CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

30-03-2023 Nota zienswijzen BP Moleneind.pdf

Raadsvergadering 30 maart 2023, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vaststelling bestemmingsplan Moleneind Loon op Zand3.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KKK

Loon

BESTEMMINGSPLAN “MOLENEIND, LOON OP ZAND” ^

BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN

Vastgesteld in devergadering vanderaadvandegemeente LoonopZandvan30 maart2023

1. INLEIDING Het bestemmingsplan heeftbetrekking opdeveehouderijlocatie Moleneind 29 te LoonopZanden het perceeltenoostenvandezelocatie,datin eigendom is vandegemeente Tilburg.Beidelocatiesvor­ men in dit planhetplangebied. opdelocatieMoleneind 29 is gespecialiseerd in landschapsbeheer doorinzet De schapenhouderij vanschaapskuddes in natuurterreinen enandere terreinen (zoalsdijken,golfbanen). De initiatiefne­ mer is voornemens opdezelocatieeeneducatieve schapenboerderij te vestigen.Dezeboerderij is gerichtopmet namerecreatieve en educatieve activiteitenrondomdeschapenhouderij. Op hetperceeltenoostenvandezelocatie(hierna:Moleneind ong.)is degemeente Tilburgvoorne­ menseenparkeerterrein te realiseren onderandere tenbehoeve van hetLandschapspark Pauwels. Op hetplangebied zijn debestemmingsplannen ‘Buitengebied 2011 ’ en‘Herziening Buitengebied 2015’vantoepassing. Het planis in strijd met devigerende bestemmingsplannen. Derhalvewordteenbestemmingsplanpro­ ceduredoorlopen. 2. ZIENSWIJZEN 2.1 Ontvangenzienswijzen Vandevolgende (rechts)personen zijn zienswijzenontvangen: Naam en adres ProvincieNoord-Brabant -

Datum ontvangst 31 augustus 2022 5 september 2022

Alle ingediende zienswijzenzijn binnen dedaarvoor gestelde termijnontvangen. Alle ontvangen ziens­ wijzenwordendaarominhoudelijk behandeld. 2.2 Samenvatting en beantwoording zienswijzen In deonderstaande tabellen zijn deontvangen zienswijzensamengevat engeeftdegemeente een reactieopdezezienswijzen.Vervolgens wordenperzienswijzedeconclusiesaangegeven ende eventuele gevolgen voorhetbestemmingsplan. 2.3 Provincie Noord-Brabant

a.

Samenvatting Reactie Grondgebondenheid veehouderijen zorg­ vuldigeveehouderij Zoals in het kadervan de vooroverlegre- Verankeringgrondgebondenheid actie is aangegevenis het essentieel dat Wij delen het standpuntniet dat de borging in de doeleindenomschrijvingaangegeven van de grondgebondenheid van de veehou ­ wordt dat het plan voorzietin een‘grond­ derij onvoldoende zouzijn. gebonden’ schapenhouderij (voor natuur­ beheer)met nevenfuncties. In de zienswijze wordt artikel 3.50 IOV (nieuw dierenverblijf) aangehaald; echter, het gaat in Om daar geenonduidelijkheidoverte la­ de beoogde situatie opde locatie Moleneind ten bestaand moetende haakjestussen (grondgebonden)in artikel3.1 sub a. ver­ 29 om een bestaande melkveestal waarin in de beoogde situatie schapen worden gehuis ­ wijderd worden en zal onder artikel3.2 vest. Dit artikel is dan ookniet van

Bestemmingsplan“Moleneind,LoonopZand"- Beantwoording zienswijzen Vastgesteld doorderaadvandegemeente LoonopZandop30 maart2023

2

sub d. aangegevenmoetenworden dat het gaat om een’grondgebonden’ veehouderij.Dat het niet gaat om eenin­ veehouderijis niet voldoende, tensieve omdat de IOV dat begrip niet hanteert.

toepassing, aangezien geen nieuw dierenver­ blijf wordt opgericht ofeen gebouw (dat nog geen dierenverblijf is) als dierenverblijf in ge ­ bruik wordt genomen.

Kern van de omschakeling naar eenan­ derevorm van veehouderijis het bedrijfsmatigen grondgebondengaan

Een artikel dat wel van toepassing is, is 3.51 (Afwijkende regels Beperkingen veehouderij). Hieraan is het initiatief reeds getoetst in de toelichting van het ontwerp-bestemmingsplan. Volgens artikel 3.51 lid a is binnenBeperkin­ gen veehouderij uitbreiding van een veehou ­ derij, vestiging van een veehouderij en om­ schakeling naareen veehouderij niet toege­ staan. Dit lid is niet van toepassing ophet plan,aangezien het zeker geen uitbreiding en vestiging van een veehouderij betreft, en daarnaast geen omschakeling ; er wordt niet omgeschakeld naar een veehouderij, aange­ zien het reeds een veehouderij betreft. Omschakeling volgens de begrippenlijst van de Iov (“geheel ofgedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naarde andere agrarische bedrijfsvorm ”) is hier ook niet van toepassing, wanter wordt niet omge­ schakeld naar een andere agrarische be­ drijfsvorm; het blijft immers een veehouderij. En daarbij worden de schapen gehuisvest in een voormalige melkveestal, wat dezelfde “soortveehouderij” betreft.

houden van schapen. Ingevolgeartikel 3.50IOV betekentdit dat eenzorgvuldige veehouderijgeborgd moet worden en blijven(BZV score bepalen). Er ont­ breektechter eenBZV-berekening. Tevensmoet de grondgebondenheidaan­ toonbaar vaststaan.Dit is vereistin het kadervan de aanduiding Beperkingen veehouderij.Helderis dat men de schapen wil inzettenvoor natuurbeheer. Om de grondgebondenheidte borgen zijn eenaantal aanpassingenin het plan nodig.

Onderhavige ontwikkeling ziet verder ookniet opeen uitbreiding van bebouwing (in begin ­ sel). De schapen worden gehuisvest in be­ staande bebouwing die oppeildatum 21 sep­ tember 2013 legaal aanwezig was; de grondgebondenheidseis geldt hier dan ookniet voor. Dit is wel het geval ophet moment dat een ander gebouw in gebruik wordt genomen als dierenverblijf ofals nieuwe bebouwing wordt opgericht (zowel ten behoeve van de vee ­ houderij als ten behoeve van de nevenactivi­ teiten). De regels van het bestemmingsplan maken uitbreiding van bebouwing mogelijk, wat betekent dat getoetst dient te worden aan de grondgebondenheidseisen. Om bij deze ontwikkelingen de grondgebondenheid te verankeren in de regels is middels de be­ staande aanduiding ‘overige zone Bestemmingsplan“Moleneind,LoonopZand"- Beantwoording zienswijzen Vastgesteld doorderaadvandegemeente LoonopZandop30 maart2023

3

beperkingen veehouderij ’ een koppelingge ­ legd met de grondgebondenheidscriteria uit de ‘Nadere regels zorgvuldige veehouderij ’. Deze criteria zijn in de regels van het be­ stemmingsplan verwerkt (reeds in het ontwerp-bestemmingsplan). Gelet opvoorgaande is het dan ookniet noodzakelijk voorde bestaande situatie de grondgebondenheidseis strakker vast te leg ­ gen; bij nieuwe ontwikkelingen die middels flexibiliteitsregels mogelijk worden gemaakt is deze eis reeds voldoende vastgelegd. Derhalve blijft artikel 3.1 sub a. gehandhaafd en wordt verder geen extra beschrijving op­ genomen dat hier enkel een grondgebonden veehouderij mogelijk is. BZV De BZV is gekoppeld aan uitbreidingen van bebouwing. Vooronderhavig plan, waarbij vooralsnogniet wordt uitgebreid in opper­ vlakte, is het opstellen en toevoegen van een BZV dan ookniet noodzakelijk. Een BZV wordt dan ookniet aan onderhavig plange ­ koppeld. Voornoemde puntenzijn met de provincie overlegd. De provincieheeft aangegeven ak­ koord te zijn, maar wil wel de volgende pun ­ ten nog in het planzien opgenomen. - Aangezien de schapenhouderij (1200 stuks) onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer valt, dienen de ver ­ leende OBM en de geaccepteerde mel ­ ding te worden verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. Het aspect natuurbeheer dient in de toe­ lichting van het bestemmingsplan nader toegelicht te worden.

Deze puntenworden opgenomen in de toe­ lichting van het bestemmingsplan. b.

c.

Verbeelding Op de verbeeldingzou de functieaandui­ ding "grondgebondenschapenhouderij" opgenomenmoetenworden.

De grondgebondenheid is reeds voldoende geborgd in het bestemmingsplan, waardoor een extra functieaanduiding geen toege ­ voegde waarde heeft.

Planregels

Bestemmingsplan“Moleneind,LoonopZand"- Beantwoording zienswijzen Vastgesteld doorderaadvandegemeente LoonopZandop30 maart2023

4

Voor Beperkingenveehouderijgeldt een Artikel 3.2.5onder f sub 3 wordt verwijderd; absoluut bouwverbodvoor gebouwen artikel 3.2.6blijft gehandhaafd, aangezien én bouwwerken(met uitzondering van de met dit artikel onderscheid wordt gemaakt bedrijfswoning),tenzij er sprakeis van tussen bebouwing ten dienste van de vee ­ grondgebondenheid(artikel3.51 IOV): houderij en bedrijfsbebouwing ten dienste van de nevenfuncties. - In dit verbandmoet artikel3.2.5onderf. sub 3 geschrapt worden en kan artikel 3.2.6 ook vervallen. - In artikel3.3.2(Afwijkingsregelingver­ Zie voorbeantwoording onder punta. groting bedrijfsbebouwingveehouderij) zijn voorwaarden opgenomenvoor grondgebondenheiden zorgvuldigeveehoude­ rij. Zoals hierbovenaangegeven,moet met de vaststellingvan dit plan, aan deze cumulatieve eisenin verbandmet omschakeling (artikelen3.49en 3.50IOV) hier nú óók aan voldaan worden. Het plan biedt hier onvoldoendeinzicht in. - In artikel3.4.1onder a. (Gebruiksverbod) Zie voorbeantwoording onder punta. is opgenomen‘Het in gebruiknemenvan gebouwendie niet in gebruikzijn voor de uitoefeningvan eenveehouderij,voor de uitoefeningvan eenveehouderij ’.

Ook hier geldt weerde eisvan ‘grondgebonden’ veehouderij.Voor de handhaafbaarheid van dezeregelingis het bovendien noodzakelijkvoor de bebouwing (stalruimte) ten behoevevan de schapenhou­ derij eenfunctie-aanduiding op de Ver­ beeldingop te nemenmet maatvoering. - Daarnaast is het essentieel dat in artikel Onder artikel 3.4.1 wordt een lid (c) toege ­ 3.4(Gebruiksregels) explicieteenvolledig voegd waarin het verbod wordt opgenomen verbodwordt opgenomenvoor de uitbrei­ voorde uitbreiding, omschakeling ofwijziging ding, omschakeling of wijziging ten be­ ten behoeve van een niet-grondgebonden hoevevan een niet-grondgebonden veehouderij. veehouderij.Dit verbodontbreektin dit bestemmingsplan. - In artikel3.5.1 is eenafwijkingsregeling In artikel 3.5.1 wordt de grondgebondenopgenomenvoor het gebruikvan bedrijfs­ heidseis opgenomen zoals deze is opgeno­ gebouwenbinnen het bouwblok ten be­ men onder 3.5.3lid f. hoevevan eenveehouderij.De eisont­ breekthier dat eerstde ‘grondgebondenheid’ van het bedrijf opnieuw moet wor­ den vastgesteld. - Onder artikel3.7.1 is eenwijzigingsbeArtikel 3.7.1 is afkomstig uit het geconsoli­ voegdheidopgenomenvoor deerde bestemmingsplan voorhet buitenge­ bied. Desalniettemin wordt artikel 3.7.1 aan­ vormveranderingvan het bouwvlak. In de voorwaarden wordt onderscheid ge­ gepast; lid a wordt gewijzigd in: maakt voor bebouwing die wordt

Bestemmingsplan“Moleneind,LoonopZand"- Beantwoording zienswijzen Vastgesteld doorderaadvandegemeente LoonopZandop30 maart2023

5

d.

uitgebreidten behoevevan eenveehou ­ derij of voor anderefuncties. Nogmaals wijst de provincie op artikel 3.51 IOV. Voor Beperkingenveehouderij geldt namelijkeenabsoluut bouwverbod (met uitzondering van de bedrijfswoning), tenzij er sprakeis van een‘grondgebon­ den veehouderij ’. Dit bouwverbodgeldt voor het gehele bouwperceel, dus ook voor de nevenfunc­ ties.De provincie wijst daarbij tevensop artikel 3.2 van de IOV, waarin is bepaald dat indien binnen éénbouwperceel meer­ derebepalingenvan toepassingzijn de meestbeperkende bepaling geldt. Dit is niet correct vertaald in artikel3.7.1 en in de bovengenoemde planregelsin zijn algemeenheid. Niet-agrarischefuncties Voor het toestaan van niet-agrarische functies is het vereistdat getoetstwordt dat de ontwikkelingenpassenbinnen de gewensteontwikkelingsrichtingvan het gebied.Dit is éénvan de belangrijksteuit­ gangspunten in de IOV. In de reactie op de vooroverlegreactieis gewezenop standaardbepalingendie overgenomenzijn, uit overigebestem­ mingsplannenvoor het buitengebiedvan Loon op Zand. Tevensis aangegevendat de gemeentezelfstandig op basisvan dezeartikeleneenzorgvuldigeafweging kan maken. De provincie wijst erop dat voor dit gebied beleidvastligtin het kadervan Landschapspark Pauwelsen dat nieuwe ontwikkelingendaaraan getoetstkunnen en moetenworden.

In de planregels(flexibiliteitsbepalingen)is hiervoorgeen waarborg opgenomendat nieuweontwik­ kelingenmoetenpassenbinnen het vastgesteld beleidvoor dit specifiekge­ bied. Dit is in strijd met het basisprincipe zoals verwoordin artikel3.77 IOV.

“a. Er mag geen sprake zijn van uitbreiding van bebouwing. ” Daarnaast wordt lid c sub 1 verwijderd.

In artikel 3.77IOV is opgenomen dat een be ­ stemmingsplan een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling pastbinnende ontwikke­ lingsrichting van het gebied. Er wordt niet ge ­ steld dat in eventuele flexibiliteitsregels in een bestemmingsplan reeds opgenomen moet worden aan welk beleid de ontwikkeling moet voldoen. De gemeente LoonopZand heeft de visie Landschapspark Pauwels niet zelf vastge ­ steld als beleid; de gemeenteraad heeft er enkel mee ingestemd. De visie geeft richting en kaders aan als samenwerkingsdocument in de regio. Bij flexibiliteitsregels is het aan de gemeente LoonopZand om te besluiten om eventueel af te wijken van de regels van het bestem­ mingsplan;het is geen verplichting om hier medewerking aan te geven. Bij verzoeken toetst de gemeente ofeen ontwikkeling pas­ send is en daarbij wordt onder andere de vi­ sie voorLandschapspark Pauwels betrokken, maar ookander beleid. Dit andere beleid waaraan wordt getoetst wordt ookniet vast­ gelegd in de flexibiliteitsregels. Indien de gemeente gebruik wil maken van een flexibiliteitsregel, toetst zij ofhet initiatief pastbinnende ontwikkelingsrichting van een

Bestemmingsplan“Moleneind,LoonopZand"- Beantwoording zienswijzen Vastgesteld doorderaadvandegemeente LoonopZandop30 maart2023

6

gebied en verantwoordt dat in het plan.Daar­ mee wordt voldaan aan artikel 3.77IOV.

e.

De provincie wijst er bovendienop dat de vestigingvan eenagrarisch technische functie zoals opgenomen in artikel3.5.4 sub c. onder 1. en artikel3.7.4sub c. in strijd is met artikel3.61 IOV, omdat dezefuncties niet in de groenblauwe mantel zijn toegestaan.

De visie Landschapspark Pauwels wordt dan ookniet vastgelegd in de flexibiliteitsbepalingen van het bestemmingsplan voornietagrarische functies. Artikel 3.5.4sub c onder 1 wordt verwijderd. Daarnaast wordt in artikel 3.7.4lid c onder sub 2 de functies “een agrarisch technisch hulpbedrijf, agrarisch verwant bedrijf ’ verwij­ derd.

Conclusie De zienswijzevandeprovincieis deelsgegrond en leidttot aanpassing van hetbestemmingsplan. Gevolgenvoorhet bestemmingsplan De zienswijzegeeftaanleiding tot devolgende aanpassingen van hetbestemmingsplan: 1. De verleende OBM endegeaccepteerde meldingActiviteitenbesluit wordentekstueelverwerktin detoelichting van hetbestemmingsplan. 2. Het aspectnatuurbeheer wordtin detoelichting van hetbestemmingsplan nader toegelicht mid­ delsonderstaande tekst: “Het bedrijf van initiatiefnemer is gespecialiseerd in landschapsbeheer door inzet van schaapskud­ des in natuurterreinenin de meest brede zin van het woord. Opdrachtgevers zijn Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, Bosgroep Zuid en gemeenten. Maar ookgroenaannemers en particuliere natuurbeheerders worden graag ten dienste gestaan. Begraasde terreinen zijn onder andere stuifzandheide, droge heide, vochtige heide, kapvlaktes, schraalgraslanden, dijken, golfbanen en stadsnatuur. De opdrachten zijn soms voorlangere tijd maar de meeste opdrachten worden elk jaar vooréén seizoen verstrekt met de intentie om dat voortte zetten. Op deze manier wordt in een aantalgevallen al 10 jaar vooreen opdrachtgever begraasd waarbij elk jaar een nieuwe opdracht verstrekt wordt.

Op dit moment heeft initiatiefnemer éénraamovereenkomst voor6jaar met Natuurmonumenten, éénopdracht van 4jaar vooreen gemeente, éénopdracht voor2 jaar met een groenaannemer en loopter een aanvraag om een bestaande opdracht met 2jaar te verlengen bij een gemeente. De rest van de opdrachten (het overgrote deel) zijnjaarovereenkomsten. De meeste ideale situatie zouzijn dat er gewerkt wordt met contractenvoorlangere tijd, maar he ­ laas is dit geen reguliere werkwijze binnendeze branche. ” 3. Artikel 3.2.5 onder f sub3 wordtverwijderd. 4. Onderartikel3.4.1 wordteenlid (c) toegevoegd waarinhetverbodwordtopgenomen voordeuit­ breiding, omschakeling ofwijzigingtenbehoeve vaneenniet-grondgebonden veehouderij. 5. In artikel3.5.1 wordtdegrondgebondenheidseis opgenomen zoalsdezeis opgenomen onder 3.5.3 lid f. 6. In artikel3.7.1wordthetvolgende aangepast: lid a wordtgewijzigdin: “a. Er maggeensprakezijn van uitbreiding vanbebouwing. ” Daarnaast wordtlid c sub1 verwijderd. 7. Artikel 3.5.4 subc onder1 wordtverwijderd.Daarnaast wordtin artikel3.7.4 lid c onder sub2 de functies“eenagrarischtechnischhulpbedrijf, agrarischverwantbedrijf ” verwijderd. Bestemmingsplan“Moleneind,LoonopZand"- Beantwoording zienswijzen Vastgesteld doorderaadvandegemeente LoonopZandop30 maart2023

7

2.2.1-

a.

b.

Samenvatting Reactie Indienervan de zienswijzewil in de eerste Dit wordt ter kennisgeving aangenomen. plaats benadrukkendat hij het initiatief van de educatieveboerderijsteunt. Daarnaast is het lovenswaardigdat de ini­ tiatiefnemervan de educatieveboerderij zich wil inspannen om elkeoverlastte voorkomen. De motivatieom te reagerenis naast het persoonlijkbelang ook het gemeenschap­ pelijkbelang en wel zorgen overde ver­ keersdrukte/veiligheid. Betreffendede verkeersdrukte: Route/bewegwijzering zijn niet te sturenmet Er loopteen project waarbij gemeenten on­ Verkeersstromen wegwijzersof informatie, het is niet van gewenste routes kunnenaangeven, zodat dezetijd met navigatiesoftwareom te ver­ deze niet gebruikt worden bij het plannenvan wachten dat mensenwegwijzersvolgen. routes in de navigatie. Hierbij hebben de ge ­ meenten wel invloed opde navigatiesys­ temen. De gemeente Tilburg zal voorhaar gedeelte van de weg Moleneind (ter hoogte van de Udenhoutseweg) opde digitale wegenkaart aangeven dat over dit gedeelte een route kan lopen, zodat de voorde ontwikkeling ge ­ wenste route beschikbaar komt voornaviga ­ tiesoftware. De gemeente LoonopZand zal met dat project aangeven dat de route via de noordzijde ongewenst is.

Bij de geschatte verkeersbewegingen, zonder nulmeting, is geenrekeningge­ houden met de bestaandegebruikersdus géénvoertuigenen omdat er in de toe­ Aantallen verkeersbewegingen De CROW geeft aan dat de laagste wegcatekomstmeeren andereactiviteiten in de gorie in het buitengebied, een erftoegangsplanning staan wegensde gewenstever­ weg II (waaronder de Moleneind valt), maxi­ mindering van de recreatiedrukvan de Loonseen Drunenseduinen zijn de ge­ maal 4.000 motorvoertuigen/etmaal kan/mag noemdeaantallen voertuigbewegingen ze­ verwerken. De weg Moleneind zit echter niet in het verkeersmodel, waardoor de verkeers­ kerniet valide (naast de niet genoemde intensiteit niet bekend is). ‘zwakkeweggebruikers ’) Om te vermeldendat incidentele druktede verkeersveiligheid niet significant ver­ hoogt is eenbeetjecru en op veronder­ stellingengebaseerd.Bij toekomstigeac ­ tiviteitenop Pauwels Hoevezijn veel voetgangersen fietsersop de weg waarbij voertuigenmet 60 km/uur mogen passe­ ren (ervaring lammetjesdag).

Om de huidige verkeersintensiteit opde weg Moleneind in beeld te brengen, is daarom op een drietal locaties opde weg Moleneind een verkeerstelling uitgevoerd in de periode 30 november tot en met 27december 2022. De resultaten van de tellingen laten zien dat in de huidige situatie het aantal motorvoertui­ gen per etmaal opeen gemiddelde weekdag

Bestemmingsplan“Moleneind,LoonopZand” - Beantwoording zienswijzen Vastgesteld doorderaadvandegemeente LoonopZandop30 maart2023

8

Meerzekerheidbiedt bijvoorbeeldwel de verlagingvan de snelheidvan 60 km/uur naar 15 km/uur. zoals VVN adviseertvoor wegenmet veelzwakkeweggebruikers op de weg. Bij het voorstelbetreffendeafsluiten met uitzondering van bestemmingsverkeer heeftgeenvoorwaarden wanneer dit zou gebeuren.Het zou in iedergeval eengoedeaanzet zijn om de huidige ver­ keersveiligheid al te verbeteren (er zijn al veelvoetgangers/fietsers). De verantwoording betreffendede ver­ keersveiligheid vindt indienervan de zienswijzedan ook gebaseerdop veron­ derstellingenterwijl de huidige situatieal eerderaandacht verdient.

tussen de 250 en 300 ligt (ophet wegvak tus­ sen de locatie Moleneind 29 en de kern Loon opZand). Wordt daarbij de maximale verkeersgeneratie (worstcase) als gevolg van de ontwikkeling opMoleneind 29 opgeteld, dan bedraagt de verkeersintensiteit opdit wegvak maximaal 500 motorvoertuigen per etmaal opeen ge ­ middelde weekdag. In het geval dat alle verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling richting de locatie Moleneind 29 via de Udenhoutseweg lopen (gewenste situatie), zal de verkeersintensiteit richting de kern niet of nauwelijks toenemen. Geconcludeerd wordt opbasis van de tellin­ gen dat de verkeersintensiteit ophet Molen­ eind ruimschoots lager ligt dan de verkeersin­ tensiteit die een erftoegangsweg II opbasis van de CROW mag verwerken. Snelheid De wegen in Nederland zijn in categorieën in­ gedeeld met daarbij behorende snelheden. Hiermee is er duidelijkheid voorde wegge­ bruikers. De landelijke CROW-richtlijn voor dit soortwegen is een maximum snelheid van 60 km/u. Verkeer mag opdit soortwegen altijd langzamer rijden. De huidige snelheid opMoleneind ligt ver onder de toegestane 60 km/u, 85% van het verkeer rijdt ongeveer 40 km/u of langzamer. Er is geen aanleiding om van deze richtlijnen af te wijken.

c.

Betreffendede parkeerplaatsop Molen­ eind: Indienervan de zienswijzesteltde vraag welkeanderealternatievenzijn bekeken.

Daarnaastheeft de gemeente nooitsignalen ontvangen dat de Moleneind een veel ge ­ bruikte route is anders dan voorbestem­ mingsverkeer. In het geval dat ondankshet aanpassenvan de routes in de navigatie, de bewegwijzering en de communicatievan de initiatiefnemer in de toekomst toch een ongewenst effect ont­ staat, kunnenaanvullende maatregelen over­ wogen worden. De verwachting is echter dat de toename in hoeveelheid verkeer binnen de perken blijft. De nute realiseren parkeerplaats ligt vlak bij de boerderij en is daarmee gekoppeld aan de functies in het gebied. Juistzijn de toegan­ gen naar de functies (boerderij,

Bestemmingsplan“Moleneind,LoonopZand"- Beantwoording zienswijzen Vastgesteld doorderaadvandegemeente LoonopZandop30 maart2023

9

Hij trekthet argument dat dezelocatie te vervan de boerderijaf zou liggen in twij­ fel. De parkeerplaatsis nu toch ook gepland in eenecologische zone. Verdermerktindienerop dat iedereendie

d.

geboortebomen) gesitueerd aan de Molen­ eind bij de boerderij, waardoor de parkeer ­ plaats opdeze plek zijn functie goed vervuld. Deze ligt niet in een ecologische zone maar logischerwijs langs de weg. Andere plaatsen in het gebied liggen juist wel in een ecolo­ gische zone en zijn daarmee niet gewenst.

het fietspadgebruikt/heeftgebruikttij­ densdroogte zekerlast heeftvan stof in­ dien er voertuigenpasseren. Ter overweging, Het is in het buitengebied opdit soortwegen In de verkeersvisie van de gemeenteLoon heel gebruikelijk dat al het verkeer over de­ op Zand wil men bijdragen aan duurzaam­ zelfde weg gaat. Voetgangers lopenopde rij­ heid en de veiligheidvan fietsersen voet­ baan ofin de berm. gangersverbeteren (prioriteit bewoners), Er is opdit moment geen aanleiding om het momenteelis op Moleneind60 km per uur Moleneind in te richten totbijvoorbeeld een toegestaanterwijl voetgangersop de weg fietsstraat. Zie verder ookreactie onder b. lopen. De uitdaging wordt de reguleringom voer­ tuigen op Moleneindondergeschiktte ma­ kenaan zwakkeweggebruikers. Dit kan door, zoals genoemd,alleen be­ stemmingsverkeer toestaan, eencombivoetpad/fietspad:eenfietspadwaar voer­ tuigen te gast zijn andereverkeerstechni­ sche oplossingen. Een mooie optie zou eensnellefietsverbinding tussenTilburg en Loon op Zand zijn, waarbij je rijdend door de kernvan Loon op Zand kunt aansluiten op de route Tilburg - Waalwijk

Conclusie De zienswijzeis deelsgegrond en leidttot aanpassing van hetbestemmingsplan. Gevolgenvoorhet bestemmingsplan De zienswijzegeeftaanleiding tot devolgende aanpassingen van hetbestemmingsplan: 1. De resultaten vandegehouden verkeerstelling in deperiode 30 november tot en met 27 december 2022wordenverwerktin detoelichting van hetbestemmingsplan.

Bestemmingsplan“Moleneind,LoonopZand"- Beantwoording zienswijzen Vastgesteld doorderaadvandegemeente LoonopZandop30 maart2023

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=8ab45828-54bc-4aba-a48d-845196631d7e