CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE B04 Verantwoording Groepsrisico Spoorlijn Zutphen-Delden

Raadsvergadering 9 juni 2026, gemeente LochemBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Kokstraat 37 Eefde2.764 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERANTWOORDING GROEPSRISICO SPOORWEG ZUTPHEN-DELDEN IN HET KADER VAN WONINGBOUW KOKSTRAAT 37 TE EEFDE mRO b.v. november 2021

Voor de volledige verantwoording van het groepsrisico van de spoorweg ZutphenDelden moet voldaan worden aan artikel 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Hieronder komen alle elementen uit deze artikelen aan de orde. SCENARIO’S Voor de verantwoording van het groepsrisico zijn verschillende rampscenario’s relevant die zich kunnen voordoen als gevolg van een ongeval op het spoor. Een incident op het spoor kan leiden tot een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion), een fakkelbrand, een plasbrand en er kan toxisch gas vrijkomen. De gevolgen van deze scenario’s zijn verschillend. Hieronder worden de scenario’s verduidelijkt. BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) Er zijn twee soorten BLEVE die op kunnen treden. Een koude BLEVE en een warme BLEVE. Een koude BLEVE wordt veroorzaakt door een externe beschadiging, zoals een botsing. Hierdoor scheurt de ketel open. Het brandbare gas komt vrij en ontsteekt direct. Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de ketel doet oplopen. De effecten van een warme BLEVE kunnen verder reiken dan de effecten van een koude BLEVE (circa 300 m). Voor beide scenario’s geldt dat er een vuurbal en een drukgolf ontstaat, met hittestraling, overdruk en scherfwerking tot gevolg.

Toxisch scenario Een toxisch scenario ontstaat wanneer een tankwagen of wagon lek raakt en toxische stoffen ontsnappen. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gaswolk ontstaat die over de omgeving uit kan waaien. Ook bij toxische gassen ontstaat een gaswolk. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Plasbrandscenario Een plasbrand wordt veroorzaakt doordat een ketelwagen openscheurt bij een incident. Hierdoor stroomt een groot deel van de brandbare vloeistof in korte tijd uit. Er wordt een plas gevormd die zich over het ballastbed verspreidt. Bij ontsteking van deze plas is er sprake van een korte brand. Fakkelbrand Een fakkelbrand wordt veroorzaakt doordat na bij een incident een gat in een ketelwagen ontstaat. Hierdoor stroomt brandbaar gas uit en ontsteekt direct. Er ontstaat een fakkel die blijft branden tot de tank leeg is.

1 Verantwoording groepsrisico spoorweg Zutphen-Delden mRO bv / MEM / november 2021

BESTRIJDBAARHEID (ARTIKEL 7, LID A, BEVT) Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De verschillende scenario’s vragen allen een ander aanvalsplan. BLEVE scenario Het ontstaan van een koude BLEVE is niet te bestrijden. De kans op een warme BLEVE is sterk gereduceerd door veiligheidseisen aan de samenstelling van treinen. Toxisch scenario Bij een ongeval met toxische vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Plasbrandscenario Het gevaar van een plasbrand is dat door warmtestraling personen overlijden of gewond raken. Indien de brandweer tijdig ter plaatse is kan voorkomen worden dat het vuur zich uitbreidt en kan overslaan op gebouwen. De schade kan beperkt worden door de ‘vuurlijn’ van de plasbrand op voldoende afstand van bebouwing te houden. Er moet voorkomen worden dat een brandbare vloeistof zich verspreidt langs een trein met gevaarlijke stoffen of het plangebied instroomt. Fakkelbrand In geval van een fakkelbrand stroomt brandbaar gas (zoals LPG) onder hoge druk uit de tankwagon. Voor de brandweer bestaat geen bestrijdingsstrategie om de bron te doven. De fakkelbrand zal door blijven branden tot al het gas uit de tank verbrand is.

De enige manier van bestrijding die voor handen is, is het afzetten van het gebied en het verzorgen van eventuele slachtoffers. Bereikbaarheid en bluswatervoorziening De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de bereikbaarheid van het plangebied en de capaciteit van de brandweer (bluswatervoorzieningen). Bereikbaarheid • Bij een ongeval op het spoor is het zaak om de hulpdiensten zo snel mogelijk te alarmeren waardoor er zo snel mogelijk met de bestrijding van de ramp kan worden begonnen en de omvang zo veel mogelijk kan worden beperkt. • Om snel met de bestrijding te kunnen beginnen, is het creëren van een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten van belang. Dit kan door voldoende toe- en uitgangswegen te realiseren. Voor hulpdiensten is het namelijk niet alleen van belang om zo snel mogelijk bij het ongeval of de woningen te kunnen komen, maar ook om zo snel mogelijk weer weg te kunnen rijden zonder hinder te ondervinden van andere (hulpverlenings)voertuigen. Een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten is in het plangebied gewaarborgd, aangezien het zowel via de Kokstraat als Schoolstraat (via een calamiteitenontsluiting) bereikbaar is voor hulpdiensten. • Voor de bestrijdbaarheid dienen er voldoende opstel-/parkeerplaatsen voor brandweervoertuigen en ambulances te zijn in de buurt van de woningen in het plangebied.

Obstakels op de weg, de stoep en het terrein dienen dus zodanig te worden ingericht dat hulpverleningsvoertuigen snel en goed bij de woningen kunnen komen. Het beperken van trappen, paaltjes, drempels, grote bloembakken, e.d. draagt bij aan een goede bereikbaarheid van de

2 Verantwoording groepsrisico spoorweg Zutphen-Delden mRO bv / MEM / november 2021

woningen voor brandweer/ambulances en brancards. Bij de civieltechnische inrichting van de openbare ruimte in het plangebied zal hiermee rekening worden gehouden. • Ten behoeve van de bestrijdbaarheid is ook een eenduidige, duidelijke bewegwijzering belangrijk, waarbij borden en nummers zodanig zijn geplaatst dat bij een calamiteit duidelijk is waar de hulpverleners naartoe moeten. Hiermee wordt eveneens rekening gehouden bij de civieltechnische inrichting van de openbare ruimte. Bluswatervoorzieningen De bluswatervoorziening binnen het plangebied is in de huidige situatie onvoldoende. Er zullen voldoende bluswatervoorzieningen moeten worden aangelegd. De initiatiefnemer zal dit in samenwerking met de gemeente nader invullen. ZELFREDZAAMHEID (ARTIKEL 7, LID B, BEVT) Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Deze mogelijkheden zijn afhankelijk van de scenario's. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een BLEVE scenario In het geval van een 'koude' BLEVE is er geen tijd om te vluchten en zullen alle personen binnen 150 meter slachtoffer worden.

Een koude BLEVE kan plaatsvinden zonder enige aankondiging vooraf. De omgeving zal dus verrast worden door het incident en zelfredzaamheid is niet aan de orde. In het geval van een 'warme' BLEVE is er wel tijd om te vluchten. Er is namelijk eerst een brand en daarna volgt pas een explosie. Bij de explosie van een ‘warme’ BLEVE zullen alle personen binnen 140 meter slachtoffer worden. Vluchten tot op een afstand van meer dan 140 meter van het spoor en dan binnen in een gebouw schuilen is in beginsel de beste manier om de calamiteit te overleven. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een toxisch scenario Bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. Aanbevolen wordt om mechanische ventilatiesystemen (automatisch) afschakelbaar te maken. Dit voorkomt dat ten tijde van een incident ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden.

Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een plasbrand scenario Bij een calamiteit met brandbare vloeistoffen moeten personen zich in veiligheid brengen op een afstand van ten minste 30 meter van het spoor. Personen binnen deze 30 meter kunnen ernstige brandverwondingen oplopen. In principe is vluchten de beste optie. Of vluchten daadwerkelijk mogelijk is, is afhankelijk van de parameters vluchttijd en alarmeringstijd.

3 Verantwoording groepsrisico spoorweg Zutphen-Delden mRO bv / MEM / november 2021

Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een fakkelbrand In het geval van een fakkelbrand is er geen tijd om te vluchten en zullen alle personen binnen de 100 procent-letaliteitscontour slachtoffer worden. Buiten deze zone is schuilen in een gebouw in beginsel de beste manier om de calamiteit te overleven. Echter, een dergelijk scenario kan optreden zonder enige aankondiging vooraf. De omgeving zal dus verrast worden door het incident en zelfredzaamheid is niet aan de orde. Alarmering en vluchtwegen Uit het bovenstaande blijkt dat in het kader van de zelfredzaamheid een tijdige alarmering en vluchtwegen van belang zijn. De aanwezigen in het plangebied dienen bovendien te worden geïnformeerd over hoe te handelen bij een incident. Voor alarmering wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Het plangebied valt binnen het bereik van deze WAS-palen. In NL-alert wordt de komende jaren vanuit de overheid verder geïnvesteerd, mede ook omdat op termijn alarmering via WAS-palen zal worden uitgefaseerd. Burgers zullen echter wel zelf het initiatief moeten nemen om hun mobiele telefoon geschikt te maken voor NL-alert. Vanuit het plangebied zijn er twee vluchtroutes: één in oostelijke richting en één in zuidelijke richting. De laatste route is met name van belang omdat daarmee van de bron af kan worden gevlucht.

Voor de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen bij een incident is verder van belang dat in het plangebied niet wordt voorzien in functies die bedoeld zijn voor het gebruik door groepen beperkt zelfredzame personen. De aanwezige personen zullen daarom over het algemeen zelfredzaam zijn. AED en Stop de bloeding set Vanuit zelfredzaamheid adviseert de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland verder nog het volgende: • Plaats een AED op een strategische locatie. In geval van een circulatiestilstand wordt, door z.s.m. te defibrilleren, de overlevingskans van de betreffende persoon vergroot. Als deze AED aan een buitenmuur wordt bevestigd en beschikbaar wordt gesteld voor algemeen gebruik kan deze AED ook gebruikt worden bij nood in de omgeving. • Plaats een Stop de bloeding-set naast de AED. Dit is een pakketje met extra hulpmiddelen om bloedingen te stoppen. Omstanders en niet-medische hulpverleners kunnen de overlevingskansen van slachtoffers van ongelukken aanzienlijk verhogen. Door ernstig bloedverlies meteen adequaat te stelpen, worden levens gered. Deze adviezen zullen worden meegenomen in de (civieltechnische) uitwerking van de inrichting van de openbare ruimte van het plan. DICHTHEID VAN PERSONEN IN HET INVLOEDSGEBIED (ARTIKEL LID 8, LID A, SUB 1 EN 2, BEVT) Het bedrijfsterrein in het plangebied is niet meer in gebruik.

Daarom bedraagt de personendichtheid in het plangebied in de huidige situatie 0 personen 1. In het plangebied worden 18 grondgebonden woningen gebouwd. Volgens de Handreiking verantwoording groepsrisico bedraagt de personendichtheid gemiddeld 2,4 personen per woning, waarbij in de nachtsituatie 100% van de bewoners aanwezig is en gedurende de dagsituatie 50%. Het totaal aantal aanwezigen in het 1

Omgevingsdienst Achterhoek, Risicoberekening transport spoor Kokstraat 37 te Eefde, december 2020.

4 Verantwoording groepsrisico spoorweg Zutphen-Delden mRO bv / MEM / november 2021

plangebied in de toekomstige situatie bedraagt derhalve 22 in de dagperiode en 44 in de nachtperiode. DE HOOGTE VAN HET GROEPSRISICO (ARTIKEL 8, LID B, BEVT) Uit de uitgevoerde kwantitatieve risicobeoordeling (QRA) 2 blijkt dat het groepsrisico door het transport van gevaarlijke stoffen over het spoortraject Zutphen-Delden: • In de huidige situatie een factor 0,35 van de oriëntatiewaarde bedraagt; • In de toekomstige situatie een factor 0,407 van de oriëntatiewaarde bedraagt. Al gevolg van het plan neemt het groepsrisico dus toe met 16%. Wel blijft het groepsrisico ook in de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde. MOGELIJKHEDEN TOT BEPERKING VAN HET GROEPSRISICO (ARTIKEL 8, LID C, BEVT) De hoogte van het groepsrisico wordt bepaald door de eigenschappen van de risicoveroorzaker (in dit geval de spoorweg Zutphen-Delden) en de eigenschappen van de risico ontvanger (in dit geval de onderhavige woningbouwontwikkeling). Bronmaatregelen De meest effectieve maatregelen om het groepsrisico te beperken zijn maatregelen bij de risicobron zelf. Maatregelen aan het spoor of aan tankwagons die gevaarlijke stoffen vervoeren zijn echter niet te nemen door de initiatiefnemer of de gemeente. De initiatiefnemer en gemeente hebben geen invloed op de vervoersintensiteit en vervoerde stofcategorieën over de spoorweg.

Ruimtelijke maatregelen Mogelijkheden om door een goede ruimtelijke ordening de hoogte van het groepsrisico zoveel mogelijk te beperken kunnen bestaan uit: • het meer scheiden van risicobron en ontvangers; • het beperken van de omvang van de ontwikkeling; • het (gedeeltelijk) wijzigen van de functie van het plangebied. Binnen het plangebied is al een optimale inrichting met betrekking tot externe veiligheid gerealiseerd. In het plan is de hoogte van het groepsrisico namelijk beperkt door de woningen zo ver als mogelijk van het spoor te bouwen. Direct langs het spoor zijn alleen parkeerplaatsen, groen en een ontsluitingsweg voorzien. Het plangebied laat het niet toe om een nog grotere afstand te creëren tussen de risicobron (het spoor) en de ontvangers (de woningen). Het beperken van de omvang van de ontwikkeling of het toekennen van een andere functie aan (een deel van) het plangebied is geen reële optie in de onderhavige situatie. Het plan is niet meer rendabel op het moment dat de omvang van de ontwikkeling wordt verkleind of wanneer het plangebied een andere functie krijgt dan nu is beoogd. Bovendien is het voortzetten van een bedrijfsfunctie in het plangebied niet langer gewenst gelet op de ligging tussen en achter woningen.

Bouwkundige maatregelen In geval van een calamiteit op het spoor geldt dat voornamelijk de gevel aan de bronzijde de effecten van een calamiteit opvangt. Eventuele bouwkundige maatregelen kunnen de veiligheid van aanwezigen hier verbeteren. Hierbij moet gekeken worden naar de effecten van een BLEVE. Indien een BLEVE plaatsvindt ter hoogte van het plangebied, wordt de bebouwing weggevaagd en bieden bouwkundige maatregelen geen enkele bescherming. De kans op een dergelijk 2

Omgevingsdienst Achterhoek, Risicoberekening transport spoor Kokstraat 37 te Eefde, december 2020.

5 Verantwoording groepsrisico spoorweg Zutphen-Delden mRO bv / MEM / november 2021

incident is bijzonder klein. Bij een incident op grotere afstand zijn de ramen in de geprojecteerde bebouwing het kwetsbaarst. Eventuele bouwtechnische veiligheidsmaatregelen dienen dus aan de ramen genomen te worden. Op het gebied van bouwtechnische maatregelen (zoals het aanbrengen van versterkte of scherfwerende beglazing) bestaat veel onduidelijkheid. Onduidelijk is hoe verstevigd glas (gelamineerd glas) zich gedraagt in geval van een drukgolf van een explosie, voorafgegaan door intense hittestraling. Daarnaast kan, als verstevigd glaswerk de drukgolf weerstaat, het kozijn of de buitenspouwmuur van het gebouw het begeven. Het verstevigen van kozijnen of buitenspouwmuren werkt zodanig door in de constructiekosten, dat deze maatregelen niet realistisch zijn, zeker gezien het feit dat het effect van de maatregelen onduidelijk is. MOGELIJKHEDEN VOOR RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN MET EEN LAGER GROEPSRISICO EN DE VOOR- EN NADELEN DAARVAN (ARTIKEL 8, LID D, BEVT) Een lager groepsrisico kan alleen gerealiseerd worden als in het plangebied geen woningbouw plaatsvindt en de huidige bedrijfsfunctie behouden blijft. Het lagere groepsrisico is het enige voordeel dat dit oplevert. Verder zijn er alleen nadelen. Allereerst is het laten voorbestaan van een bedrijfsfunctie in het plangebied niet wenselijk gezien de ligging tussen en achter woningen.

Om die reden is het terrein voor veel bedrijven ook geen aantrekkelijke vestigingsplaats. Een nieuwe invulling en herstructurering van het terrein is ook gewenst, omdat het zijn bedrijfsfunctie feitelijk al heeft verloren en de bedrijfspanden leegstaan. Een ander nadeel is dat dan op een andere locatie zal moeten worden voorzien in de woningbehoefte. Dat zal leiden tot een uitbreiding van het stedelijk gebied, terwijl het onderhavige plangebied al tot het bestaand stedelijk gebied behoort. Dit is ook niet in lijn met het ruimtelijk beleid, dat als uitgangspunt heeft dat de woningbehoefte primair in bestaand stedelijk gebied moet worden opgelost, onder meer door herstructurering en transformatie. ADVIES VEILIGHEIDSREGIO (ARTIKEL 9, BEVT) De veiligheidsregio dient op grond van artikel 9 van het Bevt in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de in artikel 7 en 8 van het Bevt genoemde onderwerpen. De gemeente Lochem heeft daarom de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) om advies gevraagd. Dit advies is uitgebracht op 15 september 20213. In de bovenstaande verantwoording van het groepsrisico is rekening gehouden met dit advies.

CONCLUSIE VERANTWOORDING GROEPSRISICO Als gevolg van het plan neemt het groepsrisico toe, maar blijft wel onder de oriënterende waarde. Gelet op de bovenstaande overwegingen acht de gemeente Lochem de toename verantwoord.

Veiligheidsregio Noord- en Oost- Gelderland, Advies externe veiligheid woonbouwplan Kokstraat Eefde, 15 september 2021. 3

6 Verantwoording groepsrisico spoorweg Zutphen-Delden mRO bv / MEM / november 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16266243/1