CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

08-07-2021 Bijlage 1. Kadernota 2022.docx

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over Kadernota 20226.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2022 1. Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2022. De kadernota voor een jaar dat altijd bijzonder is; een jaar met gemeenteraadsverkiezingen. Daarnaast hebben we hoop op een perspectief; hoop dat de wereld zich ontworstelt aan de coronagreep. Het perspectief waar we dan voor staan, laat zich lastig voorspellen. Hoe groot zal de economische crisis zijn? Hoe snel kunnen we herstellen; hoe groot is ons aller veerkracht nog? Hoe ontwikkelt de druk op onze sociale voorzieningen zich? Zal het verenigingsleven een dragende kracht in de samenleving blijven? Wie het weet mag het zeggen. Daarom is een belangrijke lijn in deze kadernota dat we ruimte willen laten om in 2022 nieuwe en passende keuzes te maken. We zetten in deze kadernota in op vier grote opgaven: - Organisatieontwikkeling en meer specifiek het functioneel beheer van onze ICT-voorzieningen - Duurzaamheid - Grip op het sociaal domein - Omgevingswet Wat leest u in deze kadernota? 1. Een voorstel voor een nieuwe programma-indeling 2. Hoe geven we in 2022 vervolg aan de opgaven die in 2021 zijn opgestart? 3. Welke nieuwe uitdagingen komen op ons pad? 4. Wat zijn de financiële kaders en uitgangspunten voor de begroting 2022? In deze kadernota nemen we het financieel perspectief nog niet op. Begin juni verwachten we de meicirculaire.

Een groot aantal bepalende doorrekeningen voor het meerjarenperspectief (zoals indexeringspercentages) moeten wachten op de informatie uit de meicirculaire. Aan de raadsinformatiebrief van de meicirculaire voegen we het completer financieel perspectief toe. Deze informatie is beschikbaar voorafgaand aan de behandeling van de kadernota door de gemeenteraad. Waarom een nieuwe programma-indeling? De Toekomstagenda is steeds vaker de structuur waarin wij het gesprek voeren. Vanuit het streven naar financiële rust en stabiliteit zoeken we naar een vorm om de financiële wereld meer aan te laten sluiten bij de beleidswereld; de belevingswereld. Onderlinge verbanden tussen taakvelden stelden ons de laatste jaren voor veel administratieve verwerkingen omdat een tussentijdse herschikking van budgetten beter paste bij een aanpak of ambitie. Een manier om de verbinding tussen ambitie en financiën beter zichtbaar te maken, is door een gewijzigde programma-indeling. We zoeken aansluiting bij de Toekomstagenda; een indeling waar we in de komende jaren mee gaan werken. In bijlage 1 is de indeling verder uitgewerkt.

2. Op naar 2030 2.1.

Bestuurlijke toekomst

De gemeenteraad laat onderzoek doen naar de bestuurlijke toekomst. Het takenpakket evolueert en breidt zich uit. De gemeente staat voor grote en complexe maatschappelijke opgaven. Opgaven op het gebied van duurzaamheid en woningbouw, in het sociaal domein en natuurlijk het beheersen van de coronacrisis. We zijn trots op onze Loonse Schatten en willen deze koesteren. We hebben onze dromen over de toekomst neergelegd in de Toekomstagenda. 2030 is “het jaar waarin Kaatsheuvel,

1

Loon op Zand en De Moer bloeiende en zelfbewust gemeenschappen zijn die zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun ontwikkeling. Waarin actieve en participerende inwoners samen met de gemeenteraadsleden, -bestuurders en -ambtenaren werken aan hun leefomgeving. … Een gemeente waar inwoners zich verbonden voelen. … een gemeente waar jongeren, ouderen en gezinnen samenkomen. Die gebruik maken van elkaars kwaliteiten ongeacht herkomst en achtergrond. … De gemeente betrekt inwoners steeds eerder bij beleid of projecten. Met een open houding spreken we inwoners aan en zorgen we tegelijkertijd voor duidelijke kaders en randvoorwaarden. Doordat inwoners op deze werkwijze vertrouwen vinden ze het normaal om mee te doen aan initiatieven. Of er zelf één te starten.” De financiële uitdagingen blijven druk zetten op onze ambitie. De vraag dient zich aan of we voldoende robuust kunnen zijn om zelfstandig te blijven. De samenleving laat diversiteit zijn bij haar verwachtingen van de gemeente. Aan de ene kant de drang naar persoonlijke identiteit en autonomie, en hier ook gehoor aan willen geven. Maar in tijden van chaos, dynamiek en onzekerheid blijft er behoefte aan een overheid die orde en structuur brengt. De verwachtingen van inwoners veranderen. Veel van hen willen snelle en digitale dienstverlening. Anderen vragen om persoonlijk contact en begeleiding.

Wat zijn de opgaven waar we in de komende jaren mee aan de slag gaan?

2.2.

Ingeslagen koers in 2020 en 2021

In 2019 constateerden we met elkaar dat financiële krapte moest leiden tot keuzes. Daarmee werd in 2020 ruimte geboden om met elkaar te spreken over de gewenste koers. De analyse leidde tot twee sporen. Het eerste spoor richtte zich op het Rijk. Door deelname aan het regionaal lobbytraject maakten we ons hard voor een gewijzigde herverdeling en uitbreiding van het gemeentefonds. Dit proces is nu in een nieuwe fase gekomen waarbij de minister de consultatie- en adviesrondes is gestart. Doel van het eerste spoor was het vergroten van de inkomsten van de gemeente. Als gevolg van keuzes bij het Rijk is het takenpakket van de gemeente aan verandering onderhevig. De voor de uitvoering beschikbare middelen worden veelal toegevoegd aan het gemeentefonds. We volgen de ontwikkelingen nauwgezet via de circulaires. Het tweede spoor richt zich op het herstel van rust en stabiliteit. Dit hebben we gedaan door het opstarten van de opgaven organisatieontwikkeling, grip op het sociaal domein, herstel financiële balans en de zachte landing van de omgevingswet. Daarnaast kondigden we een onderzoek aan naar het accommodatiebeleid. Al deze opgaven richten zich er op om te komen tot een gemeente in rustiger vaarwater. De eerste stappen zijn gezet. In 2021 en 2022 zullen we hier vooral op moeten doorpakken. Deze opgaven hebben een focus op de eigen organisatie.

Dit is onze bijdrage in de droom voor Loon op Zand.

2.3.

Corona

Economische ontwikkeling Hoewel de Nederlandse economie in het eerste kwartaal van 2021 nog krimpt ten opzichte van het laatste kwartaal van 2020, verwachten we voor de rest van dit jaar herstel. Naar verwachting groeit de economie dit jaar met 2,1 procent. 2020 liet een krimp zien van 3,8 procent. Deze inhaalgroei zal ook nog doorwerken in 2022. Het zou betekenen dat de economische activiteit eind 2021 weer op het niveau ligt van voor de coronacrisis. Coronamaatregelen zorgen voor uiteenlopende verwachtingen in 2021 en 2022. De impact van de coronacrisis verschilt per sector. Dit tekende zich reeds af in 2020 en zal zich ook zo doorzetten in 2021 en verder. Sectoren zoals de horeca (circa 41 procent) en vervoersector (circa 16 procent) zijn zwaar getroffen. Andere sectoren konden vrij aardig op peil blijven, zoals bijvoorbeeld de supermarkten. Zolang de maatregelen nog van kracht zijn is het lastig om de volledige impact van de coronacrisis te kunnen overzien. We gaan er van uit dat er rond de zomer geleidelijk meer versoepelingen komen met de hoop dat de restricties aan het einde van dit jaar kunnen worden losgelaten, mits er voldoende mensen zijn gevaccineerd. 2021 is daarmee een jaar waarbij het herstel nog wordt afgeremd door maatregelen.

De verwachting is ook dat de getroffen sectoren zich in 2022 weer zullen herstellen, maar dat zij het niveau van 2019 mogelijk nog niet zullen halen. Dit zal met name aan de orde zijn voor bedrijven en ondernemingen die vanwege

2

de opgelegde maatregelen dicht moesten. Er zijn inmiddels beelden hoe bijvoorbeeld de werkloosheid en het aantal bijstandsgerechtigden zich zal ontwikkelen. Het regionale beeld – dan wel het lokale beeld voor Loon op Zand – laat zich lastig voorspellen. Landelijk is in ieder geval de verwachting dat de werkloosheid zal stijgen tot 4,7 procent tot en met de eerste helft van 2022 (in januari 3,6%). Ook al zullen de verschillende sectoren zich naar verwachting herstellen en hebben veel mensen uitgaven uitgesteld tot na de versoepeling van maatregelen, is de verwachting dat de mensen voorzichtig blijven met hun uitgaven.

Steunpakketten en coronaherstelfondsen Vanaf het eerste moment is het Rijk gestart met het bieden van steunmaatregelen gericht op tegemoetkoming in kosten. De pakketten zijn er op gericht op het aantal noodlijdende situaties zo klein mogelijk te houden. In 2021 zal het Rijk veel extra gaan uitgeven door de inhaalslag van uitgestelde zorg en door bestedingen aan coronatestlocaties, vaccins en inentingen. De provincie bood steun aan met name economische innovatiekracht en heeft op dit moment een eigen Brabants corona herstelplan. Vooralsnog is dit plan vooral gericht op ondersteuning aan de grotere Brabantse gemeenten. Als gemeente hebben we de middelen die we van het Rijk hebben ontvangen ingezet voor maatwerkoplossingen in het sociaal-maatschappelijk veld, het stimuleringsfonds aan ondernemers en onder meer het doorbetalen van contracten in het sociaal domein. De ontwikkeling die we nu zien is dat steunpakketten plaats gaan maken voor herstelfondsen om het opnieuw opstarten van de samenleving zo geruisloos mogelijk te laten verlopen.

Sociaal domein Er verschijnen vele artikelen over de ontwikkelingen in het sociaal domein als gevolg van corona en de mogelijke scenario’s die zich kunnen aftekenen. Blijven we bij de feiten dan zien we dat een deel van 2020 de hulp- en zorgverlening is stilgevallen vanwege de geldende maatregelen, langzaam weer is opgestart en met inzet van alternatieve oplossingen. De gemeentelijke toegangen zijn al die tijd gewoon opengebleven, maar de drempel werd hoger. Onduidelijk is wat het echte effect hiervan zal zijn in 2021 en 2022. De aanname dat zij die zorg nodig hadden zich wel tot de gemeente hebben gericht is net zo plausibel als de aanname dat zorg veel langer achter de voordeur blijft.

3

Overhead en algemene dekkingsmiddelen Financiële kaders en uitgangspunten In de kadernota 2021 stelde de raad financiële kaders en spelregels vast. Deze blijven onverminderd van toepassing in 2022. Ze zijn het kader waarbinnen we het streven naar financiële rust en stabiliteit verder vormgeven. Bij het opstellen van de programmabegroting 2022 hanteren wij de volgende uitgangspunten: 1. De berekening Algemene Uitkeringen ramen we op basis van de meicirculaire 2021 en tegen lopende prijzen. 2. Voor de meerjarenbegroting gaan we uit van een indexering op baten en lasten. Ten opzichte van de begroting 2021 passen we een indexering toe, die gelijk is aan de ontwikkeling CPI1 meicirculaire 2021, met de volgende uitzonderingen: a. We volgen de contracten waarbinnen we specifieke afspraken maakten over indexering. b. We handhaven de ontwikkeling OZB in begroting 2020 (jaarlijks + 2,5% opbrengst). c. We handhaven de besluiten betreffende ontwikkeling toeristenbelasting in begroting 2020 en begroting 2021. Dit betekent dat de opbrengst toeristenbelasting jaarlijks met 2,5% stijgt ten opzichte van begroting 2021. d. We handhaven de berekeningsmethodiek vermakelijkhedenretributie. Dit betekent dat we de ingeschatte kosten voor 2022 omslaan naar de betalende bezoekers in jaar 2020 (jaar t-2). e. De reclamebelasting volgt de opgave SOL2. f.

De hondenbelasting volgt de lijn van de OZB en de toeristenbelasting (jaarlijks + 2,5% opbrengst). g. Voor bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen sluiten we aan bij de afspraken die we hierover met de regiogemeenten maakten. h. We hanteren voor opbrengsten afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges een kostendekkend tarief. 3. Voor loon- en salarisontwikkelingen sluiten we aan bij de meest actuele inzichten per 1 juli 2021. Er is geen ophoging van de loonsom door periodieken. We rekenen vacatures mee in de loonsom (treden zeven functieschaal). We passen de algemene indexeringsgrondslag toe. 4. Het integraal rentepercentage stellen we voorlopig vast op 1,5% en voor grondexploitaties op 2,5%. 5. Het bedrag voor onvoorziene uitgaven begroting 2022 en volgende jaren is € 25.000 per jaar. 6. Op investeringen groter dan € 5.000 schrijven we lineair af, tenzij door de raad hierover anders is besluiten. De uitgangspunten zoals verwoord onder punt 2.b., 2.c. en 2.f. zijn een bevestiging van de besluitvorming bij de programmabegroting 2020 en 2021 en leiden niet tot nieuwe meeropbrengsten voor de gemeente. Het college behoudt de ruimte om gemotiveerd af te wijken van genoemde uitgangspunten als de doorrekeningen, in aanloop naar de begrotingsbehandeling, hier aanleiding toe geven.

Herverdeling gemeentefonds In december 2020 besloot de minister om de invoering van de herverdeling van het gemeentefonds te verzetten naar 2023. In februari 2021 stuurde de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het voorstel voor de herverdeling naar de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) voor advies. De verwachting is dat er in juni een actualisatie van het verdeelvoorstel gemeentefonds 1 CPI = Consumenten Prijs Index.

2 SOL = Stichting Ondernemers Loon op Zand

4

bekend wordt gemaakt, mede onder invloed van het ROB-advies. Daarna zal de bestuurlijke consultatie worden uitgevoerd en zal de minister – alle adviezen en reacties wegende – het voorstel afronden en voorleggen aan de Tweede Kamer. De herverdeling van het gemeentefonds hangt als een zwaard van Damocles boven het hoofd van een groot aantal gemeenten. In de kadernota 2021 – en vervolgens de programmabegroting – gingen we uit van een terugval in het gemeentefonds met zo’n 9%, gebaseerd op de berichtgeving vanuit het Rijk in het voorjaar van 2020. Voor een deel hebben we dat meegenomen in het meerjarenperspectief 2021 – 2024. Uit het huidige voorstel dat is aangeboden aan het ROB blijkt een minder negatief beeld voor het totale gemeentefonds. Het aandeel sociaal domein in het gemeentefonds wordt zeer zwaar geraakt. We blijven deelnemen aan de regionale lobby om de omvang en verdeelsleutels van het gemeentefonds op orde te krijgen. Vanuit de lobby zetten we in op de groei van het totaalbedrag van het gemeentefonds.

5

Venster 1. Bestuur en dienstverlening Thema 1.1. Bestuur en organisatie Het bestuur van een kleinere gemeente staat vaak dichter op de inwoners. Dit geeft het voordeel van betrokkenheid en herkenbaarheid. Nadeel kan zijn dat de onderwerpen op detailniveau liggen en er een constante druk ligt om op dat niveau aan de wensen te voldoen, waardoor de strategie (lange termijn) en regionale context naar de achtergrond raken. Net als alle gemeenten is Loon op Zand verweven in een netwerk van gemeentelijke samenwerkingen, dat zich uitstrekt in de Langstraat en Hart van Brabant. Waar het zwaartepunt ligt, verschilt per opgave. Participatie betekent niet dat er simpelweg een overheveling plaatsvindt van de gemeentelijke organisatie naar de gemeenschap. De participatiesamenleving steekt veel complexer in elkaar: mensen hebben ook wensen richting de overheid. Er zijn situaties denkbaar dat de gemeente graag wil dat de samenleving meer zelfredzaamheid toont. Er zijn ook situaties denkbaar dat een er een eigenstandig initiatief ontstaat vanuit de samenleving. Idealiter is er een partnerschap waar de gemeente wel degelijk (ook) iets moet bieden. Dit vergt organisatie en middelen vanuit de gemeente. Niet vanuit een defensieve gedachte maar een vanuit een krachtige visie. Een gerichtheid op de kernen van Loon op Zand wordt hierbij als behulpzaam gezien.

Met de verkiezingen voor de Tweede Kamer van maart 2021 deden we ervaring op met het organiseren van ‘vitale verkiezingen’ zoals vastgelegd in het plan van aanpak. De ervaringen uit deze verkiezingen nemen we mee in het organiseren van volgende verkiezingen.

Opgave organisatieontwikkeling In de programmabegroting 2021 namen we u mee in de benodigde ontwikkeling in de organisatie. Ongeacht de uitkomst van de discussie over de bestuurlijke toekomst is Loon op Zand gebaat bij een robuuste en toekomstbestendige organisatie. Het proces zet zich in 2022 door. Er is een routekaart organisatieontwikkeling opgesteld, waarin concrete stappen zijn benoemd voor uitvoering van de lijnen in onder andere de nota organisatievisie. Hierin zijn zes deelprogramma’s opgenomen: bestuurlijke vernieuwing, informatiebeheer en -management, personeel en organisatie, communicatie, dienstverlening en financiële beheersing. In 2022 leggen we de volgende accenten: - We borgen onze basiskwaliteit in effectief en efficiënt ingerichte processen. Dit is een doorlopend proces (periode 2021-2024) waarbij we elk proces doorlichten, optimaliseren en waar mogelijk digitaliseren. Vanuit deze basiskwaliteit bouwen we aan de kwaliteit van dienstverlening. - We werken aan strategische personeelsplanning en afbouw van externe inhuur. Eén instrument dat bijdraagt aan beide ambities is het inrichten van een breed inzetbare projectenpoule binnen onze eigen organisatie. Projectleiders en -managers werkzaam binnen onze eigen organisatie waardoor minder behoefte is aan de inzet van externe inhuur hiervoor.

Op verzoek van de Ondernemingsraad voeren we een medewerkerstevredenheidsonderzoek uit. - We vergroten de voorspelbaarheid van financiële trends en ontwikkelingen zodat fluctuaties door het jaar heen minder groot zijn, maar altijd uitlegbaar. Aan de opgave financiële beheersing verbinden we ook de activiteiten gericht op risicomanagement in de grondexploitaties en de actualisatie van het investeringsplan. - Onze systemen en ICT-landschap zijn de motor en techniek van onze organisatie. Zonder dit vernuft gaan kwaliteit en snelheid van dienstverlening achteruit. Eerder kondigden we al aan dat er sprake is van achterstallig onderhoud en onvoldoende toekomstgerichtheid. Investeren in zowel menskracht als systemen is noodzakelijk om de basiskwaliteit in onze processen te kunnen garanderen. Met name in 2022 zal een impuls nodig zijn om meer robuustheid neer te zetten.

6

Personele ontwikkelingen De organisatie is in beweging. Vanuit de eerder genoemde deelprogramma’s leggen we de route af naar een robuuste en toekomstbestendige organisatie. Het takenpakket van de gemeente is voortdurend in ontwikkeling. Er worden keuzes gemaakt voor impulsen in onze kwaliteit van dienstverlening, duurzaamheid, functioneel beheer, evenementen en de inrichting van een eigen projectenpoule. Dit zijn ook impulsen in formatie, erop gericht om onze minimaal benodigde basisformatie op orde te krijgen zodat er onder meer minder werkdruk bestaat en externe inhuur verder kan worden afgebouwd. Bij de programmabegroting 2022 leggen wij u een voorstel voor.

Externe bezwarencommissie. In onze gemeente is het tot nu toe gebruikelijk dat een belanghebbende die een bezwaarschrift indient tegen een gemeentelijke beschikking, wordt gehoord door een bezwaarcommissie, bestaande uit de portefeuillehouder en een ambtelijke vertegenwoordiging. In het sociaal domein bestaat nog de mogelijkheid van deelname van een externe waarnemer. Voor omvorming van de huidige interne samenstelling van de commissie naar een bezwaarcommissie met externe leden (en een externe secretaris) pleit vooral, dat de burger dan mogelijk meer vertrouwen heeft in het proces. Daarnaast is een externe commissie beter in de positie ons een spiegel voor te houden. Er zijn echter ook kosten aan verbonden. Bij de programmabegroting leggen wij u een voorstel ter afweging voor.

Gemeentelijke accommodaties We streven ernaar om het beheer en onderhoud van onze gebouwen zo duurzaam, effectief en efficiënt mogelijk uit te voeren. Dit betekent dat we zorgen voor actuele MJOP’s om het afgesproken onderhoudsniveau in stand te houden. We onderzoeken of het mogelijk is om diverse locaties onder te brengen in één onderhoudscontract. We onderzoeken daarnaast actief welke locaties we aan moeten houden en waar we bestaande locaties beter kunnen benutten. In dit onderzoek betrekken we ook het voorschrift dat uiterlijk per 1 januari 2023 gemeentelijke gebouwen minimaal energielabel C moeten kunnen voeren.

Thema 1.2. Dienstverlening De verbetering van onze dienstverlening is onderdeel van de organisatieontwikkeling. Binnen het deelprogramma dienstverlening werken we toe naar een gemeente die klantcontact via alle kanalen sneller en beter kan afhandelen, er onnodig klantcontact wordt voorkomen en we de klanttevredenheid verhogen. Vanuit een organisatiebreed programma investeren we in ICT-tools, goed opgeleid personeel en het optimaliseren van onze processen. De verbinding tussen de deelprogramma’s ICT, dienstverlening en strategische personeelsplanning is nodig om tot een wezenlijke en structurele verbetering te komen. De stap die we in 2022 gaat zetten is het ontwikkelen van een Klant Contact Centrum (KCC). Doel van het KCC is dat zoveel mogelijk vragen direct beantwoord kunnen worden. Met de inzet van een KCC kan het percentage klantcontacten dat direct leidt tot een antwoord op hun vraag toenemen van 50% (in de huidige situatie) naar 70% in 2024. Tevens draagt het KCC bij aan het lerend vermogen (LOL) van de organisatie door middel van managementinformatie, analyse, kennisopbouw en terugkoppeling. Door te investeren in de opbouw van een KCC kunnen we nieuwe opgaven vanuit bijvoorbeeld de Omgevingswet beter vormgeven.

Thema 1.3. Openbare orde en veiligheid Ook in 2022 geven we uitvoering aan het Integraal veiligheidsbeleid 2019 – 2022 Langstraat en het Regionaal beleidsplan 2019 – 2022 van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant. In het focusblad leggen we jaarlijks de accenten. De grootste aandacht gaat in 2022 uit naar de verdere verbinding tussen zorg en veiligheid. Omdat het beleidsplan tot 2022 loopt, evalueren we dit in de tweede helft van het jaar en bereiden we nieuw beleid voor.

7

Venster 2. Gemeenschappen Thema 2.1. Onderwijs We zijn in gesprek met de schoolbesturen over renovatie dan wel nieuwbouw van de scholen. Er zijn reeds afspraken gemaakt over de renovatie van drie scholen, waaronder de Blokkendoos. DNS/ De Berk wordt met het nieuwe schooljaar 2021/2022 geopend. Voor twee scholen liggen huisvestingsvragen; nieuwbouw basisschool De Vaert en een verzoek van het Van Haestrechtcollege. Voor basisschool De Start in De Moer zijn we met Stichting Bravoo en de inwoners van De Moer in gesprek. Er wordt breed ingezet op het behoud van de school door nieuwe leerlingen te werven. In oktober 2021 is duidelijk of het benodigde aantal leerlingen behaald is Via de Lokale Educatie Agenda (LEA) analyseren we samen met het onderwijsveld de ondersteuningsvragen van leerlingen en realiseren we een passend ondersteuningsaanbod.

Thema 2.2. Sport, cultuur en welzijn Loon op Zand heeft actieve inwoners in verenigingen en de mantelzorg. Veel wordt zelf opgepakt, maar het vraagt ook iets van de gemeente, bijvoorbeeld accommodaties en ondersteuning. Met de trend van afnemende aantallen (actieve) leden zal ook het verenigingsleven in Loon op Zand te maken krijgen. In de begroting 2021 kondigden we een onderzoek naar de maatschappelijke accommodaties aan. Op basis van dit onderzoek kunnen keuzes gemaakt worden over onder andere de gewenste bezettingsgraden en beheerconstructies. We zoeken naar mogelijkheden hoe we slimmer om kunnen gaan met het gebruik en het benutten van accommodaties. Waar nodig zullen we deze keuzes voorleggen aan de raad. Vanuit het sportbeleid kondigden we daarnaast aan dat de MJOP’s met de sportaccommodaties worden geactualiseerd en drie nieuwe moeten worden opgesteld. Bij de verzelfstandiging van de sportaccommodaties zijn overeenkomsten vastgelegd. Deze moeten worden herzien in verband met gewijzigde situaties. Onze bibliotheken versterken we naar een belangrijke voorliggende voorziening zodat die maatschappelijke (meer)waarde bieden op de terreinen onderwijs & educatie, samenwerking & verbinding en kunst & cultuur. We investeren samen met de bibliotheek in een inclusieve aanpak.

De Wetering We zetten stappen in de uitvoering voor de ‘nieuwe Wetering’, het gebruik en keuzes ten aanzien van de exploitatie en het beheer respectievelijk het onderhoud. Het eerste kwartaal is er nog één van voorbereiding. De uitvoering start in het tweede kwartaal. Uiterlijk in het eerste kwartaal sluiten we de huurcontracten met de toekomstige gebruikers en regelen we de tijdelijke huisvesting voor de huidige gebruikers. Parallel daaraan implementeren we het exploitatie- en beheermodel.

Thema 2.3. Voorliggende voorzieningen We streven ernaar om hulpvragen van inwoners niet te problematiseren. Waar mogelijk faciliteren we inwoners om in hun eigen omgeving oplossingen te vinden voor hun vraagstukken. Preventie, vroegsignalering en zelfredzaamheid zijn hierbij belangrijke begrippen. De juiste laagdrempelige ondersteuning in de wijk, zorgen dat de oplossingen ook daadwerkelijk dichtbij gevonden worden. Dit draagt ook bij aan het verminderen van de inzet van maatwerkvoorzieningen. Het is nodig om verder te investeren in voorzieningen gericht op preventie, vroegsignalering en zelfredzaamheid. Een combinatie met vrijwilligerswerk en mantelzorg ligt hier voor de hand. Over het algemeen is de bereidheid zich voor een ander in te zetten verhoogd of veranderd, maar vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn geen wondermiddel om alle problemen op te lossen. De hulpvragen voor sociaal

8

contact, taal en lezen, klussers en boodschappenhulp nemen toe. Een voorbeeld van een succesvolle voorziening is het ANWB Automaatje waarbij alternatief geboden wordt voor regiovervoer.

Thema 2.4. Maatwerkvoorzieningen De demografische trend van vergrijzing heeft grote gevolgen, zoals een relatief forse groei van het aantal eenpersoonshuishoudens en een grotere behoefte aan (mantel)zorg en woon-zorgconcepten. Loon op Zand kent (ook relatief) veel ouderen en dat zal naar verwachting de komende jaren stijgen. De vergrijzing legt druk op de zorg en voorzieningen die moeten worden geboden. Dit zal vooral voelbaar zijn in het beroep op de Wmo-faciliteiten. De stijgende vraag en navenante kosten rond jeugdhulp lijken zich af te vlakken en mogelijk zelfs te dalen. Onduidelijk is in hoeverre er voor zowel Wmo als jeugdhulp sprake zal zijn van uitgestelde zorg vanwege corona en in welke mate dit in 2022 en latere jaren nog merkbaar zal zijn. Om meer inzicht te krijgen in de prestaties van derden, organiseren gaan we het contractmanagement hiervoor in eigen huis. Andere ontwikkelingen zijn dat de vragen complexer zijn, wat zorgt dat zaken langer aandacht vragen van consulenten en andere expertise vraagt en er worden taken vanuit jeugdzorgplus overgeheveld aan gemeenten. De exacte gevolgen hiervan kennen we nog niet.

Gedeelde mobiliteit Provincie, regio en gemeenten gaan samenwerken tot een nieuwe invulling van alles wat met vervoer te maken heeft. Denk bijvoorbeeld aan de herinrichting van lijngebonden diensten (trein/ bus) maar ook de lokale initiatieven en het delen van vervoer krijgt een nieuwe rol. Ook het opzetten van een Hub (verzamelplaats van verschillende soorten vervoer en voorzieningen) vanuit waar je een reis flexibel verder bepaalt, is een nieuwe oplossing. 2021 is een voorbereidend jaar dat wordt afgesloten met strategiebepaling. In 2022 zal een programma van eisen en bestek worden gemaakt. 2023 staat in het teken van de aanbesteding en nieuwe concessie en in 2025 zal de implementatie plaatsvinden. Deze ontwikkeling biedt kansen om doelgroepenvervoer (waaronder ook leerlingenvervoer) te integreren in het reguliere vervoer.

Opgave grip in het sociaal domein Bij grip in het sociaal domein gaat het om grip op de uitgaven, de uitvoering en de opgave. Daarnaast wordt grip beschouwd als een randvoorwaarde voor een ‘gezond’ sociaal domein. Daarmee wordt niet bedoeld dat met grip alle problemen opgelost zijn, maar wel dat zonder grip, problemen niet op te lossen zijn. Weten wat er speelt, weten hoe het werkt en daarop acteren conform de werking van het sociaal domein. Daar komt het op neer. De monitor sociaal domein is één van de instrumenten die kan helpen bij inzicht. Doorontwikkelen van datagedreven werken helpt ons inzicht te krijgen in het effect van onze maatregelen en het verhogen van kwaliteit en het ontwikkelen van betere financiële prognoses. Daarnaast zijn binnen deze opgave een groot aantal projecten en initiatieven opgestart die in 2022 worden vervolgd.

Visie op het sociaal domein Naast de opgave grip op het sociaal domein, starten we in 2021 met een visie voor het sociaal domein. Hierin schetsen we het langetermijnperspectief voor het sociaal domein. Centraal hierin staat de vraag hoe Loon op Zand zich kan ontwikkelen tot een veerkrachtige, zorgzame gemeenschap, waarin mensen naar elkaar omzien en waar adequate hulp beschikbaar is. Vanuit dit perspectief schetsen we vervolgens de gewenste ontwikkeling van bijvoorbeeld het voorliggend veld en inkoop de rol van de gemeente hierin.

9

Thema 2.5. Participatie De coronacrisis legt een bijzondere druk op de (regionale) arbeidsmarkt en kan leiden tot meer kwetsbaren die geholpen moeten worden. Het uitgangspunt blijft dat de mensen zelf en de kwaliteit en duurzaamheid van hun traject richting werk of een andere actieve rol centraal worden gesteld, in plaats van de regelingen die daarop van toepassing zijn. Ook inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben onze aandacht. In 2022 onderzoeken we op welke wijze we deze groep kunnen gidsen naar zinvolle maatschappelijke participatie, zoals vrijwilligerswerk.

Inburgering Per 1 januari 2022 worden gemeenten verantwoordelijk voor uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering. Met de nieuwe Wet Inburgering worden taken op het gebied van inburgering gedecentraliseerd. De regiefunctie wordt bij gemeenten belegd en gemeenten gaan zorgdragen voor een adequaat inburgeringsaanbod. Voor de uitvoering van de nieuwe Wet zoeken we de samenwerking met Baanbrekers en de Langstraatgemeenten.

10

Venster 3. Omgeving en economische ontwikkeling Thema 3.1. Omgeving Openbare ruimte Basis op orde is het kernbegrip voor de openbare ruimte. We actualiseren onze bestaande beheerplannen en waar nodig ontwikkelen we nieuwe beheerplannen. Voorbeelden daarvan zijn de beheerplannen voor bijzondere objecten zoals oorlogsmonumenten en stroomkasten voor markten en evenementen. In de actualisaties geven we reeds gemaakte keuzes en uitgangspunten over reserves, herijking investeringsprogramma en afbouw externe inhuur. In het verlengde van de beheerplannen brengen we het areaal verder in kaart met daarbij de huidige en gewenste onderhoudsniveaus. Als gevolg van woningbouw (zoals De Els II) en projecten (zoals het multifunctioneel trapveld aan de Klokkenlaan) zal ons areaal zich blijven ontwikkelen. De kapstok voor de basis in de openbare ruimte is het IBOR en beleids- en beheerplannen van de verschillende disciplines. We actualiseren het Actieplan Verkeer met de bevordering van de veiligheid voor fietsers als belangrijkste aandachtspunt. Naar verwachting wordt het bestemmingsplan ‘Wereld van de Efteling 2030’ voor de zomervakantie onherroepelijk. De uitbreiding van het attractiepark zal worden opgestart. Het moment waarop dit zal gebeuren is afhankelijk van het verloop van de corona-maatregelen.

We houden in ieder geval een proef met de inzet van de zuidelijke ontsluiting in relatie tot de doorstroming van de kruising Bergstraat/ Heideweg.

Buitengebied en landschap Het gemeentelijk Handboek landschap is in concept gereed. We leggen verbinding tussen dit handboek en de Stimuleringsregeling Landschap (provincie) en ErvenPlus-regeling (Brabants Landschap) om landschapsbeheer door particuliere grondeigenaren te stimuleren. Grondeigenaren kunnen een vergoeding aanvragen vanuit de Stimuleringsregeling Landschap voor de aanleg en het beheer van landschapselementen en wandelpaden over boerenland. Daarbij horen ook vergoedingen als tegemoetkoming voor de inbreng van landbouwgrond bij de aanleg van nieuwe landschapselementen. De ErvenPlus-regeling richt zich op de erven van particulieren (woning met tuin). Het gaat over maatregelen gericht op specifieke soorten, zoals zwaluw, mus, uil en vleermuis. In dit project worden bijvoorbeeld nestkasten uitgereikt aan de deelnemers. In het Van Gogh Nationaal Park (VGNP) werken we samen met onze partners om, naast behoud van natuur en landschap, te werken aan een kwalitatief hoogwaardig landschap van de toekomst. Alle gebruikers van het landschap onderkennen en versterken elkaars rol en werken duurzaam samen aan het behoud ervan.

Thema 3.2. Duurzaamheid Loon op Zand doet het niet slecht op het thema duurzaamheid, maar is ook geen koploper. De cijfers laten zien dat de gemeente nog een grote opgave heeft op het gebied van circulariteit, energie en klimaat. De ambitie, zowel lokaal als regionaal, zullen de gemeente dwingen om hier meer inzet op te plegen.

Circulaire economie; voorkomen van restafval In zijn algemeenheid geldt dat de zuiverheid van stromen onder druk staat en daarmee ook de opbrengst uit herbruikbare stromen. Om stappen te maken in het terugdringen van restafval sluiten we per 2022 een nieuw contract af voor de exploitatie van de milieustraat, inclusief transport en verwerking. We gaan nieuwe regionale contracten aan voor de inzameling en verwerking van papier, KCA en flessenglas. Bij de begroting zullen we deze ontwikkelingen, samen met een verwachte

11

verhoging van de afvalverbrandingsbelasting en de invoering of bijstelling van een CO2-heffing vertalen in de kostendekkende tarieven. Er zijn wijzigingen te verwachten uit de aanscherping van het Landelijk Afval beheerplan (LAP 3) en de Europese Kaderrichtlijn afval 2020. In beide staat de circulaire economie centraal en dus het voorkomen van restafval (VANG-doelstelling). Er gaat onderzoek plaatsvinden over de rol van milieustraten als regionale ambachtscentra en de samenwerking met bedrijven op dit gebied (ook in het kader van social-return). Daarnaast kunnen de projecten om de kwaliteit van deelstromen te verbeteren en een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid uitvoeringsconsequenties hebben.

Opgave duurzaamheid Basis voor de duurzaamheidsaanpak is het Klimaatakkoord met de verplichte CO2-reductie van 49% in 2030 en de Global Goals. De omvang en complexiteit van de opgave wordt steeds duidelijker. Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor onze bijdrage aan het Klimaatakkoord en moeten met onze inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven een plan opstellen waarin de verschillende onderdelen uit het Klimaatakkoord worden uitgewerkt. Duurzaamheid is een thema dat verweven is door een groot aantal van onze activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan duurzaam gebouwenbeheer, het vervangen van openbare verlichting door LED of klimaatadaptieve maatregelen in rioleringsprojecten. Zoals u van ons gewend bent blijven we zoeken naar mogelijkheden waar we duurzaamheid een plaats kunnen geven binnen onze reguliere beleidsthema’s. We hebben inmiddels een eerste start gemaakt met de deelname aan het Energieloket, Transitievisie Warmte en de Zonnevisie. De afgelopen jaren zetten we vooral in op draagvlak en (regionale) samenwerking. Regionaal werken we binnen Regio Hart van Brabant waar mogelijk samen aan gezamenlijk overkoepelend beleid en wordt de bovenlokale opgave gecoördineerd. We stellen bijvoorbeeld samen met de regio een visie op voor de laadpalen voor auto’s en fietsers. Voor het wagenpark van de gemeente onderzoeken we de mogelijkheden voor verduurzaming.

Maar met alleen de visies behalen we de verplichte CO2-reductie niet. In de komende jaren zijn beleidsintensiveringen en projecten nodig waar wij als gemeente met onze partners samen gaan optrekken. In 2022 geven we dit vorm door het energieloket uit te breiden, green deals te sluiten met zorginstellingen en bedrijfsleven en het stimuleren van duurzame opwek.

Thema 3.3. Wonen De komende tien jaar zijn wij nog steeds een groeigemeente. Ons woningbouwprogramma (QuickScan) is het sturingsmiddel dat we gebruiken om het woningaanbod gevarieerd te houden. De aspecten betaalbaarheid en duurzaamheid staan centraal. We blijven bouwen in onze drie kernen: - Hooivork III in de Moer: een gedifferentieerd woningaanbod waaronder woningen in het sociale huursegment en het middensegment. - SalmRijck in Loon op Zand is een samenwerking met Casade. De ontwikkeling(en) rondom het Roosmalenterrein (Hoge Steenweg 85) en het van Lierpark staan hoog op de agenda. De zoeklocaties voor de middellange termijn voor de kern Loon op zand nemen we op in de Omgevingsvisie. - Westwaard in Kaatsheuvel biedt huisvesting voor verschillende doelgroepen, waaronder starters en gezinnen en zal in de komende jaren moeten worden uitgebreid met de fasen drie en vier. Binnen het project Vossenberg voegt Casade minimaal vijftig sociale huurwoningen toe om te voorzien in de woningbehoefte voor onze senioren. Casade treft bovendien de voorbereidingen om begin 2023 de woningen aan de Leo XIII-straat te slopen en deze te vervangen door betaalbare en duurzame nieuwbouwwoningen. We hanteren het uitgangspunt dat de toe te voegen woningen, kwalitatief aansluiten bij de woningbehoefte die er is onder onze inwoners.

In 2022 actualiseren we mogelijk het Kwalitatief Regionale Woningbehoefteonderzoek. Daarnaast beoordelen we voor ons leegstaand vastgoed of we deze kunnen herontwikkelen of transformeren naar wonen. Dit zijn onder andere de locaties De Westkant en de Theresiaschool.

12

Opgave Omgevingswet Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De transitieperiode van de Omgevingswet strekt zich uit tot 2030. We hanteren een stapsgewijze aanpak. Eerst zorgen we ervoor dat in 2022 de basis op orde is wat betreft vergunningverlening en de hierbij benodigde interne processen. Vervolgens doorlopen we een traject om te komen tot de Omgevingsvisie (gereed in 2024). Tot slot doorlopen we een traject waarbij we het in 2022 van rechtswege ontstane omgevingsplan omvormen tot een definitief omgevingsplan dat volledig voldoet aan de eisen die de Omgevingswet hieraan stelt (uiterlijk gereed in 2030). De Omgevingsvisie en de bijbehorende ambitiekeuzes vormen de ingrediënten bij de totstandkoming van het uiteindelijke omgevingsplan. Met de invoering van de Omgevingswet veranderen ook de instrumenten voor het kostenverhaal bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit maakt het noodzakelijk om de Nota Kostenverhaal te herzien. Hierin bezien we opnieuw in hoeverre instrumenten ingezet kunnen worden om beter te kunnen sturen op bijvoorbeeld het gewenste woningbouwprogramma.

Thema 3.4. Economische ontwikkeling Loon op Zand heeft een sterk toeristisch profiel. De gemeente kan hiervan profiteren en doet dat ook. In 2021 zullen de economische en toeristisch-recreatieve visies aan de raad worden voorgelegd. De uitvoering van deze visies nemen we in overleg met de Vereniging Verblijfsaccommodaties (VVA) en Stichting Ondernemend Loon op Zand (SOL) ter hand. Eén van de onderdelen uit deze visies is het streven naar een gevarieerd aanbod aan horeca, evenementen en dagrecreatie. Een toekomstbestendige horecavisie en -beleid die ruimte biedt aan (nieuwe) horecaondernemers of initiatieven om zich te vestigen in onze recreatieve gemeente is daar een essentieel instrument voor.

Regionaal Bureau Toerisme Het Regionaal Bureau voor Toerisme (RBT) de Langstraat startte medio 2019. Het RBT draagt bij aan de realisatie van de lokale en regionale ambities ten aanzien van de vrijetijdseconomie. Ze is de uitvoeringsorganisatie van de Langstraatgemeenten als het gaat om de onderdelen kennis, informatie, marketing, (product)ontwikkeling en trade en sales in de vrijetijdssector. Het oorspronkelijk uitgangspunt voor de financiering van het RBT is dat zij volledig financieel zelfvoorzienend kunnen zijn. We zijn in gesprek met het RBT en de andere Langstraatgemeenten over de toekomst van het RBT en de voorziene afbouw van subsidie vanaf 2023.

Winkelgebied Kaatsheuvel In 2015 stelde de raad een ontwikkelschets voor het winkelgebied van Kaatsheuvel vast (onderdeel structuurvisie 2030). Dit zogenaamde STOKK-plan was een initiatief van particuliere investeerders om tot een opwaardering van het winkelgebied te komen. De gebiedsontwikkeling is echter niet van de grond gekomen. Nu komen echter een aantal ontwikkelingen samen waardoor behoefte ontstaat aan een samenhangend toekomstbeeld, waarbij lopende ontwikkelingen en scenario’s als uitgangspunt betrokken kunnen worden. Een aantal van de relevante ontwikkelingen zijn: - Er wordt op dit moment een retailvisie opgesteld om meer inzicht te krijgen in onder andere de toekomst van de detailhandel; - Er spelen vragen om winkels om te vormen naar woningen of andere functies; - Er speelt een aantal locatieontwikkelingen, die los van elkaar moeilijk te beoordelen zijn; - Vanuit het Rijk en de regio speelt de vraag om een bijdrage te leveren aan nieuwe verstedelijkingsafspraken. Het centrumgebied van Kaatsheuvel (globaal het gebied tussen Hoofdstraat, Sprangsestraat, Jan de Rooijstraat en Bevrijdingsweg) is aangedragen als kansrijk gebied. Dit kan naar de toekomst toe getransformeerd worden tot een aantrekkelijk, centrumdorps gebied met combinaties van wonen, werken en winkelen in een groene setting.

13

Bijlage 1: Programma-indeling Overhead en algemene dekkingsmiddelen -

Overhead Taakveld 0.4 Overhead Algemene dekkingsmiddelen Taakveld 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Taakveld 0.5 Treasury Taakveld 0.61 OZB Woningen Taakveld 0.62 OZB niet-woningen Taakveld 0.64 Overige belastingen Taakveld 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Taakveld 0.8 Overige baten en lasten Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting

Venster 1. Bestuur en dienstverlening -

-

Thema 1.1. Bestuur en organisatie Taakveld 0.1. Bestuur Thema 1.2. Dienstverlening (burgerzaken) Taakveld 0.2. Burgerzaken Taakveld 0.3. Beheer overige gebouwen en gronden Thema 1.3. Openbare orde en veiligheid Taakveld 1.1. Crisisbeheersing en brandweer Taakveld 1.2. Openbare orde en veiligheid

Venster 2. Gemeenschappen -

-

-

-

-

Thema 2.1. Onderwijs Taakveld 4.1. Openbaar onderwijs Taakveld 4.2. Onderwijshuisvesting Taakveld 4.3. Onderwijsbeleid en leerlingzaken Thema 2.2. Sport, cultuur en welzijn Taakveld 5.1. Sportbeleid en activering Taakveld 5.2. Sportaccommodaties Taakveld 5.3. Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie Taakveld 5.4. Musea Taakveld 5.6. Media Thema 2.3. Voorliggende voorzieningen Taakveld 6.1. Samenkracht en burgerparticipatie Taakveld 6.2. Wijkteam Taakveld 7.1. Volksgezondheid Thema 2.4. Maatwerk Taakveld 6.6. Maatwerkvoorzieningen (Wmo) Taakveld 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ Taakveld 6.72 Maatwerkdienstverlening 18Taakveld 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ Taakveld 6.82 Geëscaleerde zorg 18Thema 2.5. Participatie Taakveld 6.3. Inkomensregelingen Taakveld 6.4. Begeleide participatie Taakveld 6.5. Arbeidsparticipatie

14

Venster 3. Omgeving en economische ontwikkeling -

-

-

-

Thema 3.1. Omgeving Taakveld 2.1. Verkeer en vervoer Taakveld 2.2. Parkeren Taakveld 2.5. Openbaar vervoer Taakveld 5.7. Openbaar groen en (openlucht) recreatie Thema 3.2. Duurzaamheid Taakveld 7.2. Riolering Taakveld 7.3. Afval Taakveld 7.4. Milieubeheer Thema 3.3. Wonen Taakveld 5.5. Cultureel erfgoed Taakveld 8.1. Ruimtelijke ordening Taakveld 8.2. Grondexploitaties (niet-bedrijventerreinen) Taakveld 8.3. Wonen en bouwen Thema 3.4. Economische ontwikkeling Taakveld 3.1. Economische ontwikkeling Taakveld 3.2. Fysieke bedrijfsinfrastructuur Taakveld 3.3. Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Taakveld 3.4. Economische promotie

Taakveld 0.10 Mutaties reserves kan binnen elk venster terugkomen. Deze worden specifiek gekoppeld aan de onderwerpen waar zij betrekking op hebben. Reserve onderwijs wordt dus ingedeeld onder venster 2. Gemeenschappen. De indeling in taakvelden is in de begroting niet meer expliciet zichtbaar. We rapporteren per thema binnen een venster.

15

Bijlage 2: Ombuigingsmonitor Bij de kadernota 2021 gaf de gemeenteraad het college expliciet opdracht om bij het vinden van ombuigingen zich minimaal te richten tot de onderwerpen. In de begroting zijn deze uitgewerkt en geconcretiseerd. De bedragen zoals deze zijn vastgesteld bij de begroting zijn ook allen verwerkt in de budgetten. In financiële zin is daarmee de realisatie te monitoren als de financiële afwijking van het budget binnen de reguliere cyclus. Vanwege de verwevenheid door de begroting is dit voor de afbouw van externe inhuur een lastige. Hierbij wordt vooral voorgesteld om een periodiek door het inhuurloket een factsheet te verstrekken waarin de resultaten worden toegelicht.

2021 Bestuurlijke vernieuwing Onderzoek bestuurlijke toekomst Introductie Right to challenge Gemeentelijk participatiebeleid Digitaal inwonerpanel Kindergemeenteraad Financiële beheersing P&C-cyclus Borging financiële sensitiviteit Financiële functie Stabiel financieel toekomstperspectief Doorbelasting overhead Strategisch contractmanagement Actualisatie reserves Organisatieontwikkeling Organisatie op orde o Formatie o Externe inhuur Investeren in ICT Investeren in dienstverlening Kantoorconcept moderniseren Investeren in personeel Kwaliteit in openbare ruimte Markeringen Plantenbakken Actualisatie investeringsagenda Gebouwenbeheer Schoonmaak Energie, receptie, beveiliging Grondexploitaties Beoordelen investeringen Risicoprofielen actualiseren Actief grondbeleid Reserves grondbedrijf Waarderen naar eindwaarde Omgevingswet Zorg voor implementatie Grip op sociaal domein Reeds bepaalde maatregelen -

Potentiële maatregelen

Totaal

2022

2023

2024

Toelichting

Implementatie verdient extra aandacht. Gepland in 2022

Onzekerheid in financiële omgeving 50 50

50 125

50 125

50 125

100 182

Gerelateerd aan organisatieontwikkeling Gerelateerd aan organisatieontwikkeling Bij actualisatie bleek totaaleffect in begroting 2021 282 voordelig.

-224 350 -40 -77 -15 -110

-313 450 -40 -32

-313 450 -40 -12

-313 450 -40 -12

-125

-150

-164

25 24 20

25 24 pm 20

25 24 pm 20

25 24 pm 20

-35

-16

169

160

-130 400 -270 400

-100 400 -231 580

400 -221 670

400 -221 770

896

793

1.173

1.250

Nog niet alle vacatures opengesteld Raamwerk gelegd, uitvoering opgepakt

Amendement bij programmabegroting Vanuit gebouwenbeheerders is aangegeven dat deze ombuiging naar verwachting niet haalbaar is. Financiële effecten worden verwerkt binnen grondexploitaties en resultaat blijkt bij de jaarrekening. Reserves grondbedrijf zijn ook meegenomen bij integraal voorstel reserves en voorzieningen. Plannen nu ook in voorbereiding om structurele effecten te bepalen. Binnen programma vooral uitdaging aangegaan om de totale financiële opgave te behalen. Inzet van maatregelen kan wisselen als gevolg van inschatting effect. Als gevolg van corona effecten lastiger te zien.

16

In de weergave van de stand van zaken maken we gebruik van dezelfde statusweergave als in de jaarrekening 2020:

De beoogde ontwikkeling loopt op schema. Een aantal voorgenomen activiteiten zijn vertraagd, maar de beoogde ontwikkeling loopt nog wel op schema. De beoogde ontwikkeling komt in gevaar.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=8135d525-2090-499e-bf8c-672f36eebc98