CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Bijlage 12 Memo motivering tbv bestuurlijke afweging afwijken gemeentelijk geluidbeleid

Raadsvergadering 11 november 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Vaststelling bestemming Levenkamp 5 Laren1.729 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postadres: Schakerpad 17 7391TP Twello tel: 06 – 106 85 922 KvK: Veluwe en Twente nr: 566 74 023 BTW nr: NL852252249B01 Bank: Rabo Twello nr : NL14 RABO 0106 8682 92

College van Burgemeester en Wethouders van Gemeente Lochem t.a.v. afdeling Ruimtelijke Ordening dhr JL Hoefnagels Postbus 17 7240 AA Lochem

MEMO

MEMO

Datum Onderwerp

: 13-12-2023 : onderbouwing bestuurlijke afweging afwijken gemeentelijk geluidbeleid i.v.m. bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren : NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP31 : Edwin Bonekamp :

Ons kenmerk Behandeld door Kopie naar

MEMO

MEMO

MEMO

Geacht College Naar aanleiding van het opgestelde geluidrapport (akoestisch bureau Tideman, 29 september 2023, kenmerk 19.125.01 versie 04) dat is opgesteld in het kader van het concept bestemmingsplan Levenkamp 5 te Laren (kenmerk NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP31), treft u hierbij een onderbouwing ten behoeve van de bestuurlijke afweging inzake het verzoek om af te wijken van het vigerende gemeentelijk geluidbeleid.

1. Uitgangspunten In het voornoemde akoestisch rapport is bij de afweging of ten aanzien van het aspect geluid sprake is van een goede ruimtelijke ordening, de VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering” gevolgd. Uit de VNG publicatie blijkt dat van een goede ruimtelijke ordening sprake is, als de volgende richtwaarden niet worden overschreden : • 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr; LT • 65 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax in de avond- en nachtperiode geldt resp. een 5 en 10 dB zwaardere eis. • 50 dB(A) t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq Aan de hand van bovenstaande uitgangspunten is de voorgenomen planopzet en de bedrijfsactiviteiten akoestisch beoordeeld. Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken zijn alle woningen rondom het plangebied in het akoestisch onderzoek betrokken.

Adviseur voor ruimtelijk omgevingsrecht (milieu & ruimtelijke ordening) •

bouw- & milieuvergunningen (omgevingsvergunningen)

• •

KAM zorg afvalstoffenrecht

•

bestemmingsplannen

• •

energie-, afval- & brandpreventie externe veiligheid

• •

l

akoestiek-

l

bodem- & hydrologisch onderzoek flora-&fauna-onderzoek

l

landschapadvies

l

l

adviezen over duurzaamheid en leefbaarheid juridische begeleiding & procesbegeleiding

licht-&geurhinderadvies

l

bedrijven- & milieuzonering,

MER advies

l

trainingen Wabo, Mer & Activiteitenbesluit

l

© 2010 Bonekamp Advies

2. Maatregelen Het bedrijfsterrein, de logistieke rijlijnen en de locatie van (lawaaiige) activiteiten, is in overleg met omwonenden optimaal ingericht. Dat wil zeggen; activiteiten die een zekere geluidbelasting met zich meebrengen (zoals puinbreker, het storten van puin e.d.) zo ver mogelijk bij de woningen van de (naaste) buren vandaan. Daarnaast zijn er geluidafschermende maatregelen genomen om het geluid in de richting van de woningen verder te beperken. De omwonenden hebben daarbij een sterke voorkeur uitgesproken voor wat hogere schermen, met de wens om die die langs de buitenzijde van het bedrijfsterrein, landschappelijk goed in te passen. Al met al investeert Atop dus in een aanzienlijk pakket aan geluidreducerende maatregelen, dit betreft samengevat; a) er wordt een nieuwe locatie ingericht voor de opstelplaats van de puinbreker, zover mogelijk bij de woningen vandaan b) er worden geluidswanden naast de puinbreeklocatie en langs de buitenzijden van het buitenterrein opgericht c) de geluidswanden langs de buitenzijden van het buitenterrein worden landschappelijk ingepast Het effect van de hierboven opgesomde maatregelen is in beeld gebracht in het akoestisch onderzoek.

3. Resultaat van onderzoek Uit het akoestisch onderzoek blijkt, dat door enerzijds voldoende afstand te creëren tussen de opstelling van de puinbreker en de woningen van derden en anderzijds door middel van het plaatsen van geluidsschermen, ter plaatse van die woningen, voldaan kan worden aan de richtwaarden voor buitengebied uit de VNG-Publicatie (van 45 dB(A)). De geluidbelasting tijdens de berekende bedrijfssituaties RBS1 en RBS2 is op alle punten gelijk of lager dan de ambitiewaarde voor buitengebied van 45 dB(A). Met andere woorden; zowel in de bedrijfssituatie zonder puinbreker als in de bedrijfssituatie dat de puinbreker in werking is (12 x per jaar), wordt voldaan aan de richtwaarden voor buitengebied. Geconcludeerd kan worden dat het effect van de geluidsbestrijdingsmaatregelen zeer doelmatig is. In de nachtperiode zijn de piekgeluiden hoger dan de richtwaarde voor de nachtperiode (55 dB(A)). In de nachtperiode wordt het piekgeluid bepaald door het vroeg vertrek van vrachtwagens. Deze activiteit voldoet wel aan de maximaal te vergunnen waarde van 60 dB(A) zoals genoemd in stap 3 van de VNG Publicatie. Het vertrek van enkele vrachtwagens voor 7.00 uur is een activiteit die reeds meer dan 25 jaar aan de orde is op deze locatie vanwege het bestaande bedrijf en vergund recht op basis van ondermeer de melding activiteitenbesluit uit 2012.

Ter plaatse van alle woningen is de geluidbelasting als gevolg van indirecte hinder, lager dan de voorkeursgrenswaarde genoemd in de circulaire 'indirecte hinder'. De handreiking geeft de mogelijkheid om in de nachtperiode tot 65 dB(A) te vergunnen. Gelet op bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er (ter plaats van de woningen van derden) een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd tegen (voor de initiatiefnemer) aanvaardbare kosten. De noodzakelijke maatregelen zijn middels voorwaardelijke verplichtingen geborgd in de regels van het bestemmingsplan. ATOP .

nr.: 010125KL.m010

Pagina 2 van 4

© 2010 Bonekamp Advies

4. Additionele maatregelen Om de geluidemissie nog verder te reduceren overweegt Atop op eigen initiatief nog aanpassingen te doen aan de puinbreker in de vorm van bijvoorbeeld het verlagen van het toerental, het vervangen van metalen zeefdekken door kunststof zeefdekken en het vervangen van de aandrijflijn door elektrische motoren. Dit alles om de geluidsemissie afkomstig van puinbreker tot een minimum te beperken. Dergelijke additionele maatregelen hebben echter tot gevolg dat de productiecapaciteit van de breekinstallatie aanzienlijk wordt ingeperkt. Het werken achter een geluidscherm leidt tot meer overslaghandelingen met het puin, waardoor de kraan en puinbreker minder efficiënt zijn. Daarnaast zal de draaisnelheid (toerental) van de installatie omlaag gaan om kunststof zeefdekken te kunnen gebruiken (kunststof zeefdekken gaan snel stuk bij hogere toerentallen). Tenslotte is de breekinstallatie bij aandrijving op elektriciteit, afhankelijk van de beschikbare netspanning. Ter plaatse is de netcapaciteit beperkt. De voeding van de breker wordt door een frequentieregelaar geregeld. Daardoor zal de machine bij beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet langzamer draaien. Atop heeft een aanvraag voor een transformatorstation bij de netbeheerder ingediend om over voldoende en stabiele netcapaciteit te kunnen beschikken.

Deze aanvraag is inmiddels door de netbeheerder toegewezen. Gelet op het capaciteitsverlies, zal de puinbreekinstallatie dus op meer dan 12 dagen moeten worden ingezet om dezelfde breekcapaciteit te kunnen behouden. Behoud van de breekcapaciteit is essentieel om ook de uitgaven die gemoeid zijn met de forse investeringen voor alle te treffen geluidsmaatregelen, op bedrijfseconomisch verantwoorde wijze te kunnen bekostigen. Door het aantal breekdagen te maximaliseren tot 25 dagen per jaar, kan initiatiefnemer enerzijds de breekcapaciteit behouden en anderzijds de geluidsbestrijdingskosten dragen. Tenslotte wordt opgemerkt dat het vanuit het streven om te komen tot een circulaire economie, duurzaam hergebruik van grondstoffen en het voorkomen van onnodig transport met afvalstoffen, van groot belang is, dat puin uit de regio binnen de inrichting van Atop kan worden bewerkt tot nuttig toepasbare grondstoffen. Gelet hierop moet worden voorkomen dat vanwege een te sterke inperking van het aantal breekdagen alsnog onnodig gesleep met puin kan ontstaan. Door het aantal breekdagen op maximaal 25 per jaar te stellen, wordt dit voorkomen en bereikt dat van vrijkomend puin uit de regio nuttig toepasbare secundaire grondstoffen kunnen worden gemaakt, die op hun beurt ook weer in de regio kunnen worden ingezet.

5. Vergelijk met het gemeentelijk geluidbeleid en kosten van maatregelen Wanneer het berekende geluidniveau van de aangevraagde situatie (45 db(A)) in de dagperiode) wordt vergeleken met de normstelling uit het gemeentelijk geluidbeleid (40 dB(A), kan het volgende worden overwogen. Uit de beschreven maatregelen (samengevat onder punt 3 van deze memo) kan worden afgeleid dat Atop bereid is zeer forse investeringen te doen om te kunnen komen tot de berekende etmaalwaarden uit het akoestisch onderzoek (namelijk 45 dB(A)).

ATOP .

nr.: 010125KL.m010

Pagina 3 van 4

© 2010 Bonekamp Advies

De kosten voor de maatregelen zoals samengevat onder punt 3 van deze memo, onder punt 1 tm 3 bedragen circa 100.000 euro. De additionele kosten voor het aanpassen van de breker met stillere zeefdekken en het elektrificeren van de breker, zoals beschreven onder punt 4, bedragen circa 100.000 tot 150.000 euro. De totale kosten van de geluidreductie maatregelen bedragen dus 200.000 tot 250.000 euro. Daarbij is nog niet meegenomen het verlies aan uren en productie-capaciteit als gevolg van het manoeuvreren en bevoorraden van de puinbreker achter de geluidswand en het langzamer laten draaien van de breker (i.v.m. te weinig netcapaciteit en/of te sterke slijtage van zeefdekken) en de vervangingskosten van sneller slijtende zeefdekken. Op jaarbasis bedragen de kosten daarvan (manuren, machine-uren, aanschaf nieuwe zeefdekken etc), ook al snel meer dan 100.000 euro. Dit brengt het totaal aan kosten op 300.000 tot 350.000 euro. Atop is, ondanks de hoge kosten, bereid om deze maatregelen te nemen om te komen tot een aanvaardbare situatie voor de buurt. Wanneer Atop de geluidsemissie nu nog verder zou moeten inperken om te komen tot de waarden uit het gemeentelijk geluidbeleid (40 dB(A)), betekent dit dat buitenproportionele maatregelen zouden moeten worden getroffen. Om nog 5 dB(A) reductie te bereiken zou Atop de geluidschermen 8 tot 10 meter hoog moeten maken.

De extra kosten van die maatregel worden ingeschat op 175.000 - 200.000 euro. Dit komt met name door de constructieve kosten. Het alternatief zou zijn dat de breker in een hal wordt geplaatst. De bouwkosten daarvan bedragen ca. 250.000 - 300.000 euro. Hierbij wordt opgemerkt dat dan allerlei bijkomende jaarlijkse kosten zullen optreden als gevolg van verlies van capaciteit, onderhoud aan de hal etc etc. Kortom; de kosten om te komen tot een geluidsniveau van 45 naar 40 dB(A) in de dagperiode, zijn buiten proportioneel en staan niet in verhouding tot een merkbare vermindering van het geluidniveau in de omgeving.

6. Verzoek Om bovenvermelde reden wordt verzocht bij de besluitvorming in het kader van het voorliggende nieuwe bestemmingsplan, af te wijken van de normering van het gemeentelijk geluidbeleid en voor de te stellen geluidsgrenswaarden aansluiting te zoeken bij de uitkomsten en aanbevelingen van het opgestelde akoestisch onderzoek. Medewerking aan dit verzoek ligt in de rede omdat het huidige gemeentelijk geluidbeleid sterk verouderd is en niet meer aansluit bij de huidige beleidsinzichten en aankomende normering in het kader van de omgevingswet. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Indien er nog vragen of onduidelijkheden zijn, kunt u zich wenden tot ondergetekende. Met vriendelijke groeten,

Edwin Bonekamp ATOP .

nr.: 010125KL.m010

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15902099/1