CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Speelruimtebeleid 2025-2035 geanonimiseerd

Raadsvergadering 15 mei 2025, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over Speelruimtebeleid 2025 – 20358.572 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Februari 2025 <«<

gemeente

= ; Loon op Zand

2% ,994 ,3

10 48 e,

.3

e •AX 552 5*

2

Samen actief spelen & bewegen Speelruimtebeleid 2025 - 2035 Gemeente Loon op Zand

_

WëLw

F=-

066q

gs

2

-

üs852 '

80022 ,832

89

3. ■ 22

aa ig,

üsmuec= - J:arsmftrN

I

54

eh

daeagëij

as

5 e-s 2

A

-e

.B

2N

2 uia

AA

a

2neaE

*-1

:d K5

T

Pee

> eez

225

-

-= ]

29,,88633

Dit speelbeleid is in opdracht van de Gemeente Loon op Zand opgesteld door Speelplan BV (Almere).

gemeente

=; Loon op Zand

5.1.2.e

Februari 2025

Inhoudsopgave Inleiding

4

Visie en beleid

7

Ambitie 1 - Een divers en uitdagend speellandschap Ambitie 2 - Sporten, bewegen en ontmoeten voor iedereen Ambitie 3 - Speel- en beweegruimte voor mens en milieu Ambitie 4- Goede beweegruimte creëren we samen

8 10 12 14

Beleidskaders en ontwikkelingen

16

Bijlage 1: Het (participatie)onderzoek

19

Bijlage 2: Speelbuurtmodel

24

Bijlage 3: Uitvoeringskaders

27

Bijlage 4: Begrippenlijst

29

Bijlage 5: Onderzoeksrapport

extern

3

Inleiding - waarom nieuw speelbeleid? Aanleiding Dit is het beleidsplan voor de openbare speel- en beweegruimte van de gemeente Loon op Zand voor de periode 2025-2035. De gemeente heeft besloten tot het opstellen van dit nieuwe beleidsplan naar aanleiding van de volgende ontwikkelingen: o Looptijd huidig speelruimteplan: Het huidige speelruimteplan heeft een looptijd tot 2025. Hiermee is het tijd voor een nieuw beleidsplan. o

De Omgevingsvisie (2024): Juni 2024 is de Omgevingsvisie van Loon op Zand vastgesteld. Hierin zijn nieuwe kaders vastgesteld voor de ontwikkeling van onze gemeente. Het nieuwe beleidsplan sluit aan op de ambities uit de Omgevingsvisie.

o

Inclusie en toegankelijkheid: Alle bewoners zijn welkom in onze gemeente. Ook de openbare speel- en beweegruimte moet ruimte bieden voor iedere leeftijd en mogelijke beperkingen.

o

Vitale leefomgeving: Loon op Zand wil een vitale leefomgeving bieden voor alle inwoners. De openbare ruimte moet uitnodigen tot bewegen en ontmoeting.

Doel en scope Dit speelruimteplan vormt de komende 10 jaar het kader voor de invulling van de openbare speel- en sportruimte. In dit plan staan richtlijnen voor de toekomstige (her)inrichting en uitvoering.

Dit beleidsstuk omvat alle openbare speel- en sportplekken in beheer van de gemeente in de kernen Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer. Daarnaast wordt er ook rekening gehouden met de bespeelbaarheid van de gehele openbare ruimte (parken, natuurgebieden, hofjes, pleinen en straten). Niet-openbare voorzieningen (de meeste schoolpleinen en de sportverenigingen) vallen niet binnen dit beleid.

Opzet en werkwijze In 2024 is een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Hierbij is zowel gekeken naar de huidige situatie (kwantiteit) als naar de waardering en behoefte vanuit de samenleving (kwaliteit). De onderzoeksresultaten (zie bijlage 1 voor samenvatting) zijn meegenomen in de planvorming. Het onderzoek bestond uit: o Een veldwerkonderzoek; o Vier wijkwandelingen met basisschoolkinderen; o Een jongerensessie; o Een sessie met de kinderraad; o Een gemeente brede online enquête; o Een werksessie met andere beleidsterreinen.

Leeswijzer In dit speelruimtebeleid laten we eerst de huidige situatie van de speelruimte zien met de speelruimtekaart. Dan benoemen we de visie voor de toekomst met ambities die daarbij horen. Vervolgens koppelen we onze ambities voor de openbare speel- en sportruimte aan de gemeentelijke beleidskaders en landelijke ontwikkelingen. Daarna in de bijlage 1 kunt u de onderzoeksmethode en resultaten vinden. In bijlage 2 staan kaders voor het onderzoek van de speelruimte (speelbuurtmodel). In bijlage 3 staan kaders voor de inrichting en uitvoering van speelplekken. Begrippenlijst in bijlage 4 voor verdere uitleg.

4

Huidige situatie speelruimte

Legenda Locaties zijn gecategoriseerd op basis van hun bereik en speelvormen die er te vinden zijn. Nummers komen overeen met de speelbuurten waarin zij liggen.

De gemeente telt 63 speel- en sportplekken met 306 speeltoestellen. Het formele speelaanbod bestaat voornamelijk uit een netwerk van kleine speelplekken.

Bereik van plekken:

In dit hoofdstuk is de openbare speel- en sportruimte inzichtelijk gemaakt met speelruimtekaarten. Per buurt is aangegeven of er een gezond of laag speelaanbod aanwezig is. In de meeste buurten is een gezond aanbod aanwezig. De grootste verbe­ termogelijk zit in het creëren van een divers speellandschap.

speel hoekje A (enkele toestellen) W

spelen met toestellen

" "

kleine plek voor omwonenden

sporten

grote plek voor de hele wijk

■ ■■I

■ Ng

natuurlijk spelen

spelen op een pleintje

|i 111

spoor

--

primaire barrière (drukke weg)

overige voorzieningen: vuur-lenngenl Overige 4 schoolplein “7• park

A K

W

m*

d

plek voor de hele buurt

De speelruimtekaarten zijn tot stand gekomen door een uitgebreid onderzoek. De uitgebreide resultaten staan beschreven in het onderzoeksrapport als externe bijlage van dit rapport.

e

Speelvormen:

i-L-i I I__ —

rf

sportclubs

• vrije speelruimte

Natuurlijke route

A

Mussenhoek

dierenweide

in het groen

Speelaanbod:

Het speelaanbod is laag

m2Q

{ Er is een gezond speelaanbod

\ -3. RKBS

-de Lage Weijkshs

- va»

22

De Hoogt

Molenwijk noord

Oud-Loon

De’

> ES

ennq

„046 ■

■

...

13

2

H M

S J 3 Ü Jongereacetrum Scouting 'De Kuip Pastoor Simonsgroep

....

e

A.

F 032

AA

RKBS de BlokkendoosS

W Blauw-Wit 812

OJ de Vlinderboom

5

Molenwijk zu id —

32 .Uno Animo

Tennis & padelclub -u Loon op Zand

□

m GoBs

UT De Start

De Moer

Legenda

Huidige situatie speelruimte

Locaties zijn gecategoriseerd op basis van hun bereik en speelvormen die er te vinden

50 523gu,80* — 12142

0

ih

qe-AaN

22

9

3HW40 -aEnaën AR. 1

’l?

: 24

9vaE . i0

=196 iBIü n3-n ■ 3Agi I

guqqIm=aEa

Öl ) !

De Zandschel

j

4 1

1Y63p ib

i "" W ** Jl*^**^

mum —uu u. 2

I -

4.ü

•J

- IF3

. 5

-

« 5

J J

T

(4,532 4

-

(/4 -

]

nI Imr r_mu

004

ë

Freerunnen

■

m

I

Centrum

Van Ha est ree I (9 College

L____ ]

«

P-

lue-

ir RKBS De Berk"

-

P-

:

Sporthal " j, De Werft

Staatslieden­ buurt

-

icj/ Jè an.

I■

I . -I=

Pannenhoef west

SE 19

"^5

I

Dorp

De Bussel I

m7

4

Hil zuid

.n

G

SS

Gj Heikant

Hil noord ■

m5

RKBS Kinderboom

“7•

sportclubs

rf

park

dierenweide

• vrije speelruimte

Natuurlijke

in het groen

route

Speelaanbod: Het speelaanbod is laag

Er is een gezond speelaanbod

Loonse Vaert

y

/ /n ijl / / I

2

Omdraaier

i

a

QRKBS DeVaert / /, S' i--

n

Prinsessen-

buurt

/-

■

N

\1

' le I

I I I I I I 1 I I I I

I .1 I

OBS de e" • Touwladdera2L

ë0

122 J J Jongerencentrum i Crossroads-—---

primaire barrière (drukke weg)

schoolplein

W

De oude

w

De Rode Loper

spoor

- -

)-

Els oost

,,8,2e

spelen op een pleintje

Overige overige voorzieningen: vuur-lenngenl

/ ƒ ■/ /,

Schrijvers-

natuurlijk spelen

|i 111

7

C

Els west

■■'1

?

-

Draaiboom

ƒ

Pannenhoel oost OBS

— 4am‛-.,E I

।

“ Rooi

/buurt

f

—sI—

■ ■■I

7

(6,

Sloemenbuurt-> 1. Mi H a miclAÊn

BI

6

t grote plek voor ; de hele wijk

=2-

4.12 DeGildenbond ; toMi --ca.

Westwaard

d

D

mi Pi / F

“N

sporten

plek voor de hele buurt

>

)

spelen met toestellen

kleine plek voor

9

->'

A W

omwonenden

A

Vossenberg

Speelvormen:

speel hoekje (enkele toestellen)

gds5b

T~eoost

123 I I •

i

=rFft

Vossenberg

west

i-L-i I I___ —

(83

M*Uad

Hq

’

(

23

1 Ir 2 n. 1335—2.0*3 2 eeeÈeë fpuK* aeFr3e । 113 0 JE suanp 1j,Eg LyFi SA-E

m•,

4A

1 I ••■1 j

0

38203

ëüE

j

"6/8e 5 ■ - =l -921

-

5

E

1

|

De Kets

speelbuurten waarin zij liggen.

Bereik van plekken:

n =2}*

g

[

g Tek

7

gu

1

3

bp :

zijn. Nummers komen overeen met de

3 «- ‘ë 335'362= ƒ 3 ë 6 2 e.

*# TI gax 1 I P21 E --1gaa i 2j55 9 3 1,77} •=. z ■ __ J Uuu 4

üdë l

He

11 * :2id t

gIER:HHIWISW

1 i g Al tjjda

39 '33

Attractiepark De Efteling

I l 1 l l I I

1 l

Visie op speelruimte

Visie & beleid 2025-2035 De openbare speel- en sportruimte staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van de leefomgeving van inwoners. Daarmee heeft het invloed op het fysieke en sociale gedrag van kinderen en alle inwoners van de gemeente. Om het gedrag positief te beïnvloeden hebben we een visie ontwikkeld voor de speelruimte en deze praktisch uitgewerkt tot vier ambities.

-

TEi u AT •.3 .-E1 1

I

\ * 5trkton I

1

0

X2-se

LJ.

I G.

f.------ R

73

11

w

1

-5Hi ir

Loon op Zand streeft naar een speelruimte die niet alleen bijdraagt aan de motorische, zintuiglijke, sociale, creatieve en emotionele ontwikkeling van kinderen, maar ook aan de gezondheid en het welzijn van alle inwoners. Een goed ingerichte openbare speel- en sportruimte biedt verschillende voordelen. Het stimuleert fysieke activiteit, wat essentieel is voor het voorkomen van chronische ziekten en het bevorderen van mentale gezondheid. Daarnaast bevordert de sociale cohesie door ontmoetingsplekken te creëren waar mensen van alle leeftijden samen kunnen komen. Groene en goed ingerichte speelruimtes dragen bij aan een klimaatbestendige en leefbare buurt, wat de algehele kwaliteit van leven verhoogt.

Loon op Zand vindt het daarnaast belangrijk dat inwoners betrokken worden bij de inrichting van de openbare ruimte. Hiermee wordt er beter aangesloten op de wensen van inwoners en wordt het gebruik groter.

*= — —

Ook is duurzaamheid een belangrijk thema binnen Loon op Zand. Binnen de openbare ruimte gaat duurzaamheid over het vergroenen van de buitenruimte, het tegengaan van wateroverlast, droogte en hitte en de kwaliteit van het groen om biodiversiteit te vergroten.

dr

-

T

Met de volgende vier ambities willen we ‘Samen Actief Spelen & Bewegen’ mogelijk maken: 1. 2. 3. 4.

Een divers en uitdagend speellandschap Sport, bewegen en ontmoeten voor iedereen Een speelruimte goed voor mens en milieu Goede beweegruimte creëren we samen

Ambitie 1 - Een divers en uitdagend speellandschap Waar willen we naartoe? O

Verschillende leeftijden vragen om verschillende speel- en beweegmogelijkheden. In iedere buurt is er voor een brede leeftijdsgroep een passend speelaanbod dat voldoende uitdaging biedt. Door meer diversiteit in het speelaanbod aan te brengen worden kinderen gestimuleerd om buiten te spelen en verschillende speelplekken te ontdekken.

o

Hoe is het nu? O

o

o

o

Een wisselende spreiding: De spreiding is wisselend per speelbuurt. Sommige buurten beschikken over een enkele buurtplek (bijv. Hil noord), andere buurten juist over een netwerk van kleine speelplekken (bijv. Molenwijk noord).

Speelaanbod voor jonge kinderen: Er zijn weinig speeltoestellen te vinden die uitdagend zijn voor de leeftijdsgroep 8+. Deze doelgroep speelt en sport vooral op de buurtplekken, maar ook daar is het aanbod niet uitdagend en afwisselend genoeg.

Weinig afwisseling tussen speelplekken: De meeste speelplekken zijn gericht op traditioneel spel (met speeltoestellen). Er zijn weinig natuurlijke speelplekken en speelpleintjes.

Geen aangelegde speelroutes: De speelplekken zijn niet met elkaar verbonden doormiddel van routes. Wel zijn er in sommige buurten natuurlijke groenstroken met voetpaden die dient als route.

Een goede spreiding: Een goed verspreid en met elkaar verbonden aanbod van kleine speelplekken en buurtplekken. Een divers speelaanbod: Een speelaanbod met verschillende speelvormen (Schijf van Vijf) en een speelaanbod waardoor alle kinderen worden uitgedaagd om buiten te spelen en verschillende speelplekken willen bezoeken.

Welke dragen daaraan bij? o

Speelbuurt: We gaan rekening houden met speelbuurten. Binnen de speelbuurt zorgen we voor een goede buurtplek en een diversiteit aan kleine speelplekken. De richtlijnen voor een speelbuurt staan beschreven in bijlage 2: Speelbuurtmodel.

o

Ontmoeting en samenspel: Bij het (her)inrichten van speelplekken zetten we meer in op ontmoeting en samenspel. Bijvoorbeeld door het plaatsen van contacttoestellen en het behouden van voldoende vrije speelruimte.

o

Aanleggen speelroutes: In de speelbuurten waar het netwerk voornamelijk bestaat uit kleine speelplekken of waar het speelaanbod laag is worden locatie met elkaar verbonden. Deze veilige wandelroutes zijn ingericht met speel- en beweegaanleidingen op en langs de stoepen zoals pleinplakkers, mozaïektegels en kleine speel-/ beweegtoestellen.

8

E

Te

-

se

'ose

1230

K 355 02

•,5

} Had 40e

‘TF

-ü' ■

- a --

V.

„e.

e—E"

e-

38

e

pe

s

3 1 C L ■1

- ——e- ।

1- :

2"g

43

p‘ e

HÈ

-33a * : =5

-3e

mgw2g

3, • 3 .9a • rtiet

se

0

mrie

■

. .

■

U"ha62

bg

M ' ■" L -Groenstrook die als speelroute kan dienen (Vossenberg Oost)

8

25

1-85/14*52531385708328" MSEESESHdee.

Pleintje met speelaanleidingen (Rooi Dorp)

v54" et-reneTe .. .. 45.

3

Lg‘

222! "espg

ë8Èa iP

4

E ü

2.52

A,

'

i g2

0412

-

*sss

I

i 1*

5

KMg

më $

2

■

e

N0 ha. i •202

-su=

—e at.l

8.......

#h

2-2-'

E

g oor - 3 ■ ' 2E,

iTraditionele speelplek (Loonse Vaert)

Natuurlijke speelaanleidingen (Prinsessenbuurt)

#

1

v

ele fi

ms . Y - ■

• T--

2-*-

2 as

!

I

... --aG -

WMbEsee e2

b

T

— --

’ M-üugi

■-

■

■

6 asitmla

- - --=e-10. --

—-

•

Ambitie 2 - Sporten, Bewegen en Ontmoeten voor iedereen

M

De openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte is voor iedereen. Het aanbod is bedoeld voor kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen, én voor inwoners met een beperking. Speelplekken moeten toegankelijk zijn en op grote multifunctionele plekken ligt de focus op een inclusieve inrichting van de speelplek.

Hoe is het nu? O

o

Weinig aanbod voor jongeren: Het formele, door de gemeente ingerichte aanbod is vooral gericht op (jonge) kinderen. Voor jongeren (12+), volwassenen en ouderen zijn op het moment weinig beweeg- en sportvoorzieningen in de openbare ruimte.

Traditioneel sportaanbod: Het sportaanbod bestaat voornamelijk uit voetbal, basketbal en tafeltennis. De moderne sporten bestaan enkel uit kleine skatevoorzieningen.

inwoners. Het aanbod sluit aan op de wensen van jongeren en ouderen. o

Meerdere multifunctionele sport-, beweeg en ontmoetingsplekken: Waar iedereen kan spelen, sporten en ontmoeten. Een voorbeeld hiervan is het President Kennedyplein. Hier is een combinatie van sport (freerunnen en calisthenics), spelen en ontmoeten.

o

Toegankelijke buurtplekken & inclusieve multifunctionele plekken: Op buurtplekken moeten geen drempels zijn voor inwoners met een beperking. Terwijl de multifunctionele met een inclusieve gedachte worden ingericht.

Sport- en ontmoetingsaanleidingen op het Kennedyplein

ki 13

Eaj R

o

Niet goed toegankelijk: Ongeveer 40% van de speelplekken scoort niet goed op toegankelijkheid en inclusiviteit. Van de speelplekken is 45% redelijk toegankelijk. Op 15% van de speelplekken kunnen inwoners met beperking ook goed meespelen.

"zewi 82

0

Waar willen we naartoe? o

Een Vitale Leefomgeving: Een uitnodigende openbare ruimte om te sporten, bewegen en ontmoeten voor alle

e

3=

-

2

1

ë*

P

=

2 49 -C-a

22 i ëi

3 hi

Rid 12 ij

$ . ë

ë

-

Ge

56e

b-sde sno-i

Atd 222433

,2.

e .

jig

6

3.*8

235

Welke acties dragen daaraan bij? o

o

Voor ouderen: meer aandacht voor bewegen en ontmoeten op multifunctionele plekken en sportroutes.

o

Toegankelijkheid en inclusie verbeteren: Bij herinrichting van buurtplekken wordt goede toegankelijkheid (verharde paden) een inrichtingsvoorwaarde. De multifunctionele locaties moeten ook echt inclusief ingericht worden, zodat samen spelen en sporten wordt uitgelokt.

o

IMIl 1

Stimuleren ontmoeting: Door het creëren van een prettige verblijfsplek en speel- en sportaanleidingen te combineren, wordt gebruik gestimuleerd voor jong en oud. De plekken moeten door hun ligging geen overlast veroorzaken voor omwonenden. Het plaatsen van zitgelegenheid op buurtplekken en op multifunctionele sport, beweeg en ontmoetingsplekken is een belangrijke voorwaarde.

HIJ

gage 1.

Variatie in het sportaanbod vergroten: Op buurt- en sportplekken wordt niet standaard gekozen voor voetbal. Sporten als skaten, korfbal, basketbal, tennis en Urban sport krijgen meer plek in de openbare ruimte.

o

•fM

I

Voor jongeren: Meer aandacht voor het wijk-overstijgende aanbod (12+). Betrek jongeren en partijen die werkzaam zijn met jongeren in de participatie (zie ambitie 4).

-.5 2 2-6

2ee s2i

2?) J

-

—s 'I 2

'0^^

4712 2

65.

52

a

mama abm-a

'eu de boulesbaan met speelruimte (Schrijversbuurt)

Verhard pad op speelplek (Westwaard)

lil

d a

I

rj

i

I

s

ft

F

# feil»

ë

88

La

2

I b

[Speelplek met wilde bloemen en deels gemaaid gras, wat de \biodiversiteit vergroot (Molenwijk Noord)

190

Ambitie 3 - Speel- en beweegruimte voor mens en milieu

2,

eE2exe

gaaeuhé #MMaR~A 1-i.

■vi

jr

8

5

Bj"ëa 9

i

Loon op Zand zet in op een groene en aantrekkelijke openbare ruimte. Een groene openbare ruimte is goed voor mensen, omdat het sociale ontmoetingen vergroot en bewegen stimuleert. Daarnaast is het goed voor het milieu, omdat we inzetten op klimaatbestendige maatregelen en biodiversiteit.

8.

4

1 2

1

Hoe is het nu? Meeste speelplekken zijn voldoende klimaatbestendig: Ongeveer 60% van de speel- en sportplekken scoort voldoende of hoger op klimaatbestendigheid. Dit komt doordat veel speelplekken een grasondergrond hebben en/of er voldoende beschutting aanwezig is. Op ongeveer 40% van de speelplekken is onvoldoende schaduw of is de locatie grotendeels versteend.

o

Biodiversiteit: Er is weinig aandacht voor biodiversiteit op of rond speelplekken.

o

Op enkele (recent heringerichte) speelplekken zijn klimaatbestendige maatregelen zichtbaar, zoals wadi’s.

=i. ;■-

2 Pa.

-#

-

o

Ha" 422 NI

•-rg.

O

2-2.1

+

N

Gkif 'r.

V—ig V* Hl'

F ■ i, 2 .auin* ■

Lf-

,8

;

ir

121 gis r

■

(v

1u

26 ?

64,6 Et 1 ie 6

5 o

-

33

1 "*

"z, 6: g,

Ee

*#r—ë

di 2 ëe 2

I r-

2

-, SrR 2 . oH-a 2751 R-1

'i-.

e ■li.

—2

==-

e=e II

T

n

I'

t [ F

Waar willen we naartoe? O

I

1Td ï T Ee

24

i

me

* Ee ■

5,5

m

1

•■

Gemeente brede doelstellingen: Speel- en sportplekken j JL

moeten zoveel mogelijk bijdrage aan de bredere milieu- en

klimaatdoelstellingen van de gemeente, zoals beschreven

in de Omgevingsvisie en het Groenstructuurplan. o

3c

Aantrekkelijk en functioneel groen: De openbare ruimte

,36

moet bestaan uit aantrekkelijk en functioneel groen, zodat

S.

het ook mensen stimuleert (langdurig) gebruik te maken

23

van de openbare ruimte.

23 28

Welke acties dragen daaraan bij? o

!

iah ■

358 20-

Klimaatbestendigheid vergroten op de speelplekken, vooral op de plekken waar dit nog niet voldoende is.

N, Nieuw aangelegde wadi met speelaanleidingen (Loense Voert)

FA

Biodiversiteit vergroten en hittestress verminderen rondom speelplekken. o

Groen & speelplekken samen ontwikkelen: bij de

(her)inrichting van speelplekken tegelijk ontwikkelen met groen. Zo kunnen bijvoorbeeld wadi’s en speelplekken op

dezelfde locatie worden gerealiseerd.

■

2 202225833

.10225.52 Groene speel- en ontmoetingsplek met goede schaduw en een mooie klim boom (Molenwijk Zuid) 8,

“9A at

5252

A;

o

Vegetatie rond de speelplek: bij (her)inrichting van s.

speelplekken houden we rekening met de vegetatie rond

2120

de speelplek. We planten bomen die schaduw geven en

beplanting die de biodiversiteit vergroot.

2,E 2a5R

0 2"

F

9• 0

■ ra

AnI <;■

23

a

aekd

-Ee

- s,pee

s—-

■

cee— 03*

aL

* g

- ?'

-- eec*

5

- «6

g_____ —

-c

Ambitie 4 - Goede beweeg ruimte creëren we samen

icfck

Bewoners en gemeentelijke partners kunnen meedenken over de openbare ruimte en kunnen zelf initiatieven nemen voor ontwikkelingen. Dit noemen we participatie. Dit is terug te zien in de inrichting en het gebruik van de openbare speelruimte.

o

Waar willen we naartoe? O

Hoe is het nu? O

o

o

Bewonersinitiatieven: Aanvragen voor bewonersinitiatieven komen binnen vanuit de gemeenschap of enthousiaste bewoners. Men kan dit aanvragen bij wijkteams en deze mogelijkheid wordt gepromoot op de gemeentewebsite. De afgelopen jaren zijn een aantal initiatieven gerealiseerd, zoals jeu-deboules-banen en speelaanleidingen zoals heuveltjes en speelstenen. Inwoners worden betrokken: Bij (her)inrichting van speelplekken en bij het ontwikkelen van nieuwe speelplekken worden omwonenden door de gemeente betrokken. De gemeente verzamelt ideeën en meningen van de bewoners en bewoners kunnen digitaal kiezen op nieuwe ontwerpen voor speelruimte.

Gemeentelijke partners: Zoals de jongerenwerkers van Rnewt worden vaak laat in het (her)inrichtingstraject betrokken, waardoor hun input niet goed meegenomen wordt bij de (her)inrichting van speelplekken.

Overlast: De acceptatie vanuit de buurtbewoners om een nieuwe speel-beweeg-ontmoetplek aan te leggen is moeilijk. De meningen zijn verdeeld over de aanwezigheid van verschillende doelgroepen in een buurt. Het NIMBY (not-in-my-backyard) principe wordt vaak toegepast.

o

Participatie met inwoners: De gemeente waardeert participerende bewoners en blijft daar ook ruimte aan geven. De huidige methodes van participatie met inwoners werkt goed. Inwoners weten de gemeente te vinden voor initiatieven en er komt veel en goede input bij het herinrichten van speel- en sportplekken. Participatie met gemeentelijke partners: We willen (externe) partners, zoals jongerenwerkers meer betrekken bij de plannen van de openbare speel en sportruimte. Zij hebben een waardevol inzicht in wat er speelt onder de jongeren en inwoners.

Welke acties kunnen daaraan bijdragen? o

Jaarlijks overleg: Tijdens een jaarlijks overleg met (externe) partners worden de plannen besproken van de locaties die heringericht gaan worden.

o

Vastleggen participatie methode: Per type locatie wordt beschreven hoe er wordt geparticipeerd met inwoners. De richtlijnen zijn opgenomen in bijlage 3: uitvoeringskaders.

14

aN4"

dud”

V

'Kinderen kennen de beste speelplekken In de \buurt van hun huis (De Moer) 626.E05

ueuNK

10,

I

"f 4

E,

f

■

1

n

2,2

——

K

3

b

8

e IH

JdEaë

0& es

283

s-02,2ge d

—s, w neimfnut3 0SS ke

Ee is.

13* ■

52

13;

rer

E

g6

/

\Participeer ook met de Kinderraad

*"m F -E -

(È

F

\Voorbeeld van inwoners initiatieven staren op een speelplek '(Molenwijk Noord)

}

— 27Ff. 2 2,ë fi

A

*

938 52-272 aM- xe",E"

+e

===

Ki

4

Khhr 8ün14e 6!cs

302/ pds-

13!

23.

Ni

o

Beü

m

2

5;

2=2 54

‘8 «.

■

Eit

keg-2a

dHa .9

3 a EE. ioggëd 2,5 Hë

gas

ra

-2325 ■■

'

i

3 5

2

rh

d)

te 38,

.6 3

5538

bë

N

. ï-

544

-.2 238

5

s

EdG g2geëe e% E Le

1<

ga1E oc2,33 E6.8

Eë

**

5992 ” 2a .,"8. 19784123,7 » 2"Eh .k3. *, .ats2 *A "22 9". ",g a’l #ë 22*z -65 32 se.r •82 2 F*

"4,5

I'

• 25

tHi.*

14

41

*

-- 7

• A2

T-HlF • ( "—-2

D aa

2.0 "ade ase

‘2

perën

7“

2022 *8 ,2 2 h* •232• *,, <4 2 T,

p2 ë,e 452

*

■ 1,

ë

*ë

V.. ‘

g

"*a A e,

-e 8,

TN.

2;

muwg-- -278 • ggizyr> ëkea=.** 2

6a

Gemeentelijke beleidskaders

Gemeentelijke beleidskaders en landelijke ontwikkelingen Net zoals de openbare speel-

In verschillende gemeentelijke beleidsstukken is gezocht naar raakvlakken met de openbare speel- en sportruimte en

overlappende ambities. De volgende beleidsstukken zijn onderzocht:

en sportruimte staat ook dit

•

Lokaal Sportakkoord Gemeente Loon op Zand 2020

•

Sport- en beweegnota 2020 - 2030

•

Groenstructuurplan Loon op Zand 2019

•

Coalitieakkoord 2022-2026

•

Omgevingsvisie 2040

•

Visie op het sociaal domein - In de buurt/ Aan de buurt

speelruimtebeleid niet op zichzelf. Verschillende beleidsterreinen

hebben

doelstellingen

die raakvlak vlakken

hebben

2022 - 2027

met de

Lokaal sportakkoord 2020 & Sport- en beweeg nota 2020 - 2030

ambities in dit speelruimteplan. Naast gemeentelijke doelen, zijn

er ook landelijke ontwikkelingen waar de gemeente aan moet

voldoen.

O

ie •

e

E

E-ei

O p-

WS

ontplooiing en meedoen op een verantwoorde wijze aan enige vorm van sportbeoefening en/of bewegen doet”.

Groenstructuurplan Loon op Zand 2019

.3aë] £ *

h-

e

4a

ELE

ng*e

■

x st:

" re"t-

-

dat elke inwoner vanuit het oogpunt van gezondheid,

usu

■

o

Speelvoorzieningen gaan we groen inrichten en groene

speelelementen toevoegen.

nac

3=

o

e-m

e-

Groen inrichten als multifunctionele ruimtes. Zo kunnen

grotere oppervlaktes groen dienen als waterberging en kan het tevens een avontuurlijk speelterrein zijn.

rgt6E8

be-gi

De gemeente Loon op Zand stelt zich de komende jaren

als doel: “De gemeente maakt het mogelijk en bevordert

g

233

cc -e

geF

7 W'

g--

N

22 •-7

3

Ar)

., 4

eng

—

<a

16

62

~5

NE

"08-

o

speeltuinen die nu soms alleen uit een grasveldje bestaan, worden aantrekkelijker gemaakt met andere en meer gevarieerde voorzieningen. We willen bijdragen aan een gezonde levensstijl, en de mogelijkheden voor vermaak en ontmoeting in de wijken voor meerdere doelgroepen vergroten. We willen de sociale cohesie en mentale fitheid blijvend versterken en spelen in op de veranderingen in de samenleving.

Voor deze ontwikkelingen in het groen wordt de samenwerking gezocht met andere disciplines binnen de openbare ruimte, zodat de inrichting op elkaar kan worden afgestemd. De beschikbare ruimte wordt maximaal benut voor klimaatadaptatie.

Coalitieakkoord 2022-2026 O

Participatie is een wezenlijk onderdeel van het opstellen van beleidsplannen. We maken steeds duidelijk welke keuzes we hierin maken.

o

In ons beleid maken we een duidelijke koppeling van verschillende doelen, zoals het maken van multifunctionele beweeg plekken, het tegengaan van wateroverlast en hitte.

Omgevingsvisie 2040 o

We willen dat onze inwoners groenstructuren kunnen gebruiken om te bewegen, spelen en recreëren.

o

Onze wijken zijn groen, klimaatbestendig, veilig en toegankelijk.

o

In de Omgevingsvisie staat dat jongeren speciale aandacht moeten krijgen in de openbare ruimte.

o

o

Onder jongeren is er veel behoefte aan andere en meer gevarieerde voorzieningen, zoals een skatebaan, een sportof voetbal kooi, een graffitimuur of klimmuur.

Het vergroten van de kwaliteit van het bestaande groen met meer vaste planten en soorten die goed zijn voor insecten.

o

Groen geschikt maken voor klimaatbestendige maatregelen tegen wateroverlast, droogte en hitte.

o

o

Voor ouderen geldt dat een wandelpad, mooi groen, zit­ mogelijkheden en soms ook fitnessfaciliteiten in de openbare ruimte een positieve trigger voor het ‘naar buiten gaan’ kunnen zijn. Daarnaast is het ook een toevoeging voor mensen die minder inkomsten hebben, dat ook zij hierdoor gebruik kunnen maken van sportfaciliteiten, als bijvoorbeeld een sportschoolabonnement financieel niet haalbaar is. Realiseren van multifunctionele sport-, beweeg en ontmoetingsplekken in de openbare ruimte voor onze inwoners. Zowel in het groen als op sportvelden. Parkjes en

Visie op het sociaal domein - In de buurt/ Aan de buurt 2022 - 2027 o

Een fijne omgeving met mogelijkheden voor ontmoeting, beweging en schone lucht bevordert gezondheid en sociale samenhang. Daarom haken we dit onderwerp ook aan op beleidsontwikkelingen in andere domeinen.

VN Verdrag Handicap 2016

Landelijke ontwikkelingen

Het VN Verdrag Handicap bevordert, beschermt en waarborgt de mensenrechten van mensen met een beperking, met nadruk op toegankelijkheid, persoonlijke autonomie en volledige participatie. Het verdrag, dat op 14 juli 2016 in Nederland in werking trad, verplicht overheden om deze principes in beleid en wetgeving te integreren en de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Artikel 30 benadrukt gelijke toegang voor kinderen met een handicap tot spel, recreatie, sport en ontspanning.

O

De landelijke ontwikkelingen en eisen waar we rekening mee houden: • Verdrag voor De Rechten van het Kind 1995 • Het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS) 1997 • VN Verdrag Handicap 2016

Verdrag voor de Rechten van het Kind 1995 O

Er bestaat geen wettelijke verplichting voor gemeentes om speelplekken aan te leggen. Buitenspelen zelf is echter wel een recht. Kinderen hebben, net als volwassenen, behoefte aan en recht op mogelijkheden om te ontspannen en te recreëren. Dit recht is vastgelegd in artikel 31 van het Internationale Verdrag voor De Rechten van het Kind, dat in 1995 door de Nederlandse overheid is geratificeerd.

F a8 2

P.

29,

Ee Het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS) 1997 O

eg

vAGk~*e • n.

I3 f

li

Voor de inrichting van de formele speelplekken is wel specifieke wetgeving vastgesteld in de vorm van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Deze richt zich specifiek op de veiligheid van de locaties en de toestellen.

II

0D II

=

.1 2:

1ammWl

5u

—

E

A

Sj

282

245E3 ■

—

E 1.

623 Fr—d3E.

ënmaje s.-

e

-

2552 3

9

33

et -ec-

",

.-a

2S

5

1-2 -5-3. "2

uMa"k-c.

n2 g*

• ger

3

—

e

.3

1

,n2i ?

- 2

-

a--an.

s.-

--

-3.

“23

•f3 wë

2 2

4*.2. ■

-A

tnga9

Bijlage 1: Het

Werkwijze

(participatie) onderzoek

Analyse speelruimte (veldwerk) Voor analyse en beoordeling van de speelruimte is per kern en buurt een rondgang langs de speelplekken gedaan. De gemeente heeft momenteel 63 speel- en sportplekken in beheer in Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer. Deze speel- en sportplekken zijn beoordeeld op het soort speelplek, ligging, vormgeving, speelwaarde, onderhoud en inclusiviteit. Ook naar de bespeelbaarheid van de hele openbare ruimte is gekeken. Hierbij is gelet op o.a. vrije speelruimtes zoals grasvelden, pleintjes, brede stoepen en barrières als wegen en watergangen.

In 2024 heeft een uitgebreid onderzoek plaatsgevonden. Samen met bewoners en ketenpartners is de speel- en sportwaarde van de openbare ruimte per kern en buurt in kaart gebracht en beoordeeld. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek benoemd. Een uitgebreid overzicht van de resultaten per buurt is te vinden in het bij dit rapport behorende onderzoeksrapport.

(N"

ë

a),

k

Enquête Kennis en ervaringen van bewoners is onmisbaar in een speelruimteonderzoek. Door middel van een online enquête is de waardering van bewoners geïnventariseerd. De informatie over de enquête en het gehele onderzoek is gedeeld via de digitale kanalen van de gemeente en via de basisscholen. De enquête is door 248 bewoners ingevuld, waaronder 88 kinderen.

Wijkwandelingen 1-

y

A,

E5

8

223

"5

--h-23

8

I

Om een goed beeld te krijgen van hoe en waar kinderen in de gemeente Loon op Zand spelen en sporten zijn er met vier basisscholen in Kaatsheuvel (2x), Loon op Zand (lx) en De Moer (lx) wijkwandelingen uitgevoerd. Per school liep een ‘expert-panel’van +/-10 kinderen mee die de wijk op hun duimpje kennen. Tijdens de wandelingen zijn de speeltuintjes, grasveldjes, bosjes, pleintjes en andere plekken bezocht waar kinderen vaak spelen. Kinderen hebben verteld en laten zien hoe zij spelen, wat zij goed vinden en wat beter kan.

Mezns Ma

I

—-22252e,

sk3E8E2

19

2

Noord), andere buurten juist over een netwerk van kleine speelplekken (bijv. Molenwijk noord). In Oud-Loon kunnen de kinderen rustig spelen en zich verplaatsen. Deze kinderen kunnen niet zelf naar Molenwijk Noord of Zuid, waar meer speelmogelijkheid is. In Kaatsheuvel vormen de Marktstraat en Europalaan belangrijke barrières waardoor uitwisseling tussen speelbuurten beperkt is.

Jongerenoverleg In samenwerking met jongerenwerk is een jongerenoverleg georganiseerd. Voorzien van speelruimtekaarten hebben jongeren gebrainstormd over hoe zij gebruikmaken van speel- en sportplekken en wat er nodig is om de openbare ruimte beter op hen af te stemmen. Aan dit overleg namen zo’n 25 jongeren deel tussen de 10 en de 20 jaar oud.

Kinderraad sessie Tijdens de kinderraadsessie in het gemeentehuis hebben 13 kinderen van 8-12 jaar antwoorden gegeven over wat voor hen belangrijk is in de openbare speelruimte. De thema’s inclusie en centrale grote speelplekken (Multifunctionele sport- beweeg en ontmoetingsplek) zijn besproken. Ook zijn de meest populaire spellen en sporten, goede speelplekken en problemen in de openbare speelruimte besproken. Werksessie met beleidsmedewerkers Op 29 oktober 2024 is een overleg georganiseerd met verschillende beleidsmedewerkers binnen het gemeentehuis. Naast de beleidsmedewerker en toezichthouder spelen waren de volgende beleidsterreinen aanwezig: volkshuisvesting, economie, verkeer, openbare wegen en verlichtingen en strategische adviseur fysiek domein. Aanvullend aan dit overleg is een gesprek met jongerenwerk gevoerd om meer input te krijgen over de jongeren doelgroepen.

Resultaten onderzoek

Een divers speellandschap o

Veldwerk inventarisatie: De spreiding van het speel-en sportaanbod is erg wisselend per speelbuurt. Sommige buurten beschikken over een enkele buurtplek (bijv. Hil

o

Participatie met kinderen:

Barrières: Uit de 4 wijkwandelingen blijkt dat kinderen zich binnen speelbuurten goed kunnen verplaatsen. Tussen speelbuurten zijn wel barrières. Uitdaging ontbreekt: In de kern Loon op Zand vinden kinderen een aantal speelplekken saai ofte klein. De oudere kinderen willen graag meer uitdaging, zoals grote voetbaldoelen en hoge klimrekken. In Kaatsheuvel missen de kinderen ook uitdaging en op het schoolplein missen ze speelmogelijkheid. Voorbeelden van goede speeltuinen in de buurt zijn Maas, Kennedyplein of Hennie Meijerplein. De kinderen in de Moer zijn tevreden met het speelaanbod.

Spelen, bewegen en ontmoeten voor iedereen o

Veldwerk inventarisatie:

Sportplekken: Van de 63 speel- en sportplekken zijn er 71 locaties alleen ingericht met sporttoestellen. Daarnaast is er op 26 locaties een combinatie tussen sport- en spelaanleidingen. Er is een traditioneel sportaanbod in de gemeente. Er zijn veel trapveldjes, enkele tafeltennistafels,

20

basketbalpalen en jeu de boulesbanen. Daarnaast zijn er twee kleine skateplekken. Recent is er op het Kennedyplein een freerun-parcours met calisthenics aangelegd. Dit is de enige Urban sportplek in de gemeente. Jongeren: Het formele, door de gemeente ingerichte aanbod is vooral gericht op (jonge) kinderen. Voor jongeren (12+) en volwassenen/ouderen zijn op het moment weinig beweeg- en sportvoorzieningen in de openbare ruimte. Momenteel bestaat het formele speelnetwerk in mindere mate uit buurtplekken. Het is wenselijk om in elke speelbuurt één goede buurtplek te hebben waar jong en oud samen kan komen om te spelen en te sporten. In Kaatsheuvel en Loon op Zand is dit nog niet overal het geval.

De kleine plekken en de buurtplekken zijn voornamelijk voor kinderen tot 12 jaar. Voor de leeftijd 12+ zijn weinig plekken in de openbare ruimte. Een mooi voorbeeld voor een plek die wel geschikt is voor jongeren (Multifunctionele sportbeweeg en ontmoetingsplek) is het President Kennedyplein, waar meerdere doelgroepen langere tijd kunnen verblijven. Ouderen: Momenteel zijn er voor ouderen alleen jeu de boulesbanen vanuit bewonersinitiatieven. o

Kinderraadsessie:

Centrale speelplekken (Multifunctionele sportbeweeg en ontmoetingsplek): De kinderraad geeft aan dat ze het er voor over hebben om 10-15

minuten te fietsen of lopen om te spelen op een superleuke speeltuin. Ze zien graag verschillende zones per leeftijdsgroep op grote centrale speelplekken. Overlast kinderen: Kinderen hebben genoemd soms niet rustig te kunnen spelen of zich niet veilig voelen op een speelplek vanwege de aanwezigheid van jongeren Inelusiviteit: Alle kinderen uit de raad vinden het belangrijk dat er op speelplekken ruimte is voor kinderen met een handicap. o

Participatie met ketenpartners: Tijdens het ketenpartneroverleg is de toegankelijkheid van de speelplekken besproken. Hier kwam naar voren dat alle centrale plekken (Multifunctionele sport- beweeg en ontmoetingsplek) toegankelijk moeten zijn voor inwoners met een beperking.

Speel- en beweegruimte voor mens en milieu o

Veldwerk inventarisatie: Klimaatbestendigheid: Tussen de gemeentekernen in liggen natuurgebieden met bos en heide. In de kernen zelf is ook voldoende ruimte voor groen. Op 40 locaties van de formele speelplekken is de klimaatbestendigheid beoordeeld als voldoende of hoger. Op deze locaties is gebruik gemaakt van natuurlijke ondergronden (voornamelijk gras) en er is voldoende beschutting tegen de zon in de zomer. Dit betekent dat er nog 23 speel- en sportplekken

21

zijn die onvoldoende klimaatbestendig zijn. De plekken zijn verhard of er is geen beschutting.

Vrije ruimte: Er is veel vrije groene speelruimte in het bos- en duingebied tussen de dorpskernen. Tijdens de rondgang zijn hier ook veel spelende kinderen en jongeren aangetroffen. Ook waren er sporen van spel in de vorm van hutten.

o

o

Participatie met kinderen: Kinderen in Kaatsheuvel hebben aangegeven behoefte te hebben aan een natuurlijke speelplek en in Loon op Zand dat op sommige plekken te weinig schaduw is. Kinderraadsessie: de meeste kinderen van de raad vinden een natuurspeeltuin leuker dan een speeltuin met alleen traditioneel spel.

Goede beweeg ruimte creëren we samen o

Participatie met ketenpartners:

Buurtinitiatief: Bij gebrek aan of vraag naar voorzieningen kunnen bewoners zelf aanvragen doen. Deze komen binnen vanuit de gemeenschap of enthousiaste bewoners. Men kan dit aanvragen bij wijkteams en deze mogelijkheid wordt gepromoot op de website. De afgelopen jaren is een aantal initiatieven gerealiseerd, zoals jeu-deboules-banen, speelaanleidingen zoals heuveltjes en stenen. Een voorbeeld is de groenstrook met buurtinitiatief in Molenwijk Noord (speelplek 024). Hier wordt groen deels zelf beheerd door bewoners

en er is een eigen ontmoetingsplek gecreëerd voor de buurt. Bij sommige plekken gaat het zelfbeheer goed, bij andere plekken zoals sommige jeu de boulesbanen is achterstallig onderhoud aanwezig.

(Her)lnrichting: Bij herinrichting van speelplekken of voor nieuwe speelplekken worden omwonenden door de gemeente betrokken. De gemeente verzamelt input van de bewoners en laat ze digitaal kiezen op nieuwe ontwerpen voor speelruimte. Ook zet de gemeente algemene enquêtes uit die bewoners kunnen invullen.

Overlast van speelplekken: De acceptatie vanuit de buurtbewoners om een nieuwe speel-beweegontmoetplek aan te leggen is moeilijk. Omwonenden ervaren overlast. Op het Kennedyplein was dit eerste het geval. Om dit op te lossen heeft gemeente samen met jongerenwerk een regelbord geplaatst. Overlast van jongeren: Om jongeren in de kern Loon op Zand een eigen plek te geven en daarmee overlast op andere plekken tegen te gaan is er een voetbalkooi naast het jeugdcentrum De Kuip geplaatst. Het initiatief kwam vanuit de jeugd zelf. De gemeente heeft samen met de jongerenwerkers het project opgezet en uitgevoerd.

22

•48 Demografische analyse

w

g

Om de bevindingen in het juiste perspectief te plaatsen is gekeken naar de karakteristieken per buurt, zoals demografie.

In Kaatsheuvel spelen en sporten bijna 17.000 inwoners, waarvan zo’n 3.400 kinderen in de leeftijdsgroep 0-20jaar20%. In Loon op Zand spelen en sporten bijna 5.900 inwoners waarvan zo’n 1.250 kinderen in de leeftijd 0-20 jaar (21%). In De Moer spelen en sporten bijna 700 inwoners, waarvan 140 kinderen in de leeftijd 0-20 jaar (21%). De kernen kennen een evenwichtige verdeling van de verschillende leeftijdsgroepen. De leeftijdscategorie van 0-4 jaar is het grootst. Hoewel demografische gegevens een indicatie geven van de opbouw en vraag, is het geen leidend gegeven. Kinderen spelen immers niet per definitie daar waar ze wonen. Zo spelen (jonge) kinderen vaak rondom school, opvang of bij grootouders. Jongeren kunnen zelfstandig grotere afstanden afleggen om elkaar te ontmoeten.

& 28

M

98-

Ke

4

o

J

E toon ft Ieehroloqy

mI Ten Vaarwerk

e

E.E

Gt I

)

In dit onderzoek zijn demografische gegevens daarom vooral meegenomen als indicatie van de huidige vraag. Omdat speelplekken meestal voor langere tijd worden aangelegd verdient het aanbeveling altijd verder dan alleen dit gegeven te kijken.

g-

s

—

2e 17, 4—

4

l1 A. E3 — ■

Ei

2

3

/

2), ■

I 3

C

Stap 1 - hoe groot is de speelbuurt & hoeveel speelruimte is er nodig Centraal in het onderzoek van de openbare speel- en sportruimte staat de speelbuurt. Dit is het deel van de wijk of buurt waarin kinderen van 6 tot 12 jaar zich vrij kunnen bewegen. Drukke wegen, watergangen, spoorlijnen maar ook industriegebieden of parken zijn barrières voor kinderen. Een buurtgrens is soms ook vooral een niet-fysieke afspraak. Kinderen komen of mogen dan simpelweg niet uit hun eigen buurtje.

Bijlage 2:

Speelbuurtmodel Om de huidige speelruimte te beoordelen en de juiste verbetervoorstellen te vormen, gaan we rekening houden met het Het speelbuurtmodel geeft speelbuurtmodel. kwantitatieve en kwalitatieve eisen aan de openbare speelruimte. Het model bestaat uit vier stappen die op elke speelbuurt toegepast moeten worden. Hoe groot is de speelbuurten hoeveel speelruimte is nodig (kwantitatief); Welke speelruimte is nodig binnen de speelbuurten (kwantitatief); De diversiteit van het speelaanbod binnen de speelbuurt (kwalitatief); De kwaliteit van het speelaanbod per speelplek (kwalitatief).:

o

1R*e

Ma s

9

O

a

n .3 mcetsk

3=

4

U12 Sëcg

P-X

6)

-

i

iwXAH7g

.

U E m e t-f

I

< j.' ■+

23 4

8

30^

L

91r0a

f

b"

**

ëMa

-

v„g2g6 “"2

' ë

zuersvzamxuamss

.at

9

NV

1

•e

2 -1-

1

bjgd

cse-seeae

e

52.3

■

^7'

:

c

- s m = = s e x n g GLemEe =-WIM N

9

-

TT, ë

I M ■HM 2 /KM[«m*22a “« 2 2

6

De speelbuurt is het gebied waarin steeds moet worden gekeken of het aanbod bijdraagt aan de belangen die aan goede speelruimte worden gelinkt. Afhankelijk van de omvang en het karakter van een speelbuurt worden er voorwaarden gekoppeld aan de hoeveelheid speelvoorzieningen (zie stap 2). Een speelbuurt komt soms overeen met de buurtindeling die de gemeente zelf al hanteert, maar is vaak ook iets kleiner. In elke speelbuurt geldt dat kinderen binnen 200 meter van hun woning speelruimte kunnen vinden. De omvang en het soort speelruimte hangt af van het type speelbuurt. In een grote speelbuurt van minstens tien hectare moet minimaal één buurtplek gelegen zijn. Dit is een (bij voorkeur centraal gelegen) speel- en sportplek van ca. 2.500 m2 groot als piekwaar de buurt samen kan komen. Een buurtplek heeft een actieradius van 400 meter waardoor het in zeer grote speelbuurten nodig kan zijn om te voorzien in meerdere buurtplekken. Naast de buurtplek is een netwerk van kleinere speelplekken nodig. Dit zijn plekjes van ca. 500 m2 die vooral zijn ingericht voor de kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek

24

1

kunnen. Een blokplek heeft een actieradius van 200 meter en hoeft niet altijd ingericht te zijn met speeltoestellen. In een kleine speelbuurt (<70 hectare) volstaat een netwerk van kleine speelplekken en is het niet nodig om te voorzien ineen buurtplek. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleine speelbuurten met een hoge speeldruk (bij hoge bevolkingsdichtheid, gemengde stadsbuurten en centraal stedelijke woonmilieus). Hier geldt hetzelfde uitgangspunt als bij de grote speelbuurt: tenminste één buurtplek én een netwerk van blokplekken.

Stap 3 - Toepassen van de Schijf van Vijf voor Buitenspelen voor diversiteit in speelaanbod Naast de kwantitatieve uitgangspunten van de speelbuurt beoordelen we de diversiteit van het aanbod. Spelen en bewegen kan op veel verschillende manieren. In de speelbuurt is het daarom belangrijk om een variatie van speel- en beweegvormen aan te bieden. In elke speelbuurt moet de Schrijf van Vijf aanwezig zijn, bestaande uit de volgende elementen: o

Stap 2 - Welke speelruimte is nodig? Bepalen van vraag en aanbod Om te bepalen welke speelruimte nodig is, wordt per speelbuurt indicatief gekeken naar de vraag en het aanbod van de openbare speelmogelijkheden. Een buurt met veel hoogbouw, weinig tuinen en een hoge bevolkingsdichtheid levert in de regel een hogere speeldruk op (meer gebruikers per m2 speelruimte). Brede stoepen, goede vrije speelruimte (spelen op straat en in het groen), een beperkte parkeerdruk en veel bewegingsvrijheid (weinig barrières binnen de speelbuurt) zorgen dat een speelbuurt juist op de aanbodzijde hoog scoort. Kinderen vinden hier eenvoudig vrije speelruimte binnen 200 meter van hun woning waardoor ingerichte formele voorzieningen minder van belang zijn. In deze buurten volstaat het vaak om te voorzien in alleen (een) goed ingerichte buurtplek(ken). Als de vraag naar speelruimte het aanbod overstijgt, dan is het aanvullend op de buurtplek óók nodig om in een netwerk van blokplekken te voorzien. Op die manier kan de speeldruk zich goed verspreiden over meerdere plekken.

o

De traditionele speelplek: uitdagende speeltoestellen en ontmoeting. Vieze knieën: bespeelbaar groen om lekker vies te worden.

o

: verharde ruimte voor vrij spel, fietsen, steppen of knikkeren.

o

Het trapveld: ruimte voor sport, fysieke uitdaging en ontmoeting.

o

De speelroute: verbindende en veilige kindvriendelijke route door de buurt.

Mw

Als de vijf elementen aanwezig zijn binnen de bewegingsvrijheid van een kind, is er sprake van een rijk, gevarieerd aanbod.

301

SCHIJF VAN

-

W

2O

25

L«

A."

8 ’ XA

#.2*,

K

8jespn r gecit

g. 52

.;<■

4’

e3e3 . 8328

362,

Stap 4 - Speelruimte per speelplek

verbeterpunten op plekniveau. Naast het beoordelen van de

bestaande situatie geven de criteria ook handvatten voor de (her)inrichting van speel- en sportplekken. Hoe een speelplek is geclassificeerd hangt af van de huidige inrichting én ruimtelijke

\

F

. ■ ,1 ƒ

t 2 ;v2 3.4 H-*rens

. g..

Fi" Ne3a i",

.

1224 ‘ca* :

t, :‘*i,

.*35

G

,52

-

-

8-6

(,e

56

2

F"

■’ F-0, -3

ëRe

*

R

9 ble

i,

"1

w ,j

1

. -hei -3ohug

3

> - dkc.

•

A:42

L

Een buurtplek moet bijvoorbeeld voldoende aantrekkingskracht

WW

4

en capaciteit hebben om gebruikers uit de hele speelbuurt te

e.

ontvangen. Dat betekent een inclusieve speel- én sportplek met

Bbrihe

6

58 e 2 1 V6

3-

‘r,:

420

5s

(zie ook de bijlage met speelruimtecriteria). Een kleine speelplek

moet vooral direct omwonenden bedienen, vaak jongere kinderen

•I 2

die nog niet zelfstandig naar de buurtplek kunnen. Deze plekken kunnen in de regel dichter op de woningen staan en hebben f

minder voorzieningen nodig omdat deze plekken vaak minder

intensief worden gebruikt. In sommige buurten is het niet nodig deze in te richten met reguliere speeltoestellen. In dat geval

volstaat bespeelbaar groen (grasveldje, tiny forest of ravotplek) of

. 0=

Ë02

sef

een autovrij fietspleintje met speelaanleidingen. Loon op Zand beschikt over een één multifunctionele sport-,

beweeg en ontmoetingsplek: buurtplek die meerdere Be.

speelbuurten (of het hele dorp) bedient. Dat kan omdat ze een zeer grote aantrekkingskracht hebben (bijzondere inrichting) of heel gericht een specifieke doelgroep aanspreken (skatebaan).

E.-

=ue

W gijceg,

i

I

3.

—

bb

ie.

a te sMtea E4*5

sm

b, - .3M e

39 ■

plo

E

-

a.

N

’ b -2, .°

22

. 5

225 e■

2c3

20 )

d

/3

Ma ,2,8 3

s a. . 4"

3,2-

2.2

59, fff 8

-

.Mv

2.-018.32007 t

20: «EKpag-e

hoge verblijfswaarde met voldoende groen, bankjes en afvalbakken

■i?

9*

*.

«

context.

veel (vrije) ruimte, voldoende uitdaging in speelobjecten en een

%*

,*3 ’ 1‘■ F.,m Ce-X-32rn.

Net als de speelbuurt kunnen ook de voorzieningen zelf

beoordeeld worden op relevante criteria. Dit biedt inzicht in de

2.

** RF,2 .. ,

,*4 .au •24 -2 3,20910 ■4 M

29 142 2

BR

2.

e 03e

-' 21, "4 Sa.ec

,

-

■

428 -BN AA r 5

is .

1

4

«

2e ME

E8 82

53

N 3

F

/

4

Bijlage 3:

Multifunctionele speel-, sport, en ontmoetingsplek

Uitvoeringskaders

Een Multifunctionele plek is een grote locatie met veel vrije ruimte. Er zijn verschillende aanleidingen tot sport, spel en ontmoeten. Deze locaties zorgen voor een uniek beweegaanbod in de dorpskern. Een voorbeeld is het Kennedyplein in Kaatsheuvel.

Per type locatie zijn richtlijnen opgesteld over de inrichting, doelgroep, grootte, het budget en de participatievorm.

eV

I1

)

E

9

NF

2 5

Inrichting: sport, spel en ontmoeten met veel aandacht voor vrije natuurlijke beweegruimte. Doelgroep: de inrichting is aantrekkelijk voor alle mensen, ongeacht leeftijd of beperking. Richtlijnen: tussen de 2.000 en 3.000 m2. Dit betreft zowel de ruimte voor speeltoestellen en ondergronden als ook de omliggende vrije beweegruimte. Richtbudget: voor het inrichten van een multifunctionele plek is minimaal €120.000,- nodig. Participatievorm: herinrichting van de plek met de omliggende buurten gemeentelijke partners (zoals jongerenwerkers van Rnewt). Direct omwonenden krijgen een eerste stem in het opstellen van het programma van eisen (PvE) voor de plek (wat mag wel, wat kan absoluut niet), maar de hele buurt mag vervolgens meedenken of stemmen over twee of drie ontwerpvoorstellen.

Buurtplek Een buurtplek is een plek voor de hele omwonende buurt. Binnen 400 meter (5-10 minuten lopen) van elke woning is zo’n plek te vinden. Een buurtplek is ingericht als een piekwaar kinderen en volwassenen elkaar kunnen en willen ontmoeten, waar ze een langere periode kunnen verblijven en die uitnodigt om te bewegen.

Hn

27

e

■

-b

Inrichting: er zijn aanleidingen voor spel, sport en ontmoeten. De speelaanleidingen zijn voor de leeftijd 0-12 jaar, waardoor er ook aandacht is voor uitdagende speeltoestellen. Sport kan in een traditionele vorm (voetbal/ basketbal), maar kan ook in beweegaanleidingen. De plek moet een fijne verblijfswaarde hebben, bankjes, picknicktafels, beschutting, waterpunten en afvalbakken dragen hieraan bij. Doelgroep: de inrichting is aantrekkelijk voor alle buurtbewoners, ongeacht leeftijd, afkomst of beperking. Richtlijnen: tussen de 2.000 en 3.000 m2. Dit betreft zowel de ruimte voor speeltoestellen en ondergronden als ook de omliggende vrije beweegruimte. Richtbudget: voor het inrichten van een buurtplek is ongeveer €60.000,- nodig. Participatievorm: herinrichting van de plek met de omliggende buurten gemeentelijke partners (zoals jongerenwerkers van Rnewt). Direct omwonenden krijgen een eerste stem in het opstellen van het programma van eisen (PvE) voor de plek (wat mag wel, wat kan absoluut niet), maar de hele buurt mag vervolgens meedenken of stemmen over twee of drie ontwerpvoorstellen.

Kleine speelplek De kleine speelplekken zijn ter aanvulling op de buurtplekken. De locaties zijn voor kinderen die niet zelfstandig de hele buurt door kunnen of mogen. Deze locaties lenen zich goed om een gevarieerd aanbod te creëren door het toepassen van de Schijf van Vijf voor Buitenspelen. Inrichting: een flexibele inrichting. De inrichting is gefocust op spel, sport of ontmoeten. Doelgroep: de focust ligt voornamelijk op jonge kinderen (0- 9 jaar), omdat deze nog niet altijd alleen de buurt in mogen. Ook

oudere moeten op deze locaties terecht kunnen om elkaar te ontmoeten. Richtlijnen: tussen de 500 en 1.000 m2. Dit betreft zowel de ruimte voor speeltoestellen en ondergronden als ook de omliggende vrije beweeg ruimte. Richtbudget: voor het inrichten van een kleine speelplek is ongeveer €30.000,- nodig. Participatievorm: herinrichting van de plek met direct omwonenden van de speelplek. Beleidsadviseur Spelen & Groen maakt programma van eisen (kaders). Hierin wordt goed rekening gehouden met de buurt en de Schijf van Vijf voor Buitenspelen. Buurt kan daarbinnen ideeën en wensen aangeven en daarna keuze maken uit twee of drie ontwerpvoorstellen.

Sportplek De sportplekken hebben eenzelfde functie als kleine speelplekken. De locaties zijn specifiek om de variatie in het sportaanbod te creëren op buurtniveau. Inrichting: sport en ontmoetingsaanleidingen. De keuze van aangeboden sporten is vaak traditioneel, maar kan ook een Urban sport zijn als er vraag naar is. Doelgroep: de focust ligt voornamelijk op jonge kinderen (0-9 jaar), omdat deze nog niet altijd alleen de buurt in mogen. Ook ouderen moeten op deze locaties terecht kunnen om elkaar te ontmoeten. Richtlijnen: tussen de 1.000 en 2.000 m2. Dit is inclusief de noodzakelijk vrije ruimte rond de sportplekken. Richtbudget: voor het inrichten van een sportplek is ongeveer €30.000,- nodig Participatievorm: participatie met omwonenden, vervolgens wordt met gebruikers (jongeren/sporters) en gemeentelijke partners gekeken naar de inrichting van de sportplek.

28

Bijlage 4: Begrippenlijst Begrip

Definitie

Beweegaanleidingen

(Voornamelijk) kleine objecten die aanzetten tot beweging. Bijvoorbeeld belijning voor spelletjes of een hardlooprondje.

Beweegtuin

Sportplek met fitnesstoestellen. Vaak ingericht voor ouderen.

Biodiversiteit

Verscheidenheid aan flora en fauna.

Buurtplek

Een (bij voorkeur centrale) grotere speelplek voor de gehele buurt. Vaak ingericht met een combinatie van spelen en sporten. Zie bijlage 3 voor de richtlijnen.

Calisthenics

Een vorm van krachttraining waarbij voornamelijk gebruik wordt gemaakt van het eigen lichaamsgewicht.

Contact-toestellen

Een speeltoesteltoestel dat gebruikt kan worden door meerdere kinderen tegelijkertijd en daarmee samenspel stimuleert

Circulariteit

Producten kunnen na gebruik nog worden hergebruikt of ingezet als grondstof voor nieuwe producten of materialen.

Duurzaamheid

Gebruik maken van producten en materialen die op een milieuvriendelijke manier worden geproduceerd, lang meegaan en hergebruikt ofgerycycled kunnen worden.

Inclusie

Inwoners met én zonder lichamelijke en/of geestelijke beperking kunnen gebruik maken van voorzieningen en activiteiten.

Kleine speelplek

Speelplek met beperkt aantal toestellen (meestal 2 tot 5 toestellen). Gericht op doelgroep tot 8 jaar en direct omwonenden. Zie bijlage 3 voor de richtlijnen.

Klimaatadaptatie

Aanpassingen die de effecten van klimaatverandering opvangen.

Klimaatbestendigheid

Beschutting (schaduw), vegetatie, wateropvang en -afvoer. Hoe goed kan de plek omgaan met extremen in het klimaat? Hierbij wordt vooral gelet op het aspect verkoeling. Plekken waar voldoende beschutting is door bomen of beplanting en waar vooral gewerkt is met natuurlijke ondergronden (gras, zand, houtsnippers).

Multifunctionele sport- beweeg en ontmoetingsplek

Grote speelplek met wijk- of dorpsoverstijgende functie. Ingericht voor een brede doelgroep en met een grote verblijfswaarde. Vaak ingericht met een

29

combinatie van spelen, sporten en ontmoeten.

Toegankelijkheid

De bereikbaarheid van alle of enkele elementen van een speelplek.

Pannakooi

Kleine ronde, rechthoekige of vierkante voetbalkooi. Vaak met een laag hek.

(Gemeentelijke) partners

Personen en organisaties die te invloed ondervinden en/of kan uitoefenen op een plan.

Participatie

Bewoners denken mee over voorgenomen wijzigingen en/of initiatieven.

Urban Sports

Verzamelnaam van sporten die zich afspelen in de stedelijke omgeving. Voornamelijk beoefend door tieners en jongeren.

Sociale cohesie

Een groep mensen (bijv, bewoners uit een straat of buurt) die zich verbonden voelen met elkaar.

Verblijfswaarde

Speel­ aanleidingen

(Voornamelijk) kleine objecten die aanzetten tot spelen. Bijvoorbeeld pleinplakkers, stapstammen en speelkeien.

Mate waarin een ruimte aantrekkelijk, functioneel en comfortabel is voor mensen om er te verblijven, te ontmoeten of activiteiten te ondernemen.

Wadi

Speelhoekje

Kleine speelplek met een enkel (eenvoudig) toestel.

Afkorting voor Water Afvoeren Door Infiltratie. Een groene greppel waar overtollig regenwater in opgevangen wordt en langzaam de bodem intrekt.

Speel route

Wandelroute met speelelementen en/of speelaanleidingen op en langs de route. Vaak verbindt de route verschillende speelplekken met elkaar.

Speellandschap

Geheel van speel- en sportplekken in een gemeente.

Sportroute

Route met sportelementen en/of sportaanleidingen op en langs de route.

30

4«<4 gemeente =; Loon = op Zand

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=e034c944-7d63-4759-b0b0-c4b0c413d7b0