CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raad 06 Ecofect, Borculoseweg Barchem, Quickscan Wet natuurbescherming 22dec2023

Raadsvergadering 7 april 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Bestemmingsplan Barchemse Bos7.562 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan 00

BORCULOSEWEG

BARCHEM QuickScan Wet natuurbescherming

Plan:

Datum:

22 december 2023

Nieuwbouw

Project:

QS51410

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

INHOUD 1. Colofon

3

2. Samenvatting en advies

4

3. Inleiding

5

3.1

Aanleiding

5

3.2

Planlocatie

5

4. Kader en methode

8

4.1

Wettelijk kader

8

4.2

Onderzoeksmethode

12

4.3

Toepasbaarheid

13

5. Gebiedsbescherming

14

5.1

Natura 2000

14

5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

16

5.3

Stikstofdepositie

17

6. Soortbescherming

17

6.1

Flora

17

6.2

Fauna

18

6.3

Houtopstanden

27

Verantwoording

27

Bijlagen

28

2

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

1. Colofon Onderzoek

QuickScan natuurtoets

Document

QS51410

Datum

22 december 2023

Locatie

Borculoseweg; Barchem

Opdrachtgever

ConStabiel B.V.

Opdrachtnemer

Ecofect B.V.

Ecoloog

P. Smits en A. van der Voort

Adres

Laan 21, 8071 JG Nunspeet

Telefoon

06-41737676

Email

info@ecofect.nl

Internet

www.ecofect.nl

KvK-nummer

87036487

Btw-identificatienr.

NL864184311B01

Rekeningnummer

NL39 RABO 0198 8908 69

3

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

2. Samenvatting en advies Uit de QuickScan is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden de Wet natuurbescherming mogelijk wordt overtreden. Gebiedsbescherming Natura 2000 Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand ten opzichte van Natura 2000-gebieden wordt geen verstoring verwacht. Een voortoets Natura 2000 wordt niet noodzakelijk geacht. Ten aanzien van stikstof wordt er in de aanlegfase dan wel de nieuwe gebruiksfase mogelijk depositie verwacht. Een Aerius (stikstof) berekening wordt daarom ook geadviseerd. Natuur Netwerk Nederland De planlocatie is gelegen buiten het Natuur Netwerk Nederland (Gelders natuurnetwerk) of de groene ontwikkelingszone hiervan. Aangezien het Natuur Netwerk in Gelderland geen externe werking kent is vastgesteld dat een verdere toetsing niet aan de orde is. Soortbescherming Flora Geen overtreding Wet natuurbescherming. Vleermuizen Mogelijk overtreding Wet natuurbescherming. Nader onderzoek boombewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht. Zoogdieren Mogelijk overtreding Wet natuurbescherming. Nader onderzoek eekhoorn wordt noodzakelijk.. Vogels Mogelijk overtreding Wet natuurbescherming. Nader onderzoek horsten wordt noodzakelijk geacht. Overige soorten Mogelijk overtreding Wet natuurbescherming. Nader onderzoek hazelworm wordt noodzakelijk geacht.

Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming die vallen onder het onderdeel houtopstanden.

4

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen, betreffende de planlocatie gelegen aan de Borculoseweg te Barchem, heeft ConStabiel B.V. namens cliënt, aan Ecofect B.V. opdracht gegeven een QuickScan Wet natuurbescherming uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

3.2 Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Borculoseweg aan de rand van Barchem. Het betreft een gemengd loofbos met weinig ondergroei. Het bos is gedeeltelijk omringd door bebouwing en infrastructuur bestaand uit een autoweg en fietspad. Door het bos zelf lopen enkele onverharde paden. Naast de houtopstanden bestaat de omgeving voor een groot deel uit een agrarisch cultuurlandschap. De omgeving heeft dan ook een natuurlijk karakter (figuur 1).

Figuur 1 Onderzoeksgebied

Barchem is een dorp in de gemeente Lochem in de Gelderse Achterhoek in de Nederlandse provincie Gelderland. Het telde op 1 januari 2021 1.750 inwoners. Het ligt vlak naast de Lochemse Berg. Barchem betekent oorspronkelijk 'Dorp nabij de Berg'

5

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

3.3 Ontwikkelingen en effecten Initiatiefnemer is voornemens op de planlocatie een zestal vrijstaande woningen te realiseren. Ter plaatse van de woningen zal alle aanwezige vegetatie ter plekke worden verwijderd of uitgedund. Het bos nabij de woningen zal grotendeels blijven bestaan, waaronder de bomenrij langs de Borculoseweg. Het streven is om zoveel mogelijk bos te behouden indien mogelijk aan te vullen met inheemse soorten. Een ontwerp van de te ontwikkelen woningen. zijn hieronder opgenomen. Voor inhoudelijke vragen omtrent het ontwerp en de herinrichting wordt verwezen naar de opdrachtgever of initiatiefnemer.

Figuur 2 – De te bouwen opstallen aangegeven in het kader.

6

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn blijvend van karakter. De functie van het plangebied zal ten dele veranderen en ecologisch ten dele veranderen. De ingrepen en effecten van de ingreep in relatie tot natuurwaarden: • •

Vellen/kappen van bomen

•

Algemene bouwwerkzaamheden

•

Aan- en afvoer materiaal.

•

Herinrichting van het gebied hetgeen bij de functie wonen verwacht kan worden.

•

Kappen/ Aanplanten

•

Egaliseren terrein

Dit onderzoek is gericht om een inschatting te maken of beschermde soorten voorkomen en gebruik maken van de projectlocatie. inhoudelijke vragen hierover wordt verwezen naar de initiatiefnemer.

7

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

4. Kader en methode 4.1 Wettelijk kader Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is o.a. Wet natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora- en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet welke van kracht waren voor 1 januari 2017. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. In de toekomst zal deze wet worden opgenomen in de omgevingswet (1 januari 2024). Dit onderzoek beperkt zich tot de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. In deze QuickScan worden de verschillende onderdelen van de Wet natuurbescherming getoetst. Omdat een veldbezoek en bureau-onderzoek geen zekerheid geeft of de Wet natuurbescherming wordt overtreden, wordt de potentie van het object ingeschat voor wat betreft beschermde soorten. Indien het object potentie heeft, zal een aanvullend onderzoek vast moeten stellen of uit moeten sluiten of er beschermde soorten gebruik maken van de opstallen. Potentie-inschatting vindt plaats op basis van habitatkenmerken, habitatseisen en ervaring van de ecoloog. Een goed voorbeeld is de kans op het waarnemen van vleermuizen tijdens het veldbezoek. De trefkans is nagenoeg nihil bij een bezoek overdag. Indien een object (gebouw of boom) potentie heeft, door bijvoorbeeld open stootvoegen, dan zal een nader onderzoek uit moeten wijzen of de beschermde soorten ook daadwerkelijk gebruik maakt van het object.

En zo ja, welke functie heeft het object. Voor diverse soorten zijn er vastgestelde protocollen waarin de optimale onderzoeksperioden, weersomstandigheden en onderzoeksinspanning staan omschreven. Het bevoegd gezag toetst of de onderzoeken op de correcte wijze zijn uitgevoerd. Vanuit de Provincie of omgevingsdiensten zijn er toezichthouders die ten alle tijden kunnen vragen naar de rapporten van de uitgevoerde onderzoeken. Tevens zijn zij bevoegd om op basis van eigen bevindingen het werk stil te leggen en/of een dwangsom op te leggen indien er gehandeld wordt in strijd met de Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura 2000gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn gebieden). Voor Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen/ activiteiten in of in de nabijheid van Natura 2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn.

8

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: •

Vogels met jaarrond beschermde nesten;

•

Overige vogels;

•

Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I);

•

Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt;

•

Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt.

Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus.

Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.

9

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Bescherming houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaal aantal rijen. Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4.2) vallen de •

Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden,

•

Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden,

•

Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed,

•

Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij)

•

Het dunnen van een houtopstand, Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die:

•

Minimaal eens per tien jaar worden geoogst,

•

Bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter,

•

Zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.

10

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Wettekst Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- plaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings- gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings- gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

11

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

4.2 Onderzoeksmethode De volgende methoden zijn bij het onderzoek gebruikt: 1.

Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied.

2.

Op 19 december 2023 is het plangebied door dhr. P. Smits en mevr. A. van der Voort bezocht. Daarbij werden de, in het plangebied aanwezige, natuurwaarden geïnventariseerd en beoordeeld. Tijdens dit veldbezoek was het bewolkt en ongeveer 10 graden Celsius. Er is gekeken naar mogelijke groeiplaatsen dan wel vaste rust- en verblijfplaatsen van de beschermde flora- en fauna. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk soortbescherming.

3.

Er is een visuele inspectie uitgevoerd op aanwezigheid van kieren, holten en spleten (voor zover aanwezig).

4.

De controle is te voet uitgevoerd en waar mogelijk zijn eventuele toegankelijke holtes en spleten verkennend geïnspecteerd (met zaklamp en/of endoscoop).

5.

Bewijslast is verzameld met fotomateriaal.

6.

De ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) werd opgezocht. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk gebiedsbescherming.

7.

In samenspraak met de opdrachtgever is de ingreep in kaart gebracht.

8.

Door middel van een nauwkeurige analyse van deze data en waarnemingen is: a.

bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor een aanvullend onderzoek noodzakelijk is,

b.

een inschatting gemaakt van de redelijkerwijs te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies,

c. 9.

bepaald of de bescherming van houtopstanden aan de orde is.

Er is gebruik gemaakt van de volgende hulpmiddelen (zie verantwoording).

10. De opgestelde rapportage is gecontroleerd en beoordeeld door een tweede lezer.

12

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

4.3 Toepasbaarheid Deze QuickScan is gericht op de mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming, niet aan andere (natuur)wetgeving. De resultaten van het onderzoek zijn 3 jaar geldig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage kan dan ook ingediend worden aan belanghebbende partijen zoals gemeente en provincie. Op basis van in de deze rapportage opgenomen projectgegevens (zie hoofdstuk 3; december 2023) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden. Deze verstrekte natuurinformatie is ten behoeve van de initiatief- en ontwerpfase van de planontwikkeling. Om in de uitvoerings- en beheerfase overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen, wordt – indien nodig- in deze rapportage aangegeven wanneer het noodzakelijk is om te werken volgens één van de volgende standaarden: •

Algemeen zorgvuldig handelen

•

Gedragscode ruimtelijke ontwikkeling

•

Ecologisch werkprotocol

•

Ontheffing/vrijstelling Wet natuurbescherming

13

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

5. Gebiedsbescherming 5.1 Natura 2000 In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn in de Wet natuurbescherming strikt beschermd. Volgens de Wet natuurbescherming is het volgens artikel 2.7 lid 2 verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geldt ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking). Het plangebied ligt nabij het Natura 2000-gebied Stelkampsveld. Andere Natura 2000-gebieden liggen verder en worden in dit hoofdstuk niet uitgewerkt, maar wel meegenomen in de berekeningen van een eventueel vervolgonderzoek.

Figuur 3 – Natura 2000-gebied

Stelkampsveld Het gebied is een fraai voorbeeld van het Achterhoekse kampenlandschap. Kenmerkend is de kleinschalige afwisseling van essen, grassen, heide en hoeven. Stelkampsveld maakt deel uit van het landgoed Beekvliet. Het fraaiste perceel herbergt een gradiënt van droge heide, natte heide, heischraal grasland, basenminnende blauwgrasland naar ven begroeiingen. Waar het basenrijk grondwater uittreedt in het blauwgrasland, treedt

14

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

een begroeiing van het kalkmoeras op. Het betreft één van de weinige binnenlandse groeiplaatsen van Grote muggenorchis en Parnassia en één van de weinige landelijke groeiplaatsen van Wolfsklauw mos. De basenminnende begroeiingen zijn vooral afhankelijk van een diepere regionale grondwaterstroom, de lokale grondwaterstromen zijn echter ook van groot belang. U kunt te maken hebben met de zogenoemde externe werking van het Natura 2000-gebied. U moet daarbij bijvoorbeeld denken aan mogelijke effecten op de waterhuishouding, uitstoot van stikstof of effecten die het gevolg zijn van een groot project zoals aanleg van windmolens, zandwinning, een woonwijk of industrie. Conclusie/advies Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand ten opzichte van Natura 2000-gebieden wordt geen verstoring verwacht. Een voortoets Natura 2000 wordt niet noodzakelijk geacht.

15

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

5.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: •

Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;

•

Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;

•

Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

•

Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;

•

Alle Natura 2000-gebieden.

Figuur 4 - Gelegen buiten Natuurnetwerk Gelderland

Conclusie Natuurnetwerk Nederland Aangezien het plangebied is gelegen buiten het NNN van Gelderland (figuur 4), en het NNN in Gelderland geen externe werking kent, is nadere toetsing niet aan de orde. Het plangebied ligt tevens buiten de Groene ontwikkelingszone van de Provincie Gelderland.

16

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

5.3 Stikstofdepositie Door de uitspraak van de Raad van State inzake het Programma Aanpak Stikstof kan er geen beroep gedaan worden op de oude regeling PAS. Citaat uit de kamerbrief van 11 juni 2019: ‘Het is duidelijk dat het PAS niet meer gebruikt kan worden als passende beoordeling voor toestemmingsverlening. Dat wil niet zeggen dat alle vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. Met een individuele passende beoordeling die voldoet aan de randvoorwaarden die de Afdeling schetst is dit wel mogelijk. Als gevolg van de uitspraak geldt als voorwaarde bij toestemmingsverlening dat zodanige maatregelen moeten worden getroffen dat verzekerd is dat de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden niet toeneemt. Dat kan door maatregelen verbonden aan de activiteit zelf (intern salderen), of – onder strikte voorwaarden – door saldering met de effecten van beëindiging of beperking van andere activiteiten (extern salderen). Individuele toestemmingsverlening is ook mogelijk op basis van een andere ecologische onderbouwing waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000-gebied niet worden aangetast, ondanks een toename van stikstofdepositie van het betreffende project. Het is aan het betreffende bevoegde gezag om hierover te oordelen. Hierbij is aandacht voor een eenduidige handelwijze tussen de bevoegde gezagen.

Wanneer uit een individuele passende beoordeling niet de vereiste zekerheid kan worden verkregen dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied, zal alleen toestemming kunnen worden verleend aan de hand van de ADC-toets. Een toestemming op basis van de ADCtoets kan alleen worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: er zijn geen alternatieve oplossingen (A), het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang (met inbegrip van redenen van sociale of economische aard) (D), en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura-2000 bewaard blijft (C). Het resultaat van de compensatie moet in beginsel bereikt zijn op het moment waarop het betrokken gebied schade van het project ondervindt.’ (einde citaat) De afstand tot depositiegevoelige Natura 2000-gebieden (inclusief habitatsoorten) is 1,2 kilometer. Het gaat hier om het Natura 2000-gebied de Stelkampsveld. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied in relatie tot de geplande ontwikkelingen wordt mogelijk stikstofdepositie verwacht in de sloop- en aanlegfase. Advies / conclusie Ten aanzien van de aanlegfase dan wel nieuwe gebruiksfase wordt mogelijk een toename van stikstofdepositie verwacht.

Een Aeriusberekening voor deze fasen wordt dan ook geadviseerd om dit aan te tonen of uit te sluiten.

17

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

6. Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent twee vormen van soortbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling gekoppeld aan de juridische status van de soorten: •

Algemene zorgplicht

•

Zorgvuldig handelen

Algemene zorgplicht Heb respect voor alle wilde flora en fauna en tracht het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen of, indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zo veel mogelijk te beperken. Zorgvuldig handelen Deze vorm van soortbescherming is gekoppeld aan soorten met een juridisch beschermde status. Er dient invulling te worden gegeven aan zorgvuldig handelen tijdens de uitvoering van werken die vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Zorgvuldig handelen betreft: 1.

Voorkomen dat schade optreedt aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld andere projectlocatie kiezen).

2.

Beperken van schade aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld beschermingszone hanteren rondom een bewoond vogelnest of verplaatsen beschermde planten).

3.

Ongedaan maken van schade aan beschermde planten en dieren:

Preventief: alternatieve verblijfplaats (mitigerende maatregelen) realiseren voordat het werk uitgevoerd wordt (bijvoorbeeld aanleg van een poel voor de gewone pad). Achteraf: opgelegd door het bevoegd gezag indien onzorgvuldig is gehandeld.

6.1 Flora Toetsing aan gebiedsbescherming vindt uitsluitend plaats indien beschermde gebieden in het geding zijn, terwijl toetsing aan de soortbescherming altijd vereist is, zowel binnen als buiten beschermde gebieden. Bevinding veldbezoek Het perceel is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten op de projectlocatie.

18

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

6.2 Fauna De planlocatie bestaat uit een gemengd loofbos met weinig ondergroei en een onverhard pad middendoor. Rondom de planlocatie staat bebouwing en agrarische landschappen. Huismus Ten aanzien van de huismus, welke menselijke bebouwing gebruikt als rust en nestlocatie, zijn daken of overige holten waar de huismus zich zou kunnen vestigen niet aanwezig. De habitat in de omgeving (tuinen en erven) is ongeschikt op de planlocatie en geschikt buiten de planlocatie. Binnen de planlocatie is een bosrijk gebied waar huismussen niet nestelen of foerageren. Nabij en buiten de planlocatie is bebouwing aanwezig met aanwezigheid van (groenblijvende) struiken, straatgras, zandbaden en water. Dit habitat gaat niet verloren. Een nader onderzoek huismus wordt niet noodzakelijk geacht. Gierzwaluw De gierzwaluw maakt ook gebruik van menselijke bebouwing als nestplaats. Deze 90- dagenvogel broedt veelal onder dakpannen. Een aantal voorwaarden stelt de gierzwaluw aan zijn nestplaats (kolonie). Een potentiële nestplaats is vrijwel nooit onder de 3 meter te vinden in verband met het aan- en afvliegen en doorgaans ook niet in de onmiddellijke omgeving van bomen. Gierzwaluwen hebben invliegopeningen nodig van ca 55 x 20 mm. Het plangebied heeft een bosrijk karakter wat het habitatongeschikt maakt voor gierzwaluw. Het is mogelijk dat de gierzwaluw in de bebouwde omgeving voorkomt.

Dit habitat zal echter niet verstoord worden. Een nader onderzoek gierzwaluw wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Categorie 5 Van de vogels uit categorie 5 (zie tabel 3) kunnen in de omgeving worden verwacht: vink (Fringillidae), pimpelmees (Cyanistes caeruleus), koolmees (Parus major), ekster (Pica pica) kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus), en spreeuw (Sturnus vulgaris). Wat betreft de spreeuw kan er buiten het broedseizoen worden geveld omdat dit soort een soort is dat makkelijk uitwijkt naar alternatieve verblijfplaatsen (doorgaans gebouwen). Hiernaast kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in tuinen en landelijk gebied broeden zoals de merel (Turdus merula), heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) en overige vogels die broeden in gebouwen op houten binten, zoals de kauw (Coloeus monedula). Bij het locatiebezoek zijn geen nesten of verblijfplaatsen aangetroffen. Echter er zijn soorten waargenomen waaronder de boomkruiper en groene specht. Daarom luidt het advies om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Spechten en Holtebroeders De bomen in de directe nabijheid zijn in goede conditie en hebben wel kieren, holten of (scheur)spleten. Spechten of holtebroeders zullen mogelijk verstoord worden. Indien mogelijk werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.

Mocht dit niet mogelijk zijn, dan wordt het noodzakelijk geacht om voorafgaande de werkzaamheden een broedvogel inspectie uit te voeren. Uilen en Roofvogels Er is tijdens het veldbezoek één nestplaats waargenomen. Het foerageergebied blijft voor soorten in stand en met de huidige geplande ontwikkelingen gaan potentieel nestplaatsen verloren. Bij het raadplegen van NDFF en andere databases kwamen waarnemingen naar voren van de buizerd en de visarend. De buizerd is tweemaal waargenomen. Bij het veldbezoek is een horst waargenomen. Zeer waarschijnlijk dat de agrarische

19

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

landen rondom het plangebied als foerageergebied dienen. Dit landschap zal echter niet verloren gaan. Een nader onderzoek horsten wordt noodzakelijk geacht. Bonn en Bern Het voorkomen van vogels zoals genoemd in de verdragen van Bonn en Bern kan niet worden uitgesloten. Deze soorten vallen zowel onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn als het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Voor deze soorten geldt dat ze niet opzettelijk mogen worden verstoord, ongeacht hun staat van instandhouding. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen. Advies/ conclusie Ten aanzien van vogels mogelijk overtreding Wet natuurbescherming. Nader onderzoek horsten wordt noodzakelijk geacht.

Indien mogelijk wordt het aangeraden om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Mocht dit niet mogelijk zijn wordt voorafgaande een broedvogelinspectie noodzakelijk geacht.

20

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Jaarrond beschermde nesten In onderstaande tabel (volgende pagina) zijn opgenomen de nesten welke door de wetgever jaarrond beschermd zijn Nederlandse naam

Bescherming

Nederlandse naam

Bescherming

Nederlandse naam

Bescherming

Steenuil

Categorie 1

Blauwe reiger

Categorie 5

Kleine vliegenvanger

Categorie 5

Gierzwaluw

Categorie 2

Boerenzwaluw

Categorie 5

Koolmees

Categorie 5

Huismus

Categorie 2

Bonte vliegenvanger

Categorie 5

Kortsnavelboomkruiper

Categorie 5

Roek

Categorie 2

Boomklever

Categorie 5

Oeverzwaluw

Categorie 5

Grote gele kwikstaart

Categorie 3

Boomkruiper

Categorie 5

Pimpelmees

Categorie 5

Kerkuil

Categorie 3

Bosuil

Categorie 5

Raaf

Categorie 5

Oehoe

Categorie 3

Brilduiker

Categorie 5

Ruigpootuil

Categorie 5

Ooievaar

Categorie 3

Draaihals

Categorie 5

Spreeuw

Categorie 5

Slechtvalk

Categorie 3

Eidereend

Categorie 5

Tapuit

Categorie 5

Boomvalk

Categorie 4

Ekster

Categorie 5

Torenvalk

Categorie 5

Buizerd

Categorie 4

Gekraagde roodstaart

Categorie 5

Zeearend

Categorie 5

Havik

Categorie 4

Glanskop

Categorie 5

Zwarte kraai

Categorie 5

Ransuil

Categorie 4

Grauwe vliegenvanger

Categorie 5

Zwarte mees

Categorie 5

Sperwer

Categorie 4

Groene specht

Categorie 5

Zwarte roodstaart

Categorie 5

Wespendief

Categorie 4

IJsvogel

Categorie 5

Zwarte specht

Categorie 5

Zwarte wouw

Categorie 4

Kleine bonte specht

Categorie 5

Grote bonte specht

Categorie 5

Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: Categorie 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). Categorie 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). Categorie 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). Categorie 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Categorie 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd.

Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Indien dit het geval is, is een omgevingscheck benodigd.

21

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen (artikel 3.5 Habitatrichtlijn bijlage IV) bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In de toelichting vleermuizen (volgende pagina) worden deze onderdelen nader toegelicht. Verblijfplaatsen voor vleermuizen moeten voldoen aan een geschikt microklimaat: temperatuur, verschillende temperaturen binnen één object (gradiënten), snelheid van opwarmen of afkoelen (bufferwaarde) en vochtigheid. Essentieel is dat de verblijfplaats tochtvrij is in verband met de temperatuurregulatie en het voorkomen van uitdroging in de winter. Winterverblijven moeten daarnaast grotendeels vorstvrij zijn. Vleermuizen zijn gevoelig voor licht. Bij een verblijfplaats wordt dan ook niet vaak een lichtbron gevonden. De toegang tot de verblijfplaats, de in- en uitvliegopeningen en de aanvliegroute moet vrij van obstakels zijn. Het bosrijke karakter van de planlocatie biedt weinig tot geen potentie voor verblijf- en rustplaatsen van de gebouwbewonende vleermuizen. Bij het raadplegen van NDFF en voormalig vleermuisonderzoek uitgevoerd in 2014 (Burgt 2014.) kwam naar voren dat de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en Rosse vleermuis enkel foeragerend of overtrekkend zijn waargenomen. Buiten het plangebied is volop potentie voor rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen.

Deze verblijfplaatsen zullen niet verstoord worden. Nader onderzoek gebouwbewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht. Nabij de planlocatie zijn bomen aanwezig met vleermuispotentie. Hierbij kan gedacht worden aan holten en loshangende schors hetgeen aanwezig is op de planlocatie. Op de planlocatie zijn meerdere (ondiepe) spechtenholen aanwezig die enigszins potentie bieden voor boombewonende vleermuizen. Het is mogelijk dat deze bomen verloren zullen gaan bij de werkzaamheden. Eventueel aanwezige soorten zullen mogelijk hinder ondervinden van de geplande ontwikkeling en potentiële verblijfplaatsen kunnen verloren gaan. Het habitat is zeer geschikt voor boombewoners. Een nader onderzoek boombewonende vleermuis soorten wordt dan ook noodzakelijk geacht. Daarnaast wordt geadviseerd om tijdens en na de werkzaamheden de bomen niet actief te belichten. Schade op onmisbare vliegroutes en foerageergebieden, verblijfplaatsen van vleermuizen kan mogelijk ontstaan wanneer de lijnelementen verdwijnen uit het landschap. Nabij de planlocatie zijn deze lijnelementen aanwezig. Het wordt aangeraden bij het aanleggen van een pad naar de woningen om de bomen langszij intact te houden en deze niet actief te belichten. Het is ook mogelijk om natuurvriendelijke belichting te gebruiken. Dit om eventuele verstoringen te voorkomen.

Het foerageergebied blijft gedeeltelijk intact hetzij anders ingericht. Een nader onderzoek naar foerageergebied en vliegroutes is niet noodzakelijk. Het biotoop en habitat laat zich het beste omschrijven door bosrijke omgeving. Advies/ conclusie Ten

aanzien

van

vleermuizen

mogelijk

overtreding

Wet

natuurbescherming.

Nader

onderzoek

boombewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht.

22

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Toelichting vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.) Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats.

Er

zijn

bij

soorten

als

gewone

dwergvleermuis

massa

winterverblijfplaatsen

en

winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.

23

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Overige zoogdieren Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen. Bever en otter In het plangebied zijn geen sporen van de otter (Lutra lutra) of bever (Castor fiber) aangetroffen. Het voorkomen van beide soorten kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Vanwege het (waterarme) karakter van het plangebied is het habitat voor deze soort ongeschikt. Hamster, hazelmuis en noordse woelmuis Het verspreidingsgebied van de hamster (Cricetus cricetus) en hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid-Limburg. Voor de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) geldt dat deze soort een zeer natte, kruidenrijke vegetatie behoeft en dat de verspreiding zich beperkt tot de lage, natte delen van Nederland. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen van de genoemde soorten voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Slaapmuizen Het verspreidingsgebied van de eikelmuis (Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in ZuidLimburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten.

In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Ware muizen Het verspreidingsgebied van de grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ligt ver buiten het plangebied. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Voor de overige ware muizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Spitsmuizen Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) betreft Twente en Zeeuws-Vlaanderen en ligt derhalve buiten het plangebied. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met een rijke oevervegetatie. Derhalve kan worden gesteld dat beide soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de overige spitsmuizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Woelmuizen De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Limburg. Sporen zijn van deze soort niet aangetroffen. De planlocatie leent zich dan ook niet voor deze soort. De overige onder dit beschermingsregime vallende woelmuizen zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.

24

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Eekhoorn Tijdens het veldbezoek werden nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen. De bomen nabij het plangebied zijn onderzocht. Het plangebied vertoont essentiële functie voor de eekhoorn. In de diverse databases zijn verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Bij de werkzaamheden is het noodzakelijk dat deze bomen niet gekapt zullen worden. Indien dit niet mogelijk is, wordt een nader onderzoek eekhoorn noodzakelijk geacht. Haasachtigen, egel en vos De haas en de vos zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. De planlocatie weinig tot geen schuilhoeken of verbindingszones. Nabij de planlocatie zijn waarnemingen van de egel bekend. De egel is met name waargenomen bij de bebouwing in de nabije omgeving. De habitat zal met culturele invloeden enkel verbeteren voor deze soort. Marterachtigen Op het perceel zijn geen sporen van marterachtigen aangetroffen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de UVlamp om urine sporen te doen oplichten en de endoscoop om ruimten te inspecteren. De bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis) zijn niet te verwachten in de omgeving van de planlocatie. Verblijf- of rustplaatsen zijn niet aangetroffen. De aanwezige habitat wat aanwezig is op de planlocatie is niet geschikt voor de eerdergenoemde soorten.

Er is onvoldoende dekking of verbindingszones voor mogelijke predatoren. Het is mogelijk dat de planlocatie als foerageergebied dient. Echter bij de werkzaamheden zal een groot deel van het foerageergebied in tact blijven. Bij het raadplegen van NDFF en andere databases kwamen geen waarnemingen van marterachtigen naar voren. Een nader onderzoek marterachtigen wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Overige zoogdieren De in Nederland voorkomende zoogdieren betreffen of zeezoogdieren of slechts zelden in Limburgse bossen waargenomen soorten (de wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx) en de in Nederland gevestigde wolf (Canis lupus)) ofwel in het bos of open veld levende grote hoefdieren. Daarom kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen overige zoogdieren voorkomen.

25

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Overige soorten Reptielen en amfibieën Het plangebied ligt buiten het bereik van beschermde reptielen en amfibieën. De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), gewone pad (Bufo bufo), bruine kikker (Rana temporaria), bastaardkikker (Pelophylax esculentus) en meerkikker (Pelophylax ridibundus) zijn door de provincies voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. De effectafstanden en invloeden van genoemde soorten zijn dus irrelevant. De ingreep heeft geen invloed op de habitat van deze soorten. Er zijn waarnemingen van het NDFF bekend betreffende de hazelworm. Habitat is matig geschikt. Aan de rand van het perceel is het mogelijk dat dit soort er zich bevind. Derhalve moet dit soort wel middels een nader onderzoek worden vastgesteld of uitgesloten. Vissen De beschermde vissen zijn rivieroptrekkende zoutwater soorten die niet of nauwelijks in Nederland worden aangetroffen. De beekdonderpad (Cottus rhenanus), beekprik (Lampetra planeri), elrits (Phoxinus phoxinus) en gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus) zijn soorten van schone heldere continu stromende beken en zijn (grotendeels) beperkt tot de provincie Limburg. De beekprik komt ook elders op de hogere zandgronden voor en van de elrits bevindt zich een geïsoleerde populatie op de Veluwe. De kwabaal (Lota lota) is een soort van grote wateren en riviertjes.

Dergelijke leefgebieden komen in het plangebied ook niet voor. Daarom kan worden gesteld dat in het plangebied geen onder dit beschermingsregime voorkomende vissen te verwachten zijn. De ingreep heeft geen invloed op de habitat van deze soorten. Vlinders en libellen In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders. Het voorkomen van deze libellen en vlinders kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Overige ongewervelden Het oeveraas (Palingenia longicauda), de juchtleerkever (Osmoderma eremita) en Bataafse stroommossel (Unio crassus) zijn uit Nederland verdwenen. Van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) is slechts een populatie nabij Maarheeze (Noord-Brabant) bekend. Omdat veensloten en vennen met schoon water ontbreken in het plangebied kan het voorkomen van andere overige ongewervelden redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied bevindt zich buiten het bekende verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) en het vliegend hert (Lucanus cervus). In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.

26

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

6.3 Houtopstanden Op de planlocatie worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming omdat dit bos binnen de gemeentelijke bebouwde kom houtopstanden valt. Overtreding op dit onderdeel Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Om de regels van de provincie te handhaven is afgesproken dat boscompensatie uitgevoerd zal worden. Hoofdstuk 4 Wet natuurbescherming regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld- (artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk.

Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond. Deze regel geldt niet voor: 1.

Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom;

2.

Houtopstanden op erven of in tuinen;

3.

Fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

4.

Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar;

5.

Kweekgoed;

6.

Uit populieren of wilgen bestaande: a.

Wegbeplantingen;

b.

Beplantingen langs waterwegen, en

c.

Eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;

7.

Het dunnen van een houtopstand;

8.

Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, als zij: a.

Ten minste eens per tien jaar worden geoogst;

b.

Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en

27

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

c.

Zijn aangelegd na 1 januari 2013.

28

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Verantwoording Literatuur/ bronnen •

Wet natuurbescherming

•

Omgevingsverordening

•

Fauna inventarisatie, Rik Schoon

•

150416_Rapport_Effectafstanden_Natura_2000.pdf

Materiaal •

Camera

•

Zaklamp

•

Thermometer

•

Windmeter

•

Verrekijker

•

Endoscoop

•

Ladder (5 meter)

•

UV-lamp

Internet •

Www.rvo.nl

•

Www.bij12.nl

•

Wwww.verspreidingsatlas.nl

•

Www.zoogdiervereniging.nl

•

Www.ndff.nl

•

Www.synbiosys.alterra.nl/natura2000

•

Https://atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten

•

www.natura2000.nl

•

www.planviewer.nl

29

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Bijlagen

30

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

31

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

32

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

33

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

34

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

35

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

36

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

37

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

38

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

39

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

40

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

41

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

42

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Groningen

Friesland

Drenthe

Overijssel

Flevoland

Gelderlan d Utrecht

NoordBrabant

ZuidHolland

Zeeland

NoordHolland

Limburg

Ministerie EZ(AmvB RN art. 3.31)

Vrijgestelde soorten per provincie

Aardmuis

Microtus agrestis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bosmuis

Apodemus sylvaticus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bunzing

Mustela putorius

x5

x

x

x

Dwergmuis

Micromys minutus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Dwergspitsmuis

Sorex minutus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Egel

Erinaceus europaeus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Eekhoorn

Sciurus vulgaris

Gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Haas Hermelijn Huisspitsmuis*

Crocidura russula

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Molmuis

Arvicola scherman

Ondergrondse woelmuis

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam Zoogdieren

x

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

Lepus europeus

x

x

x

x

x

x

x

x

Mustela erminea

x5

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Pitymys subterraneus

x

x

x

x

x

Ree

Capreolus capreolus

x

x

x

x

x

Rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

x

x

x

x

Steenmarter

Martes foina

Tweekleurige bosspitsmuis

Sorex coronatus

x

x

x

Veldmuis*

Microtus arvalis

x

x

Vos

Vulpes vulpes

x

Wezel

Mustela nivalis

x

Wild zwijn

Sus scrofa

Woelrat

Sus scrofa

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x5

x

x

x

x

x

x2

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Amfibieën en reptielen Bruine kikker

Rana temporaria

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone pad

Bufo bufo

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Hazelworm

Anguis fragilis

Kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Levendbarende hagedis

Zootoca vivipara

Meerkikker

Pelophylax ridibundus Pelophylax klepton esculentus

Middelste groene kikker / bastaardkikker

x3 x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x4 x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

* voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven Wnb 3.10 3e lid x1 = vrijstelling geldt in de periode maart- april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli, augustus en september x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober x5 = de vrijstelling voor deze soorten wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022

43

QUICKSCAN 51410 – BARCHEM

Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze rapportage mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Ecofect B.V., noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecofect B.V. is niet aansprakelijk voor vervolgschade, en ook schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Ecofect B.V. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2023 Ecofect B.V.; Nunspeet

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14813469/1