CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Startnotitie_IHP-K_2024

Raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over Startnotitie Integraal HuisvestingsPlan Kind voorzieningen (IHP-K) (Bespreekstuk)7.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

STARTNOTITIE

‘Naar een Integraal Huisvestingsplan Kindvoorzieningen voor Loon op Zand’

Loon op Zand, Februari 2024

1

Introductie: Kinderen verdienen een stevige basis. Een sterk en gezond ontwikkelklimaat staat daarin voorop. Om dat te bereiken gaat de gemeente Loon op Zand samen met de schoolbesturen en organisaties in de kinderopvang een integraal huisvestingsplan voor kindvoorzieningen opstellen. Dit met als doel om vanuit een gezamenlijk toekomstbeeld rond het jonge kind te komen tot een meerjarig huisvestingplan. Een integraal plan waarin de benodigde ruimte voor het kunnen bieden van onderwijs en kinderopvang, als onderdeel van die stevige basis, goed op elkaar is afgestemd. Onder kindvoorzieningen verstaan we basis- en voortgezet onderwijs, bewegingsonderwijs, voorschoolse educatie, kinderopvang en de zorg en ondersteuning gericht op de gezonde leerontwikkeling van kinderen. Het Integraal Huisvestingsplan Kindvoorzieningen (IHP-K) zal gaan fungeren als koersdocument voor de benodigde investeringen voor de korte termijn (uitvoeringsplan eerste 4 jaar); de middellange termijn (4 tot 16 jaar) en een doorkijk naar de lange termijn (16 tot 40 jaar). Het integraal huisvestingsplan moet betrokken partijen in staat stellen om de komende jaren proactief, integraal en planmatig te gaan investeren in de huisvesting. Ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid maar wel in samenhang en vanuit een gedeelde visie.

Deze startnotitie, welke is opgesteld in samenspraak met schoolbesturen en organisaties in de kinderopvang, vormt de basis waarmee het Integraal Huisvestingsplan Kindvoorzieningen zal worden opgesteld. Het geeft vooraf beleidskaders en uitgangspunten mee die partijen voor de verdere uitwerking van belang achten.

In deze startnotitie: • • •

Beschrijven we de lokale en landelijke context (deel 1); Formuleren we de bouwstenen, uitgangspunten en planning voor het IHP-K (deel 2); Benoemen we de vervolgstappen die we gaan nemen (deel 3).

Voor het opstellen van deze startnotitie is gebruik gemaakt van ondersteuning vanuit het landelijke kenniscentrum Ruimte-OK en het kenniscentrum & Waarborgfonds Kinderopvang.

2

Deel 1: Lokale en landelijke context 1.1 Aanleiding Om een doelgericht, planmatig en samenhangend beleid op het gebied van de huisvestingsopgaven Onderwijs en Kinderopvang te kunnen voeren, is het belangrijk dat de gemeente beschikt over een meerjarig en integraal plan voor de huisvestingsvoorzieningen. Een integraal huisvestingsplan kan, naast het formele toetsingskader in de verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs, dienen als (juridisch) kader voor toekomstige investeringsbeslissingen op het gebied van de huisvesting voor onderwijs en kind gerelateerde voorzieningen. Het streven is te komen tot gezamenlijke huisvesting waar de kans zich voordoet. Om goed onderbouwde financiële afwegingen te kunnen maken is het nodig een goed inzicht te hebben in de omvang van huisvestingsopgaven als mede hun financiële consequenties.

1.2 Totstandkoming Een startnotitie met een grote impact op de huisvesting voor onze jongste inwoners stel je op samen met de direct betrokken partners. Bij het opstellen van deze startnotitie zijn de volgende partijen betrokken: • De gemeente (beleidsambtenaren en wethouder); • De schoolbesturen in het Primair Onderwijs (Bravoo en Leerrijk)1; • Vertegenwoordiging van kinderopvangpartners in onze Kindcentra: Mikz en KMB. Input voor deze startnotitie is verkregen via gezamenlijke werksessies in mei, juni en september. Ook is er aansluiting gezocht bij verschillende beleidsdocumenten en thema’s die verder gaan dan alleen onderwijshuisvesting, echter hier wel op ingrijpen. Dit geldt in het bijzonder voor het Wijkgericht Maatschappelijk Accommodatiebeleid dat in 2024 wordt opgesteld.

1.3 Huidige situatie Het huidige IHP dateert van 2007 en is sterk verouderd; zowel qua scope, leerling prognoses en inhoudelijk. Sinds 2007 is er dan ook veel veranderd. Zo zijn er scholen samengevoegd, gesloten, nieuwgebouwd. Ook is er besloten af te zien van het kwadrantenmodel in de kern Kaatsheuvel. In 2023 zijn er in de gemeente Loon op Zand acht scholen voor het basisonderwijs verdeeld over negen locaties en is er één school voor het voortgezet onderwijs. Daarnaast zijn er tien geregistreerde kinderdagverblijven en dertien locaties van buitenschoolse opvang (BSO) 2. Hiervan zijn er zes kinderdagverblijven en zes BSO's die in directe nabijheid van een locatie voor het onderwijs gehuisvest zijn.

Algemeen beeld: De kwaliteit en kwantiteit van de huidige huisvestingsvoorzieningen voor onderwijs en kinderopvang is in de gemeente Loon op Zand zeer divers. Voor al deze gebouwen zal in het op te stellen Integraal Huisvestingsplan Kindvoorzieningen (IHP-K) duidelijk moeten gaan worden wat met oog op de toekomst het ontwikkelperspectief voor deze gebouwen is.

1 Voor het Van Haestrecht College loopt onderzoek voor huisvesting. Deze school wordt -net als De Vaert- al opgepakt en is

daarom bij de startnotitie niet betrokken geweest. In het IHP-K worden beide scholen vanzelfsprekend meegenomen. 2 Informatie over kinderopvanglocaties | Landelijkregisterkinderopvang.nl

3

In de afgelopen jaren is er vooral geïnvesteerd in verbetermaatregelen in het kader van Frisse Scholen 3. Dit o.a. n.a.v. eerder onderzoek uit 2018 (Scholen van Morgen) en 2020 (stichting Moed) waarin de bestaande huisvestingsvoorzieningen zijn beoordeeld op binnenklimaat, duurzaamheid en energieverbruik. Deze investeringen waren noodzakelijk om op korte termijn de huisvesting te laten voldoen aan minimale vereisten voor een gezonde leer- en werkomgeving. Om op de langere termijn ook te voldoen aan klimaat doelstellingen van 2030 en 2050 zullen andere, meer grootschalige vervangingsinvesteringen, nodig zijn. Naast de verduurzamingsopgave die er ligt vanuit het Nationale klimaatakkoord zien gemeente, onderwijsorganisaties en kinderopvangpartners ook andere grote uitdagingen naar de toekomst toe. Zo wordt er op basis van prognoses op de middellange termijn een tekort aan ruimte verwacht om een piek in het aantal leerlingen (onderwijs) en kindplaatsen (kinderopvang) op te kunnen vangen. Het IHP-K moet duidelijk gaan maken hoe deze ruimtebehoefte door de jaren heen op te vangen is. Hieronder volgt een beknopte omschrijving van de huidige onderwijslocaties per kern. Voor een totaaloverzicht van scholen, kinderdagverblijven, en gym-accommodaties verwijzen we naar Bijlage III.

Kaatsheuvel: De kern Kaatsheuvel kent momenteel vijf onderwijslocaties voor het basisonderwijs en één voor het voortgezet onderwijs. Dit zijn basisscholen De Vaert, De Touwladder, Den Bussel, De BERK en De Kinderboom. De middelbare school is het Van Haestrecht College. In 2021 is besloten De Kinderboom als school voor het basisonderwijs open te houden. Daarnaast is in 2021 middels nieuwbouw het Kindcentrum De BERK gerealiseerd4. Dit Kindcentrum fungeert als vervanging van de voormalige basisscholen Theresia en de KlimOp. Naast ruimten voor het basisonderwijs voorziet het gebouw in ruimten ten behoeve van Kinderopvang. Het gebouw is (bijna) energie neutraal uitgevoerd middels een eigen bodemenergiesysteem en een dak met zonnepanelen. Ten behoeve van de exploitatie is Stichting ‘Gebouwbeheer Leerrijk!’ opgericht. Basisscholen De Touwladder, De Kinderboom en Den Bussel zijn fris gemaakt/ gerenoveerd (klasse B/C). De Vaert kan niet meer fris worden gemaakt. Daarom is hier nieuwbouw voor voorzien. De gemeente kent één school voor het voortgezet onderwijs: het Van Haestrecht College. Dit is een school voor vmbo, mavo en opstap naar havo (leergang 1 en 2). Deze locatie valt onder het schoolbestuur OMO. Voor het Van Haestrecht College is vastgesteld dat het scenario ‘nieuwbouw’ het best passend is.

In Kaatsheuvel-Oost wordt momenteel gekeken naar de haalbaarheid 5 van één integrale onderwijslocatie voor primair onderwijs (basisschool De Vaert) met het voortgezet onderwijs (Van Haestrecht College) inclusief ruimten voor de kinderopvang. Hiermee ontstaat de mogelijkheid èn kans een doorgaande leerlijn voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar te realiseren.

Loon op Zand: De kern Loon op Zand kent momenteel drie onderwijslocaties voor het basisonderwijs: De Blokkendoos, De Vlinderboom en De Lage Weijkens. In 2021 is de basisschool De Lage Weijkens fris gemaakt/ gerenoveerd (klasse B/C). In 2022 heeft renovatie van basisschool De Blokkendoos plaatsgevonden. De Vlinderboom voldeed al aan de eisen voor frisse scholen.

3

Raadsvoorstel Frisse Scholen gemeente Loon op Zand 29 oktober 2020

4 Zie eindrapportage nieuwbouw Kindcentrum De Berk | 2 november 2021 5

Raadsinformatiebrief haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw De Vaert en Van Haestrecht College | 11 juli 2023

4

De Moer: De kern De Moer kent één onderwijslocatie, te weten openbare basisschool De Start. Deze nevenvestiging van de Touwladder is ook fris gemaakt/ gerenoveerd.

1.4 Actuele ontwikkelingen Om voor de gemeente Loon op Zand tot een integraal meerjarig huisvestingsplan rondom kind voorzieningen te komen is het nodig om meerdere ontwikkelingen rondom het jonge kind in samenhang met elkaar te bekijken en hierover samen met de schoolbesturen en kinderopvang organisaties strategische huisvestingsafspraken te maken. In deze paragraaf noemen wij de meest relevante ontwikkelingen.

Landelijke ontwikkelingen De afgelopen jaren zijn er allerlei ontwikkelingen die hun impact hebben op de huisvesting rondom het jonge kind, op gebied van kansengelijkheid (rijke schooldag, gratis kinderopvang), preventie (positief jeugdbeleid en jeugdzorg) en ontwikkeling van kindcentra. Maar ook ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid (klimaatakkoord en grondstoffenakkoord) en gezondheid (ventilatie/ bewegingsonderwijs). Ontwikkelingen die veelal gepaard gaan met een aanscherping van de wetgeving. Daar komt bij dat vanuit een toenemende schaarste aan personeel, grondstoffen, ruimte en middelen die beschikbaar zijn, deze meer dan ooit gedeeld zullen moeten gaan worden. Enkele van deze landelijke ontwikkelingen zullen wij wat verder toelichten. Uitgelicht: Nationale klimaatdoelstellingen In 2019 zijn voor de gebouwde omgeving afspraken gemaakt in het klimaatakkoord. Voor het funderend onderwijs zijn deze afspraken vertaald in de sectorale routekaart verduurzaming schoolgebouwen 6. Afgesproken is een CO2-reductie van 49% vergeleken met 1990, uiterlijk in 2030 te gaan realiseren. Einddoel van het klimaatakkoord is 95% CO2 reductie in 2050. In Europa zijn het afgelopen jaar afspraken gemaakt die zullen gaan zorgen voor een verdere aanscherping van deze Nationale doelstellingen. Om te gaan voldoen aan klimaatdoelstellingen zal vigerende wetgeving (o.a.

bouwbesluit) moeten worden aangepast. Te maken afwegingen in het op te stellen IHP-K zullen met deze ontwikkeling rekening moeten houden. Uitgelicht: Wetswijziging doelmatige aanpak onderwijshuisvesting Met de wetswijziging 'doelmatige aanpak onderwijshuisvesting' 7 wordt het, naar verwachting met ingang van 2025, voor alle gemeenten verplicht om een Integraal Huisvestingsplan op te stellen. Deze wetgeving regelt ook dat een levensduur verlengende renovatie een bij de gemeente aan te vragen onderwijsvoorziening is, dat schoolbesturen een zorgplicht krijgen voor een gezond binnenklimaat en dat het investeringsverbod voor schoolbesturen wordt opgeheven. Doel is om investeringen vanuit de zorg- en de instandhoudingsplicht beter op elkaar afgestemd te krijgen. Uitgelicht: Samenwerking onderwijs en kinderopvang Vanuit Rijksbeleid wordt positief gereageerd op de ontwikkeling dat onderwijs en kinderopvang elkaar steeds meer opzoeken. Beide sectoren zijn er op gericht kinderen zoveel mogelijk te stimuleren in hun ontwikkeling. In de kinderopvang gebeurt dit spelenderwijs en met een focus op vrijetijdsbesteding en in het onderwijs met een focus op educatie. Hierin wordt steeds intensiever samengewerkt, om de ontwikkeling van jonge kinderen te bevorderen en ouders en professionals daarbij beter te ondersteunen.

6

Sectorale routekaart onderwijshuisvesting oktober 2020 (PO-Raad-Vo-raad-VNG)

7 Wetsvoorstel Doelmatige aanpak onderwijshuisvesting | 13 april 2023

5

Uitgelicht: Stelselwijziging Kinderopvang Vanuit de Rijksoverheid wordt er momenteel ingezet op het vinden van oplossingen voor knelpunten in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang (zie kamerbrief 26 april 2023 8). Deze inzet richt zich steeds meer op een ‘totaal dag-aanbod’ van school en kinderopvang, inclusief beleid voor de vooren vroegschoolse educatie (vve). De verwachting is dat in 2027 de invoering van een nieuw stelsel voor de kinderopvang gaat plaatsvinden, die zal gaan leiden tot een toenemende vraag naar het aantal kindplaatsen (10-30 %) en daarmee een toenemende vraag naar huisvesting. Uitgelicht: Voorzieningenstructuur rondom jonge kind Door de jaren heen zijn scholen een steeds breder aanbod van voorzieningen gaan huisvesten. Denk dan aan een aanbod van sport- of ontspanning in combinatie met de BSO, de eerstelijnsvoorzieningen als logopedie of hulp bij dyslectie, of het huisvesten van (wijk)verenigingen in de avonduren. Daarmee is het schoolgebouw naast aanbieder van onderwijs, steeds vaker ook een plaats voor cultuur (muziek), literatuur (boeken), beweging (sport en spel) en opvoedingsvragen. De verwachting is dat een schaarste aan ruimte en druk op financiële middelen in combinatie met de ontwikkeling van gratis toegang tot de kinderopvang zal zorgen voor een versterkte ontwikkeling van kindvoorzieningen.

Deze uitdaging vormt binnen de gemeentegrenzen een uitdaging, echter ook een kans om de sociale basis rondom het kind te versterken. Uitgelicht: Inclusief onderwijs als basis Landelijk is er steeds meer aandacht voor het aanbieden van inclusief onderwijs. De zorg voor een inclusieve samenleving is landelijk vastgelegd. Sinds juli 2016 heeft Nederland het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap van kracht verklaard 9. Een belangrijke stap om het doel van het VN-Verdrag te behalen is om huidige drempels voor personen met een beperking zo veel mogelijk weg te nemen. Dit zodat iedereen volledig kan deelnemen aan onderwijs. De praktijk leert dat dit bij de realisatie van kindvoorzieningen in de basis vraagt om meer ruimte en op onderdelen een hoger afwerkingsniveau.

Lokale ontwikkelingen Uitgelicht: Groeiend leerlingenaantal met piek in 2035 In 2022 gemaakte leerlingenprognoses voor de gemeente Loon op Zand laten vooral op de scholen in de kern Kaatsheuvel de komende jaren een groei van het aantal leerlingen zien. Zo wordt in 2035 een piek in het leerlingaantal verwacht. Doel is met voorstellen in het uit te werken IHP-K tijdig te anticiperen op deze ontwikkeling. Bij de uitwerking van het IHP-K kunnen we gebruik maken van de leerlingenprognoses die we begin 2024 ontvangen. Uitgelicht: Coalitieakkoord Met lef, gefocust op u (2022-2026) Vanuit het coalitieakkoord wordt sterk ingezet op gemeenschappen en voorzieningen in de drie dorpskernen. Voorzieningen in de kernen maken een onderdeel uit van de sociale basisstructuur. Focus ligt op toekomstbestendige huisvesting voor primair- en voortgezet onderwijs en het stimuleren van sport- en cultuurbeoefening. Specifieke aandacht gaat uit naar de opgave van locaties De Vaert en het Van Haestrecht College. Duurzaamheid wordt genoemd als een belangrijk speerpunt, Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) is het wettelijk minimum.

8 Kamerbrief Tweede Kamer der Staten-Generaal | 26 april 2023 9 Factsheet VN-verdrag handicap van de VNG met o.a. link naar Coalitie voor Inclusie

6

Uitgelicht: Omgevingsvisie (2024) De gemeente Loon op Zand heeft samen met inwoners, verenigingen, organisaties en bedrijven de omgevingsvisie opgesteld. Met de omgevingsvisie gaat een beeld ontstaan hoe Loon op Zand er in 2040 uit moet zien. Opgehaalde ideeën onder inwoners tonen het belang van groene, sociale wijkvoorzieningen en een openbare ruimte die jong en oud uitdaagt om te bewegen. In een tijd van digitalisering, individualisering en vergrijzing hechten inwoners veel waarde aan laagdrempelige ontmoetingsplekken die voor iedereen toegankelijk zijn. Gezondheid bij de inrichting van de binnen- en buitenruimte staat voorop. Ook biodiversiteit, klimaatadaptatie en groen zijn door inwoners benoemd als belangrijke waarden. Uitgelicht: Wijkgericht Maatschappelijk Accommodatiebeleid (2024) De evaluatie van het Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid (IMA) uit 2018 concludeert dat het opstellen van een wijkgericht, meer sturend accommodatiebeleid gewenst en nodig is, zodat het totaal van toekomstbestendige accommodaties de ontwikkeling naar en het behoud van Sterke Gemeenschappen kan faciliteren. Maatschappelijke functies en initiatieven dienen flexibel en zo effectief mogelijk te worden gehuisvest. In het IMA 2018 wordt in scholen enkel de functie ‘onderwijs’ gehuisvest.

In 2024 is het voorstel om onderwijs- en kinderopvangaccommodaties ook mee te nemen in de portfolio van maatschappelijke accommodaties, voor de eventuele huisvesting van een maatschappelijke functie.

1.5 Rolverdeling Samen staan de partners voor de opgave om in te spelen op de gewenste flexibiliteit in voorzieningen en verbinding te maken met maatschappelijke vraagstukken binnen het sociaal domein. Dit vraagt om een nauwe samenwerking met een professionele en oplossingsgerichte houding van alle partijen: • Rol van de gemeente De gemeente heeft volgens de wet de zorgplicht voor het beschikbaar stellen van voldoende en adequate onderwijshuisvesting. Dat betekent dat zij de verantwoordelijkheid heeft om te voorzien in de bekostiging van (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding (als een school groeit), de eerste inrichting (schoolmeubilair en onderwijsleerpakket) en ruimte voor bewegingsonderwijs (waaronder gymzalen). • Rol van het onderwijs De schoolbesturen hebben de plicht om onderwijs te verzorgen, de huisvesting te exploiteren en deze te onderhouden en te beheren. Tussentijdse aanpassingen en kwaliteitsverbeteringen aan huisvesting en schoolterreinen behoren daar ook toe (zie 3.1.3). • Rol van kinderopvang Organisaties in de kinderopvang zijn momenteel zelf verantwoordelijk voor huisvesting van voorschoolse educatie, kinderopvang en buitenschoolse activiteiten. In Loon op Zand kennen we verschillende verschijningsvormen.

Met het IHP-K zetten wij in op de realisatie van kindvoorzieningen waarin we nauw samen werken aan een brede ontwikkeling en doorgaande leerlijn van kinderen van 0 tot 18 jaar. Voor het op te stellen IHP-K zullen gemeente, schoolbesturen en kinderopvangpartners samen optrekken. • Eigendom scholen en kind voorzieningen Het juridisch eigendom van het schoolgebouw ligt bij het schoolbestuur. De gemeente behoudt het economisch claimrecht op de schoolgebouwen en de grond. De wet stelt dat bij het bouwen van een school het schoolbestuur in beginsel bouwheer is, tenzij met het college van B en W is overeengekomen dat de gemeente als bouwheer optreedt. De bouwheer is de opdrachtgever van een project, van allereerst het op te stellen programma van eisen en het ontwerp. Ook geeft de bouwheer binnen de gestelde kaders opdracht aan uitvoerende partijen om een project te realiseren. De ontwikkeling van kindvoorzieningen stelt gemeente en betrokken partijen voor een complexe uitdaging. Voor het onderwijsdeel staan gemeenten en scholen immers aan de lat, voor de ruimten voor kinderopvang is dat de kinderopvangorganisatie zelf. Voor locaties voor het bewegingsonderwijs gelden op onderdelen afwijkende (wettelijke) afspraken. 7

1.6 Toekomstige situatie Gemeente en schoolbesturen willen sámen met kinderopvangpartners werken aan goed, toekomstbestendig onderwijs, doorgaande ontwikkelingslijnen en bijbehorende samenhangende voorzieningen voor de jongste inwoners van de gemeente Loon op Zand. Dit vanuit het belang van leefbaarheid, positief jeugdbeleid en thuisnabij onderwijs. Het streven is te komen tot gezamenlijke huisvesting waar de kans zich voordoet. Door het maken van meerjarige afspraken in het op te stellen Integraal Huisvestingsplan voor Kindvoorzieningen (IHP-K) willen betrokken partijen ervoor zorgen dat kinderen maximale ontwikkelingskansen aangeboden krijgen en dat er rondom het opgroeiende kind integrale voorzieningen ontstaan.

Wat willen wij bereiken? • • •

Toekomstbestendige en goede huisvesting voor het primair onderwijs in alle kernen; Toekomstbestendige en goede huisvesting voor het voortgezet onderwijs in onze gemeente; Optimale en gelijke ontwikkelkansen en integrale voorzieningen rondom opgroeiende kinderen en jongeren.

Met een gezamenlijk, gebiedsgerichte IHP- K kunnen we proactief, integraal én planmatig investeren in huisvesting en daarmee voorzien in voldoende, kwalitatief goede en goed gespreide huisvesting voor onderwijs en aanpalende kindvoorzieningen in onze gemeente. Zo faciliteren we optimale en gelijke ontwikkelkansen voor kinderen en jongeren van 0-18 jaar in onze gemeente.

8

Deel 2: Gemeentelijke bouwstenen Samen met betrokken partners zijn gezamenlijke uitgangspunten voor het op te stellen Integraal Huisvestingsplan voor Kindvoorzieningen (IHP-K) bepaald. In het te ontwikkelen IHP-K moet de nadruk komen te liggen op de volgende twee bouwstenen: Bouwsteen 1: Bouwsteen 2:

Integraal, inclusief en adaptief Gezond en Duurzaam

De bouwstenen vormen een gezamenlijk gedragen beeld op kindvoorzieningen in Loon op Zand. Het op te stellen IHP-K zal op basis van deze drie bouwstenen samen met onderwijsorganisaties en in afstemming met maatschappelijke partners waaronder kinderopvangorganisaties een uitwerking moeten krijgen. Hieronder staan deze drie bouwstenen middels een beschrijving van uitgangspunten verder uitgewerkt.

2.1 Integraal, inclusief en adaptief (bouwsteen 1) Gemeente, schoolbesturen en organisaties in de kinderopvang willen samen werken aan optimale ontwikkelingskansen voor álle kinderen van 0-18 jaar. Dit vanuit een samenwerking onderwijs en kinderopvang en verbinding(en) met maatschappelijke partners. Denk dan aan de GGD, hulp en verenigingen. Het bieden van een sterke, gezonde start voor en optimale ontwikkeling van onze jongste inwoners staat voor ons voorop. Samen willen we bouwen aan een toekomstgerichte omgeving rondom het jonge kind. Talent willen wij ruimte geven om zich te ontwikkelen. Deze maatschappelijke functies worden bij voorkeur gehuisvest in één gebouw of in elkaars directe omgeving. 2.1.1 Integrale benadering: bevorderen kansengelijkheid Om optimale en gelijke ontwikkelkansen voor kinderen en jongeren te kunnen realiseren willen we de huisvestingsopgave bekijken vanuit een integrale en samenhangende benadering van opgaven rondom (passend) onderwijs, kinderopvang en brede ontwikkeling van kinderen. We halen ondersteuning en maatschappelijke partners de school/ wijk in en zorgen voor een inhoudelijke afstemming met het VVEonderwijs aanbod en met de ouders.

In de uitwerking van het IHP-K hanteren wij als uitgangspunten: • We versterken de pedagogische basis rondom het jonge kind, door samen te werken met verenigingen, ouders, ondernemers en partners die in de wijk voor maatschappelijke verbinding kunnen zorgen; • Ieder kind krijgt de zorg en ondersteuning die nodig is en krijgt deze zo veel als mogelijk in de school/ wijk; • Deze ondersteuning kent een afstemming met het regionale samenwerkingsverband passend onderwijs. Om deze visie op samenwerking concreet te maken is het nodig om de huisvestingsopgave te bekijken vanuit een integrale en samenhangende benadering van opgaven rondom huisvesting voor onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, sport en cultuur. De huisvestingsvoorzieningen dienen de visie op samenwerking rond de kindontwikkeling te volgen. We zullen daarbij aansluiten op de reeds aanwezige visies op onderwijs, Voor- en Vroegtijdige Educatie (VVE) en de Lokale Educatieve Agenda (LEA). 2.1.2 Structurele samenwerking onderwijs en kinderopvang De wettelijke taak voor de gemeente is om te voorzien in onderwijshuisvesting. Echter, vooruitlopend op de mogelijke stelselwijziging Kinderopvang in 2027, stellen we een IHP-K op met bestuurders van onderwijs èn kinderopvang. In de praktijk betekent dit dat de groei van de school niet per definitie leidt tot het vertrek van de opvang uit het gebouw.

De samenwerking kan ook zichtbaar zijn in de aanwezigheid van één team-/ personeelsruimte per voorziening.

9

Bij nieuwbouw van een school nemen we ook kinderopvang en evt. andere kindvoorzieningen mee. Wij hanteren hierbij als uitgangspunten: • Onderwijs- en kinderopvangorganisaties kunnen bouwen aan een langdurige samenwerking en doorgaande leerlijn. • Het streven is te komen tot gezamenlijke huisvesting waar de kans zich voordoet. 2.1.3 Passende ruimtebehoefte Belangrijk uitgangspunt voor te realiseren voorzieningen is dat deze naar de toekomst toe bestendig blijven. We bouwen immers voor lange termijn. Om iets te kunnen zeggen over de ruimtebehoefte kijken we in de uitwerking van het IHP-K per wijk naar de prognoses van 0-12 jaar en naar de belangstellingspercentages voor kinderopvang 0 tot 12 jaar. Verwachting is dat de ruimtebehoefte voor Onderwijs, Gymaccommodaties, Voorschoolse Educatie en kinderopvang zal groeien als gevolg van de geplande woningbouw en de door het kabinet aangekondigde stelselwijziging Kinderopvang. Vanuit onze visie op kansengelijkheid zijn onze kindvoorzieningen inclusief en adaptief. Adaptief wil zeggen gemakkelijk aanpasbaar, als onderwijsconcepten of benodigde ruimte en/of faciliteiten veranderen.

In de uitwerking van het IHP-K hanteren wij als uitgangspunten: • Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolbesturen en de gemeente dat het gebouwenbestand per wijk voldoende ruimte biedt voor de gewenste ontwikkeling van de hierboven genoemde kindvoorzieningen; • Nieuwbouw en levensduur verlengende renovaties moeten voldoen aan het Kwaliteitskader Huisvesting10 (update 2023). Dit is een landelijk werkdocument met eenduidige en praktische toepasbare kwaliteitscriteria voor de huisvesting. • De gymaccommodaties blijven voldoende toegerust op de landelijke norm voor bewegingsonderwijs. 2.1.4 Gebiedsgerichte benadering: Flexibel ruimtegebruik De piek in ruimtebehoefte in 2035 voor onderwijs en kinderopvang, vraagt (tijdelijk) om het maken van andere en flexibele keuzes. Wellicht zijn er buiten het schoolgebouw (tijdelijk) ruimtes beschikbaar voor onderwijs, voor externe zorgaanbieders of begeleiders en/of kinderopvang. Of kan een deel van de wijkfunctie, in een onderwijsgebouw worden vormgegeven. Binnen de uitwerking van het IHP-K willen we per wijk verkennen welke ruimtes in bijvoorbeeld buurthuizen, sporthallen of gebouwen van maatschappelijke partners in te zetten zijn voor de kind voorzieningen in die wijk. Dit om maximaal in te kunnen spelen op een groeiende en/of veranderende ruimtebehoefte.

Door zaken slim te organiseren en te combineren op gebied van personeel en huisvesting van kindvoorzieningen, willen we aanwezige (toekomstige) tekorten beperken. In de uitwerking van het IHP-K hanteren wij als uitgangspunten: • Per wijk wordt gekeken naar de mogelijkheid om ruimte voor kindvoorzieningen (en inzet van personeel/ vrijwilligers) te delen met maatschappelijke partners en initiatieven, om pieken in ruimtebehoefte op te vangen; • Meervoudig en multifunctioneel gebruik van de binnen- en buitenruimten van onderwijs- en maatschappelijke gebouwen wordt over en weer gestimuleerd; • Per onderwijslocatie wordt gezocht naar een integrale benadering van opgaven rondom huisvesting voor onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, sport en cultuur als ook de concrete behoefte aan samenwerking die daarbij past in het gebied/ de wijk.

10 Kwaliteitskader Huisvesting 2023 | Ruimte-OK

10

2.2 Gezond en Duurzaam (bouwsteen 2) De gezondheid van onze jongste inwoners is een groot goed. We willen dat de huisvesting bijdraagt aan de ontwikkeling van onze jongste inwoners. Een gezond en goed binnenklimaat is daarbij essentieel, zowel voor de kinderen als ook de onderwijsteams en andere volwassenen die er werken. De (speel)plekken rondom de school en opvang kunnen met voldoende biodiversiteit en groen, een positieve impact maken op de gezondheid, het emotionele en mentale welbevinden. Dat de gebouwen ook duurzaam zijn is geen vraag maar voor ons vanzelfsprekend. Kinderen willen we immers laten opgroeien in een duurzame omgeving die hen het goede voorbeeld geeft. 2.2.1 Gezond en goed binnenklimaat Een goed binnenklimaat is belangrijk voor goede leerprestaties en de gezondheid in het algemeen. Covid-19 heeft het belang van een goed binnenklimaat benadrukt. In de praktijk zijn vooral de CO2concentratie en de binnentemperatuur vaak te hoog als gevolg van slechte ventilatie. Dit kan pijnklachten, migraines etc. veroorzaken. Gemeente, schoolbesturen en opvang hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om een goed binnenklimaat in bestaande gebouwen te realiseren en te blijven monitoren. De binnentemperatuur en de luchtkwaliteit in onze huisvestingsvoorzieningen dient op orde te zijn. We willen daarbij werken met bewezen technologische oplossingen.

In de uitwerking van het IHP-K hanteren wij als uitgangspunten: • Frisse Scholen minimaal Klasse B voor nieuwbouw; • Frisse Scholen minimaal Klasse C voor bestaande bouw. Deze klasses staan beschreven in het Programma van Eisen Frisse Scholen 2015 van Rijksdienst Ondernemend Nederland in opdracht van ministerie van binnenlandse zaken. 2.2.2 Ruimte voor functionele integratie met sport, bewegen en cultuur Een ander aspect van gezondheid is het bevorderen van bewegen in en rond de voorzieningen. Net als bij een gezond binnenklimaat draagt bewegen bij aan goede leerprestaties en de ontwikkeling van het jonge kind. Om kinderen op school uit te dagen tot meer bewegen, wordt de leeromgeving daar meer en meer op ingericht. Zowel binnen als buiten en zowel tijdens als na schooltijd. Het is aan de onderwijsen de opvangorganisaties om deze ruimte(n) vanuit een gezamenlijke pedagogische visie vorm te geven en in te richten. Een groene, natuurlijke omgeving ontprikkelt het brein en maakt gelukkiger. Bij medegebruik/ gebruik buiten schooltijden door inwoners uit de wijk, kan de gemeente hierin ook een partner zijn. Daarnaast kan ook gedacht worden aan het realiseren van onderwijs- en opvangvoorzieningen, waaronder die voor het bewegingsonderwijs, nabij of samen met sportvoorzieningen. Hiervoor kan de samenwerking worden opgezocht met (sport) verenigingen.

In de uitwerking van het IHP-K hanteren wij als uitgangspunten: • Samenwerking tussen maatschappelijke partners en onderwijsorganisaties waar dat kan; • Groene en avontuurlijke beweegpleinen bij de (her)inrichting van het schoolplein (beweging); • Aandacht voor moestuinen en gezonde voeding. 2.2.3 Duurzaamheid als voorbeeldfunctie We willen samen werk maken van ambities op het gebied van duurzaamheid. Uitgangspunt voor het op te stellen IHP-K is dat we duurzaamheid in de te maken afwegingen een belangrijke weegfactor geven. We kunnen niet alles doen, maar als er keuzes gemaakt moeten worden laten we ons niet alleen leiden door het financieel rendement, maar ook door ons voornemen om de jeugd het goede voorbeeld te geven. Om concreet werk te maken van de lokale duurzaamheidsambitie, hanteren wij in de uitwerking van het IHP-K als uitgangspunten:

11

•

• • •

•

Ambitie is energie neutraal, aardgasvrij bij nieuwbouw/ uitbreiding. Ook al is dit met het vigerende bouwbesluit (2012) nog niet afdwingbaar, de verwachting is dat dit vanaf 2027 wel het geval zal zijn; Ambitie is circulair bouwen; afval en verspilling van grondstoffen willen wij bij (ver)bouw voorkomen; Vergroening van buitenruimte bij nieuwbouw en bestaande bouw (klimaatadaptatie/ natuur inclusief / biodiversiteit); Meten = Weten. We willen de daadwerkelijke kosten van energieverbruik monitoren om gebouwprestaties te kunnen volgen en zicht te krijgen op het halen van landelijke klimaatdoelstellingen; Koppelkansen in de omringende wijk willen wij benutten (groen, energie, natuur, spelen, water, educatie, warmtenet).

2.2.4 Verkeersveiligheid rond de school Een belangrijk aspect van de veiligheid rondom een voorziening waar dagelijks veel kinderen verblijven, is het verkeer en de parkeervoorzieningen. Het is daarom belangrijk om in de uitwerking van het IHP-K aandacht te hebben voor de verkeersveiligheid in en rondom de voorzieningen. Denk aan het scheiden van verkeersstromen waardoor leerlingen zelfstandig naar school kunnen. Daarnaast is het belangrijk om goede ruimte voor halen en brengen te realiseren. Zowel voor ouders die met de fiets als met de auto komen. In de uitwerking van het IHP-K hanteren wij als uitgangspunt; • Veilige routes naar en rond de school (mobiliteit), waarbij we fietsen stimuleren (gezondheid, bewegen, duurzaamheid).

2.3 Vertaling van bouwstenen naar gebouwenpaspoort In deel 3 beschrijven we hoe we het IHP-K wordt opgesteld. Prioritering en fasering binnen de investeringsruimte die voorhanden is, zijn een onlosmakelijk onderdeel van het uit te werken IHP-K. Inzicht in scenario’s moeten gaan helpen een gerichte afweging te kunnen maken als ook het gesprek te kunnen voeren hoe wij benodigde investeringen samen gaan financieren. Bovengenoemde bouwstenen zijn leidend voor de volgorde die we in de uitvoering aanhouden. We vertalen de thema’s die bij de bouwstenen zijn beschreven in objectieve criteria en normen. Deze brengt een extern bureau, na aanbesteding en na goedkeuring door de Raad, in kaart met een vertaling naar een integraal gebouwenpaspoort. Deze maken we niet alleen voor de onderwijsgebouwen. In het kader van het op te stellen bredere accommodatiebeleid nemen we ook andere maatschappelijke gebouwen in Loon op Zand mee. De gebouwpaspoorten worden zo opgesteld dat zij vergelijkbaar zijn en dat een analyse op micro- èn meso-niveau (per wijk, zie 2.1.4) mogelijk is. Zo wordt per wijk/ gebied duidelijk wat de huisvestingsmogelijkheden en -opgave zijn voor onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, sport en cultuur en wat dit betekent voor de prioritering/ fasering.

Een deel van de benodigde informatie voor de gebouwenpaspoorten wordt door de schoolbesturen aangeleverd, en ander deel door een onafhankelijk extern bureau en door Pronexus.

12

Voorbeeld gebouwenpaspoort: •

•

•

•

Basisinformatie: Adresgegevens (inclusief BRIN-nummer, denominatie). Omvang gebouw en terrein (m2 bruto-vloeroppervlakte, omvang perceel). Bouwjaar (inclusief renovaties/uitbreidingen en/of monumentale status). Eigendomssituatie. Omgevingsplan en regelgeving. Demografische kenmerken van de wijk. Sociale voorzieningen in de omgeving. Integraliteit, Adaptiviteit & Inclusiviteit: Ruimtebehoefte (aantal leerlingenprognoses 5, 10, 15 jaar). Aantal lokalen/m2 onderwijs t.o.v. ruimtebehoefte. Aantal lokalen/ m2 voor brede ontwikkeling / zorg voor ieder kind. Ruimte voor bewegingsonderwijs in directe omgeving, t.o.v. ruimtebehoefte. Multifunctioneel gebruik van gebouw door kinderopvang en andere maatschappelijke partners. Beschikbare ruimte voor kindvoorzieningen in maatschappelijke voorzieningen in de omgeving t.o.v. ruimtebehoefte. Resultaten toegankelijkheidstoets. Biedt het gebouw een gastvrije, inspirerende omgeving voor diversiteit en inclusiviteit (interactie, samenwerking, etc.). Gezondheid en Veiligheid: Onderzoek kwaliteitseisen binnenklimaat (luchtkwaliteit, geluidsnormen). Onderzoek belevingswaarde gebouw en buitenruimte. Ratio van groen/grijs in de buitenruimte, voldoende schaduwplekken. Onderzoek functionele bewegingsmogelijkheden in binnen- en buitenruimte. Verkeerssituatie en bereikbaarheid.

Duurzaamheid en Staat van Onderhoud: Resultaat quickscan duurzaamheid/gebouwprestaties (t.o.v. wettelijke eisen 2050). Evaluatie MJOP's van schoolbesturen:  Onderhoud.  Waterdichtheid.  Brandveiligheid.  Elektrische installaties.  Sanitair en loodgieterswerk.  Benodigde korte en lange termijn investeringen.

13

Deel 3: Vervolgproces Deze startnotitie vormt de basis voor het vervolgtraject. In dit traject gaan de betrokken partijen samen uitwerking geven aan het Integraal Huisvestingsplan Kindvoorzieningen (IHP-K) voor de gemeente Loon op Zand.

3.1 Werkwijze Alle werkzaamheden rondom het op te stellen IHP-K worden verricht vanuit een projectgroep met daarin vertegenwoordigers van de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangpartners. De projectgroep brengt advies uit aan een stuurgroep. In de stuurgroep zitten de verantwoordelijk wethouder van de gemeente en bestuurders uit onderwijs en kinderopvang. De wethouder biedt het IHP-K, via het college, ter instemming aan de gemeenteraad aan. 3.1.1 Verantwoordelijkheden Onderwijshuisvesting is een gedeelde zorg van gemeente en schoolbesturen. Nieuwbouw en uitbreiding regelt de gemeente en in de basis verzorgt het schoolbestuur het onderhoud en exploitatie van de onderwijshuisvesting. Binnen het IHP Kindvoorzieningen is de kinderopvang een partner met een eigen rol en verantwoordelijkheden. De taakverdeling tussen gemeente en schoolbesturen vloeit voort uit de wet en is (lokaal) vastgelegd in de verordening Onderwijshuisvesting. Bestuurders van kinderopvangorganisaties worden vroegtijdig betrokken in het proces dat moet gaan leiden tot het vast te stellen IHP-K. Zo wordt aan hen ruimte geboden om inbreng te leveren. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de verordening en doet dit op basis van het op overeenstemming gericht overleg met de schoolbesturen.

Het zorgt ervoor dat de afspraken uit het IHPK een uitwerking kunnen krijgen, zodat de voorzieningen rondom het jonge kind ook naar de toekomst toe adequaat worden gehuisvest. De wethouder Onderwijshuisvesting is in het college het eerste aanspreekpunt. Het is haar verantwoordelijkheid de gemeenteraad periodiek te informeren over de investeringen die voortkomen uit gemaakte afspraken in het IHP-K. De gemeenteraad is primair verantwoordelijk voor het vaststellen van het IHP-K en de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs vanwege de financiële consequenties. 3.1.2 Meerjarige investeringsafspraken Om onze ambities ten aanzien van kindvoorzieningen over de hele gemeente waar te kunnen maken zullen creatieve oplossingen nodig zijn. Ook vraagt het om prioritering en fasering binnen de investeringsruimte die voorhanden is. Het moet duidelijk zijn welke volgorde er in de uitvoering zal worden aangehouden. Het IHP-K omvat zodoende een meerjarige investeringsagenda met daarin aangegeven de benodigde en beschikbare investeringsmiddelen, mogelijke kostenverdeling en financieringsmogelijkheden.

In de uitwerking van het IHP-K hanteren wij als uitgangspunten: • We maken onderscheid in huisvestingsmaatregelen voor de korte termijn (uitvoeringsplan eerste 4 jaar); de middellange termijn (4 tot 16 jaar) en een doorkijk naar de lange termijn (16 tot 40 jaar); • Op basis van eerder genomen besluiten hebben De Vaert en het Van Haestrecht College in het uitvoeringsplan voor de korte termijn de eerste prioriteit; • De verdere prioritering wordt bepaald op basis van de score van een school op de thema's, die genoemd zijn bij bouwsteen 1 en 2. Deze worden op basis van objectieve criteria en normen door een extern bureau verzameld in een gebouwenpaspoort.

14

3.1.3 Bekostiging Goede huisvesting vraagt om investeringen. De verwachting is dat zowel gemeente als organisaties in onderwijs als kinderopvang de komende jaren minder financiële ruimte hebben om te gaan investeren. Dit door oplopende kosten in de exploitatie als ook door stijgende investerings- en financieringslasten voor bouw en verbouw. Dit alles kan ertoe leiden dat investeringen mogelijk zullen doorschuiven in de tijd en/of beperkt zullen worden door wat aan middelen beschikbaar is. Een gedeelde inzet van middelen, ruimte en personeel kan gaan helpen om plannen toch uitgevoerd te krijgen. • Rijksvergoedingen Onderwijshuisvesting kent in de basis een zorgplicht voor gemeente en een onderhoudsplicht voor schoolbesturen. Beide krijgen daar een financiële vergoeding vanuit het Rijk. De gemeente via een vergoeding via het gemeentefonds, de schoolbesturen via de Lumpsum. Voor de bekostiging van onderwijshuisvestingsvoorzieningen lopen er zodoende twee financieringsstromen: één vanuit de gemeente voor de realisatie en één vanuit het Rijk voor onderhoud, exploitatie en beheer. Normbedragen voor investeringen in onderwijshuisvesting worden jaarlijks geactualiseerd door de VNG11. • Jaarlijks budgetplafond Op basis van de lokale verordening voorzieningen onderwijshuisvesting stelt de gemeente Loon op Zand jaarlijks een budgetplafond vast voor benodigde investeringen.

De hoogte van dit plafond bepaalt welke plannen worden uitgevoerd, of op een overzicht c.q. wachtlijst worden geplaatst. Afspraken met maatschappelijke partners (breder dan alleen kinderopvangorganisaties) zijn daarbij gekoppeld aan lange termijn huurafspraken. • Uitgangspunt bij bekostiging nieuwbouw en renovatie Nieuwbouw wordt gerealiseerd voor een gebruiksduur van tenminste 40 jaar. Een levensduur verlengende renovatie vindt plaats na het 40e jaar. Deze moeten de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar verlengen. • Uitgangspunt bij bekostiging kinderopvang Huisvesting voor kinderopvang is niet landelijk geregeld. Veel toegepast is het model van een langjarige huurovereenkomst met een kinderopvangpartner waarmee de gemeente dekking heeft voor de financiering. Dit vraagstuk dient op lokaal niveau een invulling te krijgen. • Uitgangspunt bij bekostiging duurzaamheidsambities, Total Cost of Ownership Verduurzaming van de gebouwen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen. De gemeente is in het verlengde van regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en gasloos bouwen bij nieuwbouw en overige wettelijke voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen. De schoolbesturen dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsambities via een bijdrage aan de investering.

De relatieve bijdrage bedraagt, waar mogelijk, circa 5 tot 10% van de totaallasten van de investering (onderbouwd door een businesscase per situatie). De bijdrage bestaat uit exploitatiegerichte investeringen met een terugverdientijd binnen vijftien jaar (inclusief effect op de onderhoudskosten). Daarnaast geldt dat de bijdrage moet passen binnen de kaders van het Onderwijsaccountants-protocol. Een belangrijk uitgangspunt voor het op te stellen IHP-K is dat deze redeneert vanuit het principe Total Cost of Ownership (TCO). Dat betekent dat beslissingen worden genomen op basis van de gebouw gebonden lasten over de gehele levensduur. Schoolbesturen weten daarmee waar ze aan toe zijn voor te nemen beslissingen voor het onderhoud en kunnen zo, waar mogelijk, financieel op verantwoorde wijze bijdragen aan investeringen. 11 Nieuwbericht over actualisering normkosten 2024 door VNG 19 oktober 2023

15

Dit vanuit te halen voordelen in de exploitatie en/of besparingen op toekomstig groot onderhoud. Investeringen in bestaande locaties worden zodoende afgewogen tegen het perspectief van de nog te verwachten gebruiksduur van het gebouw. In de uitwerking van het IHP-K zal daarom per gebouw de resterende levensduur worden opgenomen. Per locatie zal moeten worden aangegeven welk scenario van toepassing is: Nieuwbouw, Renovatie, Instandhouding of Afstoten.

3.2 Planning Doel is om het IHP-K te kunnen aanbieden bij de kadernota van 2025. Dit zodat de financiële consequenties kunnen worden meegenomen bij de begroting van 2026. De uitwerking van het IHP-K verloopt in vijf stappen. Hieronder staan de benodigde stappen en het tijdspad nader omschreven. Tijd

Acties

Q3-Q4 2023:

(1) Bepalen uitgangspunten en ambities (visie) Drie bijeenkomsten organiseren met bestuurders en professionals vanuit het basisonderwijs, de kinderopvang en de gemeente. Breed kijken naar en inzoomen op de uitgangspunten en ambities voor het IHP-K. Opstellen concept startnotitie IHP-K. (2) Analyse bestaande situatie (gebouwenpaspoort) voorbereiden De stakeholders geven feedback op de concept – startnotitie. De (kaders van ) de startnotitie bieden we aan het college en de Raad aan ter instemming. We vragen offertes aan voor het opstellen van de gebouwpaspoorten op basis van de thema’s die genoemd zijn bij bouwstenen 1 en 2. (3) Scenario’s en prioritering (afwegingen) Na goedkeuring Raadsvoorstel stelt extern bureau gebouwpaspoorten op. Na analyse op micro- en meso niveau ontwikkelen we scenario’s (volgorde waarin scholen ‘aan de beurt zijn’ en mogelijke tijdelijke oplossingen in de wijk), voor komende 4 en komende 16 jaar.

Q1 2024:

Q2-Q3 2024:

Q4 2024:

Q1 2025:

Inhoudelijke, strategische keuzes voor (levensduur verlengende) renovatie, verduurzaming of vernieuwbouw. Dit in samenspraak met besturen van onderwijs, kinderopvang en andere maatschappelijke accommodaties. (4) Keuzes en besluitvorming (financiën) Uitwerking van het IHP-K en de financiële consequenties als gevolg van benodigde investeringen concreet maken. Procesafspraken maken over de wijze waarop gemeenten, schoolbesturen en de opvangorganisatie(s) inhoudelijke samenwerking aan gaan bij projecten/ meerjarige financiering en urgente accommodatie vraagstukken. (5) Implementatie en Monitoring (uitvoering) Aanpassen onderwijshuisvestingsverordening van de gemeente. Afspraken voor tussentijdse evaluaties en 4jaarlijkse actualisatie van uitvoeringsplan. Deze afspraken verankeren in de lokale verordening.

Resultaat/ resultaten Startnotitie met kaders voor uitwerking IHP-K (februari 2024)

Vaststellen startnotitie door college (maart 2024) Vaststellen raadsvoorstel voor kaders, planning en extern onderzoek (mei 2024)

Rapportage gebouwpaspoorten per wijk/gebied (september 2024) Vaststellen IHP-K volgorde, getoetst bij stakeholders (oktober 2024)

Vastgesteld IHP-K door de Raad (Q1 2025) Financiële consequenties in beeld voor de kadernota 2025/ begroting 2026 (Q1 2025). Verankering in verordening onderwijshuisvesting Loon op Zand (Q2 2025)

16

3.3 Financiële consequenties Het IHP-K moet betrokken partijen inzicht gaan geven op de totale investeringsopgave. Op dit moment zijn er geen extra middelen vanuit de gemeentebegroting beschikbaar voor de uitwerking van de plannen die voortvloeien uit het IHP-K. Naar verwachting zullen de bestaande budgetten ook niet toereikend zijn om alle (noodzakelijke) wensen op het gebied van huisvesting uit te kunnen voeren. Prioritering in tijd en uitvoering (stap 3) zal dus noodzakelijk zijn. Het opstellen van de gebouwpaspoorten (zie 2.3.2) wordt deels gedaan door een extern onafhankelijk onderzoeksbureau, wanneer de gemeenteraad hier een bedrag voor beschikbaar stelt. Meerjarig investeringsprogramma Om met het op te stellen IHP-K aan te kunnen sluiten bij de landelijke ontwikkeling, van een duurzaam meerjarig investeringsprogramma van schoolbesturen en gemeente gezamenlijk, zal het financieel perspectief van het IHP-K in delen worden opgedeeld: bij voorkeur in perioden van 4 jaar. De eerste 4 jaar heeft een koppeling naar het uitvoeringsplan en de begroting. Naarmate verder in de toekomst wordt gekeken, neemt de zekerheid van de planning af, omdat de gebouwpaspoorten en prognoses van ruimtebehoefte deels een momentopname zijn. Risico’s Met het opstellen van het IHP-K geeft de gemeente invulling aan haar zorgplicht.

We benoemen hier enkele risico’s voor het IHP-K traject en de wijze waarop deze beheersbaar zijn: •

Stijgende bouwkosten: Bouwkosten zijn de afgelopen jaren enorm gestegen De huidige krapte op de bouwmarkt kan leiden tot druk op de gehanteerde investeringsbedragen. De normbedragen die de VNG hanteert, lopen hiermee niet synchroon. Er vindt een aanpassing plaats, echter is het raadzaam verwachtingen en ambities ten aanzien van nieuwbouw hierop aan te passen. Beheersing van dit risico kan pas plaatsvinden op het moment dat benodigde budgetten in de meerjarenbegroting van de gemeente een verankering krijgen.

•

Toenemende schaarste aan plancapaciteit en grondstoffen: Oplopende bouwkosten zijn deels het gevolg van schaarste. Het slim clusteren van (bouw)opgaven en het vroegtijdig nadenken over de te kiezen aanbestedingsvorm kan bijdragen aan het haalbaar maken van de businesscase.

•

Hoge ambities ten aanzien van gezondheid en duurzaamheid: Covid-19 en de gevolgen van klimaatverandering lijken het belang van frisse scholen en een duurzame omgeving te onderstrepen. Investeringen op deze aspecten zijn doorgaans fors. We gaan er vanuit dat met de investeringen in 2020-2022 in het kader van Frisse Scholen, het beoogde resultaat is bereikt. Dit zal de gebouwenscan van het extern bureau, uitwijzen.

•

Ontbreken van draagvlak voor uitvoering: Er bestaat een mogelijkheid dat er geen consensus wordt bereikt met één of meerdere schoolbesturen, of kinderopvangorganisatie over de te volgen ontwikkelingen. Het is derhalve van groot belang in een vroeg stadium alle betrokken partijen aan tafel te hebben en hen goed mee te nemen in het te doorlopen proces. Beheersing van deze risico’s kan plaatsvinden middels duidelijke procesafspraken.

•

Relatie tot Wijkgericht Maatschappelijk Accommodatiebeleid (WMA): het WMA en IHP-K worden beide in 2024 opgesteld, om de maatschappelijke huisvestingsmogelijkheden en opgave per gebied in kaart te brengen. Deze processen kunnen elkaar versterken, maar ook vertragen. Er is een realistische planning opgesteld om de geschatte investeringen bij de kadernota van 2025 aan te leveren.

17

•

Veranderingen in de samenleving: Door afspraken te maken over de wijze waarop het IHP-K (en daarbinnen ook het Meerjaren Onderhoudsplan van de schoolbesturen) in de toekomst zal worden geactualiseerd, bijvoorbeeld om de vier jaar, kan tijdig worden geanticipeerd op ontwikkelingen zoals leerlingprognoses (aantallen + spreiding), nieuwe wet- en regelgeving (wetswijzigingen + klimaatakkoord), kostprijsontwikkelingen (bouw + innovatie) en vanuit het Rijk beschikbare bekostiging en of investeringsprogramma’s.

•

In het IHP-proces onderzoeken we en spreken we af of/ hoe een kinderopvangorganisatie via een (kostprijsdekkende) huurvergoeding, de kapitaalslasten onderwijs kan compenseren, bij nieuw- of aanbouw. Dit proces is nieuw voor de gemeente Loon op Zand, we zullen hiervoor kijken naar de ervaringen in andere gemeenten.

3.4 Participatie/ communicatie Draagvlak en vertrouwen in te maken afspraken zijn van groot belang. Om over bovengenoemde uitgangspunten ontwikkelafspraken te kunnen maken, zal er in de uitwerking van het IHP-K voldoende tijd ingeruimd moeten worden om de besturen van onderwijs- en kinderopvangorganisaties mee te nemen. Om gewenste plannen en ambities (financieel) haalbaar te maken gaan we ook in gesprek met andere relevante partijen en netwerken in de gemeente. We nodigen o.a. woningcorporaties, bewoners, ondernemers, vastgoedeigenaren, ontwikkelaars, ouders etc. expliciet uit om mee te denken waar het gaat om een effectiever gebruik en optimale inzet van binnen- en buitenruimte in de voorzieningen in de gemeente. Samen met de betrokken partijen (gemeente/ schoolbesturen/ kinderopvangpartners) zal afgestemd worden hoe, wanneer en op welke wijze er gecommuniceerd wordt naar bijvoorbeeld ouders en omwonenden. De ervaring in andere gemeenten leert dat het verstandig is om vooraf duidelijke afspraken te maken wanneer en met welke informatie betrokkenen naar buiten gaan.

18

Bijlage I: Overzicht gebruikte definities MJOP Meerjaren onderhoudsplanning. Uit deze planning blijkt welk onderhoud aan het pand plaats moet vinden, wanneer het gepland staat en welke kosten gemaakt worden voor het onderhoud. IHP Integraal Huisvestingsplan. Het planningsinstrument voor toekomstige scholenbouw binnen een gemeente. IHP-K Integraal Huisvestingsplan Kindvoorzieningen. Onder Kindvoorzieningen verstaan we basis- en voortgezet onderwijs, bewegingsonderwijs, voorschoolse educatie, kinderopvang en de zorg en ondersteuning gericht op de gezonde leer-ontwikkeling van kinderen. WMA Wijkgericht Maatschappelijk Accommodatiebeleid, dat in 2024 het Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid uit 2018 vervangt. Bouwheer De opdrachtgever aan onder meer architect, adviseurs en aannemende partijen in lijn met art. 103 WPO, art. 101 WEC en art. 6.13 WVO. TCO Total Cost of Ownership. De methode waarbij op basis van de kosten en baten over de gehele levensduur investeringskeuzes worden gemaakt. (B)ENG (Bijna) Energieneutraal. Energieneutraal betekent dat de energievraag van het gebouw volledig met hernieuwbare bronnen (wind, zon, aardwarmte, aquathermie enz.) kan worden opgewekt. Voor meer uitleg van begrippen wordt verwezen naar het woordenboek verduurzaming onderwijsgebouwen. Woordenboek verduurzaming onderwijs | Ruimte-OK

19

Bijlage II: Overzicht bronnen en aansluiting bestaand beleid Waar sluit dit beleid op aan: 1. Loonse Educatieve Agenda 2024-2028, gemeente Loon op Zand (in wording) 2. Met Lef gefocust op u - Coalitieakkoord 2022-2026 - gemeente Loon op Zand 3. Duurzaamheidsprogramma 2023-2033 – gemeente Loon op Zand 4. Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2016 – gemeente Loon op Zand 5. Wijkgericht Maatschappelijk Accommodatiebeleid 2024-2030 6. Visie Sociaal Domein (2022), Opgave Sterke Gemeenschappen (2024) 7. Sportbeleid Loon op Zand 2020-2030.

Extern: 1. Sectorale Routekaart verduurzaming schoolgebouwen van PO-Raad, VO-raad en VNG 2. Wetswijziging Doelmatigheid van onderwijshuisvesting van Ministerie van OCW 3. Kwaliteitskader Huisvesting voor Primair en Voortgezet onderwijs van kenniscentrum Ruimte-OK 4. Informatie over verduurzaming van scholen via www.scholenopkoersnaar2030.nl

20

Bijlage III: Overzicht bestaande huisvestingsvoorzieningen

PRIMAIR ONDERWIJS Kaatsheuvel

school De Vaert De BERK De Touwladder Den Bussel De Kinderboom

Kinderopvang/ BSO op PSZ/VVE 0-4 zelfde School jaar op zelfde locatie als eigen gym- gymzaal bestuur locatie de school voorziening gemeente

adres Van Heeswijkstraat 5171 KJ 55 Kaatsheuvel Leerrijk 5171 BM Kaatsheuvel Leerrijk Anjerstraat 4a 5171 WS Heiakker 34 Kaatsheuvel Bravoo 5171 XJ Paulus Potterplein 2 Kaatsheuvel Bravoo 5172 BS Vecht 15 Kaatsheuvel Leerrijk

KMB

KMB

ja

KMB

KMB

nee

Werft

nee

Mikz

nee

Werft

nee

nee

nee

Werft

KMB

KMB

nee

Werft

Leerrijk KMB

KMB

nee

Wetering

Leerrijk nee

nee

nee

Wetering

Bravoo nee

nee

nee

Wetering

Hukkiepuk (Tilburg)

nee

Werft

nvt

ja

Loon op Zand school

De Blokkendoos

adres

Ecliptica 26

De Lage Weijkens Doelen 1

De Vlinderboom

School bestuur

Tamboerstraat 1

5175 XJ Loon op Zand 5175 CP Loon op Zand 5175 TE Loon op Zand

De Moer School bestuur

school

adres

De Start

Middelstraat 22

5176 NJ De Moer

Vossenbergseln 8

5171 CC Kaatsheuvel OMO

Bravoo nee

VOORTGEZET ONDERWIJS Kaatsheuvel Van Haestrecht College

nvt

21

KINDEROPVANG Loon op Zand Kinderdagverblijf / peuterspeelzaal adres

aanbod

5175 PK Loon op Blauwloop 3 Zand 5175 AK KMB - locatie Gerlachusstraat 79- Loon op Dikkertje Dap 83 Zand 5175 XJ KMB - locatie De Loon op Ecliptica 26 Zand Blokkendoos Kinderopvang Buitenlust

0-12

0-12

0-12

Kaatsheuvel kinderdagverblijf/ peuterspeelzaal adres Kanti KMB - locatie De Petteflet KMB - locatie De Kinderboom KMB - locatie De Vaert KMB - locatie BERK Mikz - locatie Buitengewoon Mikz - locatie De Rode Loper Mikz- locatie Bosrijk

5171 TA Kaatsheuvel 5171 EL Berndijksestraat 26 Kaatsheuvel 5172 BS Vecht 15 Kaatsheuvel Van Heeswijkstraat 5171 KJ 55 Kaatsheuvel 5171 BM Kaatsheuvel Anjerstraat 4a 5171 BW Pr. Kennedyplein 2 Kaatsheuvel Paulus Potterplein 5171 XJ 42 Kaatsheuvel 5171 RE Zandberg 4 Kaatsheuvel Rechtvaart 3c

De Moer Kinderdagverblijf / peuterspeelzaal adres Hukkiepuk (Tilburg) – locatie Middelstraat 22 De Start

5176 NJ De Moer

0-12 0-12 0-12 0-12 0-12 0-4 0-12 4-12

4-12

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=2e1c36a5-a72a-42f0-96ed-8eb2d3b42c82