CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Raadsmonitor sociaal domein 2021 - E1 2022.pdf

Beeldvormende ronde 23 juni 2022, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsmonitor sociaal domein E1 2022 (20.30-21.30 uur)8.487 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monitor sociaal domein Editie 1 van 2022 Jaarrapportage 2021

Lijst met afkortingen Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 BRP Basisregistratie personen CBS Centraal bureau voor de statistiek PBL Planbureau voor de leefomgeving Wlz Wet langdurige zorg Hbh Hulp bij het huishouden Zin Zorg in natura Pgb Persoonsgebonden budget WRV Wonen rollen en vervoer Berap Bestuursrapportage POH-jeugd Praktijkondersteuner bij Huisartsen (jeugd) ADHD Attention Deficit/ Hyperactivity Disorder GGZ Geestelijke gezondheidszorg Pagina 2 van 30

Inhoud Managementsamenvatting ................................................................................................. 4 1. Monitor Sociaal Domein .................................................................................................. 7 1.1.

Inleiding................................................................................................................... 7

1.2.

Doorontwikkeling raadsmonitor sociaal domein ....................................................... 7

1.3.

Gegevens ................................................................................................................ 8

1.4.

Leeswijzer ............................................................................................................... 8

2. Toegang ......................................................................................................................... 9 2.1.

Demografische ontwikkelingen ................................................................................ 9

2.2.

Trends en ontwikkelingen Toegang ........................................................................10

2.2.1.

Procestoelichting .............................................................................................10

2.2.2.

Aanmelding ondersteuningsvragen .................................................................11

2.2.3.

Afhandeling ondersteuningsvragen .................................................................12

3. Wet maatschappelijke ondersteuning.............................................................................14 3.1.

Trends en ontwikkelingen Wmo..............................................................................14

3.1.1.

Wmo naar leeftijdscategorie ............................................................................14

3.1.2.

Cliënten en voorzieningen Wmo ......................................................................15

3.2.

Productcategorieën ................................................................................................16

3.2.1.

Begeleiding .....................................................................................................16

3.2.2.

Hulp bij het huishouden ...................................................................................17

3.2.3.

Wonen, rollen, vervoer ....................................................................................17

3.3.

Wijkverdeling ..........................................................................................................18

3.4.

Financiën ...............................................................................................................19

3.4.1.

Totale uitgaven Wmo maatwerk voorzieningen 2021 ......................................20

3.4.2.

Totale uitgaven 2021 per categorie .................................................................20

4. Jeugdhulp ......................................................................................................................22 4.1.

Trends en ontwikkelingen jeugdhulp ......................................................................22

4.1.1.

Jeugdhulp naar leeftijdscategorie ....................................................................22

4.1.2.

Vergelijking jeugdhulp .....................................................................................23

4.1.3.

Cliënten en voorzieningen jeugdhulp ...............................................................23

4.1.4.

Verwijzers jeugdhulp .......................................................................................24

4.2.

Productcategorieën ................................................................................................26

4.3.

Wijkverdeling ..........................................................................................................28

4.4.

Financiën ...............................................................................................................28

4.4.1.

Totale uitgaven jeugdzorg 2021 ......................................................................28

Pagina 3 van 30

Managementsamenvatting Voor u ligt de vijfde editie van de raadsmonitor sociaal domein van de gemeente Loon op Zand. In het voorjaar van 2020 zijn we gestart. Sindsdien hebben we ieder half jaar een editie uitgebracht. Het doel van de raadsmonitor is de gemeenteraad te informeren over trends en ontwikkelingen in het sociaal domein. In deze editie kijken we terug op 2021.

De toegang: aantal nieuwe ondersteuningsvragen en afhandelingen In 2021 zien we een kleine stijging in de registratie van het aantal nieuwe ondersteuningsvragen (hulpvragen) ten opzichte van een jaar eerder (1.610 in 2021 ten opzichte van 1.551 in 2020). Van deze 1610 hulpvragen zijn er 1531 omgezet in een ondersteuningsvraag die is afgehandeld. Dit zijn er net iets meer dan in 2020, toen er 1511 aanvragen afgehandeld werden. Een afhandeling van een aanvraag maatwerkondersteuning kan leiden tot een toekenning of een afwijzing.

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Unieke cliënten en Wmo voorzieningen Het aantal unieke Wmo cliënten bleek in de afgelopen twee jaar stabiel. In 2021 schommelde dit grofweg tussen de 2.800 en 3.000. Het aantal voorzieningen ligt hoger dan het aantal unieke cliënten. Dit betekent dat een deel van de cliënten twee of meer voorzieningen heeft. We zien in alle wijken een stijging in het aantal unieke Wmo cliënten tussen januari 2020 en januari 2022. In Kaatsheuvel West/De Moer is de stijging het grootst (12,3%). In Kaatsheuvel-Oost gaat het om een stijging van 8,7% en in het kerkdorp Loon op Zand gaat het om een stijging van 5,4%. Leeftijdseffect Over het algemeen zien we in alle leeftijdsgroepen een lichte toename in het aantal inwoners dat een Wmo voorziening heeft tussen 2019 en 2022. Deze stijging is te verklaren door de vergrijzing, maar is ook nog steeds deels te verklaren uit het landelijk opgelegde abonnementstarief1. Relatief gezien, vormt de groep 75+’ers al jaren de grootste groep. 42% van alle 75+’ers heeft tenminste één Wmo voorziening. Dit percentage blijft de afgelopen jaren redelijk stabiel (2019: 45,5% en 2020: 45,4%). Aantal voorzieningen per productcategorie Begeleiding Het aantal aanmeldingen, unieke cliënten en voorzieningen begeleiding zijn in 2021 geleidelijk toegenomen tot net iets boven het startniveau van 2020.

Wanneer we begeleiding opsplitsen naar begeleiding individueel, begeleiding groep (dagbesteding) en vervoer zien we bij begeleiding groep en vervoer een lichte daling. Bij begeleiding individueel zien we een stijging. Waarschijnlijk ligt de verklaring hiervoor bij de coronapandemie. Vanwege corona kozen mensen waarschijnlijk liever voor individuele begeleiding dan voor begeleiding in een groep. Hulp bij het huishouden Huishoudelijke hulp blijft ongeacht de maatregelen een stijgende lijn vertonen. Deze stijging is nog steeds deels te verklaren uit het landelijk opgelegde abonnementstarief. Daarnaast speelt ook de vergrijzing een rol. We moeten er daarnaast rekening mee houden dat de tarieven voor 2022 hoger worden vanwege een correctie en de situatie op de arbeidsmarkt.

1

Een inkomenstoets en een inkomensafhankelijke eigen bijdrage zijn sinds 2019 niet meer toegestaan. Het wegvallen van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage maakt het voor veel inwoners financieel aantrekkelijker om een voorziening aan te vragen en te ontvangen.

Pagina 4 van 30

Wonen, rollen en vervoer De afgelopen twee jaar is het aantal lopende voorzieningen wonen, rollen en vervoer (WRV) gedaald. De meeste voorzieningen in deze categorie zijn terug te leiden naar vervoersdiensten en de corona-maatregelen hebben een aanzienlijk effect gehad op de vervoers- en/of taxibranche. Er zijn veel minder ritten uitgevoerd. Wel zijn in 2021 de kosten voor vervoersdiensten (Regiovervoer) toegenomen ten opzichte van 2020. Omdat er minder ritten zijn uitgevoerd liggen de totale kosten nog wel lager dan in 2018 en 2019. Als het gaat om het aantal unieke cliënten voor WRV zitten we in 2021 ongeveer weer op het niveau van 2018. Mogelijk zijn inwoners door coronabeperkingen bij vervoersdiensten gaan kijken naar andere manieren van vervoer, zoals een aangepaste fiets, scootmobiel, en ANWB Automaatje. De kosten voor vervoersvoorzieningen zijn ook in 2021 toegenomen ten opzichte van 2020, maar niet meer zo hard als in 2020 ten opzichte van 2019. Financiën: totale kosten We kunnen (op basis van de voorlopige cijfers) concluderen dat de kosten voor Wmo maatwerkvoorzieningen in 2021 zijn gestegen ten opzichte van de jaren daarvoor. In 2021 zijn de totale kosten voor Wmo maatwerkvoorzieningen 4,71 miljoen euro. In de jaarrekening 2021 leest u de definitieve resultaten.

Jeugd Unieke cliënten en jeugdhulpvoorzieningen Tussen januari 2020 en januari 2021 is er sprake van een daling in zowel het aantal cliënten als het aantal voorzieningen jeugdhulp. Gedurende 2021 is sprake van een stabilisatie. Het aantal voorzieningen jeugdhulp ligt hoger dan het aantal unieke cliënten. Dit betekent dat een deel van de cliënten twee of meer voorzieningen heeft. Het gemiddelde aantal voorzieningen per cliënt is licht gestegen naar 1,48. Het gaat hier in de meeste gevallen niet om stapeling van zorg, maar om een combinatie (bijvoorbeeld een arrangement + vervoer) of trajecten die elkaar opvolgen. De 5 grootste partijen voor 2021, op basis van het aantal cliënten zijn Sterk Huis, BuroJIJ, ETZ, van de Wiel en Impegno. In totaal waren er eind 2021 390 jongeren, volgens lokale gegevens, met jeugdhulp. Dat zijn er 7 minder dan op 1 januari 2021 en 46 minder dan op 1 januari 2020. We zien een kleine daling in de wijken Kaatsheuvel-West/De Moer en in Kaatsheuvel Oost. In Loon op Zand blijft het aantal stabiel. Leeftijdseffect We zien in de leeftijdscategorie 18-23 jaar een kleine absolute stijging tussen 2020 en 2021. In relatief opzicht zien we een kleine stijging in de leeftijdscategorie 18-23 jaar. De grootste invloed op de daling vanaf 2020 is een aantal deelprojecten binnen het project grip op het Sociaal Domein.

Met name de POH j-GGZ en de screener dyslexie dragen bij aan een afname van het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt. Verwijzers jeugdhulp De aanvragen voor verwijzing komen vanuit de domeinen: gemeente, juridisch, medisch en overig. Het medisch domein is hierin nog steeds de grootste. Tussen 2018 en 2020 zagen we een daling in het juridisch domein. Deze daling zet door, maar zwakt af. Daarnaast zien we ook een daling bij gemeente. Een mogelijke verklaring is de coronapandemie. Problematiek is daardoor grotendeels buiten het zichtveld van school en hulpverlening is gebleven. Daarnaast zien we al jaren een personeelstekort in de jeugdbeschermingsketen, waardoor kinderen te lang moeten wachten op

Pagina 5 van 30

een verwijzing. Daarom is binnen de regio HvB een project gestart om de wachttijden te verkorten. Doel van dit project is dat er in 2030 geen wachtlijsten meer zijn. In 2021 stabiliseerde daling in het aantal verwijzingen door medisch specialisten. Het aantal verwijzingen door jeugdartsen is in 2021 meer dan verdubbeld. Dit kan verklaard worden door het feit dat jeugdartsen casuïstiek hebben overgenomen vanwege de hoge druk op het jeugdteam van de gemeente Loon op Zand vanwege verloop en ziekte.

Ambulante jeugdhulptrajecten en maatwerkvoorzieningen Tussen januari 2020 en januari 2022 zien we een daling van het aantal maatwerkarrangementen en ADHD-trajecten. Dit kan verklaard worden doordat niet urgente zorg tijdelijk is stilgelegd vanwege corona. Voor wat betreft de maatwerkarrangementen kan de daling verklaard worden door de inzet van de POH GGZ. De overige maatwerkvoorzieningen zijn qua aantallen tussen januari 2020 en januari 2022 stabiel gebleven. Jeugdhulp specialistisch We zien tussen januari 2020 en januari 2022 een stijging bij jeugdvoorzieningen in de categorie verblijf en een daling bij maatregelen. Sinds medio 2020 is toegang tot crisishulp (via het CIT) aangescherpt. We signaleren beter en proberen vroegtijdig (specialistisch) jeugdhulp in te zetten. Er is sprake van een afname in het aantal crisissituaties. Dat laat onverlet dat er bij acute situaties regionale crisishulp ingezet wordt. De aangepaste aanpak zorgt voor een extra belasting bij consulenten. De casuïstiek is complexer en vraagt meer tijd. Hierdoor duurt het langer voordat men relatief simpele casuïstiek kan oppakken. Ontwikkeling maatwerkarrangementen Als we kijken naar maatwerkarrangementen kunnen we die simpelweg opknippen in de segmenten laag specialistisch (A t/m D) en hoog specialistisch (D t/m H).

We zien bij de categorie hoog specialistische zorg dat de kosten sinds 2019 weer langzaam oplopen. Echter blijven deze kosten opnieuw veel lager dan in 2018 het geval was. Bij de categorie laag specialistische zorg zien we meer fluctuaties door de jaren heen. In 2021 zijn de kosten ten opzichte van 2020 weer iets gestegen. Bij de categorie Jeugdzorg GI zien we een geleidelijke stijging. De kosten van landelijke inkoop zijn in 2021 gedaald ten opzichte van een jaar eerder. Financiën: totale kosten In onze jaarrekening 2021 is het voorlopig resultaat over jeugd in zijn geheel opgenomen. Daarin zitten naast de zorgkosten ook de lokale en regionale uitvoeringskosten. De jaarrekening 2021 van regio HvB zal het eindresultaat weergeven waarin ook de compensatiekosten voor corona zijn opgenomen. De definitieve jaarcijfers 2021 voor Jeugdzorg HvB zullen naar verwachting eind juni 2022 bekend zijn. Het is mogelijk dat onze jaarrekening 2021 iets afwijkt van de definitieve jaarrekening van regio HvB over 2021. Totaal gaven we in 2021 ruim € 6,3 miljoen euro uit aan jeugdzorg. Dit bedrag bestaat uit een deel regionale kosten (€5,3 miljoen euro) en een deel lokale kosten (€ 970.000,--). In 2021 gaven we 6,1 miljoen euro uit aan zorg in natura. Dit betreft zowel regionale als lokale kosten. We gaven in 2021 € 226.889,-- uit aan PGB jeugd. In 2020 was dit nog € 371.000,- .

De prognose van de sociale verzekeringsbank (SVB) gaat voor 2021 uit van een bedrag van € 201.000,--.

Pagina 6 van 30

1. Monitor Sociaal Domein 1.1. Inleiding De raadsmonitor sociaal domein bestaat jaarlijks uit twee edities. In de voorjaarseditie geven we de eindstand van het voorgaande jaar weer. In de najaarseditie geven we de stand van zaken van de eerste maanden van het lopende jaar weer. Deze eerste editie van de raadsmonitor 2022 is op de gebruikelijke wijze opgezet. We nemen u in deze editie mee in de stand van zaken over 2021. We presenteren geüpdatete informatie over de toegang, de Wmo en jeugdhulp.

1.2. Doorontwikkeling raadsmonitor sociaal domein Om grip te hebben op het sociaal domein is het van belang dat we effecten van beheersmaatregelen kunnen volgen en monitoren. Maar financiële cijfers alleen zijn niet voldoende. Daarnaast is het minstens zo belangrijk om structureel in beeld te brengen hoe cliënten de ontvangen ondersteuning ervaren. Helpt de ondersteuning de cliënt voldoende om zich te redden in het dagelijks leven? In hoeverre past de ondersteuning bij de hulpvraag? En in welke mate ervaren cliënten een hogere kwaliteit van leven nu zij ondersteuning ontvangen? We gaan daarom ook deze kwalitatieve indicatoren meenemen in de monitor sociaal domein. De doorontwikkeling betekent dat we opnieuw vanuit doelstellingen indicatoren gaan benoemen die we vervolgens gaan meten/vullen met data. Dit kan dezelfde data zijn die u nu al kunt vinden in de raadsmonitor, maar dit kan ook nieuwe data betreffen. Het kan gaan om financiële cijfers of aantallen, maar ook om cliëntervaringen. Vanwege de doorontwikkeling zal ook de opzet van de raadsmonitor sociaal domein veranderen. We streven er vanwege de omvang van dit project naar om een eerste editie van de vernieuwde monitor sociaal domein in het voorjaar van 2023 te presenteren. In 2022 staat de doorontwikkeling centraal. Zo wordt er o.a. een werkgroep samengesteld van raadsleden om mee te helpen in deze doorontwikkelingsfase.

De eerste editie van de nieuwe raadsmonitor sociaal domein zal naar verwachting een minimale variant zijn die in de loop van de edities steeds verder wordt uitgebouwd. Het doel is dat de nieuwe monitor sociaal domein raadsleden beter gaat ondersteunen in hun kaderstellende en controlerende rol en taak. De informatie in de raadsmonitor moet passen bij deze rol en taak. Integreren cliëntervaringsonderzoek Wmo en jeugd in de raadsmonitor sociaal domein De gemeenteraad heeft in november 2021 unaniem een motie aangenomen over inhoudelijke rapportage monitor sociaal domein. De uitvoering hiervan past naadloos in de doorontwikkeling van het instrument zoals hierboven beschreven. In maart 2022 ontving u al een raadsinformatiebrief hierover. Daarin beschrijven we ook dat het cliëntervaringsonderzoek Wmo en jeugd geïntegreerd zal worden in de raadsmonitor. Hiermee kunnen we op korte termijn een verdiepingsslag realiseren in de raadsmonitor. De integratie blijkt een ingewikkeld proces. In de raadsinformatiebrief die u eerder ontving leggen we precies uit hoe we dit proces vormgeven. Voor 2022 betekent dit concreet dat het cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2021 niet op tijd gereed is om mee te nemen in de eerste editie van de raadsmonitor sociaal domein. De resultaten ontvangt u omstreeks 1 juli 2022.2

2

Vanwege de doorontwikkeling naar een continumeting is er -met goedkeuring van het ministerie van VWS- geen cliëntervaringsonderzoek jeugd uitgevoerd over 2021.

Pagina 7 van 30

1.3. Gegevens Deze monitor bestaat voor 80% uit interne gegevens (o.a. WmoNed en uit de Basisregistratie personen (BRP). Deze bronnen zijn actueel, betrouwbaar en in eigen beheer. We gebruiken daarnaast open databronnen (CBS, Provincie Noord-Brabant, PBL, etc.) wanneer deze van meerwaarde zijn.

1.4. Leeswijzer Deze monitor bestaat uit drie inhoudelijke hoofdstukken. In hoofdstuk 2 geven we inzicht in de trends en ontwikkelingen die betrekking hebben op de toegang. In hoofdstuk 3 geven we inzicht in de Wmo-gegevens over 2021. In hoofdstuk 4 doen we hetzelfde voor de Jeugd.

Pagina 8 van 30

2. Toegang In dit hoofdstuk geven we inzicht in de toegang van onze gemeente. We starten met een blik op recente demografische ontwikkelingen. We gaan vervolgens in op de aanmeldingen en afhandelingen van hulpvragen bij de gemeentelijke toegang.

2.1. Demografische ontwikkelingen In het staafdiagram hieronder staat de bevolkingsprognose van onze gemeente voor 2020-2040. Deze bevolkingsprognose is van de provincie Noord-Brabant (2020).

Eind 2021 had onze gemeente 23.768 inwoners (bron: BRP). Een stijging van 319 inwoners ten opzichte van een jaar eerder. Daarvan wonen er 16.892 mensen in Kaatsheuvel, 6.254 in het kerkdorp Loon op Zand en 622 in de Moer. Zowel in Kaatsheuvel als in de Moer zijn het aantal inwoners iets toegenomen. In het kerkdorp Loon op Zand zien we een lichte daling. In de tabel hieronder is de verdeling over verschillende leeftijdscategorieën weergegeven per dorp. Aantal inwoners per leeftijdscategorie per dorp 0-14 jaar

15-29 jaar

30-54 jaar

55-64 jaar

65-74 jaar

75+ jaar

Totaal

Kaatsheuvel

2.432

2.813

5.311

2.642

2.150

1.544

16.892

Loon op Zand

962

837

1.880

877

818

880

6.254

De Moer

88

84

193

113

97

47

622

Totaal

3.482

3.734

7.384

3.632

3.065

2.471

23.768

In 2040 ligt het aantal inwoners -volgens de prognose van de provincie- op ruim 24.500 inwoners. Dat is een stijging van ongeveer 4%. Deze stijging komt overeen met de stijging die het planbureau voor de leefomgeving (PBL) en het centraal bureau voor de statistiek (CBS) hebben ingeschat voor de periode 2018-2035.

Pagina 9 van 30

2.2. Trends en ontwikkelingen Toegang 2.2.1. Procestoelichting Een melding is het eerste contactmoment dat een inwoner met de gemeente via het zorgloket of het wijkteam heeft. In deze melding vraagt de inwoner om hulp. Deze melding is op verschillende manieren mogelijk (brief, e-mail, telefonisch, gesprek). Het zorgloket of het wijkteam probeert zoveel mogelijk informatie op te halen. Dit noemen we vraagverrijking. Het stroomschema hieronder geeft het volledige proces weer met daaronder een korte omschrijving. In deze raadsmonitor ligt de focus op de toekenningen individueel maatwerk.

Het zorgloket beoordeelt door middel van vraagverrijking de meldingen en geeft deze een label voor doorgeleiding. Het gaat dan om ondersteuningsvragen (65%), informatie en adviesvragen (29,5%) en doorverwijzing (5,5%). Van alle hulpvragen die binnenkomen zijn er 132 (5,5%) rechtstreeks verwezen naar bijvoorbeeld de huisarts, zorgverzekeraar etc.. Bij ‘casus afgehandeld’ gaat het om 707 hulpvragen die zijn afgehandeld omdat inwoners antwoord hebben gekregen op hun vraag zonder dat er een melding is opgestart. Het kan ook gaan om een melding gaat waarin het zorgloket direct kan doorverwijzen naar het voorliggend veld (zoals de dementieconsulent, klussen- en dienstencentrale of ANWB-automaatje). Bij ‘casus starten’ is voor 1547 inwoners een officiële melding opgestart en doorgezet naar het wijkteam, cluster Wmo, jeugd, statushouders of schuldhulpverlening. De focus in deze raadsmonitor ligt op de grootste categorie, namelijk: ondersteuningsvraag. De inwoner vraagt om hulp bij het vinden van een oplossing voor zijn ondersteuningsbehoefte. Het zorgloket bepaalt wie er intern aan de slag gaat met het onderzoek. Naast de consulenten van het servicepunt 3 kan dat ook het wijkteam zijn. In het onderzoek verhelderen we de ondersteuningsvraag van de inwoner en stellen we een plan van aanpak op. In dat plan van aanpak maken we de afweging of maatwerk nodig is.

Bij een aanvraag wijzen we maatwerk of een voorziening toe. De verwijzingen Jeugd komen direct uit het medisch domein en worden gecontroleerd maar niet verder inhoudelijk onderzocht. We mogen hier als gemeente, zoals wettelijk is bepaald, geen barrière opwerpen. De inzet van de praktijkondersteuner jeugd bij huisartsen (POH-jeugd) is geen 3 Onderzoek kan intern worden uitgevoerd door consulenten van het Zorgloket, Wmo, Jeugd, schuldhulpverlening of statushouders. Deze consulenten kunnen samen aan één plan van aanpak werken.

Pagina 10 van 30

barrière maar een tussenvorm om ervoor te zorgen dat de juiste vorm van zorg wordt toegewezen. Meestal handelen we verwijzingen jeugd administratief af en kennen de aangevraagde hulp toe.

2.2.2. Aanmelding ondersteuningsvragen In het staafdiagram linksonder staan de aantallen nieuwe ondersteuningsvragen (hulpvragen) die we als gemeente registreerden4 in 2019, 2020 en 2021. We hebben geen inzicht in het aantal meldingen dat binnenkomt bij externe partners vanuit het wijkteam. Een ondersteunings-vraag kan leiden tot maatwerk, maar ook tot een voorliggende voorziening of een combi van beiden. In het staafdiagram rechtsonder is 2021 uitgesplitst naar vier kwartalen.

In het staafdiagram zien we dat in 2021 iets meer nieuwe ondersteuningsvragen geregistreerd zijn dan in 2020 (1.610 in 2021 ten opzichte van 1.551 in 2020). We zien dat het aantal nieuwe ondersteuningsvragen jeugd iets afnam. De nieuwe ondersteuningsvragen Wmo en meldingen wijkteam namen iets toe. In het najaar van 2021 werd de verwachting uitgesproken dat we in 2021 zouden uitkomen op circa 1.620 aanmeldingen. Dit blijkt in de praktijk 1.610 te zijn geworden. Dat is een stijging van 3,8% ten opzichte van 2020. Gezien de vergrijzing is dit conform verwachting. Wanneer we de verdeling 2021 per kwartaal bekijken zien we dat in kwartaal één en kwartaal drie het aantal aanvragen boven het gemiddelde per kwartaal ligt en in kwartaal twee en vier onder het gemiddelde. Ervaring leert ons dat de ondersteuningsvragen zich door de jaren heen zich meer concentreren in kwartaal 1 en 3, na de kerst- en zomerperiode. Voor jeugdhulp geldt dat dit ook belangrijke perioden zijn in het schooljaar waarop gekeken wordt wat een kind (aanvullend) nodig heeft aan hulp en ondersteuning. Met name de Wmo aanvragen in kwartaal twee zijn lager dan in kwartaal één, drie en vier. Relatief gezien daalt het aantal Wmo aanvragen tussen kwartaal één en twee met 25%. Tussen kwartaal twee en drie stijgt deze met 22% en in kwartaal vier daalt dit weer met 16,5%.

In de raadsmonitor sociaal domein van najaar 2021 (2021 E2) werd een voorspelling gedaan over kwartaal vier van 2021. De verwachting was op basis van signalen uit de toegang dat kwartaal vier ongeveer op 405 aanvragen zou uitkomen. Dat blijkt in de realiteit 388 aanvragen te zijn geworden.

4

In 2019 werd nog geen onderscheid gemaakt tussen meldingen Wmo en jeugd. Vanaf 2020 is dit wel het geval.

Pagina 11 van 30

2.2.3. Afhandeling ondersteuningsvragen Een afhandeling van een aanvraag maatwerkondersteuning kan leiden tot een toekenning of een afwijzing. Een ondersteuningsvraag wordt een aanvraag als uit het onderzoek blijkt dat er een oplossing gevonden moet worden in de vorm van maatwerk. Maatwerk kunnen we ook in combinatie met ondersteuning in het voorliggend veld afgeven.

In het staafdiagram linksboven zien we het aantal afhandelingen van ondersteuningsvragen over de jaren 2019, 2020 en 2021. Hierin zitten dus zowel de toekenningen als afwijzingen versleuteld. In het staafdiagram rechtsboven is voor 2021 een uitsplitsing gemaakt naar vier kwartalen. Wanneer we kijken naar de jaartotalen zien we dat in 2021 (1.531) net iets meer ondersteuningsvragen zijn afgehandeld dan in 2020 (1.511). Dit is een toename van 1,3%. Wel zien we fluctuaties tussen de kwartalen. Kwartaal één en kwartaal drie hebben gemiddeld minder afhandelingen en kwartaal twee en vier gemiddeld meer afhandelingen. In kwartaal één en drie zijn meer aanmeldingen binnengekomen dan afgehandeld. In kwartaal twee en vier zien we dat er meer aanvragen zijn afgehandeld dan binnengekomen. In 2021 zijn 1.610 nieuwe aanmeldingen geregistreerd. Een hulpvraag kan resulteren in (1) een advies, (2) een verwijzing naar o.a. een voorliggende voorziening of andere wetgeving of (3) een aanvraag voor hulp van uit de Wmo of Jeugdwet. Van deze 1610 aanmeldingen zijn er dus 1531 omgezet in een aanvraag die is afgehandeld. De verklaring voor de verlaging in het aantal aanmeldingen vanaf 2020 is te vinden in een verbeterde triage bij het zorgloket, waardoor iedere inwonersvraag niet meer direct resulteert in een aanmelding.

Als het zorgloket de vraagsteller direct kan adviseren of verwijzen naar een voorliggende voorziening, wordt er geen aanmelding meer aangemaakt.

Pagina 12 van 30

In de tweede editie van 2021 deden we, op basis van de voorgaande kwartalen, een voorspelling dat we in kwartaal vier van 2021 uit zouden komen op ± 395 afhandelingen. Deze voorspelling blijkt te kloppen. Hieronder ziet u de aanmeldingen en afhandelingen vanaf kwartaal één 2019 tot en met kwartaal vier 2021 naast elkaar.

Pagina 13 van 30

3. Wet maatschappelijke ondersteuning Deze wet (Wmo) gaat over een breed scala aan diensten en voorzieningen. In dit hoofdstuk geven we u inzicht in de trends en ontwikkelingen. Vervolgens gaan we in op productcategorieën, wijkverdeling en de financiën over 2021.

3.1. Trends en ontwikkelingen Wmo 3.1.1. Wmo naar leeftijdscategorie

Deze staafdiagram (WmoNed, 2021 en BRP) laat het aantal unieke cliënten zien per leeftijdscategorie zien (in absolute aantallen). In de tabel ziet u het aantal unieke cliënten per leeftijdscategorie als deel van de populatie (percentages). We gebruiken peildata 31 december voor 2018 t/m 2021. We zien in deze diagram goed dat, door de vergrijzing, er meer vraag is naar Wmo diensten. In elke leeftijdscategorie zien we een (kleine) absolute stijging. Percentage inwoners dat gebruik maakt van de Wmo 2019

2020

2021

0-14 jaar

0,8%

0,7%

0,7%

15-29 jaar

3,4%

3,2%

3,4%

30-54 jaar

3,1%

3,4%

3,7%

55-64 jaar

4,3%

4,5%

4,7%

65-74 jaar

9,9%

10,0%

10,3%

75+

45,5%

45,4%

42,0%

Pagina 14 van 30

Relatief gezien zien we ook dat het aandeel inwoners dat gebruik maakt van de Wmo groter wordt naar mate de leeftijdscategorie stijgt. In absolute zin zien we dat de leeftijdscategorie 30-54 jaar meer Wmo cliënten kent dan de leeftijdscategorie daarna (55-64 jaar). In relatieve zin is dit verschil er niet. Dat komt omdat het aantal inwoners in de leeftijdscategorie 30-54 jaar groter is dan de leeftijdscategorie 55-64 jaar. Eind 2021 maakte 42% van de 75+’ers gebruik van één of meerdere Wmo voorzieningen. Dit percentage blijft de afgelopen jaren redelijk stabiel (2019: 45,5% en 2020: 45,4%). De verwachting was eerder dat dit aandeel zou stijgen als gevolg van de vergrijzing. Dat zien we niet.

3.1.2. Cliënten en voorzieningen Wmo

De grafiek hierboven (WmoNed, 2021) geeft het aantal actieve unieke cliënten en toegekende voorzieningen weer vanaf 1 januari 2020 tot 31 december 2021. Dit aantal schommelde de afgelopen twee jaar tussen de 2.800 en 3.000. Het aantal voorzieningen ligt hoger dan het aantal unieke cliënten. Dit betekent dat een deel van de cliënten twee of meer voorzieningen heeft. Dit aantal was de afgelopen jaren stabiel op 1,8 voorziening per cliënt. Per 31 december 2021 is dit licht gedaald naar 1,7 voorziening per cliënt. Voorzieningen binnen de Wmo kunnen variëren van een goedkope drempelhulp tot een (dure) maatwerkvoorziening. In de tabel hieronder5 zien we dat in 2021 84% van de cliënten één of twee voorzieningen heeft. 16% van de cliënten heeft drie of meer voorzieningen. In 2020 was dit respectievelijk 82% tegenover 18%.

5 De gegevens in deze tabel hebben peildatum 1 september 2021 en zijn dus niet volledig voor het totale jaar 2021.

Pagina 15 van 30

3.2. Productcategorieën De grafieken (WmoNed, 2021) hieronder laten het actuele aantal voorzieningen per categorie zien in de periode 1 januari 2018 tot 31 december 2021. Het aantal voorzieningen is uitgesplitst in drie categorieën: begeleiding, hulp bij het huishouden en WRV (wonen, rollen en vervoer).

3.2.1. Begeleiding De grafiek (WmoNed, 2021) geeft een beeld van de ontwikkeling van het aantal lopende voorzieningen begeleiding vanaf 1 januari 2020 tot 31 december 2021. De dalingen lijken puur door de schaalverdeling fors, maar zijn in feite kleine afwijkingen in absolute zin.

De toegang geeft aan dat de coronacrisis in 2020 een aanzienlijke invloed heeft (gehad) op het aantal indicaties begeleiding en dagbesteding. Het aantal lopende voorzieningen begeleiding is in de loop van 2020 wat gedaald waarna het gedurende 2021 weer langzaam gestegen is tot net iets boven het startniveau van 2020. Tussen 1 januari 2020 en 31 december 2021 is het aantal lopende voorzieningen begeleiding met 4,3% gestegen.

Pagina 16 van 30

3.2.2. Hulp bij het huishouden In de grafiek (WmoNed, 2021) hieronder zien we de ontwikkeling van het aantal lopende voorzieningen hulp in de huishouding (Hbh) in de periode 1 januari 2020 tot 31 december 2021.

Deze grafiek laat het aantal voorzieningen hulp bij het huishouden zien. Tussen 1 januari 2020 en 31 december 2021 zien we een stijging van 16,5%. Tussen 1 januari 2021 en 31 december 2021 gingen we van 716 naar 748 voorzieningen hulp bij de huishouding. Dat is de stijging 4,5%. Deze stijging is nog steeds deels te verklaren uit het landelijk opgelegde abonnementstarief6. Daarnaast kunnen we deze stijging ook verklaren uit de demografische groei van voornamelijk 65+’ers en het corona-effect t.a.v. het aanmeldproces7.

3.2.3. Wonen, rollen, vervoer

6

Een inkomenstoets en een inkomensafhankelijke eigen bijdrage zijn sinds 2019 niet meer toegestaan. Het wegvallen van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage maakt het voor veel inwoners financieel aantrekkelijker om een voorziening aan te vragen en te ontvangen. 7 Ondersteuningsvragen die in eerste instantie zijn uitgesteld, worden nu toch ingediend omdat veelal wachten geen optie meer is. We zien ook dat opnames in verpleeghuizen worden uitgesteld omdat in veel gevallen familie niet op bezoek mag komen. Door dit uitstel blijft ondersteuning langer actief omdat deze nodig is en blijft. Dit zijn ook landelijke trends en ontwikkelingen.

Pagina 17 van 30

In de grafiek op de vorige pagina (WmoNed, 2021) ziet u de ontwikkeling van het aantal lopende voorzieningen wonen, rollen en vervoer (WRV) vanaf 1 januari 2020 tot 31 december 2021. De daling lijkt door de schaalverdeling forser dan deze in werkelijkheid is. (Op 1 januari 2020 is dit 1.882; op 31 december 2021 1.802). De meeste voorzieningen in deze categorie zijn terug te leiden naar vervoersdiensten. Woonvoorzieningen en rolstoelvoorzieningen hebben een kleiner aandeel. Het aantal unieke cliënten voor WRV steeg van 1.280 in 2018 naar 1.321 in 2019. In 2020 daalde het naar 1.305 unieke cliënten waarna de stand per 31 december 2021 verder gedaald is naar 1291 unieke cliënten. De corona-maatregelen hebben een aanzienlijk effect gehad op de vervoers- en/of taxibranche. Het aantal uitgevoerde ritten is in 2020 aanzienlijk gedaald. In 2021 zien we een stabilisatie. Daarnaast is lokaal ons beleid bijgesteld en een limiet ingevoerd van het aantal km (2.000 km), dat we per jaar vergoeden aan een individu. We verwachten dat we niet in 2021 maar pas na de corona-pandemie het effect van dit beleid goed kunnen zien.

3.3. Wijkverdeling In de grafiek (WmoNed; BRP) op de volgende pagina zien we de ontwikkeling van het totaal aantal unieke cliënten per wijk vanaf 1 januari 2020 tot 31 december 2021. Naast het aantal unieke cliënten per wijk zien we het percentage inwoners van een wijk dat gebruik maakt van de Wmo. Vanaf 2018 stijgt het aantal cliënten en deze stijging zet, als gevolg van de vergrijzing, door in 2020 en 2021.

Pagina 18 van 30

We zien in alle wijken een stijging in het aantal unieke Wmo cliënten tussen januari 2020 en januari 2022. In Kaatsheuvel West/De Moer is de stijging het grootst (12,3%). In Kaatsheuvel-Oost gaat het om een stijging van 8,7% en in het kerkdorp Loon op Zand gaat het om een stijging van 5,4%.8 In de gemeente Loon op Zand is 23,3% van de inwoners 65 jaar of ouder. Wanneer we naar de kernen afzonderlijk kijken zien we dat in de Moer dit percentage ongeveer gelijk is (23,1% van de inwoners is 65 jaar of ouder). In Kaatsheuvel wonen gemiddeld iets minder 65+’ers. Hier valt 21,8% van de inwoners in deze leeftijdscategorie. In Loon op Zand wonen gemiddeld gezien wat meer 65+’ers. 27,1% van de inwoners van het kerkdorp Loon op Zand is 65 jaar of ouder. Wanneer we naar de leeftijdsgroep 75 jaar en ouder kijken zien we een soortgelijk beeld. In de gemeente Loon op Zand is 10,4% van de inwoners 75 jaar of ouder. In Kaatsheuvel (9,1%) en de Moer (7,6%) ligt dit percentage lager. In Loon op Zand is 14,1% van de inwoners 75 jaar of ouder. De meeste Wmo cliënten 2021 wonen in de buurten Oud-Loon (516), Centrum (217), PannenhoefWest (180), Pannenhoef-Oost (167), Molenwijk-Zuid (165) en Vossenberg-West (150). In 2020 stonden deze zelfde buurten in de top 6.

3.4. Financiën Net als 2020 was ook 2021 een bijzonder jaar. Een jaar waarin we in het voorjaar en tegen de zomer te maken hebben gehad met beperkingen vanwege corona. Na de zomer zijn veel beperkingen losgelaten welke in het laatste kwartaal weer werden aangescherpt. Als gemeente kregen we van het Rijk in coronatijd de opdracht om zorgaanbieders te compenseren voor omzetderving en vergoeding van de extra gemaakte kosten. Het Rijk riep gemeenten op om de Wmo-kosten door te betalen. Het is een gegeven dat de ondersteuning aan onze inwoners er in deze periode anders uitzag dan normaal. Zorg voor onze hulpbehoevende inwoners moest doorgaan, maar ook hier waren de richtlijnen van het RIVM leidend. Dit vroeg flexibiliteit in de manier waarop de aanbieders de zorg leverden. Aanbieders vragen of ze de ondersteuning anders mogen invullen en of ze dit dan toch mogen declareren. Continuering in de zorg aan kwetsbare inwoners binnen de beperkingen door de coronamaatregelen maakten we mogelijk. Als er ondersteuning was geleverd, mochten aanbieders declareren. Dit betekende dat ze soms andere zorg leverden die normaal niet onder het contract valt, zoals boodschappen doen. Zo hebben we de zorginfrastructuur in stand gehouden. De meerkosten die aanbieders maakten door de corona maatregelen konden ook gedeclareerd worden.

We volgen hierbij de landelijke meerkosten regeling die beschikbaar was voor bijvoorbeeld de inzet van extra personeel en aanschaf van hulpmiddelen. In de staafdiagrammen in deze financiële paragraaf ziet u de voorlopige cijfers over 2021 (WmoNed, 2021) omdat op het moment van schrijven de gemeentelijke jaarrekening nog onder controle van de accountant is. In de jaarrekening 2021 vindt u de definitieve cijfers over 2021. In §3.4.1 kijken we naar de totale uitgaven Wmo maatwerkvoorzieningen 2021. In §3.4.2 bekijken we de kosten per categorie.

8

Er is ook een categorie ‘overig’ opgenomen in de figuur. Dit heeft te maken met de manier van registreren. Als cliënten gedurende 2021 bijvoorbeeld verhuizen naar een andere gemeente verandert de woonplaats in het registratiesysteem. De voormalige woonplaats wordt vervangen door de nieuwe waardoor in de jaarcijfers enkel de meest recente woonplaats geteld kan worden. Deze cliënt kan dan vallen onder ‘overig’ terwijl deze cliënt eerder in het jaar wel tot een van de wijken behoorde.

Pagina 19 van 30

3.4.1. Totale uitgaven Wmo maatwerk voorzieningen 2021 In 2018 is in totaal 4,12 miljoen euro uitgegeven aan Wmo maatwerkvoorzieningen. In 2019 steeg dit naar 4,44 miljoen euro waarna het in 2020 heel licht daalde naar 4,36 miljoen euro. In 2021 zien we de totale kosten voor Wmo maatwerkvoorzieningen weer stijgen naar 4,71 miljoen euro. In de tweede editie van de raadsmonitor in het najaar van 2021 is de verwachting uitgesproken dat 2021 zou uitkomen op hetzelfde niveau als 2019 (ong. 4,5 miljoen euro). Dat blijkt nu iets hoger uit te komen op 4,7 miljoen euro. Met name bij hulp bij het huishouden zien we een grote stijging door de jaren heen. Dit is te verklaren door de vergrijzing en door het Wmo abonnementstarief. Nogmaals verwijzen we u naar de jaarrekening voor exacte cijfers 2021.

Grootste aanbieders Wanneer we naar het totaalplaatje kijken voor Hbh en begeleiding kunnen we een top vijf samenstellen van de grootste aanbieders in onze gemeente. De grootste leverancier van onze gemeente is veruit Actiefzorg. Actiefzorg betreft voornamelijk hulp bij de huishouding (hbh). De overige vier zijn: Hulp te huur, Tzorg, Stichting Prisma en Impegno. Stichting Prisma en Impegno zijn voornamelijk aanbieders die begeleiding en dagbesteding leveren. Voor de overige diensten (woon, rolstoel en vervoersvoorzieningen) maken we gebruik van diverse aanbieders. We zien dat in onze regio, inzake vervoersdiensten (regiovervoer), Munckhof een aanzienlijk marktaandeel heeft. We kunnen hun inzet voor onze gemeenten niet exact nagaan.

3.4.2. Totale uitgaven 2021 per categorie

We kunnen (op basis van de voorlopige cijfers) concluderen dat de kosten voor Wmo maatwerkvoorzieningen in 2021 zijn gestegen ten opzichte van de jaren daarvoor. Hieronder kijken we per categorie kort terug op de financiële ontwikkelingen in 2021. In de jaarrekening 2021 leest u de definitieve resultaten voor het gehele sociaal domein.

Pagina 20 van 30

Begeleiding Het aantal aanmeldingen, unieke cliënten en voorzieningen begeleiding zijn in 2021 geleidelijk toegenomen. Individuele begeleiding is, o.a. vanwege de coronamaatregelen, gestegen en is in veel gevallen duurder dan groepsbegeleiding. De corona gerelateerde compensatie en/of extra kosten zitten hier niet in. Als we kijken naar het verzilveringspercentage voor begeleiding zien we dat dit in 2021 op 72% ligt. Dit percentage is sinds 2018 stabiel rond de 66%. Huishoudelijke hulp Huishoudelijke hulp blijft ongeacht de maatregelen een stijgende lijn vertonen. We moeten er daarnaast rekening mee houden dat de tarieven voor 2022 hoger worden vanwege een correctie en de situatie op de arbeidsmarkt. Het verzilveringspercentage voor hulp bij de huishouding (hbh) is in 2021 96%. Dit percentage is sinds 2018 redelijk stabiel rond de 93%. Wonen De situatie op de woningmarkt (prijzen en krapte) maakt het voor inwoners lastiger om te verhuizen naar een passende woning. Als er geen woning beschikbaar is zal, op basis van de Wmo, de huidige woning moeten worden aangepast. We zien dat de materiaalkosten voor woningaanpassingen in 2021 flink zijn gestegen. Iedere aanvraag is maatwerk en een woningaanpassing is een dure voorziening. Het lukt nog steeds om met een verhuisurgentie mensen te plaatsen, maar de verwachting is dat dit steeds lastiger gaat worden.

In 2021 zijn de kosten voor woonvoorzieningen gedaald naar €129.418 ten opzichte van €146.911 in 2020. Rolstoelvoorzieningen Op het gebied van rolstoelvoorzieningen is in 2021 ongeveer evenveel uitgegeven als in 2020. Het gaat om €212.545,-- in 2021 ten opzichte van €204.927,--in 20209. Vervoersdiensten In 2021 zijn de kosten voor vervoersdiensten (Regiovervoer) toegenomen ten opzichte van 2020. Wel zien we dat de kosten in 2021 nog steeds lager liggen dan de kosten in 2018 en 2019. De reden hiervoor is dat door de coronacrisis veel minder ritten zijn uitgevoerd. De vervoersdiensten konden in de eerste helft van 2021 zeer beperkt worden ingezet. We zien dat de bezettingsgraad beperkt is en verwachten, mede vanwege krapte op de arbeidsmarkt voor chauffeurs dat de prijzen in 2022 gaan stijgen voor deze vorm van vervoer. Een stijging van de prijzen in 2022 (per rit) kan voor de toekomst een probleem worden. De inzet van ANWB-automaatje Loon op Zand kan een goed alternatief bieden. Vervoersvoorzieningen Vanwege coronabeperkingen bij vervoersdiensten zijn inwoners gaan kijken naar andere manieren van vervoer, zoals een aangepaste fiets, scootmobiel, etc.. De kosten voor vervoersvoorzieningen zijn ook in 2021 toegenomen ten opzichte van 2020, maar niet meer zo hard als in 2020 ten opzichte van 2019.

9 Let op; het betreft hier voorlopige cijfers over 2021.

Pagina 21 van 30

4. Jeugdhulp In dit hoofdstuk leest u de stand van zaken jeugdhulp tot en met 31 december 2021. We geven u als lezer mee dat de (financiële) resultaten over 2021 pas definitief worden in de jaarrekening 2021 van Hart van Brabant. Deze verwachten we voor de zomer van 2022. In dit hoofdstuk zijn de bij ons laatst bekende cijfers over 2021 van Hart van Brabant verwerkt. We hebben sinds november 2020 -via een dashboard jeugd- toegang tot de ruwe financiële gegevens en kunnen daarmee op hoofdlijnen de ontwikkelingen zien. Toch blijven we als kleine gemeente kwetsbaar voor trajecten die verlaat of op andere manieren worden gedeclareerd. Het gaat dan men name over juridische trajecten die kostbaar zijn. Als gemeente hebben we daar weinig tot geen invloed op.

4.1. Trends en ontwikkelingen jeugdhulp 4.1.1. Jeugdhulp naar leeftijdscategorie In deze staafdiagram (WmoNed, 2021, BRP) staat het totaal aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt per leeftijdscategorie over 2018-2021.

In bovenstaande figuur zien we het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp. Over het algemeen is er de afgelopen jaren sprake van een absolute daling van het aantal jeugdigen met Jeugdzorg10. We zien in de leeftijdscategorie 18-23 jaar een kleine absolute stijging tussen 2020 en 2021.De grootste invloed op de daling vanaf 2020 is een aantal deelprojecten binnen het project grip op het Sociaal Domein. Met name de POH j-GGZ en de screener dyslexie dragen bij aan een afname van het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt.

10

Regionale cijfers laten zien dat Loon op Zand relatief een hoog percentage 5- tot 8-jarige in jeugdhulp heeft, maar weer aanzienlijk lager bij de categorie 13- tot 17-jarigen.

Pagina 22 van 30

De percentages hieronder betreffen het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt als deel van het totaal aantal jeugdigen in onze gemeente. Percentage jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp 0-4 jaar 5-8 jaar 9-12 jaar 13-17 jaar 18-23 jaar

2019

2020

2021

2,3 16,6 28,2 18,9 3,8

2,5 15,8 24,9 18,2 3,0

1,2 13,1 25,0 17,1 3,6

In relatief opzicht zien we een vergelijkbaar beeld. Het aandeel jeugdigen met jeugdhulp is het grootst in de leeftijdscategorieën 9-12 jaar en 13-17 jaar. We zien een kleine stijging in de leeftijdscategorie 18-23 jaar.

4.1.2. Vergelijking jeugdhulp In onderstaande figuur ziet u het percentage jongeren met jeugdhulp in natura in Loon op Zand, per half jaar weergegeven (CBS). In dezelfde figuur zijn ook de trends van onze buurgemeenten Waalwijk en Dongen opgenomen ter vergelijking. In de doorontwikkeling van de monitor sociaal domein gaat ook de vergelijking (benchmark) met omliggende gemeenten verder worden opgepakt.

4.1.3. Cliënten en voorzieningen jeugdhulp De grafiek op de volgende bladzijde laat de ontwikkeling van het aantal unieke cliënten en voorzieningen jeugdhulp zien (WmoNed, 2021) vanaf januari 2020 tot 31 december 2021. In deze grafiek zien we een daling van zowel het aantal cliënten (-22%) als het aantal voorzieningen (-19%) tussen 1 januari 2020 en 31 december 2021. In 2021 is sprake van een stabilisatie. Er is sprake van een kleine daling bij zowel het aantal cliënten (-3%) als het aantal voorzieningen (-2,6%) tussen 1 januari 2021 en 31 december 2021.

Pagina 23 van 30

Het aantal voorzieningen jeugdhulp ligt hoger dan het aantal unieke cliënten. Dit betekent dat een deel van de cliënten twee of meer voorzieningen heeft. Het gemiddelde aantal voorzieningen per cliënt is zeer licht stijgend. Hierbij moet opgemerkt worden dat voorzieningen nagenoeg nooit gelijktijdig zijn, maar opvolgend. Denk aan ADHD, waar behandeling pas volgt op diagnostiek (2 voorzieningen). Gelijktijdige voorzieningen hebben nagenoeg altijd een vervoerscomponent (aparte voorziening). Per 31 december 2019 had een cliënt gemiddeld 1,41 voorzieningen. Per 31 december 2020 steeg dit naar 1,44 en een jaar later (31 december 2021) steeg dit naar 1,48 voorzieningen per cliënt. Het gaat hier in de meeste gevallen niet om stapeling van zorg, maar om een combinatie (bijvoorbeeld een arrangement + vervoer) of trajecten die elkaar opvolgen. Ter illustratie: ondersteuning ADHD bestaat standaard uit opeenvolgende 2 voorzieningen: diagnostiek en behandeling. In de tabel hieronder zien we dat in 2021 91% van de cliënten één of twee voorzieningen heeft. 9% van de cliënten heeft drie of meer voorzieningen. In 2020 was deze verdeling gelijk.

4.1.4. Verwijzers jeugdhulp Het staafdiagram (WmoNed, 2021) geeft inzicht in de ontwikkeling van het aantal aanvragen jeugdvoorzieningen naar verwijzers over de periode 2018-2021. Het betreft een totaalbeeld van de hele populatie niet de nieuwe aanvragen11. De aanvragen voor verwijzing komen vanuit de domeinen: gemeente, juridisch, medisch en overig. Het medisch domein is hierin nog steeds de grootste.

11

Wanneer er gekeken wordt naar de nieuwe verwijzingen (bron: Hart van Brabant database), zijn de percentages over 2020 als volgt: medisch domein (60%), gemeente (32%), juridisch (8%) en overig (0%; zelfverwijzing/onbekend of geheim).

Pagina 24 van 30

Tussen 2018 en 2020 zagen we een daling in het juridisch domein12. Deze daling zet door, maar zwakt af. Daarnaast zien we ook een daling bij gemeente. Een mogelijke verklaring is de coronapandemie. Problematiek is daardoor grotendeels buiten het zichtveld van school en hulpverlening is gebleven. Daarnaast zien we al jaren een personeelstekort in de jeugdbeschermingsketen, waardoor kinderen te lang moeten wachten op een verwijzing. Daarom is binnen de regio HvB een project gestart om de wachttijden te verkorten. Doel van dit project is dat er in 2030 geen wachtlijsten meer zijn.

12

Regionaal valt een afname van 51% op in het juridisch domein (rechter). Dit is het resultaat van een nieuw werkproces dat samen met de Rechtbank Zeeland-West-Brabant is opgesteld en in is gegaan op 1 mei 2019. In het nieuwe werkproces is het niet meer de Rechter die rechtstreeks doorverwijst naar een specialistische jeugdhulp aanbieder in het kader van scheidingen, maar worden ouders die gaan scheiden doorverwezen naar de Toegangen van de verschillende gemeenten. De toegang heeft hierdoor meer scheidende ouders (eerder) in beeld en bepaalt samen met deze ouders of en welk hulpaanbod het meest passend is. Dat kunnen ook voorliggende voorzieningen zijn.

Pagina 25 van 30

De grafiek (WmoNed, 2021) hieronder laat het verloop van het aantal nieuwe verwijzingen (medisch domein) naar jeugdzorg in absolute aantallen zien. Het gaat dan om het aantal unieke jeugdigen die zijn verwezen.

We zien dat het aantal verwijzingen door medisch specialisten in 2020 stevig daalde (-48%) In 2021 stabiliseerde deze daling (van 66 naar 58 verwijzingen). Het aantal verwijzingen door jeugdartsen is in 2021 meer dan verdubbeld (stijging van 48 naar 99). Dit kan verklaard worden door het feit dat jeugdartsen casuïstiek hebben overgenomen vanwege de hoge druk op het jeugdteam van de gemeente Loon op Zand vanwege verloop en ziekte.

4.2. Productcategorieën De volgende grafieken (WmoNed, 2021) zijn een versimpelde weergave van de vele soorten arrangementen en producten binnen jeugdhulp in 2020-2021. In §4.1.3 duiden we de cliëntontwikkeling nader. Daarnaast kan onze indeling afwijken van die van de regio Hart van Brabant. We verwachten wel dat de conclusies overeenkomen. We benadrukken dat dit het aantal voorzieningen is en niet het aantal cliënten13.

Ambulante jeugdhulptrajecten en maatwerkvoorzieningen In de figuur op de volgende pagina zien we een daling van het aantal maatwerkarrangementen en ADHD-trajecten tussen januari 2020 en januari 2022 (-32%). Dit kan verklaard worden door het feit dat niet urgente zorg tijdelijk is stilgelegd vanwege corona. Voor wat betreft de maatwerkarrangementen kan de daling verklaard worden door de inzet van de POH GGZ. De overige maatwerkvoorzieningen zijn qua aantallen tussen januari 2020 en januari 2022 stabiel gebleven.

13

De indeling die we lokaal hanteren kan afwijken van de indeling die de regio Hart van Brabant hanteert.

Pagina 26 van 30

Jeugdhulp specialistisch We zien tussen januari 2020 en januari 2022 een stijging bij ‘verblijf’ en een daling bij ‘maatregelen’. Sinds medio 2020 is toegang tot crisishulp (via het CIT) aangescherpt en kozen we ervoor om crisissituaties te voorkomen. Dat doen we door beter te signaleren en vroegtijdig (specialistisch) jeugdhulp in te zetten. De toegang geeft aan dat we een afname zien van het aantal crisissituaties dat ze moeten melden. Dat laat onverlet dat er bij acute situaties regionale crisishulp ingezet wordt. De aangepaste aanpak zorgt voor een extra belasting bij consulenten. De casuïstiek is complexer en vraagt meer tijd. Hierdoor duurt het langer voordat men relatief simpele casuïstiek kan oppakken. In 2021 was er sprake van capaciteitsproblemen binnen de gemeente Loon op Zand. Inmiddels zijn deze problemen opgelost, maar er blijven zorgen rondom de hierboven beschreven complexere casuïstiek en de implicaties daarvan. In de figuur is te zien dat de rode lijn (jeugd crisishulp) halverwege 2021 verdwijnt. Dit heeft te maken met de kleine aantallen binnen deze hulpvorm. In de tweede helft van 2021 is deze hulp (bijna) niet ingezet.

Pagina 27 van 30

Ontwikkeling maatwerkarrangementen Als we kijken naar maatwerkarrangementen kunnen we die simpelweg opknippen in de segmenten laag specialistisch (A t/m D) en hoog specialistisch (D t/m H).

4.3. Wijkverdeling Deze grafiek (WmoNed, 2021) geeft inzicht in het aantal cliënten (0-18 jaar) met lopende trajecten per wijk in 2020 en 2021. In deze grafiek ziet u daarnaast het percentage jeugdigen met jeugdhulp per wijk.

Op basis van de BRP kunnen we per wijk het percentage jongeren met jeugdhulp bepalen. In totaal waren er eind 2021 390 jongeren, volgens lokale gegevens, met jeugdhulp. Dat zijn er 7 minder dan op 1 januari 2021 en 46 minder dan op 1 januari 2020. We zien een kleine daling in Kaatsheuvel-West/De Moer van 13,1% (van 10,7% naar 9,3%) en in Kaatsheuvel Oost van 13,6% (van 10,3% naar 8,9%). In Loon op Zand blijft het stabiel (9,2% naar 9,3%).

4.4. Financiën In deze financiële paragraaf geven we u enkel de voorlopige cijfers. In de jaarrekening 2021 schetsen we een voorlopig totaalbeeld van de kosten voor jeugdhulp (inclusief samenwerking, compensatie, innovatie). We maken dit voorbehoud omdat alleen de jaarrekening 2021 van Hart van Brabant een definitief beeld kan geven. Deze verwachten we pas rond de zomer 2022 te ontvangen. Cijfers in deze paragraaf betreffen dus prognoses.

4.4.1. Totale uitgaven jeugdzorg 2021 Totaal gaven we in 2021 ruim € 6,3 miljoen euro uit aan jeugdzorg. Dit bedrag bestaat uit en deel regionale kosten (€5,3 miljoen euro), een deel lokale kosten (€ 970.000,--). Hieronder bespreken we de verschillende onderdelen.

Pagina 28 van 30

Zorg in Natura (ZIN) Hieronder staat de realisatie van het zorggebruik (zorg in natura) op basis van de prognose Hart van Brabant over 202114. PGB presenteren we apart. We gaven 6,1 miljoen euro uit aan zorg in natura. Dit betreft zowel regionale als lokale kosten.

We zien bij de categorie hoog specialistische zorg dat de kosten sinds 2019 weer langzaam oplopen. Echter blijven deze kosten opnieuw veel lager dan in 2018 het geval was. Bij de categorie laag specialistische zorg zien we meer fluctuaties door de jaren heen. In 2021 zijn de kosten ten opzichte van 2020 weer iets gestegen. Bij de categorie Jeugdzorg GI zien we een geleidelijke stijging. De kosten van landelijke inkoop zijn in 2021 gedaald ten opzichte van een jaar eerder. Grootste aanbieders In aanvulling op het staafdiagram hierboven keken we naar de 5 grootste partijen voor 2021, op basis van het aantal cliënten. Deze partijen zijn: Sterk Huis, BuroJIJ, ETZ, van de Wiel en Impegno. Sterk Huis is gezien de expertise en dienstverlening, een belangrijke partner in de hoogspecialistische zorg. BuroJIJ is een lokale aanbieder en heeft een aanzienlijk marktaandeel in onze gemeente. Het ETZ heeft de ADHD-poli, waar een groot deel van de diagnostiek en behandeling ADHD plaatsvindt. PGB We gaven in 2021 € 226.889,-- uit aan PGB jeugd. In 2020 was dit nog € 371.000,- . De prognose van de sociale verzekeringsbank (SVB) gaat voor 2021 uit van een bedrag van € 201.000,--. Jaarrekening(en) In onze jaarrekening 2021 is het voorlopig resultaat over jeugd in zijn geheel opgenomen. Daarin zitten naast de zorgkosten ook de lokale en regionale uitvoeringskosten.

De jaarrekening van regio HvB zal het eindresultaat weergeven waarin ook de compensatiekosten voor corona zijn opgenomen. Deze verwachten we rond de zomer te ontvangen. Het is mogelijk dat onze jaarrekening 2021 iets afwijkt van de definitieve jaarrekening van regio HvB over 2021. 14

De jaarrekening 2021 van de regio HvB is pas medio 2022 gereed. We moeten het daarom in deze raadsmonitor doen met de voorlopige cijfers.

Pagina 29 van 30

Bezoekadres

Het Klavier Anton Pieckplein 1, Kaatsheuvel

Postadres

Postbus 7, 5170 AA Kaatsheuvel 0416 - 289111 www.loonopzand.nl info@loonopzand.nl

Publicatiedatum

Mei 2022 (editie 1)

Zaaknummer

zk22.00495

Contactpersoon

M. Vinckx-Tuinder m.vinckx-tuinder@loonopzand.nl 0416-289186

Pagina 30 van 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=b3a99d22-e94e-44a4-a0ae-17370c7b7922