TOE Bijlage 13 Nota van Zienswijzen Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren
Tekst van het document
NOTA VAN ZIENSWIJZEN
BEHORENDE BIJ HET BESTEMMINGSPLAN
Levenkamp 5 Laren GEMEENTE LOCHEM
Datum:
juli 2025
Versie:
3
Auteurs:
gemeente Lochem
Inhoudsopgave
1
INLEIDING ........................................................................................................................................ 3
2
INGEKOMEN ZIENSWIJZEN .............................................................................................................. 4
3
2.1
Zienswijze 1 (Provincie Gelderland) ....................................................................................... 4
2.2
Zienswijze 2 ............................................................................................................................ 7
WIJZIGINGEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN .............................................................................. 11 3.1
Inleiding................................................................................................................................ 11
3.2
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen ....................................................................... 11
3.2.1
Regels ............................................................................................................................... 11
3.2.2
Toelichting........................................................................................................................ 11
3.3
Ambtshalve wijzigingen ....................................................................................................... 11
3.3.1
Regels ............................................................................................................................... 11
3.3.2
Toelichting........................................................................................................................ 12
2
1
INLEIDING
Het ontwerpbestemmingsplan ‘Levenkamp 5, Laren’ heeft op grond van artikel 3.8, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening van 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024 (6 weken) ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon eenieder een zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad van Lochem. Er zijn twee schriftelijke zienswijzen naar voren gebracht, binnen de daarvoor gestelde termijn. In hoofdstuk 2 zijn de ingekomen zienswijzen samengevat weergegeven en voorzien van een antwoord. Dat de zienswijze is samengevat betekent niet dat deze slechts gedeeltelijk is beoordeeld. Bij de beantwoording van de zienswijze is de volledige binnengekomen reactie betrokken. Naar aanleiding van deze zienswijzen is in het ontwerpbestemmingsplan op enkele onderdelen gewijzigd. Deze worden bij de beantwoording van de reacties expliciet genoemd en samengevat weergegeven in hoofdstuk 3.
3
2
INGEKOMEN ZIENSWIJZEN
Op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de ingekomen zienswijzen van natuurlijke personen om privacyredenen geanonimiseerd. Deze worden kortweg aangeduid als ‘indiener’.
2.1
Zienswijze 1 (Provincie Gelderland)
Reactie De provincie geeft aan dat de gronden van het plangebied binnen de Groene ontwikkelingszone (hierna: GO) liggen. In de GO is plaats voor ruimtelijke ontwikkelingen als die gekoppeld worden aan een investering in natuur en landschap. Bij een ruimtelijke ontwikkeling in GO moeten de kernkwaliteiten van het betreffende gebied per saldo en naar rato worden versterkt. De provincie constateert dat op hoofdlijnen goed is nagedacht over natuurversterkingsmaatregelen voor de GO, welke op de kaart zijn aangegeven en nader zijn beschreven. De inrichting en het beheer van de natuurelementen is uitgewerkt in het inrichtings- en beheerplan (bijlage 3 bij de toelichting op het bestemmingsplan) en er is een berekening van de versterkingssopgave en versterkingsmaatregelen toegevoegd (bijlage 4 bij de toelichting op het bestemmingsplan). Hoewel de provincie kan instemmen met de hoofdlijnen van het voorliggende plan, inclusief de inrichting, is er nog een aantal onduidelijkheden en enkele ontbrekende componenten in het plan. In een advies uit december 2023 zijn deze al door de provincie aangegeven, maar het ontwerpbestemmingsplan is hierop niet of nauwelijks aangepast. Daarmee wordt niet voldaan aan de regels voor de GO, zoals voorgeschreven in de provinciale Omgevingsverordening Gelderland.
De provincie concludeert dat het provinciale belang met betrekking tot de GO nog onvoldoende in het plan is meegewogen. De provincie vraagt om dit alsnog nader uit te werken, zoals hierna verder en puntsgewijs wordt toegelicht: 1. Onderzoek naar huidige natuurwaarde In de stukken ziet de provincie geen beschrijving van de huidige natuurwaarde in relatie tot de kernkwaliteiten van het gebied. Dit mag beknopt, maar is wel van belang in verband met de te nemen versterkingsmaatregelen (punt 2 hierna), in welke mate sprake is van versterking van huidige natuurelementen. De provincie geeft aan dat hiervoor wellicht de informatie uit de QuickScan voor Wet natuurbescherming (Wnb) kan worden gebruikt. Antwoord gemeente In het Ruimtelijk Kwaliteitsplan, dat als bijlage 1 bij de toelichting op het bestemmingsplan is opgenomen, is het hoofdstuk over de bestaande situatie van het erf (pagina 10) aangevuld met een beschrijving van de huidige natuurwaarden, in relatie tot de kernkwaliteiten van het gebied. Het aangepaste Ruimtelijk Kwaliteitsplan (d.d. 20 juni 2025) is als bijlage 1 bij de toelichting op het bestemmingsplan gevoegd.
2. Versterkingsmaatregelen GO De provincie geeft aan dat enkele versterkingsmaatregelen betrekking hebben op uitbreiding van al bestaande natuurelementen. Dit betreft de poel en de houtsingel langs het erf. Uitbreiding in oppervlakte mag volledig meetellen als versterking, maar als het om kwaliteitsverbetering gaat, mogen ze slecht gedeeltelijk meetellen. Uit de beschrijving van het plan lijkt 50% meetellen dan een reële optie. Het plan moet duidelijk maken waar sprake is van uitbreiding en waar van kwaliteitsverbetering. Dit moet vervolgens worden verwerkt in de puntentelling voor de versterkingsmaatregelen.
4
Antwoord gemeente Op pagina 16 van het aangepaste Ruimtelijk Kwaliteitsplan (d.d. 20 juni 2025) is een beschrijving gegeven van de te nemen versterkingsmaatregelen voor de GO. Aan de hand van deze beschrijving is beter inzichtelijk wanneer sprake is van uitbreiding dan wel kwaliteitsverbetering. In de figuur ‘Uitwerking concrete maatregelen’ op pagina 17 van dit document is in beeld gebracht waar de genoemde maatregelen worden uitgevoerd en toegepast. Deze aanpassingen hebben ook gevolgen voor Bijlage 4 ‘Versterkingsopgaven Groene Ontwikkelingszone’ bij de toelichting op het bestemmingsplan. De figuur in bijlage 4 wordt in overeenstemming gebracht met de figuur ‘Uitwerking concrete maatregelen’ op pagina 17 van het Ruimtelijk Kwaliteitsplan. En ook Tabel 3 in bijlage 4 met de puntentelling van de versterkingsmaatregelen wordt hierop aangepast. Uit de aangepaste tabel blijkt onder meer dat de poel nu gedeeltelijk wordt meegeteld, er niet meer uit wordt gegaan van nat schraalland, en de oppervlakte aan natuurlijke graslanden is vergroot. Hoewel het aantal versterkingspunten daarmee is afgenomen (was 3755 punten, wordt 2832,5 punten), wordt nog wel steeds voldaan aan het aantal vereiste punten voor versterking, namelijk 2700 punten.
Ook de toelichting van het bestemmingsplan wordt in overeenstemming gebracht met de aangepaste beschrijving van de versterkingsmaatregelen voor de GO, de bijbehorende versterkingspunten en de gewijzigde figuren waarop is aangegeven waar de maatregelen worden uitgevoerd en toegepast. Het betreft onder meer de beschrijving en afbeelding 3.4 onder het kopje ‘Groene ontwikkelingszone’ als onderdeel van paragraaf 3.1 ‘Gewenste ontwikkeling’ en de beschrijving in paragraaf 4.2.2.3 ‘Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsverordening Gelderland’. 3. Droog natuurgrasland ten zuidoosten van de bouwkavel De provincie ziet dat op de losse inrichtingskaart ten zuidoosten van de bouwkavel een perceel is aangegeven dat met droog natuurgrasland (perceel 7) is ingetekend. Vervolgens is deze meegeteld in de versterkingspunten. De provincie constateert dat dit perceel ontbreekt in het Inrichtings- en beheerplan en daarmee is niet duidelijk vastgelegd of dit onderdeel is van het plan. Antwoord gemeente De figuren in de verschillende documenten scheppen inderdaad wat verwarring. De figuur ‘Uitwerking concrete maatregelen’ op pagina 17 van het aangepaste Ruimtelijk Kwaliteitsplan (d.d. 20 juni 2025) dat als Bijlage 1 bij de bij de toelichting op het bestemmingsplan is opgenomen, vormt de basis.
Aan de hand van deze figuur blijkt dat het perceel ten zuidoosten van de bouwkavel met droog natuurgrasland wordt ingericht (aangegeven met nr. 6), evenals het compensatieperceel aan de overzijde van de weg (eveneens aangegeven met nr. 6). De oppervlakte hiervan bedraagt in totaal 1,48 hectare. Beiden percelen maken dus onderdeel uit van het plan. Daar waar in de verschillende documenten als onderdeel van het bestemmingsplan wordt verwezen naar een inrichtingskaart, worden deze inhoudelijk afgestemd op de figuren uit het aangepaste Ruimtelijk Kwaliteitsplan (d.d. 20 juni 2025). Concreet betekent dit dat de volgende Bijlagen ook worden aangepast: Toelichting: Bijlage 3 ‘Inrichtings- en beheerplan’; Toelichting: Bijlage 4 ‘Versterkingsopgave Groene Ontwikkelingszone’; Regels: Bijlage 1 ‘Erfinrichtingsplan’; Regels: Bijlage 2 ‘Inrichtings- en beheerplan’. 4. Nat schraalgrasland in het compensatieperceel De provincie constateert dat het grasachtige deel van het "compensatieperceel" in de rekentabel is meegeteld als "nat schraalgrasland". Maar het staat in het inrichtingsplan als extensief schraalgrasland op de kaart, en als kruiden- en faunarijkgrasland beschreven. De provincie geeft aan dat nat schraalgrasland meer versterkingspunten op kan leveren dan kruiden- en faunarijk grasland, maar 5
dan is wel onderbouwing nodig dat dit hier kan worden gerealiseerd. En wellicht zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals afgraven van (een deel van) van de bouwvoor. Antwoord gemeente Zoals uit het aangepaste (erf)inrichtingsplan blijkt, en ook al hiervoor bij de beantwoording onder punt 3 is aangegeven, wordt voor het compensatieperceel niet meer uitgegaan van ‘nat schraalgrasland’ maar van ‘droog natuurgrasland’. Dit vergemakkelijkt het beheer en de monitoring. De tabel in Bijlage 4 ‘Versterkingsopgave Groene Ontwikkelingszone’ met de puntentelling van de versterkingsmaatregelen wordt hierop ook aangepast.
5. Beheer van natuurgrasland Het beheer voorziet in 1 x per jaar maaien en afvoeren, maar als de grond nog voedselrijk is, dan is in de eerste jaren twee keer per jaar maaien nodig. Op termijn is het ook wenselijk een groter deel, minimaal 20%, over te slaan bij een maaibeurt, op telkens andere plekken. Verder staat bij de kaart vermeld dat het grasland niet wordt bemest. Graag ziet de provincie dit ook duidelijk vermeld bij de beschrijving van het beheer. Op de inrichtingskaart staat overigens vermeld 2 x per jaar maaien, dat komt niet overeen met de tekst en is ook niet geheel juist. Antwoord gemeente In de beschrijving van de te nemen versterkingsmaatregelen voor de GO op pagina 16 van het aangepaste ‘Ruimtelijk Kwaliteitsplan’ is het beheer van het natuurgrasland vermeld. Ook de inrichtingskaart/ figuur ‘Uitwerking concrete maatregelen’ (pagina 17) is hierop aangepast. Zoals reeds genoemd is het aangepaste Ruimtelijk Kwaliteitsplan (d.d. 20 juni 2025) als Bijlage 1 bij de toelichting op het bestemmingsplan gevoegd. Ook zullen de overige bijlagen hiermee in overeenstemming worden gebracht. 6. Monitoring De provincie geeft aan dat een pararaaf over monitoring ontbreekt. Het monitoringsplan moet voorzien in het volgen of de beplanting aanslaat in de eerste jaren, met zo nodig aanvulling van beplanting.
Verder is een beoordeling door een ecoloog nodig wanneer over kan worden gegaan tot minder frequent maaien van de natuurgraslanden. Antwoord gemeente In het aangepaste ‘Ruimtelijk Kwaliteitsplan’ (Bijlage 1 toelichting op het bestemmingsplan) is op pagina 16 een paragraaf over monitoring toegevoegd. Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
6
2.2
Zienswijze 2
Reactie Indiener verwijst naar een eerder opgestelde mail gericht aan de gemeenteraad van Lochem (d.d. 7 mei 2022), alsook hetgeen door indiener naar voren is gebracht aan de meningvormende tafel (d.d. 7 juni 2022). Indiener licht dit nog eens puntsgewijs toe: 1.
Indiener is en blijft van mening dat opslag, verwerken en breken van afval en puin niet in de omgeving van indiener zou moeten plaatsvinden en toegelaten, maar op een bedrijven-/industrieterrein. Indiener ondervindt er overlast van en de activiteiten van Atop hebben (daardoor) een zwaar negatief effect op de waarde van de woning van indiener.
Antwoord gemeente De bedrijfsactiviteiten van Atop Recycling zijn voor een belangrijk deel al toegestaan op de locatie Levenkamp 5 in Laren. Op grond van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Lochem 2010’ zijn binnen de huidige bedrijfsbestemming namelijk bedrijfsactiviteiten mogelijk zoals benoemd in de bij de regels behorende ‘Lijst van bestaande bedrijven (niet agrarisch)’. Voor de locatie Levenkamp 5 in Laren is dat een ‘Agrarisch loonbedrijf / recyclingbedrijf’. Echter, niet alle bedrijfsactiviteiten van Atop Recycling zijn planologisch toegestaan (zoals het breken van puin met behulp van een puinbreker). En in de loop der jaren zijn ook direct aangrenzende gronden in gebruik genomen die geen bedrijfsbestemming hebben. Om de juridisch planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie is een nieuw bestemmingsplan in procedure is gebracht. Neemt niet weg dat de gemeente de zorgen van indiener over de overlast deelt. Als onderdeel van het bestemmingsplan zijn mede daarom ook diverse milieuonderzoeken uitgevoerd om te bepalen of met de bedrijfsactiviteiten van Atop Recycling voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat. Zo is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Akoestisch bureau Tideman, 2024) waaruit blijkt dat met het treffen van diverse maatregelen voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat.
Deze maatregelen, de locatie van de puinbreker verder naar achteren op het bedrijfsperceel plaatsen en het verplicht aanleggen van geluidwerende voorzieningen (geluidsschermen en grondwallen) met vooraf bepaalde hoogten, zijn ook expliciet op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan vastgelegd. Daarbij geldt dat de te nemen geluidwerende voorzieningen ook in stand gehouden moeten worden. In de hiervoor bepaalde ‘voorwaardelijke verplichting’ is dat ook benoemd. Bovendien worden in de milieuvergunning van Atop Recycling stofbestrijdingsmaatregelen voorgeschreven, zoals: - Stuifgevoelige materialen worden opgeslagen in 3-zijdige bulkvakken; - In droge perioden en bij harde wind worden opslagen van stuifgevoelige materialen bevochtigd; - Tijdens het zandmengen en zandzeven zal bij droogte het materiaal bevochtigd worden; - Tijdens het breken zal het materiaal bevochtigd worden (bij droogte); - Tijdens overslag met de shovel/ wiellader wordt de lader niet boven maar in de container geleegd; - De aanleg van een sproei-installatie (of vernevelaar). Juist met het nemen van deze maatregelen treedt in vergelijking met de huidige feitelijke situatie een verbetering van het woon- en leefklimaat op. En door het vastleggen van deze verlichte maatregelen is het voor de gemeente ook mogelijk om handhavend op te treden als het bedrijf hieraan niet voldoet.
Voor vermindering van waarde van ontroerende zaken die het gevolg is van de wijziging van het bestemmingsplan geldt een planschaderegeling als bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Als indiener van mening is en blijft dat zijn woning door de regeling in het voorliggende
7
bestemmingsplan minder waard wordt, kan op basis van deze regeling een verzoek tot planschade bij de gemeente worden ingediend. Het indienen van een planschadeverzoek behoord tot de mogelijkheden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. 2.
Het bedrijf heeft indiener de indruk gegeven dat het bedrijf zijn uiterste best doet om de overlast voor indiener te beperken. Dat wordt op prijs gesteld door indiener. De vraag van indiener is of dat in de praktijk ook zo uitpakt, of de overlast inderdaad beperkt zal zijn. Dit zal moeten blijken. Indiener herhaalt met klem het verzoek aan de gemeente en andere overheidsinstanties die dit betreft om regelmatig de naleving van alle voorschriften en afspraken te controleren en waar nodig te handhaven. Ook en vooral in relatie tot gezondheids- en milieuaspecten. Als indiener het een en ander correct interpreteert, blijft het aantal keren dat Atop echt puin mag vergruizen beperkt tot 12 per jaar, tenzij... Indiener vertrouwt erop dat dat aantal pas opgetrokken kan worden als indiener ook heeft waargenomen dat door de inzet van geluidsarm materieel de door indiener ervaren overlast per keer inderdaad afneemt en indiener daarover ook bevraagd is door de gemeente.
Antwoord gemeente Het behoort tot de taak van de gemeente om toe te zien op naleving van de bestemmingsplanregels. Worden deze regels overschreden, dan kan hiertegen handhavend worden opgetreden. Verder heeft het bedrijf Atop Recycling een vergunning nodig om milieubelastende activiteiten uit te mogen voeren. Voor het beoordelen van de aanvraag omtrent de milieuvergunning en het toezicht op de vergunde milieubelastende activiteiten schakelt de gemeente de Omgevingsdienst Regio Achterhoek in. Ook hiervoor geldt dat indien de vergunde milieubelastende activiteiten niet worden nageleefd, hiertegen handhavend kan worden opgetreden. Indiener constateert verder terecht dat de puinbreker maximaal 12 dagen per jaar mag worden ingezet. Dit aantal dagen mag alleen onder bepaalde voorwaarden worden verhoogd (tot ten hoogste 25 dagen per jaar). In artikel 3.5.3 van het bestemmingsplan is hiervoor een regeling opgenomen in de vorm van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Zo mag er geen onevenredige aantasting plaatsvinden van het woon- en leefklimaat bij woningen in de omgeving én moet de bedrijfseconomische behoefte zijn aangetoond. Reden voor het opnemen van deze afwijkingsmogelijkheid heeft te maken dat het bedrijf optioneel nog aanvullende maatregelen kan treffen om het bronvermogen van de puinbreekinstallatie te verlagen.
Hierbij kan gedacht worden aan het omlaag brengen van het toerental (draaisnelheid) van de breker, het aanpassen van de zeefdekken en/of elektrificatie van de aandrijving. Hiermee kan de geluidbelasting verder omlaag worden gebracht. Gevolg is echter wel dat de productiecapaciteit van de installatie fors omlaaggaat. Om dezelfde productiecapaciteit te behouden zal het aantal dagen per jaar dat de puinbreker in bedrijf is dan verhoogd moeten worden. Voor het verhogen van het aantal dagen voor de inzet van de puinbreker moet het bedrijf nog wel een omgevingsvergunning bij de gemeente aanvragen en de bijbehorende procedure hiervoor doorlopen. Indien niet aan de voorwaarden uit artikel 3.5.3 wordt voldaan, dan wordt de omgevingsvergunning niet verleend. Sowieso geldt dat de ontwerp-omgevingsvergunning vooraf wordt gepubliceerd, waarop indiener kan reageren. Met andere woorden, deze vergunning treedt niet zomaar gelijk in werking. Daarbij houdt de gemeente zich aan de wijze van publiceren en bekendmaking die in de wet is voorgeschreven. 3.
Indiener is door het bedrijf regelmatig geïnformeerd over de (status van de) plannen, maar de informatie over de uiteindelijke aanvraag heeft indiener pas ontvangen toen die al was ingediend en goedgekeurd. Dat is geen (optimale) participatie, dat is achteraf informeren.
8
Antwoord gemeente De initiatiefnemer, in dit geval het bedrijf Atop Recycling, is verantwoordelijk voor de participatie over het plan en informeert de gemeente over de resultaten. In dat kader heeft de gemeente van de initiatiefnemer het verslag van de informatiebijeenkomst van 5 januari 2023 ontvangen. Het college van burgemeester en wethouders (B&W) heeft de resultaten meegenomen in de besluitvorming over het ontwerpbestemmingsplan, waarna het ontwerpbestemmingsplan in december 2024 op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt is en ter inzage is gelegd. De gemeenteraad zal de resultaten van de participatie en de ingekomen zienwijzen betrekken bij de besluitvorming over de vaststelling van het bestemmingsplan. 4.
Nog steeds heeft indiener geen goed gevoel over het ontbreken van afspraken bij een zogenaamde ‘change of control’. Wat gebeurt als Atop van eigenaar wisselt? Doet die nieuwe eigenaar het net zo netjes als het huidige bedrijf? Indiener herhaalt het klemmende verzoek om daar afspraken over vast te leggen.
Antwoord gemeente Een eventuele nieuwe eigenaar is gebonden aan de regels in het bestemmingsplan. Dit geldt ook voor de voorschriften die in de vergunning voor de milieubelastende activiteiten staan. Met andere woorden, wat in de bestemmingsplanregels en in de vergunningvoorschriften is vastgelegd geldt ook voor eventuele rechtsopvolgers. De wijze waarop een eigenaar of bedrijfsleider met de omgeving omgaat en ook de contacten met omwonenden onderhoudt, bepaalt deze zelf. Daar heeft de gemeente geen actieve rol in. Als een eventuele nieuwe eigenaar niet voldoet aan de gestelde regels uit het bestemmingsplan en de voorschriften uit de milieuvergunning, dan kan de gemeente hiertegen handhavend optreden. 5.
Ook heeft indiener geen garantie dat deze uitbreiding slechts betrekking heeft op het werkterrein, en niet ook op de activiteiten, de omzet, het verwerken van puin. Indiener herhaalt het verzoek om dat op regelmatige basis te controleren, te toetsen. Indiener hoeft niet de cijfers te zien, als men aan de controlerende partij maar onomstotelijk kan aantonen dat er van groei geen sprake is.
Antwoord gemeente Waar en welke bedrijfsactiviteiten mogen worden uitgevoerd, wordt geregeld in het bestemmingsplan. Hoe en onder welke voorwaarden de milieubelastende activiteiten moeten worden uitgevoerd, wordt vastgelegd in de (milieu)vergunning. Het bedrijf kan binnen deze regels zijn bedrijfsactiviteiten uitvoeren. Worden deze regels overschreden, dan kan hiertegen handhavend worden opgetreden. In dit kader wordt ook verwezen naar de beantwoording onder punt 2. 6.
Ook weet indiener als leek niet wat het betekent dat B&W hebben ingestemd met de notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling. Een en ander leidt ertoe dat indiener alle rechten blijft voorbehouden, o.a. met betrekking tot door indiener geleden en nog te lijden (plan)schade.
Antwoord gemeente Een m.e.r.-beoordeling is een waarborg bij nieuwe plannen en besluiten om ervoor te zorgen dat belangrijke milieugevolgen niet over het hoofd worden gezien. Een aanmeldnotitie voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling is een document dat wordt ingediend bij de gemeente om te beoordelen of een bepaald project of activiteit geen significante milieueffecten heeft die een uitgebreide milieueffectrapportage (m.e.r.) vereisen, op basis van geldende milieuwetgeving. De term "vormvrij" betekent dat er geen specifieke, gestandaardiseerde vorm of indeling is voor het document.
9
In de “Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Levenkamp 5, Laren”, dat als bijlage 9 bij de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd, heeft de initiatiefnemer gemotiveerd dat er geen belangrijke milieugevolgen zijn en dat het opstellen van een uitgebreide milieueffectrapportage niet nodig is. Het college van B&W heeft deze notitie beoordeeld en akkoord bevonden. Daarmee is het doorlopen van een formele m.e.r.-procedure ook niet nodig. Wat betreft de planschade wordt verwezen naar de beantwoording onder punt 1. Conclusie De zienswijze leidt tot niet een aanpassing van het bestemmingsplan.
10
3
WIJZIGINGEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN
3.1
Inleiding
Als gevolg van de ingekomen zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan op onderdelen aangepast. Ook zijn enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Het bestemmingsplan zal dan ook gewijzigd worden vastgesteld. Hierna is een overzicht gegeven van de wijzigingen, met uitzondering van kleine tekstuele en redactionele aanpassingen die verder geen inhoudelijke gevolgen hebben voor het plan. Onderscheid is gemaakt tussen wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen (paragraaf 3.2) en de ambtshalve wijzigingen (paragraaf 3.3).
3.2
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen
3.2.1 Regels • •
Bijlage 1 ‘Erfinrichtingsplan’ is aangepast. De inrichtingskaarten zijn inhoudelijk afgestemd op de figuren uit het aangepaste Ruimtelijk Kwaliteitsplan (d.d. 20 juni 2025) in Bijlage 1 van de toelichting op het bestemmingsplan. Bijlage 2 ‘Inrichtings- en beheerplan’ is aangepast. De inrichtingskaarten zijn inhoudelijk afgestemd op de figuren uit het aangepaste Ruimtelijk Kwaliteitsplan (d.d. 20 juni 2025) in Bijlage 1 van de toelichting op het bestemmingsplan.
3.2.2 Toelichting •
•
• •
3.3
Bijlage 1 ‘Ruimtelijk Kwaliteitsplan’ is aangepast. In de aangepaste versie (d.d. 20 juni 2025) is een beschrijving van de huidige natuurwaarden opgenomen, in relatie tot de kernkwaliteiten van het gebied (pagina 10). Ook is een beschrijving toegevoegd van de te nemen versterkingsmaatregelen voor de GO, evenals een paragraaf over monitoring (pagina 16). Tevens is de figuur ‘Uitwerking concrete maatregelen’ (pagina 17) gewijzigd. Bijlage 4 ‘Versterkingsopgave Groene Ontwikkelingszone’ is aangepast. Deze bijlage is inhoudelijk afgestemd op de figuur ‘Uitwerking concrete maatregelen’ op pagina 17 van het aangepaste Ruimtelijk Kwaliteitsplan (d.d. 20 juni 2025). Ook Tabel 3 met de puntentelling van de versterkingsmaatregelen in Bijlage 4 is hierop gewijzigd. Paragraaf 3.1 (Gewenste ontwikkeling) en paragraaf 4.2.2.3 ‘Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsverordening Gelderland’ worden inhoudelijk afgestemd op de aangepaste Bijlage 1 ‘Ruimtelijk Kwaliteitsplan’ en Bijlage 4 ‘Versterkingsopgave Groene Ontwikkelingszone’. Bijlage 3 ‘Inrichtings- en beheerplan’ is aangepast. De inrichtingskaarten zijn inhoudelijk afgestemd op de figuren uit het aangepaste Ruimtelijk Kwaliteitsplan (d.d. 20 juni 2025) in Bijlage 1.
Ambtshalve wijzigingen
3.3.1 Regels •
In Artikel 14.2 is de bepaling onder e. geschrapt. Deze regeling, afkomstig uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lochem 2010’, is verouderd en niet meer van toepassing.
11
3.3.2 Toelichting • • • • •
•
•
In hoofdstuk 4 in de paragraaf ‘Regionaal beleid’ geschrapt. De aangehaalde “Regionale structuurvisie Stedendriehoek 2030”, waarbij getoetst werd aan de ‘Regionale Structuurvisie De Voorlanden 2030 (vastgesteld in 2009), is namelijk achterhaald en niet meer van toepassing. In hoofdstuk 4 is aan de paragraaf ‘Gemeentelijk beleid’ een subpargraaf ‘Omgevingsvisie Lochem 2040: Krachtig en in balans’ toegevoegd. Getoetst is aan de gemeentelijke omgevingsvisie die op 9 september 2024 is vastgesteld. In paragraaf 5.3.2 is ter onderbouwing van het aspect ‘Luchtkwaliteit’ gebruik gemaakt van de NIBM-tool. Dit is geactualiseerd, waarbij gebruik is gemaakt van het meest recente model. Paragraaf 5.5 ‘Milieuzonering’ is aangepast. Getoetst is nu aan het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ / ‘rustig buitengebied, waarbij in paragraaf 5.5.3.2 ook expliciet is ingegaan op de te nemen maatregelen ter voorkoming van stofhinder. Paragraaf 5.5.3.2 is ook afgestemd op het geactualiseerde akoestisch onderzoek. Dit onderzoek is aangepast naar aanleiding van opmerkingen en het bijbehorende advies van de Omgevingsdienst Achterhoek. Er zijn onder meer extra waarneempunten in het onderzoek meegenomen. Het aangepaste akoestisch onderzoek (Akoestisch bureau Tideman, versie 05, 14 juni 2024) is als bijlage 5 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd.
In paragraaf 5.6.1.1 is ter onderbouwing van het aspect Gebiedsbescherming/Natura 2000gebied) een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Deze berekening is geactualiseerd, waarbij gebruik is gemaakt van de meeste recente AERIUS-Calculator. De geactualiseerde stikstofdepositieberekening is als bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. Paragraaf 6.1.4 is geactualiseerd, waarin nu het meest recente beleid in de vorm van het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is benoemd.
12