TOE B09 Quickscan Wet natuurbescherming
Tekst van het document
Het plangebied valt binnen de bebouwingscontour en de bomen staan op eigen erf. U moet van de kap melding maken bij de gemeente. Compensatie van de bomen kan worden vereist door de gemeente. •
Zorgplicht: Voer kapwerkzaamheden alleen uit buiten het vogelbroedseizoen. Aangezien alle vogels tijdens het broeden beschermd zijn, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Omgevingswet. De Wet biedt de mogelijkheid om broedgevallen van algemene soorten te voorkomen, dit betreft uitdrukkelijk niet de soorten die jaarrond beschermd zijn, zijnde roofvogels, gierzwaluw en huismus, rodelijst-soorten of soorten met een ongunstige staat van instandhouding. Hierbij dient opgemerkt te worden dat voor het broedseizoen géén vaste periode geldt.
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
29 van 51
•
•
•
5.9
Zorgplicht: Voor aanvang van beheerwerkzaamheden (maaien) en kap van bomen dient het plangebied gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedende vogels door een ter zake kundig ecoloog ook buiten het vogelbroedseizoen. Door aanwezigheid van klimopbegroeiing in enkele bomen is aanwezigheid van broedende vogels moeilijk met zekerheid vast te stellen. Zorgplicht: Bij eventuele kap van bomen dient rekening gehouden te worden met incidentele aanwezigheid van rode eekhoorn, controle op aanwezigheid van rode eekhoorn of nesten dient voor aanvang van het werk plaats te vinden. Deze controle dient uitgevoerd te worden door een ecoloog met gedegen kennis van rode eekhoorn (herkenning sporen, vraatsporen, nesten). Zorgplicht: Het uitvoeren van kapwerkzaamheden moet buiten de kwetsbare periode van rode eekhoorn plaatsvinden. Kwetsbare perioden van rode eekhoorn zijn de kraamperiode en perioden met kou, regen sneeuw en vorst (winterperiode). Perioden waarbinnen bomen kunnen worden gekapt zijn augustus – oktober. Invasieve exoten
Binnen het plangebied zijn geen invasieve exoten in de vorm van flora of fauna aangetroffen binnen het plangebied. Er is een gerede kans dat de invasieve exoot Aziatische hoornaar binnen het plangebied aanwezig is. Een toename van Aziatische hoornaar is ook in Eefde en omgeving te verwachten. Bij het aantreffen van een nest dient deze te worden gemeld op de website van waarneming.nl, meldpunt Aziatische hoornaar, grote wespensoort. Locatie plangebied
Foto 53: Aziatische hoornaar.
5.10
Kaart 9: Verspreiding Aziatische hoornaar omgeving plangebied. [BRON: WAARNEMING.NL – HEAT MAP)
Gebiedsbescherming
Natura-2000 Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op ong. 2,5 km van het plangebied, dit gebied beschermd habitatrichtlijnsoorten en vogelrichtlijnsoorten en hun leefgebied. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Eefde. Significant (negatieve) effecten op dit Natura 2000-gebied zijn significant als de doelen van het Natura-2000 gebied ten opzichte van leefgebied bescherming en beschermde planten en dieren in het natura-2000 gebied niet kunnen worden gehaald. Significant effect kan bijvoorbeeld worden omschreven als: de afname van oppervlakte van het Natura-2000 gebied, of de conditie van het gebied om leefgebied blijvend te bieden voor soorten, of afname van de populaties.
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
30 van 51
De binnen het plangebied voorgenomen sloop en nieuwbouw vinden plaats binnen een bestaand bebouwd plangebied. Deze activiteiten zullen geen effect hebben op de oppervlakte van het Natura2000 gebied. Een Aerius berekening moet duidelijk maken welke depositie / emissie de sloop, bouw en gebruiksfase zal hebben, is van een bepaalde waarde dan kan dit effect hebben op de conditie van het Natura-2000 gebied en dient een vergunning omgevingswet te worden aangevraagd. Vooralsnog is een toetsing in de vorm van een passende beoordeling niet nodig. Natura-2000 gebied ‘Landgoederen Brummen’, Borkeld en Stelkampsveld liggen op grotere afstand van het plangebied, resp. 6 t/m 20 km. Natuurnetwerk – Nationaal landschap Het plangebied valt buiten gebieden bestemd als ‘Nationaal Landschap‘. Het plangebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het plangebied ligt buiten specifieke zones en aanwijzingen uit het provinciale natuurbeheerplan. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ingreep vallen redelijkerwijs geen effecten te verwachten die van invloed zijn op de doelstellingen van de provinciale natuurvisie of anderszins provinciaal natuurbeleid. Een nee-tenzij of een ja-mits toetsing is niet noodzakelijk.
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
31 van 51
6
Conclusies en aanbevelingen
6.1
Natura-2000
De voorgenomen plannen leiden – los van het aspect stikstofdepositie – niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000-gebieden. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Omgevingswet is niet aan de orde mits de stikstofwaarden verwaarloosbaar zijn. 6.2
Soortenbescherming
Uit de bevindingen van de veldonderzoeken, het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Omgevingswet en de Omgevingsvisie en -verordening Provincie Gelderland, blijkt dat de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden niet wetsovertredend kunnen zijn t.a.v. beschermde soorten. Wel is zorgplicht van toepassing.
Zorgplicht: (Kleine) Marterachtigen • Zorgplicht: Geadviseerd wordt om voor aanvang van de bouwactiviteiten een scherm tussen plangebied en spoorgreppel te plaatsen zodat de functionaliteit van de corridor voor marterachtigen behouden blijft en verstoring voorkomen wordt. • Zorgplicht: Voor aanvang beheermoment (3 x per jaar maaien grazige vegetatie/braamopslag) dient het plangebied gecontroleerd te worden op aanwezigheid van marterachtigen. Deze controle dient uitgevoerd te worden door een ecoloog met gedegen kennis van marterachtigen (herkenning sporen, uitwerpselen, prooiresten). Rode eekhoorn • Zorgplicht: Bij eventuele kap van bomen dient rekening gehouden te worden met incidentele aanwezigheid van rode eekhoorn, controle op aanwezigheid van rode eekhoorn of nesten dient voor aanvang van het werk plaats te vinden. Deze controle dient uitgevoerd te worden door een ecoloog met gedegen kennis van rode eekhoorn (herkenning sporen, vraatsporen, nesten). • Zorgplicht: Het uitvoeren van kapwerkzaamheden moet buiten de kwetsbare periode van rode eekhoorn plaatsvinden. Kwetsbare perioden van rode eekhoorn zijn de kraamperiode en perioden met kou, regen sneeuw en vorst (winterperiode). Perioden waarbinnen bomen kunnen worden gekapt zijn augustus – oktober.
Vleermuizen • Zorgplicht: Bij het vleermuisvrij houden van bebouwing mag nimmer gebruik gemaakt worden van klevende materialen, zoals tapes, PUR, afdichtkit, etc. Citaat Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Versie 2.0, april 2024: ”Er zijn gevolgen
in het kader van het omgevingsrecht als er sprake is van ‘voorwaardelijk opzet’ als het gaat om het beschadigen of vernielen van verblijfplaatsen.” “Vanuit het omgevingsrecht geldt een verbod op het opzettelijk vangen en doden van gewone dwergvleermuizen. Het is in alle gevallen maatwerk om te bepalen of er door de activiteiten gewone dwergvleermuizen opzettelijk worden gedood. Hiervoor moet een gewone vleermuisdeskundige worden ingeschakeld. Opzet omvat ook voorwaardelijk opzet (zie ook het juridisch kader behorende bij het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis). Iedereen moet zich altijd houden aan de zorgplicht, waarmee onder meer wordt bedoeld dat doden en verwonden moet worden voorkomen. Het doden of verwonden van vleermuizen kan aan de orde zijn als er bijvoorbeeld gebouwen worden gesloopt waarin zich vleermuizen bevinden.”
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
32 van 51
“Wanneer er – met of zonder maatregelen – sprake is van het met voorwaardelijk opzet doden van vleermuizen, wordt de verbodsbepaling van de Omgevingswet overtreden. Dergelijke handelingen kunnen alleen uitgevoerd worden met een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet. Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit waarbij dieren gedood worden, kan alleen onder strikte voorwaarden en met het juiste belang. Aangezien doding van vleermuizen voorkomen moet worden, en er eigenlijk altijd betere alternatieven zijn, wordt een omgevingsvergunning voor deze activiteit niet snel (in feite bijna nooit) afgegeven.” •
• •
• •
•
Zorgplicht: Het vleermuisvrij houden van de bebouwing dient uitgevoerd te worden door of onder begeleiding van een ecoloog met gedegen kennis van vleermuizen (herkenning sporen, uitwerpselen). Zorgplicht: Bij het vleermuisvrij houden van bebouwing wordt uitsluitend gebruik gemaakt van exclusion flaps. Zorgplicht: Wanneer toch het vermoeden van aanwezigheid van vleermuizen in bebouwing ontstaat dient aanvullend onderzoek plaats te vinden conform de vereisten van het Vleermuisprotocol 2021. Zorgplicht: Voer bouwwerkzaamheden bij voorkeur uit bij daglicht. Zorgplicht: Gebruik geen bouwverlichting of zorg dat deze bouwverlichting niet uitstraalt naar omliggende opgaande begroeiing. Maak gebruik van bouwverlichting met een rood of amberkleurig spectrum. Zorgplicht: Gebruik bewegingssensoren bij bewakingsverlichting.
Andere zoogdieren (Egel) • Zorgplicht: Egel houdt winterslaap in de periode november t/m april, treft u in bladhopen of onder struwelen egel aan in winterslaap vraag dan advies bij de egelopvang. Verstoor de egel niet tot u een expert heeft geraadpleegd. • Zorgplicht: Bij de realisatie van de woningen dienen nieuwe hekwerken en schuttingen voorzien te worden van openingen / poortjes, zodat kleine zoogdieren en egel zich vrij kunnen verplaatsen door tuinen. Huismus / Ringmus • Zorgplicht: Plaats geen materialen tegen opgaande begroeiing van omliggende tuinen. Overige vogels • In algemene zin dient de Zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten. Aangezien alle vogels tijdens het broeden beschermd zijn, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Omgevingswet. De Wet biedt de mogelijkheid om broedgevallen van algemene soorten te voorkomen, dit betreft uitdrukkelijk niet de soorten die jaarrond beschermd zijn, zijnde roofvogels, gierzwaluw en huismus, rodelijst-soorten of soorten met een ongunstige staat van instandhouding. Hierbij dient opgemerkt te worden dat voor het broedseizoen géén vaste periode geldt. • Zorgplicht: Voer beheerwerkzaamheden (maaien) alleen uit buiten het vogelbroedseizoen.
Door aanwezigheid van braamstruweel en ruige grasvegetatie is aanwezigheid van broedende vogels niet of moeilijk met zekerheid vast te stellen. In enkele bomen is klimopbegroeiing aanwezig. • Zorgplicht: Voor aanvang van beheerwerkzaamheden (maaien) en kap van bomen dient het plangebied gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedende vogels door een ter zake kundig ecoloog ook buiten het vogelbroedseizoen. • Zorgplicht: Voor aanvang sloop en tijdens bouwwerkzaamheden dient regelmatig gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedende vogels. • Zorgplicht: Plaats geen materialen tegen opgaande begroeiing van omliggende tuinen.
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
33 van 51
Amfibieën • Zorgplicht: Plaats een amfibieënscherm rondom het plangebied om te voorkomen dat amfibieën in het plangebied geraken. Het amfibieënscherm moet 50 cm. hoog zijn en ca. 20 cm diep worden ingegraven, met bevestiging aan stevige palen zodat omzakken voorkomen wordt. • Zorgplicht: Het amfibieënscherm moet aan de zijde van het plangebied enigszins ruw zijn, maar aan de zijde van de omgeving buiten het plangebied volledig glad zijn. • Zorgplicht: Het amfibieënscherm moet geplaatst worden tijdens de aquatische fase (voorplantingsfase) van amfibieën, dit betreft de periode april t/m half juni. In deze periode is het redelijkerwijs niet aannemelijk dat amfibieën nog in overwinteringsbiotoop (landfase) aanwezig zijn. • Zorgplicht: Ter controle wordt binnen het plangebied tegen het amfibieënscherm op een onderlinge afstand van ca. 20 m. emmers ingegraven (met ontwateringsgat in bodem). Deze emmers worden dagelijks gecontroleerd op aanwezigheid van amfibieën door een ter zake kundig ecoloog. Gevangen amfibieën worden direct over het amfibieënscherm buiten het plangebied geplaatst. • Bij aantreffen van Kamsalamander of andere beschermde amfibieënsoorten dient alsnog een vergunning Omgevingswet te worden aangevraagd. • Zorgplicht: Bij nieuw aan te brengen straatkolken dient een amfibieënrooster te worden toegepast om te voorkomen dat amfibieën in deze straatkolken vallen.
Libellen en vlinders • Zorgplicht: Controleer de gebouwen voor sloop op aanwezigheid overwinterende vlinders. Schakel een vlinderexpert in bij aantreffen overwinterende vlinders. Overige ongewervelden • Zorgplicht: Laat bij voorkeur delen vegetatie staan die kunnen dienen als voedsel, nectar-/stuifmeelbron, voorplantingsplaats, plaats om te verpoppen, schuilplaats, etc. voor overige ongewervelden als bijen, wespen, mieren, krekels, kevers, sprinkhanen, slakken, enz. Houtopstand, te kappen bomen, struweel • Zorgplicht: Voer kapwerkzaamheden alleen uit buiten het vogelbroedseizoen. Aangezien alle vogels tijdens het broeden beschermd zijn, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Omgevingswet. De Wet biedt de mogelijkheid om broedgevallen van algemene soorten te voorkomen, dit betreft uitdrukkelijk niet de soorten die jaarrond beschermd zijn, zijnde roofvogels, gierzwaluw en huismus, rodelijst-soorten of soorten met een ongunstige staat van instandhouding. Hierbij dient opgemerkt te worden dat voor het broedseizoen géén vaste periode geldt. • Zorgplicht: Voor aanvang van beheerwerkzaamheden (maaien) en kap van bomen dient het plangebied gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedende vogels door een ter zake kundig ecoloog ook buiten het vogelbroedseizoen.
Door aanwezigheid van klimopbegroeiing in enkele bomen is aanwezigheid van broedende vogels moeilijk met zekerheid vast te stellen. • Zorgplicht: Bij eventuele kap van bomen dient rekening gehouden te worden met incidentele aanwezigheid van rode eekhoorn, controle op aanwezigheid van rode eekhoorn of nesten dient voor aanvang van het werk plaats te vinden. Deze controle dient uitgevoerd te worden door een ecoloog met gedegen kennis van rode eekhoorn (herkenning sporen, vraatsporen, nesten). • Zorgplicht: Het uitvoeren van kapwerkzaamheden moet buiten de kwetsbare periode van rode eekhoorn plaatsvinden. Kwetsbare perioden van rode eekhoorn zijn de kraamperiode en perioden met kou, regen sneeuw en vorst (winterperiode). Perioden waarbinnen bomen kunnen worden gekapt zijn augustus – oktober.
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
34 van 51
Invasieve exoten • Bij het aantreffen van een nest dient deze te worden gemeld op de website van
waarneming.nl, meldpunt Aziatische hoornaar, grote wespensoort. Indien een soort die niet in deze rapportage wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake deskundige en een maatregel toe te passen zodat de wet niet wordt overtreden. 6.3
Stikstof
Ten aanzien van stikstofdepositie geldt dat aan de hand van een stikstofberekening moet worden vastgesteld of sprake is van een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden en of dit kan leiden tot significante gevolgen voor deze Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is een vergunning op grond van de Omgevingswet noodzakelijk.
Het door de aannemer laten opstellen van een emissiereductierapportage kan helpen de emissie te verminderen (Bbl art. 7.19a)
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
35 van 51
7
Literatuur en bronnen
7.1
Literatuur Bense, U. Longhorn Beetles. Illustrated Key to the Cerambycidae and Vesperidae of Europe. Margraf Verlag. 1995 Bos, F., et al., Veldgids Libellen, KNNV Uitgeverij, Utrecht, 1997 Broekhuizen, S., et al., Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, KNNV, Utrecht, 1992. Creemers, C.M. & J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, Veldgids diersporen, KNNV, Utrecht, 1999. Diepenbeek, A. van & J. van Delft, Het waarnemen van amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Diepenbeek, A. van & R. Creemers, Herkenning amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. Dijkstra, K.D., et al. De Nederlandse libellen. Odonata. NNMN, KKN, EIS. 2001 Harde, K.W., et al. Kevers. Thieme Uitgeverij. 1983. Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. Geijskes, D.C., et al. De libellen van Nederland. Odonata. KNNV. Hoogwoud. 1983. Gittenberger, E., et al. De Nederlandse zoetwatermolusken. NNMN, KKN, EIS. 1998. Heusden, W.R.M. & S.J. Vreugdenhil, 2006. Handreiking Flora- en faunawet. Voor werkzaamheden en activiteiten in het kader van bestendig gebruik, bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. Rapport, Dienst Landelijk Gebied, Utrecht. Janssen, R.
en J. Buys, Inventarisatie van vleermuizen op kerkzolders, een handleiding, 2001. Kapteyn, K., Vleermuizen in het landschap, Schuyt & Co, 1995. Lenders, H.J.R. en C.C.H. Marijnissen, Waarnemen en herkennen van amfibieën en reptielen in het veld, Stichting RAVON, Nijmegen, 1993. Limpens, H., et al., Atlas van de Nederlandse vleermuizen, KNNV, Utrecht, 1997. Limpens, H., et al., Vleermuizen en Planologie, 2010. Mebs, T. et al., Uilen van Europa, Tirion, Baarn, 2004. Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 1996. Ministerie van EL&I, 2010. Buiten aan het Werk. Houd tijdig rekening met beschermde planten en dieren! Brochure. http://www.rijksoverheid.nl-/documentenenpublicaties/brochures/2010/03/01/buiten-aan-het-werk-houd-tijdig-rekening-metbeschermdedieren-en-planten.html (21-12-2012)]. Ministerie van LNV, Toelichting tabellen soorten Flora- en faunawet, maart 2005. Ministerie van LNV, Dienst Regelingen, Aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet, augustus 2009. Provincie Limburg, Natuurvisie Limburg 2016 SOVON Vogelonderzoek Nederland, Atlas van de Nederlandse broedvogels; verspreiding, aantallen, verandering - Nederlandse Fauna 5. Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 2002. Stumpel, T en H. Strijbosch, Veldgids Amfibieën en reptielen, KNNV, Utrecht, 2006. Twisk, P., et al., Zoogdieren van de Benelux.
Herkenning en onderzoek. ERLA. Amsterdam, 1986 Twisk, P., et al., Zoogdieren van West-Europa, KNNV, Utrecht, 1994. Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999. Wynhoff, I., et al., Veldgids Dagvlinders. KNNV Uitgeverij, Utrecht, 1999.
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
36 van 51
7.2
Bronnen
BIJ12.nl Gelderland.nl Iplo.nl NDFF-ecogrid.nl NDFF-verspreidingsatlas Nederlandsesoortenbank.nl Omgevingsloket.nl Omgevingswet.overheid.nl Opendata.gelderland.nl Pbl.nl Ravon.nl Rijksoverheid.nl Sovon.nl Synbiosys.alterra.nl/natura2000 Vleermuisprotocol.nl Vlinderstichting.nl Vogelbescherming.nl Zoogdiervereniging.nl
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
37 van 51
Bijlage 1 – Omgevingswet Omgevingswet Algemeen De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving.
Vereenvoudiging en verbetering De Omgevingswet vereenvoudigt de wet- en regelgeving over de fysieke leefomgeving. Met het vernieuwen van het omgevingsrecht wil de wetgever 4 verbeteringen bereiken. 1. Inzichtelijk omgevingsrecht Door de bundeling van wetgeving zijn minder regels nodig. Het omgevingsrecht wordt duidelijk, voorspelbaar en gemakkelijk in het gebruik. De instrumenten van het stelsel Omgevingswet sluiten aan bij de fasen van de beleidscyclus . 2. Leefomgeving centraal De fysieke leefomgeving staat centraal in beleid, besluitvorming en regelgeving. De fysieke leefomgeving gaat bijvoorbeeld over de samenhang tussen bouwwerken, infrastructuur, milieu en erfgoed. 3. Ruimte voor lokaal maatwerk De Omgevingswet biedt overheden meer keuzeruimte om doelen voor de leefomgeving te bereiken. De positie van decentrale overheden wordt versterkt volgens het principe Decentraal. Dit houdt in dat gemeenten bevoegd zijn om regels op te stellen, tenzij er een overkoepelend belang is. 4. Snellere besluitvorming Besluitvorming over projecten in de leefomgeving gaat onder de Omgevingswet sneller en beter. Dat vraagt om een integrale (samenhangende) werkwijze van overheden, burgers en bedrijven. Kernwoorden zijn: open, flexibel, uitnodigend, innovatief en vertrouwen. Voor de afhandeling van veel vergunningaanvragen gaat de reguliere procedure gelden met een beslistermijn van 8 weken.
Initiatiefnemers weten daardoor sneller waar ze aan toe zijn. Rolverdeling Provincies en Rijk: Sinds 1 januari 2024 bepalen de Provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur, dit is uitgewerkt in de Omgevingsverordening van de betreffende Provincie. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid welke is vastgelegd in de Omgevingswet en Besluit activiteit leefomgeving. Omgevingsverordening Provincie Noord-Brabant: In de omgevingsverordening Noord-Brabant staan alle regels voor de fysieke leefomgeving in Noord-Brabant. Zowel voor Natura 2000-gebieden als in het wild levende dieren en bossen of andere houtopstanden. Vergunningen en ontheffingen aanvragen: Via het omgevingsloket wordt de vergunning / ontheffing Activiteit Flora en Fauna aangevraagd. Voor burgers en bedrijven is het belangrijk dat zij makkelijk en snel weten of een activiteit met mogelijke schade voor de natuur is toegestaan. En onder welke voorwaarden. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij de gemeente wordt getoetst aan de Omgevingswet, Omgevingsplan van de gemeente of specifieke programma’s. Het is ook mogelijk om rechtstreeks bij de Provincie een vergunning of ontheffing natuur aan te vragen, waarbij de aanvraag wordt getoetst aan de Omgevingsverordening, Omgevingsvisie en Programma’s.
Indien er voor een bepaalde activiteit een ontheffing wordt aangevraagd, dan zal deze ontheffingsaanvraag onder de nieuwe wet nog steeds worden getoetst aan drie criteria, namelijk de ADC toets: 1. Alternatief. Is er een alternatief voor bijvoorbeeld locatie onderzocht? 2. Dwingende reden. Is er sprake van bepaalde, in de wet genoemde belangen: economisch of maatschappelijk belang? 3. Compensatie, welke compensatiemaatregelen neemt u ? 4. Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
38 van 51
Beschermde gebieden Met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden nagenoeg hetzelfde. Is er sprake van een activiteit binnen een Natura-2000 gebied dan is bijna altijd sprake van een omgevingsvergunning aanvraag. Er sprake van specifieke zorgplicht en Ongewone voorvallen / Gelijkwaardige maatregel, Maatwerk is mogelijk maar gebonden aan voorschriften. Voor een activiteit in Natura-2000 gebied zonder nationaal belang dan is de Provincie bevoegd gezag. Bij een activiteit in Natura-2000 gebied met nationaal beland dan is de minister van LNV bevoegd gezag. Voor de Provincie Noord-Brabant geldt het Brabants NatuurNetwerk (BNN) en is onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Soortenbescherming In de Omgevingswet, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Provinciale verordening en Gemeentelijk omgevingsplan staan (verbods)bepalingen. Zo zijn activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dieren plantsoorten verboden.
Ten opzichte van de voormalige Flora- en faunawet is dus nauwelijks sprake van een wijziging in verboden activiteiten. Let wel! Verstoren zonder voorafgaand goed onderzoek naar beschermde soorten, blijft strafbaar! Tenzij uitdrukkelijk is vermeld in de omgevingsverordening van de betreffende Provincie. De nieuwe Omgevingswet betekent wel dat lijst van beschermde soorten een wijziging ondergaat. De nieuwe Omgevingswet verdeelt beschermde soorten in drie groepen: 1. Strikt beschermde soorten met onder andere soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdragen en bijlagen. 2. Andere zeldzame en bedreigde soorten, zoals soorten uit de Rode Lijst. 3. Exoten, waarvoor administratieplicht bestaat.
In bijlage 2 t/m 4 van dit rapport is een overzicht opgenomen van beschermde soorten. Bijlage 2 – Bijlage 3 Bijlage 4 – Bijlage 4 –
Weerrapport Beschermde soorten indicator Lijst van nationaal beschermde soorten, A Lijst van nationaal beschermde soorten, B
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
39 van 51
Bijlage 2 – Weerrapport De Bilt, 18 september 2025
De Bilt, 14 oktober 2025
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
40 van 51
Bijlage 3 – Beschermde soorten indicator
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
41 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
42 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
43 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
44 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
45 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
46 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
47 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
48 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232 r
Quikscan Natuur Ow - Kokstraat 35-37 te Eefde
49 van 51
Bijlage 4 – Lijst van beschermde soorten genoemde in bijlage IX a en b van het Besluit activiteiten leefomgeving
A. Soorten zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder a
Zoogdieren
Amfibieën
Damhert Das
Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis
Dwergmuis
Steenmarter
Vinpootsalamander
Grote parelmoervlinder
Vuursalamander
Grote vos
Reptielen Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Vissen en kreeften Beekdonderpad Beekprik Elrits Europese rivierkreeft Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal
Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan
Aardmuis Boommarter Bosmuis Bunzing
Dwergspitsmuis Edelhert Eekhoorn Egel Eikelmuis Gewone bosspitsmuis Gewone zeehond Grote bosmuis Grijze zeehond Haas
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Veldspitsmuis Vos Waterspitsmuis Wezel Wild zwijn Woelrat
Alpenwatersalamander Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker
Dagvlinders Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje
Libellen
Bruine eikenpage
Gevlekte glanslibel
Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje
Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel
Quikscan Natuur - Kokstraat 35-37 te Eefde
Kevers
Beekrombout Vliegend hert Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer
Speerwaterjuffer
50 van 51
Bijlage 4 – Lijst van beschermde soorten genoemde in bijlage IX a en b van het Besluit activiteiten leefomgeving (vervolg)
B. Soorten vaatplanten als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder c Akkerboterbloem
Groene nachtorchis
Pijlscheefkelk
Akkerdoornzaad
Groensteel
Roggelelie
Akkerogentroost
Groot spiegelklokje
Rood peperboompje
Beklierde ogentroost
Grote bosaardbei
Rozenkransje
Berggamander
Grote leeuwenklauw
Ruw parelzaad
Bergnachtorchis
Honingorchis
Scherpkruid
Blaasvaren
Kalkboterbloem
Schubvaren
Blauw guichelheil
Kalketrip
Schubzegge
Bokkenorchis
Karthuizeranjer
Smalle raai
Bosboterbloem
Karwijselie
Spits havikskruid
Bosdravik
Kleine ereprijs
Steenbraam
Brave hendrik
Kleine Schorseneer
Stijve wolfsmelk
Brede wolfsmelk
Kleine wolfsmelk
Stofzaad
Breed wollegras
Kluwenklokje
Tengere distel
Bruinrode wespenorchis
Knollathyrus
Tengere veldmuur
Dennenorchis
Knolspirea
Trosgamander
Dreps
Korensla
Veenbloembies
Echte gamander
Kranskarwij
Vliegenorchis
Franjegentiaan
Kruiptijm
Vroege ereprijs
Geelgroene wespenorchis
Lange zonnedauw
Wilde averuit
Geplooide vrouwenmantel
Liggende ereprijs
Wilde ridderspoor
Getande veldsla
Moerasgamander
Wilde weit
Gevlekt zonneroosje
Muurbloem
Wolfskers
Glad biggenkruid
Naakte lathyrus
Zandwolfsmelk
Gladde zegge
Naaldenkervel
Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Veldbiologische Werken / rapport VBW e 2025-232
Quikscan Natuur - Kokstraat 35-37 te Eefde
51 van 51