CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1.a Verordening maatschappelijke ondersteuning Loon op Zand 2024

Raadsvergadering 8 februari 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vaststellen Wmo verordening 202420.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Tweede graad’s bloedverwanten zijn: • grootouders; • kleinkinderen; • broers en zussen.

Hoofdstuk 5 Bijdragen Artikel 5.1 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb ’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Dit artikel geeft uitvoering aan de artikel 2.1.4, eerste tot en met derde en zevende lid, en 2.1.5, eerste lid van de wet. De wet maakt een onderscheid tussen de bijdragen in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, waarbij sprake is van een duurzame

44

hulpverleningsrelatie tussen degenen aan wie een voorziening wordt verstrekt en de hulpverlener enerzijds en algemene voorzieningen waarbij geen sprake is van een dergelijke duurzame hulpverleningsrelatie anderzijds. Voor maatwerkvoorzieningen en pgb’s en voor bij verordening aangewezen voorzieningen gold in 2023 het abonnementstarief van in totaal maximaal € 19,00 per maand. In het landelijke Besluit maatschappelijke ondersteuning worden regels vastgesteld met betrekking tot deze bijdragen. Per 2024 is de eigen bijdrage geïndexeerd en is het bedrag maximaal € 20,60 per maand. De bijdragen in de kosten voor maatwerkvoorzieningen en pgb’s bedragen nooit meer dan de kostprijs van de voorziening. Het CAK stelt de eigen bijdrage vast en int deze. De wet maakt een uitzondering voor de kosten van (collectief) vervoer, zowel in de vorm van een maatwerkvoorziening als in de vorm van algemene voorziening. In artikel 5.1.5 is aangegeven dat voor het (collectief) vervoer afwijkende tarieven gelden en niet onder het abonnementstarief valt. Artikel 5.2 Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Voor een algemene voorziening waarbij geen sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie mag de gemeente de hoogte van de eigen bijdrage zelf bepalen tot maximaal de kostprijs.

Hoofdstuk 6 Toezicht en handhaving Artikel 6.1 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering In dit artikel zijn regels opgenomen ter bestrijding van het onterecht ontvangen van een maatwerkvoorziening of PGB alsmede misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Dit artikel is tevens van toepassing op de algemene voorziening zoals bedoeld in artikel 3.1 van deze verordening. Bij verhuizing is de gemeente van de nieuwe woonplaats verantwoordelijk voor het verstrekken van een Wmo voorziening. Als daar een nieuwe voorziening wordt toegekend wordt de voorziening verstrekt door (op kosten van) de gemeente Loon op Zand terug gegeven aan de gemeente Loon op Zand. Bij een pgb kan de voorziening verstrekt door Loon op Zand verkocht worden en kan het restbedrag teruggevorderd worden. Een voorziening wordt toegekend aan een individueel persoon. Bij overlijden vervalt de noodzaak tot die voorziening. Bij een zorg in natura voorziening wordt deze teruggegeven aan de gemeente. Bij een pgb kan die verkocht worden en kan het verkregen bedrag teruggevorderd worden. Deze maatregelen zorgen voor gelijke behandeling van Wmo cliënten ongeacht de leveringsvorm van de voorziening. Ook helpt het bij het beheersbaar houden van de Wmo uitgaven.

Artikel 6.2 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s Dit artikel is grotendeels een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.3, vierde lid, van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval regels worden gesteld voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een pgb, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Op grond van artikel 2.3.9 van de wet moet het college periodiek onderzoeken of er aanleiding is om een besluit tot verstrekking van een maatwerkvoorziening of toekenning van een pgb te heroverwegen. Soms bestaat er echter twijfel over de kwaliteit, doelmatigheid en rechtmatigheid van geleverde ondersteuning, het onderzoek in het kader van artikel 2.3.9 van de wet biedt dan onvoldoende houvast om hier goed naar te kijken. Daarom is artikel 6.2 toegevoegd. Op grond van deze bepaling moet het college in aanvulling op het onderzoek overeenkomstig artikel 2.3.9 van de wet ook periodiek, al dan niet steekproefsgewijs onderzoeken of de verstrekte maatwerkvoorzieningen in natura en pgb’s worden gebruikt, respectievelijk besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze zijn verstrekt, of de besteding op een rechtmatige manier gebeurt en of de geleverde ondersteuning van goede kwaliteit is.

Een onderzoek kan zowel betrekking hebben op het handelen van een cliënt of pgb-houder, als op de ondersteuningsverlening door een aanbieder. Het onderzoek kan onder meer

45

bestaan uit: dossieronderzoek, bezoek aan de cliënt, bezoek aan de locatie waar de cliënt ondersteuning krijgt en gesprekken met de aanbieder. Artikel 6.3 Opschorting betaling uit het pgb Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, vierde lid, van de wet, in combinatie met artikel 2, vierde lid, aanhef en onder e, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, en wordt beoogd misbruik en oneigenlijk gebruik van pgb’s te bestrijden. In bepaalde gevallen is (tijdelijke) opschorting van een betaling uit het pgb naar aanleiding van een declaratie een beter instrument dan beëindiging of weigering (op grond van artikel 2, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015) of zelfs intrekken of herzien van het verleningsbesluit (op grond van artikel 2.3.10 van de wet). Middels opschorting kan ruimte geboden worden voor herstelmaatregelen of nader onderzoek. Bijvoorbeeld als het gaat om de overeenkomsten die de budgethouder is aangegaan of bij herziening van de toekenningbeschikking. Om deze redenen is de mogelijkheid voor het college om de SVB te verzoeken over te gaan tot opschorting aan de verordening toegevoegd.

Het college kan een verzoek enkel doen als een ernstig vermoeden is gerezen dat: 1) de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, 2) de cliënt niet voldoet aan de aan het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden, of 3) de cliënt het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt. Van de onder 2 genoemde omstandigheid is ook sprake als de cliënt niet langer voldoende in staat is op eigen kracht, dan wel met hulp uit zijn sociaal netwerk of van zijn vertegenwoordiger, de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren, en als niet langer is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. Uiteraard moet het college het verzoek goed motiveren en – met inachtneming van de daarvoor geldende regels – de SVB van voldoende informatie voorzien op grond waarvan de SVB over kan gaan tot deugdelijke besluitvorming ten aanzien van het al dan niet nemen van een besluit tot opschorting. Verder kan er voor ten hoogste dertien weken worden opgeschort. Hierbij is aansluiting gezocht bij de termijn zoals deze ook wordt gehanteerd in artikel 4:56 van de Awb en onder de Wlz.

Op grond van het tweede lid kan het college de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 15, derde lid, onder d. Deze bepaling is toegevoegd omdat het voor kan komen dat een cliënt tijdelijk geen gebruik van een maatwerkvoorziening of pgb kan maken door (tijdelijke) opname in een instelling. In dat geval kan het praktischer zijn de maatwerkvoorziening of het pgb tijdelijk op te schorten. Het college stelt de pgbhouder schriftelijk op de hoogte van dit verzoek. Zie artikel 6:3 van de Awb: voorbereiding op eventueel intrekken of herzien.

Hoofdstuk 7 Kwaliteit en klachten Artikel 7.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning In dit artikel zijn de kwaliteitseisen opgenomen voor aanbieders ten behoeve van een goede kwaliteit van voorzieningen en deskundigheid van beroepskrachten. Het college kan tevens nadere regels stellen op het gebied van kwaliteit voor te verstrekken pgb’s. Het college ziet toe op naleving van de eisen door periodieke overleggen, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. De basiseisen kwaliteit aanbieder zijn opgenomen in de raamovereenkomsten die afgesloten zijn op basis van regionale of lokale aanbesteding en contractering.

46

Twee maal per jaar vinden gesprekken (voorjaarsoverleg en najaarsoverleg) plaats met aanbieders conform raamovereenkomst.

Artikel 7.2 Verhouding prijs en kwaliteit voorzieningen door derden In dit artikel is opgenomen met welke factoren het college rekening houdt bij het vaststellen van tarieven voor door derden te leveren diensten ten behoeven van een goede prijs-kwaliteit verhouding. Artikel 7.3 Waardering voor mantelzorgers Artikel 2.1.6 van de wet stelt dat het moet gaan om mantelzorgers van cliënten in de gemeente. De woonplaats van de cliënt is bepalend, het kan dus ook mantelzorgers betreffen die in andere gemeenten wonen. Het gaat hierbij ook om mantelzorgers van cliënten die een hulpvraag hebben aangemeld, ook al is daar geen voorziening op basis van de wet uitgekomen. Het college moet zorgdragen voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van haar cliënten. Het college stelt jaarlijks de minimaal waarde van de blijk van waardering vast. Het college heeft mantelzorgbeleid vastgesteld. Artikel 7.4 Meldingsregeling calamiteiten en geweld De aanbieder heeft op grond van de wet een meldingsplicht bij de gemeentelijke toezichthouder. Daarnaast zullen meldingen over incidenten, calamiteiten en geweld ook in het kader van het contractmanagement onderwerp van gesprek zijn. Artikel 7.5 Klachtregeling Aanbieders van voorzieningen moeten beschikken over een interne klachtregeling.

Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de aanbieder om de cliënt te informeren over het bestaan van de klachtenregeling. In de contracten met de aanbieder worden eisen vastgelegd die van belang zijn om de klachtenregeling goed te kunnen laten functioneren. Artikel 7.6 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning Aanbieders van maatwerkvoorzieningen in de vorm van dienstverlening, opvang of beschermd wonen moeten beschikken over een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn. Het college ziet toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door het voeren van periodieke overleggen met de aanbieders en door een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 7.7 Bezwarenprocedure Het college heeft in 2018 regels opgesteld omtrent een extern persoon voor hoorcommissie bezwaren binnen het sociaal domein.

Hoofdstuk 8 Inspraak Artikel 8.1 Betrekken van ingezetenen bij beleid Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, derde lid, van de wet.

47

In lid 1 wordt verwezen naar de door gemeente vastgestelde inspraakverordening ter waarborging van eenzelfde inspraakprocedure voor het Wmo-beleid als op andere terreinen. De inspraak geldt voor alle ingezetenen, omdat iedereen op enig moment aangewezen kan raken op ondersteuning. Artikel 8.2 Evaluatie Het gemeentebestuur streeft er naar het gevoerde beleid eenmaal per 4 jaar te evalueren.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen Artikel 9.1 Hardheidsclausule Juist omdat het in de Wmo om maatwerk gaat zal het college er niet aan ontkomen om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan in normale omstandigheden te verwachten is. Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer persoonlijke beoordeling. Als desondanks die zeer persoonlijke afweging toch nog sprake is van een niet billijke situatie is de hardheidsclausule een vangnet. Daarbij kan de aanvrager ook een beroep doen op deze hardheidsclausule. Wordt de hardheidsclausule vaker voor één onderwerp gebruikt dan kan men zich afvragen of het beleid terzake niet aangepast zou moeten worden. Artikel 9.2 Voorwaarden In dit artikel wordt bepaald dat er aan het verstrekken van voorzieningen voorwaarden verbonden mogen worden. Artikel 9.3 Beleidsregels In dit artikel wordt bepaald dat beleidsregels worden vastgesteld. De beleidsregels bevatten richtlijnen over de uitvoering van deze verordening. Artikel 9.4 Indexering Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 9.5 Intrekkingen oude verordening en overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht op gemeentelijk niveau geregeld. Bestaande rechten lopen door, totdat een nieuwe beoordeling heeft plaatsgevonden.

In het derde lid is als hoofdregel opgenomen dat aanvragen die nog bij het college in behandeling zijn, op grond van deze verordening beoordeeld zullen worden. Omdat dit nadelige gevolgen voor de cliënt kan hebben, is in het vierde lid bepaald dat de vorige verordening gebruikt mag worden, als dit evident voordeliger is voor de cliënt. Dit ter voorkoming dat de cliënt gedupeerd is als zijn aanvraag enige tijd bij het college in behandeling is geweest en zijn rechtspositie door het tijdsverloop wordt aangetast. Dezelfde regeling is voor de bezwaarfase opgenomen in het zesde lid.

48

Artikel 9.6 Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze verordening en de wijze waarop deze wordt geciteerd. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van gemeente Loon op Zand op 8 februari 2024.

de griffier,

de voorzitter,

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=5f80028d-06f1-4aa2-855e-1d9239573320