtype
Buitenweg
Rijrichting
Beide richtingen
Links
Rechts
NO
Type scherm
-
-
NO
Hoogte
-
-
NH
Afstand tot de weg
-
-
Tunnelfactor
Normaal
Type hoogteligging
m
Weghoogte t.o.v. maaiveld
Verkeer
Maximum snelheid
Licht verkeer
Voorgeschreven factoren
Aantal voertuigbewegingen
,
In
le
/etmaal
,
% %
Middelzwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
,
Zwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
,
%
Busverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
,
%
,
kg /j
Verkeer | Koude start: overig
ₓ ₃
Naam
Koude starts
NO
Locatie
X:
,
NH
Y:
,
Oppervlakte
,
,
g /j
ha
Type voertuig
Koude starts
Licht verkeer
,
Middelzwaar vrachtverkeer
,
/etmaal /etmaal
Zwaar vrachtverkeer
,
/etmaal
Busverkeer
,
/etmaal
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van
RsX9XFVs3Rdt (11 december 2025)
6/7
Projectberekening
AERIUS versie
.
.
_
Database versie
.
.
_db
_db f
f
b
b_calculator_nl_stable
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie:
https://link.aerius.nl/website
RsX9XFVs3Rdt (11 december 2025)
7/7
TAM IMRO
bestemmingsplan TAM IMRO
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Inleidende regels Begrippen Toepassingsbereik Aanvullende begripsbepalingen Meet- en regelbepalingen Algemeen gebruiksverbod
4 4 5 6 13 15
Hoofdstuk 2 Artikel 6
Regels voor functies en activiteiten Wonen - 1
16 16
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Overige regels
19 19 20 21
Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
22 22 24
Bijlagen regels Bijlage 1
2
Beplantingsplan
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM IMRO
Regels
Regels (vastgesteld)
3
bestemmingsplan TAM IMRO
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
1.1
Toepassing omgevingsplan
Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.
1.2
Plan
Het TAM-omgevingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Landgoed 't Onthaesten met identificatienummer NL.IMRO.0809.LgOnthaestenherz2-VG01 de gemeente Loon op Zand.
4
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM IMRO
Artikel 2
Toepassingsbereik
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in sub c. De regels in afdeling 22.2 'Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen', met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 'Milieubelastende activiteiten' zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Landgoed 't Onthaesten, 2e herziening waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
Regels (vastgesteld)
5
bestemmingsplan TAM IMRO
Artikel 3
Aanvullende begripsbepalingen
In aanvulling op het bepaalde in artikel 2 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de volgende begrippen gehanteerd:
3.1
Omgevingsplan
het omgevingsplan van de gemeente Loon op Zand.
3.2
TAM-omgevingsplan
het ''TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Landgoed 't Onthaesten, 2e herziening'' van het omgevingsplan gemeente Loon op Zand.
3.3
verbeelding
de analoge en digitale voorstelling van de in het TAM-omgevingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie.
3.4
aanbouw
een aan een hoofdgebouw toegevoegde, afzonderlijke ruimte die qua afmetingen en/of visueel opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
3.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
3.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
3.7
aan huis gebonden bedrijf
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten gericht op consumentenverzorging c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van woonfunctie, kan worden uitgeoefend.
3.8
aan huis gebonden beroep
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend.
6
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM IMRO
3.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.10
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen.
3.11
bestaande situatie
de bebouwing en het gebruik, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit omgevingsplan, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wet gegeven voorschriften.
3.12
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
3.13
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.
3.14
bijbehorende voorzieningen
voorzieningen, die horen bij de betreffende bedrijfsvoering op gronden (o.a. weg- en waterbouwkundige voorzieningen) en/of bouwvlakken (o.a. opslag en energievoorziening).
3.15
bijgebouw
een op zichzelf staand, vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat in functioneel en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
3.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
3.17
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
3.18
bouwlaag of verdieping(slaag)
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd.
Regels (vastgesteld)
7
bestemmingsplan TAM IMRO
3.19
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
3.20
bouwperceel grens
de grens van een bouwperceel.
3.21
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
3.22
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
3.23
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw.
3.24
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
3.25
ecologische waarden en kenmerken
aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde.
3.26
erfbeplanting
visueel afschermende, maskerende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bestemmingsvlak of bouwperceel van een bedrijf, een woning of een terrein met een andere functie.
3.27
extensief recreatief medegebruik
een vorm van recreatief medegebruik die nauwelijks of geen invloed heeft op de in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen gegeven doeleinden zoals wandelen, fietsen e.d., al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen substantieel beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en strandjes.
8
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM IMRO
3.28
functie
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan.
3.29
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
3.30
hoofdfunctie
een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden als zodanig mag worden gebruikt.
3.31
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn ligging, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en dat geen bijgebouw is.
3.32
hydrologische waarde
gronden met een bijzondere betekenis voor het watersysteem van het plansysteem i.v.m. beekherstel, verdrogingsbestrijding, waterberging en/of waterkering.
3.33
kleinschalig kamperen
kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, met gebruikmaking kampeermiddelen tot een in de regels aangegeven maximum aantal kampeermiddelen.
3.34
kleinschalig logeren
kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies (en ontbijt) tot een in de regels aangegeven maximum aantal verblijfseenheden, zoals logeren bij de boer.
3.35
kleinschalige verblijfsrecreatie
kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies (en ontbijt) tot een in de regels aangegeven maximum aantal verblijfseenheden met een eigen voorziening van beperkte aard om buiten de eigen woning te kunnen overnachten, zoals een vakantieappartement.
3.36
andschapselementen
ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha zonder een agrarische productiefunctie.
3.37
landschappelijke waarden en kenmerken
gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten.
Regels (vastgesteld)
9
bestemmingsplan TAM IMRO
3.38
mantelzorg
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.
3.39
natuurwaarden
waarden in verband met de aanwezigheid van bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid/zeldzaamheid, natuurlijkheid/ongestoordheid en kenmerkendheid voor het gebied.
3.40
nutsvoorzieningen
een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten.
3.41
ondergeschikte nevenactiviteit
een activiteit met een zodanige beperkte omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm als hoofdfunctie herkenbaar blijft.
3.42
overkapping
een dakconstructie in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.
3.43
overstek
een overstekend deel van een dak of gootconstructie, waarbij het overstekende deel niet dieper mag zijn dan 0,50 meter.
3.44
peil
a. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang. b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 3.45
perceelsgrens
de grens van een perceel.
10
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM IMRO
3.46
permanent verblijf
het gebruik van een gebouw of ander onderkomen als woonruimte op een wijze, die ingevolge de bepalingen van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, noopt tot inschrijving van de bewoner(s) in het bevolkingsregister van de gemeente waarin dat gebouw is gelegen, of indien betrokkene op meer dan één adres woont, het gebruik van het gebouw of ander onderkomen als verblijf waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten, met dien verstande dat van permanent verblijf voorts wordt geacht sprake te zijn wanneer buiten het zomerseizoen (dat loopt van 1 mei tot 1 oktober) in een kalenderjaar ter plaatse door betrokkene meer dan 70 maal nachtverblijf wordt gehouden en door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt, dat elders over een hoofdwoonverblijf wordt beschikt.
3.47
ruimtelijke eenheid
complex van bij elkaar behorende bouwwerken.
3.48
ruimtelijke kwaliteit
kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde.
3.49
uitbouw
de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
3.50
voorgevelrooilijn
de denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel (i.c. de meest gezichtsbepalende gevel) van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse bestemmingsgrenzen. 3.51
vrijstaande bebouwing
bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet zijn gebouwd in de perceelsgrens.
3.52
vrijstaand bijgebouw
een van de woning (en haar aangebouwde bijgebouwen) vrijstaand bijgebouw, dat niet direct ten dienste staat van de woonfunctie, zoals een garage, berging, hobbyruimte en dat zowel wat betreft afmetingen als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
3.53
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, zoals watergangen, waterlopen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop.
3.54
waterwingebied
gebied waar waterwinning plaatsvindt ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening door onttrekking van grondwater.
Regels (vastgesteld)
11