CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

21-02-2022 Bijlage 1. Visie op het sociaal domein 2022-2027 In de buurt / Aan de buurt.docx

Raadsvergadering 21 februari 2022, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over visie op het Sociaal domein 2022-2027 In de buurt / Aan de buurt3.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

In de buurt / Aan de buurt Visie op het Sociaal Domein 2022-2027

Inhoudsopgave Inleiding ..................................................................................................................................................3 In de buurt / Aan de buurt ....................................................................................................................3 Van gemeente naar gemeenschap......................................................................................................3 En de regio dan? .................................................................................................................................3 Uitwerking in drie opgaven ..................................................................................................................4 Leeswijzer ............................................................................................................................................4 Opgave: Sterke gemeenschappen ....................................................................................................5/6 Opgave toegang tot zorg: een krachtig evenwicht.............................................................................7 Eén deurbel voor toegang tot zorg ......................................................................................................7 Contact dat bij je past

..........................................................................................................................7 Snelle toegang tot lokale zorg .............................................................................................................7 Zorg en veiligheid ................................................................................................................................8 Laagdrempelig, ook bij complexe casuïstiek .......................................................................................8 Opgave: ‘Grip op het sociaal domein’ .................................................................................................9 Door met interventies...........................................................................................................................9 Inzicht en monitoring............................................................................................................................9 Van visie naar uitvoering ....................................................................................................................10 Samen met inwoners en stakeholders...............................................................................................10 Vervolgproces

....................................................................................................................................10 Opname in bestaand beleid ...............................................................................................................10

2

Inleiding In 2015 stond onze gemeente, net als alle andere in Nederland, voor de uitdaging om in het sociaal domein met nieuwe taken aan de slag te gaan. We zetten onze schouders onder deze nieuwe materie. Met minder budget gingen we op zoek naar meer onderlinge samenhang en zetten intussen de bestaande taken voort. Continuïteit van zorg werd gewaarborgd. We bouwden onze bestaande wijknetwerken uit. En met het project Grip op het sociaal domein zetten we eerste stappen om, met behoud van kwaliteit, budgetten lokaal beter te beheersen. Nu is het moment gekomen om voor de komende jaren onze koers te bepalen. Deze ‘Visie op het sociaal domein 2022 – 2027’ geeft daartoe een richting.

In de buurt / Aan de buurt De titel verraadt de aspiraties. We willen dat iedereen in zijn eigen omgeving een gelukkig leven kan leiden. Naar eigen inzicht, met eigen inbreng en autonomie waar dat kan. Dit start met het kunnen voeren van regie over je eigen leven en de voldoening die de meeste mensen halen uit het kunnen en mogen bieden van oplossingen voor jezelf en anderen. Het vertrouwen in de kracht van onze inwoners en hun gemeenschappen vormt dan ook de kern van onze visie. Onze inwoners kunnen het verschil maken voor elkaar. En wij als gemeente kunnen hierin helpen door waar nodig nét dat steuntje in de rug te bieden dat nodig is om weer zelf te regie te kunnen pakken. Daarom heet deze visie In de buurt / Aan de buurt: mensen maken het verschil voor en met elkaar. De gemeente kan het meeste verschil maken als ze zich dicht bij de mensen begeeft.

Van gemeente naar gemeenschap Onze wens is dat onze inwoners, individueel en als gemeenschap, zoveel mogelijk in staat zijn om met eigen- of samenkracht de uitdagingen van het leven aan te gaan. Met alle hoogtepunten, onderlinge verschillen, tegenslag en veerkracht om er weer bovenop te komen die daarbij horen. Dit doen we niet om problemen van ons af te organiseren, maar om iedereen zo goed mogelijk gebruik te laten maken van zijn eigen kwaliteiten. We streven naar een gemeenschapsbreed ervaren besef dat het leven, ieders leven, soms hobbels kent. Dat veel van die hobbels zich idealiter in de eigen omgeving laten oplossen. Dat pech soms normaal is. Dat er zowel in een gemeenschap als in een mensenleven ‘afwijkingen van de norm’ kunnen zijn die niet per se professioneel ingrijpen vergen. Liever niet, vaak. In vaktaal heet dit ‘normaliseren’. ‘Zorgen voor elkaar’ leeft ook bij inwoners. In de Toekomstagenda 2030, die door een groep inwoners is opgesteld en door de gemeenteraad als inspiratiedocument is vastgesteld, is naar elkaar omzien een belangrijk thema. “Samen maken we van onze gemeente een gemeenschap” is één van de eerste ambities die in deze agenda te vinden is.

En de regio dan? De komende jaren zien we dat we vooral lokaal voor onze inwoners het verschil kunnen maken. Daarnaast blijft een groot deel van de financiële stromen in het sociaal domein regionaal. Denk aan de gezamenlijke inkoop in Hart van Brabant-verband van jeugdhulp, de Wmo-begeleiding met de gemeente Waalwijk, de participatiesamenwerking in Baanbrekers of het consultatiebureau dat door de GGD wordt gecoördineerd. Ook wanneer onze focus meer lokaal wordt, blijven we in deze samenwerkingsverbanden natuurlijk onze bijdrage leveren. We gaan geen dubbel werk doen en wegen scherper af of de baten van de ‘couleur locale’ die we toevoegen door eigen keuzes te maken opweegt tegen kosten van de extra inspanningen die hier tegenover staan.

3

Uitwerking in drie opgaven Om stappen te zetten richting een veerkrachtige gemeenschap zien we voor de komende jaren drie grote opgaven: De eerste opgave is Sterke gemeenschappen. Het versterken van de kracht van de samenleving, waarin inwoners naar elkaar omzien. Met voorzieningen die laagdrempelig en vrij toegankelijk zijn, zodat onze inwoners in hun vertrouwde omgeving een vraagbaak of een steuntje in de rug hebben en zich onderdeel voelen van een samenleving die er ook voor hun is. Het versterken van de Toegang is de tweede opgave. Loon op Zand heeft al ruime ervaring met het werken in wijkteams. We ontwikkelen deze aanpak door om enerzijds makkelijk vindbaar te zijn voor inwoners die ondersteuning zoeken en anderzijds aanwezig te zijn wanneer we signaleren dat mensen hulp kunnen gebruiken. De derde opgave is het voortzetten van Grip op het sociaal domein. We kunnen de zorg voor onze inwoners en gemeenschappen alleen in stand houden als deze betaalbaar blijft. Daarom zetten we in op de effectiefste maatregelen en monitoren we onze prestaties.

Leeswijzer In de eerste hoofdstukken worden de opgaven omschreven. Daarna leest u meer over de noodzakelijke randvoorwaarden en de uitvoeringsstrategie.

4

Opgave: Sterke gemeenschappen De druk op de zorg neemt toe. Aan de ene kant omdat we te maken hebben met vergrijzing en met almaar complexer wordende, multidisciplinaire vraagstukken. Aan de andere kant weten bewoners beter waar zij zorg- en hulpvragen kunnen stellen zoals bij het zorgloket of een huisarts. Dit laatste is een positieve ontwikkeling. Bewoners trekken actief aan de bel als het leven (even) niet meer lukt zoals ze willen en zijn mondiger geworden. Verschillende zorgaanbieders signaleren dat bewoners hun eigen sociale omgeving, zoals gezin, familie of vrienden maar ook verenigingsleven en collega’s, minder snel dan voorheen om hulp vragen. Dit is een symptoom van afkalvende sociale structuren die zich lieten verdringen door instituties die zich op iedere zorgvrager individueel richten. Dit zou dan ten koste zijn gegaan van de samenhang in een gemeenschap. Dit is een ontwikkeling die we in onze gemeente willen keren. Inwoners vormen onderling de sociale basis. De basis die mensen het gevoel geeft erbij te horen, iets te kunnen bijdragen en zo nodig ergens op terug te kunnen vallen. Een basis ook die afwijkingen gemakkelijker accepteert en absorbeert en die minder snel geneigd is situaties te problematiseren. Deze koersverlegging zou maken dat lichte hulpvragen niet langer als vanzelf bij professionele zorgaanbieders terechtkomen.

Vaak worden levens- of ontwikkelvragen van inwoners geproblematiseerd en gemedicaliseerd. Even niet lekker in je vel zitten, betekent niet direct dat je hulp van een psychiater nodig hebt. Contact met en aandacht van een familielid, vriend(in) of een ander uit het sociale netwerk kan helpen. We hoeven niet meteen medische, professionele of specialistische oplossingen te zoeken. Die zijn soms erger dan de kwaal zonder interventie ooit was geworden. Uit de Toekomstagenda en bovenstaande afwegingen ontstaat een visie op het bijdragen aan het op orde krijgen van de sociale basis. Inwoners willen erbij horen. Bij een stevig sociaal netwerk waarin zij terecht kunnen voor eenvoudige hulp en waarin ze allen omzien naar elkaar.

5

Klik op de link om de afbeelding te vergroten. De sociale basis zien we als de cirkel direct om het individu. Als inwoners daar niet terechtkunnen, is er het collectieve vangnet/ het voorliggend veld. Samen zorgen we dat voorzieningen aanwezig zijn om een ‘normaal’ leven in de wijk mogelijk te maken. Als sociale basis en voorliggend veld in een specifiek geval niet voldoen, zorgen we voor maatwerk in de bovenliggende voorzieningen. Om dit toekomstbeeld te verwezenlijken zien we twee ontwikkellijnen: 1. Normaliseren: samen met inwoners komen tot een klimaat waarin inwoners elkaar en zichzelf in de eerste ring kunnen helpen. Een klimaat waarin men accepteert dat het soms even minder goed gaat of dat mensen afwijken van de norm. Zonder medicaliseren, professionaliseren, diagnoses stellen en etiketteren er simpelweg zijn voor elkaar. Dit vergt tijd en gewenning. Het begint bij bewustwording over wat mensen voor elkaar en zichzelf kunnen zijn en doen. Welke hulp kan de directe omgeving bieden? Het is soms niet meer dan een goed gesprek, een kop koffie, aandacht. Elkaar kennen en omzien naar elkaar versterkt de sociale cohesie en de sociale veiligheid. Waar we dat als gemeente kunnen, versterken we deze. We koesteren onze structuren, zoals het verenigingsleven, om de enorme meerwaarde die ze hebben voor de samenleving.

Om normaliseren mogelijk te maken, streven we er ook naar meer voorzieningen vrij toegankelijk te maken en waar mogelijk in groepsverband te organiseren. Zo maken we de drempel lager om deel te nemen aan deze activiteiten. Normaliseren is een integraal onderwerp. Een fijne omgeving met mogelijkheden voor ontmoeting, beweging en schone lucht bevordert gezondheid en sociale samenhang. Daarom haken we dit onderwerp ook aan op beleidsontwikkelingen in andere domeinen. Bijvoorbeeld bij de implementatie van de nieuwe Omgevingswet. 2. Voorliggende voorzieningen versterken: als gemeente versterken we de (voorliggende) voorzieningen in de tweede ring – denk hierbij aan wijkteams, woningbouwvereniging, eerstelijns medische zorg, scholen en kinderopvang. Een cultuur waarin onze inwoners primair naar elkaar omzien om problemen op te lossen, vereist een goed voorliggend veld als eerste vangnet. Zowel inwoners als professionals dienen met dit veld bekend en vertrouwd te zijn om er voldoende ruggensteun van te ervaren. Het beter in beeld krijgen en houden is dan ook de start van de verdere ontwikkeling. Om de voorliggende voorzieningen goed door te ontwikkelen, is het zaak in beeld te hebben wat de zorgvraag en het zorgaanbod is vanuit de samenleving.

Hoe sluit de behoefte aan op het gebodene? Goede gegevens over hoe het met onze dorpen gaat, zijn hierbij essentieel, net als regie vanuit de gemeente om vraag en aanbod in balans te houden. In sommige gevallen is een voorliggende oplossing niet wenselijk en is het belangrijk dat er direct ‘steviger’ hulp geboden wordt. Veiligheid, huisvesting en een inkomen vormen het fundament van bestaanszekerheid. Een zichzelf en haar inwoners serieus nemende gemeente maakt daar te allen tijde werk van.

6

Opgave toegang tot zorg: een krachtig evenwicht Zoals we in de vorige opgave toelichtten, streven we naar een samenleving waarin mensen als het enigszins kan op basis van hun eigen mogelijkheden oplossingen vinden. Dit is in de praktijk niet altijd mogelijk. In die gevallen staan we er. Snel en herkenbaar. Dit vergt enige balanceerkunst. We willen inwoners snel vastpakken om ze vlot weer op eigen benen te laten staan, maar staan altijd in voor de veiligheid. Om hierin een krachtig evenwicht te bereiken zien we voor de komende jaren de volgende aandachtspunten: • Eén deurbel voor toegang tot zorg • Contact dat bij je past • Snelle toegang tot lokale zorg • Zorg en veiligheid • Laagdrempelig, ook bij complexe casuïstiek

Eén deurbel voor toegang tot zorg Als onze inwoners het zelf even niet meer kunnen, willen we dat ze weten waar ze terechtkunnen. Inwoners mogen zich melden bij verschillende netwerkpartners, zoals het zorgloket van de gemeente, het wijkteam, of een van de afzonderlijke wijkteampartners. Dit zorgt ervoor dat mensen, als ze al met het sociaal domein in aanraking zijn, een natuurlijke vervolg op hun voorliggende hulpvraag hebben. Deze netwerkconstructie kan als nadeel hebben dat we geen overzicht hebben over waar inwoners zich met welke vragen melden en welke routes hierbij gevolgd worden. Daarom en om onze inwoners één duidelijk aanspreekpunt te bieden, ontwikkelen we de huidige vormen van toegang door tot één toegang met een gelijke uitstraling en werkwijze. We onderzoeken op welke wijze we vanuit de huidige situatie naar dit model toe kunnen groeien en onze dienstverlening kunnen verbeteren. Uitgangspunten hierbij zijn dat de toegang tot zorg voor onze inwoners herkenbaar en laagdrempelig is en dat alle contactpunten min of meer dezelfde werkwijze hanteren. Wat deze werkwijze precies is en hoe we met verschillende partners tot één uitstraling komen, zijn onderwerp van onderzoek.

Contact dat bij je past Inwoners in het sociaal domein zijn een doorsnee van onze bevolking en daarmee heel divers. We willen contact hebben met onze inwoners op een wijze die bij hen past. We willen iedereen vlot koppelen aan een contactpersoon die hem of haar begrijpt. Wel willen dus meer maatwerk bieden aan onze inwoners en aansluiten op hun behoeften. Een steeds grotere groep inwoners is gewend en in staat om digitaal te werken en vindt dit inmiddels best prettig. Daarnaast is er een grote groep die informatie liever op papier krijgt. Met de coronacrisis nam videobellen een hoge vlucht. We zien dit in ons contact met inwoners als een extra instrument in onze gereedschapskist maar we voeren waar mogelijk het liefst keukentafelgesprekken. Zo kunnen onze inwoners in hun eigen omgeving hun verhaal doen.

Snelle toegang tot lokale zorg Als onze inwoners geen oplossing voor hun vragen vinden in hun sociale basis of het voorliggend veld, willen we ze snel helpen. Dit biedt onze inwoners perspectief en voorkomt dat de situatie verslechtert. Op de weg naar deze hulp kunnen op diverse plaatsen wachtlijsten ontstaan. Deze wachtlijsten ontstaan onder andere tussen het moment van melding en het in behandeling nemen van de melding en tussen het moment van afgeven van de beschikking en de start van de zorg. Deze wachtlijsten willen we uiteraard tegengaan. Een goede bezetting van onze toegang is hierin belangrijk, maar ervaren en gekwalificeerd personeel hiervoor is lastig te vinden. Naast ons streven naar een goede personele bezetting zetten we daarom in op verbetering van onze werkwijze, zodat onze inwoners weten wanneer ze geholpen worden.

7

Ook verderop in de keten zijn wachtlijsten. Bijvoorbeeld bij zorgaanbieders. De mogelijkheden die we lokaal hebben om deze op te lossen zijn beperkt, maar waar mogelijk leveren we hieraan uiteraard onze bijdrage. Dit kunnen we bijvoorbeeld doen door meer specialistisch zorgaanbod vrij toegankelijk te maken

Zorg en veiligheid We zien steeds vaker inwoners met een stapeling van problemen met zowel zorg- als veiligheidsaspecten. Waar vraagstukken op meerdere terreinen spelen, moet ook de oplossing doorgaans geboden worden in een samenspel van interventies. Dat vraagt om een integrale aanpak. Als problemen zo groot of complex zijn dat veiligheid in het geding is, richten we ons eerst op het stabiliseren van de situatie vanuit een persoonsgerichte aanpak. De rest komt later.

Laagdrempelig, ook bij complexe casuïstiek Hulp is niet altijd per se door de inwoner zelf gewenst. Het komt voor dat hulp door de rechter wordt opgelegd of dat we er zelf op aandringen. Ook in die gevallen blijven we benaderbaar en staan we naast inwoners – niet ertegenover. Dit vergt veel deskundigheid van onze professionals. Het is in onze ogen de beste kans om ervoor te zorgen dat inwoners, als ze er zelf niet uitkomen, met hun problemen tijdig naar de gemeente toe komen.

8

Opgave: ‘Grip op het sociaal domein’ Naar aanleiding van flink oplopende kosten in het sociaal domein gaf de gemeenteraad in 2020 opdracht om, in ieder geval tot 2024, te werken aan het krijgen van meer grip op het sociaal domein. Deze opdracht is breed opgepakt. Er is niet alleen gezocht naar maatregelen om geld te besparen, maar ook en vooral naar maatregelen die tegelijkertijd de kwaliteit van zorg verbeteren. Een succesvol voorbeeld van een interventie die hier uit voortkwam, is de inzet van een praktijkondersteuner jeugd bij huisartsen in onze gemeente. Hierdoor kan de arts naar de ondersteuner in eigen huis verwijzen. Zo worden mensen sneller geholpen en wordt minder beslag gelegd op duurdere specialistische zorg. De komende periode zetten we de inzet van deze interventies voort. Gelijktijdig werken we aan doorontwikkeling van onze monitoring om meer op basis van cijfers en de onderliggende verhalen te kunnen sturen op toekomstige interventies.

Door met interventies Per half jaar maken we een programma met op te pakken interventies. We kiezen interventies die bijdragen aan de betaalbaarheid én kwaliteit van het sociaal domein. Onderwerpen hiervoor komen voort uit de dagelijkse praktijk van de uitvoering en de input vanuit de andere opgaven voor concrete interventies die deze opgaven verder kunnen helpen. De ideeën voor interventies toetsen we vervolgens op basis van de volgende drie criteria: 1. Urgentie: Hoe urgent is het onderwerp? 2. Rendement: Wat levert het op voor onze inwoners en in financiële zin? 3. Afhankelijkheidsfactoren: Van wie en wat zijn we afhankelijk (zowel intern als externe personen/ factoren) voor het behalen van succes? Kunnen de benodigde partners de komende maanden tijd vrijmaken voor deze opgave? Op basis hiervan ontvangt het college halfjaarlijks een advies voor in te zetten interventies. Door cyclisch door te gaan met het kiezen van interventies, bouwen we kennis op van deze manier van werken. Deze verankeren we goed, zodat we deze werkwijze steeds breder toe kunnen passen en dit onze standaard werkwijze wordt.

Inzicht en monitoring Vanuit de interventies en de ontwikkelingen in de andere opgaven ontstaat steeds meer inzicht in de data die nodig zijn om te sturen op de gewenste maatschappelijke effecten. Deze gebruiken we om de monitoring verder te ontwikkelen. We beschikken nu over een ‘monitor sociaal domein’ die goed inzicht geeft in het zorggebruik in onze gemeente. Dit bouwen we verder uit langs twee lijnen: 1. Verdieping: de huidige monitor kan verder verdiept worden, zodat op uitvoerings- en managementniveau meer inzicht ontstaat in trends en ontwikkelingen in het zorggebruik. Zo krijgen we meer zicht op knelpunten en ontwikkelingen en kunnen we de juiste interventies kiezen om de zorg te verbeteren. 2. Verbreding: naast het zorggebruik willen we meer zicht krijgen op hoe het met onze inwoners en dorpen gaat en onze invloed daarop: de uitkomst van het beleid. Samen met onze partners zoeken we naar beschikbare data die een zuiver beeld geven van onze gemeente. Cijfers zijn hierbij vooral een spiegel en een aanleiding om het gesprek aan te gaan. Naast cijfermatig gaan we kwalitatief monitoren om duidelijk te maken wat de gevolgen van ons handelen in de praktijk zijn.

9

Van visie naar uitvoering In voorgaande hoofdstukken zijn de visie en de opgaven voor de komende vier jaar op hoofdlijnen geschetst. We willen in stappen naar deze visie toe groeien. In dit hoofdstuk schetsen we hoe.

Samen met inwoners en stakeholders Inwoners, vrijwilligersorganisaties, sport- en cultuurverenigingen en professionele partners zijn essentieel om deze visie te realiseren. Alleen samen kunnen we het. Binnen de opgaven bekijken we steeds met welke belanghebbende we het beste samen kunnen werken om gezamenlijk de gewenste stappen goed te kunnen doordenken en vervolgens te zetten. Waar veranderingen de hele bevolking raken, zetten we het inwonerpanel in. Goed samenwerken begint bij elkaar kennen. Om partners in het sociaal domein met elkaar bekend en vertrouwd te maken, organiseren we twee keer per jaar een benen-op-tafel-overleg. Hierin kijken we met een brede blik naar de uitwerking van de visie en het sociaal domein in Loon op Zand in het algemeen. Daarnaast spreken we regelmatig met de Adviesraad Sociaal Domein. Een deel van onze taken in het sociaal domein zijn regionaal georganiseerd. Soms leidt dit tot compromissen over voorliggende onderwerpen. Steeds wegen we scherp af of het te verwachten voordeel van afwijken van de regionale koers in verhouding staat tot de kosten in termen van tijd en geld. Uitgangspunt is en blijft dat we lokaal het meeste verschil kunnen maken voor onze inwoners.

Vervolgproces De voorgestane veranderingen werken we voornamelijk uit aan de hand van opgaven. Met de drie opgaven ‘Sterke gemeenschappen’, ‘Toegang’ en ‘Grip op het sociaal domein’ geven we invulling aan onze ambitie voor de komende jaren. We stellen een meerjarenplan op waarin we een globale planning van deze opgaven uitwerken. Per kwartaal stellen we voor iedere opgave concrete doelen en vormen we een team om deze te realiseren. Keuzes die volgen uit de realisatie van de opgaven worden, afhankelijk van hun aard, voorgelegd aan college of gemeenteraad. De drie opgaven hebben uiteraard ook onderlinge verbanden. Hier houden we rekening mee bij het opstellen van het meerjarenplan en het formuleren van de kwartaaldoelen.

Opname in bestaand beleid Uiteindelijk is het de bedoeling dat het gedachtegoed van deze visie landt in ons dagelijks handelen. Dit betekent onder andere dat we ons bestaande beleid aanpassen aan deze visie. Omdat de reguliere taken naast de drie opgaven door blijven lopen maken we hierbij werk met werk. Dit doen we door aan te sluiten bij de natuurlijke vernieuwingsmomenten van de diverse beleidsstukken. Om ons beleid steeds actueel te houden, kiezen we voortaan voor een looptijd van vier jaar. In onderstaand schema is weergegeven wanneer bestaande beleidstukken geactualiseerd worden.

Beleidsstuk

Looptijd

Vernieuwen in

Beleidsplan Wmo Samen met de jeugd Hart van Brabant, koers jeugdhulp Koersdocument Baanbrekers: Kom in beweging Beleidsplan integrale schuldhulpverlening Loon op Zand 2021-2025 Beleidskader Nieuwe Wet Inburgering Onderwijsachterstandenbeleid Lokale educatieve agenda ‘Samen begrijpen we elkaar’, regioplan basisvaardigheden in begrijpelijke taal. Sport en beweegnota 2020-2030 Vrijwilligersbeleid ‘Samen voor Elkaar Loont 2030’

2008-2012 2018 en verder 2018 en verder 2021-2025

2022 Afhankelijk van regio Afhankelijk van regio 2025/2026

2021 en verder 2020 2020-2024 2021-2024

2025/2026 Jaarlijks 2024 2024

2020-2030 2020-2030

2030 2030

10

Mantelzorgbeleid: Beleidsplan en uitvoeringsvoorstel Mantelzorg Subsidiebeleid welzijn Regionale nota publieke gezondheid: Met gezond verstand

2017 en verder

2022

2017 en verder 2020-2023

2022 2023

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=34b94723-88a1-49fa-b6e6-c179ef7a5e07