Zienswijzen Regionaal Programma Energievoorziening Stedendriehoek Lochem
Tekst van het document
36
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
3.5 Het energie perspectief toegepast op windenergie en zonne-energie Het RPE bouwt voort op de RES 1.0. Deze paragraaf past het energieperspectief toe op de uitgangspunten van RES 1.0 met betrekking tot het grootschalig opwekken van windenergie en zonne-energie. Daarmee wordt de informatie die in de RES 1.0 stond aan de hand van de nieuwe werkelijkheid geactualiseerd en geconcretiseerd. Ook leest u welke gevolgen dat heeft voor grootschalige opwekking van zonne- en windenergie. 3.5.1 Windenergie Het energieperspectief helpt de ideeën over windenergie in de RES 1.0 te actualiseren en verder uit te werken
Voor actualisatie en verdere uitwerking van de ideeën over windenergie in de RES 1.0 gebruiken we de onderzoeksgebieden in het provinciale PlanMER Windbeleid en RES
Op pagina 24 van de RES 1.0 zijn drie gebieden aangewezen
De provincie Gelderland onderzoekt in dit PlanMER de
waarin nader onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn
milieueffecten van windenergie op de leefomgeving,
voor grootschalige opwekking van duurzame energie met
biodiversiteit, natuur en het landschap. Het ontwerp
windturbines:
PlanMER dat naar verwachting op 15 juli 2025
• De 8km zone rond de Veluwe;
wordt vastgesteld, is opgenomen in bijlage 5. De
• Het grondgebied van de gemeente Lochem;
onderzoeksgebieden in het PlanMER zijn de gebieden waar
• Het gebied ten noorden van Zutphen, waar al drie
vanuit milieukundig oogpunt geen harde belemmeringen
4
windmolens staan.
bestaan voor windturbines.4 Dit betekent niet dat op die plaatsen ook windturbines komen. Het PlanMER helpt om ruimtelijke keuzes af te wegen en te onderbouwen, ook in relatie tot andere programma’s voor bijvoorbeeld
4
Het ontwerp PlanMER, dat naar verwachting op 15 juli wordt vastgesteld, vindt u in bijlage 5a en 5b. U kunt de gebiedsindeling uit de RES 1.0 bekijken in figuur 2.1 op p.7 van de regionale aanvulling RES regio Stedendriehoek. De onderzoeksgebieden vindt u in figuur 3.2b op p.16.
37
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
woningbouw, landbouw, mobiliteit, werklocaties en/of natuur.
Daarop hebben de initiatiefnemers in maart 2024 een
Het PlanMER legt dus geen keuze op voor de invulling
principeverzoek ingediend bij de provincie, om de ruimtelijke
van bepaalde locaties en ook niet voor een bepaalde
procedure(s) voor windpark Papenslagweg zo snel mogelijk
hoeveelheid windturbines. Gesprekken over afwegingen
te starten. De provincie heeft dit verzoek in eerste instantie
en keuzes vinden op lokaal niveau plaats na afronding van
afgewezen, in navolging van de afspraak met de gemeente
het PlanMER en na vaststelling van het RPE. Bij het maken
Lochem. Na bezwaar van de initiatiefnemers en op advies
van die ruimtelijke keuzes spelen ook maatschappelijke en
van de commissie Rechtsbescherming om het besluit te
politieke-bestuurlijke afwegingen mee. Deze afwegingen
heroverwegen, heeft de provincie Gelderland in december
zorgen ervoor dat een aantal gemeenten verdere
2024 besloten te beginnen met de projectprocedure voor
verkenningen naar mogelijkheden voor grote windturbines
het windpark Papenslagweg.
nu direct oppakt, terwijl in andere gemeenten daarvoor het draagvlak op dit moment ontbreekt.
Het is nu aan de initiatiefnemers om het proces zorgvuldig te doorlopen, onder andere door het onderzoeken van geluid,
Voor het gebied ten noorden van Zutphen is het windpark IJsselwind gepland
slagschaduw, externe veiligheid en ecologie. De provincie wil
Binnen dit project is het voorstel om 3 windmolens van elk
om zodoende vraag en aanbod van energie aan elkaar te
4,3 MW te bouwen langs het Twentekanaal bij Zutphen en
koppelen.
daarin mogelijke afnemers van de energie in beeld brengen
Eefde. De provincie heeft daartoe een vergunning verleend,
In de 8 km-zone rond de Veluwe wordt nader gekeken naar van State (status april 2025). HIER KOMT DE AAP UIT DE MOUW: DE AFNEMERS ZITTEN AAN de HETmogelijkheden TWENTEKANAAL EN HEBBEN DE EERSTE INITIATIEVEN GENOMEN OM VIA EEN BESTUURSFUNCTIE BIJ LOCHEM voor windenergie ENERGIE DE LOBBY OP TE PAKKEN. WANT ZOALS DE GEMEENTERAAD ZELF ZEGT, ‘HIER Op het grondgebied vanENERGIESLURPERS’. Lochem is een HOEWELHiervoor is tenDAT tijdeER vanGEEN de RES 1.0 bovenregionaal ZITTEN ZE WETEN WATT ENERGIE HUN KANT OP KUNNEN ZE MET DE BOUW VANbestuurlijk EEN ENORM TURBINEPARK WEL ZEKERHEID initiatief voor het GAAT, windpark Papenslagweg afgesproken dat de mogelijkheden voorOP de maar er wordt nog gewacht op een uitspraak van de Raad
KOPEN. DE DUBBELE PET HAD OOK GEMEENTERAADSLID LANGELER OP, DIE Pure Energie, Walow BVLEVERANTIE (grondeigenaren) en 8 km-zone rond de Veluwe, voor windenergie in combinatie HEEFT GROND VERPACHT TIJDENS Z’N AMBTSZITTING. MAAR DIT GAAT IN DE GROTE
energiecoöperatie LochemEnergie hebben het plan een DEMPPUT. OF NIET?
met de wespendief, nader zouden worden onderzocht. Dat
windpark te bouwen. Het voorstel bestaat uit drie grote
is gebeurd in de ‘Aanvulling Beleidslijn Windenergie op en
windturbines ten oosten van Exel, in de gemeente Lochem.
rondom de Veluwe’. Daarin staat dat er op de Veluwe en 1 kilometer daaromheen geen windturbines mogen komen.
38
De initiatiefnemers hebben in juni 2023 gevraagd of de
In de cirkel van 1 tot 8 kilometer rondom de Veluwe is geen
gemeente Lochem bereid is om de ruimtelijke procedure(s)
sprake van harde milieukundige belemmeringen, maar
voor het windpark te doorlopen. De gemeente Lochem
gelden op dit moment wel zeer strenge voorwaarden. Op dit
heeft toen aangegeven hiervoor open te staan, onder de
moment onderzoekt de provincie verschillende maatregelen
voorwaarde dat zij hiervoor eerst beleid wilde opstellen.
waardoor windturbines in de toekomst minder hoeven stil
In navolging van een aangenomen motie tijdens de
te staan. Zoals de inzet van camera’s die zien dat er vogels
raadsvergadering in december 2021, stelt het college dit
aankomen en de windturbines tijdig kunnen stilzetten.
beleid op en legt het, zo snel mogelijk na de inwerkingtreding
Het beleid van de provincie wordt mogelijk aangepast op
van de landelijke windturbinebepalingen, ter besluitvorming
basis van de uitkomsten. Dit wordt, voor zover mogelijk,
voor aan de raad. De inwerkingtreding van landelijke
meegenomen in de definitieve versie van het RPE en anders
windturbinebepalingen is ondertussen vertraagd.
in de volgende herijking.
Het energieperspectief helpt de ideeën over zonne-energie in de RES 1.0 te actualiseren en verder uit te werken
In de kern bevat de aangescherpte voorkeursvolgorde zon de volgende afspraken 1. Voor de aanleg van een zonnepark wordt de volgende voorkeursvolgorde voor de keuze van geschikte locaties
Net als voor windenergie is in de RES 1.0 voor zonne-energie
in acht genomen:
besloten om het landschap leidend te maken. Dat betekent
- trede 1: op daken en gevels;
dat op basis van de verschillende landschapstypen in onze
- trede 2: op terreinen en objecten binnen bebouwd
regio is gekeken of en hoeveel zonne-energie er op zo’n plek opgewekt kan worden, zonder het landschap of de natuur al te veel te veranderen en zodoende zorgvuldig om
gebied; - trede 3: op terreinen en objecten in het landelijk gebied; trede 4: op landbouw- en natuurgronden.
te springen met ons landschappelijk kapitaal. Gemeenten hebben de inspanningsverplichting op zich genomen om
2. De aanleg van een zonnepark op landbouwgronden is
de bestuurlijke afspraken in de RES 1.0 te verankeren in
niet mogelijk, tenzij:
het lokale omgevingsbeleid. Dit is gedaan op verschillende
a. in combinatie met een substantiële agrarische functie;
manieren: in uitnodigingskaders, gebiedsvisies en
b. op landbouwgrond die op basis van bestuurlijk
omgevingsplannen.
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
3.5.2 Zonne-energie
bindende afspraken in transitie is; of c. het zonnepark betekenisvol bijdraagt aan de
De uitgangspunten met betrekking tot zonneparken
vermindering van de netcongestie of aan vergroting
op daken en op land, zijn na de vaststelling van RES 1.0
van een efficiënter netwerkgebruik.
aangescherpt door de invoering van de regels in de Aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon. Deze staan
3. De uitzonderingsmogelijkheden hebben alleen betrekking
uitgewerkt in Artikel 5.90 van de omgevingsverordening
op landbouwgronden en niet op natuurgronden. Voor
van provincie Gelderland. Net als tijdens de RES 1.0 maken
natuurgronden geldt een beschermingsregime, waarop
we in het RPE de afspraak dat gemeenten het Regionaal
geen uitzondering voor zonneparken mogelijk is.
Programma Energievoorziening (en dus ook de regels van de Aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon) gebruiken als
Deze voorkeursvolgorde houdt geen volgtijdelijkheid in. Na
basis voor (de actualisatie van) hun gemeentelijk beleid.
het verkennen van mogelijkheden voor het toepassen van zonnepanelen, kan worden begonnen met het gelijktijdig
Deze actualisatie op gebied van zonneenergie betekent dat zonnepanelen op daken (en gevels) nog steeds de voorkeur hebben
benutten van gekozen mogelijkheden. Uit de verkenning
Landschappelijke inpassing, ruimtelijke kwaliteit en dubbel
Er zijn gronden die planologisch als landbouwgrond zijn
grondgebruik zijn nog steeds essentieel. En zonnepanelen
bestemd, die in de praktijk niet meer als zodanig worden
op landbouwgrond zijn alleen mogelijk onder aangescherpte
gebruikt. Indien deze gronden gedurende een ruime periode
voorwaarden.
niet meer gebruikt worden als landbouwgrond, ondanks dat
moet gemotiveerd blijken dat hogere treden onvoldoende ruimte bieden om de doelstelling te halen.
ze wel als zodanig zijn bestemd, dan vallen deze niet onder trede 4.
Deze aanscherping op gebied van zonneenergie werkt concreet door in het RPE In aansluiting op ons energieperspectief is de belangrijkste voorwaarde hierbij dat aanleg van een zonnepark op landbouwgronden niet mogelijk is, tenzij: “het zonnepark betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of aan vergroting van een efficiënter netwerkgebruik.” Dit betekent dat er mogelijkheden liggen als er bijvoorbeeld sprake is van combinatie met een energievrager, met opslag en/of van koppeling met een bestaand windpark.
39
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp 40
04. Hoe brengen we de vraag naar energie en het aanbod van energie met elkaar in balans?
naar energiestromen. Vervolgens beschrijft het de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek. Met een toelichting op het Ontwikkelperspectief en de warmtetransitie belicht het twee belangrijke componenten van die vraag. Daarna stappen we over naar het aanbod van energie en wordt beschreven welke energiemix in de toekomst de vraag naar energie van de regio Stedendriehoek kan opvangen. Vervolgens vindt u een schets van het eindbeeld van de energievoorziening van de toekomst: vraag en aanbod in balans in 2050. Tot slot belicht dit hoofdstuk het bod, als mijlpaal onderweg naar ons einddoel in 2050.
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
Dit hoofdstuk licht eerst toe hoe de uitgangspunten uit het energieperspectief vertaald worden
41
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
4.1 Van uitgangspunten naar energiestromen en cijfers Als we het hebben over energiestromen, hebben we het over de manier waarop energie vanuit een bepaalde bron naar de gebruiker stroomt. Hoe wordt de energie gewonnen of opgewekt? Hoe wordt hij verwerkt, opgeslagen, getransporteerd en verdeeld? En wie gebruikt uiteindelijk de energie op welk moment?
Het energieperspectief maakt toekomstige ontwikkelingen in energiestromen zichtbaar en concreet door ze te vertalen naar cijfers
die er ligt om onze doelen voor 2050 te halen. Ook maakt
Die cijfers laten zien hoe de energiestromen binnen onze
En welke uitdagingen dat geeft voor energieopslag en de
regio en in onze gemeenten zich tussen 2019 en 2050 naar
energietransport-infrastructuur.
verwachting ontwikkelen. Dat geeft richting aan de uitdaging
42
het ons mogelijk om eerste inschattingen te maken van de hoeveelheid duurzame energie die we in de periode vanaf nu tot 2050 op enig moment als regio willen kunnen opwekken.
Deze paragraaf schetst hoe in de regio Stedendriehoek de vraag naar energie zich de komende jaren naar verwachting ontwikkelt. De vraag naar energie ontstaat op vier verschillende terreinen: in de gebouwde omgeving, in de landbouw, in de industrie en in verkeer & vervoer
Van dat totale energieverbruik in 2050 vullen we ongeveer 5 TWh in met elektriciteit
Op al deze terreinen is energie nodig voor verduurzaming
dagen, weken en seizoenen. Om toch altijd voldoende
van bestaande processen, gebouwen en voertuigen. En
energie te hebben, slaan we gedurende het jaar ongeveer
er is energie nodig voor het ontwikkelen en produceren
50% van alle elektriciteit voor kortere of langere tijd op,
van nieuwe duurzame woningen, nieuwe industriële
voordat we die gebruiken. Daarvoor zijn allerlei verschillende
processen, nieuwe machines en nieuwe auto’s en overige
vormen van opslag nodig. Bij het opwekken en opslaan van
transportmiddelen. De hoeveelheden energie die hierbij
energie maken we onderscheid in het deel dat we als regio
horen in 2019 en in 2050 zijn te zien in afbeelding 5.
zelf gaan opwekken en het deel waarvoor wij het centrale
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
4.2 De omvang van onze energievraag
Tegelijkertijd variëren vraag en aanbod sterk gedurende
net blijven gebruiken.
Een belangrijke prognose is dat de vraag naar energie in de regio daalt van ongeveer 10 TWh in 2019 naar ongeveer 7 TWh per jaar in 2050 steeds meer elektrische systemen en apparaten gebruiken,
4.2.1 Onze energievraag en de relatie met het Ontwikkelperspectief
die efficiënter zijn dan systemen op basis van fossiele
In de regio wordt het Ontwikkelperspectief uitgewerkt.
brandstoffen. Aan de andere kant daalt de energievraag door
Het Ontwikkelperspectief is het vervolg van de eind
energiebesparende acties. Denk bijvoorbeeld aan isolatie
2024 vastgestelde Contourenschets 2050 voor de
van woningen en kantoorgebouwen, of een efficiënter
Stedendriehoek, waarin vier denkrichtingen staan voor
productieproces in de industrie.
een verstedelijking in balans in de regio Stedendriehoek.
Die daling wordt aan de ene kant veroorzaakt doordat we
Dit Ontwikkelperspectief schetst hoe onze groeiambities op gebied van woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en de bijbehorende energievoorziening een plek kunnen krijgen in de schaarse ruimte. Met behoud en versterking van onze natuur en ons landschappelijk kapitaal. Het gaat om de ontwikkeling van de hele regio met oog voor de mens en focus op versterking van de kwaliteit van leven. Een andere term voor die kwaliteit van leven is ‘brede welvaart’. Het Ontwikkelperspectief brengt daarmee ook een deel van de nieuwe energievraag in beeld.
43
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
De verwachte ontwikkeling van de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek verdeeld naar sectoren gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit en landbouw 2019
2022
≈ 10 TWh
≈ 9 TWh
in een mix van elektriciteit, gas en andere fossiele brandstoffen
+
2050
≈ 7 TWh
in een mix van duurzame elektriciteit en omgevingsenergie
3,7 TWh
3,1 TWh
2,5 TWh
2,2 TWh
3,5 TWh
1,8 TWh +
0,5 TWh
0,5 TWh
Afbeelding 5: De verwachte ontwikkeling van de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek. Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 en Regionale Klimaatmonitor We gebruiken 2019 als referentiejaar, omdat dat het laatste jaar voor corona en de oorlog in Oekraïne was.
Reikwijdte RES 1.0 ten opzichte van het Regionaal Programma Energievoorziening
Energievraag Energieaanbod Transport, opslag en Met het Ontwikkelperspectief bewaken we Op plekken waar flexibel het elektriciteitsnet minder geschikt is, gebruik Warmtetransitie: Opwekking zonne-energie, de ruimtelijke balans binnen de regio kunnen beter netvriendelijke woningen komen en bedrijven bestaande woningen en grootschalig
Transport: De vraag om ruimtevan is immers meer woningen, meer die minder energie gebruiken. Dit is een voorbeeld van werklocaties het gasgroot: af Opwekking windenergie, Energie-infrastructuur woningen grootschalig werk,Nieuwe meer mobiliteit en een decentraler energiesysteem. hoe het Regionaal Programma Energievoorziening Nieuwe Opwekking Terwijl we de werklocaties komende jaren nog te maken hebben met zonne-energie, invloed kan hebben op keuzes in ruimtelijke ordening Opslag: Verduurzaming mobiliteit kleinschalig Batterijen een overbelast elektriciteitsnet en de uitdaging om de hele en hoe het samenhangt met het bredere ruimtelijke Verduurzaming industrie Opwekking windenergie, Warmtebuffers energievoorziening geven, moeten ontwikkelperspectief. en landbouw toekomstgericht vorm tekleinschalig Omgevingsenergie maatschappelijke ontwikkelingen wel doorgaan. Dat vraagt Flexibel gebruik: (lucht, water en ondiepe Gebruik buitenwerkt Het team dat werkt van aanenergie het RPE in de openbare ruimte dus om afgewogen keuzes.
Keuzes ondergrond) de piekmomenten ook mee aan de totstandkoming van het die bijdragen aan het eindbeeld dat wij hebben voor onze Restwarmte (uit de industrie) Slimme meters/slim laden regio en de energievoorziening die we daarvoor nodig (diepe Ontwikkelperspectief Geothermie Flexibele energieprijzen ondergrond) Daarmee wordt de integratie van de energievoorziening van hebben. Biogas de toekomst in het Ontwikkelperspectief geborgd. Andersom Waterstof Het thema energie is daarbij mede krijgen uitgangspunten uit het Ontwikkelperspectief een plek Kernenergie bepalend in de ruimtelijke ordening in het RPE. Daar waar het toekomstige elektriciteitsnet geschikt is voor groei van bedrijven die veel energie gebruiken, is het logischer om ruimte te maken voor deze bedrijven.
44
Een onderdeel van de energietransitie dat extra aandacht
De gemeente regisseert de planning en uitvoering van de overstap van aardgas naar duurzame warmtebronnen in de gebouwde omgeving
vraagt, is de warmtetransitie. De warmtetransitie is de
Daarvoor stellen gemeenten een warmteprogramma op.
overstap van het verwarmen van onze gebouwde omgeving
In die warmteprogramma’s brengen zij op basis van lokale
met aardgas, naar het verwarmen met energie uit duurzame
afwegingen in kaart wat per buurt of gebied duurzame
bronnen. Dit volgt uit de afspraak met het Rijk dat alle
alternatieven zijn voor verwarmen met aardgas. De
sectoren in Nederland in 2050 klimaatneutraal zijn. Ook in de
warmteprogramma’s zijn een vervolg op de transitievisies
warmtetransitie gaat het over de vraag naar energie.
Warmte en moeten uiterlijk eind 2026 zijn vastgesteld. Elke 5 jaar worden de warmteprogramma’s herijkt.
Met de gebouwde omgeving bedoelen we de
In de warmteprogramma’s krijgt ook de lokale isolatieaanpak een plek
door de mens gemaakte omgeving, waar mensen
Hierbij worden de uitgangspunten en actielijnen vanuit het
samenkomen om te leven en te werken. Het gaat
Nationaal isolatieprogramma gevolgd. Op deze manier is het
dan bijvoorbeeld om woningen, bedrijfsgebouwen,
thema isolatie geborgd in onze aanpak voor de energie- en
parken en zwembaden. Maar ook om de
warmtetransitie. Op regionaal niveau werken de mensen
ondersteunende infrastructuren, zoals transport,
die zich bezig houden met de warmtetransitie nauw samen
water en energienetwerken.
met het Regionaal Programma Energievoorziening. Er
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
4.2.2 Onze energievraag en verwarmen zonder aardgas
wordt samen kennis ontwikkeld en gedeeld, waardoor ook isolatie en energiebesparing onderdeel zijn van de plannen voor de toekomstige energievoorziening van de regio Stedendriehoek.
ZUTPHEN
LOKAAL ENERGIE-INITIATIEF
Warmtenet Componistenbuurt In Zutphen zijn er plannen om 731 woningen in de
De IJssel. Dat biedt kansen om warmte uit de IJssel te
Componistenbuurt aan te sluiten op een collectief
halen en te gebruiken om woningen te verwarmen. Zo
warmtenet. De Componistenbuurt ligt aan de rivier
gebruiken we een lokale en duurzame warmtebron.
45
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
Aardgas kan vervangen worden door een warmtebron, gecombineerd met een warmtepomp en eventuele warmteopslag
De oplossingen voor warmte worden nu uitgewerkt in de warmteprogramma’s van de gemeenten
De temperatuur van warmtebronnen als water en lucht is
Zonder daarop vooruit te willen lopen, geeft dat de volgende
te laag om direct in te kunnen zetten. Om die temperatuur
richtingen:
te verhogen, worden warmtepompen ingezet. Zo’n
• Als er een warmtebron beschikbaar is die mogelijk
warmtepomp kan individueel of collectief gebruikt worden.
in aanmerking komt voor een collectieve oplossing,
Aangezien warmtepompen werken op elektriciteit, zorgt dat
moet worden onderzocht of deze daarvoor geschikt is.
voor een toename van het elektriciteitsgebruik. Aardgas kan
Dit hangt af van hoeveel warmte de bron kan leveren,
in principe ook vervangen worden door een duurzaam gas:
hoe hoog de temperatuur is en of we de bron goed
groen gas of waterstof bijvoorbeeld. In de praktijk zal dat
kunnen ontsluiten. Ook is het belangrijk dat er eventuele
in de gebouwde omgeving bijna altijd onaantrekkelijk zijn
alternatieve warmtebronnen beschikbaar zijn, mocht een
door hoge kosten of beperkte beschikbaarheid. Duurzame
oorspronkelijke bron wegvallen.
gassen worden naar verwachting vooral ingezet om pieken
• Hoeveel huizen er in een gebied staan, is ook belangrijk.
in de vraag naar elektriciteit en warmte op te vangen en
Hoe meer huizen, hoe makkelijker het is om de
bij bedrijven voor productieprocessen met zeer hoge
warmtebron efficiënt te gebruiken, bijvoorbeeld met
temperaturen.
een warmtenet. Als er minder huizen zijn, is een groot collectief systeem vaak moeilijker. Dan kunnen kleine
Aardgasvrij verwarmen van de gebouwde omgeving kan niet zonder elektriciteit
collectieve systemen met warmteopslag een oplossing
Met de uitwerking van de energievoorziening van de
warmtepomp hoeft te hebben. In gebieden met weinig
toekomst legt de regio de verbanden tussen de lokale
huizen is er vaak geen gezamenlijke warmtevraag. In deze
warmteprogramma’s en de hoeveelheid hernieuwbare
gevallen is het logisch om individuele oplossingen te
elektriciteit die daarvoor nodig is.
gebruiken om van het gas af te komen.
zijn. Dit betekent dat niet elk huis een eigen elektrische
Als we het hebben over elektriciteitsgebruik, zijn warmtenetten vaak efficiënt
De Regionale Structuur Warmte onderzoekt of bovenlokale warmtebronnen gebruikt kunnen worden
Dat komt omdat grote industriële warmtepompen in een
In de RES 1.0 is voor onze regio een uitgebreide analyse
warmtenet efficiënter zijn dan de warmtepompen die aan
gemaakt waar bovenlokale bronnen aanwezig zijn en
consumenten worden verkocht. Hoe efficiënt het warmtenet
op welke plekken in de regio een hoge energievraag
is, hangt sterk af van de warmtebron, de hoeveelheid
bestaat. Hieruit is gebleken dat er twee grote bronnen
aangesloten gebouwen en de onderlinge afstanden. Het
van restwarmte zijn: het rioolwater van Friesland Campina
elektriciteitsverbruik is in een warmtenet eenvoudiger te
(gemeente Lochem) en de papierindustrie in Eerbeek
reguleren. Dat komt omdat warmtenetten vaak grote buffers
(gemeente Brummen). Het gebruik van de restwarmte uit
hebben en altijd over een reserve- of piekvoorziening
het rioolwater van de fabrieken van Friesland Campina
beschikken. In het kader van de energietransitie, de
is door de gemeentes Lochem, Zutphen en Berkelland
netcongestie en met een vraag naar elektriciteit die niet altijd
onderzocht. Op basis van dit onderzoek is het gegund
past bij het aanbod, onderzoeken we daarom bij voorkeur
aan kleinschalige lokale projecten in Berkelland en een
altijd eerst met inwoners en ondernemers de mogelijkheid
grootschalig warmtenet in Zutphen. Voor de restwarmte uit
van een warmtenet.
de papierindustrie doet de gemeente Brummen onderzoek naar een eerste toepassing in Eerbeek. Het ligt op dit moment nog niet voor de hand deze bron op andere plekken in te zetten.
46
10000
Een i onze van 2 Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
Energieverbruik van woningen in de regio Stedendriehoek in TJ
12 TWh
bron voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Via
Het aardgasverbruik in de gebouwde 9000 omgeving in de Stedendriehoek daalt
de volgende link komt u bij een artikel terecht over kansen
Dat is8000 vooral te danken aan hoge prijzen en zachte
10 TWh
voor het verwarmen van huizen met water uit de IJssel en de
winters en -in mindere mate- aan isolatie. Tegelijkertijd is 7000 elektriciteitsverbruik in de gebouwde omgeving tussen 2012 6000 en 2022 slechts licht gestegen. Dat komt doordat er veel
8 TWh
De regio onderzoekt ook de mogelijkheden van de IJssel als
samenwerking in Zutphen waar concrete stappen worden gezet om aquathermie in te zetten voor een warmtenet: regio Stedendriehoek | Huizen verwarmen met water uit de IJssel . Daarnaast kijken we in de regio naar mogelijkheden voor geothermie, biogas (door mono-mestvergisting) en restwarmte op bedrijventerreinen. De keuzes in de lokale warmteprogramma’s hebben veel consequenties voor de energievoorziening van de toekomst De keuzes hebben namelijk invloed op de vraag naar elektriciteit. Zowel gemeentelijk als regionaal is de zoektocht naar voldoende duurzame elektriciteit om die warmte uit de omgeving te kunnen halen een belangrijk onderwerp. Het is daarom belangrijk dat het RPE, de lokale warmteprogramma’s en de plannen van de netbeheerders goed op elkaar aansluiten.
energiezuinige apparatuur is ontwikkeld en veel mensen 5000 zonnepanelen hebben aangeschaft. De grote stijging van 4000 de elektriciteitsvraag komt nog, als meer cv-ketels worden
6 TWh
4 TWh
vervangen door warmtepompen en benzineauto’s door 3000 elektrische auto’s. Wat niet in de grafiek te zien is, maar goed2000 om te vermelden: er zijn wel meer pieken in het
2 TWh
elektriciteitsgebruik op de momenten dat ze niet gewenst 1000 zijn. In de winter bijvoorbeeld, als de warmtepomp harder 0 maar er minder duurzaam opgewekte moet werken, 2012 2015 2020 2023 elektriciteit geproduceerd wordt.
0 TWh
1 TWh
Stadswarmte
Du
Houtkachels
(Di
Totaal elektriciteitsverbruik woningen incl. zonnestroom achter de meter
Om
Ele
Aardgas
Bra
Aa
Energieverbruik van woningen in de regio Stedendriehoek in TJ
Gemiddeld energieverbruik per Een indruk van de verandering van woning in de regio onze regionale energiedragers Stedendriehoek in TJ van 2019 naar 2050
10000 9000
120,07 TWh
8000
0,06 10 TWh
7000 6000
0,05 8 TWh 0,04
5000
60,03 TWh
4000
40,02 TWh
3000
0,01 2 TWh 0
2000
1 TWh
1000
Scen
Scenario 1
Scenario 2
2012
2015
2020
2023
0 TWh
0 2012
2015
2020
2019
2023
2050
Stadswarmte
Duurzame gassen en brandstoffen
Houtkachels
(Diepe) geothermie
Totaal elektriciteitsverbruik woningen incl. zonnestroom achter de meter Aardgas
Omgevingsenergie (bodem, lucht, water, rest) Afbeeldingen 6a en 6b: Verloop van het energieverbruik in woningen in de Elektriciteit regio Stedendriehoek Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek
Brandstoffen (benzine, diesel, LPG)
Aardgas
47
Energieprofiel van een huishouden op een januaridag
Hoogte van de energievraag
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
4.3 De energievoorziening van de regio Stedendriehoek in 2050 Deze paragraaf schetst de verwachte energievraag in de regio Stedendriehoek in 2050 en met welke 1 2 3 4 aan 5 6die 7 vraag 8 9 10 11 12 13 kan 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 energiemix voldaan worden. Uren van de dag
In 2050 kan ongeveer 80% van de energie voor de regio Stedendriehoek in de regio zelf geproduceerd worden
Kijkend naar het aandeel elektriciteit, wekken we in de
Afbeelding 1 laat zien hoe dat eindbeeld er in 2050 uit kan
gebruiken we het centrale net. Van de elektriciteit die we
zien. Het totale aanbod van energie is op dat moment
nodig hebben, wekken wij in 2050 dus ongeveer 60% zelf
7,5 TWh. Daarvan bestaat 5,0 TWh uit elektriciteit en
op. Daarbij maken we slim gebruik van de beschikbare
2,0 TWh uit omgevingsenergie. De overige 0,5 TWh komt
omgevingsenergie en andere lokale duurzame bronnen.
uit andere duurzame bronnen binnen de regio, zoals diepe
Daardoor kunnen we binnen de regio 5,5 TWh van de
geothermie, duurzame gassen en biobrandstoffen.
7 TWh die we nodig hebben, zelf opwekken. Hiermee kan
regio 2050 3,0 TWh lokaal en regionaal op met behulp van zonne- en windenergie. Voor de overige 2,0 TWh
ons niveau van dus oplopen tot 80%. Mogelijk eindbeeld van de energievoorziening inzelfvoorziening de regio Stedendriehoek in 2050
Energieaanbod Elektriciteit van binnen de regio: ≈ 3 TWh Elektriciteit van buiten de regio: ≈ 2 TWh Totale energievraag binnen de regio ≈ 7 TWh
Lokale omgevingsenergie: ≈ 2 TWh Diepe geothermie, waterstof, biogas/groen gas en overige biobrandstoffen, lokaal: ≈ 0,5 TWh
Totaal energieaanbod van binnen de regio ≈ 5,5 TWh Totaal energieaanbod van buiten de regio ≈ 2 TWh
≈ 80% zelfvoorzienend
Totaal: ≈ 7,5** TWh Afbeelding 1: Mogelijk eindbeeld van de energievoorziening in de regio Stedendriehoek in 2050 Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 * aanname dat de helft van de duurzame gassen en biobrandstoffen van buiten de regio wordt geïmporteerd. ** met de getallen die de gemeenten in de regio Stedendriehoek hebben aangeleverd, komen we uit op een aanbod dat hoger is dan de vraag. Die getallen worden de komende jaren preciezer.
48
elektriciteit. De voorspellingen van de netbeheerders en
Hiervoor ontbreekt op dit moment bij gemeenten politiek-
verwerkt. De resultaten zijn vervolgens vergeleken met de
bestuurlijk draagvlak. Op de lange termijn zijn kleinschalige
nationale plannen van de netbeheerders en de ministeries.
kernenergie en andere vormen van kleinschalige regelbare
Die uitkomsten kwamen goed met elkaar overeen. Het jaar
energieopwekking niet uitgesloten. De provincie Gelderland
2050 is nog ver weg, maar op basis van de analyses ligt er
onderzoekt de mogelijkheden voor kleine kerncentrales, de
een goed eindbeeld, inclusief een behoorlijk nauwkeurig
zogenaamde Small Modular Reactors (SMR’s). We blijven
beeld van de verwachte energievraag.
plannen van de gemeenten voor woningbouw, bedrijvigheid en ruimtelijke ontwikkeling en verduurzaming zitten daarin
hierover met elkaar in gesprek en volgen de ontwikkelingen richting 2050 op dit gebied.
Vervolgens is bekeken hoeveel energie we in de regio kunnen produceren. De energiemix voor 2050 is gebaseerd
Het eindbeeld helpt om de ontwikkeling van duurzaam opgewekte elektriciteit te volgen
op regionale vertalingen van het energieperspectief naar
Het eindbeeld voor 2050 en de cijfers die daaraan ten
en hoeveel omgevingsenergie en energie uit andere duur-
grondslag liggen, kunnen gebruikt worden om jaarlijks te
zame bronnen we lokaal kunnen gebruiken, in 2050 en in de
monitoren of we op koers liggen om het einddoel te halen.
periode onderweg daar naartoe. Hierbij is zowel grootscha-
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
Kleinschalige kernenergie maakt vooralsnog geen onderdeel uit van de regionale energiemix
onze toekomstige energievoorziening. Er is een inschatting gemaakt hoeveel elektriciteit we lokaal kunnen produceren
lige als kleinschalige energieopwekking meegenomen. Ook
Het eindbeeld is na uitgebreid onderzoek en analyse tot stand gekomen
de gemeentelijke warmteplannen zijn onderdeel van deze
Er is gekeken hoeveel energie we in de regio nodig hebben
-projecten meegenomen. Naarmate prognoses gaan over
voor bedrijvigheid, mobiliteit en gebouwen. Daarbij is
de periode 2040-2050 krijgen deze meer het karakter van
gerekend met conservatieve aannames voor de effecten
ambities.
analyse. Tot 2030-2035 zijn bekende gebiedsprocessen en
van de overgang van fossiele brandstoffen op duurzame
LOCHEM
LOKAAL ENERGIE-INITIATIEF
Biogashub in Lochem Het Achterhoekse landschap leent zich uitstekend
Lochem zet de Stichting Stimulering Biogas Lochem
voor een biohub, een kleinschalige biogasinstallatie
en Omgeving zich in voor een uitbreiding van deze
gekoppeld aan een leidingnetwerk. Dit systeem valt
duurzame vorm van energieopwekking.
nauwelijks op in het coulisselandschap. In de gemeente
Zie ook: Biogas - gemeente Lochem
49
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
4.4 Het bod in het RPE: de eerste mijlpaal op weg naar 2050 Elke regionale energiestrategie bevat een bod: een belofte om ons best te doen om vanaf een bepaald moment jaarlijks een bepaalde hoeveelheid duurzame energie op te wekken. Het bod in het RPE is gebaseerd op de energievoorziening zoals we die als regio in 2050 voor ons zien. Daarbij is het een voortzetting van het RES 1.0 bod. In het RPE blijft ons bod 1,07 TWh; we willen dit zo snel mogelijk na 2030 en uiterlijk in 2035 bereiken
Tenslotte speelt met name bij zonne-energie de uitdaging
Het bod zien wij als mijlpaal voor het grootschalige gedeelte
zonne-elektriciteit wordt dus steeds minder waard. Dat
van de energieopwekking, op weg naar ons einddoel: een
probleem kan grotendeels worden opgelost met batterijen.
klimaatneutrale energievoorziening in 2050.
Die inhaalslag komt, maar het zal enkele jaren duren voordat
dat er onvoldoende vraag naar elektriciteit is op het moment dat alle zonnepanelen maximaal leveren. Die
batterijen net zo normaal zijn als zonnepanelen. Op dat
Er zijn verschillende redenen voor het feit dat 2030 te vroeg komt om het bod te bereiken
moment ontstaat ook economisch weer ruimte voor meer zonne-energie.
Ten eerste de netcongestie: het verschijnsel dat er op momenten regelmatig meer elektriciteit geproduceerd of gevraagd wordt dan de elektriciteitsnetten aankunnen.
Meer informatie over het RPE en wat de
Daardoor is het op veel plekken nu niet mogelijk om
aanleidingen waren om de RES 1.0 te actualiseren,
zonnevelden, windmolenparken en afnemers aan te sluiten
vindt u in de bijlage ‘Van RES 1.0 naar het Regionaal
op het elektriciteitsnet, of bestaande aansluitingen te
Programma Energievoorziening: toelichting en
verzwaren.
verantwoording’.
Ten tweede zijn de mogelijkheden voor het halen van de RES 1.0 doelen de afgelopen jaren beperkt. Dit is het gevolg van aangescherpte normen voor het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie op land. En van de beperkingen voor windenergie door de beschermde status van de wespendief, een roofvogel die onder meer leeft op en rond de Veluwe.
50
2023
Brandstoffen (benzine, diesel, LPG) Aardgas
Twee scenario’s laten zien wanneer we het bod kunnen halen
Windenergie is in de beschreven scenario’s niet meegenomen
We kijken hierbij alleen naar het grootschalig opwekken
Daar is voor gekozen omdat het aandeel windenergie in
van elektriciteit, want dat is waar ons bod in de RES 1.0 op
ons bod in absolute zin klein is: 0,11 TWh/jr. En omdat de
gebaseerd is. In de voortgangsrapportage van 1 juli 2025 is
mogelijkheden voor nieuwe wind-initiatieven om uiterlijk in
Scenario RES 1.0-bod te zien dat dit in onzem.b.t. regio om 0,4 TWh per jaar gaat.
2035 energie te produceren, beperkt zijn, dus hierin geen verschil te maken is voor de scenario’s.
Bod bereikt in 2039
Scenario 1 2025
2030
2040
0,4 TWh
0,57 TWh
1,2 TWh
In de toekomst werken we dit soort scenario’s graag uit samen met het Rijk, de provincie en andere regio’s De scenario’s die we nu beschreven hebben, zijn vooral
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
per
Elektriciteit
gebaseerd op de groei van de hoeveelheid zonne-energie Bod bereikt in 2035
Scenario 2 2025
2030
2040
0,4 TWh
0,67 TWh
2,0 TWh
Afbeelding 7: Scenario’s voor het grootschalig opwekken van energie ten behoeve van het bod in het RPE Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 Met aannames van IJsselwind online in 2027, wind Lochem online in 2031 en repowering oude turbines Zutphen in 2032
vanaf 2021. Die lag rond of boven de 30% per jaar. Door netcongestie, aangescherpte regels, onzekere business cases en beperkte opslagmogelijkheden zien we dat tempo duidelijk teruglopen. Door gegevens van andere overheden mee te nemen in de uitwerking, vergroot dat de betrouwbaarheid van toekomstige scenario’s.
Het bod is een mijlpaal en geen doel op zich Omdat we nu de hele energievoorziening bekijken, verandert er alleen wel iets. We beschouwen het bod niet langer als doel op zich, maar als een eerste mijlpaal op weg naar dat eindbeeld in 2050. En dan specifiek voor het gedeelte
Scenario 1 - gaat uit van het huidige tempo van netversterking
grootschalige energieopwekking. Dat doen we in het
Elk jaar groeit het percentage zonne-energie dat op daken
toekomst. We kijken naar de hoeveelheid energie die wij als
wordt opgewekt met 10% en het percentage zonne-energie
regio nodig hebben en maken onderscheid in het deel dat
dat op land wordt opgewekt met 5%. Het RES 1.0-bod wordt
we zelf gaan opwekken en het deel waarvoor wij het centrale
bereikt in 2039. In dit scenario komt de groei van het aandeel
net gaan gebruiken.
bredere perspectief van de energievoorziening van de
duurzaam opgewekte energie langzaam weer op gang. Dat komt doordat de netversterkingen en de implementatie van mogelijkheden tot energieopslag tijd nodig hebben.
Scenario 2 - gaat uit van een versnelling in de implementatie van energieopslag
Met de voortgangsrapportage monitoren we of we koers liggen om het bod te realiseren Het Nationaal Programma RES (NPRES), heeft met alle energieregio’s afgesproken dat vanaf 2023 iedere twee
Elk jaar groeit het percentage zonne-energie dat
jaar op 1 juli de voortgang wordt gerapporteerd in een
grootschalig op daken wordt opgewekt met 15% en het
voortgangsrapportage. Daarmee monitort NPRES de
percentage zonne-energie dat op land wordt opgewekt met
landelijke voortgang. Tegelijkertijd beantwoorden deze
8%. Het RES 1.0-bod wordt bereikt in 2035. In dit scenario
voortgangsrapportages voor onszelf de vraag of de regio
komt de groei van het aandeel duurzaam opgewekte energie
Stedendriehoek op koers ligt om haar bod tijdig te realiseren.
sneller weer op gang, vooral doordat de implementatie
Ook levert de voortgangsrapportage inzicht in de bijdrage
van mogelijkheden tot energieopslag versnelt. Die trend
per gemeente. Op 1 juli 2025 verschijnt de volgende
is in de praktijk zichtbaar en wordt ook onderschreven
voortgangsrapportage.
door onderzoeksbureau Ecorys en brancheorganisatie we ons op scenario 2 en geven onszelf beredeneerd de
Ons bod blijft een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting
uitdaging om het bod van 1,07 TWh zo snel mogelijk na 2030,
Dit bod sluit aan bij de energiebehoefte die we als regio
en uiterlijk in 2035, te realiseren.
in de toekomst hebben. Daarom stimuleert het ons om
EnergyStorageNL. Als regio Stedendriehoek baseren
dit bod ook daadwerkelijk te halen. Toch is het geen resultaatsverplichting, maar een inspanningsverplichting. 51