CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

13-10-2022 Bijlage 2. Verordening inrichting antidiscriminatievoorziening 2019 – 2021 gemeente Loon op Zand.docx

Raadsvergadering 13 oktober 2022, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Verordening gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Loon op Zand 2022924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening inrichting antidiscriminatievoorziening 2019 - 2021 gemeente Loon op Zand Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Wet: de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. 2. Besluit: het Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. 3. De antidiscriminatievoorziening: antidiscriminatievoorziening als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. 4. Klacht: klacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de wet. 5. Klachtbehandelaar: klachtbehandelaar als bedoeld in artikel 1 van het besluit. 6. Klager: Klager als bedoeld in artikel 1 van het besluit. 7. Ingezetene: ingezetene als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet. Artikel 2 Zorgplicht college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders biedt de ingezetenen toegang tot een antidiscriminatievoorziening. Artikel 3 Inrichting antidiscriminatievoorziening Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval de deskundigheid van klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de voorziening gewaarborgd. 1. De antidiscriminatievoorziening draagt er zorg voor dat de klachtbehandelaars voldoen aan de voor klachtenbehandeling vereiste deskundigheid en biedt de klachtbehandelaars de mogelijkheid hun deskundigheid te onderhouden en verder te ontwikkelen. 2.

De klager heeft in ieder geval de mogelijkheid om een klacht te melden: - Per post; - Per e-mail; - Telefonisch; - Op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie als bedoeld in artikel 4 van deze verordening. Artikel 4 Laagdrempeligheid antidiscriminatievoorziening 1. Ingezetenen worden in de gelegenheid gesteld een klacht in hun directe leefomgeving te melden. 2. Gemeenten die aansluiting hebben bij een regionaal antidiscriminatiebureau kunnen overeenkomen dat deze melding op een locatie in de betreffende gemeente kan plaatsvinden. 3. Het college draagt zorg voor de deskundigheid van de medewerkers die deze meldingen op adequate manier opneemt en doorverwijst. 4. Klager wordt door de medewerkers doorgeleid naar de antidiscriminatievoorziening. Artikel 5 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2019. Artikel 6 Citeertitel Deze verordening kan aangehaald worden als: verordening inrichting anti-discrirminatievoorziening 2019 - 2021 gemeente Loon op Zand Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 20 september 2018.

De raad voornoemd, voorzitter, griffier,

Toelichting Algemeen Artikel 1 van de wet legt het college van burgemeester en wethouders op om toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening. Zie ook de toelichting bij artikel 2 van deze verordening. Artikel 2, tweede lid, van de wet wordt opgedragen dat de gemeenteraad stelt “met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet bij verordening regels vast omtrent de inrichting van de antidiscriminatievoorziening , bedoeld in artikel 1, en de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a.” De wet is als bijlage toegevoegd aan deze verordening. De wet is nader ingevuld in een Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld op 16 september 2009, het Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorziening. Nu veel van de nadere invulling die de wet behoeft is geregeld in het besluit, kan deze verordening beknopt blijven. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Deze bepaling behoeft geen toelichting. Artikel 2 Zoals in het algemene deel van deze toelichting al aangegeven, is deze zorgplicht opgenomen in artikel 1 van de wet. In wetstechnische zin is het dan ook niet noodzakelijk om deze hier te herhalen. Er is voor gekozen om dat wel te doen, nu deze zorgplicht zozeer de kern van deze regelgeving uitmaakt, dat het opnemen ervan sterk bijdraagt aan de begrijpelijkheid van deze verordening.

Artikel 3 Met deze bepaling wordt nader invulling gegeven aan artikel 3 van het besluit, dat luidt: “Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval de deskundigheid van de klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de antidiscriminatievoorziening gewaarborgd”. Ook op de verantwoordelijkheid met de omgang met gegevens zal worden toegezien. Er is gekozen voor een minimale invulling om gemeenten en antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor maatwerk. De antidiscriminatievoorziening dient aan te geven of ze beschikt over een opleidingprotocol waar klachtbehandelaars gebruik van kunnen maken. Ook moet worden aangegeven hoe vaak van behandelaars wordt verwacht aan een opleiding deel te nemen. Het landelijke expertisebureau van Art.1 kan de opleidingen en cursussen verzorgen. De gemeente draagt er zorg voor dat de burger zich zowel fysiek als niet- fysiek kan melden. De mogelijkheid om zich fysiek op locatie te kunnen melden betekent tevens dat een burger redelijkerwijs op de hoogte kan zijn waar hij of zij terecht kan om te melden. De gemeente draagt zorg voor de aanwezigheid van een locatie. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een bestaande balie (zie ook de toelichting bij artikel 5).

Uiteraard kan ook worden afgesproken dat de antidiscriminatievoorziening op locatie aanwezig is, zodat klachten direct bij de voorziening kunnen worden ingediend. Bij niet-fysiek wordt verstaan dat de mogelijkheid bestaat voor de burger via sms, telefoon (0900 landelijk en 0900 ADV), brief of email om de klacht te melden of in te dienen. Ook hier geldt dat op de gemeente een zorgplicht rust om ervoor zorg te dragen dat burgers kennis kunnen nemen van deze mogelijkheden.

Artikel 4 De wet vermeldt dat de antidiscriminatievoorziening zich in de leefomgeving van burgers moet bevinden. De memorie van toelichting geeft aan dat het gemeenten vrij staat om daar op een praktische wijze invulling aan te geven. De voorziening hoeft dan ook niet in de gemeente zelf aanwezig te zijn. Een gemeente kan zich bijvoorbeeld aansluiten bij een (bestaande) regionale antidiscriminatievoorziening. Ook kan de gemeente aansluiting zoeken bij het regionaal discriminatieoverleg (RDO) waar politie, openbaar ministerie en antidiscriminatievoorzieningen overleg voeren over discriminatie incidenten en deze in zaaksoverzichten opnemen. Voor de nodige laagdrempeligheid kan dan worden gezorgd door een doorverwijsfunctie of meldpunt te creëren bij bestaande gemeentelijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een loket burgerzaken of WMO-loket. Artikel 5 Deze bepaling behoeft geen toelichting Artikel 6 Deze bepaling behoeft geen toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=d70103b0-f052-4d90-94a3-fe3d0e0afeab