14-10-2021 Bijlage 3. Inleidend doc. Veranderingen vergunningverlening.pdf
Tekst van het document
__________________________________________________________________________________
Veranderingen vergunningsverlening Omgevingswet
-1-
__________________________________________________________________________________
Veranderingen vergunningsverlening Omgevingswet Met de ingang van de Omgevingswet op 1 januari 2022 veranderen er een aantal dingen. Voor vergunningsverlening zijn er vier grote veranderingen. Om uw raad klaar te maken voor deze veranderingen komen dit jaar een aantal voorstellen uw kant op. Om u beter voor te bereiden leggen we deze vier onderwerpen in dit document uit. Ook doen we bij deze onderwerpen (voorlopige) voorstellen. Het uitgangspunt van deze voorstellen is dat we op de korte termijn voor een groot deel op de huidige voet verder kunnen gaan en op de middellange tot lange termijn uw raad een meer kaderstellende rol krijgt. De aanstaande veranderingen zorgen er voor dat initiatieven efficiënter en sneller behandeld worden. Dit is in lijn met de geest van de Omgevingswet (zie memorie van toelichting 33962 hoofdstuk 4.3.101).
Bindend advies gemeenteraad. Uw raad dient -vóórdat de Omgevingswet van kracht wordt- een besluit nemen over de gevallen bij vergunningverlening waarover u een bindend advies wilt geven. Het huidige raadsbesluit ‘Lijst met categorieën voor toepassing projectbesluit onder de WABO’ vervalt. Als uw raad niets regelt, dan hoeft het college bij vergunningverlening niet naar uw raad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan (de zogenaamde ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’, hierna: BOPA). Uw raad dient bij het bepalen van de lijst van gevallen voor bindend adviesrecht mee te wegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen, en dat we bij vergunningverlening standaard de (korte) reguliere procedure moeten volgen. Concluderend kunnen we stellen dat het bindend adviesrecht van toepassing is voor activiteiten waarbij uw raad echt aan betrokken wil blijven, zoals ontwikkelingen met een grote maatschappelijke impact, en/of activiteiten die niet overeenkomstig de bestaande beleidskaders zijn.
Verplichte participatie Om te stimuleren dat een initiatiefnemer omwonenden vroegtijdig betrekt bij de plannen, zijn hierover regels opgenomen in de Omgevingswet. De initiatiefnemer dient in de aanvraag voor een omgevingsvergunning aan te geven of, en hoe, er overleg is geweest met belanghebbenden. Voor de gemeente is het dan bij de aanvraag meteen duidelijk of belanghebbenden daadwerkelijk vroegtijdig betrokken zijn bij een initiatief. De gemeente dient de informatie die bij de participatie is verkregen, te betrekken bij de belangenafweging. Echter, initiatiefnemers hoeven wettelijk gezien geen participatie toe te passen en kunnen simpelweg aangeven dat er geen sprake is geweest van participatie. Dit kan in sommige gevallen de besluitvorming bemoeilijken. We willen als gemeente participatie zo veel mogelijk stimuleren onder initiatiefnemers. De Omgevingswet maakt het voor uw raad mogelijk om gevallen aan te wijzen waarin participatie verplicht is, voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt ingediend. Er zit een verband tussen de lijst van BOPA’s waar uw raad over wil adviseren door middel van het boven genoemde bindend advies gemeenteraad en BOPA’s met verplichte participatie. Hierdoor lijkt het logisch om deze lijsten met elkaar te verbinden.
Uitgebreide procedure In de Omgevingswet staat dat de toepassing van de reguliere procedure bij de voorbereiding van een beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning het uitgangspunt is. In bepaalde gevallen is de uitgebreide procedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht mogelijk. Op verzoek en instemming van aanvrager kunnen we de uitgebreide procedure volgen. Het bevoegd gezag (college van B&W) kan zelf (na zienswijze van de aanvrager) ook besluiten tot de uitgebreide procedure over te gaan. Daarnaast kan uw raad het college verzoeken om met de aanvrager in overleg te gaan met het doel de uitgebreide procedure toe te passen. Het is wenselijk dat uw raad van tevoren bepaalde 1 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33962-3.html
-2-
__________________________________________________________________________________ gevallen aanwijst waar de voorkeur ligt bij het toepassen van de uitgebreide procedure. Dit om duidelijkheid te scheppen en willekeur tegen te gaan. Voor een BOPA kan het bevoegd gezag dus de uitgebreide procedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) adviseren. Dit is wenselijk wanneer een aanvraag bijvoorbeeld veelomvattend en complex is, waardoor de (korte) reguliere procedure onvoldoende tijd biedt voor een zorgvuldige afweging. In de praktijk is de kans groot dat dit samen gaat met de keuze voor het verzwaard adviesrecht. Dit is echter niet noodzakelijk.
Delegatiebesluit De Omgevingswet kent een delegatiemogelijkheid die de huidige wijzigingsbevoegdheden uit de bestemmingsplannen vervangt. De wetgever koos ervoor om geen afzonderlijke regeling voor wijzigingsbevoegdheden (en uitwerkingsplichten of het stellen van nadere eisen) op te nemen. In plaats daarvan komt een algemene delegatiemogelijkheid: uw raad kan een delegatiebesluit nemen waarmee het college de bevoegdheid krijgt om delen van het omgevingsplan te wijzigen (artikel 2.8 Omgevingswet). Volgens de Memorie van Toelichting kunnen we hiermee hetzelfde bereiken als met de wijzigingsbevoegdheid. Net als met een wijzigingsbevoegdheid schept het delegatiebesluit de mogelijkheid dat het college, zonder tussenkomst van uw raad, het omgevingsplan wijzigt. En net als met een wijzigingsbevoegdheid kan (en moet) het delegatiebesluit van uw raad de randvoorwaarden aangeven waarbinnen het college moet opereren. Het is wenselijk dat uw raad vaststelt welke gevallen gedelegeerd worden.
Voorstel In een aparte bijlage staat de lijst met categorieën van gevallen voor verzwaard adviesrecht, de uitgebreide procedure en verplichte participatie bij vergunningverlening in afwijking van het omgevingsplan. De categorieën zijn in samenhang beschouwd vanwege de sterke relatie tussen deze drie onderdelen, zoals we hierboven toelichten. Het delegatiebesluit heeft een minder grote samenhang met de drie andere onderdelen. Daarom komen we hiervoor met een apart voorstel. De lijst en het delegatiebesluit moeten voor inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn vastgesteld, maar kan later nog aangepast worden (op initiatief van uw raad). Het definitieve omgevingsplan vaststellen dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet moet uiterlijk in 2029 gebeurd zijn. Tot die tijd, met name de eerste jaren, worden de huidige bestemmingsplannen, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, van rechtswege (automatisch) het tijdelijke omgevingsplan. Er is dus een zogenaamde transitiefase naar het definitieve omgevingsplan. De eerste jaren is het doel om binnen die transitiefase de huidige werkwijze niet radicaal te veranderen. Er is immers de afgelopen jaren al veel vastgesteld met betrekking tot deze drie onderwerpen. Bijvoorbeeld de lijst ‘verklaring van geen bedenkingen’, vastgesteld in 2010 (nr. 210008297).
De huidige werkwijze wordt voor een groot deel doorgezet met deze lijst (MyCorsa: 2021.12359). De ambitie bestaat om de lijst aan te passen en wellicht ambitieuzer te maken naarmate de tijd en de opbouw van het definitieve omgevingsplan vordert. Jaarlijks evalueren wij met uw raad of er gevallen zijn die tot aanpassing moeten leiden. Voor de lijst van de drie onderdelen stonden aan de basis: 1.
2. 3. 4.
De huidige lijst Categorieën van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist (artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht) zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 16 december 2010 (Nr. 2010008297). De handreiking Adviesrecht gemeenteraad bij afwijkingen van het Omgevingsplan van de VNG (oktober, 2020). Expertise van de ambtelijke organisatie op basis van de huidige praktijk en de geest van de omgevingswet zoals uitgesproken in memorie van toelichting 33962 hoofdstuk 4.3.10. Bijlage II, artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht (kruimelregeling)
-3-
__________________________________________________________________________________
-4-