CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Raadsvergadering 19 september 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan buitengebied herziening EuroParcs Kaatsheuvel (Hamerstuk)6.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1?

j?

gemeente

Loon op Zand

BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED-HERZIENING EUROPARCS KAATSHEUVEL’ Nota zienswijzenen ambtshalve aanpassingen

1. INLEIDING Het college van burgemeester en wethouders heeft het ontwerpbestemmingsplan ziening EuroParcs Kaatsheuvel ’ voorbereid.

‘Buitengebied-her-

EuroParcs verwierf in 2019 het recreatiepark aan de Van Haestrechtstraat24 in Kaatsheuvel.Zij wil het park op basis van een landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische visie en een beeldkwaliteitsplan in twee fasen herinrichten tot een luxe resort voor toeristen behorende tot verschil­ lende doelgroepen. Een uitbreiding van het park aan de westkant maaktdaarvan deel uit. Het aantal bungalows neemt bij deze kwaliteitsslag af. Bewoning van arbeidsmigranten wordt uitgesloten. Uitvoering van fase 1 en van een deel van fase 2 vond inmiddels plaats binnen het bestemmingsplan Buitengebied. De uitbreiding van het park is niet mogelijk binnen dit bestemmingsplan en maaktdeel uit van fase 2. Er is een herziening van het bestemmingsplan Buitengebied nodig om de herinrichting geheel uit te kunnen voeren. Het ontwerp van het bestemmingsplan 'Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheu ­ vel' voorziet hierin. De gemeente gaf eerder aan dat zij in beginsel bereid is onder voorwaarden medewerking aan deze ontwikkeling te verlenen. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is een bestem­ mingsplan opgesteld. Het ontwerpbestemmingsplan lag van donderdag 21 december 2023 tot en met woensdag 31 januari 2024 ter inzage. Ook was het ontwerpbestemmingsplan te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl, www.loonopzand.nl en (vanaf 1 januari2024) www.omgevingswet.overheid.nl.

2. SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN In de periode dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag ontvingen we twee zienswijzen. In de onderstaande tabel zijn de ontvangen zienswijzen samengevat en wordt een reactie op de zienswijzen gegeven. Vervolgens is de conclusie aangegeven en de eventuele gevolgen voor het be­ stemmingsplan.

2.1 Zienswijze1

a.

Samenvattingzienswijze De provincie Noord-Brabant staatin beginsel posi ­ tief tegen de revitalisering van het vakantiepark. In het kader van het vooroverleg zijn opmerkingen gemaakt over de verantwoording van de kwali­ teitsverbetering van het landschap, de onderzoek rapportages voor natuuren de externe werking hierop, de grondwaterbescherming en de bodem in verband met de te realiseren camperplaats.

Reactie gemeenteop zienswijze We nemen de opmerkingen van de provincie betrekking tot natuur, grondwaterbescherming bodem voor kennisgeving aan.

met en

De provincie constateert, dat de bepalingen in ­ zake de grondwaterbescherming op juiste wijze zijn opgenomen in onderhavig bestemmingsplan en de natuurrapportages in orde zijn. De opmer­ kingen over de bodem betroffen de verdichting in verband met de te realiseren camperplaats aan de zuidwestzijde van het plangebied. In onderhavig plan is dit onderdeel van de camperplaats komen te vervallen.

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

2

b.

Voor het onderdeel kwaliteitsverbetering van het landschap is in de vooroverlegfase opgemerkt, dat duidelijk moet zijn waarde 20 0Zo van de bestemmingswinst wordt geïnvesteerd, zoals vereist op grond van artikel 3.9 IOV en de daarop geba ­ seerde regionale afspraken. Hiervoor is nodig ^ een berekening van het te investeren be­ drag en waarhet voor wordt aangewend, ^ inzicht aan wat al bestaand is aan land ­ schapselementen en wat nieuw wordt toegevoegd, ^ inzicht in welke onderdelen behoren tot de reguliere inpassing van het vakantie­ park en wat behoort tot de extra impuls (dus de kwaliteitsverbetering van het landschap), ^ Daarnaastgeldt dat de landschappelijke inpassing moet zijn gebaseerd op de analyse van het landschap en daarbij moet aansluiten en een bijdrage aan moet leveren volgens de regionale af­ spraken,

Voor de landschapsverbetering is conform artikel 3.9 IOV een landschapsverbeteringsplan opgesteld met bijbehorende berekening, die voldoet aan de ei­ sen van de provincie. Deze is ambtelijk voorgelegd aan de provincie, die heeft aangegeven, dat deze aan de eisen voldoet, mits de gehanteerde bestemmingswaarde voor intensieve recreatie Z horeca lan­ delijk karakter(bebouwd) van f 40,- wordt aange­ past in f 55,-. Dat is gedaan. Het aangepaste docu ­ ment is als bijlage bij de toelichting van het vastge­ stelde bestemmingsplan gevoegd. Uitvoering van de maatregelen die hieruit voortvloeien zijn via een voorwaardelijke verplichting geborgd in de planregels. Bijlage 2 waarin de voorwaardelijke verplich ­ ting in de planregels naar wordt verwezen is vervan­ gen en conform het opgestelde landschapsverbeteringsplan.

Dit is nog onvoldoende uitgewerkt en geborgd op grond van artikel 3.9 IOV en namens de gemeente is dit ambtelijk telefonisch bevestigd bij het aan­ melden van dit ontwerpbestemmingsplan. Op 23 januari 2024 is ambtelijk een opzet van de verant­ woording van de kwaliteitsverbetering van het landschap opgestuurd. Hierover gaan we uiter­ aard graag nog nader in gesprek met de ge ­ meente, waarbij wij erop aandringen dat hierover overeenstemming moet zijn vóórde vaststelling van het bestemmingsplan.

Conclusieen gevolgenvoorhet bestemmingsplan De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. »

In paragraaf 2.3 van de toelichting de volgende tekst:

is de motivatie van de kwaliteitsverbetering aangepast met

“De kwaliteitsverbetering van het landschap conform het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering ‘Hart van Brabant’ is verantwoord in een notitie kwaliteitsverbetering landschap, die als bijlage 7 is bijge ­ voegd. In deze notitie is de omvang van de benodigde bijdrage kwaliteitsverbetering landschap bere­ kend. Uit deze berekening blijkt dat deze bijdrage een omvang dient te hebben van f 100.086,-. De kosten voor de maatregelen die binnen het plangebied worden genomen ten behoeve van de kwali­ teitsverbetering van het landschap bedrage f 73.972,- en zijn daarmee lager dan de berekende beno ­ digde bijdrage. Het resterende bedrag van f 26.114,- wordt daarom in het gemeentelijke fonds voor kwaliteitsverbetering gestort. Dit wordt vastgelegd in de exploitatieovereenkomst. De uitvoering van de maatregelen binnen het plangebied is geborgd via een voorwaardelijke verplichting in de planregels (lid 4.4.3).” »

Bijlage 7 van de toelichting 19-06-24.

is vervangen door

de notitie Kwaliteitsverbetering landschap d.d.

»

Om te voorkomen, dat de gronden aan de westkant van het plangebied waarhet facilitairege ­ bouw van 700 m2 is voorzien als intensieve recreatie (horeca) worden gebruikt en leiden tot

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

3

een hogere waardevermeerdering van de gronden, is in de regels in lid 4.2.2. onder b opgeno men: ‘Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie 2 ’ zijn een zwembad, ondergeschikte horeca en ondergeschikte detailhandel niet toegestaan ^

Bijlage 2 van de planregels 19-6-2024.

is vervangen door

•

De gronden waarde landschappelijke ding de bestemming Groen gekregen. ming toegelicht.

het rapport

­

Kwaliteitsverbetering landschap

maatregelen worden getroffen hebben op de verbeel­ In de toelichting is in paragraaf in 6.2.2 deze bestem­

2.2 Zienswijze2

a.

b.

Samenvattingzienswijze Reclamant gaat in de inleiding in op zaken uit het verleden met betrekking tot de vorige eigenaar en hinder vanwege huisvesting van arbeidsmigran­ ten. Tevens gaat reclamant in op de beoogde camperplaats op zijn gronden die grenzen aan het ontwerpbestemmingsplan. In dat kader wijst hij op de inspraakreactie die door hem tegen het voorontwerpbestemmingsplan bij het college van bur­ gemeester en wethouders is ingediend. Reclamant is eigenaar van de gronden sectie O, nummers 162 tot en met 165. In het ontwerpbe­ stemmingsplan is de bestemming van de aan de gronden van reclamant grenzende percelen gewij­ zigd in Recreatie - Verblijfsrecreatie, maarde be­ stemming van de reclamant niet meer. Reclamant stelt zich op het standpunt, dat deze wijziging van de percelen van EuroParcs van invloed zijn op de gebruiksmogelijkheden van zijn percelen. Hij stelt voorts dat de gebruiksmogelijkheden ernstig be­ perkt zijn en dat dit een (zeer) negatieve invloed heeft op zijn (economische) positie. Reclamant heeft zelf geen agrarisch bedrijf. Dat betekent, dat een agrarische bedrijfsuitoefening slechts (feitelijk) mogelijk was door derden; om enig rendement te kunnen behalen op deze inves ­ tering was en is het voor reclamant van belang dat hij de percelen aan (wisselende) derden kan ver­ huren of verpachten.

Het toekennen van een re­ creatieve bestemming die milieugevoelige functies toestaat aan gronden aan de oostkant en noord ­ kant van de percelen van reclamant, beperken de gebruiksmogelijkheden van zijn percelen. De percelen van reclamant liggen in een gebied waarrecreatie een belangrijke functie vervult. Daarnaastligt ten zuiden een Natura2000-gebied. Reclamant wil op zijn gronden een bestemming die gebruik als camperplaats mogelijk maakt. Dit beoogde gebruik sluit aan op het gemeentelijk be­ leid. Dit heeft een positief effect op het Natura 2000-gebied ten opzichte van agrarisch gebruik. Tevens leidt dit tot een verbreding van het aanbod aan verblijfsrecreatie. Er is daarbij geen sprake van permanente bebouwing, zodat de vrees voor verdere verstening van de omgeving niet aan de orde is. Reclamant heeft voor zijn initiatief in de­ cember 2022 een principeverzoek ingediend. Het college geeft 4 oktober 2023 reclamant medege­ deeld geen medewerking te verlenen aan het prin ­ cipeverzoek. In het voorontwerpbestemmingsplan

Reactie gemeenteop zienswijze De inleiding bevat geen nieuwe onderdelen die niet in een eerder stadium reeds besproken zijn. De huisvesting van arbeidsmigranten is inmiddels beeindigd. Voor wat betreft de verwijzing naar de inge ­ diende inspraakreactie verwijzen wij naar de beant ­ woording van de inspraakreactie in het verslag in ­ spraak en wijzigingen dat als bijlage 25 bij de toe ­ lichting van het bestemmingsplan is gevoegd. De gebruiksmogelijkheden van de percelen kadas­ traal bekend als sectio O nummers 162 tot en met 165 veranderen met het in werking treden van het bestemmingsplan niet. De gronden zijn bestemd als agrarisch zonder bouwvlak en dat blijven ze. De gronden kunnen verpacht worden voor het weiden van dieren of voor het telen van gewassen. Niet valt in te zien waarom de (economische) positie van re­ clamant (zeer) negatief zou worden beïnvloed door het in werking treden van het bestemmingsplan. Voor wat betreft de wens van reclamant op zijn per ­ celen een camperplaats toe te staan merken we het volgende op. Er is binnen de gemeente behoefte aan een campervoorziening. Zo ’n voorziening ontbreekt op dit moment.

Eerdere initiatieven tot de aanleg van een campervoorziening binnen de gemeente bleken niet haalbaarte zijn, (mede) omdat de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant nieuwvestiging van camperplaatsen niet mogelijk maaktbuiten een bestaand bouwvlak en een bouw ­ vlak op de grond ontbrak. Om het vestigen van een campervoorziening te bevorderen gaf de gemeente EuroParcs in overweging om bij een uitbreiding van het resort te bezien of er een campervoorziening aangelegd kan worden. EuroParcs kwam daaraan tegemoet door optioneel te voorzien in een camper­ voorziening en een openbare parkeervoorziening op in bijzonder de percelen grond van reclamant. Re­ clamant was hiervan niet op de hoogte temeer, om ­ dat een voorontwerp van het bestemmingsplan nog in voorbereiding genomen moest worden. Bij de voorbereiding wordt de haalbaarheidvan zo ’n voor ­ ziening bezien. Reclamant diende op 14 december 2022 bij burge ­ meester en wethouders een principeverzoek in. Over dit verzoek vond bij herhaling met zijn adviseur overleg plaats, waarbij werd aangegeven, dat een camperplaats op basis van provinciaal beleid alleen in de vorm van uitbreiding van het resort kan. Er is

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

4

zijn de percelen van reclamant bestemd als Re­ creatie - Verblijfsrecreatie, waarbij op de percelen van reclamant een camperplaats is toegestaan. Dit is alleen mogelijk als de percelen worden over ­ gedragen aan EuroParcs. Reclamant kan daar­ door alleen zijn gronden verkopen aan EuroParcs. Als EuroParcs niet meewerkt blijft reclamant zitten met percelen waarhij niks mee kan. EuroParcs heeft het voorstel van reclamant voor de verkoop van de gronden afgewezen en de onderhandelin­ gen beëindigd. Het ontwerpbestemmingsplan is gewijzigd, waarbij de gronden van reclamant geen recreatieve bestemming meer hebben. De reden voor deze wijziging is dat er geen overeenstem­ ming is bereikt tussen reclamant en EuroParcs. Deze ontwikkeling maaktgeen onderdeel meer uit van het ontwerpbestemmingsplan. De gronden zijn nu onderdeel van het ontwerpbe­ stemmingsplan Veegplan BP Loon op Zand, waar­ mee niet wordt teruggegaan naar de oorspronke­ lijke situatie. De percelen sectie O, nummer 167, 181 en 396hadden de bestemming Agrarisch en krijgen nu toch de bestemming Recreatie - ver­ blijfsrecreatie. De percelen van reclamant worden daardoor ingekapseld door percelen met een nietagrarische bestemming.

De bestemming Verblijfs­ recreatie wordt op basis van de handreiking Be­ drijven en Milieuzonering (2009) gezien als een milieugevoelige functie, waarbij rekening moet worden gehouden met hinder vanwege stof, geur en geluid maarook met gezondheidseffecten. Vanuit deze handreiking moet rekening worden gehouden met richtafstanden van 30 tot 200 me­ ter. De afstand tussen milieugevoelige functies en de percelen van reclamant is minimaal nihil en hoogstens 25 meter. Hierdoor worden alle perce ­ len van reclamant minder waard en is agrarisch gebruik van de percelen niet meer mogelijk. Ook leidt dit ertoe dat er op de percelen geen gewas­ beschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt vanwege gezondheidsrisico's van recreanten. Ook het weiden van vee wordt belemmerd vanwege gezondheidsrisico door risico van blootstelling aan endotoxinen. Dit is in het ontwerpbestemmings­ plan niet beoordeeld. In de huidige planologische situatieen op grond van het Activiteitenbesluit on­ dervinden het agrarisch gebruik van de percelen van reclamant en het recreatiepark geen last van elkaar. Op basis van het nieuwe bestemmingsplan is er wel risico op hinder, afhankelijk van de wijze waarop reclamant zijn percelen gebruikt en leidt dit tot een beperking van het gebruik van de per ­ celen en de verkoopbaarheid ervan.

Het ontwerp­ bestemmingsplan doet op ernstige wijze afbreuk aan de belangen van reclamant. Het niet meewe­ gen van de belangen van relamant is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Reclamant ver­ wijst daarbij naar jurisprudentie.

toen bevestigd dat een voorontwerp van een be­ stemmingsplan in voorbereiding was die zou voor ­ zien in een uitbreiding van het resort met een campervoorziening. In overweging werd gegeven om te bezien of reclamant met EuroParcs kan gaan samenwerken ter verkrijging van een synergie tus­ sen campervoorziening en het resort. In dat geval zou min of meer gesproken kunnen worden van een uitbreiding van het resort terwijl reclamant de cam­ perplaats exploiteert. Deze overweging is vervol ­ gens niet meer ter sprake gekomen en is door burgemeester en wethouders daardoor voor het ver­ volg buiten beschouwing gelaten. Bij het ter inzage leggen van het voorontwerp be­ stemmingsplan waren burgemeester en wethouders ervan op de hoogte dat EuroParcs en reclamant in gesprek waren over verwerving van de percelen grond. Dit met de bedoeling om daar in de vorm van een uitbreiding van het resort een campervoorzie­ ning te realiseren voor maximaal20 camperplaatsen. Zoals reclamant aangeeft reageerden burgemeester en wethouders negatief op zijn princi ­ peverzoek, omdat de campervoorziening in strijd is met het provinciaal beleid, zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Deze verordening is bindend bij het opstellen van een be­ stemmingsplan. Het niet voldoen aan de verorde ­ ning stuit op belemmeringen bij de provincie.

De gronden liggen volgens de provinciale Interim omgevingsverordening in het landelijk gebied, zoals bepaald op kaart6: Instructieregels gemeenten: basiskaartLandelijk gebied. In artikel 3.73, lid 1 van de verordening is aangegeven dat een bestemmings­ plan kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie, zoals een campervoorziening, op een bestaand bouwperceel. Een bouwperceel is in arti­ kel 1.1. van de verordening gedefinieerd als een aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaarbehorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouw ­ vlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraangrenzende gronden waarook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningsvrije bouwwerken zijn toegestaan. Daarvan is geen sprake, zodat de vestging van een camper­ voorziening voor reclamant niet past binnen het pro ­ vinciaal beleid. Uit artikel 3.71 van de verordening volgt, dat dat niet geldt voor bestaande niet agrarische functies in het landelijk gebied. Dit artikel bepaalt, dat bestem­ mingsplannen onder voorwaarden kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding van een bestaande niet-agrarische voorziening. Een campervoorzie­ ning, die behoort bij een uitbreiding van EuroParcs Kaatsheuvel,is daardoor op basis van de provinci­ ale verordening wel mogelijk.

De verordening bevat geen mogelijkheid voor Gede­ puteerde Staten van Noord-Brabant om op nader bepaalde gronden van de verordening afte wijken. Zouden deze gronden er wel zijn dan zou het niet kunnen verwerven van grond redelijkerwijs geen grond voor een afwijking kunnen zijn. Zo ’n afwij-

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

5

kingsgrond zou de deur openzetten voor nieuwvestiging zonder dat sprake is van een bouwvlak. Hier­ door zou alsnog sprake zijn van een ongewenste verstening van het buitengebied. Reclamant en EuroParcs Kaatsheuvelkunnen geen overeenstemming bereiken over verwerving van de percelen grond door EuroParcs. De percelen van reclamant maken daarom geen onderdeel uit van het ontwerpbestemmingsplan. Op grond van het provinciale beleid is EuroParcs in ­ derdaad de enige partij die voor verwerving van de gronden in aanmerking komt om een camperplaats als uitbreiding van het bestaande recreatieterrein toe te kunnen staan. Verkoop aan een andere partij dan EuroParcs die als doel heeft op die gronden nieuwvestiging van een recreatieterrein mogelijk te maken stuiten op bezwaren vanuit provinciaal be­ leid. De percelen van reclamant behouden de huidige agrarische bestemming, zoals vastgelegd in het tij­ delijk deel van het Omgevingsplan in de bestem­ mingsplannen Buitengebied 2011 en Herziening Buitengebied 2015. Het Veegplan Bp Loon op Zand, waarnaarreclamant verwijst is een ontwerpbestem­ mingsplan, dat nog niet in werking is getreden.

De regels die in dit ontwerpplan zijn opgenomen voor de gronden van het recreatiepark zijn integraal op ­ genomen in het voorliggende bestemmingsplan (huisvestiging van arbeidsmigranten is niet meer toegestaan, per standplaats mag één sanitaire voor ­ ziening en opslag (bijgebouw) worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2,5 m en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 10 m2 ). Bij de vaststelling van het Veegplan, nadat voorlig ­ gend plan is vastgesteld, zal daarmee rekening wor ­ den gehouden. Voor wat betreft de gebruiksmogelijkheden van de agrarische gronden in relatie tot de handreiking Be­ drijven en milieuzonering (VNG, 2009) geldt het vol ­ gende. In deze handreiking zijn richtafstanden opgenomen, die tussen (nieuwe) milieugevoelige functies, zoals recreatieterreinen, en hinder veroorzakende be­ drijfsactiviteiten, zoals agrarische bedrijven, moeten worden aangehouden. Wanneer aan deze richtafstand(en) wordt voldaan mag ervan worden uitge­ gaan dat er ter plaatse van de milieugevoelige func­ tie sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft de milieuaspecten geur, geluid, stof en gevaar en dat het bedrijf niet in zijn bedrijfsvoe­ ring wordt belemmerd. Daarbij geldt voor geur, dat ook moet worden gekeken naar mogelijke geurhinder op basis van de Wet geurhinder veehouderijen.

De richtafstanden van een agrarisch bedrijf worden bepaald vanaf het bouwvlak van het bedrijf, omdat dat de gronden zijn waarde hinder wordt veroor­ zaakt. De richtafstanden, zoals opgenomen in de handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) zijn niet geschikt om toe te passen op agrari­ sche gronden zonder bouwvlak.

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

6

De percelen van reclamant met de bestemming Agrarisch zijn bestemd voor een agrarische bedrijfs ­ uitoefening, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen. Een agra­ risch bedrijf is gedefinieerd als een bedrijf dat ge ­ richt is op het voortbrengen van producten door middel van telen van gewassen of het houden van dieren, waarbij onderscheid wordt gemaakt in: a. een (vollegronds)teeltbedrijf; b. een veehouderij; c. een glastuinbouwbedrijf; d. een overig agrarisch bedrijf. Daarnaastzijn de volgende begrippen opgenomen in het geldende bestemmingsplan ^ agrarisch bedrijf, veehouderij: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pels ­ dieren. ^ agrarisch bedrijf, grondgebonden veehou­ derij: veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehou­ derij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie.

^ agrarisch bedrijf, intensieve veehouderij: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in ge ­ bouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdie ­ ren-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, als­ mede naar de aard daarmee gelijk te stel­ len bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden veehouderij. ^ agrarisch bedrijf, glastuinbouwbedrijf: agra­ risch bedrijf met een bedrijfsvoering die ge ­ heel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt. ^ agrarisch bedrijf, overig: agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, vollegrondsteeltbedrijf of glas­ tuinbouwbedrijf valt, gericht op het het te­ len van vissen, wormen, insecten en/ of gewassen met een bedrijfsvoering die ge ­ heel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt. ^ agrarisch bedrijf, (vollegronds)teeltbedrijf: agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouw ­ sector dat zich richt op het telen van ge ­ wassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. Veehouderijen (niet zijnde intensieve veehoude­ rijen), intensieve veehouderijen, glastuinbouwbedrij­ ven en 'overige agrarische bedrijven', zijn op grond van artikel 3.1 sub b op de percelen van reclamant niet toegestaan.

Op de gronden is derhalve uitslui­ tend een (vollegronds) teeltbedrijf toegestaan en het laten beweiden van de gronden door vee.

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

7

Geluidhinder vanwege het gebruik van de gronden voor het telen en kweken van gewassen treedt inci ­ denteel op en is kortdurende van aard en wordt ver­ oorzaakt door de inzet van landbouwmachines en het afvoeren van de gewassen. De geluidnormen vanwege een agrarische inrichting zijn bepaald in de bruidsschat (voorheen: Activitei­ tenbesluit). Voor agrarische inrichtingen is bepaald, dat bij het bepalen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau alleen rekening wordt gehouden met vast opgestelde installaties en toestellen. Daaris met de gebruiksmogelijkheden van de gronden geen sprake van. Bij de beoordeling van de geluid­ belasting van mobiele bronnen/activiteiten/ werk­ zaamheden wordt voor de beoordeling van het lang ­ tijdgemiddeld beoordelingsniveau conform de bruidsschat de geluidbelasting van activiteiten en werkzaamheden niet meegenomen. Voor de beoordeling van het maximalegeluidsni­ veau moeten in principe de activiteiten en werk­ zaamheden wel meegenomen worden. Echter, in de dagperiode (06.00 uurtot 19.00) zijn de grenswaar­ den niet van toepassing op het laden en lossen, als­ mede op het in en uit de inrichting rijden van landbouwtractoren of motorrijtuigen met beperkte snel ­ heid. Daarbij geldt bovendien dat voor recreatiewoningen geen geluidnorm is vastgelegd in de bruidsschat.

Recreatiewoningen en recreatieterreinen worden in het Activiteitenbesluit niet beschermd. Wel moet worden beoordeeld of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Vanwege het incidentele en kortdurende karakter van de landbouwvoertuigen Z transportbewegingen en de afstand van ten minste 10 meter tot 35 meter tot gronden met de bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie in een gemengd gebied nabij een rijksweg is het aannemelijk, dat er ter plaatse van het recreatiepark sprake is van een goed woon- en leefklimaaten dat de bedrijfsvoering met betrekking tot het gebruik van de agrarische gronden niet wordt belemmerd. Het gebruiken van de gronden voor het beweiden van vee levert geen geluidhinder op. Het gebruik van de gronden voor het telen en kwe­ ken van gewassen en het beweiden van de gronden met vee heeft geen geurhinder tot gevolg. Uitslui­ tend het toepassen van mest kan leiden tot geurhin­ der. Aangezien de gronden nabij een stikstofgevoelig Natura2000 zijn gelegen, is mogelijk het uitrijden van mest op de grond van natuurwetgeving niet toe ­ gestaan. Mocht dit binnen de natuurwetgeving toch toegestaan zijn, dan geldt, dat er geen wetgeving van toepassing is die in voorliggende situatie het toepassen van mest in relatie tot geurhinder regelt; er zijn geen wettelijke grenswaarden voor het uitrij­ den en aanwenden van mest op het land.

Geurhin­ der die optreedt vanwege het toepassen van mest is tijdelijk en inherent aan de ligging van een recreatie­ park in het buitengebied en wordt daarom be­ schouwd als acceptabele geurhinder. Daarbij komt

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

8

dat de recreanten slechts tijdelijk op het recreatie­ park verblijven. Langdurige blootstelling aan geurhinder is daardoor niet aan de orde. Voor wat betreft hinder vanwege de aspecten stof en gevaar geldt dat deze aspecten vanwege het toegestane gebruik niet aan de orde zijn. In het bestemmingsplan is aandacht besteed aan mogelijke nadelige gevolgen van veehouderijen op de volksgezondheid. Dit is gedaan op basis van be­ staande veehouderijen in de omgeving van het plan. De effecten van de beweiding van percelen speelt daarbij geen rol. Voor wat betreft de bewering van reclamant, dat door de mogelijke blootstelling aan endotoxinen vanwege het weiden van vee er ge ­ zondheidsrisico's optreden merken we op dat de be­ langrijkste emissiebron van endotoxinen wordt gevorm door uitstoot van fijnstof uit stallen van vee­ houderijen. Een veehouderij is op de percelen van reclamant niet toegestaan. Ook mogen er geen stal­ len worden gebouwd op de gronden. Relamant heeft niet gemotiveerd op welke wijze het beweiden van de percelen met vee kan leiden tot gezond­ heidsrisico's. Ten aanzien van het mogelijke gebruik van gewas ­ beschermingsmiddelen geldt het volgende. Er gelden geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden, waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en daar­ voor gevoelige functies, zoals kampeerterreinen en recreatieverblijven.

Er gelden voor reclamant der­ halve geen beperkingen voor het gebruik van ge ­ wasbeschermingsmiddelen vanwege het recreatie­ terrein. Hij wordt daarmee niet belemmerd bij het gebruik van de gronden. Hieronder wordt gemotiveerd dat er met inachtne ­ ming van het mogelijke gebruik van gewasbescher­ mingsmiddelen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Vanaf 1 januari2018 is het vanuit het Activiteitenbe­ sluit milieubeheer (nu Bruidsschat)verplicht een 750Zo reducerende spuittechniek (DRT75)toe te pas ­ sen binnen een boomgaard. Bij teelt van in op ­ waartseof zijwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen geldt de verplichting tot toepas ­ sen van een 750Zo reducerende spuittechniek. Tij­ dens het spuiten wordt een relatief lage rijsnelheid gebruikt en wordt het spuitmiddel met net voldoende druk tegen de bomen geblazen. De druk tijdens het bespuiten van een gewas mag niet hoger zijn dan 5 bar. Er wordt gebruik gemaakt van grote ventilato ­ ren met een laag toerental. Hierdoor wordt het spuit ­ middel specifiek toegepast op de fruitbomen en wordt het spuitmiddel niet verder geblazen dan de bomenrij zelf.

Ook worden geen spuitmiddelen toe ­ gepast op dagen met een windsnelheid van meer dan 5 meter per seconde (zoals tevens vastgesteld in de bruidsschat) Daarbij wordt opgemerkt dat het gebruik bij een hogere windsnelheid ook een nega ­ tief effect heeft op de werking van de te gebruiken bestrijdingsmiddelen waardoor de ondernemer ge ­ baat is bij gebruik bij een lage windsnelheid. Door

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

9

deze combinatie van spuittechniek en praktische in ­ vulling worden de spuitmiddelen enkel specifiek op de bomen toegepast en wordt drift zoveel mogelijk voorkomen. Uit de website boerenbunder.nl blijkt, dat de perce ­ len van reclamant ten minste vanaf 2021 in gebruik zijn als grasland. Uit luchtfoto's (topotijdreis.nl en SmartView) is ook geen ander gebruik dan grasland waarneembaarvanaf 2006. Bij grasland kan gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aan de orde zijn. Indien wordt gekeken naar een maximale planolo ­ gische invulling is ook agrarisch gebruik mogelijk waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden ge ­ bruikt in de vorm van vollegrondsen sier- en fruit­ teelt. In de vollegrondsen sier- en fruitteelt ontkomt men niet aan het gebruik van gewasbeschermingsmidde­ len tegen schimmels, luizen en andere vormen van ongedierte. In relatie tot omliggende gronden heeft het bestemmingsplangebied derhalve mogelijk te maken met spuitzones vanwege het gebruik van de gronden van reclamant conform het bestemmings­ plan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het ge ­ bruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volks ­ gezondheid.

Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en ter plaatse van agrarische bedrijvigheid, waarbij ge ­ wasbeschermingsmiddelen (kunnen) worden ge ­ bruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aan­ vaardbaarzijn, mits hieraan een motivatie ten grondslag ligt. Daarnaastkan het zijn, dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om drift te voorkomen of overdrachtsmaatregelen, zoals bij­ voorbeeld een dichte haag. De gronden van het recreatiepark, waarverblijfsrecreatie plaatsvindt ligt aan de noordzijde op 10 me­ ter afstand en aan de oostkant op 35 meter afstand van de percelen van reclamant waargewasbescher­ mingsmiddelen gebruikt kunnen worden. Langs de randen van het recreatiepark voor zover die gren­ zen aan de gronden van reclamant zijn bomen en onderbeplanting aanwezig van minstens 20 meter hoog. De groene afscherming wordt in het kader van landschappelijke inrichting verder versterkt met houtsingels, 31 1 e orde bomen (berk, eik, beuk, wal­ noot, kastanje en linde) en inheemse struikvormers (lijsterbes, hazelaar,krentenboompje, vuilboom, meidoorn, liguster, haagbeuk, veldesdoorn, haze­ laar, hulst en mispel). De aanleg en instandhouding is geborgd in de planregels.

Gezien de afstand van de percelen van reclamant tot de verblijfsrecreatieve gronden, wordt er niet vol ­ daan aan de richtafstand van 50 meter. Hierbij wordt opgemerkt dat die richtafstand met name is bedoeld voor gewassen die verticaal bespoten moe­ ten worden, zoals boomgaarden. Grondgewassen worden altijd neerwaarts bespoten, wat de drift (in­ dien deze al bestaat) aanzienlijk beperkt. _________

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

10

Het feitelijke gebruik van de percelen is grasland. Voortzetting van het gebruik als grasland levert voor wat betreft het gebruik van het recreatiepark geen belemmeringen op. Gezien de afstand tussen de percelen van reclamant en de verblijfsrecreatieve gronden van minimaal 10 meter tot 35 meter, het feit dat er neerwaarts wordt gespoten en de aanwe­ zige ononderbroken rij bomen en onderbegroeiing langs de randen van het recreatiepark die boven ­ dien nog verder wordt versterkt en in stand moet worden gehouden behoeft er geen rekening te wor ­ den gehouden met het risico op blootstelling aan drift. Voor wat betreft de maximale planologische invul­ ling van het bestemmingsplan geldt het volgende. Op basis van rechtspraak dient bij het bepalen van de invloed van toepassing van gewasbeschermings­ middelen op het woon- en leefklimaatte worden uit­ gegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. De invulling dient representatief te zijn, in die zin dat in principe geen rekening hoeft te worden gehouden met een ingrijpende of anderszins niet voor de hand liggende omschakeling in de bedrijfsactiviteiten. De invulling dient daarentegen maximaalte zijn in relatie tot de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Idem dient rekening te worden gehouden met een maxi­ male invulling van de beoogde gevoelige bestem­ mingen.

Reclamant heeft zelf geen agrarisch bedrijf, maar wil de gronden aan (wisselende) derden verhuren, verpachten. Het is aannemelijk, dat verhuurof ver­ pachten plaatsvindt aan bestaande agrarische be­ drijven in de omgeving van Kaatsheuvel;het is niet aannemelijk, dat agrarische bedrijven gronden zul­ len huren of pachten op grote afstand van hun be­ drijf. In en in de omgeving van Kaatsheuvelkomt met name landbouw voor in de vorm van bouwland en agrarisch grasland. Fruitteelt en bloembollenteelt is niet tot zeer beperkt aanwezig, zie onderstaande figuur. *

I

**

41

^

^

m

w

( https://themasites.pbl.nl/atlas-regio/kaarten/Pgmb^596110641719,true,1;1595921285002,true,1)

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

11

Op basis hiervan wordt voor een representatieve maximale planologische invulling uitgaan van ge ­ bruik als bouwland (akkerbouw) en agrarisch gras­ land. Dit agrarisch gebruik, omvat de teelt van lage gewassen, waarvoor wat betreft de effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen vergelijk­ baarzijn met grasland (neerwaarts spuiten). Er be­ hoeft bij een maximale representatieve planolo ­ gische invulling derhalve ook geen rekening te wor ­ den gehouden met het risico op blootstelling aan drift. d.

Reclamant stelt dat het ontwerpbestemmingsplan is strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat de zijn belangen in zijn geheel niet zijn betrok ­ ken bij het ontwerpbestemmingsplan. De plannen van reclamant zoals verwoord in het leidt tot een voor alle partijen aan­ principeverzoek vaardbareoplossing en leiden bovendien tot een verbetering van de kwaliteit van de omgeving.

e.

f.

Door medewerking te geven aan het ontwerpbe­ stemmingsplan is het handelen van het college apert onzorgvuldig te noemen.

g.

Reclamant meent dat het in onderlinge samen­ hang bezien, niet slechts (en primair) gegeven is dat het ontwerpbestemmingsplan niet in stand kan blijven; gegeven is óókdat reclamant een uiter­ mate werkbare oplossing presenteert die voor alle betrokken partijen een snelle en eenvoudige uit­ komst biedt, alle betrokken partijen voldoende per ­ spectief biedt en, en niet in de laatste plaats, op alle fronten tegemoetkomt aan de wensen van de gemeente Loon op Zand. In dat kader is reclamant bereid om deze oplossing met gemeente Loon op Zand nader te bespreken

Op grond van het bestemmingsplan en met inacht­ neming van bovenstaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Zoals onder ad b is gemotiveerd is medewerking aan het principeverzoek op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant niet mogelijk en daarom is het verzoek geweigerd door het col ­ lege van burgemeester en wethouders. Het bestemmingsplan is uitgebreid getoetst aan wet- en regelgeving en beleid. Belangen van EuroParcs en derden zijn uitgebreid gewogen. Er zijn de nodige omgevingsonderzoeken uitgevoerd. De belangen van reclamant zijn nader beoordeeld naar aanleiding van de zienswijze. Er is in de tot ­ standkoming van het bestemmingsplan geen sprake van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. Op grond van bovenstaande en met inachtneming van de zorgvuldige onderbouwing van het bestem­ mingsplan kan het plan worden vastgesteld. Het voorstel van reclamant zoals beschreven in het prin ­ cipeverzoek ondervindt belemmeringen vanuit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Om voorgaande reden is de door reclamant aangedra­ gen oplossing niet uitvoerbaar.

Conclusieen gevolgenvoorhet bestemmingsplan De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

3

AMBTSHALVE AANPASSINGEN

Er zijn ambtshalve aanpassingen Voor

van het bestemmingsplan.

een juiste afstemming van de regels met de verbeelding is de term ‘ontsluiting ’ aangepast. de opgenomen aanduiding ‘ontsluiting ’ aan de westkant is in de planregels (lid 4.1 onder i) en op de verbeelding aangepast in ‘specifieke vorm van recreatie - ontsluiting 2’ . ^ Bij de entree aan de noordkant is op de verbeelding de aanduiding ‘specifieke vorm van recre­ atie - ontsluiting 1 ’ opgenomen en in de regels in lid 4.4.3onder b ook aangepast. ^

EuroParcs heeft kenbaar gemaakt naast de in het ontwerpbestemmingsplan reeds toegestane recrea­ tieverblijven ook camperplaatsen te willen realiseren. Hiervoor wordt het begrip ‘recreatieverblijf (lid 1.57) als volgt aangepast (aanpassing cursief aangegeven): ^

Lid 1.57 recreatieverblijf: een gebouw of onderkomen in de vorm van een glampingtent, camperplaats, een chalet, een recreatiewoning, of groepsaccommodatie, bestemd voor atieve doeleinden ten dienste van gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben.

een recre­

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

12

In paragraaf 4.1.1. van de toelichting is naar aanleiding hiervan de volgende tekst opgenomen: ^ Binnen het totaal van 485 recreatieve verblijfseenheden zijn ook camperplaatsen toegestaan. Deze aanpassing heeft geen gevolgen voor het aantal recreatieverblijven. Een camperplaats wordt conform de aangepaste definitie immers gezien als een recreatieverblijf. Het maximumaantal toegestane recreatieverblijven blijft 485. In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing betekent dat, dat er ook geen negatieve effecten zijn op omgevingsaspecten die gerelateerd zijn aan verkeersbewe­ gingen, te weten geluid, verkeer, luchtkwaliteiten stikstof. In de toelichting van het plan is uitgegaan van 1.261 tot 1.360 verkeersbewegingen per dag op basis van het kengetal voor een recreatiepark van 2,6 tot 2,8 vervoerswegingen per bungalow per etmaal (CROW (publicatie 381 - Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie). Ook op de beoordeling van de overige om ­ gevingsaspecten heeft het toestaan van camperplaatsen geen negatieve effecten. Daarmee is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Lid 4.2.2. sub b is geschrapt. Dit was een loze verwijzing die abusievelijkin het ontwerpbestemmingsplan was opgenomen.

Dit sublid is naar aanleiding van zienswijze 1 (zie paragraaf 2.1) vervangen door: ‘Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie 2 ’ zijn een zwembad, ondergeschikte horeca en ondergeschikte detailhandel niet toegestaan ”. Het stikstofonderzoek is aangepast. De berekeningen waren uitgevoerd met AERIUS 2023.0.1. inmiddels is AERIUS 2023.2 van toepassing. Het plan is daarmee doorgerekend. De resultaten zijn ongewijzigd. Het aangepaste stikstof onderzoek en de bijbehorende AERIUS-berekeningen zijn toege ­ voegd als bijlage en vervangen het oude rapport en de oude berekeningen. In de toelichting is in para­ graaf 5.8.8 aangegeven, dat gerekend is met AEIUS 2023.2 in plaats van AERIUS 2023.0.1. Tevens zijn voor twee voorwaardelijke verlichtingen

afwijkingsmogelijkheden

opgenomen.

Met betrekking tot de landschappelijke inpassing is de volgende voorwaardelijke verplichting men, waarbij de cursief aangeduide afwijkingsbevoegdheid is toegevoegd.

opgeno

­

4.4.3 Voorwaardelijke verplichting a. Het gebruik van de gronden en gebouwen met de bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie is uitsluitend toegestaan als binnen 3 jaarna het onherroepelijk worden van het plan de land ­ schappelijke inpassing is gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden, zoals weerge ­ geven in bijlage 2. b. Het gebruik van de gronden en gebouwen met de bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie verblijfsrecreatie is uitsluitend toegestaan als binnen 3 jaarna het onherroepelijk worden van het plan de entree ter plaatse van de aanduiding ' 'specifieke vorm van recreatie - ontsluiting 1' is ingericht en vervolgens in stand wordt gehouden, zoals weergegeven in bijlage 4. 4.5 Afwijkenvandegebruiksregels Hetbevoegd gezag kaneenomgevingsvergunning verlenen voorhetafwijkenvanhetbepaalde in lid 4.4.3 onder a indienin plaatsvandelandschapsmaatregelen zoalsopgenomen in hetlandschappelijk inpassingsplan in bijlage2 andere landschapsmaatregelen wordengetroffen, metdienverstande dat: a. de landschapsmaatregelen voorzien in een minimaal gelijke kwaliteit zowel qua landschappe ­ lijke inpassing als qua kosten van de landschappelijke maatregelen, zoals in bijlage 2 opgeno ­ men; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waar­ den; c. het gebruik van aangrenzende gronden niet onevenredig wordt belemmerd.

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

13

Met betrekking tot de voorwaardelijke verplichting om ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie 1' dichter op de bestemmingsgrens te mogen bouwen is de volgende cursiefweergeven afwijkingsbevoegdheid opgenomen. 4.2.6 Voorwaardelijke verplichting a. In afwijking van het bepaalde in lid 4.2.1 sub a mogen ter plaatse van de aanduiding 'speci ­ fieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie 1' recreatieverblijven op een afstand van ten min ­ ste 4,5 meter van de bestemmingsgrens worden gebouwd, mits binnen één jaarna het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van het erfinrichtingsplan, zoals in bijlage 1 van deze regels is opgenomen.

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

14

4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. ■) b. ■) c. ■) d. Lid4.2.6 onder a tenbehoeve vaneenander erfinrichtingsplan, mits: 1. ersprakeis vaneengoede afschermende werking; 2. hetstedenbouwkundig beeld nietwordtaangetast 3. hetgebruikvanaangrenzende gronden nietonevenredig wordtbelemmerd.

c. c.

Bestemmingsplan‘Buitengebied-herziening EuroParcsKaatsheuvel’ Nota zienswijzen en ambtshalveaanpassingen

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=06b9de2c-af7f-457a-b30d-c069c9b8af0b