Bijlage 1. Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen
Tekst van het document
Voor verenigingen, stichtingen of organisaties die voor het eerst een subsidie aanvragen, worden ook extra documenten gevraagd, zoals de oprichtingsakte, een overzicht van het bestuur, de statuten, het inhoudelijk jaarverslag en de jaarrekening van het vorige jaar, en een recent bankafschrift. Op het gelakte bankafschrift moet zichtbaar zijn de tenaamstelling en het banknummer, de overige informatie mag weggelaten worden. Dit is nodig om te controleren dat het opgegeven banknummer juist is. Het college kan vragen om aanvullende uitleg. Hierop wordt een reactie verwacht binnen vijf werkdagen, tenzij anders aangegeven. Als de gevraagde informatie niet wordt verstrekt, wordt de aanvraag beoordeeld zonder deze antwoorden. Een aanvraag kan worden afgewezen of buiten behandeling worden gelaten als niet aan de genoemde vereisten wordt voldaan. Artikel 5.3 Het totale bedrag dat jaarlijks aan subsidies beschikbaar is, wordt vastgesteld in de gemeentebegroting. In de gemeentebegroting wordt het totale bedrag verdeeld over waarderingssubsidies, uitvoeringssubsidies en subsidies voor accommodaties. Binnen de subsidie wordt er aangegeven welk bedrag er beschikbaar is voor jaarsubsidies, incidentele subsidies en, in het geval van waarderingssubsidies, garantiesubsidies. De jaarsubsidies kennen nog sub-plafonds.
De sub-plafonds geven aan hoeveel er jaarlijks beschikbaar is voor dat thema binnen de betrokken subsidie. Subsidies worden alleen toegekend zolang er binnen het beschikbare budget voldoende middelen zijn. Zodra het plafond of sub-plafond in het lopende jaar is bereikt, worden nieuwe aanvragen afgewezen. Voor aanvragen die vallen onder een nog niet vastgestelde begroting geldt dat de subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat er voldoende middelen in de begroting beschikbaar komen.
Artikel 5.4 Een jaarsubsidie moet worden aangevraagd vóór 1 mei voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de activiteiten betrekking hebben, en kan voor één of twee jaar tegelijk worden aangevraagd. Voor een incidentele subsidie of een garantiesubsidie geldt dat de aanvraag uiterlijk twaalf weken vóór de geplande activiteit moet worden ingediend. Artikel 5.5 Aanvragen voor incidentele subsidies en garantiesubsidies worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij alleen volledig ingevulde formulieren meetellen; de datum waarop het formulier compleet is, geldt als de datum van binnenkomst. Zodra het subsidieplafond of sub-plafonds zijn bereikt, worden nieuwe aanvragen niet meer in behandeling genomen. De toekenning van deze subsidies vindt binnen vier weken na het besluit van het college plaats. Aanvragen voor jaarsubsidies worden pas beoordeeld nadat de uiterste aanleverdatum op 1 mei is verstreken. Als het subsidieplafond voor jaarsubsidies bereikt wordt, wordt het beschikbare budget verdeeld volgens de rangschikking die het college opstelt, tot het plafond is bereikt. Bij deze rangschikking wordt gekeken naar het gemeentelijk beleid, een gevarieerd aanbod van diensten en activiteiten, het bereiken van verschillende doelgroepen, prijs-kwaliteitverhouding, impact van de activiteiten en de toegevoegde waarde voor de gemeenschap.
De toekenning van jaarsubsidies vindt plaats aan het begin van het betreffende kalenderjaar. Artikel 5.6 In het eerste lid staat dat er twee manieren zijn om subsidies te verantwoorden. De eerste manier wordt aangehaald in het tweede lid. Hierin is aangegeven dat subsidies onder de €10.000 meteen worden vastgesteld, maar dat de gemeente alsnog voorwaarden mag stellen, informatie mag opvragen en steekproeven mag doen. De tweede manier komt naar voren in het derde lid. Uit het derde lid volgt dat subsidies vanaf €10.000 pas worden vastgesteld nadat de organisatie een jaarrekening en verslag heeft ingeleverd, en dat de gemeente hierbij ook kijkt naar de financiële reserves. Het vierde lid vult hierop aan dat de manier van verantwoorden ieder jaar opnieuw plaatsvindt. Dit is ook het geval als de subsidie voor meerdere jaren tegelijk is aangevraagd. Artikel 5.7 De gemeente houdt elk jaar €15.000 apart om flexibel te kunnen inspelen op situaties die niet in de gewone subsidiepot passen. Dit geld kan worden gebruikt om een vereniging tijdelijk te helpen, een nieuw initiatief te steunen dat bij het gemeentelijk beleid past, of een organisatie te ondersteunen die moet overstappen naar een andere gemeentelijke subsidie.
Artikel 5.8 Uit dit artikel volgt dat subsidies kunnen worden verhoogd als de prijzen zijn gestegen op basis van de gemiddelde Consumenten Prijs Index van het jaar ervoor. Organisaties moeten deze indexatie wel zelf aanvragen én kunnen laten zien in hun begroting dat de verhoging nodig is. Artikel 5.9 Bij een waarderingssubsidie moet het aangevraagde bedrag passen bij de financiële situatie van de vereniging of stichting, en mag maximaal 10% als reserve worden aangehouden. Het college kan regels stellen over hoe hoog deze reserves mogen zijn en hoe lang ze mogen worden gebruikt, bijvoorbeeld voor noodzakelijke investeringen of duurzame spullen voor de activiteiten. Artikel 6.1 In dit artikel wordt aangegeven dat het college een uitzondering mag maken op eisen die benoemd zijn binnen deze nadere subsidieregeling, wanneer de gevolgen voor de subsidieaanvrager niet in verhouding zijn als dit toegepast zou worden. De strakke handhaving van de regels zouden op dat moment het doel van de nadere subsidieregeling voorbijgaan. Artikel 6.2 De nadere subsidieregeling wordt met terugwerkende kracht vastgesteld. Dit betekent dat de nadere subsidieregeling betrekking heeft op alle subsidieaanvragen vanaf 1 januari 2026, ondanks dat het college op een later moment dan 1 januari de nadere subsidieregeling vaststelt.