CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Bijlage 5 Akoestisch onderzoek industrielawaai

Raadsvergadering 11 november 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Vaststelling bestemming Levenkamp 5 Laren27.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Akoestisch onderzoek Atop Recycling B.V. Levenkamp 5 Laren (GLD) 19.125.01 versie 05

Behandeld door: Ing. R. Herik Opdrachtgever : ATOP Recycling Levenkamp 5 7245 RK Laren (Gld) Hengelo 14 juni 2024

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

2

1

Inleiding

4

2

Beschrijving van de situatie

5

3

Toetsingskader

6

3.1 Grenswaarden LAr,LT en LAmax

6

3.2 Geluid buiten de grens van de inrichting

7

4

Aanpak van het onderzoek

8

5

Bedrijfssituaties

9

5.1 Representatieve bedrijfssituatie dagelijks (RBS1)

9

5.2 Representatieve bedrijfssituatie breken (RBS2)

9

5.3 Beschrijving activiteiten

10

5.4 Tonaal geluid

13

Vaststelling bronvermogen

14

6.1 Bronvermogen bedrijfseigen materieel

14

6.2 Bronvermogen Shovel, kraan, vrachtwagens en busjes

14

6.3 Piekgeluiden

15

7

Maatregelen en gebruik terrein

16

8

Resultaten

17

8.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau

17

8.2 Maximale A-Gewogen geluidniveaus

18

8.3 Indirecte hinder

19

Beperking geluidemissie / BBT

20

6

9

10 Conclusie

21

2

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

FIGUREN EN BIJLAGEN Figuur 1-1 Figuur 1-2

ligging inrichting en waarneempunten alleen positie waarneempunten met achtergrond BAG

Figuur 2-1 Figuur 2-2

terreinindeling na fasering achterterrein maatregelen achterterrein afscherming maatgevende geluidbronnen

Figuur 3-1 Figuur 3-2 Figuur 3-3

weergave rekenmodel ligging geluidbronnen detail rekenmodel ligging geluidbronnen met maatregelen weergave rekenmodel ligging objecten

Figuur 4

rekenmodel indirecte hinder

Figuur 5-1 Figuur 5-2

geluidcontour zonder afscherming geluidcontour met afscherming

Bijlage 1

immissierelevante bronvermogens

Bijlage 2-1

bepaling bedrijfsduurcorrecties

Bijlage 3-1: Bijlage 3-2: Bijlage 3-3: Bijlage 3-4:

alle invoergegevens LAr,LT alle geluidbronnen LAr,LT alle geluidbronnen LAmax alle geluidbronnen indirecte hinder

Bijlage 4-1: Bijlage 4-2: Bijlage 4-3: Bijlage 4-4: Bijlage 4-5:

resultaten per punt LAr,LT zonder afscherming zonder puinbreken resultaten per punt LAr,LT zonder afscherming met puinbreken resultaten per punt LAr,LT met afscherming zonder puinbreken resultaten per punt LAr,LT met afscherming met puinbreken resultaten per punt en per bron LAr,LT bijlage 4-4

Bijlage 5-1: Bijlage 5-2:

resultaten LAmax per punt met afscherming resultaten LAmax per punt en per bron bijlage 5-1

Bijlage 6-1:

resultaten LAeq indirecte hinder

3

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

1

Inleiding In opdracht van de Atop Recycling B.V. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting in de omgeving als gevolg van de activiteiten van dit bedrijf gelegen aan de Levenkamp 5 te Laren (Gld). ATOP Recycling houdt zich onder meer bezig met: sloopwerken, puinbreken op locatie, (afval)transport, containerverhuur, rijplaten-verhuur, opslag, grondverzet en handel in bouwgrondstoffen. Het bedrijf ATOP Recycling is sinds eind negentiger jaren gevestigd aan de Levenkamp 5. Omdat op de Levenkamp 5 ook op- overslag en be-en verwerking van afvalstoffen plaatsvindt, worden deze activiteiten gerekend tot een ‘type c inrichting’ en dient derhalve een omgevingsvergunning onderdeel milieu te worden aangevraagd. Het breken van puin is nu niet toegestaan binnen (een deel) van de vigerende bestemming van het terrein. Om het breken van puin toe te staan, moet worden aangetoond dat voor de omwonenden een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd is. Om deze reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ter plaatse van de meest nabij gelegen woningen op een dag dat puin wordt gebroken en veel nevenactiviteit aanwezig is. Daarnaast is de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt tijdens de representatieve bedrijfssituatie op de dagen dat niet wordt gebroken. Dit rapport doet verslag van het verrichte onderzoek.

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai, uitgave VROM 1999, afgekort met HMRI1999.

4

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

2

Beschrijving van de situatie Aan de Levenkamp 5 is Atop Recycling gevestigd. In figuur 1-1 is de ligging van Atop Recycling BV weergegeven. Dit betreft een agrarisch hulpbedrijf / recyclingbedrijf met de volgende bedrijfsactiviteiten: • Uitvalbasis voor het uitvoeren van transportactiviteiten; • Stalling en onderhoud en assemblage/montage van motorvoertuigen, machines en materieel; • Stalling van containers en materialen; • Op- en overslag van grond, grind, zand, hout en betonproducten; • Het sorteren en mengen van zand en grond (bijvoorbeeld het zeven van zand om stobben en stenen te verwijderen en het mengen van cement en zand ten behoeve van product ‘stabilisatiezand’; • Tijdelijk stallen en in bepekte mate op- en overslaan en sorteren van van buiten de inrichting vrijkomende, niet milieugevaarlijke, afvalstoffen zoals hout, puin, bouw- en sloopafval, grof huishoudelijk afval, snoeihout e.d.; • Breken van puin met behulp van een mobiele puinbreker • Sorteren van granulaat in diverse korrelgroottes met behulp van een zeef. In figuur 1-2 is de ligging van het bedrijf aangegeven in het BAG register als achtergrond. Met de cirkels in het BAG is aangegeven op welke locaties mensen verblijven. Het grootste deel van de hoofdactiviteiten met betrekking tot de op- en overslag en be- en verwerking van bouw en sloopafval vindt plaats op projectlocaties buiten de inrichting.

Deze activiteiten vinden evenwel ook in veel geringere omvang plaats aan de Levenkamp 5 in Laren. In de afgelopen jaren is gebleken dat toeleveranciers en afnemers van ATOP Recycling het prettig vinden als ze voor kleinere hoeveelheden puin, zand, granulaat e.d. terecht kunnen aan de Levenkamp 5. Bovendien vindt ATOP Recycling het zelf prettig om materieel en machines te stallen en te onderhouden aan de Levenkamp 5 omdat daar doorlopend toezicht is op het (kostbare) wagenpark en de machines. De inrichting is in bedrijf van 7.00 tot 19.00 uur. Op zaterdag is de inrichting geopend van 8.00 tot 14.00 uur. In de perioden van 6.00 tot 7.00 en 17.00 tot 19.00 uur zal personeel de inrichting binnenkomen, c.q. verlaten. Tevens is het mogelijk dat in de periode voor 7.00 uur er een vrachtwagen van derden de inrichting aandoet. De dagelijkse werkzaamheden bestaan uit het vertrek van het materieel naar het extern gelegen werk. Bij terugkomst worden de machines gestald. Op de dagen dat de werknemers vroeg terugkomen kan gedurende 3 uur een zeef ingezet om de dag vol te maken. Op andere dagen vindt licht onderhoud plaats in de werkplaats. De geluidemissie hiervan is zeker lager dan tijdens het gebruik van de grondzeef. De dagelijkse geluidemissie van het bedrijf bestaat uit het komen en gaan van voertuigen en het gebruik van de shovel en kraan. 12x per jaar wordt er een puinbreker ingezet.

De geluidbelasting die tijdens het breken van puin ter plaatse van woningen optreedt, wordt afzonderlijk inzichtelijk gemaakt. In hoofdstuk 5 worden de bedrijfssituaties die plaatsvinden nader beschreven. De machines die gebruikt worden op de projecten worden bij terugkomst op het bedrijf schoongemaakt en indien nodig onderhouden of gerepareerd. Vervolgens worden ze gestald. Voor de activiteiten die te maken hebben met de melktransportvoertuigen zijn doorlopend monteurs aanwezig in de werkplaats. Hier worden in de dagperiode melktransportvoertuigen ontwikkeld, geassembleerd, getest en onderhouden. Zoals gezegd wordt 12x per jaar een puinbreker ingezet voor het verkleinen van het opgeslagen materiaal. Het geluid als gevolg van de dagelijkse bedrijfssituatie en tijdens het breken moet worden getoetst ter plaatse van woningen van derden. In figuur 1-1 en 3-1 zijn de woningen en overige toetspunten aangegeven. 5

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

3

Toetsingskader

3.1

GRENSWAARDEN LAR,LT EN LAMAX Bij de afweging of ten aanzien van het aspect geluid sprake is van een goede ruimtelijke ordening kan de handelwijze worden gevolgd volgens de VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering”. De VNG-Publicatie kan tevens worden toegepast voor de afweging bij het verlenen van een omgevingsvergunning onderdeel milieu. De VNG hanteert voor het toetsingskader van geluid 4 stappen waarbij per stap de geluidbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht. Stap 1: indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. De woningen rond het bedrijf zijn binnen de richtafstanden gelegen. Stap 2 indien stap 1 niet toereikend is: Aanpassing van de bestemming is mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk/buitengebied in de dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur) van maximaal: • • •

45 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT 65 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax 50 dB(A) t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq

In de avond en nacht liggen de normen 5 resp. 10 dB(A) lager. Stap 3 indien stap 2 niet toereikend is: Een aanpassing van het bestemmingsplan is mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk/buitengebied in de dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur) van maximaal: • • •

50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT 70 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax 50 dB(A) t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq In de avond en nacht liggen de normen 5 resp. 10 dB(A) lager.

De waarden genoemd onder stap 3 gelden ook voor woningen gelegen in gemengd gebied. Stap 4: bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal een aanpassing van de bestemming doorgaans niet mogelijk zijn. Conclusie Samenvattend kan worden gesteld dat voor een goede ruimtelijke ordening de volgende richtwaarden moeten worden gehanteerd: • • •

45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr; LT 65 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax in de avond- en nachtperiode geldt resp. een 5 en 10 dB zwaardere eis. 50 dB(A) t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq

Met het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt het gemiddeld geluidniveau bedoeld over een bepaalde periode. Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken zijn alle woningen rondom het plan in het onderzoek betrokken.

6

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

3.2

GELUID BUITEN DE GRENS VAN DE INRICHTING Het geluid als gevolg van indirecte hinder wordt veroorzaakt door het komen en gaan van voertuigen. Het geluid hiervan moet worden getoetst conform de Circulaire Indirecte hinder voor zolang de voertuigen nog niet zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. In deze rapportage wordt door middel van een afzonderlijk rekenmodel de indirecte hinder inzichtelijk gemaakt. De voorkeursgrenswaarde hierbij bedraagt 50 dB(A) etmaalwaarde.

7

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

4

Aanpak van het onderzoek In overleg met Atop recycling en de opsteller van de milieuvergunning is de representatieve bedrijfssituatie (RBS) vastgesteld. Deze RBS is in overeenstemming met de beschreven bedrijfssituatie in de vergunningaanvraag. De situatie zoals deze nu aanwezig is, zal worden gewijzigd. Daarnaast vinden veel activiteiten (nog) niet plaats. Om deze reden is ervoor gekozen om voor de bronsterktes van de geluidbronnen uit te gaan van metingen die elders zijn uitgevoerd in een situatie die overeenkomt met de toekomstige aan te vragen bedrijfssituatie. Het bronvermogen van de puinbreker betreft wel de installatie van Atop maar de metingen hebben elders plaatsgevonden. Daarna is per geluidbron de bedrijfsduur ingeschat die wordt verwacht nadat de inrichting in bedrijf is zoals aangevraagd. In bijlage 2 is een volledig overzicht opgenomen van alle geluidbronnen en de bedrijfsduur. De gegevens zijn in een rekenmodel opgenomen conform de HMRI 1999. Met dit rekenmodel kan de geluidbelasting op elk willekeurig punt in de omgeving berekend worden, rekening houdend met de bedrijfsduur, de invloed van afscherming en gebouwen, de invloed van het tussengebied, etc. Met het bovenstaande rekenmodel is de geluidbelasting bepaald op de genoemde referentiepunten. De rekenpunten zijn weergegeven in figuur 1.

Voor het bepalen van de optredende piekgeluiden is een afzonderlijk rekenmodel opgesteld waarbij hogere bronsterktes zijn aangenomen dan voor de gemiddelde waarden, die representatief zijn voor de optredende maximale A-gewogen geluidniveaus. Ook voor het aspect indirecte hinder is een rekenmodel opgesteld waarbij alleen het geluid van het komen en gaan van de voertuigen op de openbare weg in de berekeningen is betrokken. De invoergegevens zijn opgenomen als bijlage 3 voor het model voor de gemiddelde geluidniveaus, de maximale geluidniveaus en de indirecte hinder.

8

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

5

Bedrijfssituaties De geluidbelasting moet inzichtelijk worden gemaakt tijdens de representatieve bedrijfssituatie (RBS1) waarbij er niet wordt gebroken. Er is tevens sprake van een RBS2 waarbij de breker in werking is.

5.1

REPRESENTATIEVE BEDRIJFSSITUATIE DAGELIJKS (RBS1) Op een “representatieve” dag door het jaar heen vinden de volgende activiteiten plaats: Per dag komen en gaan maximaal 30 vrachtwagens. In de avond- en nachtperiode zijn dit er 2. Een deel van de vrachtwagens wordt op het terrein gestald, een deel wordt gelost of geladen met een kraan of shovel. Enkele vrachtwagens komen ook om bijvoorbeeld een container te wisselen. Naar de stalling op het terrein zijn 6 extra bewegingen verondersteld in de dagperiode. Aan de straatzijde worden de melkwagens gestald hier is uitgegaan van 5 bewegingen in de dagperiode. Omdat het vertrek of de aankomst in de avond- en nachtperiode niet is uitgesloten, is ook in deze perioden een rijbeweging aangehouden. Daarnaast komen en gaan er 20 busjes of personenwagens in de dagperiode Er is uitgegaan van twee uur werken met een kraan en twee uur werken met een shovel. Het gebruik van de shovel is ook bedoeld om het terrein aan te schuiven en materiaal op te duwen. De kraan kan bijvoorbeeld worden ingezet om het terrein te vegen. In plaats van een shovel kan ook een heftruck worden ingezet of bijvoorbeeld een shovel met lepels. In heb model wordt feitelijk uitgegaan van 4 uur inzet van materieel met een zware dieselmotor. Als het werk op locatie vroeg klaar is, zijn de medewerkers vroeg terug en wordt de zeef ingezet gedurende circa drie uur.

Een shovel (of kraan) zorgt voor de aan- en afvoer van het te zeven materiaal. Er is hiervoor een extra geluidbron aangehouden van een kraan, heftruck of shovel gedurende 2 uur. Overtollig puin wat niet op locatie gebruikt/verwerkt kan of mag worden, wordt naar deze huislocatie gebracht. Daarnaast wordt schoon puin dat ingezameld wordt van kleine sloopklussen waar geen breker efficiënt in te zetten is, ook naar deze locatie gebracht.

5.2

REPRESENTATIEVE BEDRIJFSSITUATIE BREKEN (RBS2) Om het verzameld materiaal te breken wordt 12 keer per jaar een breker ingezet. De puinbreker is dan 10 uur op een dag in bedrijf waarbij ook daadwerkelijk puin wordt gebroken. Na aftrek van pauzes betekent dit dat de breker tussen 07.00 en 19.00 uur in gebruik kan zijn. De installatie wordt de dag voor het puinbreken opgebouwd of op de juiste positie geplaatst. Op deze dagen kan de zeef niet in werking zijn en is de geluidbelasting naar de omgeving lager dan tijdens de representatieve bedrijfssituatie. De bovenstaande omschrijving van de activiteiten is vertaald naar bedrijfssituaties waarmee in het rekenmodel is gerekend. In de volgende hoofdstukken worden deze bedrijfssituaties uitgebreid beschreven.

9

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

5.3

BESCHRIJVING ACTIVITEITEN Er wordt in het onderzoek gebruik gemaakt van codes en nummering van de geluidbronnen. De codes zijn een afkorting van de activiteit zodat direct in de figuren duidelijk is waar welke werkzaamheden plaatsvinden en waar welke rijlijnen lopen. Voor de positie van de geluidbronnen wordt verwezen naar figuur 3. In bijlage 2 is van elke activiteiten de exacte tijd in de dag-, avond- en nachtperiode aangegeven. Ook hier worden de codes gebruikt zodat duidelijk gedurende welke tijd waar wordt gewerkt. De bijlage 2 geeft samen met figuur 3 een volledig overzicht van de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek. In het onderstaande wordt een korte toelichting gegeven op de ingevoerde geluidbronnen. Bron Vw1, Pw1: Vervoersbewegingen vrachtwagens/divers materieel en personenwagens Hiermee worden de vrachtwagens bedoeld die het terrein dagelijks aandoen. Voor het geluid naar de omgeving maakt het niet uit wat deze vrachtwagens vervoeren en of ze aan- of afvoeren. De rijsnelheid zal tijdens de lange rechte stukken hoger zijn en bij het manoeuvreren lager. Aangenomen wordt dat de wagens gemiddeld 10 km/u rijden waarbij het manoeuvreren is inbegrepen. In het onderzoek wordt uitgegaan van vrachtwagens. Naast vrachtwagens wordt ook gebruik gemaakt van tractoren. Voor het geluid naar de omgeving is het geluid van de dieselmotor bepalend.

Of deze motor nu in een vrachtwagen, shovel, tractor of kraan is gemonteerd maakt voor het geluid niet uit. De aangehouden rijbewegingen hebben dus betrekking op een breder spectrum aan voertuigsoorten. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen. In de volgende tabel zijn de rijbewegingen nogmaals samengevat.

Tabel 5.1

De rijbewegingen in de vroege ochtend (voor 07.00 uur) en de avond betreffen de eigen wagens die laat retour komen of vroeg vertrekken. De geluidemissie die meer op vaste positie plaatsvindt, is in het model opgenomen met een puntbron. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen met de geluidbronnen en de code die in de figuren terug te vinden is. In de overstaande tabel zijn de puntenbronnen nogmaals weergegeven.

10

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

Tabel 5.2

In het onderstaande worden de activiteiten uitgebreider beschreven. Gebruik shovel en kraan bron K01-03,S01-05 Met deze geluidbronnen worden de dagelijkse werkzaamheden met het materieel in beeld gebracht. Het materieel dat wordt ingezet betreft modern materieel en is relatief stil. Het materieel wordt ingezet op slooplocaties waar een groot motorvermogen nodig is. Op het terrein wordt vanwege de relatief lichtere werkzaamheden maar een beperkt deel van het motorvermogen aangesproken. In het model zijn bronvermogen ingevoerd van de verschillende activiteiten met verschillende bronvermogens. In plaats van een shovel of kraan kan ook ander materieel worden ingezet voor een werk. Denk aan een zware heftruck. Lossen containers, zeef bron Cw, Z, S06 Aangenomen is dat per dag 5 containers worden verwisseld (Cw) waarbij de vrachtwagen gedurende 3 minuten met een verhoogd toerental de container optrekt. De schudzeef wordt circa 3 uur per dag ingezet. Een extra shovel (S06) verzorgt de toe- en afvoer van de zeef. Wachten bij de weegbrug, Wb De boven omschreven werkzaamheden zijn bepalend voor het geluid naar de omgeving. Voor de volledigheid zijn ook alle overige activiteiten in het model opgenomen die mogelijkerwijs een bijdrage kunnen leveren aan het geluid naar de omgeving zoals het wegen van de vrachtwagen.

In de dagperiode is uitgegaan van 20 wegingen waarbij de wagens 2 minuten staat te wachten. In de avond- en nachtperiode worden de wagens alleen op het terrein gestald en is het wegen niet nodig. Verwaarlozingen Bij het opstellen van het onderzoek zijn alle geluidbronnen meegenomen die mogelijkerwijs een bedrage kunnen leveren aan de geluidbelasting ter plaatse van de woningen. De geluidbelasting wordt bepaald op dagen dat al het materieel buiten aan het werk is en niet in de werkplaats staat. Van enkele geluidbronnen is op voorhand duidelijk dat deze geen bijdrage zullen leveren en zijn daarom verwaarloosd. Het gaat hierbij om: - Het geluid door de gevels van de werkplaats, - Kleinere lichtere afzuigingen (toilet e.d)

11

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

Puinbreken Pb, S07 Tijdens het gebruik van de puinbreker laadt een kraan de puinbreker. Het gebruik van de kraan is mee gemeten in de geluidmetingen met het gebruik van de puinbreker en op deze wijze betrokken in het onderzoek. In het rekenmodel is een extra geluidbron opgenomen voor een shovel die het gebroken granulaat wegrijdt. Er is een extra tijd van 4 uur aangehouden. Samen met de tijd van de shovel voor overige activiteiten is de shovel op de dagen dat wordt gewerkt de gehele dag (8 uur) in werking. Op verzoek van omwonenden zijn extra maatregelen getroffen in de vorm van hogere afscherming. De puinbreker wordt in RBS2 achter een blokkenwand geplaatst om het geluid richting het noordoosten op korte afstand af te schermen (Levenkamp 6). In het model is ook de zeef achter dit scherm gezet zodat het geluid van het zeven (RBS1) ook verminderd ter plaatse van de woningen. Om de plaatsing van dit scherm mogelijk te maken, zal het laden met puin van de breker via de zuidzijde moeten plaatsvinden. Deze ruimte is fysiek aanwezig maar nog niet als zodanig bestemd. Het gebruik van deze ruimte maakt de maatregel van het puinbreken achter een afscherming uitvoerbaar. Om een goed vergelijk te kunnen maken van het effect van het geluidscherm zijn vier verschillende varianten doorgerekend. De resultaten zijn opgenomen in de genoemde bijlagen.

Bijlage 4-1: Bijlage 4-2: Bijlage 4-3: Bijlage 4-4:

resultaten per punt LAr,LT zonder afscherming zonder puinbreken resultaten per punt LAr,LT zonder afscherming met puinbreken resultaten per punt LAr,LT met afscherming zonder puinbreken resultaten per punt LAr,LT met afscherming met puinbreken

De bijlage 4-3 en 4-4 zijn de waarden tijdens RBS1 en de RBS2. De waarden in de bijlagen 4-1 en 4-2 zouden de waarden zijn indien geen scherm wordt geplaatst.

12

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

5.4

TONAAL GELUID In geval van geluid met een tonaal karakter dient er op het gemeten of berekende langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau vanwege de gehele inrichting een toeslag van 5 dB in rekening te worden gebracht. De toeslag wordt alleen toegepast voor dat deel van de beoordelingsperiode dat er sprake is van tonaal geluid. Deze beoordelingsperioden worden aangeduid met bedrijfstoestand A en B waarbij B de tonale situatie is. Het is lastig in te schatten wanneer het achteruitrijsignaal optreedt en welke bedrijfstoestand op dat moment plaatsvindt. Als er een heftruck en een shovel werken en op dat moment een vrachtwagen achteruit rijdt, zal de geluidbelasting tijdens die bedrijfstoestand hoger zijn dan op een moment een vrachtwagen op een terrein zonder activiteiten achteruit inparkeert. Om een inschatting te maken is daarom uitgegaan van gemiddelde geluidniveaus. Hierbij wordt verondersteld dat ergens op het terrein gedurende 10 % van de beoordelingsperiode (1.2 uur in de dag, 0.4 uur in de avondperiode en 0.8 uur in de nachtperiode) een achteruitrijsignaal hoorbaar is. Deze aanname komt overeen met elke 2 minuten een signaal gedurende 12 seconden. De toeslag voor tonaal geluid moet als volgt worden verwerkt: In de bedrijfstoestand a is er geen tonaal geluid gedurende 90% van de tijd en geldt een toeslag Ka van 0 dB.

90% komt overeen met een bedrijfsduurcorrectie Cba van 10*log(0.9)=-0.46 dB. In de bedrijfstoestand b is er tonaal geluid gedurende 10% van de tijd en geldt een toeslag Kb van 5 dB. 10% kunt overeen met een bedrijfsduurcorrectie Cbb van 10*log(0.1)=-10 dB. Deze aanpak leidt (volgens formule 5.5 in hoofdstuk 5 van de HMRI 1999) tot een verhoging van de beoordelingsgrootheid van : 10*log(10^((Ka+Cba)/10)+10^((Kb+Cbb)/10)= 0.85 dB Door in het rekenmodel van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau een negatieve demping op te nemen van 0.85 dB is de achteruitrijsignalering verwerkt voor deze inrichting.

13

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

6

Vaststelling bronvermogen Uitgangspunt bij de berekeningen zijn de bronvermogens van het geluid van de verschillende activiteiten. De huidige locatie is bezocht voor het doen van geluidmetingen. Waar mogelijk zijn de activiteiten in het verleden ingemeten. In het onderstaande is aangegeven van welke bronvermogens in het rekenmodel is uitgegaan.

6.1

BRONVERMOGEN BEDRIJFSEIGEN MATERIEEL De metingen die in het verleden zijn uitgevoerd bij dit bedrijf zijn uitgewerkt tot bronsterktes die in bijlage 1 zijn opgenomen. De metingen zijn voorzien van een foto zodat de bronnen eenvoudig te herkennen zijn. De volgende bronsterktes LwA zijn door meting bepaald en conform de rekenmethode II.2 van de HMRI 1999 uitgewerkt: Bijlage 1-1: Wachten op de weegbrug (Wb) Bijlage 1-2: Puinbreker SBM MFL 130-130 (Pb) Bijlage 1-3: Wisselen van containers (Cw)

6.2

94.0 dB(A) 116.1 dB(A) 104.5 dB(A)

BRONVERMOGEN SHOVEL, KRAAN, VRACHTWAGENS EN BUSJES Voor de emissierelevante bronvermogens van vrachtwagens (Vw1) is uitgegaan van de publicatie in het blad Geluid (maart 2013) met titel “Geluidsvermogens van vrachtwagens bij lage snelheden”. Vanaf bijlage 1-8 is deze publicatie opgenomen. In deze publicatie wordt een gemiddeld geluidvermogenniveau per rijsnelheid bepaald aan de hand van circa 1000 geluidmetingen uitgevoerd in praktijksituaties. De volgende bronvermogens worden vermeld voor zware vrachtwagens:

Snelheid [km/u] 0 (stationair) 10 15 20 25 30 35

LWReq,gem [dB(A)] 95,0 102,2 102,2 102,4 102,5 103,7 103,9

In het voorliggend onderzoek zijn de bovengenoemde bronvermogens gehanteerd bij de betreffende rijsnelheid. De spectrale gegevens zijn tevens verwerkt zoals genoemd in de genoemde publicatie van maart 2013. De bronvermogens voor zware en middelzware vrachtwagens verschillen niet veel. Door het hoogste bronvermogen te hanteren (zware vrachtwagen) zijn de beide typen meegenomen in dit onderzoek. Voor het geluid naar de omgeving is het geluid van de dieselmotor bepalend, of deze motor nu in een vrachtwagen, shovel, tractor of kraan is gemonteerd maakt voor het geluid niet uit. Dit blijkt ook uit de op het terrein uitgevoerde metingen aan het overige materieel. De aangehouden rijbewegingen hebben dus betrekking op een breder spectrum aan voertuigsoorten. Voor de rijdende busjes en personenwagens is een bronsterkte Lw van 90 dB(A) aangehouden. Het bereik van een individuele bron kan variëren van 84 tot 94 dB(A) afhankelijk van de rijstijl, leeftijd en onderhoud.

14

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

6.3

PIEKGELUIDEN De optredende piekgeluiden worden veroorzaakt door het ontluchten van remmen van vrachtwagens, het storten van puin, laden en wisselen van containers, het dichtslaan van portieren enz. De piekgeluiden zijn bepaald door toeslagen toe te passen op de bronsterktes van de equivalente geluidniveaus. De toeslagen zijn afgeleid van de geluidmetingen die ter plaatse hebben plaatsgevonden. De volgende toeslagen zijn gehanteerd: -

Bronnen vrachtwagens (zie bijlage 1-13) Shovels en kranen Laden puinbreker

+3 dB +15 dB. +10 dB.

Lw= 105 dB(A) Lw= 117 dB(A) Lw= 126 dB(A)

Bij het wegrijden van vrachtwagens is uitgegaan van het rustig wegrijden van een moderne vrachtwagen. Volgens de CROW publicatie 112 zijn dan piekgeluiden te verwachten van 76 dB(A) op een afstand van 7.5 meter. Deze waarde komt overeen met een bronvermogen van 105 dB(A). Tevens zijn afzonderlijke bronnen ingevoerd op posities waar relatief hogere piekgeluiden kunnen optreden. De volgende bronnen zijn opgenomen: Verwisselen container LAmax (bijlage 1-5)

120.3 dB(A)

Voor het bepalen van het LAmax is een afzonderlijk rekenmodel opgesteld waarin de genoemde toeslagen op de bronsterktes zijn verwerkt. De gebruikte bronsterktes zijn opgenomen als bijlage 3-5. De resultaten van de berekening met dit model zijn opgenomen in bijlage 5-1 en 5-2. De hoogste waarde kan worden beschouwd als de maximaal optredende piekgeluiden conform rekenmethode Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999.

15

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

7

Maatregelen en gebruik terrein In figuur 1-1 is in een luchtfoto het huidig terrein weergegeven. Maatregelen in het overdrachtsgebied (geluidschermen) hebben het meeste effect als deze zo dicht mogelijk bij de bron staan én de lijn tussen de bron en de ontvangers doorbreken. In figuur 1-1 is te zien dat er drie woningen in de directe nabijheid zijn gelegen. Dit zijn woningen aan de noordwestzijde, de noordoostzijde en de zuidoostzijde (punt 01,02 en 03). Om het geluid richting de punten 01, 02 en 03 te reduceren, is afscherming noodzakelijk aan drie zijden van de puinbreker op relatief korte afstand van de breker. In figuur 2-1 is logistiek de meest wenselijke locatie van puinbreken opgenomen waarbij ook het achter terrein wordt gebruikt. In figuur 2-2 is een situatie opgenomen met een afschermende maatregel. Door het vergroten van de afstand tussen de puinbreker en de woningen neemt ook de geluidbelasting af. Om de geluidbelasting verder te reduceren en de afscherming mogelijk te maken, zal de puinbreker achter een scherm moeten worden geplaatst. Het laden van de breker kan dan vanaf de zuidwestzijde plaatsvinden. Deze wijze van werken vergt wel meer ruimte aan de achterzijde van het terrein. Dit terrein is in eigendom van het bedrijf en kan worden ingezet om het puinbreken achter het geluidscherm mogelijk te maken.

Het scherm kan bestaan uit een afscherming in de vorm van megablocks. Er wordt uitgegaan van de situatie dat het geluidscherm van 4.5 meter permanent op het terrein aanwezig is en dat het materieel de ruimte krijgt om hier omheen te werken. Eventueel is een ander soort scherm mogelijk. Voorwaarde is wel dat het een gesloten scherm betreft met voldoende geluidisolatie (> 25 dBA) zodat ook laagfrequent voldoende afscherming optreedt. In de zuidoostelijk richting is reeds een wal aanwezig. Voor deze wal wordt een keerwand geplaatst om het geluid richting punt 01 af te schermen. Het hogere scherm heeft effect op de dagelijkse bedrijfsituatie plus de puinbreker. Op het geluid naar de omgeving permanent te verlagen is ervoor gekozen om de wand aan de noord-, west-, en zuidzijde te verhogen De opstelling van de schermen is een vaste opstelling. De breker maakt hier niet het gehele jaar gebruik van. Om de maatregelen verder effectief in te zetten wordt ervan uitgegaan dat ook het zeven achter deze afscherming gaat plaatsvinden. Voor een goed vergelijk tussen de geluidbelasting met en zonder geluidscherm zijn in de onderstaande tabel de waarde voor RBS1 (zonder breker) en RBS2 (met breker) weergegeven met en zonder geluidscherm. Alleen de dagwaarden zijn opgenomen. De berekeningen zijn opgenomen als bijlage 4.

Tabel 7.3 rekenresultaten LAr,LT voor de RBS1 en RBS2 met en zonder scherm Waarden dagperiode in dB(A) RBS1 RBS2 RBS1 RBS2 Hoogte: 1.5m (dagperiode) Zonder scherm Zonder scherm Met scherm Met scherm 59 01: Levenkamp 3 47 36 42 58 02: Levenkamp 6 44 38 43 49 03: Levenkamp 7a 41 40 44 62 04: Vergunningpunt 50m Z-W 51 44 62 50 05: Possenweg 3 (300m zw) 38 33 38 49 06-07: Levenkamp 7 39 38 45 51 08: Possenweg 5 (300m zw) 39 33 38 LAr,LT: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in dB(A). Dit is het gemiddeld geluidniveau dat ter plaatse van de waarneempunten optreedt (toeslag tonaal is verwerkt).

Uit de rekenresultaten blijkt dat door voldoende afstand te houden en het geluid af te schermen kan tijdens het breken van puin worden voldaan aan de richtwaarden voor buitengebied uit de VNG-Publicatie ter plaatse van woningen van 45 dB(A) zoals beschreven in paragraaf 3.1. In de volgende paragrafen wordt uitgegaan van een situatie dat het scherm bij de puinbreker wordt geplaatst én de afscherming rond het terrein wordt verhoogd. In figuur 5 is een geluidcontour opgenomen met en zonder afscherming tijdens het breken. Op deze wijze is een goed vergelijk mogelijk. 16

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

8

Resultaten Met behulp van het ter beschikking gestelde kaartmateriaal en met de bovengenoemde gegevens betreffende de representatieve bedrijfssituatie en de bepaalde bronsterktes, is een computermodel opgesteld waarmee op elk punt in de omgeving de geluidbelasting kan worden bepaald. In de onderstaande tabellen wordt inzicht gegeven in de geluidbelasting bij de representatieve bedrijfssituatie RBS1 en de RBS2. Buiten de ingevoerde bodemgebieden is gerekend met een bodemfactor van 1.0. De optredende Langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus en de maximale A-gewogen geluidsniveaus zijn voor de dag- avond- en nachtperiode weergeven. In figuur 3 is een grafische weergave van het computermodel opgenomen. De invoergegevens zijn opgenomen als bijlage 3. De rekenresultaten zijn opgenomen als bijlage 4 t/m 6. In figuur 5 is een geluidcontour opgenomen van de te verwachten geluidbelasting tijdens de RBS1 en RBS2. Ook de berekende waarden op de rekenpunten zijn in deze figuur weergegeven.

8.1

LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU Tijdens de representatieve bedrijfssituatie RBS1 is de puinbreker niet in werking. Op de dagen dat RBS1 plaatsvindt met het zeven achter de afscherming worden de volgende waarden verwacht. Tabel 8.1 rekenresultaten LAr,LT voor de RBS dagelijks Rekenpunt

dag (dB(A)) avond (dB(A)) nacht (dB(A)) Ho=1.5m Ho=5m Ho=5m 01: Levenkamp 3 36 27 24 02: Levenkamp 6 38 29 26 03: Levenkamp 7a 40 33 30 04: Vergunningpunt 100m Z-W 49 31 28 05: Possenweg 3 (300m zw) 33 18 15 06-07: Levenkamp 7 38 36 33 08: Possenweg 5 (300m zw) 33 19 16 LAr,LT: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in dB(A). Dit is het gemiddeld geluidniveau dat ter plaatse van de waarneempunten optreedt.

De geluidbelasting tijdens de RBS is op alle punten lager dan 40 dB(A) etmaalwaarde. De puinbreker is 12x per jaar, alleen in de dagperiode in werking tijdens RBS2. Op dagen dat de puinbreker in werking is, en ook de activiteiten van de RBS1 plaatsvinden, wordt de volgende geluidbelasting verwacht. Tabel 8.2 rekenresultaten LAr,LT voor de RBS2 puinbreken Rekenpunt

dag (dB(A)) Ho=1.5m 01: Levenkamp 3 42 02: Levenkamp 6 43 03: Levenkamp 7a 44 04: Vergunningpunt 100m Z-W 62 05: Possenweg 3 (300m zw) 38 06-07: Levenkamp 7 45 08: Possenweg 5 (300m zw) 38 LAr,LT: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in dB(A). Dit is het gemiddeld geluidniveau dat ter plaatse van de waarneempunten optreedt.

Berekeningen zijn opgenomen als bijlage 4 en grafisch weergegeven in figuur 5-2.

17

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

De geluidbelasting tijdens RBS1 en 2 is op alle punten gelijk of lager dan de ambitiewaarde voor buitengebied van 45 dB(A). Hierbij is rekening gehouden met de toeslag van 0.8 dB voor het eventueel herkenbaar zijn van de achteruitrij signalering (hoofdstuk 5.2). Voorwaarde hierbij is wel dat de puinbreker zo dicht mogelijk tegen de keerwand wordt geplaatst. 8.2

MAXIMALE A-GEWOGEN GELUIDNIVEAUS De maximale geluidniveaus worden in de dagperiode bepaald door het komen en gaan van voertuigen, het werken met materieel op het terrein en het laden en lossen van voertuigen en het laden van de puinbreker. In de onderstaande tabel zijn de waarden bij de woningen en de referentiepunten opgenomen. Tabel 8.3 rekenresultaten LAmax voor de RBS1 en RBS2 Rekenpunt

dag (dB(A)) avond (dB(A)) nacht (dB(A)) Ho=1.5m Ho=5m Ho=5m 01: Levenkamp 3 60 51 51 02: Levenkamp 6 57 55 55 03: Levenkamp 7a 58 57 57 04: Vergunningpunt 100m Z-W 62 54 54 05: Possenweg 3 (300m zw) 51 41 41 06-07: Levenkamp 7 57 60 60 08: Possenweg 5 (300m zw) 51 42 42 LAmax:: Maximale A-gewogen geluidsniveau. Dit zijn de piekgeluiden die ter plaatse van de waarneempunten kunnen optreden en worden bepaald inclusief meteocorrectie.

Berekeningen zijn opgenomen als bijlage 5. De optredende maximale geluidniveaus bij woningen van derden blijven lager dan 65 dB(A) in de dagperiode, 60 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. In de dagperiode, als de toetsingshoogte 1.5 meter bedraagt, worden de piekgeluiden veroorzaakt door het wisselen van een container of het laden van een puinbreker en gebruik van het materieel. In de dag- en avondperiode wordt voldaan aan de richtwaarde voor dit gebied zoals is aangegeven in de VNG-Publicatie (paragraaf 3.1). In de nachtperiode zijn de piekgeluiden hoger dan 55 dB(A), zijnde de richtwaarde voor de nachtperiode. In de nachtperiode wordt het piekgeluid bepaald door het vroeg vertrek van vrachtwagens. Deze activiteit voldoet wel aan de maximaal te vergunnen waarde van 60 dB(A) zoals genoemd in stap 3 van de VNG Publicatie. Omdat het vertrek van vrachtwagens een reeds toegestane activiteit is, vormt het aspect maximale A-gewogen geluidniveaus geen belemmering voor de vergunningverlening.

18

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

8.3

INDIRECTE HINDER Indirecte hinder wordt voornamelijk veroorzaakt door het komen en gaan van circa 30 vrachtwagens of andersoortige voertuigen en 10 personenwagens heen en terug langs de woningen. In de avond- en nachtperiode komen of gaan maximaal 3 vrachtwagens. Om de geluidbelasting ten gevolge van deze wagens te bepalen is een rekenmodel opgesteld conform HMRI 1999. In figuur 4 is een weergave van dit model opgenomen waarop de rijlijn is gemodelleerd. De ligging van de punten is gewijzigd. De punten zijn gekozen op het punt van de gevel waar de hoogste geluidbelasting als gevolg van indirecte hinder mag worden verwacht. Gerekend is met een rijsnelheid van 30 km/u. Deze snelheid is ter plaatse representatief op het moment dat de vrachtwagens vertrekken. Voor een rijdende vrachtwagen of ander voertuig (kraan, tractor) met deze snelheid is een bronsterkte gehanteerd van 104 dB(A). Verder is aangenomen dat alle wagens komen en gaan via dezelfde zijde. Dit is verwerkt door in het model uit te gaan van het dubbele aantal rijbewegingen. In bijlage 7-1 zijn de rekenresultaten opgenomen. Tabel 8.4 rekenresultaten LAeq indirecte hinder Rekenpunt

dag (dB(A)) avond (dB(A)) nacht (dB(A)) Ho=1.5m Ho=5m Ho=5m 01: Levenkamp 3 45 41 37 02: Levenkamp 6 38 35 32 03: Levenkamp 7a 47 42 39 04: Vergunningpunt 100m Z-W 26 23 20 05: Possenweg 3 (300m zw) 21 16 14 06-07: Levenkamp 7 46 42 39 08: Possenweg 5 (300m zw) 21 18 14 LAeq: Equivalent geluidsniveau als gevolg van het komen en gaan van voertuigen buiten de inrichting.

Berekeningen zijn opgenomen als bijlage 6-1. De nachtperiode is maatgevend voor de etmaalwaarde. De geluidbelasting in de nachtperiode wordt veroorzaakt door de melkwagens die (kunnen) vertrekken vanaf de (melk)stalling. De geluidbelasting op alle punten is gelijk of lager dan de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.

19

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

9

Beperking geluidemissie / BBT Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning dient de vergunningverlener te beoordelen of door de inrichting voldoende moeite is of zal worden gedaan om eventuele milieuhinder zoveel mogelijk te beperken. Hiervoor wordt het begrip BBT gehanteerd. De definitie is als volgt: Beste Beschikbare Technieken: voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld; Het betreft hier een bestaand bedrijf. Binnen de mogelijkheden is zoveel als mogelijk rekening gehouden met het aspect geluid. Om het geluid naar de omgeving te reduceren is de meest gunstige positie gekozen voor de opstelling puinbreker en de afscherming.

In de geluidcontouren in figuur 5-1 en 5-2 is het verschil te zien in het breken met en zonder geluidscherm. De schermen rond het terrein zijn verder verhoogd om het geluid ter plaatse van de omliggende woningen zoveel als mogelijk te beperken tijdens de dagelijkse activiteiten. Door het houden van voldoende afstand tussen de puinbreker en de woningen en door het puinbreken achter een scherm te laten plaatsvinden zoals in figuur 2-2 is aangegeven is de geluidbelasting bij woningen niet hoger dan de richtwaarde voor gemengd gebied. Dor het verhogen van de schermen rond de inrichting kan bij de woningen van derden tijdens de dagelijkse RBS1 worden voldaan aan een etmaalwaarde van 40 dB(A).

20

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

10

Conclusie In opdracht van Atop Recycling B.V. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidbelasting als gevolg van de activiteiten van dit bedrijf vast te stellen. Het bedrijf is gelegen in het buitengebied van Laren. De geluidbelasting naar de omgeving wordt inzichtelijk gemaakt op de dagen dat de puinbreker niet op het terrein in werking is (RBS1) en op de 12x per jaar dat een puinbreker wordt ingezet (RBS2). Zelfs tijdens de dagen dat de puinbreker wordt ingezet (RBS2) is de te toetsen geluidbelasting, (zijnde het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau), op alle woningen gelijk of lager dan de ambitiewaarde voor buitengebied van 45 dB(A). De toeslag voor het herkenbaar zijn van de achteruitrijsignalering is hierin verwerkt. Tijdens de dagelijkse bedrijfssituatie (RBS 1) is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau zelfs niet hoger dan 40 dB(A). De maximale A-gewogen geluidsniveaus ter plaatse van woningen van derden die moeten worden getoetst aan de voorschriften, zijn lager dan 65 dB(A) in de dagperiode. In de avond- en nachtperiode worden de maximale geluidniveaus bij woningen van derden bepaald door het komen en gaan van voertuigen. Vanwege de afscherming zijn de optredende geluidniveaus op de gevels van de woningen sterk afhankelijk van de toetsingshoogte. Er wordt verzocht om geen lagere waarden in de vergunning op te nemen dan gebruikelijk zijnde resp.

70, 65 en 60 dB(A) voor de dag- avond- en nachtperiode. Ter plaatse van alle woningen is de geluidbelasting als gevolg van indirecte hinder lager dan de voorkeursgrenswaarde genoemd in de circulaire indirecte hinder. Hengelo, 14 juni 2024

Ing. R. Herik

21

Akoestisch onderzoek – ATOP Recycling Levenkamp 5 – 19.125.01 versie 05

LAr,LT model 19.125.01 Atop Laren breken in U

Akoestisch Buro Tideman Figuur 1-1 Toetspunten

Liggng van de beoordelingspunten

0m

100 m schaal = 1 : 4000

471200

Atop Laren bestaand

03 02

01 470800

Puinbreken 04

05

470400

220400 220800 Industrielawaai - IL, [Versie 19.125.01 Atop recycling Levenkamp - LAr,LT model 19.125.01 Atop Laren breken in U] , Geomilieu V5.20

LAr,LT model 19.125.01 Atop Laren breken in U

Akoestisch Buro Tideman Figuur 1-2 Toetspunten

0m

100 m schaal = 1 : 4000

471200

03 06

07 02

01 470800

04

08 05

470400

220400 220800 HMRI, industrie, [19.125.01 versie 05 Atop recycling Levenkamp - LAr,LT model 19.125.01V05 Atop Laren wallen met scherm] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Akoestisch Buro Tideman

Figuur 2-1

Atop

Laren Locatie: Levenkamp 5

Definitief 07-07-2023

nieuwe situatie Naam

Datum

1

Epi

28-05-2018

2

Ebo

11-10-2019

3

Ebo

08-06-2021

4

Ebo

5

14-10-2022 Ebo

Projectleiding

Formaat

Schaal

A1

1:

Tekeningnummer

Figuur 2-2

Akoestisch Buro Tideman Figuur 3-1 Detail puntbronnen Mobiele bron Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen

0m

70 m schaal = 1 : 1686

471000

07 03

06 02

Vw

S07 Z K01Breker S06 S05

5 Vw0

S04

Wp Wb Vw 01

K02 S03

Pw 02

02

3 10 00V4w VPww

Hd

Kw Cw01 02 Cw02

S02

K03

S01 01

470800

04

220800 HMRI, industrie, [19.125.01 versie 05 Atop recycling Levenkamp - LAr,LT model 19.125.01V05 Atop Laren wallen met scherm] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Akoestisch Buro Tideman

LAr,LT model 19.125.01 versie 05

Detail puntbronnen Mobiele bron Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen

07

03

06

02

0m

40 m

Vw 02

K Cw01 w0 2

Cw02

03

5 Vw0

1Vw 040 w VwP

Wp 470900

Hd

S04

K01 Z Breker

Wb

Vw 01

K02

S07

Pw 02

schaal = 1 : 1000

S02

S03 S06

K03

S05

01

Figuur 3-2

220700 220800 HMRI, industrie, [19.125.01 versie 05 Atop recycling Levenkamp - LAr,LT model 19.125.01V05 Atop Laren wallen met scherm] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Akoestisch Buro Tideman

Akoestisch Buro Tideman

S01

Akoestisch Buro Tideman Figuur 3-3 Bodemgebieden Gebouwen Schermen

0m

70 m schaal = 1 : 1686

4

471000

O-06

O-04

O-05 O-01

Bz01

B06

B05 KwO-23 02

O-02

B03 O-20

O-03

B01 Kw01

O-21 Kw01 Wal03

Opslag

Opslag

Kwb01 B08

O-26 B02 O-24

Kwb01 Kw01 Wal01

Kw02 Wal02

Kw01 Wal03

O-08 B07

470800

O-09

O-10

220800 HMRI, industrie, [19.125.01 versie 05 Atop recycling Levenkamp - LAr,LT model 19.125.01V05 Atop Laren wallen met scherm] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Akoestisch Buro Tideman

LAeq model 19.125.01 Atop Laren

Akoestisch Buro Tideman

Indirecte hinder

Figuur 4 Detail puntbronnen Mobiele bron Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen

0m

80 m schaal = 1 : 2000

03

471000

07

06 02 Pw

Vw

Kw 02

01

470800

04

220600 220800 HMRI, industrie, [19.125.01 versie 05 Atop recycling Levenkamp - LAeq model 19.125.01V05 Atop Laren indirecte hinder] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Akoestisch Buro Tideman

LAr,LT model 19.125.01 Atop Laren

Akoestisch Buro Tideman Figuur 5-1

Geluidcontour zonder afscherming Toetspunten 40 periode:

Etmaalwaarde

40 dB(A) 45 dB(A) 50 dB(A) 55 dB(A) 60 dB(A) 65 dB(A) 40 99 dB(A)

45

40

471200

45 40

0m

200 m

45 schaal = 1 : 5000

50

50

45

40 07 03 06

50 55

45 50

60

55 02

55

65

01 60

470800

04 60 45

55 55

50

50

45

50

08 50 05

50 40

45

470400

45 40 45 45 0 220400 220800 HMRI, industrie, [19.125.01 versie 05 Atop recycling Levenkamp - LAr,LT model 19.125.01 Atop Laren geen mtrgl] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Akoestisch Buro Tideman

LAr,LT model 19.125.01 Atop Laren breken in U

Akoestisch Buro Tideman Figuur 5-2

Geluidcontour met afscherming Toetspunten periode:

Etmaalwaarde

40 dB(A) 45 dB(A) 50 dB(A) 55 dB(A) 60 dB(A) 65 dB(A) 99 dB(A)

45 40 471200

45 0m

200 m schaal = 1 : 5000

50

55

45

40

07 03 06

02

60

65 60

50

01

50

470800

45

04

55

40 50

50 45

45

08 05 40

470400

45

40

220400 220800 HMRI, industrie, [19.125.01 versie 05 Atop recycling Levenkamp - LAr,LT model 19.125.01V05 Atop Laren wallen met scherm] , Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Akoestisch Buro Tideman

Bijlage 1-1

Bijlage 1-2

Bronsterkte berekeningen geconcentreerde bronmethode (methode II.2, HMRI 1999) Project Geluidbron Datum en tijd meting Beschrijving geluid Stoorlawaai Bronhoogte [m] Meetafstand [m] (<20) Meethoogte [m]

Lp [dB(A)] Dgeo [dB] Dbodem [dB] Lw [dB(A)]

: : : : : : : :

Atop Recycling locatie Levenkamp 5 Puinbreker SBM MFL 130-130 22 april 2013 Gehele installatie inclusief zeef (tonaal, impulsvorming e.d.) geen, breken van menggranulaat (WitBo, 16-03-2011) 2 Bepaling halve of hele bol 25 Afstand bron-ontvanger 25.0 [m] 3.5 Omweg via bodem 25.6 [m] Bijdrage door bodem 2.9 [dB(A)] als >1,5 dB dan Db=-2 dB anders Db=0. 31.5 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 dB(A) 38.0 55.5 61.2 67.1 72.7 74.6 73.3 67.3 54.9 79.1 39.0 39.0 39.0 39.0 39.0 39.0 39.0 39.0 39.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 75.0 92.5 98.2 104.1 109.7 111.6 110.3 104.3 91.9 116.1

Gebruikte meetapparatuur (type 1 instrument volgens de standaard IEC 651 en IEC 225) Merk Type Geluidniveaumeter Rion NA27 Microfoon Rion UC-53A Voorversterker Rion NH-20 Calibrator (pistonfoon) Brüel & Kjær 4230 Weersomstandigheden Windsnelheid n.v.t. Windrichting n.v.t. Temperatuur n.v.t. Nat/Droog n.v.t.

[m/s] [-] [°C] [-]

Puinbreker SBM MFL 130-130

120.0

Geluidvermogen Lw in [dB(A)]

100.0

80.0

60.0

40.0

20.0

0.0 31.5

63

125

250

500

1000

Octaafbandfrequentie [Hz]

Schets meetsituatie

2000

4000

8000

Bijlage 1-3

Bronsterkte berekeningen geconcentreerde bronmethode (methode II.2, HMRI 1999) Project Geluidbron Datum en tijd meting Beschrijving geluid Stoorlawaai Bronhoogte [m] Meetafstand [m] (<20) Meethoogte [m]

Lp [dB(A)] Dgeo [dB] Dbodem [dB] Lw [dB(A)]

: : : : : : : :

Archief Grondzeef roterend Farwick 3 november 2004 Dieselmotor van de zeef geen 2 Bepaling halve of hele bol 25 Afstand bron-ontvanger 25.0 [m] 3 Omweg via bodem 25.5 [m] Bijdrage door bodem 2.9 [dB(A)] als >1,5 dB dan Db=-2 dB anders Db=0. 31.5 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 dB(A) 28.7 57.0 58.0 59.6 61.2 66.0 65.3 59.2 50.8 70.7 39.0 39.0 39.0 39.0 39.0 39.0 39.0 39.0 39.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 65.7 94.0 95.0 96.6 98.2 103.0 102.3 96.2 87.8 107.6

Gebruikte meetapparatuur (type 1 instrument volgens de standaard IEC 651 en IEC 225) Merk Type Geluidniveaumeter Rion NA27 Microfoon Rion UC-53A Voorversterker Rion NH-20 Calibrator (pistonfoon) Brüel & Kjær 4230 Weersomstandigheden Windsnelheid n.v.t. Windrichting n.v.t. Temperatuur n.v.t. Nat/Droog n.v.t.

[m/s] [-] [°C] [-]

Grondzeef roterend Farwick

120.0

Geluidvermogen Lw in [dB(A)]

100.0

80.0

60.0

40.0

20.0

0.0 31.5

63

125

250

500

1000

Octaafbandfrequentie [Hz]

Schets meetsituatie

2000

4000

8000

Bijlage 1-4

Bijlage 1-5

Bijlage 1-6

Bronsterkte berekeningen geconcentreerde bronmethode (methode II.2, HMRI 1999) Project : Geluidbron : Datum en tijd meting : Beschrijving geluid : Stoorlawaai : Bronhoogte [m] : Meetafstand [m] (<20) : Meethoogte [m] : LAmax minus LAeq :

Lp [dB(A)] Dgeo [dB] Dbodem [dB] Lw [dB(A)]

NTP Enschede HD spuit Kränzle stoomcleaner en lans 17-09-19 15:36 Waterspuit en compressor geen 1 Bepaling halve of hele bol 8.3 Afstand bron-ontvanger 8.3 [m] 1.5 Omweg via bodem 8.7 [m] 0.8 dB Bijdrage door bodem 2.8 [dB(A)] als >1,5 dB dan Db=-2 dB anders Db=0. 31.5 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 dB(A) 23.1 46.1 58.1 55.7 60.3 60.0 61.0 58.0 53.7 67.2 29.4 29.4 29.4 29.4 29.4 29.4 29.4 29.4 29.4 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 -2.0 50.5 73.5 85.5 83.1 87.7 87.4 88.4 85.4 81.1 94.6

Gebruikte meetapparatuur (type 1 instrument volgens de standaard IEC 651 en IEC 225) Merk Type Geluidniveaumeter Cirrus CR:171C Microfoon Cirrus MK: 224 Afstandsmeter Leica D510 Disto Calibrator (pistonfoon) Cirrus CR: 515 Weersomstandigheden Windsnelheid n.v.t. Windrichting n.v.t. Temperatuur n.v.t. Nat/Droog n.v.t.

[m/s] [-] [°C] [-]

HD spuit Kränzle stoomcleaner en lans

100.0 90.0

Geluidvermogen Lw in [dB(A)]

80.0 70.0 60.0 50.0 40.0 30.0 20.0 10.0 0.0 31.5

63

125

250

500

1000

2000

Octaafbandfrequentie [Hz]

Schets meetsituatie

4000

8000

Atop

19.125.01

Bijlage 1-7 II3 OPENING IN WAND ___________________________________________________________________________________________ Onderdeel : Bronnaam : MeetDatum : Meetduur : Type geluid : Temperatuur [°C] : Windsnelheid [m/s] : Hoek windricht [°] : RV [%] : Opp. meetvlak [m²] : Meetafstand [m] :

Geveldelen en dak Open deur werkplaats 20-9-2019 : : Continu ----20.00 0.00

Meetpunt 31.5 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 dB(A) —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— 1 20.5 37.6 48.9 60.0 61.6 62.2 62.4 59.0 33.7 68.3 —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Gem.niv. Lp : 20.5 37.6 48.9 60.0 61.6 62.2 62.4 59.0 33.7 68.3 Achtergr. meetpunt 31.5 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 dB(A) —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— 1* ----------—————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Achtergr : ----------Frequentie [Hz] : 31.5 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 dB(A) —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lp [dB(A)] : 20.5 37.6 48.9 60.0 61.6 62.2 62.4 59.0 33.7 68.3 Achtergr [dB(A)] : ----------10log(S) [dB] : 13.0 13.0 13.0 13.0 13.0 13.0 13.0 13.0 13.0 Delta Lf [dB] : 3.0 3.0 3.0 3.0 3.0 3.0 3.0 3.0 3.0 DI [dB] : 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lw [dB(A)] : 30.5 47.6 58.9 70.0 71.6 72.2 72.4 69.0 43.7 78.3

Source Explorer V2.20

19-12-2019 09:06:13

Bijlage 1-8

Geluidvermogens van vrachtwagens bij lage snelheden De geluidemissie van vrachtwagens die rijden binnen de grenzen van een bedrijfsterrein worden meegerekend bij de totale geluidemissie van die inrichting. Voor bepaalde bedrijven, zoals transportbedrijven en distributiecentra, zijn deze 'mobiele bronnen' een belangrijk onderdeel van de totale geluidemissie. Door: Ir. J.H. Granneman, ing. E.H.A. de Beer, ing. W. van der Maarl, C. Guzman

Over de auteurs: Jan Granneman, Eugène de Beer en Wim van der Maarl zijn adviseur, Camilo Guzman was stagiair bij Peutz bv.

a a n L E I DING

Peutz heeft in 1999 de geluidvermogens van vrachtwagens bij lage snelheden uitgebreid vastgesteld. Uitgaande van een economische levensduur van tien jaar voor vrachtwagens, is inmiddels een vrijwel geheel nieuwe ‘vloot’ in Nederland actief. Daarom is het onderzoek van 1999 herhaald.1 Dit artikel beschrijft de resultaten van het recente onderzoek en vergelijkt deze met het eerdere onderzoek om te zien of de geluidsemissie is veranderd.

Figuur 1: Industrieel comp lex met s ign ificante vrachtv erkee rsint ensitei t.

gezag. Mede om die reden is in 1999 in opdracht van verschillende branche-organisaties uitgebreid onderzoek gedaan naar de geluidemissie van langzaam rijdende vrachtwagens.2 Uit dat onderzoek bleek dat, naast soort vrachtwagen (zwaar of middelzwaar), de rijsnelheid en het rijgedrag de geluidbepalende factoren zijn. Over dit onderwerp zijn verder weinig publicaties bekend. Een Deens rapport van 2004 presenteert geluidemissiegegevens van vrachtauto's met lage snelheid, maar vanaf 30 km/uur.3 OND ERZ OEKSM ETHO D E

Statistiek Het CBS telt in Nederland ongeveer 200.000 vrachtvoertuigen, waaronder bussen. Voor het geluid zijn vooral het vermogen en de snelheid van de vrachtwagens van belang. Uitgaande van de standaarddeviatie van het onderzoek uit 1999 en een 95% betrouwbaarheidsinterval is afgeleid dat minimaal dertig voertuigen per snelheidsklasse nodig zijn om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. ISO-methode De methode voor het bepalen van de geluidemissie van voertuigen is beschreven in ISO 362:1998:4 op een testlocatie worden twee microfoons geplaatst tussen de lijnen AA' en BB' op 7,5 m uit de rij-hartlijn aan elke kant (zie figuur 2). De bestuurder nadert lijn AA' met een constante snelheid in tweede of derde versnelling. Wanneer de lijn AA' is bereikt moet de bestuurder het gas openen en versnellen tot de lijn BB' is bereikt. De maximale geluidniveaus gemeten door de microfoons aan weerszijden van de baan worden gemiddeld over het aantal passages.

ACHTE RGRON DEN

Op sommige bedrijfsterreinen leveren vrachtwagens belangrijke bijdragen aan de totale geluidemissie (zie bijvoorbeeld figuur 1). Dit betreft rijden en manoeuvreren met lage snelheden, stationair draaien van motoren en soms koelunits. Deze geluidemissie is slechts in beperkte mate technisch en/of organisatorisch te reduceren. De geluidgegevens van vrachtwagenfabrikanten zijn veelal bepaald conform genormaliseerde testprocedures voor gebruik op de openbare weg met snelheden hoger dan 50 km/uur, dus voor snelheden hoger dan op bedrijfsterreinen. Deze fabrieksgegevens zijn daarmee niet respresentatief voor de geluidproductie bij lagere rijsnelheden. De gehanteerde geluidvermogens zijn regelmatig onderwerp van discussie met het bevoegd 12

012-016_GEL01_ART03.indd 12

Figuur 2: Mee topst elling voor passeergel uid vo lge ns ISO 362.

geluid nummer 1 | maart 2013

geluid nummer 1 | maart 2013

05-03-13 16:33

Bijlage 1-9

De versnellingen en snelheden die ISO 362 voorschrijft zijn niet representatief voor bedrijfsterreinen. Om de geluidvermogens van vrachtwagens onder praktische bedrijfsomstandigheden te bepalen is een werkwijze gehanteerd die aansluit bij de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai'.5 Deze beschrijft de zogenaamde geconcentreerde bronmethode die geschikt is voor bronnen indien de meetafstand ten minste 1,5 keer groter is dan de grootste afmeting van de bron. Aldus is een meetprotocol gehanteerd dat rekening houdt met zowel de ISOmethode als de geconcentreerde bronmethode II.2. Aangenomen wordt dat de geluidproductie van de oplegger of aanhangwagen relatief laag is en irrelevant in vergelijking met dat van de trekker. De grootste afmeting van de bron (trekker) zou dan circa 10 meter zijn, leidend tot een gewenste meetafstand van 15 m. Twee microfoons zijn evenwel gebruikt, één op 7,5 m en één op 15 meter afstand van het midden van de rijlijn (zie figuur 3), teneinde: - metingen onderling te kunnen verifiëren, vooral wanneer de geluidsoverdracht wordt beïnvloed door verschillen in bestrating; - het moment te bepalen waarop het voertuig de kortste afstand tot de microfoons heeft, hetgeen het meest optimaal uit de metingen op 7,5 m kan worden afgeleid (zie ook figuur 3).

De gehele voertuigpassage wordt opgenomen om achteraf geanalyseerd te kunnen worden, en daaruit ook de gemiddelde snelheid van de passerende vrachtwagen te kunnen afleiden.

heeft op een zekere onderlinge afstand van elkaar. Een vereiste is dat het geluidniveau tijdens die seconde constant genoeg is om daaruit het geluidvermogen nauwkeurig vast te stellen. Dit blijkt het geval bij de metingen op 15 m, maar niet geheel voor de metingen op 7,5 m.

Figuur 4: G eluidnive au (L p ) tijdens passage als functie van de tijd.

Om inzicht te geven in de verschillen tussen voornoemde onderzoeksresultaten en het geluidvermogen gebaseerd op het maximaal optredende geluidniveau tijdens een passage conform ISO 362 zijn ook maximale geluidniveaus (LAmax) geanalyseerd (hoogst optredende waarde tijdens passage). De afstand tussen de geluidmeter en het hart van de rijlijn wordt gebruikt voor het berekenen van de geluidvermogens. Voor het Leq,1 treedt de grootste positie-onnauwkeurigheid op bij de hoogste rijsnelheid van 35 km/h met een maximale afstandfout van 0,8 m bij de geluidmeter op 15 m van de bron en 1,4 m bij de geluidmeter op 7,5 m van de bron. Aldus zijn de metingen met de geluidmeter het verst van de rijlijn het meest betrouwbaar. Berekeningen zijn uitgevoerd met de meetresultaten van beide meters. Het verschil tussen het berekende geluidvermogen van de ene meter in vergelijking met de andere is gemiddeld 1,1 dB. Het maximale geluidniveau over de analysetijd is ook berekend. Alle geluidvermogens zoals gepresenteerd in dit artikel zijn gebaseerd op de metingen op 15 m.

Figuur 3: Meetposities.

Voor stilstaande voertuigen, bijvoorbeeld aangedockt, is het geluidniveau vastgesteld op een afstand van ten minste 15 m van de cabine.

Voor aangedockte, stationair draaiende vrachtwagens is het gemiddelde geluidniveau over de gehele meetduur bepaald en als uitgangspunt voor de berekende geluidvermogens gehanteerd.

M ETINGE N E N AN ALYSES

De volgende parameters zijn beschouwd: • fabrikant; • type vrachtwagen en categorie (zwaar en middel zwaar); • beladingsgraad (geladen of niet geladen) • rijsnelheid; • soort wegdek; • rijomstandigheden; • aanwezigheid van een koelunit; • manoeuvreren; • stationair draaien (snelheid 0). De opgenomen geluidniveaus tijdens passeren zijn geanalyseerd met het software pakket Spectralyzer, ontwikkeld door Peutz. De analysetijd is 1 seconde. Het gemiddelde geluidniveau over een seconde (Leq,1) wordt bepaald rondom het moment van het hoogste geluidniveau tijdens de passage (zie figuur 4). Op die manier wordt het gemeten geluidniveau niet bepaald door plotselinge harde geluiden, maar door het gemiddelde geluid tijdens die seconde. Daarmee wordt ook beter verdisconteerd dat een vrachtwagen verschillende geluidbronnen (luchtinlaat, uitlaat) geluid nummer 1 | maart 2013

012-016_GEL01_ART03.indd 13

RESU LTATE N

Geluidmetingen zijn uitgevoerd aan circa 1000 vrachtwagens met rijsnelheden variërend van 10 tot 35 km/h, in klassen van 5 km/h op diverse bedrijfsterreinen, onder representatieve omstandigheden. Daarnaast wordt manoeuvreren nabij loaddocks respectievelijk stationair draaien van motoren (snelheid 0) gepresenteerd. De tabellen geven een samenvatting van de resultaten van de metingen en berekeningen, inclusief standaardafwijking (s) en het 95% betrouwbaarheidsinterval. In tabel 1 zijn de geluidvermogens LWReq,gem op basis van Leq,1waarden respectievelijk LWRmax,gem op basis van LAmax-waarden gegeven van alle passages ('totaal'), zonder onderscheid qua vrachtwagentype. Verschillen tussen Leq,1 en LAmax zijn ongeveer 1,0 dB gemiddeld. Vanwege de verschillende, 'ruimtelijk verdeelde' geluidbronnen van trucks (zoals luchtinlaat, uitlaat) worden de geluidvermogens op basis van Leq,1 beschouwd als de meest nauwkeurige en representatieve waarden voor de vrachtwagens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15902088/1