02-06-2022 Bijlage 6. Bijlagen bij toelichting VOBP 'Buitengebied-herziening Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel'.pdf
Tekst van het document
Buitengebied-herziening Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
bestemmingsplan Buitengebied-herziening Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Landschapsplan
4
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
20
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
61
Bijlage 4
Verkennend asbestbodemonderzoek
105
Bijlage 5
Standaardadvies Veiligheidsrisico
140
Bijlage 6
Standaardverantwoording groepsrisico
159
Bijlage 7
Bijlage 1-SVGR
169
Bijlage 8
Bijlage 2-SVGR
171
Bijlage 9
Quick scan Wet natuurbescherming
173
Bijlage 10
AERIUS-berekening gebruiksfase
197
Bijlage 11
Verslag informatiebijeenkomst
203
Bijlage 12
Verslag wettelijk vooroverleg
207
Bijlage 13
Nota van zienswijzen
212
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied-herziening Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
Bijlagen toelichting
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Buitengebied-herziening Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
Bijlage 1 Landschapsplan
4
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel - Simon van Soelen en Barbara Sars
Opdrachtgever De heer S. D. (Simon) van Soelen en mevrouw B.J. (Barbara) Sars Roestelbergseweg 3a 5171 RL Kaatsheuvel
Auteur Orbis Moorland 4 5688 GA Oirschot 0499 21 91 24 Contactpersoon Eefje van Daesdonk eefje@orbis.nl 06 15 12 53 45
Datum: 1 april 2021 Versie: 1 Status: Definitief
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2
4 4
Voorgeschiedenis Leeswijzer
2. Beschrijving huidige situatie 2.1 2.2
Beschrijving omgeving Beschrijving projectlocatie
3. Landschappelijke inrichting 3.1 3.2 3.3
Inrichtingsschets Landschapselementen Ecologische waarden landschapsplan
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
5 5 10 11 11 11 14
3
1. Inleiding Dit landschapsplan, met bijbehorende inrichtingsschets in bijlage 1, dient ter onderbouwing van de landschappelijke inrichting bij de ontwikkeling van de locatie Roestelbergseweg 3a in Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand.
1.1
Voorgeschiedenis
John van den Berg Ruimtelijke Ordening heeft namens zijn opdrachtgevers de heer S. D. (Simon) van Soelen en mevrouw B.J. (Barbara) Sars (hierna: initiatiefnemers) Orbis gevraagd om een landschapsplan te maken voor de locatie Roestelbergseweg 3a in Kaatsheuvel (hierna: projectlocatie). Op 25 februari 2021 is overleg geweest met initiatiefnemers, aansluitend is de projectlocatie bezocht. In dit overleg zijn de kaders besproken waaraan de geplande ontwikkeling moet voldoen. Initiatiefnemers hebben de percelen, kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, sectie O, nummers 272, 273 en 276, gekocht. De bestemming van de projectlocatie wordt gewijzigd van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’. De omliggende gronden hebben momenteel een agrarische bestemming. De initiatiefnemers hebben geen ambitie om deze gronden agrarisch te gebruiken. Het terrein wordt landschappelijk ingericht met landschapselementen die passen bij het karakter van het halfopen kleinschalig coulisselandschap. Dit landschapsplan is onderdeel van de onderbouwing van de bestemmingsplanwijziging. Hierbij is het ‘Handboek Landschappelijke Kwaliteitsverbetering van de Gemeente Loon op Zand’ 1 het uitgangspunt.
1.2
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 van het landschapsplan beschrijft de huidige situatie. Met kaartbeelden wordt de situatie ter plaatse toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de toekomstige situatie de projectlocatie. De landschappelijke inrichting wordt beschreven aan de hand van een beschrijving van de verschillende landschapselementen. Hierbij wordt ingegaan op het beheer en onderhoud van deze elementen.
1
Handboek Landschappelijke kwaliteitsverbetering, Gemeente Loon op Zand
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
4
2. Beschrijving huidige situatie Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de huidige situatie. Allereerst wordt de omgeving van de projectlocatie beschreven. Hierna volgt een meer gedetailleerde beschrijving van de projectlocatie zelf.
2.1
Beschrijving omgeving
De projectlocatie ligt in de gemeente Loon op Zand, ten oosten van het dorp Kaatsheuvel en ten noorden van het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. De projectlocatie bestaat uit verschillende kadastrale percelen, deze zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1: Percelen betrokken bij ontwikkeling
Gemeente
sectie
Loon op zand Loon op zand Loon op zand Totaal
O O O
nummer
oppervlakte (m²) 273 272 276
8744 29197 564 38505
Op afbeelding 1 is de projectlocatie zwart omkaderd op een topografische kaart van de omgeving. Op afbeelding 2 is de projectlocatie zwart omkaderd op een luchtfoto van de omgeving.
Afbeelding 1: Ligging projectlocatie in de omgeving
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
5
Afbeelding 2: Projectlocatie op luchtfoto
Landschap De projectlocatie ligt in een halfopen cultuurlandschap, met de specificatie kleinschalig halfopen coulisselandschap. Op afbeelding 2 is te zien dat de projectlocatie is gelegen in een gebied met veel agrarische grondgebruik, dit is kenmerkend voor dit landschapstype. In het ‘Handboek Landschappelijke Kwaliteitsverbetering van de Gemeente Loon op Zand’2 is het streefbeeld voor het halfopen cultuurlandschap om de kleinschaligheid te behouden met hoge natuurwaarden. Belangrijke landschappelijke elementen in dit landschap zijn: - Bosschages en struweel - Houtwallen en -singels - Bomenlanen/rijen - Solitaire bomen - Hoogstam fruitboomgaarde aansluitend op het erf - Poelen - Akkerrand en bloemen, kruiden, grassen en granen. Doelsoorten Volgens de peiling van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) komen de volgende doelsoorten in de nabije omgeving (0-1 kilometer) van de projectlocatie voor:
2
•
Boomvalk
•
Levendbarende hagedis
•
Buizerd
•
Ooievaar
•
Das
•
Ransuil
•
Eekhoorn
•
Roek
•
Gierzwaluw
•
Rugstreeppad
•
Haas
•
Slechtvalk
•
Havik
•
Huismus
• •
Sperwer Wespendief
Handboek Landschappelijke kwaliteitsverbetering, Gemeente Loon op Zand
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
6
Aangezien Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen op minder dan één kilometer van het projectgebied ligt, is het waarschijnlijk dat de meeste doelsoorten hun leefgebied in het natuurgebied hebben. Bij de herinrichting van de projectlocatie kunnen echter maatregelen getroffen, die het voor doelsoorten aantrekkelijker maakt. Hoogteligging Op afbeeldingen 3 en 5 is te zien dat de projectlocatie op een dekzandrug ligt in een uitloper van Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. De hoger gelegen duinvlakte met stuifduinen gaat over in een laagte van (dek)zand. Binnen het projectgebied (afbeelding 4) is een microreliëf aanwezig. De oostkant ligt lager dan de westkant van het perceel.
Afbeelding 3: Hoogtekaart omgeving
Afbeelding 4: Hoogte kaart projectlocatie
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
7
Afbeelding 5: Geomorfologische kaart
Bodem en grondwatertrap De projectlocatie bevindt zich in een gebied met podzolgronden en vaaggronden. De bodemsoort in het projectgebied is laarpodzolgrond opgebouwd uit lemig fijn zand (cHn23), zie ook afbeelding 6. Omliggende kavels bestaan grotendeels uit enkeerdgronden met lemig zand (zEZ23). Laarpodzolgronden bestaan uit lemig fijn zand. Ze behoren binnen de bodemclassificatie tot de gewone hydropodzolgronden. De grond is ontstaan door plaggenbemesting. Het A-horizont (de eerste laag) bestaat uit een plaggendek van 30 tot 50 cm dik. De B-horizont is een humuspodzol-B, waarin de zandkorrels een laag van ingespoelde humus hebben uit de A-horizont. Door het intensief, hoofdzakelijk agrarische grondgebruik door de jaren heen en het plaggen in de Middeleeuwen is de bodem rijk aan organische stoffen. Op de laarpodzolgrond komt van nature eiken-beuken en eikenberkenbos voor.
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
8
Afbeelding 6: Bodemkaart
De projectlocatie heeft grondwatertrap VI. Zie afbeelding 7. Dit houdt in dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand dieper is dan 40 cm onder het maaiveld. De gemiddelde laagste grondwaterstand ligt tussen de 80 en 120 cm onder maaiveld.
Afbeelding 7: Grondwatertrap
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
9
2.2
Beschrijving projectlocatie
De projectlocatie heeft een grootte van 38505 m², waarop voorheen een tuincentrum aanwezig was. De omliggende agrarische gronden waren in gebruik voor het kweken van de planten. Op de locatie wordt een nieuwe woning gebouwd en rondom de woning wordt een tuin ingericht. De omliggende gronden worden landschappelijk ingericht en krijgen hiermee een landschappelijke en ecologische meerwaarde. De projectlocatie krijgt een besloten karakter door een houtwal en houtsingel die het perceel omsluiten. Hiermee past de inrichting in het beheertype van het halfopen kleinschalige coulisselandschap en biedt de locatie schuil- en nestgelegenheid aan diverse doelsoorten. Op de projectlocatie is een dassenburcht aanwezig, recente sporen wijzen erop dat deze in gebruik is. De dassenburcht wordt dan ook behouden en onderdeel van de landschapsplan.
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
10
3. Landschappelijke inrichting Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de landschapselementen die worden gerealiseerd voor de landschappelijke inrichting van de projectlocatie. De bijbehorende inrichtingsschets is toegevoegd in bijlage 1. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aandachtspunten bij de aanleg van de landschapselementen en op het beheer en onderhoud.
3.1
Inrichtingsschets
Op de projectlocatie vindt een herinrichting met herbestemming plaats. Het voormalig bedrijf maakt plaats voor een woonbestemming met tuin. De rest van de projectlocatie krijgt een landschappelijke inrichting met ecologische waarden. De ligging van de locatie maakt de landschappelijke inrichting interessant voor verschillende doelsoort zoals de boomvalk, de buizerd, de das en de eekhoorn. De aanwezige dassenburcht is van hoge ecologische waarde en wordt dan ook geïntegreerd in de landschappelijke inrichting. De natuurlijke vijver en de houtwal op het westelijk deel van het perceel zijn al gerealiseerd en geïntegreerd in het landschapsplan. Hetzelfde geldt voor de takkenrillen gemaakt van eerder gesnoeide beplanting. In de volgende paragraaf staan alle landschapselementen beschreven.
3.2
Landschapselementen
Hieronder worden de landschapselementen beschreven die worden gerealiseerd op de projectlocatie. Deze zijn te zien op de inrichtingsschets in bijlage 1. Houtwal De verhoogde aarden wal sluit het perceel af van de omgeving en zorgt voor nestgelegenheid en beschutting voor verschillende diersoorten en insecten. De beplanting op de wal heeft een open karakter, hierdoor komt er voldoende zonlicht in de vijver. De beplanting bestaat uit onder andere berk, kornoelje, meidoorn, krentenboompje en vlierbes. Tegen de houtwal zijn takkenrillen gelegd met de resten van de eerder verwijderde beplanting. Dit biedt schuilgelegenheid aan kleine amfibieën, vogels en insecten en is daarmee van hoge waarde voor de biodiversiteit. Houtsingel Een houtsingel is een brede landschappelijk waardevolle afscheiding, die bestaat uit bomen en struiken. De houtsingel vormt samen met de houtwal de omkadering van het perceel en versterkt daarbij het kleinschalige cultuurlandschap. De houtsingel bestaat uit meerdere lagen inheemse beplanting die samen voor een dichte structuur zorgen. Soorten die gebruikt worden voor de houtwal zijn: eiken, berken, struikachtige elzen en de Gelderse roos. Een combinatie van een boomlaag, een struiklaag en een kruidlaag (zie afbeelding 9) is het meest ideaal. Hierdoor biedt de houtsingel beschutting en nestgelegenheid aan diverse diersoorten zoals vogels.
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
11
Afbeelding 9: Houtsingel met hakhout beheer 3
Bloemenrand Tegen de zuidzijde van de houtwal en houtsingel liggen brede bloemrijke randen. Het bloemenmengsel bestaat uit minimaal 20 soorten met verschillende hoogtes. De bloemenrand is hoger dan het omliggende grasland en vormt hiermee een overgang naar de hogere beplanting van de houtwal en houtsingel. De vele bloeiende bloemen in deze rand zorgen voor nectar en stuifmeel voor onder andere bijen en vlinders en voor beschutting voor kleine zoogdieren. Natuurlijke vijver Op de projectlocatie is al een grote natuurlijke vijver aangelegd. De randen lopen onder een geleidelijk talud af. Dit is belangrijk om de vijver voor amfibieën en salamanders toegankelijk te maken. De oever loopt over in het kruidenrijk grasland waardoor het voor dieren makkelijker is te verplaatsen. Om de natuurlijke vijver op de lange termijn gezond te houden, is het van belang dat de beplanting op de houtwal niet te hoog wordt en een open structuur houdt. De waterplanten en dieren die in de vijver leven, hebben warmte van de zon nodig. Daarnaast kan gevallen blad in de vijver voor verzuring zorgen, waardoor de waterkwaliteit verslechtert. Waterplanten zorgen voor voldoende zuurstof en houden het water helder.
Regelmatig onderhoud aan de vijver, zoals het verwijderen van blad en het tegengaan van stilstaand water, door het jaar heen is van belang om algengroei en daarmee verstikking van de vijver tegen te gaan. In de vijver komen broedkorven die schuil- en nestgelegenheid bieden aan de wilde eend. Het succes van broedkorven wordt vergroot door in het water en op de oever te zorgen voor veel schuilgelegenheid en natuurlijk voedsel. Korven en hooigaasrollen worden boven het water geplaatst. Daardoor valt een groot deel van de predatie weg, omdat veel landroofdieren, zoals vossen, marters en katten, het water mijden. Bloemrijk grasland Het grasland wordt beheerd volgens de sinusmethode. Dit wil zeggen dat er tijdens het maaien delen van de grassen en bloemen langer blijven staan. Er wordt gemaaid in een slingerde beweging. Dit zorgt voor een hoge biodiversiteit en veel variatie in hoogte, zon- en schaduwplekjes en soorten. Kleine zoogdieren kunnen zich verschuilen in het langere gras en kunnen zich op deze manier langs de randen van grasland verplaatsen. De randen van het grasland binnen de houtwal en houtsingel worden minder betreden, waardoor hier weinig verstoring is. De overgangen tussen de hogere en lagere 3
Landschapsbeheer Gelderland
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
12
vegetaties zijn belangrijk voor vlinders. De lagere sinuspaden warmen extra op waardoor het aantrekkelijk is voor de vlinders om hier hun eitjes te leggen. Ook zorgt het voor variatie in de bloei van verschillende bloemen. Het sinusbeheer zorgt ervoor dat er altijd voldoende vegetatie blijft staan. Het oostelijk deel van de projectlocatie kan op termijn begraasd worden door bijvoorbeeld damherten. Fruitbomen Een kleine fruitboomgaard of enkele losse fruitbomen zijn een waardevolle aanvulling op de landschappelijke inrichting in het halfopen cultuurlandschap. De bloesem trek bijen, hommels en vlinders aan en eenmaal volgroeid maken steenuil en gekraagde roodstaart graag gebruik van de holtes die in de bomen ontstaan. Aan de noordwestkant van de projectlocatie worden negen fruitbomen bij elkaar geplaatst. Hiervoor worden verschillende soorten gebruikt die in staat zijn elkaar of zichzelf te bestuiven. Er wordt een combinatie van (stoof)peer- , kers- , appel- en perenbomen in een grote maat aangeplant om sneller het gewenste effect te bereiken op het gebied van biodiversiteit. Solitaire bomen en boomgroepjes Over het grasland verspreid komen een aantal solitaire bomen en bomengroepjes. Deze bomen zorgen voor schaduw. Het afvallend blad zorgt voor een (klein) verschil in de ondergroei en daarmee voor meer biodiversiteit.
Bomen hebben een hoge ecologische waarde voor veel soorten insecten. Daarnaast kunnen ze gebruikt worden als uitzichtpunt voor bijvoorbeeld roofvogels die jagen boven het grasland. Dassenburcht Op de projectlocatie is een dassenburcht aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn recente sporen waargenomen die erop wijzen dat de dassenburcht in gebruik is. De migratieroute moet daarom bij wet vrijgehouden worden. De erfbeplanting wordt langs de zuidzijde onderbroken om dit mogelijk te maken. De bestaande struweelbeplanting op en rond de dassenburcht wordt behouden. Hiermee sluit de dassenburcht aan op de rest van de landschappelijke inrichting en geeft deze extra ecologische waarde. Beukenhaag en gemengde haag Beukenhagen en gemengde hagen worden vaak gebruikt op erven in het agrarische landschap en passen daarom goed in open cultuurlandschap. Rondom de tuin van de woning komt een hekwerk met aan de buitenkant een knip-en scheerhaag van beuk (fagus sylvatica) met een hoogte van 1,50 meter. De haag dient als een afscheidingselement tussen de tuin en het omliggende landschap. Daarnaast worden de houtsingel en de houtwal aan elkaar verbonden door middel van een beukenhaag met een hoogte van 1,80 meter. Deze schermt de projectlocatie af van de Roestelbergseweg en zorgt voor een ecologische verbindingsfunctie voor kleine vogels en insecten. Rondom de moestuin komt een gemengde haag.
Deze bestaat uit een dubbele rij beplanting met vier stuks per strekkende meter per rij. De haag heeft een hoogte van 0,8 meter en bestaat uit inheemse struiken met onder andere bessen en doorns waar vogels en andere kleine zoogdieren veel profijt van hebben wat betreft voeding en beschutting. De haag heeft de volgende samenstelling: Tabel 2: samenstelling gemengde haag
Nederlandse naam Latijnse naam Aandeel beplanting Haagbeuk Carpinus betulus 20% Gewone es Fraxinus excelsior 10% Gewone vlier Sambucus nigra 10% Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna 25% Sleedoorn Prunus spinosa 25% Hondsroos Rosa canina 10%
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
13
De gemengde haag wordt eens per twee á drie jaar gesnoeid. Het snoeien gebeurt tussen half juni en half maart. Doordat de heg niet vaak gesnoeid wordt, komen er bloemen en bessen aan wat goed is voor de vogels en insecten. Overige elementen Naast de bovengenoemde landschapselementen, worden verschillende kleine maatregelen getroffen om de locatie aantrekkelijker te maken voor doelsoorten. Verspreid over het terrein kunnen een torenvalkkast en diverse nestkasten voor andere vogelsoorten geplaatst worden om de nestgelegenheid te vergroten. Als de bomen en andere beplanting meer volgroeid zijn, kunnen uilensoorten zich hier ook thuis gaan voelen. Het plaatsen van een uilenkast, een mannenkast voor de (steen)uil en een (steenuil)vriendelijke drinkbak, vergroten de kans op zijn komst. Een muizenruiter, gevuld met gemaaid gras, hooi of stro brengt meer muizen naar het terrein. Deze zijn vervolgens voedsel voor uilen, torenvalk, egel en kleine marterachtigen.
3.3
Ecologische waarden landschapsplan
De projectlocatie is gelegen in een halfopen cultuurlandschap met een afstand van 800 meter tot het Natura 2000 gebied Loon en Drunense Duinen & Leemkuilen. De projectlocatie maakt geen deel uit van het Natura 2000-gebied of van het Natuur Netwerk Brabant, maar versterkt wel het omliggende half open cultuurlandschap. Het landschapsplan met de benoemde elementen zorgt voor een ecologische meerwaarde ten opzichte van de agrarische functie die het projectgebied nu heeft. Onder andere de houtwal, houtsingel, fruitbomen en bloemrijk grasland zorgen voor een toename van leefgebied voor doelsoorten en een verhoging van de biodiversiteit. In vergelijking met de huidige agrarische functie, die bestaat uit een open landschap met monotone beplanting, biedt de nieuwe inrichting meer voedsel, nestgelegenheid en verblijfplaats voor de doelsoorten. Voor de uitvoering van de werkzaamheden (bouw van de woning) is, op 4 november 2020, een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de werkzaamheden geen negatieve effecten zullen hebben op de beschermde soorten.
Landschapsplan Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel – Simon van Soelen en Barbara Sars
14
Bijlage 1
Landschapsplan
bestemmingsplan Buitengebied-herziening Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
20
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
Akoestisch onderzoek Nieuwbouwwoning Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
Akoestisch onderzoek Nieuwbouwwoning Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
Projectnummer
: VL.2120.R01
Revisie
:0
Rapportdatum
: 26 maart 2021
Auteur
: P. Kraaij
Opdrachtgever
: Roestelstaete Vastgoed Zakelijk BV Winterdijk 29 5141 KE Waalwijk
Contactpersoon
: De heer J. van den Berg (vd Berg RO)
Kraaij Akoestisch Adviesbureau Frisodonk 5 4707 VG Roosendaal T: 0165-544833 M: 06-10078854 E: info@kraaijbv.nl
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 4
2
WETTELIJK KADER ..................................................................................................................................... 5 2.1 ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 5 2.2 WEGVERKEERSLAWAAI.................................................................................................................................... 5 2.2.1 Nieuwe situaties ................................................................................................................................ 6 2.2.2 30 km/u wegen .................................................................................................................................. 6 2.3 CUMULATIE .................................................................................................................................................. 7 2.4 GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING ........................................................................................................................ 7 2.5 REKEN- EN MEETVOORSCHRIFT GELUID 2012...................................................................................................... 7
3
UITGANGSPUNTEN BEREKENING GELUIDBELASTING ................................................................................. 8 3.1 3.2 3.3 3.4
4
REKENRESULTATEN EN BEOORDELING GELUIDBELASTING ...................................................................... 12 4.1 4.2 4.3 4.4
5
ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 8 VERKEERSGEGEVENS ....................................................................................................................................... 9 REKENMETHODE .......................................................................................................................................... 10 MODELLERING ............................................................................................................................................ 10 GELUIDBELASTING VANWEGE DE ROESTELBERGSEWEG ........................................................................................ 12 GELUIDBELASTING VANWEGE DE WAALWIJKSEBAAN ........................................................................................... 12 GELUIDBELASTING VANWEGE DE VAN HAESDRECHTSTRAAT .................................................................................. 13 CUMULATIE VAN GELUID ............................................................................................................................... 14
CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................................................ 15 5.1 ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 15 5.2 TOETSING AAN WET GELUIDHINDER ................................................................................................................ 15 5.2.1 Roestelbergseweg ............................................................................................................................ 15 5.2.2 Waalwijksebaan .............................................................................................................................. 15 5.2.3 Van Haesdrechtstraat ...................................................................................................................... 16 5.3 AKOESTISCH WOON- EN LEEFKLIMAAT/GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING .................................................................. 16 5.4 TOETS BOUWBESLUIT ................................................................................................................................... 16
Bijlagen Bijlage I : Bijlage II : Bijlage III : Bijlage IV : Bijlage V :
Verkeersgegevens gemeente Modelgegevens Rekenresultaten vanwege de Roestelbergseweg Rekenresultaten vanwege de Waalwijksebaan Rekenresultaten vanwege de Van Haesdrechtstraat
Figuren Figuur 1 : Figuur 2 :
VL.2120.R01
Overzicht modellering Weergave ligging grid met rekenpunten
pagina 3
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
1
INLEIDING
In opdracht van Roestelstaete Vastgoed Zakelijk BV en in samenwerking met Van den Berg Ruimtelijke Ordening is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd ter bepaling van de geluidbelasting op een herontwikkeling aan de Roestelbergseweg 3a in Kaatsheuvel. Het kavel waarop de herontwikkeling is voorzien is kadastraal bij de gemeente Loon op Zand bekend met de nummers O-272 en O-273 en heeft in het geldend bestemmingsplan “Buitengebied Geconsolideerd” een agrarische bestemming met natuur-en landschapswaarden in combinatie met een bedrijfsbestemming met functieaanduiding tuincentrum. Er vindt op de planlocatie geen bedrijfsvoering (meer) plaats en de voormalige bebouwing op het kavel volledig gesloopt. Het voornemen is het kavel opnieuw in te richten waarbij een vrijstaande woning wordt opgericht binnen het huidig vlak met een bedrijfsbestemming. Om de nieuwbouwwoning mogelijk te maken dient de huidige bedrijfsbestemming te worden omgezet naar een woonbestemming. Hiervoor dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. Het akoestisch onderzoek maakt onderdeel uit van deze wijzigingsprocedure. Op basis van de Wet geluidhinder moet de geluidbelasting op nieuwe bestemmingen, welke binnen de geluidzone van een weg of spoorweg zijn gelegen, worden bepaald.
De berekende geluidbelasting wordt daarbij getoetst aan de geluidnormen uit de Wet geluidhinder (Wgh). Het nieuwbouwplan ligt binnen de geluidzone van de Roestelbergseweg en de Waalwijksebaan. De planlocatie ligt tevens op de grens van de geluidzone van de Van Haesdrechtstraat. De planlocatie bevindt zich niet binnen de geluidzone van een spoorlijn of industrieterrein. Het akoestisch onderzoek heeft dus tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai te bepalen en deze te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder. Daarnaast zal het geluid vanwege wegverkeerslawaai kwalitatief worden beschouwd op de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat oftewel op de aanwezigheid van een goede ruimtelijke ordening. Voor onderhavig onderzoek is gebruikt gemaakt van de volgende informatie: • Digitale ondergrond van het onderzoeksgebied, gedownload via de website van het kadaster/Georegister; • Google Earth/Google Streetview; • Situatietekening met plattegronden en aanzichten van de nieuwbouw, geleverd door de opdrachtgever (pdf met kenmerk 171002 DO-1 dd. 04-08-2020) en tekening SO-0 situatie (pdf en dwg bestand) • Import van BGT-bestanden van panden en bodemgebieden vanuit PDOK BGT download viewer; • AHN-viewer; • Ruimtelijke plannen; • Verkeersgegevens Van Haesdrechtstraat, geleverd door de gemeente Loon op Zand.
De genoemde geluidbelastingen in dit rapport zijn inclusief aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder, tenzij anders is vermeld. Deze aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze rapportage wordt ingegaan op het wettelijk kader. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de uitgangspunten voor de berekening van de geluidbelasting uiteengezet. Hoofdstuk 4 geeft de rekenresultaten en de beoordeling daarvan weer en tot slot wordt in hoofdstuk 5 de conclusie van het onderzoek weergegeven.
VL.2120.R01
pagina 4
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
2
WETTELIJK KADER
2.1
Algemeen
De regels (grenswaarden) met betrekking tot de (maximaal) toelaatbare hoeveelheid geluid afkomstig van een industrieterrein, weg of spoorweg, zijn opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh). Voor wegverkeerslawaai is hoofdstuk VI van de Wgh van toepassing. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen een conform deze wet geldende geluidszone. De grenswaarden (voorkeursgrenswaarde en ten hoogste toelaatbare waarde) uit de Wet geluidhinder zijn van toepassing op de geluidsbelasting op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen (o.a. woonwagenstandplaatsen, ligplaatsen in het water, scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen). In artikel 1 en artikel 1b lid 4 van de Wet geluidhinder is de volgende definitie opgenomen voor het begrip gevel: de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. In afwijking van artikel 1 wordt onder een gevel in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan: a.
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in de NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.
b.
Daarnaast gelden voor de verschillende geluidgevoelige ruimten in de verschillende geluidgevoelige bestemmingen, afhankelijk van het gebruik van de ruimte, afwijkende normen met betrekking tot de toelaatbare geluidbelasting binnen deze ruimten. 2.2
Wegverkeerslawaai
De regels en normen die gelden voor wegverkeerslawaai zijn opgenomen in hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder. De regels en normen uit de Wet geluidhinder (Wgh) gelden binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. De breedte van de zone van een weg is geregeld in afdeling 1 “Omvang geluidzones” van genoemd hoofdstuk. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft elke weg een geluidzone, met uitzondering van de volgende wegen: 1. 2.
wegen gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.
De breedte van een zone is, op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder, afhankelijk van de ligging in stedelijk 1 of buitenstedelijk 2 gebied en van het aantal rijstroken. De afstanden, genoemd in artikel 74, eerste lid, worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook.
1
Onder stedelijk gebied wordt verstaan, het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. 2 Onder buitenstedelijk gebied wordt verstaan, het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.
VL.2120.R01
pagina 5
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel In onderstaande tabel staan de zones langs wegen weergegeven. Tabel 2.1: Zonebreedtes wegen Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken
Zone in stedelijk gebied 200 meter
Zone in buitenstedelijk gebied 250 meter
3 of 4 rijstroken
350 meter
400 meter
5 of meer rijstroken
350 meter
600 meter
Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. De zone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de wegas. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de weg. In het onderzoeksgebied zijn de Roestelbergseweg, de Waalwijksebaan en de Van Haesdrechtstraat gelegen. Al deze wegen hebben een geluidzone op grond van de Wgh, zijn in buitenstedelijk gebied gelegen en bestaan grotendeels uit één of twee rijstroken. De zonebreedte van alle wegen bedraagt daarmee 250 meter. Het bouwvlak voor de woonbestemming ligt op een afstand van circa 95 meter van de Roestelbergseweg, circa 170 meter tot de Waalwijksebaan en op een afstand van minimaal 245 meter tot de Van Haesdrechtstraat. Daarmee ligt de planlocatie dus volledig binnen de geluidzone van de Roestelbergseweg en de Waalwijksebaan, maar alleen met het uiterste noordwestelijk puntje van het bouwvlak binnen de zone van de Van Haesdrechtstraat. Er dient daarom vanwege de Roestelbergseweg en de Waalwijksebaan getoetst te worden aan de normen van de Wet geluidhinder, volledigheidshalve is ook de Van Haesdrechtstraat in de berekening en toetsing meegenomen. In de Wet geluidhinder wordt voor wegverkeerslawaai onderscheid gemaakt in nieuwe situaties, bestaande situaties en reconstructies.
De grenswaarden en regels die hierbij gelden zijn opgenomen in de onderstaande afdelingen (artikelen) van hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder: • • •
afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” (artikel 76 t/m 87i); afdeling 3 “Bestaande situaties” (artikel 87j t/m 90); afdeling 4 “Reconstructies” (artikel 98 t/m 100b).
Voor onderhavige situatie is de afdeling 2 van toepassing. 2.2.1 Nieuwe situaties Conform de Wet geluidhinder worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan de waarden van de geluidbelasting van de gevel van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, in acht genomen. Op grond van artikel 82 bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg 48 dB. In afwijking hierop kan op grond van de artikelen 83 tot en met 85 een hogere waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde voor woningen in buitenstedelijk gebied de 53 dB niet te boven mag gaan en voor woningen in stedelijk gebied de 63 dB niet te boven mag gaan. In onderhavige situatie is de planlocatie buiten de bebouwde kom van Kaatsheuvel gelegen en is voor de toetsing uitgegaan van een ontheffingswaarde van maximaal 53 dB. 2.2.2 30 km/u wegen Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening de aanvaardbaarheid van het akoestisch woon- en leefklimaat ook bij 30 km/uur wegen te worden onderbouwd, indien deze relevant kunnen zijn voor de planlocatie. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting wordt aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen.
Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB geldt hierbij als richtwaarde en de maximale
VL.2120.R01
pagina 6
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel ontheffingswaarde van 63 dB volgens de Wgh als maximaal aanvaardbare waarde. Hierbij zal, in lijn met de Wgh, eveneens een aftrek van 5 dB worden toegepast. In de onderzoeksomgeving zijn geen 30 km/u wegen aanwezig. 2.3
Cumulatie
Indien er blootstelling plaatsvindt aan meer dan één geluidbron, dient de gecumuleerde geluidbelasting te worden berekend conform bijlage I, hoofdstuk 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting, rekening houdende met verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen en geeft inzicht in het woon- en leefklimaat. De geluidbelasting van verschillende geluidbronnen wordt alleen gecumuleerd als er sprake is van een relevante blootstelling aan meerdere geluidbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die onderscheiden bronnen wordt overschreden. Hierbij wordt bij de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. 2.4
Goede ruimtelijke ordening
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de aanvaardbaarheid van het akoestisch woon- en leefklimaat te worden onderbouwd, hierbij worden tevens de voor de planlocatie relevante 30 km/u wegen betrokken, hetgeen in voorliggende situatie niet van toepassing is. Om te bepalen of er sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat is in onderhavige situatie de geluidbelasting vanwege de enige in het onderzoek betrokken weg berekend en kwalitatief beoordeeld volgens de MilieuKwaliteitsMaat, zoals weergegeven in onderstaande tabel 2.2. Hierbij wordt geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. Tabel 2.2: Milieukwaliteitsmaat gecumuleerde geluidbelasting (bron: RIVM) Geluidbelasting Kwalificatie < 45 dB
Zeer goed
46 - 50 dB
Goed
51 – 55 dB
Redelijk
56 – 60 dB
Matig
61 – 65 dB
Tamelijk slecht
66 – 70 dB
Slecht
>70 dB
Zeer slecht
Bovendien kan er voor een goed akoestisch woonmilieu naar gestreefd worden dat bij elke woning een geluidluwe gevel aanwezig is of, indien dat niet mogelijk is, er tenminste een geluidluwe buitenruimte is. 2.5
Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012
Met ingang van 20 mei 2014 is het Reken- en meetvoorschrift Geluid gewijzigd. Deze wijziging is tijdelijk van kracht en betreft een verruiming van de aftrek bij wegen met een snelheid van 70 km/ uur en hoger. De wijziging voorkomt tijdelijke extra belemmeringen voor woningbouwplannen. In onderhavige situatie is de maximale snelheid op de weg 60 km/uur en is deze verruiming niet van toepassing. De in artikel 3.5 geregelde aftrek voor ‘stille banden’ is eveneens alleen van toepassing voor wegen met een snelheid van 70 km/uur of hoger en is in onderhavig onderzoek dus ook niet van toepassing.
VL.2120.R01
pagina 7
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
3
UITGANGSPUNTEN BEREKENING GELUIDBELASTING 3.1
Algemeen
De herontwikkeling is gelegen aan de Roestelbergseweg 3a, in het buitengebied op ruim een kilometer ten oosten van Kaatsheuvel en een krappe kilometer ten zuiden van Waalwijk. De onderzoeksomgeving kenmerkt zich als landelijk/agrarisch gebied, doorkruist met enkele wegen als gebiedsontsluiting. Langs deze wegen bevindt zich, verspreid van elkaar liggend, enige (agrarische) bebouwing. De meest nabij gelegen weg betreft de Roestelbergseweg. Deze weg bevindt zich aan de noord- en oostzijde van de ontwikkellocatie en ontsluit ten noordwesten van de ontwikkellocatie op de Waalwijksebaan. Deze Waalwijksebaan loopt vanaf de kruising in zuidelijke richting en ligt westelijk van de ontwikkellocatie. Ten noordwesten van de ontwikkellocatie takt de Waalwijksebaan aan op de Van Haesdrechtstraat. Deze weg bevindt zich op grotere afstand ten noorden- en noordwesten van de ontwikkellocatie. De meest nabij gelegen woning bevindt zich op circa 170 meter afstand ten noordwesten van de nieuwbouwwoning op de planlocatie en betreft de woning Waalwijksebaan 1. Het bijgebouw aan de achterzijde van deze woning bevindt zich op circa 130 meter afstand van de nieuwbouwwoning. In onderstaande figuur is het onderzoeksgebied weergegeven, met daarin de ligging van de onderzoekslocatie.
Waalwijk
Kaatsheuvel Ontwikkellocatie
Figuur 3.1 Weergave onderzoeksgebied en ligging planlocatie.
Op de ontwikkellocatie is alle bestaande bebouwing reeds gesloopt. Het voornemen is om het terrein opnieuw in te richten waarbij op de vrijgekomen ruimte een vrijstaande woning wordt gerealiseerd. Het bouwvlak hiervoor wordt voorzien binnen het huidig bedrijfsbestemmingsvlak op het kavel. Om de nieuwbouw mogelijk te maken dient de huidige bedrijfsbestemming van het perceel te worden omgezet naar een woonbestemming middels een ruimtelijke procedure. De positie van de woning binnen het nieuw bebouwingsvlak voor wonen is in onderstaande figuur grafisch weergegeven. Deze situatie dient als uitgangspunt voor de berekening van de geluidbelasting op de gevels. Tevens is de geluidbelasting op
VL.2120.R01
pagina 8
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel de randen van het bebouwingsvlak berekend, zodat ook inzicht wordt gegeven in de geluidbelasting in het meest kritische geval.
Figuur 3.2: Weergave situatie nieuwbouw binnen de huidige bestemming van de ontwikkellocatie (bron: rekenmodel in combinatie met ruimtelijke plannen pdok).
3.2
Verkeersgegevens
Voor de berekening van de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai is het noodzakelijk de samenstelling van het verkeer (lichte-, middelzware- en zware motorvoertuigen) en de verdeling van het verkeer over de dag- (07.00 - 19.00 uur), de avond- (19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) te kennen. In het rekenmodel is uitgegaan van verkeerscijfers voor het prognosejaar 2031, minimaal 10 jaar na realisatie van de nieuwbouw. Alle in het onderzoek betrokken wegen worden beheerd door de gemeente Loon op Zand. De gemeente heeft echter alleen van de Van Haesdrechtstraat verkeersgegevens beschikbaar. Deze zijn afkomstig van een verkeerstelling in 2019 op het wegvak tussen de Eikendijk en de Sprangsevaart. De Van Haesdrechtstraat vormt samen met de Wielstraat de verbindingsweg tussen Waalwijk en Kaatsheuvel. De verkeersgegevens van het telvak worden daarom ook representatief geacht voor het wegvak van de Van Haesdrechtstraat nabij de planlocatie. Omdat de Waalwijksebaan een aftakking is van de Van Haesdrechtstraat en de Roestelbergseweg weer een zijstraat van de Waalwijksebaan, en bovendien beide wegen doodlopend zijn voor gemotoriseerd verkeer, kan worden aangenomen dat de verkeersintensiteit op beide voornoemde wegen wezenlijk lager zal zijn dan op de Van Haesdrechtstraat.
De gemeente geeft daarnaast aan dat de verkeersdrukte erg afhankelijk is van het seizoen en het weer. Daarom is in onderhavig onderzoek voor de Roestelbergseweg en de Waalwijksebaan uitgegaan van een ruime aanname en is voor elke weg uitgegaan van 50% van de verkeersintensiteit op de Van Haesdrechtstraat. Hiermee wordt de werkelijke situatie vrijwel zeker overschat waardoor in met het onderzoek een worstcase scenario berekend wordt. Rekening houdend met een autonoom groeiscenario van 1% per jaar, wordt bij de Van Haesdrechtstraat uitgegaan van afgerond 6.000 motorvoertuigen per weekdagetmaal in het prognosejaar 2031. Voor de voertuigverdeling is voor alle wegen uitgegaan van de data uit de telgegevens in 2019. Een overzicht van de geleverde verkeersgegevens door de gemeente is bijgevoegd in bijlage I.
VL.2120.R01
pagina 9
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel In onderstaande tabel zijn de gehanteerde uitgangspunten voor het rekenmodel van het akoestisch onderzoek weergegeven. Tabel 3.1 Verkeersgegevens Weg: Etmaalintensiteit 2019 (teling)
Van Haesdrechtstraat 4.946 motorvoertuigen
Etmaalintensiteit 2031
5.573 motorvoertuigen (afgerond naar 6.000 in het rekenmodel)
Autonome verkeersgroei
1% per jaar
Type wegdekverharding weg
Dicht asfaltbeton (W0 - referentiewegdek in het rekenmodel)
Maximaal toegestane rijsnelheid
60 km/u
Verdeling in percentages
Dagperiode 07 - 19 u 6,65
Avondperiode 19 – 23 u 3,85
Nachtperiode 23 – 07 u 0,6
Lichte motorvoertuigen 3
95,9
95,9
95,9
Middelzware motorvoertuigen3
2,3
2,3
2,3
Zware motorvoertuigen3
1,8
1,8
1,8
Uurintensiteit
In het onderzoek is er van uitgegaan dat de huidige wegdekverharding en verkeerssnelheid op de betrokken eveneens van toepassing blijft op de toekomstige situatie. 3.3
Rekenmethode
De in deze rapportage opgenomen geluidbelasting in het prognosejaar 2031 van de geluidgezoneerde weg is berekend volgens standaard-rekenmethode II uit het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMV 2012), als bedoeld in artikel 110 van de Wet geluidhinder. Bij de berekening van de geluidbelastingen volgens standaard-rekenmethode II is gerekend met één reflectie en een sectorhoek van twee graden. 3.4
Modellering
Ten behoeve van de berekeningen is een driedimensionaal computersimulatie model opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van het door DGMR Raadgevende Ingenieurs B.V. ontwikkelde computerprogramma "GEOMILIEU”, versie V2020.2. Voor het tot stand komen van het model is gebruik gemaakt van kadastrale en BGT kaarten uit het Georegister, het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), informatie van de opdrachtgever en Google-Earth/Streetview. Alle gebouwen zijn als reflecterende objecten ingevoerd (reflectiefactor = 0,8). De gebouwen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn voor wat betreft de ligging gemodelleerd aan de hand van de kadastrale kaart en geïmporteerd vanuit de openbare BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie). De hoogte van de woningen in de omgeving van de onderzoekslocatie is gebaseerd op informatie uit het AHN in combinatie met Streetview. Voor de bijgebouwen is een standaardhoogte van 5 meter aangehouden, aangezien het veel (boeren)schuren betreft. De nieuwe woning en het bouwvlak voor wonen is in het rekenmodel ingevoerd op basis van de situatietekening, welke als ondergrond is ingelezen in het rekenmodel. De woning is ingevoerd met de maximale bouwhoogte van 9 meter, ondanks dat de hoogte van de woning afneemt naar 6 meter. Dit verloop kan modelmatig echter niet worden toegepast.
3 Lichte motorvoertuigen zijn motorvoertuigen op drie of meer wielen, met uitzondering van de in categorie ’middelzwaar’ en ‘zwaar’
bedoelde motorvoertuigen. Middelzware motorvoertuigen zijn gelede en ongelede autobussen, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd. Zware motorvoertuigen zijn gelede motorvoertuigen, alsmede voertuigen die zijn voorzien van een dubbele achteras, met uitzondering van autobussen.
VL.2120.R01
pagina 10
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel Verdeeld over de gevels van de nieuwe woning en verdeeld over de randen van het bouwvlak zijn toetspunten ingevoerd. De eerste toetshoogte ligt op 1,5 meter boven maaiveld, overeenkomend met stahoogte op de begane grond. Vervolgens is ook een toetshoogte ingevoerd op stahoogte vanaf de eerste verdiepingsvloer. Uit de tekening met doorsnedes is op te maken dat de bovenzijde van de verdiepingsvloer zich op circa 3 meter boven het maaiveld bevindt. Uit de tekening met plattegronden en aanzichten is op te maken dat de derde bouwlaag alleen een zolderfunctie heeft waar zich geen geluidgevoelige ruimtes meer bevinden. Zodoende is in voorliggende situatie gerekend met toetspunten op 1,5 meter en 4,5 meter hoogte. Op deze manier is het verloop in geluidbelasting op de gevels van de woning en binnen het bouwvlak voor wonen inzichtelijk gemaakt. Gezien het landelijk karakter van het onderzoeksgebied is de bodemfactor van het rekenmodel standaard op een zachte, absorberende ondergrond (Bf=1,0) gezet. In de nabijheid van de planlocatie zijn de wegen en andere reflecterende bodemgebieden, zoals water of fietspaden als harde, reflecterende bodemgebieden (bf = 0,0) ingevoerd. Het erf rondom woningen en (agrarische) bedrijfsgebouwen bestaat meestal uit een combinatie van bestrating en groen/tuin.
Daarom zijn deze gebieden met een bodemfactor van 0,5 in het rekenmodel ingevoerd. De bodemgebieden zijn geïmporteerd vanuit de openbare BGT. Daar waar geen bodemgebied is gemodelleerd, bestaat de ondergrond dus uit een zacht overdrachtsgebied. Binnen het onderzoekgebied is geen significant hoogteverschil aanwezig en daarom ook niet in het rekenmodel opgenomen. Het rekenmodel staat standaard ingesteld met een maaiveldhoogte van 0,0 meter. Op de recente luchtfoto is aan de westzijde van het kavel een aarden wal te zien, de hoogte hiervan is echter niet bekend en daarom wel inzichtelijk gemaakt maar niet in de berekening opgenomen (hoogte maaiveld = 0 meter) Het gemotoriseerd verkeer op de betrokken wegen is als een rijlijn per weg in het rekenmodel ingevoerd. Hiermee wordt de geluidemissie als gevolg van de voertuigen op de weg berekend. De bronhoogte van de weg is 0,75 meter. Het perceel van de nieuwbouwlocatie en het bouwvlak voor wonen is inzichtelijk gemaakt met een hulpvlak. De overkapping aan de achterzijde van de woning is met een hulplijn in beeld gebracht. Een hulplijn of een hulpvlak bevat verder geen informatie en heeft zodoende geen invloed op de berekening. Figuur 1 geeft een overzicht van de modellering van de wegen, (half) harde bodemgebieden en de gebouwen in de directe omgeving weer.
In figuur 2 is ingezoomd op de planlocatie en is een weergave van ligging van de rekenpunten gegeven. In bijlage II zijn alle modelgegevens in numerieke vorm opgenomen voor wat betreft wegen, objecten, (half) harde bodemgebieden en rekenpunten.
VL.2120.R01
pagina 11
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
4
REKENRESULTATEN EN BEOORDELING GELUIDBELASTING 4.1
Geluidbelasting vanwege de Roestelbergseweg
Een compleet overzicht van de berekende geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouwwoning en de randen van het bouwvlak als gevolg van de Roestelbergseweg is opgenomen in bijlage III. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. In onderstaande figuur wordt de berekende geluidbelasting vanwege de Roestelbergseweg grafisch weergegeven.
Figuur 4.1: Rekenresultaten vanwege de Roestelbergseweg inclusief 5 dB aftrek.
Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting vanwege deze weg op het bouwvlak ten hoogste 44 dB en op de gevels van de nieuwbouwwoning ten hoogste 41 dB bedraagt en dat daarmee overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Omdat de voorkeursgrenswaarde nergens wordt overschreden, is het geluid van deze weg niet van invloed op het akoestisch woon- en leefklimaat bij de ontwikkellocatie. Aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen is daarom niet noodzakelijk, het aanvragen van een hogere waarde evenmin. 4.2
Geluidbelasting vanwege de Waalwijksebaan
Een compleet overzicht van de berekende geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouwwoning en de randen van het bouwvlak als gevolg van de Waalwijksebaan is opgenomen in bijlage IV. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. In onderstaande figuur wordt de berekende geluidbelasting vanwege de Waalwijksebaan grafisch weergegeven.
VL.2120.R01
pagina 12
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
Figuur 4.2: Rekenresultaten vanwege de Waalwijksebaan inclusief 5 dB aftrek.
Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting vanwege deze weg op het bouwvlak ten hoogste 37 dB en op de gevels van de nieuwbouwwoning ten hoogste 35 dB bedraagt en dat daarmee overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Omdat de voorkeursgrenswaarde nergens wordt overschreden, is het geluid van deze weg niet van invloed op het akoestisch woon- en leefklimaat bij de ontwikkellocatie. Aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen is daarom niet noodzakelijk, het aanvragen van een hogere waarde evenmin. 4.3
Geluidbelasting vanwege de Van Haesdrechtstraat
Een compleet overzicht van de berekende geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouwwoning en de randen van het bouwvlak als gevolg van de Van Haesdrechtstraat is opgenomen in bijlage V. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. In onderstaande figuur wordt de berekende geluidbelasting vanwege de Van Haesdrechtstraat grafisch weergegeven.
VL.2120.R01
pagina 13
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
Figuur 4.3: Rekenresultaten vanwege de Van Haesdrechtstraat inclusief 5 dB aftrek.
Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting vanwege deze weg op de randen van het bouwvlak ten hoogste 37 bedraagt en op de gevels van de nieuwbouwwoning ten hoogste 36 dB en dat daarmee overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Omdat de voorkeursgrenswaarde nergens wordt overschreden, is het geluid van deze weg niet van invloed op het akoestisch woon- en leefklimaat bij de ontwikkellocatie. Aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen is daarom niet noodzakelijk, het aanvragen van een hogere waarde evenmin. 4.4
Cumulatie van geluid
Aangezien bij onderhavige planlocatie de voorkeursgrenswaarde van 48 dB nergens wordt overschreden, is geen sprake van relevante blootstelling aan één of meer geluidbronnen. Op basis van de Wgh is een cumulatieberekening niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening blijkt, op basis van de rekenresultaten per weg al voldoende dat een goed akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouwwoning aanwezig zal zijn.
VL.2120.R01
pagina 14
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
5
CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Algemeen
In opdracht van Roestelstaete Vastgoed Zakelijk BV en in samenwerking met Van den Berg Ruimtelijke Ordening is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd ter bepaling van de geluidbelasting op een herontwikkeling aan de Roestelbergseweg 3a in Kaatsheuvel. Het kavel heeft in het geldend bestemmingsplan “Buitengebied Geconsolideerd” een agrarische bestemming met natuur-en landschapswaarden in combinatie met een bedrijfsbestemming met functieaanduiding tuincentrum. Het voornemen is het kavel opnieuw in te richten waarbij een vrijstaande woning wordt opgericht binnen het huidig vlak met een bedrijfsbestemming. Om de nieuwbouwwoning mogelijk te maken dient de huidige bedrijfsbestemming te worden omgezet naar een woonbestemming. Hiervoor dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. Op basis van de Wet geluidhinder moet de geluidbelasting op nieuwe bestemmingen, welke binnen de geluidzone van een weg of spoorweg zijn gelegen, worden bepaald. De berekende geluidbelasting wordt daarbij getoetst aan de geluidnormen uit de Wet geluidhinder (Wgh). Het nieuwbouwplan ligt binnen de geluidzone van de Roestelbergseweg en de Waalwijksebaan. De planlocatie ligt tevens op de grens van de geluidzone van de Van Haesdrechtstraat. De planlocatie bevindt zich niet binnen de geluidzone van een spoorlijn of industrieterrein.
Het akoestisch onderzoek maakt onderdeel uit van de wijzigingsprocedure en heeft dus tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai te bepalen en deze te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder. Daarnaast zal het geluid vanwege wegverkeerslawaai kwalitatief worden beschouwd op de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat oftewel op de aanwezigheid van een goede ruimtelijke ordening. 5.2
Toetsing aan Wet geluidhinder
5.2.1 Roestelbergseweg De berekende geluidbelasting vanwege de Roestelbergseweg bedraagt op de randen van het bouwvlak ten hoogste 44 dB en op de gevels van de nieuwe woning ten hoogste 41 dB. Deze geluidbelasting wordt berekend aan de noordoostzijde van het plan. Voor de nieuwbouw geldt daarmee dat overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Voortvloeiend hieruit kan geconcludeerd worden dat de blootstelling aan geluid vanwege deze weg akoestisch niet relevant is. Omdat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden, is geen aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen noodzakelijk en hoeft vanwege deze weg geen hogere waarde te worden aangevraagd. 5.2.2 Waalwijksebaan De berekende geluidbelasting vanwege de Waalwijksebaan bedraagt op de randen van het bouwvlak ten hoogste 37 dB en op de gevels van de nieuwe woning ten hoogste 35 dB. Deze geluidbelasting wordt berekend aan de westzijde van het plan. Voor de nieuwbouw geldt daarmee dat overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Voortvloeiend hieruit kan geconcludeerd worden dat de blootstelling aan geluid vanwege deze weg akoestisch niet relevant is.
Omdat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden, is geen aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen noodzakelijk en hoeft vanwege deze weg geen hogere waarde te worden aangevraagd.
VL.2120.R01
pagina 15
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel 5.2.3 Van Haesdrechtstraat De berekende geluidbelasting vanwege de Van Haesdrechtstraat bedraagt op de randen van het bouwvlak ten hoogste 37 dB en op de gevels van de nieuwe woning ten hoogste 36 dB. Deze geluidbelasting wordt berekend aan de noord- en noordwestzijde van het plan. Voor de nieuwbouw geldt daarmee dat overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Voortvloeiend hieruit kan geconcludeerd worden dat de blootstelling aan geluid vanwege deze weg akoestisch niet relevant is. Omdat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden, is geen aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen noodzakelijk en hoeft vanwege deze weg geen hogere waarde te worden aangevraagd. 5.3
Akoestisch woon- en leefklimaat/Goede ruimtelijke ordening
Uit de rekenresultaten per weg blijkt al voldoende, met een geluidbelasting op de randen van het bouwvlak van ten hoogste 44 dB vanwege de Roestelbergseweg en ten hoogste 37 dB vanwege de Waalwijksebaan en de Van Haesdrechtstraat, dat cumulatie van geluid niet zal leiden tot een wezenlijke verslechtering van het akoestisch woonmilieu bij de herontwikkeling. De gecumuleerde geluidbelasting van alle in het onderzoek betrokken wegen samen zal op de randen van het bouwvlak en zeker op de gevels van de nieuwbouwwoning niet meer dan 50 dB (ex aftrek) gaan bedragen, waarmee het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouwwoning binnen de ontwikkellocatie als ‘goed tot zeer goed’ kan worden beoordeeld op basis van de Milieukwaliteitsmaat van tabel 2.2. Gelet op bovenstaande kwalificatie kan worden gesteld dat in onderhavige situatie sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat bij de woning, waarmee vanuit akoestisch oogpunt geen bezwaar is tegen woningbouw op de aangegeven planlocatie. 5.4
Toets Bouwbesluit
De minimumeis voor de karakteristieke geluidwering is op grond van het Bouwbesluit 20 dB. Daarnaast mag, indien er een hogere waarde besluit is vastgesteld, de karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner zijn dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidbelasting en 33 dB. Voor een verblijfsruimte geldt een 2 dB lagere eis. De geluidbelasting op de gevels waar mee gerekend moet worden is exclusief aftrek conform art. 110g van de Wet geluidhinder. Omdat de voorkeursgrenswaarde op de ontwikkellocatie niet wordt overschreden en in onderhavige situatie dus geen aanvraag hogere grenswaarde noodzakelijk is, dient de nieuwbouwwoning, voor wat betreft de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie, op grond van het Bouwbesluit alleen te voldoen aan de minimumeis van 20 dB. Omdat de hoogste geluidbelasting zonder aftrek 49 dB bedraagt en er geen sprake is van een relevante toename in de geluidbelasting na cumulatie, wordt in onderhavige situatie zondermeer een goed akoestisch woon- en leefklimaat in de woning gewaarborgd. Een berekening naar de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
VL.2120.R01
pagina 16
23-03-2021
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
BIJLAGEN
Akoestisch onderzoek Roestelbergseweg 3a Kaatsheuvel
BIJLAGE I Verkeersgegevens
Info Telpunt
Meting
Weg
Van Haestrechtstraat
Meetperiode
15-05-2019 t/m 30-05-2019
Wegvak
Tussen Sprangsevaart en Eikendijk
Classificatie
Voertuigclassificatie op basis van ascombinaties
Plaats
Kaatsheuvel
L
Licht verkeer (2 assen, asafstand < 3,7 meter)
Gemeente
Loon op Zand
M
Middelzwaar verkeer (2 assen, asafstand > 3,7 meter)