11-07-2022 Bijlage 2. Bijlagen bij de toelichting ontwerpbestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
CPO De Hoge Mast
bestemmingsplan CPO De Hoge Mast
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Stedenbouwkundige schets
4
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
6
Bijlage 3
AERIUS depositieberekening gebruiksfase
25
Bijlage 4
Ecologische quickscan
32
Bijlage 5
Archeologisch onderzoek
68
Bijlage 6
Boom Analyse Rapport - Brouwers
109
Bijlage 7
Boom Analyse Rapport - Pius Floris
131
Bijlage 8
Bodemonderzoek
144
Bijlage 9
Memo spuitzones
211
Bijlage 10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
220
Bijlage 11
Verslag omgevingsdialoog 04-2021
257
Bijlage 12
Verslag Omgevingsdialoog 10-2021
264
Bijlage 13
Verslag vooroverlegreacties
271
Bijlage 14
Nota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen
275
2
bestemmingsplan "CPO De Hoge Mast" (ontwerp)
bestemmingsplan CPO De Hoge Mast
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan "CPO De Hoge Mast" (ontwerp)
3
bestemmingsplan CPO De Hoge Mast
Bijlage 1 Stedenbouwkundige schets
4
bestemmingsplan "CPO De Hoge Mast" (ontwerp)
bestemmingsplan CPO De Hoge Mast
Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan
6
bestemmingsplan "CPO De Hoge Mast" (ontwerp)
Beeldkwaliteitsplan CPO De Hoge Mast Kloosterstraat-Ruilverkavelingsweg-Ecliptica Loon op Zand
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Algemeen Het projectgebied is gelegen aan de Kloosterstraat, Ruilverkavelingsweg en Ecliptica aan de Oostelijke rand van de kern Loon op Zand. Over de bestemming van het betreffende terrein voor woningbouw en de gewenste woningtypologie bestaat geen verschil van inzicht: Het is wenselijk het gebied te transformeren naar een woongebied voor een CPO-project.
Indicatie projectgebied
De cruciale vraag tijdens het voortraject was of de Ruilverkavelingsweg kan worden gebruikt ter ontsluiting van de vier woningen aan de oostzijde. De wijze van verkavelen en inrichten van het terrein volgt uit de beantwoording van de eerste vraag. Vervolgens is de te bereiken beeldkwaliteit een belangrijk aspect. Mede vanwege de eerder in het lange voortraject gemaakte keuzes blijkt de verkavelingsvariant met vier vrijstaande woningen aan de oostzijde en met de Ruilverkavelingsweg als ontsluiting de meeste kans op een breed gedragen oplossing te bieden. Deze randvoorwaarden kunnen dienen als uitgangspunt om een beeldkwaliteitsplan en een inrichtingsplan voor het plangebied op te stellen. Deze stukken dienen te waarborgen dat de verdere ontwikkeling tot een duurzame en functionele ruimtelijke kwaliteit zal leiden. Het beeldkwaliteitsplan en het inrichtingsplan, alsmede de verdere uitwerking van het ontwerp, zijn door de stedenbouwkundige en de CRK (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit) van de gemeente Loon op Zand besproken en getoetst. Het zal integraal onderdeel uitmaken van het op te stellen bestemmingsplan voor dit project.
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Randvoorwaarden
1 Voor het plan worden een beeldkwaliteitsplan (m.b.t. de vorm en proportie van de bouwmassa’s en de toegepaste materialen en kleuren) en een inrichtingsplan (m.b.t. inpassing groenelementen, profilering en materialisatie Ruilverkavelingsweg) opgesteld. De genoemde aspecten worden in de plannen beschreven en op nader te overleggen wijze vastgelegd. 2 De Ruilverkavelingsweg kan als ontsluiting voor de vier oostelijke kavels gebruikt worden, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan; o Geen opstelplaatsen voor auto’s in de voortuinen (1e opstelplaats mogelijk tussen de woningen, mogelijke 2e opstelplaats van zij- of achterzijde kavel bereikbaar maken) o Zo smal mogelijke opritten naar de kavels (breedte max 4-4.2m) o Bestrating van de Ruilverkavelingsweg zo informeel mogelijk (klinkers, breedte ca. 3,5m, onverharde berm) *) o Voortuindiepte minimaal 5m (rooilijn per woning ca. 1m laten verspringen, tussen 5 en 6m) 3 De doorsteek vanaf de Kloosterstraat dient geen eenvormig doorlopend profiel te krijgen. Na de oprit van de hoekwoning is alleen een informeel looppad nodig, gevat in een groene inrichting. 4 De dubbele woning aan de Kloosterstraat en de doorsteek dient specifiek ontworpen te worden met een woonprogramma dat naar de Kloosterstraat en naar het middengebiedje is georiënteerd. (geen garage aan de zijkant maar bv.
woonkeuken of zithoek), hetgeen ook in de massavorm en kaprichting tot uiting kan komen. 5 De zuidelijke dubbele woning dient ook specifiek op de situatie te worden ontworpen, niet als generieke ‘tweekapper’ 6 Voor de massavorm van de woningen is de voorwaarde dat de woningen voorzien zijn van kappen, die bepalend zijn voor het straatbeeld (dus in principe een lagere goothoogte, tot 4,5m, met een mogelijke uitzondering voor een mansardekap of verticale pannen boven de goot; deze oplossing zou in de dorpsrand dan slechts 1 keer mogen voorkomen. 7 De bouwmassa’s aan de oostzijde dienen los van elkaar te blijven en niet aan elkaar vast te groeien 8 Het plan zal een bepaalde samenhang in karakter en kenmerken moeten krijgen, zodat elke CPO-deelnemer binnen die samenhang zijn eigen wensen kan realiseren.
Het inrichtingsplan met totaaloverzicht volgt op volgende pagina. Verderop in het document zullen de diverse deelgebieden worden toegelicht:
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Deelgebieden
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Deelgebied 1a - Besloten erf, openbare ruimte De doorsteek vanaf de Kloosterstraat dient geen eenvormig doorlopend profiel te krijgen. Na de oprit van de hoekwoning aan de Kloosterstraat is alleen een informeel looppad nodig, gevat in een groene inrichting. Hiertoe wordt aan de tegenover de woningen gelegen zijde een border/groenvak gecreëerd. De precieze inrichting van de border wordt in overleg met de afdeling groen bepaald. Het pad tussen Kloosterstraat en plangebied wordt uitgevoerd in betonklinker grijs genuanceerd (dikte af te stemmen op gebruik) aansluitend op voetpad Kloosterstraat. De bermen worden uitgevoerd in gras met ter plaatse van de uitritten grasbetontegels. De parkeervakken voor algemeen gebruik worden uitgevoerd in grasbetontegels Op de westelijke rand van het plangebied wordt een gaashekwerk geplaatst dat zal begroeien met een groenblijvende klimplant (hedera en/of wingerd. De overgang van openbare ruimte naar voortuinen worden uitgevoerd als beukenhaag 1-1,2m. De verharding van de nieuw aan te leggen weg zal worden uitgevoerd in een betonklinker met kleurechte toplaag in een zand-/bronskleur. Eea nader uit te werken in het infraplan.
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
impressie massabeeld overzicht middengebied
Impressie massabeeld toegang vanaf Kloosterstraat
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Deelgebied 1b - Besloten erf, woningen De dubbele woning aan de Kloosterstraat en de doorsteek dient specifiek ontworpen te worden met een woonprogramma dat naar de Kloosterstraat en naar het middengebied is georiënteerd. (geen garage aan de zijkant maar bv. woonkeuken of zithoek), hetgeen ook in de massavorm en kaprichting tot uiting kan komen. Deze woningen zullen er zoals het er nu naar uitziet worden ingevuld als levensloopbestendige woning. De zuidelijke dubbele woning dient ook specifiek op de situatie te worden ontworpen, niet als generieke ‘tweekapper’. Deze woningen zullen er zoals het er nu naar uitziet worden ingevuld als eengezinswoning. Voor de massavorm van de woningen is de voorwaarde dat de woningen voorzien zijn van kappen. Maximale goot- en bouwhoogte voor deelgebied 1 sluit aan bij de uitgangspunten van de systematiek ‘kom Loon op Zand’, resp. 6m en 11m. Oriëntatie van de kappen niet vastgelegd. Tussen de woningen is een CPO veld gelegen dat in eigendom en beheer blijft van de vereniging. Dit wordt uitgevoerd als grasveld met evt. een boom (met bank) of speeltoestel. Over het veld loopt een pad in half verharding (gralux og) om de woningen aan de ruiverkavelingsweg te kunnen bereiken. Op de noordelijke rand van het plangebied wordt een gaashekwerk geplaatst dat zal begroeien met een groenblijvende klimplant (hedera en/of wingerd).
Deze schermt de achtertuinen af van de openbare ruimte en sluit aan op de gemeentelijke groenstrook met daarin te behouden bomen met structuurwaarde. Tevens zullen de erfscheiding tussen de woningen als gaashekwerk met begroeiing worden uitgevoerd. De overgang van openbare ruimte naar voortuinen worden uitgevoerd als beukenhaag 1-1,2m.
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
impressie massabeeld middengebied va ecliptica
impressie massabeeld ooghoogte middengebied, besloten erf
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Deelgebied 2a – Open rand, woningen De Ruilverkavelingsweg kan als ontsluiting voor de vier oostelijke kavels gebruikt worden, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan; Woningen worden opgenomen in de groene omranding van het dorp. Er wordt een integraal ontworpen voorgebied gecreëerd om dit concept te versterken op basis van losse hagen, gemengde borders, grasvlakken en solitaire struiken. Het ontwerp is opgenomen in dit beeldkwaliteitsplan. Er zijn geen opstelplaatsen voor auto’s in de voortuinen. (1e opstelplaats mogelijk tussen de woningen, mogelijke 2e opstelplaats is opgenomen in de openbare parkeergelegenheid. Voortuin diepte minimaal 5m (rooilijn per woning ca. 1m laten verspringen, tussen 5 en 6m). De erfscheidingen tussen de woningen zullen als gaashekwerk met begroeiing (hedera/wingerd) worden uitgevoerd. Voor de massavorm van de woningen is de voorwaarde dat de woningen voorzien zijn van kappen, die bepalend zijn voor het straatbeeld (dus in principe een lagere goothoogte, tot 4,5m, met een mogelijke uitzondering voor een mansardekap of verticale pannen boven de goot; deze oplossing zou in de dorpsrand dan slechts 1 keer mogen voorkomen. Oriëntatie van de kappen niet vastgelegd. De bouwmassa’s aan de oostzijde dienen los van elkaar te blijven en niet aan elkaar vast te ‘groeien’.
Hiertoe dient tussen de woningen een bebouwingsvrije zone van 2,5m (2x 1,25m) te worden vrij gehouden. Tevens zal hiertoe een eventue(e)l(e) carport of bijgebouw resp. 1 en 3m worden teruggeplaatst ten opzichte van de voorgevel (rooilijn).
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Impressie massabeeld rand gezien vanaf fietsstraat
impressie massabeeld woningen in rand overview
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Voorstel inrichting voorgebied
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Deelgebied 2b – Open rand, openbare ruimte De Ruilverkavelingsweg blijft zo dicht mogelijk bij het bestaande karakter, namelijk het ‘recreatieve ommetje’ rond het dorp. Zo smal mogelijke op-/uitritten ontsluiten de kavels (breedte max 4-4.2m) in de oostelijke rand, in overleg met de afdeling infra worden deze uitgevoerd als duiker met talud en groene aankleding. De bestrating op de duiker zal in een betonklinker in genuanceerd grijze kleur worden uitgevoerd en zo een verbinding leggen tussen de weg en de kavels. De bestrating van de Ruilverkavelings-weg wordt zo informeel mogelijk uitgevoerd: Kleurvaste beton klinkers in een zand/bronskleur ntb, de breedte zal ca. 3,5m bedragen. Aan beide zijden van de weg zal een strook grasbetontegels worden toegepast tbv de functionaliteit van de weg. Groene bermen blijven groen met daarin een opwaardering van bestaande watergangen/sloten.
Profiel ruiverkavelingsweg
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
impressie sfeer/profiel Ruilverkavelingsweg (massabeeld woningen)
impressie Ruilverkavelingsweg- massabeeld woningen in groene dorpsrand
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Vormgeving, kleur- en materiaalgebruik
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
Deelgebied 1 & 2 De dubbele woningen in deelgebied 1 worden specifiek ontworpen met een woonprogramma dat naar de Kloosterstraat/Ecliptica én naar het middengebied is georiënteerd. Dit aspect kan ook in de massavorm en kaprichting tot uiting komen. In de bestaande groene omranding worden aan de ruilverkavelingsweg een 4-tal vrijstaande woningen geintegreerd (deelgebied 2). Er is ter plaatse sprake van een integraal ontworpen voorgebied ter versterking van de bestaande kwaliteiten. De orientatie van de daken (kaprichting) is nog niet bepaald. Ten behoeve van de aansluiting bij de bestaande bebouwingskarakteristiek van de kern Loon op Zand, wordt een dakhelling tussen de 35 en 60 graden voorgesteld. De woningen hebben veelal een donkere basiskleur(rood/bruin/mangaan baksteen) met lichte (witte) accentvlakken in keim- of stucwerk. Ook de toepassing van (naturel) hout als kolommenstructuur of gevelbekleding is voorstelbaar. Er wordt een gevarieerd/gemengd beeld nagesteefd dat aansluit op het dorpse karakter. Een viertal volledig witte woningen in de dorpsrand is niet wenselijk, als uitzondering is een wiite hoofdkleur voorstelbaar. De woningen dienen allen een eigen karakter te hebben, maar zijn wel ‘familie’. De woningontwerpen zullen, separaat en in samenhang, in een later stadium aan de orde komen.
De dakvlakken worden uitgevoerd in traditionele materialen, pannen in een donkere kleur (blauwgrijs/antraciet) of eventueel riet. Hiernaast enkele referentiebeeld om de sfeer te duiden die nagestreefd wordt, wat het beeld zou kunnen zijn.
Bureau Broeders Ontwerp en Bouwkunde BV | nov 2021 v4 def
bestemmingsplan CPO De Hoge Mast
Bijlage 3 AERIUS depositieberekening gebruiksfase
bestemmingsplan "CPO De Hoge Mast" (ontwerp)
25
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rb1bpoCdzoJm (31 mei 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
van Dun Advies
Kloosterstraat, 5175PB Loon op Zand
Omschrijving
AERIUS kenmerk
20227-003
Rb1bpoCdzoJm
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
31 mei 2021, 17:18
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
< 1 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
berekening gebruiksfase
Situatie 1
Rb1bpoCdzoJm (31 mei 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Vervoersbewegingen woning 1 + 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Vervoersbewegingen woning 3 + 4 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Vervoersbewegingen woning 5 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Vervoersbewegingen woning 6 + 7 + 8 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Rb1bpoCdzoJm (31 mei 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam
Situatie 1
Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
6.278,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Vervoersbewegingen woning 3+4 134133, 404408 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
6.278,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Vervoersbewegingen woning 1+2 134131, 404421 < 1 kg/j < 1 kg/j
Vervoersbewegingen woning 5 134089, 404433 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
3.139,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Rb1bpoCdzoJm (31 mei 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Vervoersbewegingen woning 6+7+8 134022, 404381 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
9.417,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Rb1bpoCdzoJm (31 mei 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
Rb1bpoCdzoJm (31 mei 2021) pagina 6/6
bestemmingsplan CPO De Hoge Mast
Bijlage 4 Ecologische quickscan
32
bestemmingsplan "CPO De Hoge Mast" (ontwerp)
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
LOCATIE: ECLIPTICA 86-88 LOON OP ZAND RAPPORTNUMMER: 2021-BE-0835 In opdracht van: Van Dun advies Dorpsstraat 54 5113 TE Ulicoten
E Brabant Eco Ecologische dienstverlening
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2021-BE-0835
Opdrachtgever Van Dun advies
Contactpersoon De heer M. Gerards
Locatie Ecliptica-Kloosterstraat-Ruilverkavelingsweg Loon op zand
Opleverdatum 29 januari 2021
Uitvoerder
Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
P a g i n a |1
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
Inhoudsopgave
1.
Inleiding en onderzoek………………………………………………………....4
2.
Beleidskader
………………………………………………………………...5
Wet natuurbescherming 3.
Plangebiedsbeschrijving …………………………………………………..… .8 Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling
4.
Praktijk ecologische quickscan
………………………………..…..………10
Bureaustudie Veldonderzoek Praktijktoetsing 5.
Beschermde natuurwaarden………………………………………..….……..16 Flora Zoogdieren Vogels Amfibieën, vissen en reptielen Overige soorten
6.
Resultaten en advies
……………………………………………………….22
7.
Lijst van bronnen
…………………………………………………….…24
8.
Bijlagen
…………………………………………………………………..…..25
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |2
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
Samenvatting
Opdrachtgever heeft concrete plannen om middels een Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) een achttal woningen te realiseren in de achtertuinen van Ecliptica 86 en 88 te Loon op Zand ter plaatse op de hoek van de Kloosterstraat en de Ruilverkavelingsweg. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van
Inhoudsopgave negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Voor de ontwikkeling dient een Aerius berekening te worden uitgevoerd met betrekking tot de eventuele verhoging van stikstofdepositie op het Natura 2000 gebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Frenk van de Wal Brabant Eco Januari 2021
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |3
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
1. INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever van Dun advies is men voornemens om een achttal woningen te realiseren op het perceel in de achtertuinen van de Ecliptica 86 en 88 te Loon op Zand ter plaatse op de hoek van de Kloosterstraat en Ruilverkavelingsweg. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl) o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |4
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
2. BELEIDSKADER 2. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
Gebiedsbescherming 2.1 Natura-2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn als de EU-habitatrichtlijn. In Natura-2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheersplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura-2000 gebieden.
2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast een 20 Nationale parken, meren, rivieren, kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.3 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |5
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.4 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De Eu-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.5 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.6 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |6
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |7
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen ter hoogte van de kruising van de Kloosterstraat met de Ruilverkavelingsweg in de achtertuinen van Ecliptica 86 en 88. Het plangebied bestaat uit de bebossing en begroeiing in de vorm van een weide, diverse bomen en struiken. De Kloosterstraat ontsluit bij Loonse Hoek en loopt langs Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen richting het westen de bebouwde kom in waar de straat over gaat in de Kerkstraat. Het plangebied is gelegen aan de rand van een woonwijk genaamd Molenwijck en de directe omgeving bestaat uit burgerwoningen, bedrijven en Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Het plangebied ligt ten noordoosten van de kern van Loon op Zand, aan de rand van de bebouwde kom. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding. De globale grenzen van het plangebied in de daaropvolgende afbeelding.
Loonse en Drunense Duinen
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is groen omcirkeld. Bron: Google earth.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |8
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
Globaal omlijnd de totale planlocatie in blauw. Bron: Google earth.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft concrete plannen om middels een Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) een achttal woningen te realiseren ter plaatse van het perceel aan de Kloosterstraat, Ruilverkavelingsweg en Ecliptica te Loon op Zand. Ter plaatse van deze grond is momenteel een agrarische bestemming aanwezig. Door middel van een partiële herziening wordt de bestemming omgezet naar een woonbestemming.
Beoogde situatie plangebied.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |9
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora en fauna potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1) aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere ravon, sovon, floron en waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met de quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF).
Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 10
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
4.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 220 meter afstand van gronden die tot Natura2000-gebied gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in gearceerd blauw aangegeven.
220 meter tussen het plangebied en de gronden behorend tot Natura 2.000
Natura2000.eea.europa.eu; Afstand tussen plangebied en Natura 2.000 met pijl aangegeven.
NatuurNetwerkNederland (NNN) Het plangebied ligt op minimaal 220 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in de kleuren groen, geel, roze en bruin.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 11
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
220 meter tussen het plangebied en de gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Kaartbank Brabant Natuur Netwerk Nederland gebieden
4.3 soortenbescherming Flora Volgens gegevens uit het NDFF (Project: Hoge Mast, Referentie: BE0835, d.d. 13 januari 2021) komt binnen een straal van één kilometer geen beschermde soorten flora voor. (zie bijlage 1) Van 1 tot 5 kilometer afstand van het plangebied zou volgens de NDFF Drijvende waterweegbree en Kartuizer anjer voor kunnen komen. Deze planten staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als kwetsbaar en bedreigd en als vrij zeldzaam of zeer zeldzaam en zijn sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Drijvende waterweegbree is een plant van helder, voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur water. Ze komt voor in laaglandbeken, vennen, kanalen en poelen. Ze groeit op zonnige plaatsen in stilstaand of zwak stromend, voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur tot licht basisch water met een bodem van meestal niet of maar weinig humeus zand. Kartuizer anjer staat op zonnige, warme en droge, matig voedselarme en uitgesproken stikstofarme, basenrijke en vaak kalkhoudende grond en ook op stenige plaatsen. Ze groeit in schrale- en kalkgraslanden, in bossages langs bermen en dijken en op leisteenhellingen en zandsteenrotsen. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht.
Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied. Het voorkomen van beschermde plantensoorten is zodoende uit te sluiten. Fauna Volgens de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna zijn er binnen een straal van één kilometer in de omgeving waarnemingen van vier roofvogelsoorten. De genoemde roofvogelsoorten zouden leefgebied kunnen vinden in de bossen in de omgeving van het plangebied. Volgens bronnenonderzoek komen naast diverse vogels en zoogdieren voor binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. (zie bijlage 1). Het voorkomen van amfibieën, reptielen en vissen wordt op basis van literatuur en voorstudie uitgesloten binnen deze afstand van 1000 meter omdat op de planlocatie de geschikte biotopen ontbreken en de locatie niet in verbinding staat met leefgebieden van deze beschermde soorten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 12
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
Soortgroep Flora Vogels zoogdieren Amfibieën Reptielen Insecten Vissen
Mogelijke aanwezigheid Nee Ja Ja Nee Nee Nee Nee
Samenvattende tabel: soorten na literatuuronderzoek
4.4 Veldonderzoek Op vrijdag 22 januari 2021 in de voormiddag heeft ecoloog Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een zuidwestenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 5 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder winterse omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden teruggetrokken zijn. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.
Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 3.670 m2 te weten 1.150 m2 achter Ecliptica 88 en 2.520 m2 achter nummer 86. Het gebied betreft de verdere achtertuinen van de bestaande woningen. Aan de achterzijde loopt de Ruilverkavelingsweg en naast nummer 88 de Kloosterstraat. Direct aan de achterzijde van de blijvende tuin van Ecliptica 86 bevind zich een beukenhaag met drie sparren. Naast Ecliptica 86 bevind zich een laan welke nu als oprit naar de achter gelegen volkstuinen gebruikt wordt. Deze laan zal straks gebruikt gaan worden als inrit voor vier van de acht te bouwen huizen. Aan de zuidelijke grens van het plangebied staan enkele beukenbomen, sparren en taxus struiken. De oostgrens is afgeschermd diverse sparren. Hiertussen bevind zich achter Ecliptica 86 een weiland. In de noordwesthoek van het perceel achter nummer 86 staat een houten tuinhuisje met een oppervlakte van ongeveer 9 m2 wat verwijderd zal worden. Achter dit tuinhuisje bevind zich een notenboom. Achter nummer 88 bestaat het plangebied uit meer diverse begroeiing met hulst, rododendron, taxus, laurier en liguster struiken en berken en eikenbomen. Ook hier bevind zich gras in het midden van het perceel met een laagte waar voorheen een trampoline stond.
De overbodige aanwezige vegetatie in het plangebied zal worden verwijderd. De op gemeentegrond staande solitaire eiken blijven behouden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 13
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
4.5 Impressie plangebied
gezien vanuit achtertuin nummer 86
gezien vanuit achtertuin nummer 8
inrit naar volkstuinen met links het plangebied
achterzijde plangebied met Ruilverkavelingsweg
achterzijde nummer 86 met beukenhaag en tuinhuis
achterzijde plangebied met sparren
oostgrens plangebied
tussen 86 en 88 gezien
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 14
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
tuinhuis
vanaf de Kloosterstraat
achter nummer 88
met zicht op achterzijde nummer 88
Het plangebied bevind zich binnen de bebouwde kom van Loon op Zand en ook binnen de boswetgrens van de gemeente Loon op Zand. In onderstaande afbeelding is het plangebied in blauw aangegeven binnen de boswetgrens in rood.
Boswetgrens in rood en plangebied in blauw.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 15
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
Algemeen Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2.000 Effectbeoordeling Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de afstand van 220 meter ten opzichte van het Natura 2.000 gebied Loonse en Drunense duinen & Leemkuilen, de effectafstand en het effectbereik kan de ingreep mogelijk leiden tot een verhoging van de stikstofdepositie op Natura 2.000 gebieden. Dit is afhankelijk van de in te zetten machines bij de bouw en de wijze van aanvoeren van bouwmaterialen. Dit kan leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in Natura 2000 gebieden. Een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000 gebieden is op basis van de nu beschikbare informatie niet uit te sluiten.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Effectbeoordeling In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNB-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten. Conclusie Het plangebied ligt op 220 meter afstand van gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000. Het is op basis van het uitgevoerde onderzoek niet uit te sluiten dat de bouw van de woningen leidt tot een verhoging van stikstofdepositie op het Natura 2000 gebied Loonse en Drunense duinen & Leemkuilen. Voor de ingreep moet daarom een Aerius berekening worden uitgevoerd. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 16
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
Soortenbescherming 5.1 Flora Het plangebied bestaat uit een gecultiveerde tuin met grasland , bomen en struiken en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten.
Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied uit te sluiten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.
5.2 Zoogdieren Algemeen beschermde soorten Uit gegevens van de NDFF blijkt dat binnen 1 kilometer afstand van het plangebied de das, egel en eekhoorn zijn waargenomen. Op een afstand tot 5 kilometer zijn de boommarter, bunzing, damhert, ondergrondse woelmuis, rosse woelmuis, steenmarter, waterspitsmuis, wezel, hermelijn en wildzwijn waargenomen. Het is zeer aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het plangebied is door de ligging aan de andere zijde van de Kloosterstraat op 220 meter van het Natura 2.000 gebied Loonse en Drunense duinen & Leemkuilen en de inrichting (hekwerk) geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor genoemde diersoorten.
Vleermuizen De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes). Volgens de waarnemingen van de NDFF kunnen binnen een straal van 1 kilometer de gewone dwergvleermuis, grijze grootoorvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis en op 5 kilometer van het plangebied de volgende soorten voorkomen: watervleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, baardvleermuis, brandt vleermuis, bosvleermuis, franjestaart en ruige dwergvleermuis. Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2017), kunnen in dit deel van het land daarnaast ook de laatvlieger en meervleermuis voorkomen. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting.
Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. De bomen in het plangebied zijn geïnspecteerd op het mogelijk voorkomen van vleermuisverblijfplaatsen. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 17
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
Foeragerende vleermuizen in de omgeving van het projectgebied kunnen zeker wel voorkomen. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Het is niet uitgesloten dat de bomenlaan aan de Kloosterstraat of Ruilverkavelingsweg fungeert als vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. In het plangebied is geen te slopen bebouwing zodat er geen potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia in gebouwen zijn in het plangebied. Vleermuizen kunnen het plangebied gebruiken als foerageergebied. De bestaande woningen bieden eventueel mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Deze verblijfplaatsen blijven behouden omdat de woningen niet gesloopt gaan worden. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken.
Effectbeoordeling Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied en directe omgeving komen geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied . Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.
5.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Tijdens het veldonderzoek werden diverse vogels gezien: vink, koolmees, houtduif, merel en kauw. Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht.
Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in gebouwen Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF gegevens enkele vogels voor met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen als gierzwaluw, kerkuil, steenuil en huismus. Uit deze zwaarste beschermingscategorie zijn in het plangebied geen soorten aanwezig die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk zijn van bebouwing. Op het te slopen tuinhuis na worden er geen gebouwen gesloopt in het plangebied.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 18
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komen op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie buizerd, sperwer, wespendief en havik voor. Alle genoemde roofvogelsoorten kunnen leefgebied vinden in de bossen ten noorden van het plangebied. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor genoemde vogels met jaarrond beschermde nesten door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Ook voor de ransuil die broedt in oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen onderhoud in naaldbomen, ontbreekt geschikte nestgelegenheid. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 aanwezig, en worden ook niet verwacht. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zo zeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen.
Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. Volgens de verspreidingsgegevens van NDFF zou de ooievaar, roek en grote gele kwikstaartop 5 kilometer in de buurt van het plangebied voor kunnen komen. Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Aan de noordzijde van het plangebied nabij Ecliptica 88 is een nest van waarschijnlijk een ekster waargenomen. Verdere nesten zijn niet waargenomen.
aanwezig eksternest
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 19
Ecologische quickscan CPO Hoge Mast, Loon op Zand
Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen In het plangebied is geen geschikte habitat waargenomen voor deze vogels. Er is geen bebouwing. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, uilen of gierzwaluwen verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen Het plangebied is geschikt als broed- en foerageergebied voor algemene vogelsoorten. De voorgenomen plannen hebben geen negatieve effecten op het broed- en foerageergebied. In het plangebied en in de omgeving blijft voldoende geschikt broed- en foerageergebied behouden. Als het verwijderen van bomen en struiken buiten het broedseizoen plaatsvindt, wordt voorkomen dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten. Overige Vogelrichtlijnsoorten Alle vogels en hun actief in gebruik zijnde nesten zijn beschermd. Mogelijk dat ook de in de directe omgeving aanwezige vegetatie gebruikt wordt om te schuilen of te broeden. De ingreep kan leiden tot het vernielen van eieren of nesten van algemene broedvogels, verstoren van nesten en het doden van jongen, en daarmee tot overtreding van de Wet natuurbescherming.
Door het kappen van de beplanting uit te voeren in de periode september- februari wordt een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van broedende vogels voorkomen. Indien het uitvoeren van deze werkzaamheden buiten die periode moet gebeuren dan dienen er in overleg met een ter zake deskundige vooraf maatregelen getroffen te worden.
5.4 Amfibieën, vissen, reptielen , vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Uit gegevens van RAVON en de NDFF blijkt dat er binnen een straal van 1 kilometer van het plangebied de bastaardkikker en boomkikker voor kunnen komen. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied. De ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemeen amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Dit is hier van toepassing. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.