CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

13-10-2022 Bijlage 3. Plan van aanpak omgevingsvisie Loon op Zand 2040, vastgesteld 8 juli 2021.pdf

Raadsvergadering 13 oktober 2022, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over uitgangspuntennotitie en plan van aanpak participatie en communicatie omgevingsvisie Loon op Zand 20404.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan van aanpak

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040

Vastgesteld door de gemeenteraad van Loon op Zand d.d. 8 juli 2021.

Inhoudsopgave

1. 1.1 1.2

Aanleiding .....................................................................................................3 Waarom een omgevingsvisie? .......................................................................................... 3 Doel van de omgevingsvisie .............................................................................................. 3

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

De omgevingsvisie binnen de Omgevingswet ...............................................5 De rol van de raad .............................................................................................................. 5 Relatie met ander instrumentarium van de Omgevingswet ......................................... 5 Wat moet de omgevingsvisie in ieder geval bevatten? .................................................. 6 Wettelijke termijn en tijdspad Loon op Zand ................................................................... 7 Veranderopgave................................................................................................................... 7

3. 3.1 3.2 3.3

Kaders en samenhang ...................................................................................8 Bestaand beleid gemeente Loon op Zand ........................................................................ 8 Samenhang nationale- en provinciale omgevingsvisie en waterschapsverordening 8 Samenhang met de regio en regionale afspraken........................................................... 9

4. 4.1 4.2 4.3 4.4

Aanpak en stappenplan...............................................................................10 Fase 1: Bepalen uitgangspunten .....................................................................................11 Fase 2: Samenleving aan het woord ...............................................................................11 Fase 3: Uitwerken omgevingsvisie ..................................................................................11 Fase 4: Vaststellen omgevingsvisie ...............................................................................12

5. 5.1 5.2 5.3 5.4

Randvoorwaarden en risico’s .......................................................................13 Organisatie .......................................................................................................................13 Financiële middelen .........................................................................................................13 Planning .............................................................................................................................13 Risico’s ...............................................................................................................................14

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

-2-

1. Aanleiding 1.1

Waarom een omgevingsvisie? Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Het doel van deze wet is een samenhangende regelgeving om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving te realiseren. Deze wet kent zes instrumenten, waaronder de omgevingsvisie. Dit plan van aanpak vormt de eerste stap om te komen tot een Omgevingsvisie voor Loon op Zand. De komst van de Omgevingswet betekent een nieuw en ander systeem voor het omgevingsrecht. De Omgevingswet verplicht gemeenten om straks een vastgestelde Omgevingsvisie te hebben. Deze omgevingsvisie vervangt (onderdelen van de) verschillende beleidsstukken op het gebied van de fysieke leefomgeving en vormt het kader voor de omgevingsplannen en programma’s. Rijk, provincies en gemeenten stellen allemaal een omgevingsvisie op: een strategische visie voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De omgevingsvisie is een verplicht instrument voor de gemeente, maar is vormvrij (vergelijkbaar is de huidige structuurvisie). De raad maakt uiteindelijk dus zelf keuzes over ambities, thema’s en de tijdshorizon.

1.2

Doel van de omgevingsvisie De omgevingsvisie zet een stip op de horizon De nieuwe omgevingsvisie vormt onze integrale (middel)lange termijnvisie voor de fysieke leefomgeving. De visie maakt duidelijk wat de komende decennia de grote ruimtelijke uitdagingen zijn en hoe we daarmee omgaan. Het gaat om de hoofdlijnen van beleid die we later verder uitwerken in bijvoorbeeld programma’s, masterplannen, stedenbouwkundige plannen en uiteindelijk in het omgevingsplan. De omgevingsvisie is integraal We grijpen de kansen van de nieuwe Omgevingswet met beide handen aan om de verschillende beleidssectoren die bij de fysieke leefomgeving betrokken zijn goed op elkaar af te stemmen. Op die manier kunnen we in een vroeg stadium mogelijk strijdige belangen in kaart brengen. Maar ook kunnen we beleidsambities met elkaar verknopen. De omgevingsvisie is het eindproduct van brede participatie Mogelijk nog belangrijker dan het eindproduct zelf is de weg ernaar toe. Om te komen tot een gedragen omgevingsvisie werken we ‘van buiten naar binnen’ en zetten we participatie in, gericht op alle belanghebbenden in de samenleving. De omgevingsvisie daagt uit en nodigt uit We stellen een visie op die inwoners, ondernemers, ontwikkelaars en onze maatschappelijke partners uitdaagt om projecten te ontwikkelen die bijdragen aan de ambities in onze lokale samenleving.

Bij de uitwerking van de visie nemen we zoveel mogelijk een faciliterende rol aan.

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

-3-

De omgevingsvisie schept duidelijkheid In de omgevingsvisie worden duidelijke keuzes gemaakt, daarmee schept de visie de basis voor het gemeentelijk handelen en een verleidelijk perspectief voor (particuliere) initiatieven. Een heldere ruimtelijke koers draagt bij aan een gezond maatschappelijk en investeringsklimaat. Naast inhoudelijke duidelijkheid zetten we in op een goede raadpleegbaarheid door digitale ontsluiting.

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

-4-

2. De omgevingsvisie binnen de Omgevingswet 2.1

De rol van de raad In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad stelt de kaders en het strategisch beleid (omgevingsvisie) van de gemeente vast en toetst en controleert of het college van B&W het beleid volgens afspraak en naar tevredenheid heeft uitgevoerd. Wel krijgt het college van B&W meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en kan de gemeenteraad bijvoorbeeld besluiten om de bevoegdheid voor uitwerking van de visie en/ of vaststelling van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van B&W. De gemeenteraad is in dat licht nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het toezicht op het beleidsproces.

2.2

Relatie met ander instrumentarium van de Omgevingswet In de Omgevingswet is een aantal gemeentelijke instrumenten opgenomen die nodig zijn om het nieuwe omgevingsrecht goed te kunnen implementeren. Naast de omgevingsvisie zijn dit: • het omgevingsprogramma. • het omgevingsplan. • de omgevingsvergunning. OUD

NIEUW

Sectoraal beleid 1. Omgevingsvisie

Omgevingsprogramma

1. Omgevingsplan Bestemmingsplannen

Verordeningen

1. Omgevingsvergunning

Meldingsplicht / Vergunningsvrij Vergunningen

De omgevingsvisie vormt de basis voor verdere uitwerkingen in het omgevingsprogramma en omgevingsplan. Het omgevingsprogramma is gerelateerd aan de omgevingsvisie. In een programma legt het college van B&W vast hoe de doelen uit de omgevingsvisie worden bereikt. Een programma bevat maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Een deel van deze maatregelen kunnen ook weer landen in het omgevingsplan, als blijkt dat regulering een effectieve manier is om het doel te halen.

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

-5-

2.3

Wat moet de omgevingsvisie in ieder geval bevatten? In de Omgevingswet zijn elementen opgenomen, die in ieder geval terug moeten komen in de omgevingsvisie (artikel 3.2 Ow): • Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. • De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied. • De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving in te voeren integrale beleid (wat zijn de na te streven doelen en hoe worden die bereikt). Dit betekent dat de visie betrekking moet hebben op alle terreinen van de fysieke leefomgeving en dat de kernbegrippen uit de wet (gezondheid, duurzaamheid, veiligheid en omgevingskwaliteit) herkenbaar beschreven worden. De ‘fysieke leefomgeving’ is heel breed en omvat onder meer de beleidsterreinen cultureel erfgoed, energie-infrastructuur, landbouw, landschap, ruimtelijke ordening, gezondheid, milieu, natuur en water. Een omgevingsvisie bevat daarmee de hele breedte van de fysieke leefomgeving waarop de Omgevingswet betrekking heeft.

Bron afbeelding: Wijken van de Toekomst (AGEL adviseurs en Arbor Consultancy).

De omgevingsvisie is een samenhangende visie op strategisch niveau voor het hele fysieke domein van de gemeente. Het is dus géén optelsom van beleidsvisies voor de diverse domeinen. De omgevingsvisie geeft de doelen aan die we nastreven in het fysieke domein, het geeft richting aan ontwikkelingen zowel lokaal als regionaal en het geeft aan welke waarden we in Loon op Zand willen behouden en versterken.

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

-6-

Milieueffectrapportage (m.e.r.) Bij het opstellen van een omgevingsvisie is het opstellen van een plan-MER in beginsel verplicht. Dit is verplicht omdat de omgevingsvisie kaderstellend is voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten. Daarnaast zijn er mogelijk ook negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling moet dan worden opgesteld. Een plan-MER is dan ook verplicht. 2.4

Wettelijke termijn en tijdspad Loon op Zand In de Omgevingswet is vastgelegd dat gemeenten uiterlijk 1 januari 2025 een door de gemeenteraad vastgestelde omgevingsvisie moeten hebben. In Loon op Zand willen we niet wachten tot die tijd, maar streven we er naar in 2023 een vastgestelde omgevingsvisie te hebben, waarin we een doorkijk geven tot 2040.

2.5

Veranderopgave De Omgevingswet stimuleert een andere manier van werken en denken: • Van middel naar doel/opgave. • Van buiten naar binnen. • Van reguleren naar faciliteren. Deze omslag vraagt iets van medewerkers, management en bestuur. De principes vanuit de Omgevingswet passen in de organisatieontwikkeling die in Loon op Zand al in gang is gezet. De implementatie van de Omgevingswet herbevestigt, ondersteunt en versterkt dit proces.

Bij de omgevingsvisie werken we als pilot vanuit de organisatievisie via de methode Opgaven gestuurd werken (ofwel: opgavegericht werken). Opgaven gestuurd werken betekent dat alles wat je doet is gericht op het realiseren van concrete (maatschappelijke) opgaven. Effectief teamspel en samenwerking met andere partijen vormen de motor om dat te doen. De opgave staat centraal. Het is een gezamenlijke werkwijze om samen met het projectteam tot resultaat te komen.

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

-7-

3. Kaders en samenhang 3.1

Bestaand beleid gemeente Loon op Zand De gemeente Loon op Zand beschikt al over een groot aantal beleidsdocumenten en visies, waaronder de Structuurvisie Loon op Zand 2030. Het huidige beleid nemen we mee bij het opstellen van de omgevingsvisie. Structuurvisie Loon op Zand 2030 De huidige structuurvisie Loon op Zand 2030 dateert uit 2015 en is daarmee nog vrij recent. In de structuurvisie staat dat onze gemeente een ondernemende gemeente is en dat vanuit het verleden de schoen- en lederindustrie een belangrijke rol speelde, die in de loop der jaren is overgenomen door de recreatieve- en toeristische sector. De Efteling en Nationaal Park de Loonse en Drunense Duinen zijn grote trekkers. Daarnaast zijn er vele campings, kampeerboerderijen en een breed scala aan kleinschalige initiatieven. In de huidige structuurvisie zijn de verschillende belangen vanuit landschap, de kernen, recreatie en toerisme en de gemeenschap samengesmolten tot een integrale ontwikkelingsrichting voor de periode tot 2030. Er is ingezet op het benoemen van de eigen identiteit en het behouden en verbeteren van deze identiteit aan de hand van toekomstige ontwikkelingen: behoud door ontwikkeling. Er is ingesteld op een aantrekkelijke gemeente met een goede woon- en leefkwaliteit voor onze drie kernen. Maar bovenal een gemeente waar voor bewoners en toeristen voldoende te beleven is.

Overig bestaand beleid Naast de Structuurvisie Loon op Zand 2030 beschikken we over meer relevant beleid dat we in meer of mindere mate meenemen in de omgevingsvisie. Denk aan de Woonvisie 2016-2025 ‘Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar wonen in Loon op Zand’, Economisch-ToeristischeRecreatieve visie, het Integraal Beleid Openbare Ruimte (IBOR), Accommodatiebeleid en de Toekomstagenda. Voor het opstellen van de omgevingsvisie maken we een inventarisatie van ons huidige beleid.

3.2

Samenhang nationale- en provinciale omgevingsvisie en waterschapsverordening Bij het opstellen van de omgevingsvisie houden we rekening met de visies van andere bestuursorganen. Dit volgt uit het wettelijk zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Hiermee wordt bedoeld dat de gemeente in de visie moet laten zien dat de omgevingsvisies van andere bestuursorganen bij het opstellen van de gemeentelijke visie zijn betrokken en de inhoud daarvan bekend is. In de Omgevingswet wordt geen formele relatie gelegd tussen de omgevingsvisies van rijk, provincie en gemeente. Een omgevingsvisie is alleen bindend voor het bevoegd gezag dat de visie vaststelt. Als rijk en/of provincie willen dat hun visie doorwerkt in het beleid van gemeenten, dan moeten zij dit formeel regelen via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of via de provinciale omgevingsverordening. In de praktijk is er natuurlijk wel een relatie. De nationale en provinciale omgevingsvisies benoemen de onderwerpen die het Rijk en de provincie belangrijk vinden, en hoe zij daaraan uitvoering willen geven. Hiermee zijn deze visies vooral agenderend voor de gemeentelijke visie. Hierop aansluiten is als gemeente ook belangrijk om een beroep te kunnen doen op rijks- en provinciale middelen.

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

-8-

We betrekken bij het opstellen van de omgevingsvisie zowel de ambities uit de nationale omgevingsvisie (de NOVI) als uit de provinciale omgevingsvisie (de POVI). Beide visies zijn in 2020 vastgesteld. De uitwerking van het provinciale beleid wordt momenteel vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening, die in ontwerp gereed is. Hierin komen de belangrijkste ruimtelijke (spel) regels voor gemeenten. Het is dus erg belangrijk hier rekening mee te houden, omdat ze van invloed kunnen zijn op de haalbaarheid van onze ambities. Het waterschap heeft de mogelijkheid een waterverordening op te stellen die rechtstreeks doorwerkt naar inwoners en bedrijven. Het waterschap bereidt zich op drie sporen voor op de implementatie: kerninstrumenten (beleid, regelgeving, verordening), digitalisering (o.a. DSO) en anders werken (aanpassing processen, houding en gedrag). De aanpassing van de Keur naar de waterverordening is in 2021 gereed. 3.3

Samenhang met de regio en regionale afspraken We hebben de afgelopen jaren op allerlei domeinen afspraken gemaakt met (keten)partners en andere overheden. Denk aan afspraken over woningbouw(programmering), bedrijventerreinen, mobiliteit, maar ook al op ‘nieuwe’ thema’s zoals de regionale nota publieke gezondheid van de GGD. En de verwachting is dat de regio de komende jaren een nog grotere rol gaat spelen. Zowel vanuit het Rijk als vanuit de provincie krijgt de regio toenemende bevoegdheden voor de uitvoering van beleid. In de provinciale omgevingsverordening is vastgelegd welke afspraken er in regionaal verband (regio Hart van Brabant) gemaakt moeten worden. Tot op dit moment gaat het daarbij om regionale afspraken over woningbouw, bedrijventerreinen, detailhandel, kantoren en de mobiliteitsaanpak. Deze zullen een plek krijgen in de dit jaar op te leveren Regionale Omgevingsagenda (ROA). Daarnaast worden er binnen de regionale samenwerking ook op andere beleidsterreinen afspraken gemaakt, zoals de verblijfsaccommodatiemarkt. En voor sommige (sub)regionale opgaven wordt samengewerkt via integrale gebiedsontwikkelingen, onder andere voor de Loonse en Drunense Duinen en schil. Vanuit het Rijk hebben de regio’s de taak gekregen om een Regionale Energie Strategie (RES) te ontwikkelen. Binnen Hart van Brabant is daar ook de ‘K’ van Klimaatadaptatie aan toegevoegd.

Komende jaren gaat de inmiddels definitieve REKS in uitvoering. Ook wil het Rijk met de regio het komende jaar nadere afspraken maken over een aanvullende verstedelijkingsopgave. De regionale afspraken vormen dus belangrijke kaders voor onze omgevingsvisie en voor de uitwerking van de visie naar programma’s en plannen.

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

-9-

4. Aanpak en stappenplan In vier stappen naar een gedragen omgevingsvisie We bouwen in vier fases aan de omgevingsvisie: 1. Bepalen uitgangspunten 2. Samenleving aan het woord 3. Uitwerken omgevingsvisie 4. Vaststellen omgevingsvisie Participatie en communicatie In iedere fase besteden we aandacht aan participatie en communicatie. Door inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en partners vroegtijdig te betrekken, ontstaat een dialoog met de samenleving. Zo werken we aan draagvlak en herkenning in de volle breedte van de Loonse samenleving. Volgens de wet is participatie vormvrij en bepaal je als gemeente zelf hoe je participatie kleur en vorm geeft. We vinden drie aspecten van participatie belangrijk: • Samenhang brengen in uiteenlopende belangen. • Werken aan acceptatie van verschillende belangen. • Ruimte bieden aan participatie en de uitkomsten hiervan. Bij de invulling van de participatie gelden onderstaande uitgangspunten: • We benoemen per fase het doel, de grenzen van de inspraak, de kaders en de randvoorwaarden. Zo creëren we een helder proces met reële verwachtingen. Dit voorkomt teleurstellingen en onvrede. • We spannen ons extra in om doelgroepen te bereiken en te betrekken die normaal gesproken niet of nauwelijks belangstelling hebben voor dit onderwerp. Denk aan jongeren, drukbezette tweeverdieners of mensen met weinig vertrouwen in de overheid.

We verliezen de zogenaamde ‘usual suspects’ niet uit het oog, maar zetten hen waar mogelijk juist in om andere groepen te bereiken. • We zetten een breed palet aan instrumenten in om doelgroepen te bereiken. Van een poll op Facebook tot een ontwerpatelier. • We zoeken per thema uit de omgevingsvisie naar aanknopingspunten om de soms abstracte materie om te zetten naar concrete verhalen en beelden. Zo brengen we de omgevingsvisie tot leven. • We kunnen het niet iedereen naar de zin maken. Maar we kunnen wel alle belangen serieus nemen en erover in gesprek gaan. Met respect en oprechte interesse voor alle belangen werken we aan begrip en acceptatie, ook als de belangen tegengesteld zijn of niet ingevuld worden. • Bij het opstellen van de Toekomstagenda is relatief kort geleden gewerkt met brede participatie. Dat brengt het risico met zich mee dat de motivatie in de samenleving ontbreekt voor een nieuw breed participatietraject. We voorkomen deze participatiemoeheid door herkenbaar gebruik te maken van de opbrengst, kennis, ervaring en netwerken uit de Toekomstagenda. Anderzijds verhelderen we de verschillen met de omgevingsvisie. Zo heeft de omgevingsvisie een formele wettelijke status en kijkt de visie verder vooruit dan de Toekomstagenda: naar 2040. • We communiceren open, transparant en met regelmaat, ook als we er geen concreet nieuws is.

Zo voorkomen we onduidelijke radiostiltes en houden we de betrokkenheid vast.

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

- 10 -

4.1

Fase 1: Bepalen uitgangspunten Opstellen uitgangspuntennotitie In de op te stellen uitgangspuntennotitie vatten we de ambities vanuit ons bestaande beleid samen en presenteren we een nulmeting van onze fysieke leefomgeving. Die nulmeting doen we op basis van de data-analyse van de wijkscans van AGEL adviseurs. Ook geven we een inzicht in de belangrijkste vraagstukken en thema’s voor de toekomst. Daarnaast kijken we naar wat al is opgehaald in het verleden (denk aan de Toekomstagenda). Op basis hiervan gaan we een extern bureau werven om de omgevingsvisie op te stellen. Communicatie en participatie In deze fase maken we een stakeholderanalyse als onderdeel van de uitgangspuntennotitie. We doen dit per thema en voor de omgevingsvisie als geheel. Bij de stakeholderanalyse inventariseren we belangen van (groepen) inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en partners. Aan de hand hiervan maken we een plan van aanpak voor de participatie in fase 2. Ook starten we met brede communicatie over de omgevingsvisie en het proces. Rol van de raad De gemeenteraad stemt in met de uitgangspuntennotitie.

4.2

Fase 2: Samenleving aan het woord Deze fase draait om participatie. Met de uitgangspuntennotitie als paraplu gaan we in dialoog met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en partners over hun wensen en ideeën voor de omgevingsvisie. Op basis van de uitgangspuntennotitie uit fase 1 bepalen we samen met een extern bureau hoe we de participatie vorm gaan geven. Voorbeelden van participatiemiddelen in deze fase zijn: het inwonerspanel, ontwerpateliers, creatieve sessies, netwerkbijeenkomsten, straatinterviews, stands in wijkcentra, werkconferenties, online discussiegroepen, enzovoort. De opbrengst van deze fase vatten we samen in ‘Het verhaal van Loon op Zand.’ Hiermee creëren we een voor alle betrokkenen herkenbaar document met wensen, ideeën, belangen en dilemma’ s. Dit draagt bij aan een transparant proces. Rol van de raad In deze fase fungeert de raad als toeschouwer. We nodigen raadsleden uit voor bijeenkomsten en delen actief de opbrengst van enquêtes en interviews.

4.3

Fase 3: Uitwerken omgevingsvisie In deze fase werken we de eerste versie van de concept omgevingsvisie uit. Uitwerking koers tot concept omgevingsvisie We werken de strategische koers uit in een eerste concept omgevingsvisie, waarbij we aangeven hoe en waar we onze ambities willen realiseren. De diepte en reikwijdte van deze uitwerking bepalen we gaandeweg. Dit hangt onder meer af van de wens om een globale koers te bepalen of meer details vast te leggen. Waarschijnlijk maakt ook een milieueffectrapportage (m.e.r.) onderdeel uit van de omgevingsvisie.

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

- 11 -

Belangrijk is dat het eindproduct het begin inluidt voor een nieuwe manier van (samen) werken tussen overheid en inwoners. Dat betekent dat er ook aandacht moet zijn voor het organiseren van het vervolg op de omgevingsvisie binnen de gemeente: onder meer het omgevingsprogramma. Hoe dat proces zijn vervolg krijgt is onderdeel van deze fase. De visie kan in dat geval agenderend zijn voor een gezamenlijke agenda op wijk- en dorpsniveau. Communicatie en participatie Deze fase draait om communicatie over het proces. De fase start met een nieuwe stakeholderanalyse op basis van de ervaringen in de vorige fase. Deze leidt tot inzicht in welke doelgroepen op welke manier betrokken worden. Dit kan variëren van op de hoogte houden van de stappen tot een dialoog over de concept omgevingsvisie. Zo toetsen we de herkenbaarheid van de omgevingsvisie voor alle doelgroepen. Rol van de raad In deze fase is er geen formele rol voor de raad. Mogelijk vindt er een informele toetsing plaats, bijvoorbeeld in een beeldvormende raad. Hiernaast vindt er terugkoppeling plaats van de participatie. 4.4

Fase 4: Vaststellen omgevingsvisie Instemmen ontwerp omgevingsvisie en indien nodig ontwerp-MER door college Deze fase start met het aanbieden van de ontwerp omgevingsvisie en de ontwerp-MER aan het college. Ontwerp omgevingsvisie zes weken ter inzage voor zienswijzen Naast de participatie in de vorige fasen, krijgen inwoners en partners van de gemeente voor een periode van zes weken de gelegenheid om met een zienswijze te reageren op de ontwerp omgevingsvisie en ontwerp-MER. De bevindingen van de inspraak (zienswijzen) delen we met college en raad en kunnen leiden tot bijstelling van de visie. Vaststellen omgevingsvisie door raad De binnengekomen zienswijzen worden samen met de, eventueel aangepaste, ontwerp omgevingsvisie aangeboden aan de raad en vastgesteld. Op de visie is geen bezwaar en beroep mogelijk, omdat de visie alleen de gemeente zelf bindt. Na vaststelling van de definitieve visie, wordt deze gepubliceerd via het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) en communiceren we hierover via onze gemeentelijke kanalen. Communicatie en participatie In deze fase presenteren we de omgevingsvisie voor iedereen en informeren we alle betrokkenen over het proces.

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

- 12 -

5. Randvoorwaarden en risico’s 5.1

Organisatie De relevante afdelingen in onze organisatie betrekken we via (interactieve) werksessies bij het proces om te komen tot een omgevingsvisie. Daarnaast willen we zoveel mogelijk kennis, die buiten onze organisatie aanwezig is, delen met onze collega’s. De veranderopgave geven we vorm vanuit de implementatie van de omgevingswet over de volle breedte, dus ook via de lijn van de omgevingsvisie. In het proces van het opstellen van de visie gaan we daarom ook werken aan de veranderopgave. De betrokkenheid van het voltallige college en raad is onderdeel van het communicatie- en participatieproces, dat uiteindelijk leidt tot een vastgestelde en gedragen omgevingsvisie.

5.2

Financiële middelen Vanuit het project Omgevingswet is voor de omgevingsvisie een budget beschikbaar tot en met het jaar 2023 van in totaal € 260.000. Naar verwachting wordt dit budget voornamelijk ingezet voor: • Kosten inhuur stedenbouwkundig bureau. • Ureninzet ambtelijke organisatie. • Opstellen milieueffectrapport (MER). • Opstellen Omgevingsvisie. • Inzet participatie- en communicatiemiddelen.

5.3

Planning Planning op hoofdlijnen

2021 Q2

Q3

2022 Q4

Q1

Q2

Q3

2023 Q4

Q1

Q2

Q3

Fase 0 Vaststellen Plan van aanpak Fase 1 Omgevingsanalyse AGEL + inventarisatie bestaand beleid Uitgangspuntennotitie incl. stakeholderanalyse Aanbesteding werven extern bureau Fase 2 Samenleving aan het woord Fase 3 Bepalen koers Uitwerken koers tot concept omgevingsvisie en MER Fase 4 Ontwerp omgevingsvisie en ontwerpMER ter inzage Vaststellen omgevingsvisie en MER Publiceren omgevingsvisie

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

- 13 -

5.4

Risico’s In het proces tot aan een vastgestelde omgevingsvisie zijn risico’s te onderscheiden. In onderstaande tabel is aangegeven welke dat zijn en welke beheersmaatregelen we hierop zetten. Nr

Risico

Effect

Beheermaatregel

Te weinig ambtelijke capaciteit beschikbaar.

• Visie niet op tijd af. • Relevante beleidsonderdelen worden niet goed geïntegreerd in de visie. • Geen doorleefde en gedragen visie (en dus geen integraal uitvoerbaar beleid).

Tijdig signaleren bij opdrachtgever en oplossen. Uitgangspunt: eigen mensen worden hiervoor vrij gemaakt, andere klussen wachten of hier vindt inhuur op plaats.

2

Veranderopgave slaagt niet.

• Maatschappelijke opgave staat niet voorop. • We werken niet van buiten naar binnen. • Doelmatige inzet mensen en middelen lukt niet. • We blijven reguleren i.p.v. faciliteren • Beleid blijft sectoraal. • We maken geen keuzes. • (Digitale) dienstverlening blijft achter.

Cultuuraspect is taai. Traject voor organisatieontwikkeling consequent doorzetten: • Leiderschap • Aanspreken • Coachen • Consistent gedrag door de hele organisatie.

3

Er lopen teveel communicatie- en participatiesporen / verschil met Toekomstagenda is onvoldoende helder.

• Verwarring bij externe partners. • Draagvlak voor deelname neemt af. •Imago: gemeente komt niet professioneel en overtuigend over.

Scherpe analyse en bewaking van externe sporen. Doel, doelgroep en aanpak helder maken voor alle communicatie- en participatieactiviteiten en deze op elkaar afstemmen. Nadruk op formele status van de visie.

4

Omgevingsvisie is te abstract om animo te krijgen voor participatie.

• Draagvlak voor deelname neemt af.

Nadruk op formele status van de visie.

5

Inventarisaties en onderzoeken (o.a. MER) kosten meer tijd.

• Visie niet op tijd af.

Sturing op planning. Bij vertraging op tijd signaleren en planning aanpassen.

6

Onzekerheid over doorgaan / uitstel van de omgevingswet.

• Bij aanpassingen van de omgevingswet zijn bepaalde thema’s wellicht niet op de juiste wijze opgenomen in de visie.

Op ontwikkelingen vanuit het Rijk hebben we als gemeente geen invloed.

1

Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 | Plan van aanpak

- 14 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=cf1a6d7c-8110-4445-9193-cb69dd5fc54c