TOE Bijlage 9 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Levenkamp 5, Laren
juni 2024
Definitief
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING “LEVENKAMP 5, LAREN”
Naam: Datum: Versie:
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling “Levenkamp 5, Laren” Oktober 2023 (aangevuld juni 2024) Definitief
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN ................................................... 6 HOOFDSTUK 3 BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN .............................................. 9 HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE ................................................................................ 22
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft betrekking op het bedrijfsperceel aan de Levenkamp 5 te Laren, gelegen in het buitengebied van de gemeente Lochem. Aan de Levenkamp 5 is Atop Recycling gevestigd. Dit betreft een agrarisch loonbedrijf/recyclingbedrijf met de volgende bedrijfsactiviteiten: • • • • • •
• •
Uitvalbasis voor het uitvoeren van transportactiviteiten; Stalling en onderhoud en assemblage/montage van motorvoertuigen, machines en materieel; Stalling van containers en materialen; Op- en overslag van grond, grind, zand, hout en betonproducten; Het sorteren en mengen van zand en grond (bijvoorbeeld het zeven van zand om stobben en stenen te verwijderen en het mengen van cement en zand ten behoeve van product ‘stabilisatiezand’; Tijdelijk stallen en in bepekte mate op- en overslaan en sorteren van van buiten de inrichting vrijkomende, hoofdzakelijk niet milieugevaarlijke, afvalstoffen zoals hout, puin, bouw- en sloopafval, grof huishoudelijk afval, snoeihout e.d.; Breken van puin met behulp van een mobiele puinbreker (maximaal 12 keer per jaar); Sorteren van granulaat in diverse korrelgroottes met behulp van een zeef.
Ingevolge het geldend bestemmingsplan “Lochem Buitengebied” zijn de gronden ter plaatse van het projectgebied voorzien van de bestemming ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch met waarden’. Binnen de bestemming ‘Bedrijf’ zijn tevens de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf – gebiedsgebonden bedrijf’ en gedeeltelijk de aanduiding ‘opslag’ van toepassing. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gebiedsgebonden’ is uitsluitend een gebiedsgebonden bedrijf toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’ is uitsluitend opslag toegestaan. Binnen de ter plaatse geldende bedrijfsbestemming zijn niet alle bedrijfsactiviteiten toegestaan. Verder is in de loop de jaren circa 3.150 m2 van de aangrenzende gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ in gebruik genomen ten behoeve van opslag van diverse goederen, hetgeen niet in overeenstemming is met de ter plaatse geldende bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Het is gewenst om de juridisch planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Het gaat hiermee enerzijds om het passende maken van de ter plaatse geldende bedrijfsbestemming bij de bedrijfsactiviteiten van Atop Recycling en anderzijds de uitbreiding van de bedrijfsbestemming met een oppervlakte van circa 3.150 m2.
De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het ter plaatse geldend bestemmingsplan, waardoor een bestemmingsplanherziening is vereist. Vanuit het ruimtelijke spoor is een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Eerst wordt een nadere toelichting op de M.e.r.-beoordeling gegeven.
M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 3 (plannen). • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. In voorliggend geval gaat het om directe eindbestemmingen en is sprake van een besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.
Voorliggende ontwikkeling is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER. In de D-lijst zijn de volgende activiteit opgenomen: Afvalbeheer De activiteiten van Atop Recycling B.V. betreffen de activiteiten die een relatie hebben met de activiteiten die genoemd staan onder D18.1 uit het besluit mer: 'De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval'. Bij Atop is echter geen sprake van een verwijderingsinstallatie voor afvalstoffen. Evenmin betreft het een vorm van 'nuttige toepassing’. Bij Atop worden bouw- en sloopafvalstoffen slechts op en overgeslagen en grof voorgesorteerd. De daadwerkelijke be-verwerking en/of verwijdering vindt elders (buiten de inrichting) plaats. De activiteit 'puinbreken' betreft slechts een verkleiningshandeling waarbij (van te voren gesorteerd niet verontreinigd) steenachtig materiaal, mechanisch wordt verkleind. De fysisch chemische samenstelling van het materiaal veranderd daarbij niet. Het materiaal wordt slechts verkleind. Dit dient beschouwd te worden als voorbereidende handelingen om de materialen geschikt te maken zodat deze elders (dus buiten de inrichting) als bouwstof kunnen worden toegepast. D18.1 is voor Atop derhalve niet aan de orde, het betreft immers geen verwijderingsinstallatie.
Daarnaast wordt benadrukt dat de puinbreekactiviteiten niet dagelijks (mogen) plaatsvinden maar slechts 12x per jaar, waardoor sowieso in Categorie D18.1 genoemde de capaciteit van 50 ton per dag niet wordt bereikt. Indien de verwerkingscapaciteit kleiner is dan 50 ton per dag, dan geldt een vormvrije-m.e.r beoordeling. In de aanvraag zijn eveneens activiteiten opgenomen die een relatie vertonen met cat D.18.8 van de bijlage van het Besluit m.e.r. D18.8: ‘oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting voor de opslag van schroot, met inbegrip van autowrakken’. De bijbehorende drempelwaarde van 10.000 ton opslagcapaciteit wordt bij lange na niet gehaald. Bij Atop Recycling B.V. wordt maximaal 200 ton metalen (schroot) opgeslagen. Er geldt een vormvrije mer-beoordeling voor de genoemde ‘D-categorieën’- activiteiten. De voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • • •
De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.
Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren.
Betrokken partijen Bij de ontwikkeling is Atop Recycling en de gemeente Lochem betrokken. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van Lochem het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Gelderland, het waterschap Rijn en IJssel en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal het bestemmingsplan in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) naar deze partijen worden toegezonden. Voor het verstrekken van de omgevingsvergunning is het college van burgemeester en wethouders van Lochem het bevoegd gezag. Bij de totstandkoming van de vergunning worden ondermeer de omgevinsgdienst Achterhoek en het waterschap betrokken. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
HOOFDSTUK 2
KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN
Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, de projectlocatie en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Bij de beoordeling van de milieueffecten wordt uitgegaan van de voorgenomen activiteiten, handelingen en processen. Vanuit het oogpunt van milieueffecten is dit een representatief uitgangspunt.
Activiteiten en capaciteiten De activiteiten zijn reeds globaal benoemd in hoofdstuk 1. Met het oog op de aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu, zijn alle activiteiten in de toelichting op de aanvraag uitgebreid beschreven en de daarmee samenhangende milieuaspecten, beschouwd. Tevens zijn in de aanvraag maatregelen beschreven om milieubelasting te voorkomen danwel te beperken. De aangevraagde maximale jaarcapaciteit (acceptatie, op-/overslag, sorteren e.d) van buiten de inrichting afkomstige afvalstoffen bedraagt ten hoogste circa 60.000 ton. Hiervan wordt het grootste deel ingenomen door puin, namelijk 50.000 ton. De reguliere verwerkingscapaciteit is minder dan 50 ton per dag. Slechts op de dagen dat puin wordt gebroken (12 x per jaar) is de verwerkingscapaciteit hoger. De maximale opslagcapaciteit bedraagt circa 5.700 ton. Hierbij wordt opgemerkt dat de genoemde maximum hoeveelheden (opslagcapaciteit) zeer waarschijnlijk nooit zal worden bereikt. Daarnaast zal de jaarcapaciteit (doorzet) ook niet voor alle stromen maximaal worden bereikt. De in de vergunningaanvraag genoemde hoeveelheden betreft slechts een indicatie wat per stroom maximaal verwacht kan worden.
Voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling Het huidige bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ (circa 8.200 m2) is te klein voor de huidige bedrijfsactiviteiten van Atop Recycling. Aan de zuidwest zijde is in de afgelopen jaren een deel van de agrarische gronden in gebruik genomen voor de opslag van diverse goederen, machines en materieel. Het is dan ook noodzakelijk dat dit gedeelte van circa 3.150 m2 wordt toegevoegd aan het bestemmingsvlak van de bestemming ‘Bedrijf’. Daarnaast is het noodzakelijk om de opslagvakken voor grondstoffen (zand, grind, grond, granulaat en dergelijke) uit te breiden zodat de voorraad beter aansluit op vraag en aanbod. Door de verbouwingen in de afgelopen jaren (onder andere nieuwe werkplaats voor melktransportbedrijf en sloop oude vee-schuur) en het te krappe opslagterrein is een rommelig achterterrein ontstaan. Dit is Atop een doorn in het oog. Atop wil het achterterrein (zuidwestzijde) opruimen en herinrichten. Het uit te breiden opslagterrein zal netjes worden verhard. Nut en noodzaak uitbreiding: •
•
•
De activiteiten van Atop vergen een zeker vloeroppervlak doordat gewerkt wordt met grote machines en volumineuze goederen / stoffen. Om afvalstoffen en grondstoffen goed te kunnen scheiden is ruimte nodig. Nu liggen voorraden afvalstoffen en grondstoffen nog te dicht naast elkaar en is de manoeuvreerruimte erg beperkt. Er kan meer structuur in het opslagterrein komen door het reeds in gebruik zijnde gedeelte van het grasland als bedrijfsterrein in te richten. Atop wil graag een nette uitstraling van het bedrijf. Om de klanten goed en veilig te kunnen bedienen zal het terrein ingericht moeten worden met stortvakken en een logische routing. Atop heeft voldoende aan een beperkte uitbreiding van het achterterrein. De noodzakelijke uitbreiding bedraagt slechts circa 3.150 m 2. Particulieren en bedrijven uit de regio weten de locatie van Atop goed te vinden. Dit betreft agrariërs, loonwerkbedrijven en groenbedrijven die allemaal een sterke binding hebben met /onderdeel uitmaken van het buitengebied. Ze zijn eraan gewend geraakt dat ze bij Atop terecht kunnen voor de afgifte van kleine hoeveelheden (bouw en sloop)afval of om zand of granulaat te halen. Atop voorziet in een regionale behoefte.
Atop heeft een belangrijke positie in de afvalverwijderingsketen doordat ze in een vroeg stadium betrokken is bij sloopwerken en veel ervaring heeft opgebouwd om van afvalstof naar grondstof te komen. In het kader van de omschakeling naar een circulaire economie, is het vereist dat Atop steeds meer materiaalsoorten kan sorteren met het oog op hergebruik en nuttige toepassing. Daarvoor is BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
•
ruimte nodig (in plaats van 1 verzamelvak, meerdere vakken met verschillende soorten). Door het buitenterrein uit te breiden kan een hoger sorteerrendement met hoogwaardige hergebruiksmogelijkheden worden behaald. Atop is een veelzijdig en innovatief bedrijf met een ruim palet aan verschillende activiteiten. Veel bedrijfsactiviteiten zijn door Atop zelf ontwikkeld en succesvol in de markt gezet. Om te kunnen blijven innoveren moet Atop beschikken over ruimte waar ze innovaties kan ontwikkelen en testen. Op dit moment is de ruimte veel te krap daarvoor.
Door de synergie tussen de bedrijfsonderdelen en bedrijfsactiviteiten van Atop (melktransportvoertuigen, sloopprojecten in de regio, mobiel breken op projectlocaties, levering van granulaat, sorteren van afval, verhuur van machines, transport van grond- en afvalstoffen e.d.)is het van belang dat het bedrijf beschikt over een uitvalsbasis waarbij de diverse bedrijfsonderdelen elkaar kunnen blijven versterken. Dit levert economisch voordeel op en zorgt ervoor dat het bedrijf haar risico’s beter kan spreiden.
Afbeelding 1
Beoogde situatie bedrijfsperceel Levenkamp 5, Laren (Bron: De Erfontwikkelaar)
Locatiekenmerken Het projectgebied ligt aan de Levenkamp 5 ten noorden van de kern Laren, in het buitengebied van de gemeente Lochem. De ruimtelijke-functionele structuur van de omgeving bestaat hoofdzakelijk uit verspreid liggende woonerven, agrarische bedrijvigheid, bospercelen en agrarische cultuurgronden. Het projectgebied betreft een bedrijfsperceel met achterliggende (agrarische) gronden. In afbeelding 2 is op een luchtfoto de huidige situatie weergegeven. Het (beoogde) bedrijfsperceel wordt aan de westzijde begrenst door een bedrijfsperceel. Ten noordoosten en zuidwesten wordt het (beoogde) bedrijfsperceel begrenst door respectievelijk de Levenkamp en Possenweg. Ten zuiden van het (beoogde) bedrijfsperceel is sprake van agrarische cultuurgrond.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
Afbeelding 2
Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling van het bedrijfsperceel legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en gebruiksrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zullen gas, elektriciteit en water nodig zijn. Atop Recycling B.V. zorgt er, door haar rol in de afvalverwijderingsketen, voor dat er geen onnodig verlies van grondstoffen optreedt. Doordat Aop Recycling B.V. een belangrijke bijdrage levert aan recycling c.q. hergebruik van nuttig toepasbare grondstoffen, waaronder hout en steenachtig materiaal, wordt verlies van natuurlijke hulpbronnen voorkomen. De activiteiten van Atop Recycling B.V. dragen ertoe bij dat afvalstoffen op een verantwoorde wijze kunnen worden verwerkt tot bruikbare stoffen waardoor de totale hoeveelheid afvalstoffen afneemt en hergebruik van grondstoffen toeneemt. Bij de bedrijfsactiviteiten zal elektriciteit en fossiele brandstoffen verbruikt worden. Daar staat tegenover dat dat Atop Recycling B.V. deels zelfvoorzienend is als gevolg van eigen opgewekte zonnestroom en een voortdurende ambitie heeft om eigen machines steeds zuiniger en schoner te maken. Verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie.
Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. Tijdens de exploitatiefase ontstaat er een zekere belasting voor het milieu en de omgeving. De effecten zijn in beeld gebracht middels diverse onderzoeken. Tevens zijn/worden door het bedrijf diverse maatregelen getroffen om aantasting en hinder voor het milieu, de natuur en de omgeving te voorkomen en beperken. Uit de diverse onderzoeken is gebleken dat, al dan niet in combinatie met het treffen van maatregelen, er geen noemenswaardige hinder / aantasting van omgevingswaarden aan de orde zijn. Er kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd en aan de milieukwaliteitsnormen kan worden voldaan. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
HOOFDSTUK 3
BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN
Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, bodem en ecologie waaronder ook specifiek de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s. Verkeer Voor het bepalen van de verkeersgeneratie zijn berekeningen gemaakt op basis van de CROW-publicatie ‘toekomstbestendig parkeren’ (december 2018). In de CROW-publicatie wordt uitgegaan van een minimum en maximum generatie. Dit is de bandbreedte. In dit geval wordt van het gemiddelde uitgegaan. Uitgangspunten Het projectgebied is gelet op de omgevingsadressendichtheid (CBS Statline) gelegen in een gebied met de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' in een deel van gemeente Lochem dat behoort tot het gebiedstype ‘buitengebied’. Verder worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
Type: 'bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief' Verkeersgeneratie per 100 m2 bvo (minimaal – maximaal): 9.1 – 10.9 mvt/etmaal (inclusief vrachtverkeer).
De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de uitbreiding van het bedrijfsperceel aan de Levenkamp 5 te Laren met circa 3.150 m2. Gelet op het vorenstaande is vanuit planologisch oogpunt sprake van een toename van de verkeersgeneratie met (3.150/100*10=) 315 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het bedrijfsperceel is reeds ontsloten op de Levenkamp en de Possenweg. De bestaande ontsluitingen blijven behouden. Aangenomen wordt dat de Levenkamp, Possenweg en direct omliggende infrastructuur in voldoende mate zijn ingericht om de toekomstige verkeerbewegingen eenvoudig en veilig af te wikkelen. Hierbij wordt opgemerkt dat feitelijk gezien de bedrijfsactiviteiten reeds aanwezig zijn. Met de beoogde (planologische) ontwikkeling wordt de juridisch-planologische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Feitelijk gezien neem het aantal verkeersbewegingen naar verwachting dan ook niet toe. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een goede en verkeersveilige ontsluiting van het projectgebied in meerdere richtingen. Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘verkeer’ wordt ingeschat op neutraal. Geluid Binnen het projectgebied worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten en/of terreinen mogelijk gemaakt. Daarnaast is er geen sprake van een gezoneerd bedrijventerrein zoals bedoeld in de Wgh.
Wat betreft de invloed van het bedrijventerrein op de omgeving wordt getoetst aan de hand van de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering”. Omdat ter plaatse van de huidige bedrijfsbestemming aan de Levenkamp 5 reeds een agrarisch loonbedrijf / recyclingbedrijf (maximaal milieucategorie 3.1) is toegestaan, wordt uitsluitend ingegaan op de beoogde uitbreiding. De uitbreiding van het bedrijfsperceel wordt primair gebruikt als opslaglocatie behorende bij het agrarisch loonbedrijf / recyclingbedrijf. Daarbij is het de wens om een puinbreker op het terrein te plaatsen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
Voor de uitbreiding van het bedrijfsperceel wordt, evenals het bestaande bedrijfsperceel, uitgegaan van milieucategorie 3.1 bedrijfsactiviteiten. Specifiek ten aanzien van de puinbreker wordt uitgaan van de functie ‘Puinbrekerijen en -malerijen – v.c. < 100.000 t/j’ zoals opgenomen in de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering”. Dit betreft een milieucategorie 4.2 functie. In onderstaande tabel zijn de geldende richtafstanden opgenomen uitgaande van een gemengd gebied: Functie Loonbedrijf / recyclingbedrijf Puinbrekerijen en -malerijen – v.c. < 100.000 t/j
Geur 10 10
Stof 0 50
Geluid 30 200
Gevaar 10 10
De meest nabijgelegen milieugevoelige objecten zijn de (bedrijfs)woningen aan de Levenkamp 3 en de Levenkamp 7-7a. Ingevolge de regels van het geldend bestemmingsplan “Lochem Buitengebied” mogen (bedrijfs)woningen worden herbouwd ter plaatse van de bebouwingscontour van de huidige (bedrijfs)woning. De afstand tussen de beoogde uitbreiding van de bedrijfsbestemming en de bouwmogelijkheden van de nabijgelegen (bedrijfs)woningen is in onderstaande tabel weergegeven: Milieugevoelige functie Levenkamp 3 Levenkamp 7-7a
Afstand tot bedrijfsbestemming 92 meter 90 meter
Gelet op het vorenstaande wordt in nagenoeg alle gevallen voldaan aan de geldende richtafstanden. Uitsluitend ten aanzien van het aspect geluid voor de puinbreker wordt niet voldaan aan de richtafstand. Daarom is in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Akoestisch Buro Tideman1. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten en conclusies. Maatregelen en gebruik terrein In afbeelding 3 is in een luchtfoto het huidig terrein weergegeven. De puinbreker wordt op dit moment 12 dagen per jaar achter op het terrein geplaatst. Op het moment dat er vaker dan 12 dagen wordt gebroken dan zijn er maatregelen nodig om het geluid naar de omgeving te reduceren. Het treffen van maatregelen aan de bron zijn vaak niet uitvoerbaar aan een mobiele breker die niet permanent staat opgesteld.
1
Akoestisch onderzoek ‘Atop Recycling B.V. Levenkamp 5 Laren (GLD)’, Akoestisch Buro Tideman, 19.125.01 versie 05, 14 juni 2024
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
Afbeelding 3
Luchtfoto huidig terrein (Bron: Akoestisch Buro Tideman)
Maatregelen in het overdrachtsgebied (geluidschermen) hebben het meeste effect als deze zo dicht mogelijk bij de bron staan én de lijn tussen de bron en de ontvangers doorbreken. In afbeelding 5.2 is te zien dat er drie woningen in de directe nabijheid zijn gelegen. Dit zijn woningen aan de noordwestzijde, de noordoostzijde en de zuidoostzijde (punt 01,02 en 03). Om het geluidrichting de punten 01, 02 en 03 te reduceren, is afscherming noodzakelijk aan drie zijden van de puinbreker op relatief korte afstand van de breker. In afbeelding 4 is logistiek de meest wenselijke locatie van puinbreken opgenomen waarbij ook het achter terrein wordt gebruikt. In afbeelding 5 is een situatie opgenomen met een afschermende maatregel. Door het vergroten van de afstand tussen de puinbreker en de woningen neemt ook de geluidbelasting af. Om de geluidbelasting verder te reduceren en de afscherming mogelijk te maken, zal de puinbreker achter een scherm moeten worden geplaatst. Het laden van de breker kan dan vanaf de zuidwestzijde plaatsvinden. Deze wijze van werken vergt wel meer ruimte aan de achterzijde van het terrein. Dit terrein is in eigendom van het bedrijf en kan worden ingezet om het puinbreken achter het geluidscherm mogelijk te maken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
Afbeelding 4
Locatie puinbreker (Bron: Akoestisch Buro Tideman)
Afbeelding 5
Geluidsafscherming (Bron: Akoestisch Buro Tideman)
Het scherm kan bestaan uit een afscherming in de vorm van megablocks. Er wordt uitgegaan van de situatie dat het geluidscherm van 4,5 meter permanent op het terrein aanwezig is en dat het materieel de ruimte krijgt om hier omheen te werken. Eventueel is een ander soort scherm mogelijk. Voorwaarde is wel dat het een gesloten scherm betreft met voldoende geluidisolatie (> 25 dBA) zodat ook laagfrequent voldoende afscherming optreedt. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
In de zuidoostelijk richting is reeds een wal aanwezig. Op deze wal wordt een geluidscherm geplaatst om het geluid richting punt 01 af te schermen. Een hoger scherm aan deze zijde heeft de voorkeur boven een scherm kort op de puinbreker. Het hogere scherm heeft effect op de dagelijkse bedrijfssituatie plus de puinbreker. Op het geluid naar de omgeving permanent te verlagen is ervoor gekozen om de scherm aan de noord-, west-, en zuidzijde te verhogen De opstelling van de schermen is een vaste opstelling. De breker maakt hier niet het gehele jaar gebruik van. Om de maatregelen verder effectief in te zetten wordt ervan uitgegaan dat ook het zeven achter deze afscherming gaat plaatsvinden. Voor een goed vergelijk tussen de geluidbelasting met en zonder geluidscherm zijn in de onderstaande tabel de waarde voor RBS1 (zonder breker) en RBS2 (met breker) weergegeven met en zonder geluidscherm. Alleen de dagwaarden zijn opgenomen.
Uit de rekenresultaten blijkt dat door voldoende afstand te houden en het geluid af te schermen kan tijdens het breken van puin worden voldaan aan de richtwaarden voor buitengebied uit de VNG-Publicatie ter plaatse van woningen van 45 dB(A).
Resultaten Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Tijdens de representatieve bedrijfssituatie (RBS1) is de puinbreker niet in werking. Op de dagen dat RBS1 plaatsvindt met het zeven achter de afscherming worden de volgende waarden verwacht.
De geluidbelasting tijdens de RBS is op alle punten lager dan 40 dB(A) etmaalwaarde. De puinbreker is 12 x per jaar alleen in de dagperiode in werking tijdens RBS2. Op de 12x per jaar dat de puinbreker in werking is, en ook de activiteiten van de RBS1 plaatsvinden, wordt de volgende geluidbelasting verwacht.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
De geluidbelasting tijdens RBS1 en 2 is op alle punten gelijk of lager dan de ambitiewaarde voor buitengebied van 45 dB(A). Hierbij is rekening gehouden met de toeslag van 0.8 dB voor het eventueel herkenbaar zijn van de achteruitrij signalering.
Maximale A-gewogen geluidniveaus De maximale geluidniveaus worden in de dagperiode bepaald door het komen en gaan van voertuigen, het werken met materieel op het terrein en het laden en lossen van voertuigen en het laden van de puinbreker. In de onderstaande tabel zijn de waarden bij de woningen en de referentiepunten opgenomen.
Berekeningen zijn opgenomen als bijlage 5. De optredende maximale geluidniveaus bij woningen van derden blijven lager dan 65 dB(A) in de dagperiode, 60 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. In de dagperiode, als de toetsingshoogte 1.5 meter bedraagt, worden de piekgeluiden veroorzaakt door het wisselen van een container of het laden van een puinbreker en gebruik van het materieel. In de dag- en avondperiode wordt voldaan aan de richtwaarde voor dit gebied zoals is aangegeven in de VNG-Publicatie. In de nachtperiode zijn de piekgeluiden hoger dan 55 dB(A), zijnde de richtwaarde voor de nachtperiode. In de nachtperiode wordt het piekgeluid bepaald door het vroeg vertrek van vrachtwagens. Deze activiteit voldoet wel aan de maximaal te vergunnen waarde van 60 dB(A) zoals genoemd in stap 3 van de VNG Publicatie. Omdat het vertrek van vrachtwagens een reeds toegestane activiteit is, vormt het aspect maximale A-gewogen geluidniveaus geen belemmering voor de vergunningverlening.
Indirecte hinder Indirecte hinder wordt voornamelijk veroorzaakt door het komen en gaan van circa 30 vrachtwagens of andersoortige voertuigen en 10 personenwagens heen en terug langs de woningen. In de avond- en nachtperiode komen of gaan maximaal 3 vrachtwagens. Om de geluidbelasting ten gevolge van deze wagens te bepalen is een rekenmodel opgesteld conform HMRI 1999. Gerekend is met een rijsnelheid van 30 km/u. Deze snelheid is ter plaatse representatief op het moment dat de vrachtwagens vertrekken. Voor een rijdende vrachtwagen of ander voertuig (kraan, tractor) met deze snelheid is een bronsterkte gehanteerd van 104 dB(A). Verder is aangenomen dat alle wagens komen en gaan via dezelfde zijde. Dit is verwerkt door in het model uit te gaan van het dubbele aantal rijbewegingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
De nachtperiode is maatgevend voor de etmaalwaarde. De geluidbelasting in de nachtperiode wordt veroorzaakt door de melkwagens die (kunnen) vertrekken vanaf de (melk)stalling. De geluidbelasting op alle punten is gelijk of lager dan de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Conclusie De geluidbelasting naar de omgeving wordt inzichtelijk gemaakt op de dagen dat de puinbreker niet op het terrein in werking is (RBS1) en op de dagen (12x per jaar) dat de puinbreker wordt ingezet (RBS2). Tijdens de RBS2 is de te toetsen geluidbelasting, zijnde het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, op alle woningen gelijk of lager dan de ambitiewaarde voor buitengebied van 45 dB(A). De toeslag voor het herkenbaar zijn van de achteruitrijsignalering is hierin verwerkt. Tijdens de dagelijkse bedrijfssituatie is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau niet hoger dan 40 dB(A). De maximale A-gewogen geluidsniveaus ter plaatse van woningen van derden die moeten worden getoetst aan de voorschriften, zijn lager dan 65 dB(A) in de dagperiode. In de avond- en nachtperiode worden de maximale geluidniveaus bij woningen van derden bepaald door het komen en gaan van voertuigen. Vanwege de afscherming zijn de optredende geluidniveaus op de gevels van de woningen sterk afhankelijk van de toetsingshoogte. Er wordt verzocht om geen lagere waarden in de vergunning op te nemen dan gebruikelijk zijnde resp.
70, 65 en 60 dB(A) voor de dag- avond- en nachtperiode. Ter plaatse van alle woningen is de geluidbelasting als gevolg van indirecte hinder lager dan de voorkeursgrenswaarde genoemd in de circulaire indirecte hinder. Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘geluid’ wordt, met inachtneming van het vastleggen van de locatie van de puinbreker en het aanleggen van geluidwerende voorzieningen, ingeschat op neutraal. Luchtkwaliteit In het kader van de aanvraag om een omgevingsvergunning milieu en in het kader van een goede ruimtelijke ordening, wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 1 weergegeven. Stof stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10) fijn stof (PM2,5)
Toetsing van jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 5 µg/m³ 15 µg/m³ 10 µg /m³
Tabel 1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Beoordeling Bij de toetsing van de luchtkwaliteit is bepaald in hoeverre de voorgenomen ontwikkelingen bij Atop al dan niet 'in betekenende mate' (nibm) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit in de directe omgeving wordt beïnvloed door de bij de Atop. aanwezige bronnen voor met name (fijn)stof (PM10) en stikstofdioxides (NOx). De invloed van het wegverkeer is ingeschat met behulp van de NIBM-tool.
Om te bepalen of de activiteiten van Atop al dan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging mogen deze emissies niet los van elkaar worden beschouwd. Er is uitgegaan van een worstcase situatie waarbij de bedrijfs- en verkeersemissies volledig van invloed zijn op de concentraties stikstofdioxide en fijnstof. Het resultaat van de beoordeling is dat als wordt uitgegaan van een zware worstcase situatie, is de toename van de concentraties stikstofdioxide en fijn stof kleiner dan 1,2 μg/m3. Pas vanaf 130 voertuigbewegingen per dag, waarvan 80% zwaar vrachtverkeer zal er sprake zijn van ‘in betekenende mate’. Hierbij wordt erop gewezen dat in casu geen sprake is van 130 extra voertuigen per etmaal. Immers is reeds sprake van een bestaande situatie waarbij thans ook al dagelijks verkeersbewegingen met zwaar verkeer aan de orde zijn. De toename van het zwaar verkeer ten opzichte van de huidige situatie is beperkt en betreft zeker geen 130 extra voertuigen. Bij Atop betreft het globaal slechts 40 vrachtwagen bewegingen per dag. Aldus kan gesteld worden dat de emissie ruimschoots onder de Nibm grens zal liggen.
Stof Mogelijke stofemissie bij Atop Recycling B.V. kan worden veroorzaakt door de buitenopslag van stuifgevoelige stoffen en overslag van stuifgevoelige stoffen. De op- en overgeslagen stoffen zijn (licht) stuifgevoelig maar wel goed bevochtigbaar. Atop Recycling B.V. heeft maatregelen getroffen om stofvorming te voorkomen en te beperken. Dit betreft ondermeer afscherming van de opslagen tegen windinvloeden, vegen/schoonhouden van het terrein en de rijbanen, het beperken van de rijsnelheid en het beperken van de storthoogte. Ten slotte is er een mogelijkheid tot sproeien (nat houden) van opgeslagen materiaal. Deze (BBT-)maatregelen zijn over het algemeen voldoende ter voorkoming van stofhinder. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
De potentieel stof emitterende activiteiten, worden voorzien van de door het activiteitenbesluit (besluit activiteiten leefomgeving) voorgeschreven maatregelen. Geur Voor de aangevraagde situatie van Atop Recycling B.V. zijn geen activiteiten voorzien waarbij sterke geuremissies vrijkomen. Sterk geurende of rottende afvalstoffen worden niet geaccepteerd. Er zijn wel afvalstoffen die een geringe geur kunnen hebben, maar van langdurige opslag van sterk geurende afvalstoffen is geen sprake. Daarnaast worden geen composteringsactiviteiten of overslaghandelingen met sterk geurende (dierlijke of plantaardige) stoffen aangevraagd. In het acceptatiebeleid van Atop Recycling B.V. is aangegeven dat sterk geurende afvalstoffen worden geweigerd. Medewerkers zijn geïnstrueerd over hoe te handelen bij eventuele geurbelasting. Het is dus ook niet te verwachten dat geurhinder zal optreden. Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘luchtkwaliteit’ wordt ingeschat op neutraal. Water Het waterschap Rijn en IJssel is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde ‘normale procedure’ van de watertoets van toepassing is. Na aanleiding van de uitgevoerd watertoets heeft waterschap Rijn en IJssel een waterschapsadvies uitgebracht.
Het waterschap heeft aangegeven dat ten aanzien van de waterschapbelangen één wateraspect van belang is: Hoe wordt omgegaan met hemelwater om wateroverlast te voorkomen? Een ontwikkeling in het buitengebied moet waterneutraal zijn. Om wateroverlast te voorkomen, hanteert het waterschap als uitgangspunt, dat een bui die circa eens per 10 jaar voorkomt (bui T10), in het projectgebied wordt geborgen en vertraagd wordt afgevoerd naar het grond- en/of oppervlaktewater. Hierbij houdt het waterschap ook rekening met klimaatontwikkeling door de bui met 10% te vergroten (T10+10%). Voor deze bui T10+10% geldt een benodigde berging van 55 mm. In onderstaande tabel is de bergingsopgave bij bui T=10+10% samengevat.
Met inachtneming van het vorenstaande geeft het waterschap een positief wateradvies. Atop Recycling B.V. heeft maatregelen getroffen om verontreiniging van oppervlaktewater te voorkomen en te beperken. Met het treffen van de maatregelen kunnen (negatieve) effecten op het watersysteem worden voorkomen/ beperkt. Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘water’ wordt, met inachtneming van de noodzakelijke bergingsopgave, ingeschat op neutraal. Afval Atop Recycling B.V. neemt een belangrijke rol in in de afvalverwijderingsketen. Ze zorgt ervoor dat afvalstoffen tijdens de sloop van gebouwen bij de bron worden gescheiden om zodoende een zo hoog mogelijke vorm van hergebruik en nuttige toepassing te bereiken. Het bedrijfsproces draagt eraan bij dat van schoon puin, granulaat kan worden gemaakt dat als bouwstof inzetbaar is. Bij Atop Recycling B.V. worden afvalstoffen afkomstig van buiten de inrichting op- overgeslagen en gesorteerd met het oog op verdere be-verwerking bij erkende verwerkers (buiten de inrichting) ten behoeve van nuttige toepassing en/of hergebruik. De acceptatie en verwerking geschied overeenkomstig de minimum standaard van het Landelijk Afvalstoffenbeheersplan en voldoet daarmee aan de wettelijke eisen.
Om milieuverontreiniging als gevolg van de op- en overslag van afvalstoffen te voorkomen zijn voorzieningen getroffen die het milieu beschermen zoals bodembescherming en opvang van hemelwater.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
Op een klein gedeelte van het buitenterrein wordt verpakt asbest tijdelijk opgeslagen (afkomstig van sloopwerken). Dit asbest is opgeslagen in speciaal daarvoor bestemd verpakkingsmateriaal en is ontoegankelijk voor onbevoegden. Het asbest wordt periodiek afgevoerd naar een erkend verwerker. Afvalstoffen die uit het eigen bedrijfsproces vrijkomen (zoals papier, plastics, verontreinigde poetsdoeken, olie e.d.) worden gescheiden bewaard en periodiek afgevoerd naar erkende verwerkers. Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘afval’ wordt, ingeschat op neutraal.
Externe Veiligheid Bij Atop Recycling B.V. worden geen grote hoeveelheden gevaarlijke (brandbare / explosieve) stoffen opgeslagen die een groot risico vormen voor het milieu en de omgeving. De opgeslagen gevaarlijke stoffen betreft een geringe hoeveelheid grond- en hulpstoffen zoals brandstoffen (diesel) en vloeistoffen die in de werkplaats worden gebruikt (waaronder smeer-oliën/technische gassen). Er is sprake van opslag van een beperkte hoeveelheid gevaarlijke afvalstoffen. Deze brengen geen grote risico’s voor het milieu en de omgeving met zich mee aangezien milieubeschermingsmaatregelen en voorzieningen zijn getroffen. De opslag van alle gevaarlijke (afval)stoffen geschied overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften in daarvoor geschikte emballage en opslagmiddelen. De bedrijfsactiviteiten brengen derhalve geen grote risico’s mee voor het milieu en de omgeving. In de omgeving van Atop Recycling B.V. zijn geen risicobronnen aanwezig waarvan de plaatsgebonden risicocontouren de locatie van het plangebied bestrijken. Op enige afstand ligt wel een hoge-druk aardgasleiding. Deze heeft echter geen negatieve gevolgen voor de exploitatie van het bedrijf aangezien het groepsrisico (de oriënterende waarde) erg laag is als gevolg van het beperkt aantal medewerkers op de locatie van Atop Recycling B.V.
en er bovendien voldoende vluchtmogelijkheden zijn om in geval van een calamiteit aan de aardgasleiding te vluchten. Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘externe veiligheid’ wordt, ingeschat op neutraal.
Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en het Nederlands Natuurnetwerk. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000 In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, ‘Sallandse Heuvelrug’, ligt op circa 9,2 kilometer afstand van het projectgebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is.
Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitatypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen is er een zogenaamde AERIUS-berekening2 uitgevoerd voor zowel de bouwfase (tijdelijk karakter) en de gebruiksfase die samenhangt met de voorgenomen ontwikkeling. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies van het onderzoek. Uit de uitgevoerde berekening wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000- gebieden, niet vergunningsplichtig.
Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerp en Groene Ontwikkelingszone Het Gelders Natuurnetwerk (GNN), is als onderdeel van het Nederlands Natuurnetwerk (NNN) de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het GNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het GNN. Wel grenst het projectgebied aan gronden die onderdeel uitmaken van het GNN. Doordat het GNN geen externe werking kent, zijn negatieve effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de kernkwaliteiten van het GNN uitgesloten. Wel ligt het projectgebied in de Groene Ontwikkelingszone (GO) en daarnaast een ecologische verbindingszone. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is een flora en fauna quickscan 3 uitgevoerd, hierin is een effectenbeoordeling opgenomen. Hierna wordt ingegaan op de effectenbeoordeling. Bij ruimtelijke ingrepen in de GO wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwvestiging enerzijds en uitbreiding van bestaande bestemmingen anderzijds. Vervolgens wordt een onderscheid gemaakt naar de schaal van de ingreep en daarmee naar het effect ervan op de kernkwaliteiten.
In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen de GO worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, tenzij: • • • •
geen reële alternatieven aanwezig zijn; sprake is van redenen van groot openbaar belang; de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd.
In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen de GO kunnen nieuwe kleinschalige ontwikkelingen (tot 30 procent) mogelijk worden gemaakt, mits: • •
de betreffende activiteit landschappelijk wordt ingepast; de kernkwaliteiten per saldo niet worden aangetast.
Bij de beoordeling van de effecten op kernkwaliteiten in de GO is het steeds van belang dat oppervlakte en ecologische samenhang niet worden aangetast dan wel substantieel worden versterkt. Daar waar het geluidbelasting, licht en verstoring van rust betreft, kan het voorkomen dat bij uitbreiding van een functie een beperkte toename niet te vermijden is. Alhoewel uitgangspunt is dat die beperkte aantasting zo veel mogelijk wordt voorkomen kan - in gevallen waarin dit niet mogelijk blijkt - door een toename in oppervlakte natuur en verbetering van de ecologische samenhang, toch een positief saldo worden bereikt.
2
Toelichting bij Aeriusberekening Atop Recycling, Levenkamp 5 Laren, 15 september 2023
3
Flora- en faunaquickscan op een planlocatie aan de Levenkamp 5 te Laren, Natuur Kompas, R22024-01, 10 november 2022
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
De voorgenomen ontwikkeling betreft de uitbreiding van een bestaande bedrijfsbestemming. De uitbreiding leidt niet tot aantasting van aangewezen kernkwaliteiten en/of ontwikkelingsdoelen van het GO, waardoor deze geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Het voornemen valt echter niet onder de noemer kleinschalige uitbreiding. Aangezien het hier een (planologische) uitbreiding betreft van meer dan 30% (in oppervlakte), is het noodzakelijk dat het gebied versterkt wordt. Hiertoe is een ruimtelijkkwaliteitsplan 4 en inrichtings- en beheerplan5 opgesteld. Met uitvoering van de (landschaps)maatregelen en beheersmaatregelen wordt bijgedragen aan het versterken van de Groene Ontwikkelingszone. Soortenbescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is een natuurtoets soortenbescherming6 uitgevoerd binnen het projectgebied. Hieronder worden de onderzoeksresultaten beschreven. Algemeen voorkomende soorten Binnen het projectgebied komt een aantal algemeen voorkomende soorten voor. Deze soorten vallen allemaal onder art. 3.10 van de Wnb.
Voor deze soorten heeft de provincie Gelderland een vrijstelling afgegeven voor het verstoren en/of aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat voor de werkzaamheden geen ontheffing voor deze soorten nodig is. Strikt beschermde soorten Voor soorten van art. 3.10 van de Wnb en waarvoor geen vrijstelling is afgegeven en voor soorten van art. 3.5 of 3.1, geldt dat bij aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen een ontheffing moet worden aangevraagd. Van de hieronder vallende soorten komen de das, steenmarter, vleermuizen en algemene broedvogelsoorten mogelijk voor in het projectgebied. Grondgebonden zoogdieren Het projectgebied vormt mogelijk marginaal foerageergebied voor de das. Met de voorgenomen plannen blijft het grasland behouden. Bovendien wordt het grasland in de toekomst beter afgeschermd van het erf door een brede haag van inheemse struikensoorten. Hierdoor kan het grasland ook in de toekomst fungeren als foerageergebied voor de das. Het is daarnaast niet uit te sluiten dat de steenmarter een verblijfplaats heeft in één van de bergen met puin op het achterterrein. Met de voorgenomen plannen blijven dergelijke bergen met puin ook in de toekomst aanwezig.
Hoewel een eventuele bestaande verblijfplaats niet continue op dezelfde locatie aanwezig zal zijn, biedt het projectgebied altijd diverse alternatieve verblijfplaatsen voor de steenmarter. Negatieve effecten op de steenmarter zijn dan ook uitgesloten.
Vleermuizen Het dak van de woning kan fungeren als verblijfplaats voor diverse vleermuissoorten. De voorgenomen plannen voorzien echter niet in werkzaamheden aan de woning, waardoor is uitgesloten dat er sprake is van negatieve effecten op vleermuizen. Algemeen voorkomende broedvogels Bij start van de werkzaamheden in het broedseizoen kunnen broedende vogels worden verstoord of gedood en/of nesten worden aangetast. Dit is een overtreding van art. 3.1, lid 1 en 2 van de Wnb. Hiervoor kan geen ontheffing worden aangevraagd. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of op te starten en continu door te laten lopen, worden negatieve effecten op broedvogels voorkomen. Er is dan geen sprake van een overtreding van de Wnb. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden opgestart, moet een ecoloog voorafgaand aan de werkzaamheden het projectgebied inspecteren op aanwezigheid van broedgevallen.
4
Ruimtelijk kwaliteitsplan Levenkamp 5 Laren, De Erfontwikkelaar, 2033 RKP-02, 6 oktober 2023
5
Inrichtings- en beheerplan Levenkamp 5 te Laren, Natuur Kompas, R22024-02, 10 november 2022
6
Flora- en faunaquickscan op een planlocatie aan de Levenkamp 5 te Laren, Natuur Kompas, R22024-01, 10 november 2022
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
Effect: Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘ecologie’ wordt, mits rekening wordt gehouden met bezette vogelnesten, ingeschat op neutraal.
Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd. Er zijn geen vergelijkbare ontwikkelingen in direct omliggende gebieden bekend waarbij sprake is van vergelijkbare effecten die in dezelfde periode uitgevoerd zullen worden. Cumulatie is daarom niet aan de orde. Gelet op het vorenstaande is cumulatie niet aan de orde.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
HOOFDSTUK 4
CONCLUSIE
Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 4. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. Kenmerken van de activiteit Het voornemen heeft betrekking op enerzijds de planologisch uitbreiding van het bedrijfsperceel aan de Levenkamp 5 te Laren met circa 3.150 m2. Het gaat hierbij om het in overeenstemming brengen van de juridisch planologische situatie met de feitelijke situatie, waarbij naast voorgenoemde planologische uitbreiding tevens de geldende bedrijfsbestemming passend wordt gemaakt voor de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf wat ter plaatse aanwezig is (Atop Recycling). Anderzijds heeft het voornemen betrekking op het beoordelen van de milieueffecten gedurende de exploitatie van de inrichting (de ‘gebruiksfase’) met het oog op de aangevraagde situatie. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • De omvang van het project; • hinder. Omvang De ontwikkeling is gelet op de schaal van het project beperkt van omvang.
Geconcludeerd wordt dat dit project ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.-plicht blijft. Hinder Tijdens de realisatie en exploitatie ontstaat er een zekere belasting voor het milieu en de omgeving. De effecten zijn in beeld gebracht middels diverse onderzoeken. Tevens zijn/worden door het bedrijf diverse maatregelen getroffen om aantasting en hinder voor het milieu, de natuur en de omgeving te voorkomen en beperken. Uit de diverse onderzoeken is gebleken dat, al dan niet in combinatie met het treffen van maatregelen, er geen noemenswaardige hinder / aantasting van omgevingswaarden aan de orde zijn. Er kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd en aan de milieukwaliteitsnormen kan worden voldaan. Plaats van de activiteit Het projectgebied ligt geheel binnen grondgebied van gemeente Lochem aan de Levenkamp 5 te Laren. De voorgenomen activiteit is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van waterhuishouding of natuur. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats met vergelijkbare milieueffecten waarmee rekening dient te worden gehouden.
Kenmerken van de belangrijke nadelige milieugevolgen Voor de beoordeling van eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: • • • •
Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); Het grensoverschrijdende karakter van het effect; De waarschijnlijkheid van het effect; De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.
Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water en stikstof geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren
Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt.
--------------------------------------------------------einde-------------------------------------------------------------© BJZ.NU / Bonekamp Advies B.V. oktober 2023 (aangevuld 21 juli 2024)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23