30-03-2023 Bijlage 3. Bijlage 4. Kaatsheuvel Hoekje 4 quickscan flora en fauna.pdf
Tekst van het document
erl Buro Ma L a n
d s c
h a p
,
l o E c o
g i e
&
ant
t e R u i m
l i j k e
O rd
e n i n
g
B M- R APPOR T 2021
Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan J. va n Suijle kom, 23 a p ril 2021
Inhoud Blz 1
Inleiding
3
1.1
Algemeen
3
1.2
Methode / doel
3
1.3
Beschrijving van het plangebied en de ingrepen
3
2
Wet- en regelgeving
4
2.1
Wet natuurbescherming
4
3
Bronnenonderzoek
7
3.1
Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
7
3.2
Gebiedsbescherming
8
4
Resultaten van het veldonderzoek
8
4.1
Algemeen
8
4.2
Beschermde soorten: resultaten en verwachting
8
5
Conclusie en advies
11
Conclusie
11
Advies
11
Literatuur
12
I m p re ss i e v a n h e t plangebied F oto ’s : B u ro M a e r l a n t 16-04-2021.
Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van Milon BV heeft Buro Maerlant een ecologische quickscan uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ingrepen in het plangebied Hoekje 4 te Kaatsheuvel. Het veldbezoek werd uitgevoerd op 16 april 2021. Men is voornemens een nieuwe woning te realiseren en een bestaande woning met bijgebouw te slopen.
1.2 Methode / doel De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek en de verslaglegging daarvan. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van diersporen zoals uitwerpselen, krab- en graafsporen, en is de vegetatie bekeken. Tevens zijn waarnemingen van aanwezige diersoorten gedaan. Op basis van expert-judgement is een inschatting gemaakt van het mogelijke voorkomen van beschermde soorten. Dit is afgewogen tegen de toekomstige ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is een goed onderbouwde inschatting te geven, zodat kan worden gehandeld conform de Wet natuurbescherming.
1.3 Beschrijving van het plangebied en de ingrepen Het plangebied Hoeje 4 (vanaf nu ‘het plangebied’) is gelegen tegen de rand van de bouwde kom van Kaatsheuvel en omvat een perceel met een woonhuis en een berging / paardenstal en een tuin (figuur 1). Men is voornemens ten oosten van de bestaande woning een nieuwe woning te realiseren en de bestaande bebouwing te slopen. Fi guur 1 S i t ueri ng v an het pl angebi ed (rood). B l auw= reeds ges l oopt e woni ng en t hans braak l i ggend perceel . B ron l ucht f ot o: Googl e.
Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan
3
Wet- en regelgeving 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegdheden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag. Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie onderstaande tabel). Tab el 1 Ver bod sb e p a l i n g e n We t n atuu r b e s c h e r m i n g . B ron: b ro c h u re so o r t b e s cher m i n g b i j r u i m t e l i j k e ingrepe n , M i n i s t e r i e v a n E con om i sc h e Z a k e n .
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere
Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild
Het is verboden soorten in hun
Het is verboden soorten opzettelijk
levende vogels opzettelijk te
natuurlijke verspreidingsgebied
te doden of te vangen
doden of te vangen.
opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk
Het is verboden de voortplan-
Het is verboden de vaste voort-
nesten, rustplaatsen en eieren
tingsplaatsen of rustplaatsen
plantingsplaatsen of rustplaatsen
van vogels te vernielen of te
van dieren te beschadigen of te
van dieren opzettelijk te beschadi-
beschadigen, of nesten van
vernielen
gen of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art 3.5 lid 3
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te
Het is verboden eieren van
rapen en deze onder zich te
dieren in de natuur opzettelijk te
hebben
vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels op-
Het is verboden dieren opzette-
zettelijk te verstoren, tenzij de
lijk te verstoren
vogels weg te nemen
Niet van toepassing
verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten
Het is verboden plantensoorten in
in hun natuurlijke verspreidings-
hun natuurlijke verspreidingsgebied
gebied opzettelijk te plukken en
opzettelijk te plukken en te ver-
te verzamelen, af te snijden, te
zamelen, af te snijden, te ontworte-
ontwortelen of te vernielen
len of te vernielen
Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan
4
Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigende oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien aan bovenstaand wordt voldaan geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling of kan worden afgeweken van de bepalingen gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen.
Van een beperkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de niewe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd (zie tabel 2). Categorie
Omschrijving Jaarrond beschermde nesten
Ta b e l 2 B e sc h e r m i n g sc a tegori e ë n n e s t e n , w a a rop d e v e r b o d sb e p a l i ngen v a n a r t i k e l 3 . 1 en 3. 5 W n b v a n t o e p a s s i n g z i j n : J a a r ro n d (1 t/ m 4 ) o f t i j d e n s h e t b ro e d se i z o e n ( c a t eg o r i e 5 ).
1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).
2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysiekke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).
4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Niet jaarond beschermde nesten Let op: onderbouwing en eventueel nader onderzoek echter gewenst. Indien sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, zijn ook deze nesten beschermd.
5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: boerenzwaluw, ekster, groene specht en spreeuw.
Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan
5
Van alle categorieën vogels in hierboven genoemde tabel is het belangrijk aan- of afwezigheid van nesten / territoria aan te tonen en sprake is van een mogelijk effect. Via een omgevingscheck en eventueel nader onderzoek is dit mogelijk. Voor categorie 5 - soorten is een potentie inschatting doorgaans voldoende. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000. De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd. Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten,en zo ja in welke mate dit is. Toetsing vindt plaats in drie fasen:
» » orientatiefase of voortoets; » » verstorings- en verslechteringstoets (bij mogelijke negatieve, maar géén significant negatieve effecten);
» » passende beoordeling (kans op significant negatieve effecten). Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd.
Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan
6
3 Bronnenonderzoek 3.1 Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de NDFF middels quickscanhulp opgevraagd. Het betreft waarnemingen van beschermde soorten krachtens de Wet natuurbescherming binnen een straal van 0 tot 5 km ten opzichte van het plangebied. Dit is exclusief algemene beschermde soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling geldt. De gegevens zijn in de onderstaande tabel weergegeven (tabel 4). Tab e l 4 Dat a u i t d e N D F F : w aa r n e m i n g e n s t r i kter b e sc h e r m de s o o r t e n i n d e om g e v i n g v a n h e t pla n g e b i e d , e x c l u s i e f alge m e n e s o o r t e n w aa r v o o r e e n pro v i n c i a l e v r i j s t e lling g e l d t . © N D F F - quickscanhulp.nl 16- 0 4 - 2 0 2 1 .
Naam kleine ijsvogelvlinder Levendbarende hagedis Buizerd Gierzwaluw Havik Huismus Ooievaar Roek Sperwer Wespendief Bunzing Das Eekhoorn Boomkikker Heikikker Kamsalamander Poelkikker Rugstreeppad grote vos grote weerschijnvlinder Gevlekte witsnuitlibel teunisbloempijlstaart Kartuizer anjer Knolspirea Grote modderkruiper Boomvalk Grote Gele Kwikstaart Kerkuil Ransuil Slechtvalk Steenuil Zwarte Wouw Bever Boommarter Bosvleermuis Damhert Gewone dwergvleermuis Gewone/Grijze grootoorvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Steenmarter Watervleermuis
Groep Dagvlinders Reptielen Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Dagvlinders Libellen Nachtvlinders Vaatplanten Vaatplanten Vissen Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan
7
Bij de uitwerking van de resultaten van het veldonderzoek (zie hier onder) wordt een verwachting uitgesproken in hoeverre deze beschermde soorten ín het plangebied aanwezig kunnen zijn en in hoeverre effecten zijn te verwachten.
3.2 Gebiedsbescherming Het plangebied is niet in- of direct nabij Natura 2000-gebieden gelegen, deze gebieden bevinden zich op een afstand van 500 m of meer ten opzichte van het plangebied. Effecten zijn door deze afstand grotendeels uit te sluiten doordat sprake is van lokatie gebonden activiteiten. Over grotere afstand kán emissie van stikstof een negatief effect hebben op kwetsbare habitats in deze gebieden. Voor het plan is een stiksofberekening in AERIUS uitgevoerd waaruit blijkt dat de ingrepen niet leiden tot een depositie op stikstofgevoelige habitats in de omgeving. De dichtstbijgelegen zones die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (of NNN) betreffen droog bos met productie en het eerder genoemde Natura 2000- gebied (gemengd bos). Ingrepen in- of direct nabij het Natuurnetwerk zijn niet voorzien. Zoals reeds vermeld zijn effecten op deze afstand door de aard van de ingrepen uit te sluiten.
4 Resultaten van het veldonderzoek 4.1 Algemeen Het veldonderzoek werd uitgevoerd in de late ochtend van 16 april 2021. Tijdens het veldbezoek was het vrijwel onbewolkt en windstil, bij een temperatuur van circa 8 °C. Biotopen In het plangebied waren de volgende biotopen aanwezig:
» » Bebouwing bestaande uit een woning en een houten bijgebouw. De woning was opgetrokken uit baksteen met een pannendak. Gevels waren deels bekleed bekleed met hardhouten betimmeringen. Het bijgeboiuw betrof een (enkelwandige) berging met aan de achterzijde een stal gedeelte (paarden).
» » Tuin met gazon en verspreid staande bomen, met inheemse soorten als de ruwe berk en de es een lage fruitboom en enkele forse thuja’s en spar. De tuin was omgeven door een hagen, onder meer beuk en laurierkers. Verspreid waren lage sierheesters aanwezig in bolvorm of lijnvorm. Verspreid waren verhardingen aanwezig bestaande uit klinkers.
» » De tuin werd deels omgeven door grasland / een weide en een paardenbak (zand). » » De woning is gelegen aan een deels agrarisch bouwlint met parallel aan de weg vrij forse laanbomen (beuk).
4.2 Beschermde soorten: resultaten en verwachting Planten In de ruimere omgeving zijn de kartuizer anjer en de knolspirea aangetroffen. Het betreffen beiden soorten waar op voorhand geschikte biotoop ontbrak (zie data NDFF in tabel 4). Er was sprake van een goed onderhouden tuin en voedselrijke omstandigheden. In het plangebied zijn geen beschermde planten aangetroffen, dan wel kon het mogelijke voorkomen op Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan
8
basis van het habitat op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van beschermde vaatplanten kan op basis van deze habitatscan redelijkerwijs worden uitgesloten. Zoogdieren algemeen In de omgeving zijn blijkens de data van de NDFF naast de bever, de das de eekhoorn, het damhert en diverse kleinere marters aangetroffen onder meer de steenmarter en de boommarter. Door het gebruik als tuin ontbraken voor de meeste soorten potenties. De eekhoorn en de steenmarter kunnen in deze context worden verwacht. Sporen van de eekhoorn zoals nesten werden niet aangetroffen. De woning was ontoegankelijk voor de steenmarter. Het bij gebouw bood enige potentie, echter ontbraken eveneens sporen. Op keutels en graafsporen van de van de bruine rat na werden geen sporen van grondgebonden zoogdieren aangetroffen. De aanwezigheid van strikt beschermde grondgebonden zoogdieren kan op basis van deze habitatscan redelijkerwijs worden uitgesloten. Vleermuizen Verblijfplaatsen In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten vleermuizen waargenomen, waaronder de gewone dwergvleermuis, dwergvleermuis onbepaald en de laatvlieger. De aangetroffen soorten zijn in meer of mindere mate gebouwbewonend. De rosse vleermuis prefereert doorgaans bomen. In het en/of direct nabij plangebied stonden geen voor vleermuizen geschikte bomen (met holten of andere voor vleermuizen toegankelijke delen).
De woning is echter beoordeeld als gedeeltelijk toegankelijk en geschikt voor vleermuizen. Het betreft het pannedak en kieren bij gevelbetimmeringen. De bebouwing kan functie hebben als kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf en mogelijk als winterverblijf voor kleinere aantallen dieren. Als massawinterverblijf is de bebouwing ongeschikt, daar deze zich bevinden in grotere gebouwen met voldoende volume en bufferwaarde. Voorafgaand aan de ingrepen aan de bebouwing is nader onderzoek nodig om zekerheid te krijgen over de aan- of afwezigheid van vleermuizen en welke functies aanwezig zijn. Doordat moderne gebouwen vrij eenvoudig geschikt gemaakt kunnen worden voor vleermuizen, kan worden gesteld dat op voorhand afdoende mogelijkheden te creëren zijn in de nieuwe situatie. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied heeft door de aanwezigheid van de verspreid staande bomen potentie als foerageergebied. Het oppervlak foerageergebied is echter gering in verhouding tot ruimschoots aanwezig geschikt foerageergebied in de omgeving. Van een essentiële functie is geen sprake. De bomenlaan ten noorden van het plangebied kan functie hebben als vliegroute. Ingepen aan deze stuctuur zijn niet voorzien, zodat effecten kunnen worden uitgesloten. Negatieve effecten op de navigeer- en foerageermogelijkheden van vleermuizen zijn redelijkerwijs uit te sluiten.
Vogels Algemene / flexibele soorten, niet jaarrond beschemd In het plangebied werden tijdens het veldbezoek diverse vogels aangetroffen, onder meer de merel, de vink en de heggenmus. De aanwezige bomen/ beplantingen zijn voor diverse
Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan
9
soorten geschikt om te broeden. In de omgeving is echter een keur aan alternatieven aanwezig, zodat effecten op soorten uit deze categorie alleen optreden als een daadwerkelijk in gebruik zijnd nest wordt verstoord. Door bij kap / verwijdering van beplantingen rekening te houden met broedende vogels worden effecten eenvoudig voorkomen. Jaarrond beschermde soorten In de nabije omgeving zijn blijkens data uit de NDFF diverse jaarrond beschermde vogels aangetroffen, onder meer diverse soorten roofvogels, uilen en soorten als de huismus, de steenuil en de kerkuil. Potenties in het plangebied waren aanwezig voor roofvogels en uilen als de ransuil. Voor de steen - en kerkuil waren de te slopen opstallen ongeschikt. Sporen van uilen en roofvogels (braakballen of horsten / oude nesten van kraaiachtigen, die mogelijk kunnen worden gebruikt) werden niet aangetroffen. De aanwezigheid van nesten van roofvogels en uilen kan worden uitgesloten. Het plangebied bood enige potentie voor de huismus. De huismus, in april prominent aanwezig op en nabij nestlocaties, werd in het plangebied zelf als de ruime omgeving niet gezien of gehoord. De omgeving was ook vrij bomenrijk. Huismussen prefereren doorgaans een meer open tot half open omgeving. De aanwezigheid van nesten van de huismus kan worden uitgesloten. Potenties voor overige holenbroeders ontbraken in het plangebied.
Vissen In het plangebied ontbreekt open water. Effecten op vissen zijn dan ook niet van toepassing. Amfibieën Blijkens de data uit de NDFF zijn in de ruimere omgeving van het plangebied diverse soorten strikter beschermde amfibieën aangetroffen, waaronder de poelkikker, de heikikker, boomkikker en de kamsalamander. In of direct nabij het plangebied onbreekt water. Als landhabitat had de tuin doordat een opgaande vegetatie ontbrak weinig tot niets te bieden. De aanwezigheid van stikter beschermde amfibieën kan op basis van het aangetroffen biotoop redelijkerwijs worden uitgesloten. Reptielen In omgeving van het plangebied is de levendbarende hagedis aangetoffen. Als habitat was de tuin ongeschikt. De levendbarende hagedis is een soort van vochtige ruigten en natte heide met voldoende beschutting en rust. De aanwezigheid van reptielen kan op basis van het aangetroffen habitat redelijkerwijs worden uitgesloten. Insecten In de omgeving van het plangebied zijn diverse beschermde insecten waargenomen. Door het ontbreken van geschikte waardplanten en het aangetroffen biotoop kan de aanwezigheid van vaste voortplantingsplaatsen van beschermde insecten worden uitgesloten. Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied. Effecten zijn door de aard van de ingrepen ook niet aan de orde.
Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan
10
5 Conclusie en advies Conclusie Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden:
» » Kans op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing (woonhuis);
» » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Echter, is het noodzakelijk nader onderzoek naar vleermuizen, uit te voeren om actueel gebruik van de bebouwing vast te kunnen stellen voorafgaand aan de sloop. Na uitvoer van het onderzoek kunnen, indien noodzakelijk, gepaste maatregelen worden getroffen. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, EHS / de Provinciale Verordening. Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de plannen op beschermde gebieden in de omgeving uit te sluiten zijn.
Advies Nader onderzoek en preventieve maatregelen zijn benodigd conform onderstaand advies. Vleermuizen Aanbevolen wordt voorafgaand aan de sloop vande bebouwing nader onderzoek uit te voeren naar vleermuizen conform het vleermuizenprotocol. Het onderzoek dient volgens het huidige protocol (versie 2021) te bestaan uit drie bezoeken in midden mei tot midden juli, waarvan minimaal één bezoek in juni, en twee bezoeken in de periode midden augustus tot 1 oktober, allen met een onderlinge tussenpoos van minimaal 20 dagen. Aanpak vogels algemeen De aanwezige bomen / beplantingen in het plangebied zijn geschikt voor diverse algemene vogels om te broeden. Geadviseerd wordt deze ruim buiten het broedseizoen te verwijderen: ná 15 augustus en vóór 1 maart. Indien men voornemens is beplantingen / bomen op een ander moment te verwijderen, is het noodzakelijk deze voorafgaand aan de ingrepen te controleren op in gebruik zijnde nesten. Als nesten ontbreken of zijn verlaten is verwijdering zonder meer mogelijk. Het verstoren van broedende vogels is krachtens de Wet natuurbescherming niet toegestaan.
Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan
11
Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht. Meijden, R. van der, 2005. Heukel’s flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.
Internet » » Google maps » » Google maps » » h t t p : / / w w w. n a t u u r i n d e g e m e e n t e . n l / a a n d e s l a g m e t d e n a t u u r w e t / w p - c o n t e n t / u p loads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf
» » https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan » » www.nederlandsesoorten.nl
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Kaatsheuvel Hoekje 4 Ecologische quickscan
12