Voorbereidingsbesluit sierteelt niet- biologische bloemgewassen
Tekst van het document
Voorbereidingsbesluit sierteelt van niet-biologische van bloemgewassen Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Afbakening De voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op activiteiten die al werden verricht voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Artikel 1.2 Sierteelt van niet-biologische bloemgewassen 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op sierteelt van niet-biologische bloemgewassen. 2. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder sierteelt van niet-biologische bloemgewassen: de teelt van bloemgewassen, bedoeld als snijbloem, als plantgoed of voor de droge verkoop, waaronder in ieder geval tulpen, lelies, hyacinten, narcissen, dahlia's, irissen, gladiolen en pioenrozen. 3. Onder sierteelt van niet-biologische bloemgewassen wordt niet verstaan: bloemgewassen die niet bedoeld zijn als siergewas maar geteeld worden voor groenbemesting, bodemverbetering, plaagbestrijding of de productie van voedsel, olie of biobrandstof en bloemgewassen die worden geteeld met gebruikmaking van enkel biologische gewasbeschermingsmiddelen zoals genoemd in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165. Artikel 1.3 Verbod op sierteelt van niet-biologische bloemgewassen Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 3.208 van het Besluit activiteiten leefomgeving, te verrichten als het gaat om sierteelt van bloemgewassen of de uitbreiding van sierteelt van bloemgewassen.
Toelichting voorbereidingsbesluit De gemeenteraad van Lochem heeft op 8 december 2025 unaniem een motie aangenomen met betrekking tot niet-biologische bloemgewassen. In deze motie is gevraagd om een voorbereidingsbesluit voor te bereiden voor een direct verbod op percelen van teelt van niet-biologische bloemgewassen (specifiek bol- en knolgewassen en snijbloemen), met uitzondering van bloemgewassen voor groenbemesting, bodemverbetering, plaagbestrijding of de productie van voedsel, olie of biobrandstof en deze nog voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 aan de raad aan te bieden. Op grond van artikel 4.14 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad voor een locatie een voorbereidingsbesluit nemen met het oog op de voorbereiding van te stellen regels. Voorbeschermingsregels kunnen een verbod inhouden om activiteiten te verrichten die op grond van het omgevingsplan zijn toegestaan, maar nog niet plaatsvinden (artikel 4.14 lid 3 Omgevingswet). Het doel van dit voorbereidingsbesluit is te voorkomen dat activiteiten worden uitgevoerd die in strijd zijn met mogelijk nieuwe regels. Het gaat hier om de regels die de gemeente Lochem wil gaan stellen om de impact van teelt van niet-biologische bloemgewassen te beperken, tenminste tot het definitieve Omgevingsplan van kracht is (uiterlijk 31 december 2031).
Op basis van het voorzorgsbeginsel is het verdedigbaar om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij sierteelt te reguleren als er onzekerheid bestaat over de risico's voor mens, dier of milieu. Vooruitlopend op de regulering van sierteelt van niet-biologische bloemgewassen wil de gemeente tijdelijk een verbod instellen voor deze teelt op percelen waar dat nog niet plaatsvindt. Dit betekent dat nieuwvestiging van deze teelt, alsook de uitbreiding ervan, vanaf de vaststelling van het voorbereidingsbesluit niet meer mogelijk is. Zonder het voorbereidingsbesluit is (nieuwe) teelt van niet-biologische bloemgewassen op agrarische gronden met de aanduiding ‘intensieve kwekerij’ juridisch gezien mogelijk. Dit betekent dat op de percelen met deze aanduiding waar nog geen teelt van niet-biologische bloemgewassen plaatsvindt, nieuwe teelt van niet-biologische bloemgewassen kan worden gestart. Op percelen zonder de aanduiding ‘intensieve kwekerij’ is dat niet mogelijk. Het tijdelijke verbod betekent niet direct dat sprake is van een permanent verbod. Het voorkomt vooral strijdigheden met nog nader te uit te werken mogelijke regels. Door het voorbereidingsbesluit worden voorbereidingsregels in het omgevingsplan opgenomen, Hiermee wordt voorkomen dat kort voor de inwerkingtreding van een nieuwe regeling wordt gestart met nieuwe sierteelt.
Bestaand gebruik kan niet gereguleerd of verboden worden door het voorbereidingsbesluit. Een
voorbereidingsbesluit moet bestaande activiteiten, zoals bestaand gebruik, toestaan. Een voorbereidingsbesluit heeft onder de Omgevingswet een werkingsduur van maximaal één jaar en zes maanden. Uiterlijk na deze tijd vervallen de voorbereidingsregels. Indien de mogelijke in voorbereiding zijnde regeling eerder van kracht is, is dit het moment dat het voorbereidingsbesluit komt te vervallen. Artikelsgewijze toelichting voorbereidingsbesluit Naast een toelichting van de achtergrond van het voorbereidingsbesluit, is het van belang om het voorbereidingsbesluit artikelsgewijs toe te lichten. Hiermee wordt voorkomen dat er misverstanden ontstaan over de juridische interpretatie van de regels. Artikel 1.1 Afbakening Het doel van dit voorbereidingsbesluit is om te voorkomen dat nieuwe activiteiten worden uitgevoerd die in strijd zijn met mogelijk nieuwe – nog nader te concretiseren - regels. Onder nieuwe activiteiten wordt ook de uitbreiding van bestaande sierteelt verstaan. Op grond van artikel 4.14 lid 3 van de Omgevingswet mogen voorbeschermingsregels alleen worden gesteld over activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegestaan, maar die nog niet plaatsvinden. Om die reden is bepaald dat de voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk niet van toepassing zijn op activiteiten die al werden uitgevoerd voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
Dit betekent dat bestaand gebruik niet gereguleerd of verboden kan worden met dit voorbereidingsbesluit. Een voorbereidingsbesluit moet bestaande activiteiten, zoals bestaand gebruik, eerbiedigen. Artikel 1.2 Sierteelt van niet-biologische bloemgewassen Dit artikel licht toe wat wordt verstaan onder sierteelt van niet-biologische bloemgewassen. Hiervoor is een definitie opgenomen voor het begrip die in het omgevingsplan wordt gebruikt. Onder sierteelt van niet-biologische bloemgewassen wordt verstaan de teelt van bloem(bol)gewassen, bedoeld als snijbloem, als plantgoed of voor de droge verkoop. Snijbloemen worden doorgaans in winkels verkocht, vaak in een bos bloemen. De droge verkoop richt zich op de verkoop van bloembollen voor bijvoorbeeld tuinen, parken en plantsoenen. Ook kunnen bollen als plantgoed dienen, te weten (kleine) bollen die bestemd zijn om geplant te worden. Als voorbeeld worden in het artikel een aantal soorten bloem(bol)gewassen genoemd, te weten in ieder geval tulpen, lelies, hyacinten, narcissen, dahlia's, irissen, gladiolen en pioenrozen. Dit is echter geen limitatieve lijst. In de definitie wordt eveneens een aantal uitzonderingen genoemd die niet vallen onder de in het voorbereidingsbesluit opgenomen definitie voor sierteelt van niet-biologische bloemgewassen. Deze situaties vallen dan ook buiten de werkingssfeer van het voorbereidingsbesluit.
Dit gaat om bloem(bol)gewassen die niet bedoeld zijn als siergewas, maar geteeld worden voor groenbemesting, bodemverbetering of plaagbestrijding. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan klavers en afrikaantjes. Ook
bloem(bol)gewassen zoals lijnzaad of zonnebloemen die worden geteeld om bak- of frituurolie (voedsel), andere soorten olie (bijvoorbeeld massageolie) of biobrandstof te produceren worden niet als sierteelt beschouwd. Daarnaast worden bloem(bol)gewassen die worden geteeld gebruikmakend van enkel biologische gewasbeschermingsmiddelen, zoals genoemd in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165, ook niet als sierteelt aangemerkt. Artikel 1.3 Verbod niet-biologische bloemgewassen In dit artikel is het verbod opgenomen voor het telen van niet-biologische bloemgewassen. Dit artikel moet in samenhang met artikel 1.1 en 1.2 worden gelezen. Hieruit volgt dat het voorbereidingsbesluit uitsluitend toeziet op het vestigen van sierteelt van niet-biologische bloemgewassen of de uitbreiding van bestaande sierteelt van niet-biologische bloemgewassen, na inwerkingtreding van dit voorbereidingsbesluit. In het artikel is een verwijzing opgenomen naar artikel 3.208 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In artikel 3.208 van het Bal is het telen van gewassen in de openlucht aangewezen als milieubelastende activiteit. In artikel 3.208, lid 3 van het Bal staan activiteiten die niet onder de aanwijzing vallen.
Het gaat om activiteiten die worden verricht bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis, voor educatieve doeleinden, bij onderzoeksinstellingen of bij volkstuinen. Door de verwijzing op te nemen naar artikel 3.208 worden deze activiteiten uitgesloten van de verbodsbepaling. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat sierteelt bij onderzoeksinstellingen niet onder het verbod valt. Ook de teelt van bloem(bol)gewassen in eigen tuin, of in een volkstuin, valt hiermee buiten de werkingssfeer van het verbod.