CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 GR Baanbrekers

Oordeelsvormende ronde 21 mei 2026, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over de ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030. Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers (GR Baanbrekers).16.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

(Ontwerp)begroting 2027 23 maart 2026 Dagelijks bestuur 10 april 2026 Algemeen bestuur 18 mei 2026

2

Inhoud VOORWOORD

3

1.

ALGEMEEN 1.1 Leeswijzer 1.2 Financiële verantwoording 1.3 Begroting in een oogopslag 1.4 Gemeentelijke bijdragen

5 5 6 7 8

2.

BELEIDSBEGROTING 2.1 Programmaplan 2.2 Paragrafen

12 12 24

3.

FINANCIËLE BEGROTING 3.1 Uiteenzetting financiële positie en toelichting 3.2 Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

40 40 42

4.

TOELICHTING OP DE BEGROTING 2027 4.1 Toelichting op de lasten en baten per deelprogramma 4.2 (Vervanging)investeringen 4.3 Toelichting op de meerjarenraming

44 44 50 51

5.

BIJLAGEN 5.1 Bijlage 1: Geraamd verloop reserves en voorzieningen 5.2 Bijlage 2: Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld 5.3 Bijlage 3: Formatie regulier (niet-gesubsidieerd) 5.4 Bijlage 4: Overzicht aantal uitkeringen 5.5 Bijlage 4: Begrippen en afkortingen

53 53 54 55 56 57

Begroting 2027

3

VOORWOORD Blijven bouwen aan kansen Soms voelt een nieuw jaar als het openen van een onbekende deur: je weet dat er beweging achter zit, maar nog niet precies welke. Zo’n moment is 2027 voor Baanbrekers. We hebben te maken met een nieuw kabinet, 3 nieuwe gemeenteraden en een vernieuwd algemeen en dagelijks bestuur van Baanbrekers. In zekere zin is er dus sprake van een frisse start, maar tegelijk ook van een fase waarin alertheid, creativiteit en saamhorigheid belangrijker zijn dan ooit. We krijgen immers – landelijk, regionaal én lokaal – te maken met nieuwe koerslijnen, verwachtingen en financiële keuzes. Vooral binnen het sociaal domein, en specifiek voor onze branche van werk ontwikkelbedrijven, blijven grote vragen nog onbeantwoord. Hoe wordt onze sector gefinancierd? Welke ruimte krijgen we om onze missie waar te maken? Het zijn kwesties die direct gevolgen hebben voor onze plannen, maar waar we maar beperkt invloed op kunnen uitoefenen. Onze 3 gemeenten staan opnieuw voor complexe keuzes. Veel factoren die onze koers bepalen, liggen buiten onze beïnvloedingssfeer. De wereld is onrustig; geopolitieke en economische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op, en de financiële ruimte blijft begrensd. Dat maakt het opstellen van deze begroting wederom uitdagend. Maar zoals we al vaker hebben laten zien: we zijn in staat om met deze omstandigheden om te gaan.

Net als in eerdere jaren zetten we ook in 2027 vol in op samenwerking, vernieuwing en het efficiënt organiseren van ons werk. Stilstand is voor ons geen optie. We bewegen omdat mensen op ons rekenen. Onze geactualiseerde blijf-in-beweging koers sluit hier perfect op aan. We blijven beweging stimuleren. We brengen en houden mensen – van inwoners tot inburgeraars en van werkzoekenden tot werkgevers – in beweging. Ook tijdens de volgende etappes van onze koers blijven we kansen creëren, ontwikkeling stimuleren en perspectief bieden. Dat doen we voor inwoners, cliënten, inburgeraars, kandidaten, medewerkers, werkgevers, onze gemeenten en voor onszelf. Ons creatieve vermogen, dat zo kenmerkend is voor Baanbrekers, hebben we dit jaar opnieuw hard nodig. En ik weet dat het aanwezig is: sterk en veerkrachtig. In onze rol als breed leer-, werk- en mens ontwikkelbedrijf blijven we bouwen aan de toekomst van mensen die begeleiding nodig hebben. We blijven meedoen mogelijk maken in de meest brede zin van het woord. Want meedoen draagt bij aan welzijn, perspectief en een sterke samenleving. En dat is precies waar wij als Baanbrekers elke dag voor staan. De begroting voor 2027 ligt nu voor je. Het is de eerste begroting die is opgesteld onder verantwoordelijkheid van ons nieuwe bestuur.

Zoals gezegd, het is geen eenvoudige opgave om vooruit te kijken in een tijd van onduidelijke financiële kaders en politieke koerswijzigingen. Toch presenteren we onze plannen en ambities met vertrouwen, in het realisme dat de wereld om ons heen zich nog zal blijven ontwikkelen. Ik heb er alle vertrouwen in dat Baanbrekers – ook in 2027 en daarna – blijft doen waar we goed in zijn: mensen in beweging brengen en houden. Want alleen als je beweegt, kom je vooruit. Om dit voor elkaar te krijgen draait Baanbrekers op betrokken vakmensen, stevige samenwerking en een breed gedragen missie. Ad van Oudheusden directeur

4

Begroting 2027

5

1. ALGEMEEN 1.1 Leeswijzer Voor je ligt de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028 – 2030 van Baanbrekers. Baanbrekers voert voor de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk o.a. de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening uit. De taken van Baanbrekers zijn te verdelen in twee hoofdgroepen: het bemiddelen naar of verstrekken van werk en het verstrekken van inkomensondersteuning (uitkeringen). Het eerste vanuit zowel de Participatiewet als de Wet sociale werkvoorziening. De begroting is opgesteld met inachtneming van de uitgangspunten van de kaderbrief 2027. De indeling en vorm van de begroting 2027 zijn in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Voor de opstelling van de begroting is uitgegaan van één programma in de zin van het BBV. Hierin zijn drie deelprogramma’s opgenomen: Re-integratie, Participatie & Inkomen Leren & Werken Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten De indeling van de deelprogramma’s sluit aan op de taakvelden volgens het BBV. De kosten van overhead zijn niet in de deelprogramma’s verantwoord, maar worden conform de geldende voorschriften afzonderlijk gepresenteerd.

6

1.2 Financiële verantwoording Algemeen en ontwikkeling gemeentelijke bijdragen De begroting 2027 is opgesteld in de lijn van de bijgestelde begroting 2026, waarbij rekening is gehouden met de uitgangspunten zoals die in de kaderbrief 2027 zijn opgenomen. Daarnaast hanteren we in de begroting 2027 de nullijn. Dit overeenkomstig de navolgende, bij de vaststelling van de begroting 2026, gemaakte afspraak: “Bij het opstellen van de begrotingen voor de komende jaren zal Baanbrekers alleen de gebruikelijke indexering toepassen, zoals opgenomen in de kaderbrief. Nieuw beleid wordt alleen opgenomen als daar door het bestuur van Baanbrekers in de voorbereidingen van de betreffende begroting toe is besloten, waarbij waar mogelijk dit middels ombuigingen binnen de bestaande financiële middelen zal plaatsvinden. In de begrotingen zal een nadere toelichting gegeven worden ter verklaring op de verschillen in de gemeentelijke bijdragen ten opzichte van het vorige begrotingsjaar, alsmede een analyse en vergelijking van dezelfde jaarschijven”. Dit betekent dat de gemeentelijke bijdrage ten opzichte van de gemeentelijke bijdrage zoals vastgesteld in de begroting 2026 enkel stijgt door verwerking van de gebruikelijke indexeringen Reserve herhuisvesting (opgeheven m.i.v. 2027) In het jaar 2025 vond de laatste reguliere storting in de reserve herhuisvesting plaats.

In 2026 wordt de reserve als volgt afgewikkeld: De netto verkoopopbrengst van de panden 2,3 en 4, verminderd met de nog resterende boekwaarde, wordt aan de reserve toegevoegd. Daarna wordt de reserve ingezet om de structurele afschrijvingskosten van de nieuwbouw te verlagen. Sluitende begroting 2027 De begroting 2027 is sluitend. De meerjarenraming 2028 tot en met 2030 is nog niet sluitend. Dit wordt uiterlijk bij de ontwerpbegroting 2028 ingevuld. In deze begroting is, conform actualisatie begroting 2026, voor een aantal inkomstenposten (BUIG en WSW) niet uitgegaan van de door het Rijk afgegeven (voorlopige) beschikkingen. In samenspraak en goed overleg met de deelnemende gemeenten is met behulp van de Lias Pauw-applicatie een zo goed mogelijk onderbouwde prognose gemaakt voor de BUIG-inkomsten en -uitgaven. De evaluatie van en besluitvorming over het toekomstig gebruik van de applicatie staat gepland op 6 juli 2026 (ABvergadering). Bij de bepaling van de WSW-Rijksvergoeding hebben we ook rekening gehouden met een (te verwachten) loonindexatie voor 2027. Dit percentage is gelijk aan de indexatie op de loonkosten gesubsidieerd personeel. Het streven is dat deze nieuwe methodiek de fluctuaties, als gevolg van bijgestelde Rijksbudgetten gedurende het begrotingsjaar, in de begroting van Baanbrekers gaat dempen.

Daarbij nadrukkelijk de kanttekening dat de definitieve beschikkingen altijd leidend zullen zijn voor de finale afrekening en dat deze kunnen resulteren in afwijkingen, zowel positief als negatief, ten opzichte van de nu opgenomen prognoses. Zoals de afgelopen jaren gebruikelijk is, zal de actualisatie van de begroting bij aanvang van het boekjaar aan het algemeen bestuur worden voorgelegd.

Begroting 2027

7

1.3 Begroting in een oogopslag Baanbrekers Meerjarenraming 2028 2029

Realisatie 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Lasten DP1: Re-integratie, Participatie & Inkomen DP2: Leren & Werken DP3: Gem. bijdragen & overige lasten en baten Totaal lasten deelprogramma's Overhead Totaal lasten

45.369 15.894 11 61.274 9.103 70.378

49.186 19.137 30 68.353 10.090 78.443

50.330 20.845 30 71.205 10.340 81.545

51.083 20.757 30 71.871 10.190 82.061

51.939 20.725 30 72.694 10.155 82.849

52.907 20.635 30 73.572 10.163 83.735

Baten DP1: Re-integratie, Participatie & Inkomen DP2: Leren & Werken DP3: Gem. bijdragen & overige lasten en baten Totaal baten

39.778 15.330 16.325 71.433

42.684 18.553 16.205 77.443

43.517 19.744 18.285 81.545

44.186 19.388 18.257 81.831

45.178 18.990 18.217 82.385

46.304 18.803 18.191 83.298

Saldo van lasten en baten Nog te realiseren taakstelling

1.056

-1.000

0

-230 230

-464 464

-437 437

Af: stortingen reserves Bij: onttrekkingen reserves

-461 647

0 1.000 *

0 0

0 0

0 0

0 0

Resultaat

1.242

0

0

0

0

0

Bedragen x € 1.000

2030

Realisatie 2025: conform voorlopige jaarrekening 2025 Begroting 2026: conform actualisatie begroting 2026 Meerjarenraming o.b.v. prijspeil 2027 *De begroting 2026 bevat een onttrekking aan de algemene reserve van € 1.000.000. De begroting 2026 – gebaseerd op alle inzichten tot en met december 2025 – bevat nog onzekere posten. Dit geldt met name voor de BUIG-inkomsten en -uitgaven. Daarom is er voor gekozen om eerst de realisatie over de eerste 4 maanden van 2026 af te wachten, voordat wordt besloten over een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Bij het opstellen van Berap I 2026 zal er meer duidelijkheid zijn over de hoogte van de BUIG-inkomsten en beschikken we over een beter beeld van de ontwikkeling van het uitkeringsbestand

Onder de baten van deelprogramma 3 zijn onder andere de gemeentelijke bijdragen verantwoord. De specificatie per gemeente is opgenomen onder paragraaf 1.4 Gemeentelijke bijdragen. In hoofdstuk 4: Toelichting op de begroting 2027 zijn nadere specificaties en toelichtingen per deelprogramma opgenomen.

8

1.4 Gemeentelijke bijdragen Conform de Gemeenschappelijke regeling ‘Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers’ dragen de gemeenten bij aan de exploitatie van Baanbrekers op basis van de inwoneraantallen per 1 januari van het begrotingsjaar. Het verloop van de gemeentelijke bijdragen volgens de bijgestelde begroting 2026 naar de begroting 2027 is als volgt: Mutatie gemeentelijke bijdrage o.b.v. begroting 2027 Bedragen x € 1.000

aard mutatie*: S/I A/B

Gemeentelijke bijdrage 2026 (actualisatie begroting)

15.624

Mutaties 2027: -BUIG-uitkeringen; gemiddeld 1.572 uitkeringen over het jaar 2027 (+22 t.o.v. gemiddeld aantal 2026) gebaseerd op de ontwikkeling van het aantal uitkeringen volgens de Lias Pauw-applicatie.

449

S

A

-BUIG LKS-lasten; gebaseerd op de prognose van de LKS-lasten volgens de Lias Pauw-applicatie.

394

S

A

-BUIG-inkomsten; gebaseerd op de prognose van de BUIG-inkomsten volgens de Lias Pauw-applicatie.

-776

S

A

-Participatiebudget; conform september circulaire 2025

-75

S

A

-Gesubsidieerd personeel; daling van gemiddeld 12,9 FTE t.o.v. 2026 (EUR -599k); indexatie en aanpassing sociale lasten (EUR 676k); overig (EUR -11k)

66

S

A

-Wsw-Rijksvergoeding; op basis van september circulaire 2025 en indexaties 2026 en 2027

-267

S

A

-Fidant (loonkosten en LKS); hogere loonkosten Fidant als gevolg van een hoger gemiddeld aantal FTE (+27,3 FTE) in 2027 t.o.v. 2026 (EUR 1.067k), hogere loonkosten Fidant a.g.v. aanpassing CAO Aan de slag (EUR 343k). Hogere kosten worden deels gecompenseerd door een hogere LKS-subsidie (EUR -463k)

947

S

B

-Niet-gesubsidieerd personeel; indexatie 5,1% o.b.v. Kaderbrief (EUR 884k); periodiek verhoging (EUR 132k); aanvullende pensioenlasten a.g.v. opvolging Wet toekomst pensioen (EUR 150k); overig (EUR -26k)

1.140

S

A

-Omzet; op de omzet is een indexatie toegepast van 4,52% (EUR -253k) conform de methodiek zoals opgenomen in de Kaderbrief. De omzet is tevens verhoogd door een toename van het gemiddeld aantal doelgroep FTE (+12,1 FTE) in 2027 t.o.v. 2026 ) (EU -262k).

-515

S

B

-Transformatiemiddelen 2027

-331

S

A

-Inzet transformatiemiddelen 2027

331

S

A

-Leesbaarheid brieven; realisatie in 2026 betrof een projectbudget.

-111

I

B

-Mutatie inkomensdebiteuren/voorziening inkomensdebiteuren; voor 2027 wordt een verlaging opgenomen op basis van de realisatie in jaarrekening 2025.

-260

S

A

-Algemene lasten; hogere kosten OZB (EUR 41k); indexatie op ICT kosten (EUR 23k); overig (EUR 6k) -Mutatie algemene reserve in 2026 -Overig

70

S

A

1.000

I

B

-23

S

A

Totaal mutaties 2027

2.039

Gemeentelijke bijdrage begroting 2027 S=structureel, I=incidenteel A=autonoom, B=beïnvloedbaar negatieve bedragen=baten; positieve bedragen=lasten

17.663

Samengevat naar aard van de mutaties ziet dit er als volgt uit: Autonoom Beïnvloedbaar

Begroting 2027

Structureel 718 432 1.150

Incidenteel 889 889

Totaal 718 1321 2.039

9

In de gemeentelijke bijdrage is op de overeengekomen wijze een indexatie opgenomen welke als volgt kan worden toegelicht:

In de onderstaande tabel zijn voor de verschillende budgetten de voorlopig te betalen bedragen 2027 per gemeente gespecificeerd. Gemeente Budget...................... ..................... Vaste budgetten Gemeentelijke bijdragen Gebundelde uitkering (BU Participatiebudget Wsw rijksvergoeding Totaal

Heusden

Loon op Zand

Waalwijk

Baanbrekers

6.735.556 12.972.484 453.574 3.698.380 23.859.994

3.478.357 5.288.828 196.683 3.091.414 12.055.281

7.449.087 18.411.103 497.728 5.991.622 32.349.540

17.663.000 36.672.415 1.147.985 12.781.415 68.264.815

Indicatieve budgetten ↓ Bijzondere bijstand

1.233.404

610.846

1.915.750

3.760.000

10

Voor de bepaling van de gemeentelijke bijdragen is uitgegaan van de voorlopige inwoneraantallen per 1 januari 2026 (CBS-informatie maart 2026). De definitieve bijdragen voor 2027 worden bij het opmaken van de jaarrekening 2027 bepaald op basis van de inwoneraantallen per 1 januari 2027. Voor de jaren 2028 tot en met 2030 worden vooralsnog dezelfde inwoneraantallen aangehouden als voor 2027. Gemeente

Inwonersaantal

Heusden Loon op Zand Waalwijk Totaal

46.689 24.111 51.635 122.435

Het aandeel van de gemeentelijke bijdragen dat conform de gemeenschappelijke regeling wordt berekend op basis van de inwoneraantallen is als volgt: Verdeling naar gemeenten Bedragen x € 1

Realisatie

Gewijzigde begroting

Begroting

2025

2026

2027

Meerjarenraming 2028

2029

2030

Heusden

5.984.230

5.947.838

6.735.556

6.735.556

6.735.556

6.735.556

Loon op Zand

3.100.720

3.099.514

3.478.357

3.478.357

3.478.357

3.478.357

Waalwijk

6.539.666

6.576.648

7.449.087

7.449.087

7.449.087

7.449.087

Totaal

15.624.616

15.624.000

17.663.000

17.663.000

17.663.000

17.663.000

*De realisatie 2025 is conform de voorlopige jaarrekening 2025. De gemeentelijke bijdragen worden per kwartaal vooraf in rekening gebracht.

Begroting 2027

11

12

2. BELEIDSBEGROTING 2.1 Programmaplan Baanbrekers voert namens de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk o.a. de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening uit. In deze paragraaf wordt het programmaplan weergegeven en toegelicht. De opzet is gebaseerd op het BBV. De indeling van de deelprogramma’s is ongewijzigd ten opzichte van 2026. Het programmaplan bestaat uit de volgende drie deelprogramma’s: 2.1.1 Re-integratie, Participatie & Inkomen (RPI) 2.1.2 Leren & Werken (L&W) 2.1.3 Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten Het landschap waarin Baanbrekers acteert, verandert continu. Ontwikkelingen op het gebied van economie, arbeidsmarkt en wetgeving zijn factoren van invloed. In dit programmaplan schetsen we de ontwikkelingen die hun weerslag hebben op de wijze waarop wij invulling geven aan onze opdracht. Op het moment van schrijven van deze begroting zijn de eerste contouren van het coalitieakkoord “Aan de slag” van het nieuwe kabinet bekend. De impact hiervan is nog onzeker. Het biedt kansen maar roept tevens vragen op over uitvoerbaarheid en financiën. Mogelijke risico’s zijn een verhoogde instroom in de bijstand door de verkorting van de WW-duur en de transitie rond Oekraïense ontheemden in 2027. Uitgangspunten In december 2024 is de geactualiseerde koers voor Baanbrekers vastgesteld met de volgende uitgangspunten. 1.

We helpen mensen zich te ontwikkelen naar zo regulier en duurzaam mogelijk werken 2. We helpen mensen ook om zich te ontwikkelen door maatschappelijke participatie 3. We werken samen binnen het brede sociale domein vanuit vertrouwen, waarbij onze inwoners zich in de benadering gehoord en erkend voelen 4. We passen maatwerk toe binnen het bredere maatschappelijke perspectief Deze uitgangspunten zijn vertaald in ambities, die wij met het oog op de nullijn voor 2027 continueren. We verkleinen de kans op draaideur voor kandidaten op een doorstroombaan zodat zij niet direct in de WW terecht komen als er geen passende reguliere baan beschikbaar blijkt en zij daarna opnieuw bij Baanbrekers aan moeten kloppen. We maken van onze leer-werkstructuur een beter instrument om te werken aan ontwikkeling. We zetten inclusieve technologie in als middel om mensen te helpen zich te ontwikkelen, dan wel om mensen zo regulier en duurzaam mogelijk te laten werken. We blijven mensen helpen zich te ontwikkelen, ook als ze eenmaal op de best passende (werk)plek terecht zijn gekomen. Baanbrekers als ontwikkelorganisatie De kern van onze koers is het helpen van mensen om zich te ontwikkelen naar zo regulier mogelijk werk. De dienstverlening in ons primaire proces gaat over de grenzen van de afdelingen RPI en L&W van Baanbrekers heen.

Het succes daarvan valt of staat met een goede samenwerking tussen alle drie de afdelingen van Baanbrekers. In 2027 gaan wij verder met het versterken van de ontwikkelroutes van P-wet kandidaten en doelgroep-medewerkers van Baanbrekers.

Begroting 2027

13

Wettelijke Ontwikkelingen Participatiewet in Balans Per 2027 gaan de maatregelen uit fase 2 en 3 van spoor 1 van de Participatiewet in Balans in. Deze wijzigingen betreffen onder andere extra ruimte voor maatwerk, maatschappelijke participatie, uniformering van de bijverdiengrenzen en verschillende administratieve wijzigingen. Wat verandert er per 2027 voor Oekraïners? De Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) eindigt op 5 maart 2027. Daarna vervalt de huidige status van Oekraïners. Het kabinet werkt aan een speciale tijdelijke verblijfsstatus voor Oekraïners vanaf 2027. Het doel hiervan is om kosten van opvang te verlagen en om te voorkomen dat Oekraïners massaal reguliere asielaanvragen indienen. Het is nog onvoldoende duidelijk hoe het wettelijk kader voor Oekraïense ontheemden er na afloop van de huidige RTB uit gaat zien. Potentieel kan dit resulteren in een grote instroom in het uitkeringsbestand. Ambtelijke afstemming vindt plaats tussen Baanbrekers en gemeenten om hier tijdig op te anticiperen. Wet proactieve dienstverlening Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening beoogt het UWV, de SVB en gemeenten de mogelijkheid te geven om belanghebbenden actief te wijzen op hun recht op een uitkering. Het huidige kabinet heeft besloten de algemene bijstand uit de reikwijdte van het wetsvoorstel te halen.

Het wetsvoorstel moet nog besproken worden in de tweede kamer en datum van inwerkingtrede is nog onbekend. Wat de impact van deze wet zal zijn is nog niet in te schatten. Regionale ontwikkelingen Hervorming arbeidsmarktinfrastructuur Per 1 januari 2027 zullen wijzigingen in de wet en besluit SUWI (Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen) in werking treden ter hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. In afwachting van de wetswijziging is het voorstel om het SUWI-uitvoeringsplan te verlengen tot 2027. Voor 2027 zullen, afhankelijk van de gewijzigde wetgeving, nieuwe SUWI-uitvoeringsplannen moeten worden opgesteld. De samenwerkende partners in de arbeidsmarktregio stellen in 2026 een meerjaren-agenda op. Die meerjaren-agenda bestaat uit een beleidsagenda 2026-2030 en een uitvoeringsagenda 2026-2027. De uitvoeringsagenda zal vorm geven aan de inspanningen die in 2027 in de regio worden ondernomen ter versteviging van de arbeidsmarkt. Ontwikkeling uitkeringsbestand De prognose van het gemiddeld aantal uitkeringen in 2027 is gebaseerd op de uitkomsten van de Lias Pauw-applicatie en komt op 1.572 uitkeringen. Dit is 22 hoger dan het gemiddeld aantal uitkeringen volgens actualisatie begroting 2026. De begrote gemiddelde uitkeringslasten in 2027 zijn conform 2026.

Transformatiemiddelen 2027 Door het AB is op 7 juli 2025 besloten tot het inzetten van de transformatiemiddelen door Baanbrekers. Deze transformatiemiddelen bestaan uit het impulsbudget en de infrastructurele opslag. Op de volgende pagina’s is uitgewerkt hoe wij deze middelen in 2027 inzetten om onze ambities te realiseren.

14

2027

2028

2029

2030

Rijksbijdrage sociale infrastructuur

140.546

150.489

160.449

171.276

Impulsbudget

190.389

190.389

190.389

190.389

330.935

340.878

350.838

361.665

Tabel 1 Transformatiemiddelen 2027-2030 cf. septembercirculaire 2025

Speerpunten 2027 met inzet van transitiemiddelen We continueren het ingeslagen beleid vanuit de speerpunten 2026. We hebben ons beleid, primair proces IDU en handelen afgestemd op de principes van “werken vanuit de bedoeling”, de “brede sociale domein” gedachte en “werken vanuit vertrouwen”. De procedures en werkprocessen zijn beter op elkaar afgestemd. Om dit verder te ontwikkelen blijven we investeren in de ontwikkeling van onze eigen medewerkers op deze onderdelen zodat we blijven groeien in uitvoeringsprestatie. Dit vraagt om continue training en opleiding van onze eigen medewerkers. In 2026 hebben we daar een deel van de transitiemiddelen voor ingezet. Dit zullen we ook in 2027 doen. De kwalitatieve impact is indirect en de resultaten zijn pas op langere termijn zichtbaar. Dit zal zich kenmerken door een hogere tevredenheid van kandidaten, betere doorstroom en ontwikkeling in de doorstroombanen (binnen de interne en externe ontwikkelwerklijnen). Beslag op transformatiemiddelen De stijging van 0,7% op het bestaande opleidingsbudget loonsom kaderpersoneel L&W en RPI wat betekent een in 2027 investering van € 110.000. We vergroten de kans op duurzame uitstroom (verkleinen kans op draaideur) voor kandidaten op een doorstroombaan door ze in hun ontwikkeling beter aan te laten sluiten op passende reguliere banen.

We ontwikkelen de bestaande leerwerklijnen (voorheen Product-Markt-Combinaties [PMC’s]) ook in 2027 door naar toekomstbestendige ontwikkelwerklijnen. Op onze doorstroombanen werken kwetsbare kandidaten (doelgroep Banenafspraak) die om uiteenlopende redenen de stap naar een reguliere werkgever niet altijd kunnen zetten. Deze kwetsbare groep gaan we een beter vangnet bieden in de vorm van een langer of vast dienstverband. Deze groep heeft minder kans op een baan bij een reguliere werkgever, soms ook door leeftijd in combinatie met andere beperkingen. De inzet is om met deze langere of vaste dienstverbanden de kwetsbare kandidaten meer zekerheid en stabiliteit te bieden waardoor draaideurproblematiek wordt voorkomen. De infrastructurele opslag die het Rijk aan sociaal ontwikkelbedrijven heeft toegezegd is precies hiervoor bedoeld. Deze middelen kunnen worden benut als dekkingsmiddel om de begeleidingsorganisatie en salarislasten die hiermee gepaard gaan te compenseren. Maar zeker niet minder belangrijk biedt dit ook stabiliteit binnen de ontwikkelwerklijnen. Door daar meer stabiele basisbezetting te creëren ontstaat de mogelijkheid om op deze ontwikkelwerklijnen meer ontwikkelplekken te creëren en ondersteuning te bieden aan kandidaten die een kortere ontwikkeltermijn nodig hebben om deel te kunnen gaan nemen aan de reguliere arbeidsmarkt (eventueel met LKS)

Begroting 2027

15

Beslag op transformatiemiddelen Onze intentie is om op de ontwikkelwerklijnen extra medewerkers in vaste of langdurige (3-jarig) contracten in dienst te nemen. We vergroten hiermee de duurzaamheid van werk en creëren bij ontwikkelwerklijnen ruimte om flexibele ontwikkelplekken in te richten. Op dit moment gaan we uit van de vijf huidige ontwikkelwerklijnen. De extra salariskosten hiervoor worden deels gecompenseerd door het wegvallen van uitkeringslasten, en de extra LKS. Dit is per individu anders en zal daarom pas op dat moment berekend kunnen worden. We gaan nu uit van gemiddelde meerkosten per plaatsing van € 13.000 op jaarbasis. Dit zijn structurele kosten ter hoogte van €104.000 (acht kandidaten). We maken van onze leer-werkstructuur een beter instrument om te werken aan ontwikkeling (ontwikkel-werk structuur). We definiëren de gewenste omvang van ontwikkelwerklijnen (voorheen leerwerklijnen) zodat we een basiscapaciteit aan ontwikkelplekken kunnen garanderen. Daarmee kan de afdeling Leren & Werken beter worden ingericht als instrument voor ontwikkeling door meer focus op ontwikkeling en duurzaam werken te leggen (zie bovengenoemd speerpunt). We hebben het onderscheid tussen doorstroombanen (leren) en vangnet (duurzaam werken) beter geduid en verankerd in de processen.

We zijn ook in samenwerking met externe partners (werkgevers) via partnerschap om ontwikkelwerklijnen bij reguliere werkgevers te creëren zodat de ontwikkeling van kandidaten nog beter aansluit bij de behoefte van de werkgever waardoor de kwaliteit van dienstverlening aan de opdrachtgever goed is, en kandidaten beter kunnen uitstromen. Dit vraagt van gemeenten ook commitment om werk zodanig te organiseren (met Baanbrekers) dat er voldoende doorstroombanen en vangnet werkplekken gerealiseerd kunnen worden. Kwantitatieve/kwalitatieve impact Kandidaten die intern aan de slag zijn hebben baat bij deze ambitie. Omdat door de aansluiting bij ontwikkelingen op de arbeidsmarkt de kans op doorstroom naar een reguliere baan wordt vergroot is de kwalitatieve impact hoog. De beschikbare Rijksmiddelen zijn met name bedoeld voor het toekomstbestendig maken van sociaal ontwikkelbedrijven. Dit speerpunt past goed bij de beoogde doelstellingen daarvan. Beslag op transformatiemiddelen We zien hier een relatie met de vorige ambities. Voor dit moment zullen we 1 fte structureel opnemen om een professional in te zetten als extra ondersteuning op deze ontwikkeling. Dit zijn structurele kosten die we in 2026 zijn aangegaan. We gaan uit van een schaal 9 functie. Dat komt neer op afgerond € 95.000 op jaarbasis (verwacht prijspeil 2027).

We zetten inclusieve technologie in als middel om mensen te ontwikkelen dan wel om mensen zo regulier en duurzaam mogelijk te laten werken. Duurzaam werken willen we mede bereiken door de inzet van inclusieve technologie. Technische hulpmiddelen geven een boost aan de ontwikkelingsmogelijkheden en de duurzame inzetbaarheid. Een concreet voorbeeld is de inzet van Cobots: robots die medewerkers ondersteunen bij fysieke of repetitieve taken. Hierdoor ontstaan nieuwe, haalbare werkmogelijkheden en wordt werk toegankelijker voor mensen die nu nog beperkt inzetbaar zijn. Beslag op transformatiemiddelen Om deze ambitie mogelijk te maken gaan we een deel van de transformatiemiddelen inzetten als innovatiebudget. De middelen die hierin worden opgenomen zullen benut worden om te onderzoeken welke toepassingen van inclusieve technologie een goede bijdrage kunnen leveren. Ook in 2027 en

16

opvolgende jaren blijven we onderzoek doen naar innovatiemogelijkheden en uitbreiding van de jaarlijkse inzet van inclusieve technologie. Jaarlijks begroten we hiervoor € 15.000.

Begroting 2027

17

2.1.1 Deelprogramma 1: Re-integratie, Participatie & Inkomen (RPI) Doorontwikkeling Startpunt naar Diagnostisch Ontwikkel Centrum In 2026 zijn we gestart met het door ontwikkelen van het Startpunt naar een volwaardig Diagnostisch Ontwikkel Centrum. We zien dat de complexiteit van casuïstiek toeneemt, doorlooptijden oplopen en mismatch tussen kandidaat (inwoner) en traject naar plaatsing blijft. Om onze kandidaten duurzaam naar regulier werk te begeleiden, is hoogwaardige, snelle en mensgerichte diagnostiek noodzakelijk. Deze ontwikkeling sluit direct aan bij onze missie en visie binnen onze koers Blijf in beweging: mens centraal, vertrouwen, maatwerk en vakmanschap. Waar gaan we naartoe? De ambitie is om het Startpunt te laten groeien naar een volwaardig Diagnostisch Ontwikkel Centrum waarin testen, observaties en – waar nodig – specialistische expertise samenkomen in één samenhangend model. De doorontwikkeling kent drie stappen die samen ook een logisch diagnose pad vormen voor de kandidaat (afhankelijk van de complexiteit): Stap 1 – Basisdiagnostiek (startfase): combinatie van testen en observaties met focus op werkhouding, gedrag en capaciteiten. Snel, wendbaar en kostenefficiënt. Geschikt voor het merendeel van onze doelgroep.

Stap 2 – Multidisciplinair centrum Arbeid & Gezondheid (doorontwikkeling): samenwerking tussen arbeid, gezondheid en participatie, met opschaalmogelijkheid bij complexe casussen. Stap 3 – Volledig geïntegreerd Diagnostisch Ontwikkel Centrum (eindbeeld): vaste multidisciplinaire teams, structureel geborgde kwaliteit en maximale voorspelbaarheid en consistentie. Dit groeimodel maakt het mogelijk om “licht waar het kan en zwaar waar nodig” te werken. We bouwen voort op wat er staat, professionaliseren stapsgewijs en creëren een toekomstbestendig fundament. Hoe draagt dit bij aan onze taak? Een professioneel ingericht Diagnostisch Ontwikkel Centrum zorgt voor: 1. Snellere en betere plaatsing Doorlooptijden worden verkort doordat we een integrale aanpak ontwikkelen, adviezen worden eenduidiger en beter onderbouwd. Dit vermindert mismatch en verhoogt de kans op duurzame uitstroom. 2. Meer maatwerk en benutting van potentieel Door systematische observatie en inzet van passende instrumenten krijgen we scherper zicht op talenten, ontwikkelmogelijkheden en belemmeringen. Hierdoor kunnen trajecten beter aansluiten bij de mogelijkheden van de inwoner en wordt onbenut arbeidspotentieel zichtbaar gemaakt. 3. Duurzame uitstroom Betere diagnostiek leidt tot gerichtere inzet van middelen, beperking van schadelast bij langdurige uitkeringen en verlaging van uitkeringslasten.

Tegelijkertijd ontstaat een verdienmodel door inzet van expertise voor partners (bijvoorbeeld tweede spoor of UWV). 4. Professionalisering en regionale positionering Met een volwaardig diagnostisch centrum versterken we onze positie als deskundige en betrouwbare partner in de regio. We vergroten de kwaliteit, borgen privacy en rechtmatigheid (Participatiewet, AVG).

18

Wat betekent dit concreet? De doorontwikkeling wordt gefaseerd ingericht via een planmatige aanpak (PDCA). De doorontwikkeling van Startpunt naar Diagnostisch Ontwikkel Centrum is een strategische keuze om onze inwoners nog beter te ondersteunen. Door eerder, gerichter en professioneler te diagnosticeren, sluiten we beter aan op hun mogelijkheden en vergroten we hun kans op duurzaam regulier werk. Daarmee benutten we meer potentieel, versterken we onze maatschappelijke impact en bouwen we aan een toekomstbestendige organisatie die daadwerkelijk in beweging blijft. We verwachten in dit begrotingsjaar (2027) met stap 2 aan de slag te kunnen. Er zullen investeringen nodig zijn om deze ontwikkelingen mogelijk te maken. De financiering die daarvoor nodig is verdienen we terug door middel van concrete daling van aantal uitkeringen. We zullen dit in het lopende begrotingsjaar zichtbaar maken. Ontwikkelorganisatie We blijven ons ontwikkelen als ontwikkelorganisatie. Dit betekent dat we als organisatie nog meer de focus gaan leggen op de verbinding tussen mogelijkheden van onze kandidaten en de mogelijkheden die de markt ons biedt om onze kandidaten een plek te geven in de reguliere arbeidsmarkt. We zullen continu met elkaar afstemmen wat de behoeften zijn en wat de mogelijkheden zijn. Dat betekent ook een flexibele organisatie maar wel met een bepaalde basis op de ontwikkelwerklijnen.

Deze basis is nodig om op bestaande en nieuwe ontwikkelwerklijnen (voorheen leerwerklijnen) ruimte te hebben om instromers (kandidaten die nog niet arbeidsfit zijn voor de reguliere markt en banen) te ontwikkelen in hun vakvaardigheden en arbeidsvaardigheden. De ontwikkelorganisatie die Baanbrekers is, gaan we verder ontwikkelen en faciliteren om kandidaten zich te laten ontwikkelen in hun vaardigheden die vanaf de diagnose van de kandidaat gericht zijn op de sector die het beste bij de kandidaat past. We zien steeds vaker dat kandidaten het prima doen in de ontwikkelwerklijnen maar zodra ze de overstap maken naar een reguliere baan bij een externe werkgever dan lukt het toch niet duurzaam. We zien ze na een korte periode extern (eventueel via het UWV) weer bij ons terug. Dat is jammer. Het heeft niet alleen effect op het zelfvertrouwen van de toch al kwetsbare kandidaat maar het heeft ook effect op onze relatie met de werkgevers. Daarnaast kost het onze organisatie veel inzet om kandidaten te begeleiden en te plaatsten terwijl het resultaat er onvoldoende is. We noemen dit het draaideureffect. We benutten de mogelijkheden om kwetsbare kandidaten, waarvoor duurzame uitstroom lastig lijkt, op te nemen als medewerker bij Baanbrekers. We hanteren daarbij uiteraard strakke criteria.

Voordeel hiervan is dat we medewerkers die het goed doen bij Baanbrekers op een ontwikkelwerklijn een vaste basis bieden, waardoor andere kandidaten zich op tijdelijke ontwikkelplekken kunnen ontwikkelen en kunnen uitstromen zonder dat dit effect heeft op de kwaliteit van de ontwikkelwerklijn. Het mes snijdt aan twee kanten. Om te komen tot het juiste traject voor een kandidaat zetten we onder andere aan het begin van het traject van een kandidaat het Startpunt in (diagnose methodiek).Bij de diagnose vanuit het Startpunt en de begeleiding van de trajectbegeleider komen de (on)mogelijkheden van de kandidaat goed in beeld. De trajectbegeleider, de coach tijdens de ontwikkeling van de kandidaat en de kandidaat zelf zorgen ervoor dat de kandidaat in het reguliere arbeidsproces een duurzame, passende plek gaat vinden. Partnerschap Onze accountmanagers zoeken continu naar partners in de regio die met ons samen ontwikkelwerklijnen op willen zetten, kandidaten in hun eigen organisatie op willen nemen om door te stromen naar beschikbare vacatures en werkplekken en opdrachtgevers die werkzaamheden aan onze ontwikkelwerklijnen willen uitbesteden. Komend jaar richt Baanbrekers zich op het versterken en professionaliseren van deze partnerschappen. We gaan in gesprek met bestaande en nieuwe

Begroting 2027

19

opdrachtgevers om duurzame en goede afspraken te maken waar we beiden een voordeel uit behalen (win-win). Voor het werk binnen de eigen ontwikkelwerklijnen van Baanbrekers kiezen we voor partners die continuïteit bieden en waar onze toegevoegde waarde centraal staat. We streven naar langdurige opdrachten (tenminste twee weken maar liever vier weken) voor meer rust en duurzame inzetbaarheid. Door taakdiversiteit willen we het talent van medewerkers beter benutten. Jaaropdrachten maken inclusieve technologische ondersteuning mogelijk. We kiezen voor werkgevers die ons zien als volwaardige partner en houden rekening met aanlooptijd bij nieuwe werkzaamheden om kwaliteit op de lange termijn te waarborgen. In 2026 zijn definities opgesteld over een uniforme kostprijsberekening. We zijn en gaan met bestaande partners in gesprek over deze nieuwe methodiek. Uiteraard blijven we ook op zoek naar nieuwe partners die met ons een partnerschap aan willen gaan waarbij we een win-win situatie hebben gedefinieerd. Dit is maatwerk en per partnerschap verschillend. We hanteren daarbij de methodiek van kostprijsberekening. Voor het ontwikkelinstrument gaan we op zoek naar partners die samen met ons op locatie of bij Baanbrekers ontwikkelwerklijnen op willen zetten.

Onderdeel hiervan is dat deze partners (werkgevers) werk / opdrachten verstrekken aan Baanbrekers Na deze ontwikkeling kunnen ze in dienst komen bij de werkgever met wie we het partnerschap zijn aangegaan maar het kan ook de opmaat zijn voor doorstroom naar een reguliere baan elders. Ontwikkeling uitkeringsbestand We zien de afgelopen jaren een groei van ons uitkeringsbestand. De aanvragen voor tijdelijke financiële ondersteuning (vangnet levensonderhoud; oftewel uitkering) nemen toe, de toekenningen voor een tijdelijke ondersteuning nemen toe, en de kandidaten stromen moeilijker uit in verband met toegenomen complexiteit. Dat maakt dat er een toenemende financiële druk ontstaat. We zijn als organisatie afhankelijk van wie zich bij ons komen melden en wat hun situatie is. Tevens passen we maatwerk toe en vraagt de Participatiewet in Balans steeds meer om rekening te houden met de omstandigheden van de cliënten en kandidaten. Klanttevredenheidsonderzoek Dit begrotingsjaar zullen we een klanttevredenheidsonderzoek uitvoeren, gericht op de dienstverlening aan cliënten en kandidaten. In 2023 is voor het laatst een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd onder cliënten en kandidaten van RPI. Het onderzoeken van de klanttevredenheid, in een terugkerend patroon en is belangrijk voor Baanbrekers.

Belangrijk omdat het een goed beeld geeft over hoe de dienstverlening door onze cliënten en kandidaten beoordeeld wordt, zoals in onze visie is omschreven. De resultaten van het onderzoek geven ons de mogelijkheid om de kwaliteit van onze dienstverlening te vergelijken met vergelijkbare organisaties en om, waar nodig, onze dienstverlening aan te passen. Beoordeling en feedback van onze cliënten en kandidaten speelt daarin een belangrijke rol. BMC heeft, in opdracht van Divosa en Stimulanz, een klanttevredenheidsonderzoek ontwikkeld. De aanleiding van deze opdracht is de Participatiewet in Balans die per januari 2026 van kracht is en de daarmee gepaard gaande veranderingen in focus: van management van processen naar “de inwoner centraal”. Zij wil met dit instrument organisaties ontzorgen (door het onderzoek namens de betreffende organisatie uit te voeren), vergelijkingen te kunnen maken met andere gemeentes en bij te kunnen sturen c.q. te leren van de opgehaalde informatie. Wij zullen gebruik maken van het klanttevredenheidsonderzoek van BMC.

20

2.1.2 Deelprogramma 2: Leren & Werken (L&W) Uitgangspunten Leren & Werken Leren & Werken vormt het hart van onze arbeidsontwikkeling. Ons uitgangspunt is dat mensen het beste tot hun recht komen wanneer werk, begeleiding en ontwikkeling onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarom richten we ons op het versterken van werknemersvaardigheden, het aanbieden van veilig, passend en zinvol werk en het creëren van kansen om door te groeien richting zo regulier mogelijke arbeid. Daarbij zijn we zowel het vangnet als de springplank: we bieden stabiliteit waar nodig en stimuleren groei waar mogelijk. Ons In- Door- Uitstroom (IDU)-proces, onze methodiek, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden (TVB) en de ondersteunende systemen zijn helder ingericht. We werken efficiënt en effectief, met aandacht voor de juiste inzet van middelen en menskracht. Ontwikkeling ook na plaatsing Ook wanneer een medewerker de best passende werkplek heeft gevonden, blijft Baanbrekers investeren in ontwikkeling. Voor alle doelgroepen (Participatiewet, WSW en Beschut Werk) geldt dat ontwikkeling een continu proces is. We begeleiden mensen vanuit een Doorstroombaan naar regulier werk, maar ook binnen het vangnet blijft duurzame inzetbaarheid centraal staan. Voor WSW- en Beschut Werk-medewerkers bieden we duurzame werkplekken, welke aansluiten bij hun talenten en mogelijkheden.

Door tijdig te signaleren wat wél en niet meer past en indien nodig hierbij te faciliteren, werken wij aan duurzame inzetbaarheid. Leren & Werken als ontwikkelinstrument L&W is het instrument voor doorstroom richting zo regulier mogelijke arbeid. Voor mensen die (nog) niet regulier kunnen werken, blijft een stevig vangnet beschikbaar. Onze ontwikkelwerklijnen– binnen én buiten Baanbrekers – richten zich op werknemersvaardigheden, vakvaardigheden en praktijkontwikkeling. Waar mogelijk kunnen medewerkers (deel)certificaten behalen. In samenwerking met onderwijsinstellingen, brancheverenigingen en werkgevers ontwikkelen we trajecten die leiden tot erkende en betekenisvolle stappen vooruit. Expertise Arbeidsontwikkeling Binnen L&W staat arbeidsontwikkeling, werknemersvaardigheden, praktijk- en vakvaardigheden centraal. Dat doen we via: het goede gesprek; een plan van aanpak of trajectplan; onze methodiek; een kandidaat-volgsysteem; en professioneel opgeleide praktijkbegeleiders. Daarnaast bieden we mogelijkheden om een aantal vakvaardigheden te ontwikkelen binnen doorlopende ontwikkelwerklijnen. Methodiek Leren & Werken De methodiek van Leren & Werken is gebaseerd op de systematiek van een leven lang ontwikkelen (LLO), zoals door SBCM (Stichting Beheer Collectieve Middelen) is uitgewerkt voor sociaal ontwikkelbedrijven.

Het SBCM is het kenniscentrum en het Arbeidsmarkt & Opleidingsfonds voor de sociale werkgelegenheid. Binnen deze aanpak vormt werkplek opleiden (WPO) een gestructureerde manier van leren en ontwikkelen, met een duidelijk plan en doel. Het richt zich op het vergroten van duurzame inzetbaarheid en werkplezier. De praktijkbegeleider biedt hierbij ondersteuning en begeleiding op de werkvloer.

Begroting 2027

21

Expertise werk L&W organiseert werk dat veilig, passend, zinvol en waar mogelijk regulier is. We streven altijd naar het best passende én hoogst haalbare voor iedere medewerker. Voldoende en divers werkaanbod voor een eerlijke prijs is essentieel om kandidaten passende ontwikkelkansen te bieden. Het goede gesprek als basis Ontwikkeling begint met aandacht. Jaarlijks voeren we met iedere medewerker het goede gesprek, waarin talenten, mogelijkheden, groei en werkplezier centraal. De voortgang wordt vastgelegd en gevolgd, zodat medewerkers, begeleiders en leidinggevenden inzicht hebben in de gemaakte stappen. Een kandidaat-volgsysteem ondersteunt het delen van informatie over afdelingen heen. Daardoor worden trajectplannen, leer-werkplekken en voortgang eenvoudig inzichtelijk, wat helpt om ontwikkeling methodisch en transparant te volgen. Professionalisering van praktijk- en werkbegeleiding Praktijkbegeleiders spelen een cruciale rol in de dagelijkse ondersteuning en ontwikkeling van kandidaten. Om hen hierin te versterken starten we in 2026 een professionaliseringstraject voor zowel de praktijk- als werkbegeleiders, zodat zij de instroom van kandidaten binnen de ontwikkelwerklijnen beter kunnen begeleiden, dit loopt door in 2027. Inclusieve technologie De komende jaren zet Baanbrekers sterker in op inclusieve technologie.

Deze technologie is ontworpen zodat kandidaten meer - en langer zelfstandig - kunnen deelnemen aan werkprocessen. Inclusieve technologie helpt medewerkers zelfstandiger te werken, verlaagt fysieke en cognitieve belasting en draagt bij aan toekomstbestendige werkplekken. Versterkte samenwerking bij team Doorpakkers Binnen Doorpakkers verdiepen en optimaliseren we de samenwerking met Partners. Nieuwe afspraken maken het mogelijk gezamenlijk procesverbeteringen door te voeren en zo werkprocessen te versterken, de kwaliteit te verhogen en medewerkers te laten groeien in een professionele productieomgeving. Twiddus als circulair ambachtscentrum Baanbrekers ontwikkelt Twiddus verder tot een circulair ambachtscentrum, passend binnen de landelijke ambitie van een volledig circulaire economie in 2050. De focus ligt op verbeterde textielsortering, reparatie, hergebruik en demontage van materialen. Deze activiteiten sluiten direct aan bij de ontwikkelwerklijnen, omdat medewerkers binnen deze processen vak- en werknemersvaardigheden ontwikkelen en versterken. De doorontwikkeling van Twiddus gebeurt in nauwe samenwerking met gemeenten en branchevereniging Kringloop Nederland (BKN). Daarnaast is er intern een samenwerking met het Startpunt, dat diverse werkzaamheden voor Twiddus kan uitvoeren. Samenwerken L&W en RPI Het aantal Fidant dienstverbanden wordt verder uitgebreid.

Meer mensen met een arbeidsbeperking kunnen hierdoor bij Baanbrekers aan het werk. Voor kandidaten met een indicatie Doelgroepenregister gaat het om tijdelijke dienstverbanden bij Baanbrekers met als doel om uiteindelijk zo regulier als mogelijk te werken bij externe werkgevers. Kandidaten met een indicatie Nieuw Beschut krijgen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd waarbij onze doelstelling is ook voor deze groep te ontwikkelen naar de maximaal haalbare en de best passende werkplek. Leren & Werken wordt steeds breder ingezet voor kandidaten uit de P-wet die, zonder indicatie Doelgroepenregister of Nieuw Beschut, belemmeringen ervaren richting duurzaam en passend werk. Deze belemmeringen liggen vooral op het gebied van werknemersvaardigheden, taal- en digitale vaardigheden, psychosociale belasting, fysieke beperkingen en beperkte beschikbaarheid.

22

Een laag taalniveau, beperkte digitale vaardigheden, zorgtaken, inburgeringslessen en medische beperkingen bemoeilijken inzetbaarheid. Ook psychosociale problematiek, reisafstand, motivatie en cultuurverschillen vormen drempels voor participatie en vergroten het risico op isolement. Passende plaatsing vraagt om werkplekken die aansluiten bij individuele mogelijkheden. Inclusieve technologie kan hierbij ondersteunen. Visueel aan te leren taken zijn geschikt voor mensen met een laag taalniveau; cliënten met fysieke beperkingen hebben baat bij lichte, ergonomische werkzaamheden; en voor psychosociale problematiek zijn prikkelarme en gestructureerde werkomgevingen passend. Daarnaast zijn goed bereikbare werkplekken, flexibele werktijden en ondersteuning bij digitale handelingen belangrijk. Door deze noodzakelijke voorwaarden in beeld te brengen en ondersteuning daarop in te zetten kunnen kandidaten door stromen naar regulier werk.

Begroting 2027

23

2.1.3 Deelprogramma 3: Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten Onder dit deelprogramma zijn de volgende posten opgenomen. Gemeentelijke bijdragen Onder deelprogramma 3 worden de gemeentelijke bijdragen verantwoord, ter dekking van de exploitatie. Deze bijdragen worden overeenkomstig de gemeenschappelijke regeling berekend op basis van de inwoneraantallen per 1 januari van het begrotingsjaar. Overige lasten en baten Naast de gemeentelijke bijdragen worden in dit deelprogramma tevens alle overige (incidentele) baten en lasten verantwoord die niet specifiek zijn toe te rekenen aan de deelprogramma’s 1 of 2 en die ook niet onder de overhead vallen.

2.1.4 Bedrag voor heffing van vennootschapsbelasting Vanaf 2016 zijn alle overheden in principe belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. In 2016 heeft een beoordeling van de fiscale positie van Baanbrekers plaatsgevonden. Hierbij is vastgesteld dat vennootschapsbelasting niet van toepassing is. In een brief van 24 januari 2017 heeft de inspecteur het volgende bepaald: “Er is geen sprake van winststreven wanneer Baanbrekers per (geclusterde) activiteit verlieslatend blijkt te zijn, dan wel wanneer Baanbrekers in staat blijkt te zijn binnen de begroting te opereren en het alsnog daarvan ontstane positieve resultaat (overschot) per ondernemingsactiviteit direct (voor bestemming van reserves) terugstort naar de deelnemende gemeenten op basis van een terugbetalingsverplichting in de statuten.”

2.1.5 Bedrag voor onvoorzien Bij de aanbieding van de begroting 2021 heeft de provincie Noord-Brabant de opmerking gemaakt dat conform de regelgeving van het BBV (artikel 8 lid 1) een post onvoorzien verplicht is. Derhalve is vanaf het begrotingsjaar 2022 een post onvoorzien opgenomen van € 25.000,--.

2.1.6 Incidentele baten/ lasten Alle in de begroting opgenomen baten en lasten zijn structureel van aard.

24

2.2 Paragrafen Op grond van het BBV bevat de begroting een aantal paragrafen. Doel van de paragrafen is dat onderwerpen, die versnipperd in de begroting staan, worden gebundeld. De paragrafen laten een dwarsdoorsnede zien van de financiële aspecten van de begroting. Het gaat vooral om de beleidslijnen voor beheersmatige aspecten die grote financiële gevolgen kunnen hebben of die van belang zijn voor de uitvoering van de deelprogramma’s. Het BBV benoemt 8 paragrafen. Voor onze organisatie zijn die niet allemaal relevant. De voor Baanbrekers van toepassing zijnde paragrafen zijn: 2.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen 2.2.3 Financiering 2.2.4 Verbonden partijen 2.2.5 Bedrijfsvoering 2.2.6 Openbaarheidsparagraaf Wet open Overheid

Begroting 2027

25

2.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf worden de risico’s van Baanbrekers toegelicht en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit om risico’s af te dekken. De financiële risico’s die Baanbrekers loopt, worden volledig afgedekt door de deelnemende gemeenten. Het weerstandsvermogen van Baanbrekers fungeert als eerste buffer indien zich tekorten voordoen, maar hoeft dus niet van dusdanige omvang te zijn dat er meerjarig tekorten mee kunnen worden afgedekt, of dat er structurele tegenvallers in de jaarlijkse exploitatielasten mee moeten worden opgevangen. In de gemeenschappelijke regeling Baanbrekers (GR) is bepaald dat de gemeenten bijdragen aan de kosten indien het eigen vermogen daalt tot onder de € 1,2 miljoen, indien daartoe vanuit bedrijfseconomisch standpunt aanleiding toe is. Van Baanbrekers wordt verwacht dat zij tegenvallers die zich gedurende het begrotingsjaar voordoen, zelf kan opvangen. Om die reden is het belangrijk dat de algemene reserve gehandhaafd blijft tot minimaal de in de GR opgenomen norm van 1,2 miljoen euro. Definitie risico’s Een risico is een kans op het optreden van een negatieve gebeurtenis van materieel belang die niet is voorzien in de (meerjaren)begroting. De risico’s worden opgenomen in de risicotabel, als onderbouwing van het benodigde weerstandsvermogen.

Definitie weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen van een organisatie is de mate waarin zij in staat is niet begrote, en substantiële financiële tegenvallers op te vangen met het doel haar taken te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen geeft de robuustheid van de financiële huishouding weer. Het beoordelen daarvan vraagt inzicht in de omvang van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bestaat uit de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de berekende benodigde weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel. weerstandsvermogen =

beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit

Voor Baanbrekers is deze ratio minder relevant dan voor bijvoorbeeld een gemeente. In de gemeenschappelijke regeling is immers opgenomen dat de deelnemende gemeenten garant staan voor het afdekken van eventuele tekorten. Dit impliceert dat Baanbrekers in beginsel niet zelf hoeft te beschikken over een buffer. Toch is het uit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk een algemene reserve aan te houden. De algemene reserve fungeert als eerste buffer indien zich tijdens het begrotingsjaar tekorten voordoen. Door deze tekorten tussentijds ten laste van de AR te brengen worden gemeenten (en Baanbrekers) niet geconfronteerd met aanvullende tussentijdse bijdragen en daaruit voortvloeiende vertragende zienswijzeprocedures. Voor het weerstandsvermogen wordt in het algemeen een ratio van 0,8 tot 1,0 als matig bestempeld; een ratio boven 1,4 als ruim voldoende. Ook in het toezicht kader van de provincie worden de ratio’s zo gewaardeerd. Voor Baanbrekers zijn deze normen minder relevant, maar gelet op voorgaande is het wel van belang dat er een stabiele buffer aan weerstandscapaciteit is.

26

Een belangrijk uitgangspunt is dat ten aanzien van de risicobeheersing een realistisch beeld wordt neergezet. Verder is een inschatting en beoordeling van het weerstandsvermogen vooral van belang bij het opstellen van een begroting. Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarover een organisatie beschikt om de financiële gevolgen van de onderkende risico’s te kunnen afdekken. Er moet dan gedacht worden aan onbenutte ruimte in de reguliere begroting, vrij aanwendbare reserves en eventuele stille reserves die te gelde kunnen worden gemaakt. Voorzieningen blijven buiten beschouwing omdat dit geen eigen vermogen is. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting maar ook van de bereidheid van het bestuur om deze risico’s te aanvaarden. Baanbrekers beschikt in 2027 over de volgende reserve: Algemene reserve Conform besluitvorming in 2018 is de hoogte van de reserve maximaal € 1,2 miljoen. (Benodigde) weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel De geïnventariseerde risico’s met daarbij het geschatte maximum schadebedrag en de inschatting van de kans op optreden, leveren gezamenlijk de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit op.

Geïnventariseerde risico’s Risico's Maximale bedrag schade 1 Macrobudget rijksmiddelen 2 Ontwikkeling van aantal uitkeringsgerechtigden 3 Vergrijzing 4 Wegvallen opdrachtgevers 5 Ontwikkeling loonkosten 6 Afwijkende loon- en prijsontwikkelingen t.o.v. CPB-index 7 Regeling vervroegd uittreden - toekomstige deelname onbekend 8 Transitievergoeding na AOG 104 weken, niet vergoed door UWV Totaal

Kans op Gewogen risico optreden risico

500.000 600.000 1.000.000 2.100.000 525.000 150.000 150.000 200.000 5.225.000

25% 25% 50% 30% 25% 50% 50% 50%

125.000 150.000 500.000 630.000 131.250 75.000 75.000 100.000 1.786.250

Het risicoprofiel is dan als volgt: Kans 1: Gevolgklasse

<10%

Kans 2: =10%tot<30%

Kans 3: =30%tot<50%

Kans 4: =50%tot<70%

Score 6: > 1.000.000 Score 5: >0,5 mln - € 1,00 mln.

4

Score 4: > 0,25 mio. - € 0,50 mln.

3

Score 3: > 0,15 mio. - € 0,25 mln. Score 2: > € 0,10 mln. - € 0,15 mln. Score 1: tot en met € 0,1 mln.

1+2+5 6+7+8

De nummering in dit risicoprofiel correspondeert met de opsomming in de tabel “geïnventariseerde risico’s”

Begroting 2027

Kans 5: =70%tot<90%

27

Beoordeling beschikbaar weerstandsvermogen Op basis van de beschikbare weerstandscapaciteit, die op basis van de begroting per 31-12-2027 € 1.200.000 bedraagt, en de berekende benodigde weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel, kan het weerstandsvermogen als volgt worden berekend: € 1.200.000/ € 1.786.250 = 0,67 Het algemeen bestuur bepaalt de norm weerstandsvermogen Overheden mogen de norm voor het weerstandsvermogen zelf bepalen. Het is aan het algemeen bestuur van Baanbrekers om duidelijke normen te stellen voor het gewenste weerstandsvermogen en te bepalen of de te lopen risico’s acceptabel zijn. Over het noodzakelijke niveau van de algemene reserve zijn in de Gemeenschappelijk Regeling afspraken gemaakt. Het berekende kengetal is een indicatie van het begrote weerstandsvermogen en wordt door het algemeen bestuur van Baanbrekers in alle gevallen als acceptabel beschouwd. Toelichting op de risico’s 1. Macrobudget Rijksmiddelen € 500.000 De verlaging van het macrobudget van de WSW-Rijksvergoeding is gebaseerd op een verwachte uitstroom van SW-medewerkers. Landelijk wordt geconstateerd dat de daadwerkelijke uitstroom lager ligt dan rekenkundig is meegenomen. Dit heeft tot gevolg dat er een discrepantie ontstaat tussen de subsidiestroom en de daadwerkelijke lasten welke ten laste komen van de SW-organisatie.

Het financiële effect van dit risico drukt op de staat van baten en lasten. 2. Ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden € 600.000 De ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden is gebaseerd op landelijke verwachtingen. Op lokaal niveau kunnen deze afwijken. Tot enkele jaren geleden ontwikkelde het aantal uitkeringsgerechtigden bij Baanbrekers zich gunstiger dan de landelijke trend, maar dit is niet vanzelfsprekend. Omdat de werkelijke ontwikkeling van de BUIG een onvoorspelbaar karakter heeft, blijft dit een risicopost, die overigens lastig te kwantificeren is. 3. Vergrijzing € 1.000.000 Doordat er geen nieuwe instroom in de WSW plaatsvindt, neemt het aandeel ‘oudere’ SWwerknemers bij Baanbrekers toe. Door een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage onder oudere medewerkers leidt dit tot hogere kosten. Dit risico wordt ingeschat op € 1.000.000 over een periode van 5 jaar. 4. Wegvallen opdrachtgevers € 2.100.000 Het wegvallen van opdrachtgevers heeft bij de invoering van de Participatiewet impact op het resultaat. Baanbrekers is meer dan bij de SW afhankelijk van de opdrachtgevers omdat het Rijk alleen het ontbrekende deel aan loonwaarde compenseert. Dit risico wordt ingeschat op 30% van de omzet van de tien grootste opdrachtgevers. 5.

Ontwikkeling loonkosten € 525.000 De stijging van de loonkosten WSW kan hoger zijn dan de compensatie daarvoor vanuit de WSW Rijksvergoeding. Dit risico wordt ingeschat op 1% van de salarislasten WSW, zijnde € 105.000. Voor 5 jaar bedraagt dit € 525.000. 6. Afwijkende loon- en prijsontwikkelingen t.o.v. CPB-index € 150.000 Voor het berekeningen van de loon- en prijsontwikkeling wordt uitgegaan van de “index loonvoet sector overheid” en de “netto materiële overheidsconsumptie” volgens de meest recente septembercirculaire. Jaarlijks blijkt dat bij de realisatie hier afwijkingen op ontstaan.

28

7. Regeling vervroegd uittreden - toekomstige deelname onbekend Vanuit de SW Cao bestaat er de mogelijkheid om door middel van de Regeling vervroegd uittreden eerder met pensioen te gaan. Op het moment dat dat besluit door een medewerker genomen wordt moeten de volledige kosten van de regeling voor deze medewerker voorzien worden en vallen ten laste van het boekjaar van de beslissing. Van te voren is niet te bepalen welke medewerkers er van de regeling gebruik willen gaan maken. 8. Transitievergoeding na AOG 104 weken, niet vergoed door het UWV. Bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (na 2 jaar) bestaat er de mogelijkheid om een compensatie vanuit het UW te ontvangen voor de betaalde transitievergoeding. Vanaf 01 januari 2027 wordt verwacht dat de overheid deze vergoeding alleen nog maar gaat betalen aan kleine werkgevers. Baanbrekers voldoet niet aan dat criterium. De wijziging van de wet is nog niet vastgesteld. Vanwege de onzekerheid en de hoogte van de uit te keren bedragen wordt het hier als mogelijk risico opgenomen. Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een aantal verplichte kengetallen wordt opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie.

Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

2025 Jaarrekening 30,3 30,1 10,6% 0,0%

2026 Begroting 28,8 28,6 3,0% 0,0%

2027 Begroting 29,9 28,6 3,3% 0,0%

*voorlopige jaarrekening 2025

Netto schuldquote Het BBV schrijft twee vergelijkbare kengetallen voor: De netto schuldquote; De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Netto wil zeggen dat van de schulden eventueel uitgezette gelden zijn afgetrokken. De schuldenlast wordt uitgedrukt in een percentage van de begrotingsomvang exclusief mutaties op reserves. Solvabiliteitsratio Solvabiliteit geeft aan hoe groot het aandeel is van het eigen vermogen in het totaal van de passiva. Het kengetal geeft inzicht in de mate waarin Baanbrekers in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De ratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Hoe hoger deze ratio, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal komt tot uiting of Baanbrekers over voldoende structurele baten beschikt om de structurele lasten te dekken. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties op reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=bb8b10d5-846b-4b1b-b70b-11937abd76d5