CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

02-06-2022 Bijlage 2. Toelichting vast te stellen bestemmingsplan ‘Populier 3a en 3b’.pdf

Raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over het bestemmingsplan Populier 3a en 3b Kaatsheuvel6.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Populier 3a en 3b

bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Inhoudsopgave

Toelichting

2

3

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

Gemeente Loon op Zand Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld NL.IMRO.0809.BP0BPPopulier3A3B-VA01

Van den Berg ruimtelijke orden

Van den Berg

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het plan bestaat om aan de Populier 3a en 3b in woongebied Westwaard in Kaatsheuvel twee nieuwe woningen te bouwen. Deze 2 woningen zijn volgens de ter plaatse geldende beheersverordening “Woongebieden Kaatsheuvel” niet toegestaan. Het gemeentebestuur is echter bereid om ten behoeve van deze woningen op basis van een bestemmingsplan af te wijken van de beheersverordening. Om dit mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan te worden herzien.

Indicatief bouwplan

1.2 Projectlocatie Het woningbouwgebied Westwaard ligt ten westen van de kern Kaatsheuvel, omsloten door de bebouwingslinten Rechtvaart, Sweensstraat en Erasstraat. De bouwlocatie van de onderhavige woning ligt aan de zuidzijde van dit nieuwe woongebied en ten noorden van het bebouwingslint aan de Erasstraat, ter hoogte van nummer 23A. De ligging van de locatie is weergegeven op onderstaande luchtfoto.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

2

Van den Berg

Ligging locatie

1.3 Geldende beheersverordening De bouwlocatie ligt in de beheersverordening “Woongebieden Kaatsheuvel”. Deze beheersverordening is vastgesteld op 20 september 2012 door de gemeenteraad van Loon op Zand. Deze verordening geeft aan de locatie een agrarische bestemming. De bouw van woningen is in deze bstemming niet toegestaan. Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van de beheersverordening opgenomen.

Uitsnede verbeelding geldende beheersverordening

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

3

Van den Berg

1.5 Opzet onderbouwing Deze onderbouwing bestaat uit 5 hoofdstukken. Na het voorliggende eerste inleidende hoofdstuk, gaat het tweede hoofdstuk in op het stedenbouwkundig plan voor Westwaard. Hoofdstuk 3 bevat de beleidsmatige verantwoording van de geplande ontwikkeling. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de verschillende randvoorwaarden die van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het laatste hoofdstuk behandelt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

4

Van den Berg

2. Woningbouwgebied Westwaard 2.1 Inleiding De locatie van de beoogde woningen ligt in het nieuwe woningbouwgebied Westwaard in Kaatsheuvel. Ten behoeve van het bepalen van de ruimtelijke uitgangspunten voor de hoofdstructuur van het plangebied is, zoals voornoemd, een masterplan opgesteld. Het Masterplan SweensstraatWest Kaatsheuvel is door de gemeenteraad van Loon op Zand vastgesteld op 19 september 2013. Het masterplan is leidend bij de verdere planuitwerking. In dit hoofdstuk wordt samenvattend de hoofdlijn van het masterplan weergegeven. 2.2 Dragers van de ruimtelijke structuur woongebied In het nieuwe woongebied zijn de dragers van de ruimtelijke structuur te onderscheiden. Drie lange lijnen (oost-west-richting) De eerste drager is direct ook de meest ingrijpende en vormt de hoofdstructuur van het masterplan. Deze drager wordt gevormd door een drietal nieuwe oostwest-lijnen, die de basis gaan vormen voor de structuur van de nieuwe wijk. Deze lijnen vormen de ontsluiting en zijn tevens zichtlijnen naar het buitengebied. De lijnen zijn op afbeelding hiernaast weergegeven De middelste lijn (“Park” genoemd) is afgeleid uit een doorgetrokken Berndijksestraat. Hier takt de ontsluiting van de nieuwe wijk aan op de hoofdontsluiting van het dorp. Deze bestaande weg in Kaatsheuvel gaat doorlopen in de nieuwe wijk.

Deze lijn loopt dwars door het gebied richting buitengebied, zodat er zicht naar het drie lange lijnen (oost-west-richting) buitengebied blijft bestaan en het buitengebied een inprikker krijgt in het plangebied. De noordelijke lijn (“Vaart” genoemd) heeft zijn richting te danken aan een rioolpersleiding. Deze leidingenstrook is bepalend, omdat deze zorgt voor restricties. Zo mag bovenop deze leidingenstrook onder andere geen bebouwing geplaatst worden. De zuidelijkste lijn (“Laan” genoemd) is direct afgeleid van de bestaande lijn Erasstraat. Deze lijn zorgt voor een verdere ontsluiting van het gebied, zodat er ook in het zuidelijke deel van het plangebied een heldere oostwest-verbinding ontstaat. De locatie van de geplande woningen ligt aan de zuidelijke lijn “Laan”, die direct is afgeleid van de Erasstraat. De nieuwe woningen gaan derhalve integraal onderdeel uitmaken van het woningbouwgebied Westwaard.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

5

Van den Berg

Accent klooster en as klooster Direct naast het plangebied ligt een bijzonder ensemble van bebouwing. Namelijk de ‘HH. Martelaren van Gorkum’-kerk met klooster. Hoewel het klooster niet gericht is op het plangebied, kan het klooster (met directe omgeving) de nieuwe wijk karakter geven. Er is voor gekozen een nieuwe as te maken die gericht is op het klooster. De eerder genoemde 3 lijnen komen allen op deze as bijeen. Bij voorkeur staat aan weerszijden van deze klooster-as een accent, het klooster aan de ene zijde, een nieuw accent aan de andere zijde, om aan het klooster te beantwoorden. Landschappelijke patroon Het bestaande plangebied is niet bebouwd, het is een open, agrarisch gebied. Er zijn echter wel structuren in de ondergrond te zien. Met name enkele noord-zuid gerichte lijnen zijn nog herkenbaar. Deze structuren vormen een drager. Tussen de hoofdlijnen (de 3 lange oost-west-lijnen en de kloosteras) kan het bestaande of oorspronkelijke landschappelijke patroon zichtbaar gemaakt worden door het stratenpatroon hierop te enten. Sferen nat en droog Het plangebied heeft een bijzondere ligging, op de overgang van de hoger gelegen zandgronden van Brabant, naar de lager gelegen klei- en veengronden langs de grote rivieren. Een deel van het plangebied is daardoor relatief nat. Het noordwestelijke deel is relatief nat, het zuidoostelijke deel een stuk droger.

Deze opvallende ligging en de wateropgave die hierdoor ontstaat, kan een sfeer toekennen aan het plangebied. Het contrast tussen het natte noordelijke deel en het drogere zuidelijke deel wordt versterkt in de sfeer van de nieuwe ontwikkelingen op deze plek. Zo moet de “Vaart” een lijn met water worden, de “Laan” een droge lijn, terwijl het “Park” hier tussenin kan gaan zitten. Dit door hier wadi’s te ontwikkelen die een deel van de tijd droog staan en bij zware regenval (tijdelijk) nat zijn. Water levert zo in het plan een bijdrage aan de (technische) wateropvang, alsmede aan een beleving van een nat, landelijk woonmilieu. Behalve het toekennen van een sfeer door het wel of niet toevoegen van water, kan de vorm van de drie lijnen vertaald worden uit de landschappelijke ondergrond. De “Vaart” refereert aan de natte klei- en veengronden, deze lijn moet strak en recht worden uitgevoerd. De “Laan” refereert aan de zandgronden, met een meanderende vorm. Het “Park” zit hier tussenin en kan een vrije vorm zijn. Accenten Op bijzondere plekken of kruispunten in het gebied mag een opvallend element komen: een accent. Het klooster is een bestaand accent. Vanuit dit klooster loopt de ‘kloosteras’ door het plangebied. Aan de andere zijde van deze as - tegenovergesteld aan het klooster - is het zeer wenselijk dat ook een accent komt, wat reageert op het klooster.

Behalve deze 2 accenten is er nog een aantal andere accenten, aan de uiteindes van lijnen, zichtpunten of routes, of op bijzondere plekken. Deze accenten kunnen bestaan uit bijzondere bebouwing, maar ook uit een bijzonder groenelement of kunstobject. Zo kan een solitaire grote boom ook goed functioneren als accent. Waterrijk park Middels de 3 lange lijnen (Vaart, Park en Laan) wordt het woongebied verbonden met het landschap. Direct ten noorden van de Vaart ligt een gebied dat hoofdzakelijk groen zal blijven en een functie krijgt als park en tevens dienst doet voor de noodzakelijke wateropvang. Het is een waterrijk park waarin op termijn wel ruimte bestaat om bijzondere bebouwing te realiseren in combinatie met de landschappelijke ontwikkeling.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

6

Van den Berg

2.3

Verkeer en parkeren

Verkeer De ontsluiting van het gebied vindt plaats door middel van een ringstructuur, die met een aantal zijtakken aangehaakt is op de omgeving. De ‘Vaart’, de ‘Laan’ en de klooster-as zijn onderdeel van deze ringstructuur. Aan de westzijde (westelijk verbindingsstuk tussen de ‘Vaart’ en de ‘Laan’) is de ligging van de ring nog flexibel, dit kan nog schuiven aan de hand van de verkaveling. De hoofdentree van Sweensstraat-West bevindt zich aan de Sweensstraat, aansluitend op de Berndijksestraat. Eén entree is echter niet voldoende voor een goede verkeerscirculatie. Aan de noordzijde komt een tweede entree aan de Rechtvaart. Aan de Erasstraat is een (auto)verkeersentree niet wenselijk, wel is er een langzaamverkeersentreem gewenst. Zo kan het gebied aan verschillende zijdes aansluiting vinden op de bestaande (verkeers)structuur van Kaatsheuvel. Het ‘Park’ gaat niet volledig dienst doen als ontsluiting voor autoverkeer. Autoverkeer vanaf de Sweensstraat (de doorgetrokken Berndijksestraat) wordt - zodra het de ring bereikt - via de ringstructuur het gebied door geleid. Het ‘Park’ wordt wel een centrale lijn voor langzaam verkeer. Langzaam verkeer kan vanuit de Berndijksestraat deze lijn blijven volgen, dwars door het gebied heen, richting buitengebied.

De secundaire ontsluiting (de woonstraatjes) van het gebied kan plaatsvinden door straatjes die zijn afgeleid van het landschappelijke patroon. 2.4 Masterplankaart en conclusie De in dit hoofdstuk opgenomen uitgangspunten hebben geleid tot de onderstaande Masterplankaart voor de ontwikkeling van Sweensstraat-West. Op deze afbeelding is de ligging van de geplande woning weergegeven in de rode cirkel.

LEGENDA Rioolpersleiding

Klooster

Accent

Kloosteras

Waterrijk-park

Groene inprikker

Masterplankaart

De bouw van de nieuwe woningen past volledig in de opzet en stedenbouwkundige structuur van het nieuw woningbouwgebied Sweensstraat-West.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

7

Van den Berg

3. Beleidskader 3.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vastgesteld op 13 maart 2012, is het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid van het Rijk opgenomen. De SVIR schetst hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, leefbaar en veilig. De SVIR vervangt onder meer de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit en de Agenda Vitaal Platteland. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infra- structuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve betrokkenheid van het rijk. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en keuzes van burgers en bedrijven. De bouw van de nieuwe woningen in Kaatsheuvel zijn van een lokaal schaalniveau en raakt niet aan de op Rijksniveau te dienen belangen. Ladder duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.

Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) opgenomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 aangepast. De ladder voor duurzame verstedelijking is alleen van toepassing wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Volgens artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro is van een stedelijke ontwikkeling een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht blijkt dat de bouw van 11 woningen of minder niet als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening wordt aangemerkt. Voorliggende casus heeft betrekking op de mogelijke nieuwbouw van twee woningen. Een dergelijk ontwikkeling kan derhalve niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing. 3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is, ter voorbereiding op de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021, de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende,

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

8

Van den Berg

duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De Brabantse Omgevingsvisie vervangt in ieder geval 4 provinciale beleidsplannen. Dat zijn de beleidsplannen over milieu en water (PMWP), verkeer en vervoer (PVVP), ruimtelijke ordening (Structuurvisie RO) en natuur (BrUG). Dit gebeurt als gevolg van de Omgevingswet. Dat de bijbehorende thema’s en opgaven dus een plek krijgen in de Omgevingsvisie is duidelijk. Hierdoor wordt het mogelijk om integraal beleid te maken, waardoor maatschappelijke opgaven minder gehinderd worden door sectorale regels. Interim-omgevingsverordening Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2021 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een 1e stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit 6 verordeningen samen. Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten van Brabant de Interim omgevingsverordening vastgesteld. Ten opzichte van de voorheen geldende Verordening ruimte is de interim-omgevingsverordening beleidsarm.

Volgens artikel 3.6 van de Interim-omgevingsverordening dient bij een ruimtelijke ontwikkeling sprake te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Voorts bepaalt artikel 3.42 van de verordening dat een ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorziening moet liggen binnen Stedelijk gebied. Tevens moet een dergelijke ontwikkeling passen binnen de regionale afspraken en dient het te gaan om een duurzame stedelijke ontwikkeling. Volgens de Interim omgevingsverordening zijn de locaties aan de Populier aangeduid als Stedelijk gebied. Omdat de geplande woningen binnen bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd, wordt geconcludeerd dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Derhalve is het voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de Interim-omgevingsverordening. 3.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Algemeen Op 5 maart 2015 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Loon op Zand 2030 vastgesteld. Om niet alleen recht te doen aan het meer abstracte toekomstbeeld, maar juist ook aan het scheppen van concrete kaders bestaat de structuurvisie opgedeeld in 2 hoofddelen. Deel A (het raamwerk en de visie) en een deel B (het projectenplan met daarin de geselecteerde projecten, de uitgangspunten en de haalbaarheid). De visie is daarmee niet alleen een kader, maar tevens een aanjager voor toekomstige ontwikkelingen. Zij moet niet alleen de gemeente zelf, maar juist ook ondernemers, bewoners en andere overheden uitnodigen tot initiatieven en acties. De visie gaat uit van een hoofdambitie: behouden en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten en het op adequate wijze inspelen op trends en ontwikkelingen. De belangrijkste ambities in relatie tot onderhavig plan zijn gericht op: ^ behouden en versterken van de eigen identiteit van groene en recreatieve gemeente, met alle positieve kenmerken van het streekeigene van Midden- Brabant;

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

9

Van den Berg

^ ^

behouden en versterken van het contrast met de nabij gelegen stedelijke gebieden: de landelijke en groene gemeente Loon op Zand als groene voortuin van de omliggende steden; verruimen van het aanbod aan kwalitatief aantrekkelijke woonmilieus;

Ten aanzien van woningbouw stelt de visie voor onderhavig plan het volgende: Behoud van een dynamische samenleving Om de drie dorpen vitaal en leefbaar te houden, is een evenwichtige bevolkingsopbouw van groot belang. Nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw zijn vooral een middel om dit te bereiken (en geen doel op zichzelf). Gestreefd wordt naar een gevarieerde woningvoorraad waar ruimte is voor diverse leeftijds-, huishoudens- en inkomensgroepen. Belangrijk wordt gevonden dat inwoners, maar ook mensen van buiten kunnen kiezen uit verschillende aantrekkelijke woonmilieus. De bijzondere kwaliteiten die het wonen in de gemeente Loon op Zand aangenaam maken, dienen te worden benut. Een hoge ruimtelijke kwaliteit in bestaand en nieuw stedelijk gebied is daarbij van groot belang. Zorgvuldig en stapsgewijs Bij woningbouw wordt het accent op vernieuwing van binnenuit gelegd, op 'inbreiding' (in bestaand bebouwd gebied) in plaats van op uitbreiding. Hiermee wordt aangesloten op 'de ladder voor duurzame verstedelijking' die het Rijk op 1 oktober 2012 aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft toegevoegd. Enerzijds wordt ervoor gezorgd dat het buitengebied minimaal verstedelijkt en de uitstraling van een landelijke gemeente wordt behouden.

Anderzijds is inbreiding (door herstructurering of transformatie) een middel om de ruimtelijke knelpunten in bestaande bebouwde gebieden aan te pakken. Omdat niet de volledige woningbehoefte op inbreidingslocaties kan worden opgevangen, zijn er enkele uitbreidingslocaties voor nieuwe woongebieden vastgelegd. Dit zijn de locaties Sweensstraat-West fase 1 en Sweensstraat fase 2 t/m 4 (aan de westzijde van Kaatsheuvel), Driestapelenstoel (zuidwestzijde Kaatsheuvel) en Molenwijck fase 3 en 4 (aan de zuidoostzijde van Loon op Zand). Per locatie/gebied wordt bekeken wat de wensen en mogelijkheden zijn; kortom: uitgegaan wordt van maatwerk. Daartoe wordt de woonvisie geactualiseerd en vervolgens wordt periodiek de behoefte gemonitord, zowel kwantitatief (aantallen) als kwalitatief (woningtypologieën en gewenste woonmilieus). Hierbij wordt rekening gehouden met de woningbouw- afspraken die in regionaal verband zijn gemaakt. Op basis daarvan worden nieuwe ontwikkelingen al dan niet in gang gezet. De locatie van de geplande woningen ligt in de uitbreidingslocatie Westwaard. Daarmee is de ontwikkeling van de nieuwe woningen aan de Populier in Kaatsheuvel in overeenstemming met de gemeentelijke structuurvisie.

Woningbouwprogrammering Woonvisie Op 14 december 2016 is de woonvisie ‘Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar wonen in de gemeente Loon op Zand 2016-2025’ door de gemeenteraad van Loon op Zand vastgesteld. Het woonbeleid stimuleert een constante bevolkingsomvang en een evenwichtige bevolkingsopbouw. Deze zijn de basis voor een zorgzame samenleving met vitale gemeenschappen.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

10

Van den Berg

Voor het woonbeleid gelden de volgende uitgangspunten: ^ In de periode van 2016 tot en met 2025 zullen er circa 770 nieuwe woningen gebouwd gaan worden, daarvan moeten minimaal 150 woningen in de sociale huursector gerealiseerd worden; • Er zal een focus op gelijkvloerse/levensloopbestendige woningen zijn waar ouderen en kleine huishoudens kunnen doorstromen. Bestaande eengezinswoningen komen zo beschikbaar voor starters en jonge gezinnen; • Eigenaren van bestaande woningen worden gestimuleerd om te investeren in de duurzaamheid en levensloopbestendigheid van de woningen; ^ Er komen meer ‘short-stay’ woningen voor het overbruggen van de wachttijd voor een huur- of koopwoning voor starters, arbeidsmigranten, vergunninghouders en andere spoedzoekers. De voortgang van de Woonvisie wordt jaarlijks middels de QuickScan Woningbouwprogramma uitgewerkt. Quickscan Sinds 2012 wordt jaarlijks een QuickScan Woningbouwprogramma van de gemeente Loon op Zand opgesteld. Als onderlegger voor het opstellen van het Woningbouwprogramma zijn de ‘Eindrapportag e Woningbehoefteonderzoek Hart van Brabant’ (Regionaal, 2018) en de ‘Actualisatie Bevolkings-, huishoudens en woningbehoefteprognoses provincie Noord-Brabant’ (Provincie, eind 2017). De meest recente Quickscan Woningbouwprogramma is opgesteld voor het jaar 2020.

Uit de Actualisatie van de meeste recente prognoses uit 2017 van de Provincie Noord-Brabant is de benodigde toevoeging voor de gemeente Loon op Zand voor de periode 2017 t/m 2027 (peildatum 1­ 1-2017): tussen de 700 en 910 woningen. Nadrukkelijk advies van de Provincie is om maximaal 700Zo van deze 770 woningen vast te leggen in harde plancapaciteit, zodat ingespeeld kan worden op actuele ontwikkelingen. Regionaal is dus afgestemd dat voor de gemeente Loon op Zand een toevoeging van 700 - 910 woningen nodig is voor 2017 t/m 2026. De ontwikkeling van Westwaard wordt in het Woningbouwprogramma benoemd. Hiermee voldoet de bouw van de geplande woning aan de actuele behoefte.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

11

Van den Berg

4. Randvoorwaarden 4.1 Besluit MER De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Op deze manier krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure of een omgevingsvergunningsprocedure. Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van het Besuit MER waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moeten de milieueffecten van activiteiten die worden genoemd in bijlage C of D van dat besluit beoordeeld worden, voordat het bevoegd gezag een besluit neemt of een plan vaststelt. Ook als de richtwaarden uit onderdeel D van het besluit niet worden overschreden moet het bevoegd gezag zich ervan vergewissen of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De toetsing is vormvrij, maar aan de inhoud worden wel eisen gesteld. De toetsing vindt plaats aan de hand van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Getoetst moet worden op: De kenmerken van het project; De plaats van het project; De kenmerken van mogelijke gevolgen.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk en het plan kan worden vastgesteld; 2. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn niet uitgesloten. Er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. Het plan is daarmee m.e.r.-plichtig. M.e.r.-plicht op grond van de Wet natuurbescherming Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998. Met het opstellen van een plan mogen de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitattypen en de soortenhabitats niet verslechteren. Het plan mag geen verstorend effect hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Indien dat niet kan worden uitgesloten, is een plan m.e.r.-plichtig. Uit de uitgevoerde natuurtoets en stikstofberekening blijkt dat het voorgenomen plan geen verstorend effect heeft op Natura 2000-gebieden. Relatie tot het plangebied De ruimtelijke onderbouwing maakt de bouw van 2 woningen mogelijk. Deze ontwikkeling valt onder een activiteit opgenomen in bijlage II van het Besluit m.e.r.

In deze bijlage zijn ook drempelwaarden opgenomen. De activiteit blijft qua omvang en oppervlakte ver onder de drempelwaarden. Ook gelet op de ligging van het projectgebied worden geen nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Om de milieugevolgen ten gevolge van de geplande ontwikkeling in beeld te brengen zijn diverse onderzoeken verricht. Deze milieugevolgen zijn ook in samenhang met andere activiteiten in de omgeving bekeken (cumulatie). De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in de andere paragrafen van dit hoofdstuk.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

12

Van den Berg

Conclusie De conclusie is dat geen milieueffectbeoordeling behoeft te worden opgesteld gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het plangebied is gelegen en het gebied waarop het effect zou kunnen hebben. 4.2 Archeologie Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. In verband met de implementatie van het Verdrag van Malta zijn de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten gewijzigd. Als gevolg daarvan is de al bestaande verplichting expliciet gemaakt om in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening te houden met het belang bij behoud van archeologische waarden. Thans is deze verplichting opgenomen in de Erfgoedwet. Kijkend naar de concept-verwachtingskaart ligt het plangebied op het grensgebied van lage verwachting naar hoge verwachting en deels binnen de zone die is aangeduid als historische bewoningscluster. In 2010 is voor het bestemmingsplan ‘Sweensstraat-West fase 1 en 2’ in het gebied direct ten westen en ten noorden van de planlocatie archeologisch onderzoek uitgevoerd; de boringen in de directe omgeving lijken een relatief nat gebied aan te duiden.

In 2017 heeft Vestigia voor de gemeente Loon op Zand nieuwe kaarten gemaakt voor het archeologiebeleid van de gemeente. Volgens deze geactualiseerde archeologische verwachtingenkaart ligt het plangebied op het grensgebied van lage verwachting naar hoge verwachting en deels binnen de zone die is aangeduid als historische bewoningscluster. Vanwege de archeologische verwachtingswaarde van het perceel dient ten behoeve van de bouw van de woningen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Om deze reden is in voorliggend bestemmingsplan een dubbelbestemming “Waarde-Archeologie” opgenomen. Deze dubbelbestemming bepaalt dat, voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend ten behoeve van de bouw van de geplande woningen, uit archeologisch onderzoek moet blijken dat als gevolg van de werkzaamheden geen archeologische waarden worden aangetast. 4.3 Cultuurhistorie Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij een ruimtelijke ontwikkeling worden verantwoord op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en monumenten rekening is gehouden. In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW).

Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Uit toetsing van het plangebied aan de Cultuurhistorische Waardenkaart blijkt dat het gebied van Westwaard is gelegen aan straten met een redelijk hoge historisch geografische waarde, de Rechtvaart, Sweensstraat en Erasstraat. Door de bouw van de geplande woningen, wordt er geen afbreuk gedaan aan de geografische waarde van de straat. De straat wordt namelijk niet aangetast. Cultuurhistorische waarden worden door onderhavig plan derhalve niet geschaad.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

13

Van den Berg

Geconcludeerd wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de bouw van de geplande woningen. 4.4 Geluid Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet volgens de Wet geluidhinder worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies of relevante geluidsbronnen worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting om akoestisch onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. In het kader van ontwikkeling van Westwaard is onderzoek gedaan naar wegverkeerlawaai (Kraaij Akoestisch Adviesbureau, 29 november 2013). Ten behoeve van de bouw van de geplande woningen zijn de berekeningen van dit onderzoek geactualiseerd op basis van recente verkeerscijfers. Uit de geactualiseerde berekening blijkt dat de gecumuleerde geluidsbelasting als gevolg van het wegverkeerslawaai op de Sweensstraat en de Erasstraat lager is dan 48 dB. Derhalve wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder. De resultaten van deze akoestische berekeningen zijn weergegeven in de bijlagen.

4.5 Bodem In het kader van uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Daarom heeft Bakker Milieuadviezen te Waalwijk een verkennend bodemonderzoek ter plaatse uitgevoerd, conform NEN 5740+A1, paragraaf 5.1. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de rapportage van Bakker Milieuadviezen d.d. november 2019, met nummer BM/25160-2019 (V.O. Erasstraat 23a, Kaatsheuvel). Deze rapportage is als separate bijlage bijgevoegd. Uit de boorbeschrijvingen blijkt dat de bodem bestaat uit een toplaag van donkerbruin matig humeus siltig fijn zand tot 0.5 à 0.6 m-mv. Vanaf 0.6 m-mv wordt matig siltig zand aangetroffen tot wisselend 1.5 en 2 m-mv. Daaronder bestaat de bodem uit matig fijn zand. Aan de opgeboorde grond zijn geen puinbijmengingen of andere afwijkingen waargenomen. Er was hiermee dan ook geen aanleiding voor onderzoek naar asbest in de bodem. Op de datum van grondwatermonstername (22 oktober 2019) werd grondwater op 1.4 m-mv aangetroffen. De overige veldwaarnemingen staan in bijlage 3 van het rapport.

Op basis van het bodemonderzoek concludeert Bakker Milieuadviezen, voor de onderzoekslocatie het volgende: ^ In de zintuigelijke schone bovengrond zijn alle parameters uit het NEN 5740-pakket en de extra onderzocht OCB (vanwege boomgaardverleden) in het gehalten beneden de AW 2000 aangetroffen. Uit de resultaten (OCB < AW) kan worden opgemaakt dat er ten tijde van de boomgaard kennelijk geen bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt; ^ In de zintuigelijke schone ondergrond zijn alle parameters uit het NEN 5740-pakket in gehalten beneden de AW 2000 aangetroffen; ^ In het grondwater zijn barium en zink licht verhoogd aangetroffen. Dit heeft geen consequenties. Op grond van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek vormt de bodemkwaliteit geen enkele belemmering of beperking voor de bestemming wonen.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

14

Van den Berg

4.6 Luchtkwaliteit Hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) is op 15 november 2007 in werking getreden. Het doel van dit hoofdstuk is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Luchtkwaliteitseisen vormen onder andere geen belemmeringen voor ruimtelijke ontwikkelingen als een project “niet in betekenende mate bijdraagt (NIBM)” aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Een project draagt niet in betekenende mate bij indien aannemelijk is gemaakt dat de toename van de concentraties in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide niet de 30Zo grens overschrijdt. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven.

Het gaat in dit geval om de potentiële bouw van twee woningen. Een dergelijke ontwikkeling wordt op grond van de Regeling NIBM aangemerkt als een geval dat niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het onderhavige project. Verder is op basis van de NSL-monitoringstool nagegaan wat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 zijn in de nabijheid van de planlocatie. Uit de rekenpunten die in deze monitoringstool zijn opgenomen aan de Heibloemstraat blijkt dat in het gebied de grenswaarden van NO2, PM10 en PM2,5 in 2020 en 2030 niet worden overschreden. Geconcludeerd wordt dat bezien vanuit het aspect luchtkwaliteit er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het onderhavige project. 4.7 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het vigerende beleid is vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen.

In het externe veiligheidsbeleid staan twee doelen centraal: de bescherming van individuen tegen de kans op overlijden als gevolg van een ongeluk, en de bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een ramp met een groter aantal slachtoffers; respectievelijk het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Volgens de Risicokaart Nederland bevindt de betreffende locatie zich niet binnen een risicoafstand ten opzichte van een risicobron. Daarmee vormt externe veiligheid geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

15

Van den Berg

4.8

Water

Eisen waterschap Een toename in verhard oppervlak dient te worden gecompenseerd door de aanleg van functioneel open water. Volgens de eis van het waterschap Brabantse Delta dient bij een toe name van verhard oppervlak van 500 m2 of meer retentie te worden aangelegd. Bij de beoogde ontwikkeling is het de bedoeling om een nieuwe woning te bouwen. Deze ontwikkeling zal niet leiden tot een substantiële toename van het verhard oppervlak. Voor zover een toename van het verharde oppervlak plaatsvindt, heeft deze een oppervlak van minder dan 500 m2. Watercompensatie is daarom voor deze ontwikkeling niet vereist. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of rondom oppervlaktewaterlichamen of waterkeringen en voor het onttrekken/infiltreren van grondwater, gebods- of verbodsbepalingen kunnen gelden op basis van de Keur. Veelal is voor werkzaamheden die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer een vergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen kan een werkzaamheid onder een Algemene regel vallen, waardoor er onder voorwaarden sprake kan zijn van een vrijstelling van de vergunningplicht. Eisen gemeente Een toename in verhard oppervlak dient volgens de eisen van de gemeente Loon op Zand te worden gecompenseerd door de aanleg van een bergingsvoorziening voor hemelwater.

Volgens de eis van de gemeente Loon op Zand dient bij toename van het verhard oppervlak van 500 m2 of meer een bergingsvoorziening te worden aangelegd. De bouw van de twee woningen op de twee percelen zorgt niet voor een toename van 500 m2 of meer van verhard oppervlak. Daarom behoeft geen bergingsvoorziening te worden gerealiseerd. Watergang Aan de voorzijde van de 2 nieuw te bouwen woningen ligt een B-watergang ligt. Het onderhoud aan de b-watergang is voor de belendende (nieuwe) eigenaren. Daarnaast zal er voor de toegang van de 2 nieuwe woningen een inrit over de b-watergang moeten worden aangebracht. De voorkeur vanuit het waterschap is om hier een gezamenlijke inrit te creëren en een zo kort mogelijke dam met duiker aan te leggen. Voor deze dam met duiker dient een vergunning/melding (is afhankelijk van de afmeting) aangevraagd te worden bij het waterschap. Eén en ander zal worden betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen. Algemeen In Nederland leidt klimaatverandering tot hogere temperaturen, meer (extreme) neerslag, drogere zomers en een stijgende zeespiegel. Het gaat daarbij niet alleen om geleidelijke veranderingen. Extreem weer, zoals hittegolven en forse regen- en hagelbuien, zal steeds vaker voorkomen en tot meer schade en slachtoffers leiden.

Klimaat adaptief bouwen en inrichten biedt een kans om van gebieden een aantrekkelijk leef- en vestigingslocatie te maken met meer groen en ruimte voor water in de bebouwde omgeving en voor meer innovatieve bouwvormen. Hiermee worden ook andere doelen dan klimaatadaptie gediend, zoals een gezonde en veilige leefomgeving, biodiversiteit en het verhogen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Bij de verdere uitwerking zal onderzocht welke mogelijkheden zijn om bij de bouw van de woning klimaatadapties te bouwen. Het aspect water leidt niet tot belemmeringen voor de bouw van de woningen. 4.9

Natuur

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

16

Van den Berg

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient bezien te worden wat het effect daarvan is op de natuurwaarden op en in omgeving van de betreffende locatie. Tevens moet nagegaan worden of de geplande ontwikkeling een nadelige effecten heeft op omliggende beschermde natuurgebieden. Quick scan Blom Ecologie heeft een quick scan Wet natuurbescherming op de locatie uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn opgenomen in de rapportage van Blom Ecologie d.d. 10 juli 2020 met kenmerk BE/2020/473/r. Deze rapportage is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit de verrichte quick scan blijkt samengevat het volgende: ^ De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en algemene broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. ^ De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Brabant. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een Aeriusberekening, Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. ^ Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.

Stikstofberekening Hoewel als gevolg van de bouw en gebruik van de woning geen externe effecten zijn te verwachten, is volledigheidshalve met toepassing van de AERIUS Calculator 2020 de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend. Doel van deze berekening is om te beoordelen of de bouw en het gebruik van de geplande woning leidt tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. De resultaten van deze berekening zijn opgenomen in de separate bijlage. Uit de berekening blijkt dat er geen rekenresultaten zijn, hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat de bouw van de geplande woningen aan de Populier te Kaatsheuvel niet leidt tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Conclusie Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect natuur geen belemmering vormt voor de geplande woningen aan de Populier in Kaatsheuvel. 4.10 Verkeer en parkeren De te bouwen woningen worden ontsloten via de woonstraat die reeds is aangelegd. Voor het parkeren gelden in het woongebied Westwaard het uitgangpunt dat voor de deur wordt geparkeerd, op eigen erf. Volgens het gemeentelijk parkeerbeleid gelden de volgende parkeernormen: ^ Woningen ^35m2 GBO: 2,2 parkeerplaatsen per woning ^ Woningen 90-135m2 GBO: 1,9 parkeerplaatsen per woning.

Naar verwachting ligt het GBO van de te realiseren woningen zijn de woning tussen de 90 en 135 m2. Dit betekent dat er bij elke woning 2 parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn. Op eigen terrein bij de nieuw te bouwen woningen wordt voorzien in voldoende ruimte voor parkeergelegenheid. Deze

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

17

Van den Berg

parkeerruimte bevindt zich op het eigen erf en biedt voldoende ruimte om deze plaatsen onafhankelijk van elkaar te gebruiken. 4.11 Milieuhinderlijke bedrijvigheid en voorzieningen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangetoond dat milieugevoelige functies (woningen, verzorgingshuizen, campings) niet komen te liggen binnen belemmeringencirkels van nabijgelegen bedrijven en voorzieningen. Voorkomen moet worden dat bestaande bedrijven worden belemmerd in hun bedrijfsvoering als gevolg van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast dient aangetoond te worden dat bestaande bedrijven geen onaanvaardbaar effect hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuw te ontwikkelen functie. Voor wat betreft de onderbouwing van één en ander wordt uitgegaan van de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009. In de nabijheid van de woningbouwlocatie bevinden zich geen bedrijfsactiviteiten of andere voorzieningen die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat van de nieuwe woningen. Het aspect milieuzonering vormt daarom geen belemmering voor de bouw van de geplande woningen. 4.12 Kabels en leidingen Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een KLIC-melding gedaan. Daarmee wordt voorkomen dat tijdens de bouwwerkzaamheden schade ontstaat aan eventueel aanwezige kabels en leidingen.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

18

Van den Berg

5. Juridische toelichting De locatie van de geplande woningen maakt onderdeel ut van het woningbouwgebied SweensstraatWest. Dit woningbouwgebied is juridisch-planologisch mogelijk gemaakt via het bestemmingsplan “Sweensstraat-West fase 1 en 2”. Om deze reden is er in voorliggend plan voor gekozen om de regels en de verbeelding qua inhoud en systematiek over te nemen. Dit betekent dat het plangebied de bestemming “Woongebied” heeft gekregen, zoals dat ook in het bestemmingsplan “SweensstraatWest fase 1 en 2” is opgenomen. Verder is verband met de aanwezige archeologische verwachtingswaarde de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie” opgenomen.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

19

Van den Berg

6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Aan de realisatie van het plan zijn voor de gemeente Loon op Zand geen kosten verbonden. De ontwikkelingskosten worden geheel door initiatiefnemer gedragen. In het kader van kostenverhaal sluit initiatiefnemer een anterieure overeenkomst met de gemeente. In deze overeenkomst zijn ook afspraken opgenomen over het verhaal van planschade. Daardoor is verzekerd dat eventueel uit te betalen tegemoetkomingen in planschade niet voor rekening van het gemeentebestuur komen. 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan vooroverleg te plegen met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met de betrokken diensten van provincie en Rijk. Het eindverslag van het gevoerde vooroverleg is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft van donderdag 4 maart 2021 tot en met woensdag 14 april 2021 ter inzage gelegen. Van de mogelijkheid om inspraakreacties naar voren te brengen, is geen gebruik gemaakt. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerp van het bestemmingsplan lag ter voldoening aan het gestelde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van donderdag 11 november 2021 tot en met woensdag 22 december 2021 voor iedereen ter inzage. Ook was het bestemmingsplan te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl en www.loonopzand.nl. Iedereen kon gedurende de termijn dat het bestemmingsplan ter inzage lag zowel schriftelijk als mondeling een zienswijze kenbaar maken bij de raad van de gemeente Loon op Zand. Er zijn binnen de daarvoor gestelde termijn geen zienswijzen ontvangen.

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

20

Van den Berg

Bijlagen Resultaten actualisatie akoestisch onderzoek Rapport verkennend bodemonderzoek (separaat) Rapport quick scan Wet natuurbescherming (separaat) Stikstofberekening (separaat) Verslag vooroverleg (separaat)

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

21

Van den Berg

Rekenresultaten obv geactualiseerde verkeerscijfers Bp Sweensstraat-West.

Figuur 1 Weergave geluidcontouren vanwege de Erasstraat Wegen, Thema: Omschrijving Overig Toetspunten Gebouwen

Q

i

Hulplijnen 40/800 groep.

riüsstraal

Inclusief groepsreducties 0-48 : 3 dE 54 dB 55 l B

35 dB

schaal s 1

1000

107700

407600

29200 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie van nieuwbouw Populier Kaatsheuvel - model 2018, prognosejaar 2030], Geomilieu V5.10

Kraaij Akoestisch Adviesbureau

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

22

Van den Berg

Rekenresultaten obv geactualiseerde verkeersaders Bp Sweensstraat-West.

Figuur 2 Weergave geluidcontouren vanwege de Sweensstraat Wegen, Thema: Omschrijving Toetspunten Gebouwen Hulplijnen

407800 Sweensstraat

Inclusief groepsreducties 0 - 48 dB 53 dB

54 dB 55 dB 3C dB

schaal = 1

1000

107700

I076C 0

129200 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie van nieuwbouw Populier Kaatsheuvel - model 2018, prognosejaar 2030]. Geomilieu V5.10

Kraaij Akoestisch Adviesbureau

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

23

Van den Berg

Rekenresultaten obv geactualiseerde verkeerscijfers Bp Sweensstraat-West.

Figuur 3 Weergave geluidcontouren gecumuleerde geluidbelasting (excl. correctie artikel HOg Wgh) Wegen, Thema: Omschrijving Toetspunten Gebouwen Hulplijnen

40/800

pei ode 3 - 48

53 dB 54 dB 55 dB

schaal * 1 : 1000

107700

407600

29200 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie van nieuwbouw Populier Kaatsheuvel - model 2018, prognosejaar 2030], Geomilieu V5.10

Kraaij Akoestisch Adviesbureau

Bestemmingsplan Populier 3a en 3b

Vastgesteld

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=c47bdccb-4c09-4513-a648-3890ab464ba8