CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

11-02-2021 Raadsbesluit Rekenkamerrapport Wel of niet thuis geven.pdf

Raadsvergadering 11 februari 2021, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkamerrapport Wel of niet thuis geven3.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Portefeuillehouder Zaakdossiernummer Documentnummer

: Rekenkamercommissie : ntb :2021.00126 Ill]ll tiltilltiltil ilil lllilttililtilil ililttiltilililt

Onderuverp

Raadsvoorstel over Rekenkamerrapport 'Wel of niet thuis geven?'

Beleidsprogramma

B. VHROSV

Aan de raad van de gemeente Loon op Zand,

lnleiding De gemeenteraad van Goirle heeft de rekenkamercommissie gevraagd om vanuit een onafhankelijke positie onderzoek te doen naar de zoektijden voor een sociale-huurwoning. Vervolgens is besloten om het onderzoek te verbreden naar de gemeenten Dongen en Loon op Zand. De drie gemeenten zijn onderling qua schaalgrootte, ligging en bevolkingssamenstelling goed vergelijkbaar, hetgeen een vergelijkend onderzoek aantrekkelijk maakt. De hoofdvraag van het rekenkameronderzoek luidde als volgt: Wat is de gemiddelde zoektijd voor een sociale-huurwoning en wat zijn de verschillen in de zoektijd per doelgroep (leeftijd, inkomen, huishoudenssamenstelling) en per woonvoorkeur (type woning, prijsklasse, buurt). Daarnaast zijn een aantal deelvragen gesteld over definities voor inschrijftijd en zoektijd, de toegepaste toewijzingssystemen, de woonvoorkeuren van woningzoekenden en de toekomstige behoefte aan sociale-huurwoningen. Daarnaast is een aantal inwoners met een lange zoektijd uit de drie gemeenten geïnterviewd over hun ervaringen tijdens hun zoektocht naar een woning. De rekenkamercommissie heeft het onderzoek uitgevoerd in de periode maart 2020lol en met november 2020. Hierbij heeft de rekenkamercommissie het adviesbureau Companen gevraagd om het onderzoek mee uit te voeren vanwege hun kennis en expertise ten aanzien van de woningmarkt.

De rekenkamercommissie heeft afgelopen periode samen met de extern onderzoeker schriftelijke stukken bestudeerd en diverse gesprekken gevoerd met woningcorporaties, Woning in Zicht, ambtenaren en inwoners. De meer technische resultaten zijn verwerkt in de nota van bevindingen (zie deel D), tenrvijl de bestuurlijk relevante conclusies en aanbevelingen in de bestuurlijke nota zijn verwoord (Deel A van het rapport)).

Samenvattende bevindinqen en conclusie De rekenkamercommissie constateert dat de inschrijfduur voor woningzoekenden in Dongen, Goirle en Loop op Zand ligt tussen de 6 en 10 jaar. De gemiddelde actieve zoektijd bedraagt circa 9 maanden, maar er bestaan wel individuele uitschieters in zoektijd. De rekenkamercommissie constateert over de gehele linie gezien dat de actieve zoektijd (in vergelijking met andere gemeenten) in het landelijke beeld past, maar dat dit onverlet laat dat individuele gevallen behoorlijk kunnen afwijken (tot meer dan 30 maanden). Er doen zich over het algemeen geen grote verschillen voor in actieve zoektijd tussen groepen (leeftijd, inkomen, samenstelling huishouden) en woonvoorkeuren (type woning, prijsklasse, buurt).

Jaarlijks komt ongeveer 5% van de sociale huurvoorraad vrij voor nieuwe verhuur. Deze woningen worden vooral toegewezen op basis van inschrijfduur via Woning in Zicht. Uit de gehouden interviews komt een beeld naar voren dat ongeveer de helft van de geïnterviewden zich overgeleverd voelt aan een anoniem systeem van woonruimteverdeling. Ze missen informatie en hulp. De rekenkamercommissie heeft tenslotte, naar aanleiding van verdiepende vragen vanuit de gemeenteraden, een inschatting gemaakt van de toekomstige behoefte aan sociale-huuruvoningen. De rekenkamercommissie constateert dat deze behoefte van veel factoren afhangt (bevolkingsgroei, koopkrachtontwikkeling, de oriëntatie van lage inkomens op sociale huur, migratie en aanbod aan goedkope koopwoningen). De onderzoeker van Companen heeft verschillende scenario's met variabelen doorgerekend (zie paragraaf 3.1. in deel D nota van bevindingen). ln het'gunstigste'geval is de huidige voorraad meer dan voldoende (in Dongen en Goirle) of bijna voldoende in Loon op Zand, tenrvijl in het meest ongunstige geval 140 (Dongen), 145 (Goirle) of 250 (Loon op Zand) extra woningen moeten worden gebouwd tussen nu en 2030. Daarbij moet wel vermeld worden dat aan deze scenario's grote onzekerheden kleven. De rekenkamercommissie heeft op basis van het rapport acht aanbevelingen geformuleerd langs drie thema's.

Thema 1: Wees u als raad bewust van de samenhanqen in de woonsector De twee aanbevelingen onder dit thema adviseren u de samenhangen binnen de sociale-huursector en tussen de sociale-huursector en de vrije sector in het oog te houden. Thema 2: Zoro als raad voor voldoende informatie voor uzelf en voor woninqzoekenden De drie aanbevelingen onder dit thema adviseren u het college te verzoeken om u periodiek te laten informeren over relevante kenmerken van woningzoekenden. Daarnaast blijkt uit de gehouden interviews met inwoners dat zij die langdurig zoeken naar een sociale-huurwoning een tekort aan informatie ervaren over de (on)mogelijkheden om hun woonwensen te realiseren.

Thema 3: Zet als raad de bestuurliike instrumenten effectief in De eerste aanbeveling onder dit thema adviseert u het toewijzingssysteem, tezamen met woningcorporaties, te evalueren. De tweede aanbeveling gaat over de politieke vaststelling of een huisvestingverordening binnen de gemeente al dan niet gewenst is. Een nevenresultaat van dit onderzoek is dat middeninkomens, gezien de huidige ontwikkelingen in zowel de sociale-huursector als de vrije sector, moeilijker aan een betaalbare huur- of koopwoning kunnen komen. De laatste aanbeveling, daarom, richt zich op mogelijke maatregelen voor deze middeninkomens.

Beslispunten Wijstellen u voor: 1. De bevindingen en conclusies uit de bestuurlijke nota (deel A) te onderschrijven. 2. De acht aanbevelingen uit de bestuurlijke nota (deel A) 'Wel of niet thuisgeven?' over te nemen: 1. De raad onderschrijft het bewustzijn van de samenhang tussen inschrijftijd, zoektijd en de woonwensen van de woningzoekende(n). 2. De raad onderschrijft het bewustzijn van de samenhang tussen de sociale huursector en de vrije (koop)sector. 3. De raad verzoekt het college van B&W om periodiek geïnformeerd te worden over de kenmerken van woningzoekenden en de bijbehorende vraagdruk, bij voorkeur via een raadsinformatiebijeenkomst met de woni ngcorporatie. 4. De raad verzoekt het college van B&W om meer specifieke informatie over woningzoekenden (o.a. verdeling starters en doorstromers) op te vragen en deze informatie nadrukkelijk te betrekken bij de jaarlijkse prestatieafspraken tussen corporatie en gemeente. 5. De raad vraagt het college en de corporatie om mensen die lang zoeken naar een sociale huuruvoning te benaderen met informatie en voorlichting.

2

6. Ovenareeg als raad om het college de opdracht te geven om in samenspraak met de woningcorporaties het toewijzingssysteem te evalueren en hierover prestatieafspraken te maken.

7. Onderzoek als raad de wenselijkheid van een huisvestingsverordening. 8. Onderzoek als raad welke mogelijkheden de verschillende bestuurlijk instrumenten (bestemmingsplan, het grondbeleid en/of een doelgroepenverordening) de raad een handvat kunnen bieden om een structureel aanbod van goedkope koopwoningen in stand te houden.

Beoogd effect Kennisnemen van de resultaten uit het onderzoek dat door de rekenkamercommissie is uitgevoerd Daarnaast heeft dit voorstel tot doel de aanbevelingen die hieruit voortvloeien te onderschrijven"

Argumenten 1.1 De bevindingen en conclusies uit de bestuurlijke nota (deel A) te onderschrijven Argument: in het rapport geeft de rekenkamercommissie een overkoepelend beeld van de gemeenten Dongen, Goirle en Loon opZand (zie bestuurlijke nota, deelA) en een beeld van de situatie in Loon op Zand (zie nota van bevindingen, Deel D). De rekenkamercommissie vraagt de raad dit beeld te onderschrijven door in te stemmen met beslispunt 1.

2. De acht aanbevelingen uit de bestuurlijke nota (deel A) 'Wel of niet thuisgeven?' over te nemen Argument: zie onderstaande argumenten bij beslispunten 2.1 tot en met 2.8" 2.1. De raad onderschrijft het bewustzijn van de samenhang fussen inschrijftijd, zoektijd en de woonwe nsen van de woningzoeke nde (n). Argument: de rekenkamercommissie heeft geconstateerd dat over de gehele linie gezien, de actieve zoektijd - in vergelijking met andere gemeenten - in het landelijke beeld past, maar dat dit onverlet laat dat individuele gevallen behoorlijk kunnen afwijken. Van geval tot geval kan de zoektijd añrvijken van het gemiddelde en anders ervaren worden (urgentie, woonvoorkeuren e.d.). Uit de gehouden interviews en literatuurstudie blijkt o.a. dat woonwensen van woningzoekenden invloed hebben op het zoekgedrag en de'persoonlijke'zoektijd van woningzoekenden. Betrek dit inzicht bij het debat en de communicatie over de cijfers inzake de vraag en aanbod van sociale-huurwoningen. Dé 'gemiddelde woningzoeker' bestaat niet. ledere groep heeft verschillende drijfveren en woonwensen. 2.2. De raad onderschrijft het bewustzijn van de samenhang fussen de sociale huursector en de vriie

(koop)sector. Argument: de sociale-huursector enerzijds en de geliberaliseerde huur- en koopsector anderzijds zijn communicerende vaten. ln gesprekken met de rekenkamercommissie hebben de woningcorporaties, in dit verband, aandacht gevraagd voor de positie van middeninkomens in de woningmarkt. Door een combinatie van stijgende koop- en huurprijzen in de vrije sector en verscherpte eisen voor het verkrijgen van een hypotheek krijgen middeninkomens momenteel moeilijk toegang tot de vrije sector Door strengere eisen in de sociale-huursector is de toegang tot die sector ook beperkt. Anderzijds zullen middeninkomens die op grond van hun vroegere inkomen een sociale-huurwoning hebben betrokken daar minder snel uit (kunnen) vertrekken. Dit heeft uiteraard effect op de vraagdruk in de sociale-huursector. De woningcorporaties zien weinig mogelijkheden om de positie van de middengroepen te verbeteren. De gemeenten kunnen in hun bouwprogramma de middeninkomens (nog meer) uitdrukkelijk betrekken

3

2.3. De raad verzoekt het college van B&W om periodiek gei'nformeerd te worden over de kenmerken van woningzoekenden en de bijbehorende vraagdruk, bij voorkeur via een raadsinformatiebiieenkomst met de woni ngcorporatie. Argument: in het onderhavige rekenkameronderzoek is veel aandacht voor de 'cijfers'. Per doelgroep zijn cijfers en ontwikkelingen in de tijd van zowel (deel)vraag- als (deel)aanbod op de woningmarkt in kaart gebracht. De rekenkamercommissie adviseert de raad om het college te verzoeken om u tenminste over de in het onderzoek opgenomen kenmerken van de woningzoekenden én bijbehorende vraagdruk periodiek te laten informeren, bij voorkeur via een raadsinformatiebijeenkomst met de lokale woningcorporatie. Tijdens zo'n bijeenkomst kunnen beleid en cijfers met elkaar worden verbonden. Wij adviseren om deze cijfers te laten verrijken door kwalitatieve verhalen en ervaringen van bewoners, zoals bijvoorbeeld in dit onderzoek van de rekenkamercommissie is gedaan door woningzoekenden met een lange zoektijd te interviewen. 2.4. De raad verzoekt het college van B&W om meer specifieke informatie over woningzoekenden (o.a. verdeling starters en doorstromers) op te vragen en deze informatie nadrukkeliik te betrekken bii de jaarlijkse prestatieafspraken tussen corporatie en gemeente.

Argument: de ervaringen van mensen met een lange zoektijd zijn van belang om specifieke problemen die niet uit de gemiddelde cijfers blijken te achterhalen. De gegevens van deze mensen worden een half jaar nadat zijeen woning hebben gevonden uit de archieven van Woning in Zicht worden veruvijderd. Om hun ervaringen niet verloren te laten gaan is het een optie om woningzoekenden met een lange zoektijd na het vinden van een woning een enquête te laten invullen of hen een interview af te nemen. Uit het onderzoek van de rekenkamercommissie is ook naar voren gekomen dat de verdeling van de actief woningzoekenden in starters of doorstromers niet bekend is. Dat gegeven is echter wel belangrijk voor het bepalen van de gewenste verdeling van de woningvoorraad over diverse typen. De rekenkamercommissie adviseert daarom om Woning in Zicht te verzoeken om hierover gegevens te gaan verzamelen en bij te houden. Op dit moment is deze verdeling nog 'uit zicht'. De uitkomsten hiervan kunnen vervolgens worden betrokken bij de jaarlijkse prestatieafspraken tussen corporatie en gemeente. 2.5. De raad vraagt het college en de corporatie om mensen die lang zoeken naar een sociale huurwoning te benaderen met informatie en voorlichting. Argument: corporaties zijn bereid mensen te helpen die moeite hebben met het vinden van een sociale-huuruvoning, zo is gebleken uit de interviews met de corporaties.

Het zou wellicht aan te bevelen zijn als de gemeente en de corporaties er gezamenlijk voor zorgen mensen die al lang zoeken (bijvoorbeeld langer dan anderhalf jaar) intensief te benaderen met een aanbod voor hulp en informatie. Gezien de specifieke voorkeuren die deze mensen blijken te hebben, is het ook te overwegen deze mensen beter voor te lichten over de afruil tussen specifieke wensen/lange zoektijd versus weinig wensen/korte zoektijd. 2.6. Overweeg als raad om het college de opdracht te geven om in samenspraak met de woningcorporaties het toewijzingssysteem te evalueren en hierover prestatieafspraken te maken. Argument: in alle gemeenten schrijven doorstromers en starters zich uit voorzorg preventief in, om inschrijftijd 'op te bouwen'. Uit de bevindingen blijkt dat dit ten onrechte de suggestie kan wekken dat de (bestaande) vraagdruk verder toeneemt. Wij adviseren daarom om samen met de corporaties het belang van de inschrijftijd bij de toewijzing te evalueren. Men zou hierbij kunnen overwegen om andere toewijzingscriteria, zoals loting of verzameladvertenties een groter gewicht toe te kennen, om zodoende de kansen van starters op een sociale-huurwoning te verhogen. Bezie vervolgens of de uitkomsten van zo'n evaluatie aanleiding geeft om de prestatieafspraken met de woningcorporaties aan te scherpen.

Bij deze aanbeveling kan het lonen om samen met corporaties te inventariseren of woningen met tijdelijke contracten en flexwoningen voor spoedzoekers soelaas kunnen bieden. Dat kunnen woningen zijn met een huurcontract voor twee jaar (zo blijft er veel doorstroming en komen die woningen ook weer snel beschikbaar), van waaruit men op zoek kan gaan naar een structurele

4

woningoplossing. Belangrijk is vooral om met elkaar in gesprek te blijven om te kijken of er nog meer gedaan kan worden om spoedzoekers spoedig aan woonruimte te helpen. 2.7.Onderzoek als raad de wenselijkheid van een huisvestingsverordening. Argument: de voorgaande aanbevelingen gaan direct of indirect over de afstemming met de partners in de sociale-huursector (corporaties, huurdersorganisatie, ontwikkelaars). Een sturingsinstrument dat de gemeente wel zelfstandig kan inzetten is de huisvestingverordening. Zoals in par.2.1is besproken kan een huisvestingsverordening alleen ingesteld worden als er sprake is van schaarste. Een urgentieregeling in de huisvestingsverordening, waarin is geregeld dat voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die dringend woonruimte nodig hebben, is wel altijd toegestaan ln de gemeenten is ambtelijk onderzocht of een huisvestingsverordening gewenst is. De rekenkamercommissie adviseert ook de raden om te bepalen of een huisvestingsverordening juridisch mogelijk en wenselijk is. Dit biedt extra mogelijkheden voor gemeenten om te sturen op toewijzing aan specifieke doelgroepen. 2.8. Onderzoek als raad welke mogelijkheden de verschillende bestuurlijk instrumenten (bestemmingsplan, het grondbeleid en/of een doelgroepenverordening) de raad een handvat kunnen bieden om een structureel aanbod van goedkope koopwoningen in stand te houden.

Argument: uit de gesprekken met de corporaties bleek dat de positie van de middeninkomens, door ontwikkelingen zowel in de sociale-huursector als in de particuliere sector, zorgen baart. Dit geldt zowel voor de middeninkomens zelf als voor de sociale-huursector (doorstroming). Om voor deze groep betaalbare koopwoningen aan te bieden, kan men bezien of door het ontwerp van de woningen (bijvoorbeeld beperkt kaveloppervlak, max 2 slaapkamers) kan - bijvoorbeeld in een bestemmingsplan en een doelgroepenverordening - gestimuleerd worden dat mensen tijdig doorstromen naar een volgende woning. Daardoor zou voorkomen kunnen worden dat woningen worden uitgebouwd en daardoor al snel buiten het goedkope koopsegment vallen. Daarmee blijft een structureel aanbod aan goedkope koopwoningen in stand. Dit is een instrument van de lange adem, maar kan op den duur wel het gat tussen sociale huur en de relatief dure koopsector verkleinen. Een andere mogelijkheid die ook door woningcorporatie Casade wordt toegepast is het zogeheten Trudo-systeem, waarbij corporaties goedkope woningen verkopen, maar daarbij het recht op terugkoop bedingen. Ook dit kan voorkomen dat door marktontwikkelingen goedkope koopwoningen buiten het bereik van middeninkomens terechtkomen.

De rekenkamercommissie wijst er tot slot op dat de bestuurlijke instrumenten van het bestemmingsplan, het grondbeleid en de doelgroepenverordening aan de gemeenteraad effectieve sturingsmogelijkheden zouden kunnen bieden; die wellicht (nog) effectiever zouden kunnen zijn dan een Woonvisie. Bij het overwegen van deze bestuurlijke instrumenten geldt het motto: wat werkt goed onder onze lokale omstandigheden?

Kanttekeningen ln de reacties van de colleges van B&W (zie Deel C) ziet de rekenkamercommissie drie rode draden Deze zijn vermeld in het nawoord van de rekenkamercommissie (zie Deel C). Onderstaand staan deze drie rode draden alsook de reflectie daarop vanuit de rekenkamercommissie. l.Aanbevelingen inzake informatievoorziening richten zich tot het verkeerde loket Reflectie rekenkamercommissie: de colleges zijn van opvatting dat de aanbevelingen (3,4,5) met betrekking tot de informatievoorziening (verdiepende management- en stuurinformatie enerzijds en voorlichting aan woningzoekenden anderzijds) aan het'verkeerde loket'zijn gericht aangezien deze verantwoordelijkheid primair ligt bij de woningcorporatie. Hierover merkt de rekenkamercommissie graag op dat de rekenkamercommissie een instrument is van de gemeenteraden. De rekenkamercommissie heeft geen (in)formele positie om aanbevelingen te doen aan woningcorporaties. De rekenkamercommissie heeft er bewust voor gekozen aanbevelingen op te nemen, gericht op de informatievoorziening; dit om de gemeente(raad) aan te sporen deze punten (pro)actief in de overleggen met het college en/of de betrokken woningcorporaties te

5

bespreken en nader te verkennen hoe de informatievoorziening (zowel de managementinformatie als de voorlichting aan woningzoekenden) verder kan worden verbeterd. Naar de mening van de rekenkamercommissie heeft de gemeente(raad) hier wel degelijk een rol om deze aandachtspunten te agenderen, hiervan te leren en te gebruiken als input voor het door de raad vast te stellen woonvisie. 2.Evaluatie van het toewijzigingssysfeem is afgerond en/of loopt al. Via de prestatieafspraken worden inschrijftijden en zoekduren al gemonitord. Reflectie rekenkamercommissie: ten aanzien van de aanbeveling over het evalueren van het toewijzingssysteem (aanbeveling 6) constateren alle drie de colleges dat ofrryel de evaluatie reeds heeft plaatsgevonden (Loon op Zand en Dongen) ofrrueldat de evaluatie onlangs al gestart is. Ook geven de colleges aan dat de zoektijd en inschrijftijd van woningzoekenden inmiddels worden gemonitord via de jaarlijkse prestatieafspraken tussen het college en de corporatie. De rekenkamercommissie neemt kennis van het feit dat evaluatie is gestart en/of al is afgerond en dat de prestatieafspraken met de woningcorporaties zullen worden gedeeld met de gemeenteraad.

De betreffende aanbeveling van de rekenkamercommissie aan de gemeenteraad, luidt als volgt: 'Overweeg om in samenspraak met de woningcorporaties, het toewijzingssysteem te evalueren en hierover prestatieafspraken te maken'. Eenzelfde overweging als bij de informatievoorziening geldt ook voor de prestatieafspraken die de colleges maken met de woningcorporaties. Strikt genomen is het maken van de prestatieafspraken de bevoegdheid van het college. De rekenkamercommissie legt bij de gemeenteraden alleen de open vraag neer of zij de colleges wensen op te roepen voorafgaand aan prestatieafspraken de raden in het proces tot besluitvorming te betrekken (bijvoorbeeld via wensen- en bedenkingen), dan wel of zij met de colleges verdergaande afspraken over voortgangsinformatie rond de prestatieafspraken wensen te maken. Dit ook weer om als raad aandachtspunten te kunnen blijven agenderen in relatie tot de kaderstellende rol van de raad met betrekking tot het vaststellen van de woonvisie. 3. Hu isvestings- en doelgroepenverorde ning zijn gee n goede aanvulling.

Reflectie rekenkamercommissie: de colleges van B&W zien zowel een huisvestings- als een doelgroepenverordening (aanbevelingen 7 en B) niet als een goede aanvulling op het huidige bestuurlijke instrumentarium. De rekenkamercommissie merkt op dat er legitieme bestuurlijke argumenten kunnen zijn voor de colleges van B&W om dit standpunt in te nemen, maar adviseert de gemeenteraden wel om hun eigen politieke afwegingen te maken rond de inzet van verschillende bestuurlijke instrumenten en zelf te beslissen over de optimale inzeVmix van de verschillende bestuurlijke instrumenten voor hun eigen gemeente. ln bijlage 2 bij dit rapport heeft de rekenkamercommissie een overzicht opgenomen van het beschikbare (gemeentelijke) instrumentarium op het gebied van het woonbeleid, als hulpmiddel voor de gemeenteraden.

Financieel Dit raadsvoorstel heeft geen directe financiële consequenties Voortgang n.v.t"

Communicatie De Rekenkamercommissie is bereid het rapport in een beeldvormende of opiniërende ronde toe te lichten.

6

Bijlagen Rapport: "Wel of niet thuis geven?" - een rekenkameronderzoek naar de inschrijftijd en zoekduur voor sociale huunrvoningen in Dongen, Goirle en Loon op Zand: DeelA: Bestuurlijke nota Deel B: Bestuurlijke reactie college van B&W Loon op Zand DeelC: Nawoord rekenkamercommissie Deel D: Nota van bevindingen gemeente Loon op Zand

7

Geamendeerd besluit De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van de Rekenkamercommissie van 1B december 2020,

besluit: 1. De bevindingen en conclusies uit de bestuurlijke nota (deel A) te onderschrijven. 2. De aeht eerste vijf aanbevelingen uit de bestuurlijke nota (deel A) 'Wel of niet thuisgeven?' over te nemen:

1. De raad onderschrijft het bewustzijn van de samenhang tussen inschrijftijd, zoektijd en de woonwensen van de woningzoekende(n).

2. De raad onderschrijft het bewustzijn van de samenhang tussen de sociale huursector en de vrije (koop)sector.

3. De raad verzoekt het college van B&W om periodiek geïnformeerd te worden over de

4. 5.

kenmerken van woningzoekenden en de bijbehorende vraagdruk, bij voorkeur via een raadsinformatiebijeenkomst met de woningcorporatie. De raad verzoekt het college van B&W om meer specifieke informatie over woningzoekenden (o.a. verdeling starters en doorstromers) op te vragen en deze informatie nadrukkelijk te betrekken bij de jaarlijkse prestatieafspraken tussen corporatie en gemeente. De raad vraagt het college en de corporatie om mensen die lang zoeken naar een sociale huuruvoning te benaderen met informatie en voorlichting.

7' Onderzeek als raad de wenselijkheid van een huisvestingsvererdening, teåesd€n-

3. De raad verzoekt het college van B&W om in samenspraak met de woningcorporatie en 4. 5.

Huurdersbelangenvereniging Loon op Zand het toewijzingssysteem te evalueren en hierover in de tweede helft van het jaar de raad te informeren. De raad verzoekt het college van B&W om hen te informeren over de wenselijkheid van een huisvestingsverordening in een beeldvormende vergadering in de tweede helft van dit jaar. De raad verzoekt het college van B&W om hen in een beeldvormende vergadering in de tweede helft van dit jaar te informeren over welke mogelijkheden de verschillende bestuurlijke instrumenten (bestemmingsplan, het grondbeleid en/of een doelgroepenverordening) de raad een handvat kunnen bieden om een structureel aanbod vaó goedkope koopwoningen in stand te houden.

I

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 1 1

februari2021.

De raad voornoemd,

voorzitter,

I

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=d512416a-70ca-415b-ac78-9ebcd89c36a3