CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

02-06-2022 Bijlage 4. Bijlagen bij de toelichting vast te stellen ‘Populier 3a en 3b’.pdf

Raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over het bestemmingsplan Populier 3a en 3b Kaatsheuvel15.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van inheemse reptielen niet bekend (NDFF 2010-2020). Voor alle inheemse reptielen geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Reptielen zijn over het algemeen verbonden aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied en natuurlijke oevers. Gezien de afwezigheid van structuurrijke biotopen en de hoge mate van menselijke verstoring is het voorkomen van beschermde reptielen binnen het plangebied uitgesloten. Negatieve effecten op beschermde reptielen zijn derhalve uitgesloten. Vissen

Op de planlocatie en binnen de invloedssfeer van de beoogde ontwikkeling bevindt zich geen oppervlaktewater. Negatieve effecten op (beschermde) vissen zijn uitgesloten. Insecten en andere ongewervelden

Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van beschermde insecten of ongewervelden niet bekend (NDFF 2010-2020).

6

Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn tevens geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Negatieve effecten op de soortgroep zijn uitgesloten. Vogels

Op de planlocatie en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek de volgende soorten waargenomen: gierzwaluw, houtduif, huismus, kauw, merel, tjiftjaf, vink en zwarte kraai. Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4)

Gedurende het veldbezoek zijn geen individuen, nesten en/of sporen aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nestlocatie en/of leefgebied. De huismus broedt vrijwel altijd bij menselijke bebouwing en bouwt zijn nesten onder dakpannen, onder golfplaten, kieren/gaten in de muur en in spantconstructies (BĮ112 kennisdocument Huismus, 2017). De planlocatie betreft een grasperceel met een kleine moestuin, waar geen bebouwing of groenstructuren aanwezig zijn. Wegens het ontbreken van bebouwing en functioneel leefgebied kan het voorkomen van nestlocaties van huismus op de planlocatie kan uitgesloten worden. Van aantasting van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus is derhalve geen sprake. De gierzwaluw leeft evenals de huismus in de directe omgeving van mensen en broedt tevens als koloniebroeder in gevels en onder (pannen)daken (BĮJ12 kennisdocument Gierzwaluw, 2017). Derhalve kan tevens de aanwezigheid van gierzwaluw op de planlocatie uitgesloten worden. Op de planlocatie is geen sprake van functioneel leefgebied van uilen en roofvogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, wegens het ontbreken aan afwisselende (groen) structuren en de aanwezigheid van (menselijke)verstoring in hoge mate in de directe omgeving. Van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en functioneel leefgebied is geen sprake.

Vogels - Algemene broedvogels en categorie 5 (beschermde nestlocatie gedurende broedperiode en bij ecologisch zwaarwegende redenen)

De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De struiken, bomen en bebouwing in de omgeving vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de werkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Įndien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.

7

Beoordeling (b) gebiedsbescherming

De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Brabant. Op een afstand van circa 2,9 km ligt het Natura 2000gebied 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen' (figuur 3). Op een afstand van circa 1,4 km ligt het Natuurnetwerk Brabant (figuur 4). :

Vrijhoeve

Sprang

------Sprang.

Drunense Duinen i Leemkuilen

8

Natura 2000 Natura 2000-gebied

Figuur 3

De planlocatie ligt op een afstand van circa 2,9 km tot het Natura 2000-gebied 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ (bron: Arcgis.com).

Kaatsheuvel

Natuurnetwerk Nederland H Natuurnetwerk Brabant (NNB)

Figuur 4

De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,4 km tot het Natuurnetwerk Brabant (bron: Arcgis.com).

Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten een beschermd gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Brabant geldt dat externe werking geen toetsingskader is.

8

Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. Blom Ecologie B.V. adviseert om projecten die kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden te beoordelen middels de AERIUS Calculator. Doel daarvan is vast te stellen of significante effecten kunnen worden uitgesloten. In sommige gevallen kan op voorhand negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie worden uitgesloten, wegens de grote afstand tot stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden, een afname in stikstofemissie of een beperkte ingreep. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van twee woningen. Ten opzichte de huidige situatie leidt de beoogde ingreep tot een zeer beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de aanlegfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en transportbewegingen (het 'projecteffect'). In de handreiking 'woningbouw en AERIUS' (Rijksoverheid januari 2020) wordt uitgegaan van de volgende kengetallen: ^ ^ ^

Emissie woning tijdens gebruiksfase: geen; Emissie uit verkeer tijdens gebruiksfase: 0,27 kg NOx per woning; Emissie uit de aanlegfase (mobiele werktuigen en transport): 3 kg NOx per woning.

Gezien de afstand (2,9 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en er in de gebruiksfase sprake is van zeer minimale toename in stikstofemissie wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven.

Beoordeling (c) houtopstanden

In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien. Derhalve is het maken van een melding in het kader van Wet natuurbescherming niet van toepassing.

9

Conclusies Samenvatting

(a) Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en algemene broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. (b) Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Brabant. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een Aeriusberekening, Voortoets en/of 'nee, tenzij'-toets is niet noodzakelijk. (c) Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Tabel 2

Overzicht van de functie van het plangebied voor beschermde flora en fauna en ook de verwachtte effecten naar aanleiding van de beoogde ingrepen en de eventueel daarop te nemen vervolgstap. (a) algemene broedvogel en cat. 5 soorten, (j) jaarrond beschermde nesten, cat. 1

broedvogels (j)

Geschikt habitat Vogelrichtlijnsoort

broedvogels (a)

vissen

reptielen

amfibieën

insecten en ongewervelden

vleermuizen

Soortenbescherming

- = ongeschikt + = geschikt n (nee)/ j (ja)/ m (maatregelen)

vaatplanten

Legenda

grondgebonden zoogdieren

t/m 4 soorten.

+A

-

n

n

Geschikt habitat Habitatrichtlijnsoort

-

-

Geschikt habitat Andere soort

-

+A

Soortspecifiek onderzoek noodzakelijk

n

n

Gebiedsbescherming

afstand

effecten

nader onderzoek

Natura 2000

2,9 km

geen

n.v.t.

Natuurnetwerk Brabant

1,4 km

geen

n.v.t.

Houtopstanden

aanwezig

kap

melding

Struiken

nee

nee

n.v.t.

Bomen

nee

nee

n.v.t.

-

+A

-

-

-

-

+A

-

-

n

n

n

n

n

Uitvoerbaarheid

De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wnb. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen, rugstreeppadden en algemene broedvogels (n het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. Conclusie

De ontwikkeling aan de Populier 3a en 3b te Kaatsheuvel is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).

10

Vervolgstappen

De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarde (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

Te treffen maatregelen

^ •

•

•

•

11

Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.

Literatuur

BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. -Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Diepenbeek, A., 1999. Veldgids Diersporen. KNNV Uitgeverij 5e druk 2015, Zeist. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill & P.H.C. Lina, 2011. Vleermuizen: alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika: biologie, kenmerken en bedreigingen. Tirion Natuur, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Geraadpleegde websites

www.arcgis.com www.bij12.nl www.nationaalgeoregister.nl www.ndff.nl www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.synbiosys.alterra.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuisprotocol.nl www.wilde-planten.nl www.zoogdiervereniging.nl

12

We hopen u met deze rapportage voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn kunt u vrijblijvend contact opnemen. Met vriendelijke groet,

Blom Ecologie B.V., ing. G. Fairhurst Auteur

Blom Ecologie B.V., ir. ing. K.J. Rebergen Collegiale toets

Bijlage 1 Fotografische impressie

© Blom Ecologie B.V. Zandweg 46a - 4181 PM Waardenburg Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.

13

Bijlage 1 Fotografische impressie

Figuur 1

De planlocatie is gelegen aan de Populier 3a en 3b te Kaatsheuvel en betreft een grasperceel met kleine moestuin.

SIUCHDOORSBEDRIIF VAN DE WOUW

- '

BMpMŠigaŕ

«u Figuur 2

De begroeide en verdroogde sloot ten noorden van de planlocatie en de nieuwbouwwoonwijk ten westen.

14

bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Bijlage 3

Stikstofberekening

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

49

Van den Berg Ruimtelijke Ordening

’t Rond 9 4285 DE Woudrichem

UIMTELIJKí ORDENING

Telefoon

E-mail Internet:

06-27 49 5193 info@vdberg-ro.nl www.vdberg-ro.nl

MEMO KvK:51692422

Aan: Van: Datum: Onderwerp:

1.

Gemeente Loon op Zand John van den Berg 9 april 2020 Stikstofberekening bouw woningen Populier te Kaatsheuvel

IBAN: NL11 RABO 0145 5718 31 BTW: NL850130116B01

Aanleiding

In verband met de geplande bouw van 2 woningen op een perceel aan de Populier te Kaats­ heuvel, is met toepassing van de AERIUS Calculator 2019 de uitstoot van stikstof en de neer­ slag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend. Doel van deze berekening is om te beoorde­ len of de werkzaamheden ten behoeve van de bouw van deze woningen en het gebruik van deze woning leidt tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.

2.

Realisatiefase

In verband met de realisatie van het project is ten behoeve van de stikstofberekening uitgegaan van de volgende uitgangspunten: ^ de duur van de bouw wordt geschat op 6 maanden; ^ verkeersbewegingen van licht verkeer zal bestaan uit verkeersbewegingen van aannemers en onderaannemers met (bestel)busjes; ^ verkeersbewegingen van middelzwaar vrachtverkeer zal bestaan uit verkeersbewegingen ten behoeve van levering goederen (kozijnen, etc.); ^ verkeersbewegingen van zwaar vrachtverkeer zal bestaan uit verkeersbewegingen ten behoeve van levering zware goederen en materieel (o.a. vloeren, kap, heipalen, heistel­ ling etc.); ^ gebruik van materieel op de bouwplaats zal onder andere bestaan uit het gebruik van een heistelling en een graafmachine. In onderstaande tabel is het gebruik van de machines nader gespecificeerd: Tabel: Gebruik van machines gedurende de verschillende bouwfases Bouwfase

Gebruik machine

Bedrijfstijd

Bouwrijp maken

Graafmachine

8 uur

Heien

Heistelling

8 uur

Fundering

Graafmachine

16 uur

Betonstorter

8 uur

Constructie

Mobiele kraan

96 uur

Op onze aanbiedingen, overeenkomsten en/of opdrachten zijn de algemene voorwaarden van Van den Berg-Advies in Ruimtelijke Ordening b.v van toepassing, zoals gedeponeerd bij de KvK Brabant te Eindhoven.

2

Op basis van de aannames ten aanzien van de te gebruiken machines gedurende de bouw kan met behulp van de emissiegegevens de totale emissie van de aanlegfase worden berekend. De emissiegegeven zijn gebaseerd op gegevens uit een publicatie van TNO (Emissiemodel Mo­ biele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof afzet (EMMA), TNO, 2009) en de aannames ten aanzien van het bouwproces (tabel 3). De deellastfactor geeft aan welk deel van het vermogen gemiddeld wordt gebruikt wanneer het werktuig in werking is. Deellastfactoren zijn overgenomen uit voornoemde TNO-publicatie. Ten aanzien van de emissiefactor is een gemiddelde bepaald van de emissiefactoren behorende bij STAGE klasse IIIB (bouwjaar 2012) en klasse IV (bouwjaar 2014). Dit betekent dat de werktuigen op de bouw­ plaats een maximale leeftijd hebben tussen 7 jaar en 5 jaar. Dit is een redelijke schatting voor werktuigen die geregeld gebruikt worden. Tabel: Emissie bouwwerkzaamheden Machine

Bedrijfstijd

Vermogen kW

Deellastfactor

(uur/jaar)

Emmissiefactor

Emissie NOx

g NOx/kWh

kg/jaar

(gemiddeld) Graafmachine

24

60

60

1,83

1,6

Heistelling

8

200

50

1,83

1,8

Betonstorter

8

200

50

1,83

1,5

Mobiele kraan

96

100

50

1,83

8,8

De bouwwerkzaamheden brengen eveneens verkeersbewegingen met zich mee. Door deze verkeersbewegingen kan eveneens stikstofdepositie plaatsvinden. De stikstofuitstoot ten ge­ volge van de te verwachten verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase zijn derhalve betrokken in de berekening van stikstofdepositie gedurende de aanlegfase. Onderstaande tabel geeft de aannamen ten aanzien van de te verwachten verkeersbewegingen gedurende de bouw weer. In AERIUS wordt zoals eerder aangegeven de emissie berekend op basis van de lengte van de ingetekende rijroute, het aantal en type voertuigen, het wegtype en de mate van stagnatie. Tabel: Verkeersgeneratie realisatiefase Type

Verkeer

Periode

Aantal/dag

Wegtype

Stagnatie

Totaal bewegingen perjaar

Licht verkeer

Aannemer

26 wk

5

Onderaannemer

26 wk

4

Middelzwaar

Levering diverse

30x

verkeer

goederen

Buitenwegen

007o

1040

Totaal verkeersbewegingen licht verkeer 1

1300

Buitenwegen

007o

Totaal verkeersbewegingen middelzwaar verkeer Buitenwegen

007o

2340 60

60

Zwaar ver-

Levering heipalen

2x

1

keer

Levering heistelling

2x

1

4

Levering vloeren

3x

1

6

Aanvoer hijskraan

3x

1

6

Levering kap

2x

1

4

Levering beton

4x

1

8

Levering stenen

2x

1

4

Totaal verkeersbewegingen zwaar verkeer

4

36

3

Het verkeer is gemodelleerd totdat het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Dit betekent dat het verkeer in noordelijke richting rijdt via de Sweenstraat, Capelsestraat, Belgiëstraat, totdat het op de rotonde Belgiëstraat/Jan de Rooijstraat/Dick Flemmingstraat opgaat in het heersende verkeer. Het zuidelijke verkeer rijdt via de Sweenstraat, Driestapelstoel en Europalaan, totdat het opgaat in het heersende verkeer ter plaatse van de Europalaan/Dreefseweg. In de bereke­ ning is als uitgangspunt genomen dat de helft van het verkeer in noordelijke richting rijdt en de andere helft in zuidelijke richting.

3.

Gebruiksfase

In de berekening is ten aanzien van het gebruik van de woning alleen rekening gehouden met de verkeersaantrekkende werking van de woning, aangezien de woning gasloos wordt ge­ bouwd. De verkeeraantrekkende is bepaald aan de hand van de kencijfers uit de CROW-publicatie “Toekomstig bestendig parkeren”, d.d. december 2018. Volgens deze publicatie genereert een vrijstaande woning in de rest van de bebouwde gemiddeld 8,6 verkeersbewegingen per dag. Daarom is rekening gehouden met afgerond 18 verkeersbewegingen. Het verkeer is gemodelleerd totdat het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Dit betekent dat het verkeer in noordelijke richting rijdt via de Sweenstraat, Capelsestraat, Belgiëstraat, totdat het op de rotonde Belgiëstraat/Jan de Rooijstraat/Dick Flemmingstraat opgaat in het heersende verkeer. Het zuidelijke verkeer rijdt via de Sweenstraat, Driestapelstoel en Europalaan, totdat het opgaat in het heersende verkeer ter plaatse van de Europalaan/Dreefseweg. In de bereke­ ning is als uitgangspunt genomen dat de helft van het verkeer in noordelijke richting rijdt en de andere helft in zuidelijke richting.

4.

Resultaat berekening

Uit de met toepassing van AERIUS Calculator gemaakte berekening blijkt dat er geen rekenre­ sultaten zijn, hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat de bouw van de 2 woningen op de Populier in Kaatsheuvel niet leidt tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. In de bijlage zijn de rekenresultaten van de AERIUS Calculator opgenomen.

Bijlage: AERIUS-berekening

bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Bijlage 4 AERIUS-berekening

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

53

AERIUSB CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken

* Samenvatting emissies * Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RykazEHxT8UT (18 december zozo) pagina 1/6

Resultaten

AERIUSn CALCULATOR Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Van den Berg Ruimtelijke Ordening

Populier 3a en 3b, 5172GC Kaatsheuvel

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Bouw woningen Populier Kaatsheuvel

RykazEHxT8UT

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

18 december 2020, 16:50

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

19,09 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Bouw 2 woningen

Situatie 1

RykazEHxT8UT (18 december zozo) pagina 2/6

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Locatie Situatie 1

1V

' sprang

SprangsevaE

Kaatsheuvel

Dongejiseweg

500 m

Emissie

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Situatie 1 Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

13,66 kg/j

Verkeer noordelijke richting Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

2,21 kg/j

Verkeer zuidelijke richting

< 1 kg/j

3,22 kg/j

Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

RykazEHxT8UT (18 december 2020) pagina 3/6

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Emissie (per bron)

Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Graafmachine

4,0

4,0

0,0

NOx

1,58 kg/j

AFW

Heistelling

4,0

4,0

0,0

NOx

1,83 kg/j

AFW

Betonstorter

4,0

4,0

0,0

NOx

1,46 kg/j

AFW

Mobiele kraan

4,0

4,0

0,0

NOx

8,78 kg/j

Voertuig

Omschrijving

AFW

Naam Locatie (X,Y)

mmm

NOx NH3

Resultaten

Mobiele werktuigen 129213, 407708 13,66 kg/j

Naam

Soort

Voertuig

Standaard

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Verkeer noordelijke richting 129451, 407351 2,21 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

1.170,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

30,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

18,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Licht verkeer

Situatie 1

9,0 / etmaal

NOx NH3

1,47 kg/j < 1 kg/j

RykazEHxT8UT (18 december 2020) pagina 4/6

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Naam

p,_______

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Verkeer zuidelijke richting 129429, 408532 3,22 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

1.170,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

30,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

18,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Licht verkeer

Situatie 1

9,0 / etmaal

NOx NH3

2,14 kg/j < 1 kg/j

RykazEHxT8UT (18 december 2020) pagina 5/6

AERIUSB CALCULATOR Disclaimer

Rekenbasis

Resultaten

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS

versie 2020_20201216_C759386971

Database

versie 2020_20201216_C759386971

Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RykazEHxT8UT (18 december zozo) pagina 6/6

bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Bijlage 5 Verslag vooroverleg

60

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

gemeente Loon op Zand

BESTEMMINGSPLAN “POPULIER 3A EN 3B” VERSLAG VOOROVERLEG

1.

INLEIDING

Burgemeester en wethouders hebben het voorontwerpbestemmingsplan ‘Populier 3a en 3b’ voorbe­ reid en ter inzage gelegd van donderdag 4 maart 2021 tot en met woensdag 14 april 2021. Het be­ stemmingsplan voorziet in het bouwen van twee woningen op het perceel aan de Populier te Kaats­ heuvel. De bouw van de woningen is niet toegestaan op basis van Beheersverordening ‘Woongebie­ den Kaatsheuvel’. De gemeente Loon op Zand is bereid om ten behoeve van de nieuwe woningen af te wijken van de Beheersverordening. Om dat mogelijk te maken dient een bestemmingsplan vastge­ steld te worden.

2. GEVOERD OVERLEG Over het voornemen om omgevingsvergunning te verlenen voor dit plan is overleg gevoerd met di­ verse (overheids)organisaties. Van de volgende organisaties is over het plan een reactie ontvangen:

Ontvangen vooroverlegreacties Provincie Noord-Brabant__________ Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Brandweer Midden- en West-Brabant Waterschap Brabantse Delta_______ Enexis B.V._____________________ Tennet Erfgoed

3. SAMENVATTING EN BEANTWOORDING REACTIES In de onderstaande tabellen zijn de ontvangen reacties samengevat en geeft de gemeente een reactie op deze vooroverlegreacties. Vervolgens worden per reacties de conclusies aangegeven en de even­ tuele gevolgen voor het plan.

3.1 Provincie Noord-Brabant a.

Samenvatting

Reactie gemeente

De provincie heeft plan bekeken aan de hand van de provinciale belangen zoals die zijn verwoord in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant (IOV).

De reactie is voor kennisgeving aangeno­ men.

Het plan is in overeenstemming met onze provinciale belangen

Gevolgen voor het bestemmingsplan: Geen.

Bestemmingsplan “Populier 3a en 3b" - Verslag vooroverleg

2

3.2 Commissie Ruimtelijke Kwaliteit a.

Samenvatting

Reactie gemeente

Voor het voorontwerp bestemmingsplan acht de commissie het raadzaam om een voorgevelrooilijn (middelend tussen die van de be­ staande belendingen) en een bouwvlak te definiëren, om een te grote bebouwingsdichtheid te vermijden en een goede aansluiting op de buurpanden te waarborgen. De om­ schreven goot- en nokhoogte zijn akkoord.

Het bestemmingsplan is qua opzet en inhoud gelijk aan het bestemmingsplan “Sweenstraat West fase 1 en 2”, zodat is vastgesteld ten behoeve van het volledige woongebied. Van­ uit het oogpunt van rechtsgelijkheid is het niet wenselijk om in dit bestemmingsplan een voorgevelrooilijn op te nemen. Daarnaast is het maximale woningaantal be­ grensd tot twee. Daarmee wordt een te grote bebouwingsdichtheid voorkomen. In het indi­ catieve bouwplan is tevens te zien dat een bepaalde afstand tot de perceelsgrens is aangehouden en dat wordt aangesloten bij de omliggende bebouwing.

Gevolgen voor het bestemmingsplan: Geen.

3.3 Brandweer Midden- en West Brabant a.

Samenvatting

Reactie gemeente

De brandweer heeft aangegeven dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect externe veiligheid.

De reactie is voor kennisgeving aangeno­ men.

Gevolgen voor het bestemmingsplan: Geen.

3.4 Waterschap Brabantse Delta a.

Samenvatting

Reactie gemeente

Waterschap Brabantse Delta heeft naar aan­ leiding van het voorontwerp bestemmings­ plan de volgende op- en aanmerkingen.

Paragraaf 4.8 wordt aangepast naar aanlei­ ding van de reactie van het waterschap.

Toelichting Onder 4.8 Water wordt verwezen naar het beleid van waterschap Brabantse Delta voor wat betreft het compenseren indien er extra verhard oppervlak wordt aangebracht waar­ van hemelwater kan afstromen. Vrij recent is deze beleidsregel aangepast en dient er nu ook bij 500 m2 verhard oppervlak gecompenseerd te worden. Aangezien hier sprake is van de bouw van twee nieuwe wo-

Bestemmingsplan “Populier 3a en 3b" - Verslag vooroverleg

3

ningen en er minder dan 500 m2 verhard op­ pervlak wordt aangebracht, moet hier niet ge­ compenseerd worden. Daarnaast wordt er geen melding gemaakt van het feit dat er aan de voorzijde van de twee nieuw te bouwen woningen een b-watergang ligt. Het onderhoud aan de b-watergang is voor de belendende (nieuwe) eigena­ ren. Bovendien zal er voor de toegang van de twee nieuwe woningen een inrit over de bwatergang moeten worden aangebracht. De voorkeur vanuit het waterschap is om hier een gezamenlijke inrit te creëren en een zo kort mogelijke dam met duiker aan te leggen. Voor deze dam met duiker dient een vergun­ ning/melding (is afhankelijk van de afmeting) aangevraagd te worden bij het waterschap.

Overige opmerkingen Het waterschap wijst in het advies nog op de klimaatveranderingen en de kansen voor kli­ maat adaptief bouwen en inrichten. Tot slot wijst het waterschap erop dat er voor het uitvoeren van werkzaamheden in of rondom oppervlaktewaterlichamen of water­ keringen en voor het onttrekken/infiltreren van grondwater, gebods- of verbodsbepa­ lingen kunnen gelden op basis van de Keur.

Wateradvies Aangezien de belangrijkste uitgangspunten voor het waterschap naar wens zijn opgeno­ men in het voorontwerp bestemmingsplan geeft men onder voorbehoud een positief wateradvies.

Gevolgen voor het bestemmingsplan: Paragraaf 4.8 wordt naar aanleiding van de reactie van het waterschap aangepast.

3.5 Enexis B.V. a.

Samenvatting

Reactie gemeente

Enexis heeft geen hoofdnet op de betref­ fende locatie liggen. Bij Enexis bestaan geen bezwaren tegen het plan.

De reactie is voor kennisgeving aangeno­ men.

Bestemmingsplan “Populier 3a en 3b" - Verslag vooroverleg

4

Gevolgen voor het bestemmingsplan: Geen.

3.6 Erfgoed. b.

Samenvatting

Reactie gemeente

In het plan is de keuze gemaakt het noodza­ kelijke archeologisch onderzoek door te schuiven naar traject dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning gevolgd gaat wor­ den. Dit is mogelijk.

De reactie is voor kennisgeving aangeno­ men.

Het zou meer in dezelfde lijn hebben gelegen als ook voor het aspect archeologie minimaal een quickscan of een archeologisch bureau­ onderzoek zou zijn uitgevoerd. Dit onderzoek moet vroegtijdig worden uitgevoerd omdat, bij de aanvraag om omgevingsvergunning, een definitief en door de gemeente vastgesteld rapport over het uitgevoerde archeologisch onderzoek dient te worden gevoegd. Gevolgen voor het bestemmingsplan: Geen.

Bestemmingsplan “Populier 3a en 3b" - Verslag vooroverleg

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=179bfa9f-5b34-400a-9878-d73f2d34bb60