CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

08-07-2021 Bijlage 4. Bijlagen bij de toelichting Hoofdstraat 16-18 Kaatsheuvel gecomprimeerd.pdf

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Hoofdstraat 16-18 Kaatsheuvel29.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hoofdstraat 16-18 Kaatsheuvel

ontwerp

NL. IMRO.0809.BPHoofdstraat18-ON01

23 februari 2021

bestemmingsplan Hoofdstraat 16-18 Kaatsheuvel

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1 Rapport verkennend en nader bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest

4

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

156

Bijlage 3

Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019

255

Bijlage 4

Standaardadvies Veiligheidsregio 2020

265

Bijlage 5

Quickscan flora en fauna

284

Bijlage 6

Aanvullend ecologisch onderzoek

316

Bijlage 7

Onderzoek stikstofdepositie

336

Bijlage 8

Rapportage archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek

383

Bijlage 9

Selectieadvies & besluit archeologische monumentenzorg

445

Bijlage 10

Uitkomsten omgevingsdialoog

450

Bijlage 11

Verslag vooroverleg

453

ontwerp)

bestemmingsplan Hoofdstraat 16-18 Kaatsheuvel

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan "Hoofdstraat 16-18 Kaatsheuvel" (ontwerp) 3

bestemmingsplan Hoofdstraat 16-18 Kaatsheuvel

Bijlage 1 Rapport verkennend en nader bodemonderzoeken een verkennend onderzoek naar asbest

4 ontwerp)

bestemmingsplan "Hoofdstraat 16-18 Kaatsheuvel" (

S*

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V

Bodemonderzoek Bodemsanering Bouwstoffenkeuring RAPPORT

Diverse onderzoeken Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel

PROJECTNUMMER

B19.7562 Versie: 02

Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel T: 0418-572060 info@verhoevenmilieu.nl www.verhoevenmilieu.nl

A

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel

PROJECTNUMMER: B19.7562 Versie 01

OPDRACHTGEVER: Hoefnagel Totaalbouw

DATUM: 19 februari 2021

Auteur:

Autorisatie:

M. Schimmel MSc. Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B20.7562/R7562-01/MS

Alle informatie in deze rapportage mag NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2

SAMENVATTING Hoefnagel Totaalbouw heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend en nader bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest (inclusief historisch onderzoek) voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel. De onderzoeken zijn uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en de tussentijdse resultaten tijdens de verkennende fase. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, NEN 5740/AL2016, de NTA 5755:2010 en de NEN 5707:2015^2:2017. De verkennend onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) vast te leggen ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling teneinde vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt hiertegen bezwaren bestaan.

De doelen voor het nader onderzoek naar de grondverontreinigingen met lood en zink zijn: » Verifiëren of en in welke mate sprake is van ernstige grondverontreiniging met lood en/of zink ter plaatse van boringen B06, PB07 en B08 uit onderhavig onderzoek; » Het eventueel verticaal en horizontaal afperken van een (ernstige) grondverontreiniging met lood en/of zink ^ index 0,5) in de bovengrond plaatse van de boringen B06, PB07 en B08 uit onderhavig onderzoek en daarmee het bepalen van de omvang van de grondverontreiniging ten behoeve van de sanering; » Het vaststellen of sprake is van een (spoedeisend) geval van ernstige bodemverontreiniging met lood en/of zink. Tevens dient de (verontreinigde) grond op PFAS te worden onderzocht ten behoeve van de afvoer en verwerking hiervan. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historisch onderzoek Uit het historisch onderzoek komen de volgende aandachtspunten naar voren: » Er zijn geen gegevens bekend van algemene kwaliteit.

Derhalve is een volledig onderzoek noodzakelijk conform de NEN 5740 van de algemene kwaliteit (bovengrond, ondergrond en grondwater); » Ter plaatse van de Hoofdstraat 18 is een ondergrondse tank aanwezig, die in 1996 is gereinigd en afgevuld met zand. Hiernaar dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. » Bij de Hoofdstraat 16 is in het verleden een schoenenfabriek aanwezig geweest. Daarnaast zijn in de omgeving in het verleden ook leerlooierijen en overige schoenfabrieken aanwezig geweest. Hierdoor is tevens aanvullend onderzoek op chroom en arseen noodzakelijk; » De locatie is momenteel grotendeels bebouwd, waarbij de aanwezigheid van asbestverdachte materialen niet kan worden uitgesloten. Daarnaast worden puinbijmengingen verwacht. Op basis hiervan dient een verkennend onderzoek naar asbest worden uitgevoerd.

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

3

Conclusies diverse onderzoeken Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese aangenomen te worden, aangezien plaatselijk (PB07) een sterk verhoogd gehalte voor zink is aangetoond in de bovengrond. In de overige grond en in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond, waarbij in de bovengrond ook gehalten voor lood zijn aangetoond boven de norm voor nader onderzoek. PFAS Op basis van de resultaten van het PFAS-onderzoek voldoet de onderzochte grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Nader grondonderzoek Op basis van de resultaten van het nader grondonderzoek naar lood en zink is ons inziens de grondverontreiniging met lood en zink ter plaatse van de onderzoekslocatie in voldoende mate onderzocht. Achter de Dorpsstraat 16 zijn in de bovengrond licht (index > 0,5) tot plaatselijk sterk verhoogde gehalten voor lood en/of zink aangetoond. Enkel ter plaatse van boring PB07 is een sterk verhoogd gehalte voor zink aangetroffen (bovengrond; 0,1-0,5 m-mv). Lood is niet sterk verhoogd aangetoond ^ I).

In de ondergrond en in de afperkende boringen zijn geen sterk verhoogde gehalten voor lood of zink aangetoond. De omvang van de sterke verontreiniging met zink wordt (uitgaande van maximaal 30 m2 en een laagdikte van 0,5 meter) geschat op circa 15 m3. Wel zijn in de bovengrondmonsters van de omliggende/afperkende boringen gehalten voor lood en/of zink aangetoond welke de interventiewaarde benaderen. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. Op basis van de resultaten van de voorliggende onderzoeken is voor de locatie geen sprake van een geval van een ernstige grondverontreiniging met zink ^ 25 m3 sterk verontreinigde grond). De verontreiniging met lood en/of zink is vermoedelijk te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen (oud-stedelijke ophooglaag) en grotendeels ontstaan voor 1987, waardoor geen sprake is van Zorgplicht. Verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest in de bodem. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen. Zowel zintuiglijk als analytisch is geen asbest aangetoond.

Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (bouw- en/of sloopafval) op het maaiveld.

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

4

Algehele conclusies en aanbevelingen Middels de voorliggende onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie aan de Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel in voldoende mate vastgesteld. Tevens is de verontreinigingssituatie met betrekking tot de grondverontreiniging met lood en zink binnen de perceelsgrenzen in voldoende mate in beeld. Op de locatie is sprake van een plaatselijke spot met sterk met zink verontreinigde grond. Daarnaast komen ter plaatse van en rondom de sterke verontreiniging met zink verhoogde gehalten voor lood en/of zink voor die de index van 0,5 overschrijden. Voor lood zijn geen sterk verhoogde gehalten aangetoond. De verontreinigingscontouren zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. De aangetroffen verontreinigingen zijn, gezien de historie, ontstaan voor 1987, waardoor geen sprake is van Zorgplicht. Voor de voorgenomen herontwikkeling zijn derhalve sanerende maatregelen noodzakelijk met betrekking tot de sterk verhoogde gehalten met lood en/of zink in de bovengrond in verband met de voorgenomen herontwikkeling. Op basis van de omvangsbepaling dient rekening gehouden te worden met circa 15 m3 sterk verontreinigde bovengrond met zink.

Daarnaast dient rekening gehouden te worden gehouden met circa 60 m3 bovengrond met verhoogde gehalten voor lood en zink boven de index > 0,5.De matige lood- en zinkverontreiniging hoeft volgens de Wbb niet te worden gesaneerd/verwijderd. Geadviseerd wordt om dit wel te doen, gelijktijdig met de sanering van de sterke bodemverontreiniging met zink. De gemiddelde concentratie aan lood in de bovengrond (153 mg/kg d.s.) kan namelijk een gevaar opleveren voor spelende kinderen. De loodconcentratie kan leiden tot een verlies van IQ-punten wanneer, met name jonge kinderen (0-6 jaar), voortdurend worden blootgesteld aan hoge loodconcentraties in de bodem. Alle sanerende maatregelen dienen plaats te vinden conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Voorafgaand dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld en ingediend te worden bij het bevoegd gezag (gemeente Loon op Zand). Geadviseerd wordt de verontreiniging te verwijderen middels ontgraving om de locatie geschikt te maken voor de beoogede bestemming.

Wanneer de matige lood- en zinkverontreiniging niet wordt gesaneerd is dan het advies om: » de kinderen in een zandbak met schoon speelzand te laten spelen; » (kunst)gras, tegels of een schone laag grond aan te brengen op plekken waar kinderen spelen. Bij voorkeur met een laag schone grond of zand van 15 cm onder het (kunst)gras of tegels; » groenten te kweken in bakken met schone teelaarde; » extra te letten op hygiëne bij jonge kinderen (handen wassen na het » buitenspelen); » inloop van grond in huis tegen te gaan door het uitdoen van schoenen, » het regelmatig stofzuigen of dweilen. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft enkel een adviserende rol. Het bevoegd gezag dient uiteindelijk een definitieve uitspraak te doen over eventueel te nemen vervolgstappen. Daarnaast dient, buiten de bekende verontreinigingen, bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit te worde gevolgd. Tevens wordt geadviseerd om, na de sloop en verwijdering van de verhardingen, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone.

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

5

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING....................................................................................................................................................6

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN................................................................................... 6

3.

LOCATIEGEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.1. Algemene gegevens.......................................................................................................................................... 6 3.2. Historisch onderzoek en vervolgtraject............................................................................................. 7

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 8 4.1. Bodemopbouw.................................................................................................................................................... 8 4.2. Geohydrologie................................................................................................................................................. 8

5.

HYPOTHESE.................................................................................................................................................8

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK............................................................................................................. 9 6.1. Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken.................................................................................... 9 6.2. Veldwerkzaamheden.............................................................................................................................10

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE......................................................................... 13 7.1. Grond/grondwater........................................................................................................................................ 13 7.2. Asbest................................................................................................................................................................. 14

8.

RESULTATEN.............................................................................................................................................15 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN............................................................................................................... 15 8.2. Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten................................................................... 15 8.3. Interpretatie analyseresultaten........................................................................................................... 19

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELING........................................................................................................ 21 9.1. Verkennend bodemonderzoek................................................................................................................... 21 9.2. Nader grondonderzoek............................................................................................................................... 21 9.3. Verkennend onderzoek naar asbest....................................................................................................... 21 9.4. Algehele conclusie en aanbevelingen.................................................................................................. 22

10.

REFERENTIES........................................................................................................................................... 23

BIJLAGEN

1. 2a. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen, peilbuizen, proefgaten en verontreinigingscontour Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Toetsingstabellen PFAS in grond Veldwerkformulieren asbestonderzoek Relevante historische informatie

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

^ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B V.

6

1.

INLEIDING Hoefnagel Totaalbouw heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend en nader bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest (inclusief historisch onderzoek) voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel. De onderzoeken zijn uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en de tussentijdse resultaten tijdens de verkennende fase. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740/AL2016 [2], de NTA 5755:2010 [3] en de NEN 5707:2015^2:2017 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer M. Schimmel MSc. en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN Verkennend bodem- en asbestonderzoek De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (deels inclusief asbest) vast te leggen ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling teneinde vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt hiertegen bezwaren bestaan. Nadere grondonderzoeken naar lood en zink De doelen voor het nader onderzoek naar de grondverontreinigingen met lood en zink zijn: » Verifiëren of en in welke mate sprake is van ernstige grondverontreiniging met lood en/of zink ter plaatse van boringen B06, PB07 en B08 uit onderhavig onderzoek; » Het eventueel verticaal en horizontaal afperken van een (ernstige) grondverontreiniging met lood en/of zink ^ index 0,5) in de bovengrond plaatse van de boringen B06, PB07 en B08 uit onderhavig onderzoek en daarmee het bepalen van de omvang van de grondverontreiniging ten behoeve van de sanering; » Het vaststellen of sprake is van een (spoedeisend) geval van ernstige bodemverontreiniging met lood en/of zink. Tevens dient de (verontreinigde) grond op PFAS te worden onderzocht ten behoeve van de afvoer en verwerking hiervan.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel en staat kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand , sectie M, nummers 313 en 316. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 780 m2. Momenteel is de locatie grotendeels bebouwd middels een woning, winkelruimte en diverse schuren, die worden gesloopt. Inpandig zijn, zover als bekend, betonvloeren aanwezig. Daarnaast is een beperkt gedeelte braakliggend of in gebruik als tuin (maximaal 150 m2). Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1.

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

7

3.2.

Historisch onderzoek en vervolgtraject

Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725. Door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) zijn de websites www.google.nl.www.bagviewer.kadaster.nl en www.topotiidreis.nl bekeken. Tevens is een omgevingsrapportage vanuit de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord-Brabant gedownload en bestudeerd. Daarbij is aanvullend door VMT de beschikbare informatie opgevraagd bij de gemeente Loon op Zand en de Omgevingsdienst Midden en WestBrabant (OMWB). Tevens is door de opdrachtgever aanvullend informatie aangeleverd. Bodemkwaliteitsgegevens Op basis van de gegevens van de OMWB en de gemeente Loon op Zand zijn van de locatie zelf geen voorgaande bodemonderzoeken bekend. Wel staat op de locatie aan de Hoofdstraat 16 een schoenenfabriek en op de locatie aan de Hoofdstraat 18 een ondergrondse brandstoftank geregistreerd. Bij de opdrachtgever is bekend dat de ondergrondse tank inwendig is gereinigd en afgevuld met zand in 1996. Het bijbehorende KIWA-certificaat is bijgevoegd in bijlage 8. Van de voormalige schoenfabriek is bij de opdrachtgever/eigenaar niks bekend. Bij de gemeente Loon op Zand zijn wel een Hinderwetvergunningen voor de oprichting en uitbreiding van de schoenfabriek ‘Pema B.V.’ bekend uit de periode 1982-1993.

In de directe omgeving zijn van de locatie aan de Hoofdstraat 25 (op circa 20 meter ten noordwesten van onderhavige locatie) een historisch onderzoek (MUG. d.d. 7 augustus 2009) en een verkennend bodemonderzoek (Tritium. kenmerk 1209/046/SR-01, d.d. 22 oktober 2012) bekend. Hieruit is gebleken dat er een chemische wasserij/stomerij aanwezig is (geweest) op de locatie aan de Hoofdstraat 25. Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek is gebleken dat de chemische wasserij/stomerij niet heeft geleid tot een bodemverontreiniging. Bij de gemeente Loon op Zand was tevens nog een ouder verkennend bodemonderzoek bekend van de locatie aan de Hoofdstraat 25 (V.B.P. Holland. kenmerk 95.m.329, d.d. februari 1996) waaruit is gebleken dat hier in het verleden ook een leerlooierij en schoenenfabriek aanwezig is geweest. Tijdens het bodemonderzoek werden geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond. Historisch kaartmateriaal Uit de historische kaarten van www.topotijdreis.nl en de BAG-viewer van Kadaster blijkt dat de locatie reeds sinds circa 1850 bebouwd is. De huidige bebouwing dateert van 1960 (Hoofstraat 18). 1920 (Hoofdstraat 16A) en 1975 (Hoofdstraat 16). Boven- en/of ondergrondse brandstoftanks Uit de beschikbare gegevens blijkt dat achter de winkel (Hoofdstraat 18) een ondergrondse HBOtank aanwezig is. welke in 1996 is gereinigd en afgevuld met zand.

De vermoedelijke ligging van de ondergrondse tank. achter de winkel. is door de opdrachtgever aangegeven. Asbest Gezien het meest recente bouwjaar van de bebouwing (circa 1975) kan niet worden uitgesloten dat asbest is toegepast in de bebouwing

Diverse onderzoeken. Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

8

Conclusies historisch onderzoek Uit het historisch onderzoek komen de volgende aandachtspunten naar voren: » Er zijn geen gegevens bekend van algemene kwaliteit. Derhalve is een volledig onderzoek noodzakelijk conform de NEN 5740 van de algemene kwaliteit (bovengrond, ondergrond en grondwater); » Ter plaatse van de Hoofdstraat 18 is een ondergrondse tank aanwezig, die in 1996 is gereinigd en afgevuld met zand. Hiernaar dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. » Bij de Hoofdstraat 16 is in het verleden een schoenenfabriek aanwezig geweest. Daarnaast zijn in de omgeving in het verleden ook leerlooierijen en overige schoenfabrieken aanwezig geweest. Hierdoor is tevens aanvullend onderzoek op chroom en arseen noodzakelijk; » De locatie is momenteel grotendeels bebouwd, waarbij de aanwezigheid van asbestverdachte materialen niet kan worden uitgesloten. Daarnaast worden puinbijmengingen verwacht. Op basis hiervan dient een verkennend onderzoek naar asbest worden uitgevoerd. 4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

Op de onderzoekslocatie is een circa 11 meter dikke matig tot slecht doorlatende deklaag aanwezig. De deklaag is bestaat afwisselend uit zandige klei, midden en fijn zand behorend tot de Formatie van Boxtel. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerende pakket is circa 26 meter dik en bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand van de Formatie van Sterksel. Het eerste watervoerend pakket wordt van het tweede watervoerende pakket gescheiden dor een slecht doorlatende laag van circa 3 meter dik, bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en weinig grof zand behorend tot de Formatie van Stramproy. 4.2.

Geohydrologie

De regionale grondwaterstroming is globaal zuidwestelijk gericht. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE Op basis van de bekende gegevens wordt uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Hierbij vormen de voormalige schoenenfabriek (arseen en chroom in grond en grondwater), en afgevulde ondergrondse brandstoftank (minerale olie) aandachtspunten. Tevens betreft de aanwezigheid van PFAS een aandachtspunt. Voor wat betreft asbest in de bodem wordt eveneens uitgegaan van een verdachte locatie.

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

9

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken

Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit op de gehele locatie wordt de NEN 5740:2009^1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een ‘de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5740/AL2016 op een diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) met een oppervlakte van maximaal 1.000 m2. Alle boringen worden minimaal doorgezet tot 1,0 m-mv. Tevens wordt één extra boring geplaatst op bovenstaande verdachte strategie in verband met de voormalige schoenfabriek op een deel van de locatie en de ruimtelijke verdeling. De grond- en grondwatermonsters op NEN worden uitgebreid met arseen en chroom in verband met de voormalige schoenenfabriek. Voor de afgevulde brandstoftank wordt een aanvullend onderzoek uitgevoerd, waarbij een extra diepe boring en een extra peilbuis worden geplaatst (inclusief grondanalyse op olie en een grondwateranalyse op NEN en chroom). Het grondwater wordt hier tevens op een NEN-pakket met arseen en chroom geanalyseerd, zodat op zowel nr. 16(A) als nr. 18 de grondwaterkwaliteit wordt vastgesteld in verband met de voormalige schoenenfabriek.

PFAS De onderzoeksopzet voor het onderzoek naar PFAS is afgeleid van de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5740/AL2016 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL). Hierbij wordt de oppervlakte naar boven afgerond, waardoor sprake is van een maximale oppervlakte van 1 ha. Het onderzoek naar PFAS wordt uitgevoerd conform het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, zoals verstrekt aan de Tweede Kamer (meest recente versie d.d. 2 juli 2020). Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd. Nader grondonderzoek naar lood en zink Op basis van de tussentijdse resultaten van het verkennend bodemonderzoek, waarbij licht ^ index 0,5) tot sterk verhoogde gehalten voor lood en/of zink zijn aangetoond, is aanvullend een nader grondonderzoek naar lood en zink uitgevoerd. De werkzaamheden van het nader grondonderzoek worden conform de NTA 5755:2010 uitgevoerd. Bij het uitvoeren van een nader onderzoek conform de NTA 5755:2010 wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd conceptueel model. In tabel 6.1, op de volgende pagina, is het de conceptueel model schematisch weergeven.

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

10

Tabel 6.1: Conceptueel model grondverontreiniging met PAK Conceptueel model Oorzaak van de verontreiniging Omvang van de verontreiniging

Spoed van de sanering / Zorgplicht

Onderzoeksopzet

Oude stedelijke ophoging (puinbijmengingen) Vooralsnog kan niet worden uitgesloten of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met lood of zink, aangezien ter plaatse van boringen B06, PB07 en B08 (achter woning Hoofdstraat 16) tijdens onderhavig verkennend bodemonderzoek licht (index > 0,5) tot sterk verhoogd gehalten voor lood of zink zijn aangetoond in de bovengrond (0,1-0,5 m-mv). In de ondergrond zijn geen gehalten voor lood of zink aangetoond boven de index van 0,5 (norm voor nader onderzoek). Er kan niet worden uitgesloten dat 25 m3 sterk verontreinigde grond met gehalten > interventiewaarde aanwezig is. Er wordt uitgegaan van een historisch geval van ernstige bodemverontreiniging (grotendeels ontstaan vóór 1987). Momenteel is nog niet bekend of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor het nader onderzoek naar lood en zink worden, ter plaatse van en rondom boringen B06, PB07 en B08 11 boringen geplaatst tot 1,0 m-mv waarbij de bovengrond van de aanvullende boringen wordt geanalyseerd op lood en zink.

Verkennend onderzoek naar asbest in grond Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt uitgegaan van de NEN 5707:2015^2:2017 voor een diffuse locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging met oppervlakte van maximaal 1.000 m2,, Voor de inpandige situatie worden door de opdrachtgever (beton)gaten met een diameter van 35 cm gerealiseerd waardoor zowel in- en uitpandig proefgaten kunnen worden gegraven. Voorafgaand aan het verkennend onderzoek naar asbest wordt een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. De mengmonsters van de meeste verdachte grond- en/of puinlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015 ^ 20 mm). De meest verdachte puin- en/of grondlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015: asbest in puin ^ 20 mm). Met het plaatsen van de (beton)boringen, proefgaten en peilbuizen is rekening gehouden met de bekende gegevens en tussentijdse resultaten. 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen Z certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificatienr: ECSIK-20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification). De werkzaamheden worden door een ervaren en geregistreerde medewerker uitgevoerd conform de geldende NEN/NPR-normen en de BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001: het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6), protocol 2003: veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (versie 6) en, afgezien van een efficiënte maaiveldinspectie, de 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, Edelmanboor en een zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm).

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

11

In tabel 6.2 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.2: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data

Bedrijf

Gecertificeerde medewerker(s)

Protocol BRL SIKB

Verkennend onderzoek 4 december 2020

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer M.A.H. van Baal

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer M.A.H. van Baal

2001 (v. 6) & 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer M.A.H. van Baal

2001 (v. 6)

11 december 2020 Nader onderzoek 18 januari 2021

Verkennend en nader bodemonderzoek Grond verkennend en nader bodemonderzoek Ten behoeve van het bepalen van de algemene bodemkwaliteit van verkennend bodemonderzoek, zijn in totaal 13 boringen (B01 t/m B13) geplaatst. Hierbij zijn de boringen PB07 en PB12 afgewerkt met een peilbuis. Boringen B11 en PB12 zijn ter plaatse van de afgevulde ondergrondse tank geplaatst. Ten behoeve van het nader onderzoek naar lood en zink in de bovengrond, zijn aanvullend 11 boringen (B101 t/m B111) geplaatst rondom de boringen B06, PB07 en B08. In tabel 6.3 zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven. Tabel 6.3: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen tot circa 1,0 m-mv

Boringen tot circa 2,5 m-mv

Peilbuis (filterstelling m-mv)

Verkennend bodemonderzoek B01 t/m B05, B08 t/m B10, B13

B06, B11

PB07 (2,50-3,50), PB12 (2,50-3,50)

Nader onderzoek naar lood en zink B101 t/m B111 Toelichting bij tabel 6.3: Geen boring geplaatst tot bovenstaande diepte.

-

Grondwater Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen PB07 en PB12 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 11 december 2020 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie geheel is verhard (totaal 100 %). Er heeft derhalve, in afwijking van de BRL 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Mogelijk zijn hierdoor de resultaten beïnvloed. Op het maaiveld zijn desondanks, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 10 proefgaten (B03, B04, B06 t/m B10, PB12 en B13) van 0,3 x 0,3 tot de ongeroerde grond (circa 0,5 m-mv) gegraven. Hierdoor zijn 2 extra proefgaten gegraven ten opzichte van de vooraf gekozen strategie. Diverse proefgaten zijn dieper doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond middels een boring met brede diameter (12 cm).

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

12

Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove (fractie > 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In het veld zijn twee grondmengmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie ( < 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 8. De situatieschets met de geplaatste en gegraven boringen, peilbuizen en proefgaten is opgenomen als bijlage 2.

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

13

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) Z (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: " Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. " Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 2 juli 2020), worden gehanteerd.

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

14

In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 pg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 pg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 pg/kg d.s. voor PFOA en 3 pg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5] en bedraagt in beide gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie ^ 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 pm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd.

Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

15

8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld/onderzijde verharding tot circa 1,0 à 1,2 m-mv over het algemeen uit matig fijn, zwak siltig, matig humeus zand. Hieronder is afwisselend matig fijn, zwak siltig zand en sterk zandig leem aangetroffen tot circa 2,0 m-mv gevolgd door matig fijn, zwak siltig zand met brokkel leem tot de maximaal geboorde diepte van circa 3,5 m-mv. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen waargenomen. Een overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen Boring

Proefgat

Diepte boring (m -mv)

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

B01 B02 B03 B04

Nee Nee Ja Ja

1,00 1,40 1,00 1,00

0,30 - 0,50 0,40 - 1,20 0,10 - 1,00 0,02 - 0,30 0,30 - 1,00 0,10 - 1,00 0,10 - 1,10 0,10 - 1,60 0,05 - 0,60 0,05 - 0,50 0,05 - 1,00 0,05 - 1,00 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 1,00 0,05 - 1,00 0,10 - 1,00 0,10 - 1,00 0,10 - 1,00 0,10 - 1,00 0,10 - 1,00

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen, sporen beton zwak baksteenhoudend, sporen beton sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen, sporen beton sporen beton, zwak baksteenhoudend sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen, sporen beton sporen beton, zwak baksteenhoudend sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen, sporen beton

B05 Nee 1,00 B06 Ja 2,50 PB07 Ja 3,50 B08 Ja 0,60 B09 Ja 1,00 B11 Nee 2,50 PB12 Ja 3,50 B13 Ja 1,00 B103 Nee 1,00 B104 Nee 1,00 B105 Nee 1,00 B107 Nee 1,00 B108 Nee 1,00 B109 Nee 1,00 B110 Nee 1,00 B111 Nee 1,00 Toelichting hij de tabel: Sporen < 1 0Zo bodemvreemd materiaal; Zwak ^ 1 07o, < 5 07o bodemvreemd materiaal.

Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde/opgegraven grond geen asbestverdachte materialen ^ 20 mm) en overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Het analytisch onderzoek naar PFAS is uitgevoerd door het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. die gevalideerd is voor het uitvoeren van deze analyses conform de Duitse norm DIN 38414-14. Aangezien deze parameters vooralsnog niet conform AS3000 en/of AP04 kunnen worden erkend is dit het hoogste haalbare en zijn de analyseresultaten representatief voor het uitgevoerde bodemonderzoek. Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

16

De toetsingsresultaten van de PFAS in grond analyses zijn opgenomen in bijlage 6. Tevens worden de PFAS resultaten indicatief getoetst aan de vastgestelde INEV’s. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat - nummer Grond 13370316

Monster

Parameter

Opmerking

Toelichting

B03-1, PB07-1

Droge stof, organische stof en lutum

Na het nemen van deelmonsters ten behoeve van het bepalen van de bodemkenmerken (droge stof en eventueel organisch stof, lutum en pH-CaCl2), alsmede eventuele deelmonsters voor vluchtige verbindingen (BTEX, vluchtige halogenen, Cyanides), was geen 140 gram meer over voor de monstervoorbehandeling voor de overige parameters. Daarom is minder dan 140 gram voorbehandeld voor deze parameters.

De gemeten gehalten voor zware metalen, welke op het lutumgehalte worden gecorrigeerd, zijn mogelijk overschat. Aangezien reeds de interventiewaarde wordt overschreden in monster PB07-1, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Grond Verkennend en nader onderzoek (algemene kwaliteit) Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn grond(meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. In verband met de tussentijdse resultaten is aanvullend analytisch onderzoek verricht, waarbij de deelmonster van mengmonster MM03 separaat zijn geanalyseerd op lood en zink. Tevens is aanvullend de ondergrond van boring PB07 geanalyseerd op lood en zink voor directe verticale afperking en de bovengrond van boring B10 ter horizontale afperking. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster

Omschrijving

Verkennend bodemonderzoek MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: zwak baksteen, sporen beton MM02 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton MM03

Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton

MM04

Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

MM05

Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

MM06

Ondergrond, leem Zintuiglijk: -

MM07

Ondergrond, zand Zintuiglijk: (t.p.v. ondergrondse tank)

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

B04 (0,02 - 0,30) B09 (0,05 - 0,50) B13 (0,05 - 0,50) B01 (0,30 - 0,50) B02 (0,40 - 0,90) B05 (0,10 - 0,60) B11 (0,05 - 0,50) B03 (0,10 - 0,60) B06 (0,10 - 0,60) B08 (0,05 - 0,30) PB07 (0,10 - 0,60) B03 (0,60 - 1,00) B06 (0,60 - 1,10) PB07 (1,10 - 1,60) PB12 (0,50 - 1,00) B01 (0,50 - 1,00) B06 (1,10 - 1,60) B09 (0,50 - 1,00) B10 (0,70 - 1,00) PB07 (1,60 - 2,10) B02 (1,20 - 1,40) B11 (1,00 - 1,50) B11 (1,50 - 2,00) PB12 (1,00 - 1,50) PB12 (1,50 - 2,00) B11 (2,00 - 2,50) PB12 (2,00 - 2,50)

NEN, As+Cr

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

> AW < I

Resultaten | >I

NEN, As+Cr

Cu, Hg, Pb, Zn, PAK

NEN, As+Cr

Cd, Cu, Hg, Pb1, Zn*, PAK

NEN, As+Cr

Cu, Hg, Pb, Zn

NEN, As+Cr

NEN, As+Cr

MO

^ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B V.

17

Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster

Omschrijving

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket > AW < I

Resultaten | >I

Aanvullend analytisch onderzoek B03-1 Bovengrond, zand B03 (0,10 - 0,60) Pb+Zn Pb, Zn Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton B06-2 Bovengrond, zand B06 (0,10 - 0,60) Pb+Zn Pb*, Zn* Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton B08-1 Bovengrond, zand B08 (0,05 - 0,30) Pb+Zn Pb, Zn* Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton PB07-1 Bovengrond, zand PB07 (0,10 - 0,60) Pb+Zn Pb Zn Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton Ondergrond, zand PB07 (0,60 - 1,10) Pb+Zn Pb, Zn PB07-2 Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton (verticale afperking) B10-1 Bovengrond, zand B10 (0,20 - 0,70) Pb+Zn Zintuiglijk: Nader onderzoek naar lood en zink (allen horizontale afperking) B101-1 Bovengrond, zand B101 (0,05 - 0,50) Pb+Zn Pb, Zn Zintuiglijk: B102-1 Bovengrond, zand B102 (0,05 - 0,50) Pb+Zn Pb, Zn* Zintuiglijk: B103-1 Bovengrond, zand B103 (0,05 - 0,50) Pb+Zn Pb, Zn Zintuiglijk: sporen baksteen B104 (0,05 - 0,50) B104-1 Bovengrond, zand Pb+Zn Pb, Zn* Zintuiglijk: sporen baksteen B105-1 Bovengrond, zand B105 (0,05 - 0,50) Pb+Zn Pb, Zn* Zintuiglijk: sporen baksteen B106-1 Bovengrond, zand B106 (0,05 - 0,50) Pb+Zn Pb, Zn* Zintuiglijk: B107-1 Bovengrond, zand Pb+Zn Pb*, Zn* B107 (0,10 - 0,50) Zintuiglijk: sporen baksteen B108-1 Bovengrond, zand Pb+Zn Pb, Zn* B108 (0,10 - 0,50) Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton B109-1 Bovengrond, zand Pb+Zn Pb, Zn* B109 (0,10 - 0,50) Zintuiglijk: sporen

baksteen, sporen beton B110-1 Bovengrond, zand B110 (0,10 - 0,50) Pb+Zn Pb*, Zn* Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton B111-1 Bovengrond, zand B111 (0,10 - 0,50) Pb+Zn Pb*, Zn* Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton Toelichting hij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); As+Cr Arseen en chroom; Pb+Zn Lood en zink, inclusief lutum en organische stof (humus); MO Minerale olie, inclusief organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; 1 Gehalte benadert de index van 0,5; * Gehalte overschrijdt de index van 0,5; Niets waargenomen/aangetoond.

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B V.

18

PFAS Aanvullend zijn onderstaande mengmonsters geanalyseerd op PFAS. De grondmengmonsters met bijbehorende analyses en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4 Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster

Omschrijving

Boring (traject in m -mv)

Analysepakket

MMPFAS01

Grond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton

PFAS

MMPFAS02

Grond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton

B02 (0,40 - 0,90) B03 (0,60 - 1,00) B04 (0,30 - 0,80) B05 (0,10 - 0,60) B09 (0,05 - 0,50) B11 (0,50 - 1,00) B13 (0,05 - 0,50) PB07 (0,60 - 1,10)

Resultaten* > landbouw/natuur > Wonen/industrie ^ AW)

PFAS

Toelichting hij tabel 8.4: PFAS: Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); Geen toetsingsnorm aanwezig, de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” bedraagt voor PFOA: < 1,9 pg/kg d.s. en voor de overige PFAS en GenX: < 1,4 pg/kg d.s. en de toepassingsnorm voor de functieklasse “wonen/industrie” bedraagt voor PFOA: < 7 pg/kg d.s. en voor de overige PFAS: < 3 pg/kg d.s.; Niets aangetroffen/waargenomen.

Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis (codering)

Filterdiepte (m-mv)

GWS (m-mv)

PH

EC Troebelheid Analysepakket (pS/cm) (NTU)

>S<I

Resultaten >I

PB07 2,50 - 3,50 1,97 672 7,18 NEN, As+Cr 7,6 PB12 2,50 - 3,50 1,97 604 3,11 NEN, As+Cr Ba 7,5 Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); MO en BTEXN Minerale olie en de vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. Asbest Op het maaiveld en in het vrijkomende materiaal uit de (beton)boringen en proefgaten zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn twee grondmengmonsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd op asbest ^ 20 mm). De samenstelling van de grondmengmonsters en bijbehorende analyses zijn in tabel 8.6 weergegeven. Tabel 8.6: Samenstelling grondmengmonsters asbest Monstercode

Proefgaten

Zintuiglijke waarnemingen

Traject (m -mv)

Soort

Analysepakket

MMASB01

B03, B06, B08, B12

Sporen beton, zwak baksteenhoudend Sporen baksteen, sporen beton

0,05 - 0,50

Grond

Asbest in grond ^ 10 kg) 1

MMASB02 B04, B09, B13 0,02 - 0,50 Grond Toelichting bij tabel 8.6: Niets waargenomen; Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.

Asbest in grond ^ 10 kg) 1

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B V.

19

De resultaten van het geanalyseerde grondmengmonster en de gewogen hoeveelheid asbest (c 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.7. Tabel 8.7: Overzicht onderzocht grondmengmonster en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat_________________________________________________ Monstercode

Soort

MMASB01 MMASB02 Toelichting hij tabel 8.7: Niets aangetoond.

8.3.

Hechtgebonden

Type

Gemeten ^0 mm (mg/kg d.s.)

Totaal gewogen ^0 mm (mg/kg d.s.)

-

-

c 0,8 c 0,8

c 0,8 c 0,8

Interpretatie analyseresultaten

Grond Verkennend en aanvullend onderzoek In het onderzochte mengmonster MM01 van de zwak baksteen- en sporen betonhoudende bovengrond (0,002-0,5 m-mv; zand) uit boringen B04, B09 en B13 zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het onderzochte mengmonster MM02 van de sporen baksteen- en betonhoudende bovengrond (0,05-0,5 m-mv; zand) uit boringen B01, B02, B05 en B11 zijn licht verhoogde gehalten voor koper, kwik, lood, zink en PAK aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5 voor nader onderzoek. In het onderzochte mengmonster MM03 van de sporen baksteen- en betonhoudende bovengrond (0,05-0,5 m-mv; zand) uit boringen B03, B06, PB07 en B08 zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK aangetoond, waarbij de aangetoonde gehalten voor lood en zink de index van 0,5 voor nader onderzoek overschrijden, dan wel benaderen. In verband met het aangetroffen verhoogde gehalten voor lood en zink in mengmonster MM03, is het mengmonster uitgesplitst en zijn de deelmonsters separaat geanalyseerd op lood en zink. Hieruit is gebleken dat in de bovengrond uit boring PB07 een sterk verhoogd gehalte voor zink is aangetoond.

Tevens is een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond. In de bovengrond uit boringen B06 en B08 zijn eveneens verhoogde gehalten voor koper en lood aangetoond die de indexwaarde van 0,5 overschrijden, echter blijven de gehalten (net) onder de interventiewaarden. In de bovengrond uit boring B03, alsmede in het aanvullend onderzochte monster van de onderliggende grond uit boring PB07 (0,6-1,1 m-mv, zand), zijn eveneens licht verhoogde gehalten voor koper en lood, echter blijven de gehalten ruim onder de interventiewaarden, alsmede onder de index van 0,5. In het aanvullend onderzochte monster van de bovengrond uit boring B10 (0,2-0,7 m-mv, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond. In het onderzochte mengmonster MM04 van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-1,6 m-mv; zand) uit boringen B03, B06, PB07 en PB12 zijn licht verhoogde gehalten voor koper, kwik, lood en zink aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5 voor nader onderzoek.

Diverse onderzoeken, Hoofdstraat 16/16A-18 te Kaatsheuvel Rapportnr.: B19.7562 versie: 02 datum: 19 februari 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

20

In de onderzochte mengmonsters MM05 (0,5-2,1 m-mv; zand) en MM06 (1,0-2,0 m-mv; leem) van de zintuiglijk schone ondergrond, zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het onderzochte mengmonster MM07 (2,0-2,5 m-mv; zand) van de zintuiglijk schone ondergrond uit boringen B11 en PB12, ter plaatse van de afgevulde ondergrondse tanks, is geen verhoogd gehalte voor de minerale olie aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Nader onderzoek naar lood en zink In alle onderzochte monsters van de zintuiglijk schoon tot sporen baksteen en/of sporen betonhoudende bovengrond uit de aanvullende boringen (B101 t/m B111; 0,1-0,5 m-mv, zand), ter horizontale afperking van de verontreiniging met lood en zink, zijn verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond. Echter wordt de interventiewaarde hierbij niet overschreden. Wel wordt de index van 0,5 overschreden dan wel de interventiewaarde overschreden voor lood en/of zink in de bovengrond ter plaatse van boringen B102 en B104 t/m B111. PFAS In de onderzochte mengmonsters MMPFAS01 en MMPFAS02 van de sporen baksteen- en betonhoudend grond (0,05-1,1 m-mv, zand) zijn voor PFAS geen gehalten boven de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” aangetoond.

De grond (boven grondwaterniveau) voldoet derhalve aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde), uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond, buiten grondwaterbeschermingsgebieden en op de landbodem. Grondwater In het onderzochte grondwater uit peilbuis PB07 zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. In het onderzochte grondwater uit peilbuis PB12, ter plaatse van de afgevulde ondergrondse tank, is een licht verhoogde gehalte voor barium aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende streefwaarde, maar blijft ruim beneden de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5. De overige onderzochte parameters (NEN, arseen en chroom) zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Tijdens het verkennend onderzoek naar asbest zijn zowel op het maaiveld als in het opgeboorde/opgegraven materiaal zintuiglijk ^ 20 mm) geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de onderzochte mengmonsters van de sporen tot zwak baksteen en sporen betonhoudende bovengrond (MMASB01 en MMASB02; 0,1-0,5 m-mv) uit de gegraven proefgaten (zowel in- als uitpandig) is analytisch geen asbest aangetoond ^ 2,0 mg/kg d.d.).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=456881ee-bb26-4eb5-8cdd-64c214656a96