Raadsvoorstel_Behandeling Regionaal Programma Energievoorziening 2025 en Nota van Zienswijzen
Tekst van het document
Aan de Raad van de gemeente Lochem Team:
Klimaat, Energie & Groen
Kenmerk:
2220795
Informatie bij:
Irene Bremer Tjitske Osinga
Portefeuillehouder: L. de Goede
Onderwerp:
Behandeling Regionaal Programma Energievoorziening 2025 en Nota van Zienswijzen
Voorstel 1. Vaststellen van het Regionaal Programma Energievoorziening van de regio Stedendriehoek en de Nota van Zienswijzen.
Inleiding In de vergadering van 10 september 2025 heeft de regionale stuurgroep akkoord gegeven op de tekst en vormgeving van het Regionaal Programma Energievoorziening (RPE) en de Nota van Zienswijzen (NvZ). De NvZ is een verwerking van de inspraakreacties op het ontwerp RPE. Na het akkoord van de stuurgroep liggen het RPE en de NvZ ter besluitvorming in de gemeenten, waterschappen en de provincie. Deze documenten zijn opgenomen als bijlage 1 en 2 bij dit raadsvoorstel. De bundel met geanonimiseerde zienswijzen vanuit inwoners en organisatie uit Lochem zijn toegevoegd als bijlage 6. Op 23 september 2025 heeft het college van B&W van de gemeente Lochem ingestemd met het RPE en de bijbehorende NvZ. Het RPE vormt de herijking van de RES 1.0, die in 2021 door de raden van de Energieregio Stedendriehoek (toen nog RES-regio Cleantechregio) vastgesteld werd. Onze energievoorziening en de benodigde infrastructuur veranderen door de overgang van fossiele naar duurzame bronnen van energie: dit noemen wij de energietransitie. Waar energie voorheen centraal opgewekt en verspreid werd, gaan we naar een mix waarbij we naast het centrale netwerk ook lokaal duurzame energie opwekken, opslaan en gebruiken. De energievoorziening wordt daarom decentraler en lokaler. In het RPE gaat het over de hele energievoorziening.
We kijken niet alleen meer naar het grootschalig opwekken van elektriciteit met behulp van wind en zon, maar we kijken ook naar (gelijktijdigheid van) vraag en aanbod, transport, opslag en flexibel gebruik van energie. Het RPE is daarmee een strategie die past bij de wereld van nu en die vooruitkijkt naar de toekomst. De belangrijkste kenmerken van het RPE zijn: a. We werken toe naar een betaalbare, betrouwbare en klimaatneutrale energievoorziening in 2050. Die energievoorziening heeft een decentraler en lokaler karakter dan de huidige energievoorziening. b. Om daar te komen, nemen we de energievraag binnen de regio als basis en ondernemen we actie op alle elementen van het energiesysteem: vraag, aanbod, opslag, transport en flexibel gebruik van energie. c. Het RPE bevat uitgangspunten met betrekking tot de energievoorziening van de toekomst. d. Onze inspanningsverplichting voor duurzame energieopwekking met grootschalige wind en zon blijft 1,07 TWh. Het is onze ambitie om dit zo snel mogelijk na 2030, en uíterlijk in 2035, te realiseren. e. In de doorkijk naar de toekomst beseffen we dat we meerdere duurzame energiebronnen zullen moeten gaan benutten en dat de energiemix een breder karakter gaat krijgen (inclusief kleinschalige opwek). Het ontwerp RPE heeft van 26 mei tot en met 6 juli ter inzage gelegen.
In dezelfde periode heeft de oordeelsvorming door de volksvertegenwoordigers hierover plaatsgevonden. De reacties op de ter
2186388-1/4
inzagelegging zijn gebundeld in de Nota van zienswijzen. Dit heeft geleid tot een beperkt aantal wijzigingen in de definitieve tekst van het RPE. Het RPE is een vrijwillig programma onder de Omgevingswet. Het vormt daarmee het herijkte regionale kader voor onze energievoorziening van de toekomst. Voor het RPE geldt alleen een planMER-plicht voor het onderdeel grootschalige opwekking van duurzame energie met windturbines. Daarvoor gebruiken we het planMER Windbeleid en RES van de provincie Gelderland. Het planMER en de regionale aanvulling zijn als bijlagen 3 en 4 bij dit raadsvoorstel gevoegd. Beoogd maatschappelijk effect Het RPE schetst een pad naar een gezamenlijk doel voor 2050: dan wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat de netto uitstoot van broeikasgassen dan nul is. Tegelijkertijd wordt onze inspanningsverplichting uit de RES1.0 opnieuw bevestigd. Met het vaststellen van het RPE onderschrijft u de visie op de energievoorziening van de toekomst, samen met de uitgangspunten en afspraken die daarbij horen. Ook gaat u de inspanningsverplichting aan om het bod van 1,07 TWh zo snel mogelijk na 2030 en uiterlijk in 2035 te realiseren. Met het vaststellen van het RPE worden nog geen keuzes gemaakt voor de inrichting van de lokale energievoorziening van de toekomst.
Er kan worden gewerkt aan bewustwording van het feit dat de energievoorziening er in de toekomst echt anders uitziet dan nu. Financiële consequenties Aan dit besluit zijn geen directe financiële consequenties verbonden. Doordat we streven naar een andere werkwijze bij bijvoorbeeld nieuwbouwplannen zijn er wel indirecte financiële consequenties. Dit zijn echter kosten waarmee op termijn sowieso rekening zal moeten worden gehouden. Argumenten 1. Het definitieve RPE kent een beperkt aantal wijzigingen ten opzichte van het ontwerp. In de NvZ is aangegeven welke commentaren hebben geleid tot een aanpassing van het ontwerp RPE. In het definitieve RPE is meer informatie opgenomen over de rol van energiebesparing en de gezondheid van omwonenden. Ook is beter geduid waarom kleinschalig zon op dak geen onderdeel uitmaakt van de regionale inspanningsverplichting. 2. Het RPE is tot stand gekomen na een uitgebreid proces met stakeholders uit diverse geledingen. Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheden hebben op diverse momenten kunnen meedenken en hun mening kunnen geven (zie ook bijlage 1 bij dit raadsvoorstel). 3. Het RPE gaat over de hele energievoorziening van de regio Stedendriehoek.
We kijken niet alleen meer naar het grootschalig opwekken van elektriciteit met behulp van wind en zon, maar we kijken naar vraag(-beperking), aanbod, transport, opslag en flexibel gebruik van energie. In het RPE is onze eigen energiebehoefte als uitgangspunt genomen. 4. Het RPE geeft een gemeenschappelijk kader voor de toekomstige ontwikkelingen. Met het opstellen van het RPE hebben we onderzocht wat er allemaal al gebeurt. De visie die hieruit volgt, hebben wij in het energieperspectief uitgewerkt in uitgangspunten. Deze zijn na uitgebreid bronnenonderzoek geformuleerd. De afspraken waaraan wij ons houden, zijn opgesteld om gezamenlijk actie te ondernemen om ons eindbeeld te realiseren. Deze uitgangspunten en afspraken zullen moeten landen in het lokale beleid. In het RPE worden nog geen keuzes gemaakt voor de inrichting van de lokale energievoorziening van de toekomst. 5. De inspanningsverplichting in het RPE is een voortzetting van de afspraken in de RES 1.0 waarbij we ons een langere termijn voor de realisatie gunnen. Omdat we nu de hele energievoorziening bekijken, is de grootschalige opwek niet langer een doel op zich, maar moet dit gezien als een stap op weg naar ons einddoel: een klimaatneutrale
2186388-2/4
energievoorziening in 2050. Er zijn verschillende redenen voor het feit dat 2030 te vroeg komt om de 1,07 TWh te bereiken. De belangrijkste daarvan zijn netcongestie, beleidswijzigingen en het uitblijven van milieunormen voor windturbines. Risico’s en kanttekeningen 1. De provincie Gelderland stelt het RPE begin 2026 vast. Eén van de afspraken in het RPE is dat het past binnen (actualisaties) van het provinciaal, nationaal en Europees beleid. De provincie Gelderland werkt momenteel aan het Provinciale Programma Energiesysteem (PPE). Het PPE wordt naar verwachting begin 2026 vastgesteld. Daarna zal Gedeputeerde Staten het RPE van de regio Stedendriehoek vaststellen. Wij achten het risico dat het RPE niet past binnen de kaders van het nu in ontwikkeling zijnde PPE erg klein omdat het RPE tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met de provincie Gelderland en de regio Stedendriehoek goed is aangesloten bij de totstandkoming van het PPE. 2. Netcongestie is niet opgelost na 2030. Onlangs heeft TenneT gecommuniceerd dat het oplossen van de netcongestie op de hoogspanningsinfrastructuur in het Flevoland-Gelderland-Utrecht (FGU) - gebied langer duurt dan werd verwacht (2033-2035). Dat wil echter nog niet zeggen dat op dat moment op lokaal niveau alle midden- en laagspanningsnetten al berekend zijn op nieuwe ontwikkelingen.
We gaan ervan uit dat transportcapaciteit een schaars goed blijft. Dit kan invloed hebben op de realisatie van de geplande grootschalige opwek. 3. Het energieperspectief blijft in ontwikkeling. Het RPE is grotendeels gebaseerd op het Energieperspectief van de regio. Dit is geen vastgesteld document, maar is een toekomstschets op basis van de kennis van nu. Innovaties of juist tegenvallers kunnen invloed hebben op de uitgangspunten van het Energieperspectief. Naarmate onze kennis ontwikkelt, blijven we het Energieperspectief bijwerken. Uiterlijke besluitneming In regioverband is afgesproken dat uiterlijke besluitvorming over het definitieve RPE eind 2025 plaatsvindt bij de gemeenten in verband met de aankomende gemeenteraadsverkiezingen. In de provincie zal de besluitvorming plaatsvinden na het vaststellen van het PPE. Uitvoering Indien u het RPE ongewijzigd vaststelt, zal dit na besluitvorming door GS begin 2026 worden aangeboden aan het Nationaal Programma RES (NPRES) of de opvolger hiervan. Communicatie/ burgerparticipatie In bijlage 5 is een overzicht opgenomen van de regionale en de lokale participatie. De volgende openbare stukken zijn voor u bijgevoegd: 1. Regionaal Programma Energievoorziening, Herijking RES1.0, regio Stedendriehoek, september 2025. 2. Nota van Zienswijzen Regionaal Programma Energievoorziening, regio Stedendriehoek september 2025. 3.
Plan-MER Windbeleid en RES provincie Gelderland, Witteveen+Bos, 10 december 2024 4. Regionale Aanvulling RES-regio Stedendriehoek, aanvulling bij planMER windbeleid en RES Provincie Gelderland, Sweco en ROM3D, 05-12-2024 5. Participatie in het traject naar het Regionaal Programma Energievoorziening 2025. 6. Zienswijzen Regionaal Programma Energievoorziening Stedendriehoek, september 2025 bewoners en organisaties in de gemeente Lochem
2186388-3/4
Lochem, 23 september 2025, Burgemeester en wethouders van Lochem,
D.C. Kerkdijk secretaris
2186388-4/4
F.T.J.M. Backhuijs burgemeester