CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

16-12-2021 Bijlage 2. Een overzicht van de wijzigingen.docx

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over statutenwijziging Stichting Bravoo1.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een overzicht van de wijzigingen Artikel 6 Artikel 6 lid 2 is vervallen. De inhoud van dit lid is reeds opgenomen in de artikelen waarnaar wordt verwezen (artikel 7 lid 2 en artikel 10 lid 1) en was dan ook dubbelop. Bovendien zegt het huidige artikel 6 lid 2 niets over de organisatie van de stichting (titel van het artikel), maar slechts iets over de wijze van benoeming van de RvT- en CvB-leden. - Benoeming van het CvB geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profiel (artikel 17a lid 2 WPO). Dit is niet opgenomen in de huidige statuten. Voor de RvT geldt hetzelfde en staat dat er wel in, namelijk in het huidige artikel 10 lid 3 van de statuten. In artikel 6 lid 2 nieuw is deze verplichting nu algemeen voor zowel RvT als CvB opgenomen. De desbetreffende zin in artikel 10 lid 3 van de statuten is vervallen. - In het huidige artikel 6 lid 4 staat opgenomen dat het College van Bestuur het bevoegd gezag is van de stichting. In artikel 1 van de WPO is bepaald dat de stichting het bevoegd gezag vormt. Het huidige lid 4 is dus niet in overeenstemming met de WPO en is vervallen. Daarvoor in de plaats is de rol van besturen algemeen geformuleerd opgenomen. - Aan artikel 6 zijn de leden 6 en 7 toegevoegd als uitvloeisel van de nieuwe Code Goed Bestuur. Voor de RvT is dat deels een vervanging/kopie van het huidige artikel 10 lid 5. De resterende aanvullende Pagina 3 van 4

onverenigbaarheid voor de RvT zoals opgenomen in het huidige artikel 10 lid 5 is opgenomen in artikel 6 lid 8. Artikel 7 - De WBTR voert expliciet in dat “de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie” moeten richten. Artikel 7 lid 3 van de statuten voorziet daarin deels en is geëxpliciteerd. - Artikel 7 lid 4 klopt niet meer: sinds de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren is er geen sprake meer van een aanstelling maar van een arbeidsovereenkomst. Dit is aangepast. - Artikel 7 lid 8 bevat de ontstentenisbepaling voor het CvB. Die is met de WBTR ook verplicht geworden. De huidige statuten voorzien daar nu in. De begrippen ‘ontstentenis’ en ‘belet’ zijn nader geduid. - Artikel 7 lid 9 bepaalt dat CvB-leden niet middellijk of onmiddellijk deelnemen aan leveringen of aannemingen t.b.v. de stichting. Dit voorziet onvoldoende in een regeling m.b.t. een tegenstrijdig belang voor bestuurders zoals bepaald in artikel 2:291 lid 6 BW (WBTR-wijziging). In het verlengde van deze wetswijziging zijn twee volzinnen aan artikel 7 lid 9 toegevoegd. - Artikel 7 lid 10 was in strijd met de nieuwe Code Goed Bestuur. Dit lid is dan ook vervallen. Daarvoor in de plaats is artikel 6 leden 6 en 7 ingevoegd (zie ook toelichting bij artikel 6).

Artikel 8 - De terminologie in artikel 8 lid 1 is met de zinsnede "in stand gehouden organisatie en scholen" gelijk getrokken met de terminologie in artikel 6 lid 4. - Artikel 8 lid 2 m.b.t. de vrijwillige opheffing van een openbare school is niet meer in overeenstemming met de WPO. Artikel 159 WPO schrijft inmiddels een andere procedure voor. Dit geldt ook voor artikel 8 lid 4 sub i van de statuten. Omdat de procedure van de opheffing van een basisschool bij wet is geregeld,

wordt die hier niet meer apart/expliciet genoemd. De verwijzing is in beide bepalingen dus vervallen. Artikel 10 - Artikel 10 lid 2 is aangevuld met de voorkeur om de bindende voordrachten voor de benoeming van de RvT-leden vanuit de ouders van de leerlingen van de scholen enigszins te organiseren en te structureren. In de huidige tekst wordt alle ruimte geboden, in de nieuwe aangevulde tekst wordt statutair de mogelijkheid geboden het initiatief voor de totstandkoming van deze voordrachten bij de oudergeleding van de GMR te leggen. In artikel 10 lid 2 is verder aangegeven dat de GMR "een" lid van de RvT bindend mag voordragen. Omwille van de duidelijkheid is "een" voorzien van een accent grave, dus "één". - De WBTR schrijft voor dat in de statuten een regeling moet worden opgenomen voor het geval er belet of ontstentenis is van een of meer leden van de RvT dan wel een volledige RvT. Dat is in de huidige statuten niet geregeld en nu opgenomen in artikel 10 lid 9 nieuw. Indien de gehele RvT in ontstentenis of belet is, dienen de raden van de betrokken voor waarnemers te zorgen. Immers, benoeming van de leden van de RvT vindt plaats door de raden (artikel 10 lid 2) en de vier betrokken gemeenten zijn verantwoordelijk voor het openbaar onderwijs. Het is derhalve een logische keuze om deze taak ook bij de raden te leggen.

- In artikel 10 lid 11 nieuw is de mogelijkheid van het toekennen van een bezoldiging aan de leden van de RvT opgenomen (artikel 2:292a lid 8 BW, WBTR). Daarmee is deze mogelijkheid statutair verankerd. Artikel 12 - De WBTR schrijft voor: “Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.” Dat staat momenteel niet expliciet in de statuten en is in artikel 12 ingevoegd als nieuw lid 1. Het huidige artikel 12 lid 1 gaat m.b.t. de Code Goed Bestuur nog uit van het ‘pas toe of leg uit’-principe. De wet biedt die ruimte nog (artikel 17c lid 1 sub b WPO). De huidige code voor het PO is echter een zgn. ‘principle based code’ en laat afwijking niet meer toe. Aanpassing van de statuten op dit punt is dus nodig. Het huidige lid 1 van artikel is gesplitst in een nieuw lid 2 en een nieuw lid 3, waarbij lid 2 is aangepast en overzichtelijker is gemaakt. Artikel 13 Pagina 4 van 4

- Artikel 13: de WBTR schrijft voor dat een RvT-lid niet deelneemt aan “beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden onderneming of organisatie.” Dat staat niet in de huidige statuten en is alsnog opgenomen als nieuw lid 3. - Artikel 13 lid 5 nieuw komt overeen met artikel 17c lid 3 WPO. Artikel 14 - Artikel 14 lid 2 gaat over de informatieverschaffing van het CvB aan de RvT. Artikel 2:292a lid 11 BW regelt dat het bestuur ten minste een keer per jaar de raad van toezicht schriftelijk op de hoogte stelt van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen. De huidige statuten sluiten niet (volledig) aan bij deze wettelijke bepaling. E.e.a. is aangevuld/geherformuleerd. Artikel 16

- Artikel 16 gaat over geheimhouding. De titel heeft het over geheimhouding ‘van stukken’, maar de bepaling heeft een bredere strekking. Daarom is de titel aangepast. Artikel 17 - Artikel 17 lid is aangepast. Daarmee is expliciet bepaald dat ook personeelsleden een volmacht kunnen krijgen om het College van Bestuur te vertegenwoordigen. De huidige tekst biedt op dat punt ruimte voor discussie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=320ac2cb-d0a9-44d9-a34e-5416db47fb46