CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raad 04 Quickscan FF Borculoseweg EcoQuickscan 12 maart 2019

Raadsvergadering 7 april 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Bestemmingsplan Barchemse Bos6.647 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quick scan flora en fauna

Borculoseweg te Barchem

12 maart 2019 lid Netwerk Groene Bureaus

projectnummer: 19026

Quick scan flora en fauna

Borculoseweg te Barchem

Opdrachtgever

Bouwbedrijf Schot B.V.

Contactpersoon

de heer H. Schot de heer ing. M.J.M. Geerdink (conStabiel Adviseurs in Bouwtechniek)

Projectnummer

19026

Datum

12 maart 2019

Auteur

A. Nieuwenhuis MSc

Goedgekeurd door

ing. H.H.J. van der Burgt

Wijze van citeren

Nieuwenhuis, A., Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem. ECOquickscan, ecologisch adviesbureau voor natuur en landschap, Loo, 2019.

Het Netwerk Groene Bureaus is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het Netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus.

ECOquickscan ecologisch adviesbureau voor natuur en landschap ’t Grieth 10 | 6924BJ Loo (Gld) | T (0316) 849390 | M (06) 12 97 16 80 | haico@ecoquickscan.nl | www.ecoquickscan.nl

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Gebiedsbeschrijving en beoogde ingrepen

2

2.

WETTELIJK KADER

3

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Wet natuurbescherming 2.1.2 Natuurnetwerk Nederland

3 3 3

2.2

Soortbescherming

3

3.

TOETSING

4

3.1

Onderzoeksmethodiek

4

3.2 Beschermde gebieden 3.2.1 Wet natuurbescherming - gebiedsbescherming 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland

4 4 5

3.3 Voorkomen van beschermde soorten 3.3.1 Vaatplanten 3.3.2 Grondgebonden zoogdieren 3.3.3 Vleermuizen 3.3.4 Vogels 3.3.5 Amfibieën 3.3.6 Reptielen 3.3.7 Vissen 3.3.8 Insecten (vlinders, libellen, kevers) en overige soortengroepen

6 6 6 7 9 11 12 12 12

4.

CONCLUSIE

13

4.1

Gebiedsbescherming

13

4.2

Soortenbescherming

13

4.3

Consequenties

14

4.4

Aanbevelingen

14

Bijlagen Bijlage 1

Literatuurlijst

Bijlage 2

Wet natuurbescherming

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

1.

INLEIDING

1.1 Aanleiding In Barchem (gemeente Lochem, provincie Gelderland) is aan de Borculoseweg de nieuwbouw van een zestal vrijstaande woningen beoogd. Aan ecologisch adviesbureau ECOquickscan is gevraagd te beoordelen of deze activiteit effect heeft op de flora en fauna op en rond de locatie. De voorliggende rapportage beschrijft de effecten op de aanwezige flora en fauna en geeft inzicht in de doorwerking van de natuurwetgeving op deze locatie.

Ligging (geel omlijnd) en indrukken van het plangebied; relatief arm bos met weinig ondergroei en zonder boszoom. (bron luchtfoto: Google)

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

1

Voor de ruimtelijke ingreep mag plaatsvinden moet er eerst een onderzoek plaatsvinden in het kader van de natuurwetgeving. Er zal bij deze activiteit rekening gehouden moeten worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Voorliggend onderzoek is een quick scan waarin op basis van een gebiedsanalyse (ruimtelijk ecologisch), beschikbare soortgegevens en een eenmalige veldverkenning uitspraken worden gedaan over de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het plangebied. Het plangebied is beoordeeld op geschiktheid voor beschermde planten en diersoorten en de te verwachten effecten op deze soorten. Dit resulteert in conclusies en aanbevelingen. Deze quick scan is uitgevoerd op basis van de momenteel geldende uitwerking en interpretatie van beleid en wetgeving.

1.2 Gebiedsbeschrijving en beoogde ingrepen Het plangebied aan de Borculoseweg ligt aan de rand van de bebouwde kom van Barchem. Het dorp Barchem, gelegen in de Achterhoek, ligt in een omgeving met veel bossen en agrarisch landschap. Het agrarisch landschap is kleinschalig en afwisselend; weiden en akkerlanden met daartussen kleine landschapselementen en beken/watergangen. De locatie ligt tegen de Borculoseweg (noordzijde) en grenst aan de westzijde tegen de bebouwing van de Ruurloseweg. Ten noorden van de Borculoseweg ligt een bosrijke villawijk waarbij woningen (jaren ’40 en ’60) in het bos zijn gebouwd. Aan de zuid- en oostzijde liggen agrarische percelen. Het plangebied zelf bestaat uit een relatief arm bos met weinig ondergroei. Het bosperceel bestaat uit een gemengd bos van loof- en naaldbomen met, naast inheemse soorten, diverse uitheemse boomsoorten. In het bos zijn geen gebouwen aanwezig en watergangen/-partijen ontbreken. De overgang naar het agrarisch landschap is hard; er is geen boszoom aanwezig (zie ook de foto hiernaast). De harde overgang van bos naar het agrarisch landschap.

Binnen het plangebied is de nieuwbouw van een zestal vrijstaande woningen beoogd. Ten behoeve van de bouw zal alle aanwezige vegetatie ter plaatse van de woningen worden verwijderd/uitgedund. Buiten de beperkte vrije ruimte rond de woningen zal het bos worden gehandhaafd. Ook de bomenrij langs de Borculoseweg blijft grotendeels behouden. Schetsvoorstel beoogde inrichting (d.d. 30 juni 2016)

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

2

2.

WETTELIJK KADER Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. In bijlage 2 is een uitgebreidere toelichting opgenomen bij de soort- en gebiedsbescherming zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Wet natuurbescherming De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). Op grond van deze wet is het verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. 2.1.2 Natuurnetwerk Nederland Een andere vorm van gebiedsbescherming komt voort uit aanwijzing van een gebied als Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot frustratie van de natuurdoelen. Anders dan bij gebieds- en soortenbescherming is de status als Natuurnetwerk Nederland niet verankerd in de Wet natuurbescherming, maar dient het belang in de planologische afweging een rol te spelen. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.

2.2 Soortbescherming Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan (algemeen voorkomende) soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten (Vogelen Habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten. Tevens kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht, zowel voor soorten als hun (beschermde) leefgebied.

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

3

3.

TOETSING

3.1 Onderzoeksmethodiek Voor de ruimtelijke ingreep mag plaatsvinden moet er eerst een onderzoek plaatsvinden in het kader van de natuurwetgeving (zie hoofdstuk 2). Er zal bij deze activiteit rekening gehouden moeten worden met de beschermde natuurwaarden in en om het plangebied. Op basis van een gebiedsanalyse (ruimtelijk ecologisch), beschikbare soortgegevens en een veldverkenning, worden uitspraken gedaan over de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het plangebied. Vervolgens zijn voor alle (mogelijke) aanwezige beschermde soorten de effecten en eventuele gevolgen voor de beoogde ingreep beschreven. Bij het opstellen van de quick scan flora en fauna is gebruik gemaakt van bestaande atlasgegevens uit de Atlas van Nederlandse Zoogdieren (Broekhuizen, 2016) en op websites gepubliceerde verspreidingsgegevens van bijvoorbeeld Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (RAVON, Zoogdiervereniging, etc.). Deze bronnen vermelden betrouwbare soortgegevens op basis van uurhokken (5 bij 5 kilometer), dit betekent dat het zeer globale gegevens betreft. Daarnaast is gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten van de ‘Quick scan / nader onderzoek flora en fauna Borculoseweg te Barchem’ (Burgt, 2014). Op 27 februari 2019 heeft er een veldverkenning plaatsgevonden.

Doel van deze veldverkenning was om een indruk te krijgen van de biotopen ter plaatse, de geschiktheid van het plangebied en haar omgeving voor de verschillende soortengroepen te beoordelen en vast te stellen of er functionele veranderingen zijn opgetreden sinds 2014. Het veldbezoek heeft nadrukkelijk niet de status van een volledige veldinventarisatie; zowel het tijdstip (buiten het groeiseizoen van planten en deels buiten het actieve seizoen van diverse diergroepen) als het eenmalige karakter zijn hiervoor niet toereikend. Aanvullend op de veldverkenning is een eenmalig onderzoek uitgevoerd naar de ransuil (zie paragraaf 3.3.4).

3.2 Beschermde gebieden In het kader van de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 2 en de aanwijzing als Natuurnetwerk Nederland moet worden getoetst of er ter plaatse van de activiteit sprake is of kan zijn van negatieve effecten op beschermde habitattypen, habitatsoorten en/of kernkwaliteiten. De beoogde activiteit kan hierop effecten hebben. 3.2.1 Wet natuurbescherming - gebiedsbescherming Het plangebied te Barchem ligt niet in of grenzend aan een gebied dat is aangewezen in het kader van de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied ligt op ongeveer 1,1 km afstand en betreft het Natura 2000-gebied ‘Stelkampsveld’ (Habitatrichtlijngebied). Het Stelkampsveld is een fraai voorbeeld van het Achterhoekse kampenlandschap. Kenmerkend is de kleinschalige afwisseling van essen, graslanden, heide en hoeven. Stelkampsveld maakt deel uit van het landgoed Beekvliet. Het fraaiste perceel herbergt een gradiënt van droge heide, natte heide, heischraal grasland, basenminnend blauwgrasland naar venbegroeiingen. Waar het Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

4

basenrijk grondwater uittreedt in het blauwgrasland, treedt een begroeiing van het kalkmoeras op. Het betreft één van de weinige binnenlandse groeiplaatsen van grote muggenorchis en parnassia en één van de weinige landelijke groeiplaatsen van Wolfsklauwmos. De basenminnende begroeiingen zijn vooral afhankelijk van een diepere regionale grondwaterstroom, de lokale grondwaterstromen zijn echter ook van groot belang. Het plangebied bestaat uit een relatief arm bos gelegen tegen de reeds bestaande bebouwing van het dorp Barchem. Het beoogde plan voorziet in de nieuwbouw van een zestal woningen die via een eigen weg (waaraan de woningen liggen) wordt aangesloten op het bestaande wegennetwerk. Het bouwen van woningen kan mogelijk een effect hebben op het Natura 2000-gebied ‘Stelkampsveld’. Rekening dient te worden gehouden met de volgende storingsfactoren (bron: effectenindicator, activiteit woningbouw (ministerie van LNV)): •

oppervlakteverlies

•

versnippering

•

verontreiniging

•

verdroging

•

optische verstoring

•

verstoring door mechanische effecten

De beoogde nieuwbouw vindt plaats buiten het Natura 2000-gebied, aansluitend aan bestaande bebouwing op een relatief grote afstand (in relatie tot de omvang van het project). Hierdoor zijn veel van de bovenstaande storingsfactoren niet aan de orde. Oppervlakteverlies en versnippering zijn alleen aan de orde bij activiteiten in het Natura 2000-gebied. Gezien de relatief grote afstand tot het beschermde gebied is optische verstoring ook niet aan de orde. Activiteiten die verontreiniging en/of verdroging veroorzaken vinden niet plaats binnen de beoogde ontwikkelingen. Verstoring door mechanische effecten Onder mechanische effecten valt onder andere verstoring door betreding die optreedt ten gevolge van menselijke activiteiten. Deze storende factor kan leiden tot een verandering van het habitattype en/of verstoring. Bij habitattypen treedt de verstoring/verandering vaak op ten gevolge van recreatie. Het effect is zeer afhankelijk van de kwetsbaarheid (gevoeligheid) van het habitattype. De plannen voorzien in de nieuwbouw van een zestal vrijstaande woningen. Extra betreding binnen het Natura 2000-gebied als gevolg van deze plannen is nihil en zal zeker niet leiden tot een (zicht/meetbare) verstoring/verandering van habitattypen binnen het beschermde gebied. Verstoring door mechanische effecten op het Natura 2000-gebied ‘Stelkampsveld’ worden dan ook niet verwacht.

Conclusie Aangezien het plangebied buiten het Natura 2000-gebied ligt, de beoogde nieuwbouw zal plaatsvinden aansluitend aan de bestaande bebouwing van Barchem en op een relatief grote afstand ligt (in relatie tot de omvang van het project) van het beschermde gebied, zijn negatieve effecten op het Natura 2000-gebied ‘Stelkampsveld’ uit te sluiten. 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland In Gelderland is de NNN onderverdeeld in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Hetzelfde gebied dat is aangewezen als Habitatrichtlijngebied is ook Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

5

aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dichterbij het plangebied, op ongeveer 220 meter, liggen gebieden die zijn aangewezen als NNN, maar niet als N2000. De gebieden die zijn aangewezen als NNN liggen ten noorden van het plangebied. Tussen de NNN en het plangebied ligt de bebouwing van het dorp Barchem. Gezien de tussenliggende elementen ontbreekt een relatie met de NNN. Negatieve effecten op de NNN worden niet verwacht.

3.3 Voorkomen van beschermde soorten In het kader van de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 moet worden getoetst of er ter plaatse van de activiteit sprake is of kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde activiteit kan biotoopverlies of verstoring (indirect biotoopverlies) tot gevolg hebben. 3.3.1 Vaatplanten Het plangebied bestaat uit een relatief arm bos met weinig ondergroei. Het bos betreft een droog berken-zomereikenbos met, naast de gebruikelijke soorten, grove den (Pinus sylvestris), Amerikaanse eik (Quercus rubra), paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) en tamme kastanje (Castanea sativa). De aanwezige ondergroei bestaat uit hulst (Ilex acquifolium), gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum), dalkruid (Maianthemum bifolium) en gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum). Daarnaast zijn de tuinsoorten / stinzenplanten als laurierkers (Prunus laurocerasus), krokus (Crocus spec.), sneeuwklokje (Galanthus nivalis) en geranium (Geranium spec.) in het plangebied waargenomen. Op basis van de veldverkenning in 2019, de ‘Quick scan / nader onderzoek flora en fauna Borculoseweg te Barchem’ (Burgt, 2014), waarvan de veldverkenning wel in het groeiseizoen van vaatplanten heeft plaatsgevonden, en de aanwezig biotopen (relatief arm bos) worden binnen het plangebied geen meer strikt beschermde vaatplanten verwacht.

3.3.2 Grondgebonden zoogdieren Volgens verspreidingsgegevens uit de Atlas van Nederlandse Zoogdieren (Broekhuizen, 2016) en zoogdiervereniging.nl komen in de omgeving van het plangebied soorten voor als woelrat (Arvicola terrestris), rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus), aardmuis (Microtus agrestis), veldmuis (Microtus arvalis), bosmuis (Apodemus sylvaticus), haas (Lepus europeus), konijn (Oryctolagus cuniculus), egel (Erinaceus europeus), dwergspitsmuis (Sorex minutus), huisspitsmuis (Crocidura russula), en ree (Capreolus capreolus); waarvoor de provincie Gelderland een vrijstelling kent. Binnen het plangebied is een relatief arm bos aanwezig dat gelegen is tegen de bebouwde kern van het dorp. Daarom zijn, van de voorstaande soorten, vaste rust- en verblijfplaatsen van soorten als haas, konijn, egel en (spits)muizen niet uit te sluiten. Tevens komen in de omgeving de volgende nationaal beschermde soorten voor als eekhoorn (Sciurus vulgaris), das (Meles meles), hermelijn (Mustela erminea), wezel (Mustela nivalis), bunzing (Mustela putorius) en steenmarter (Martes foina). Er zijn uit de omgeving van het plangebied geen verspreidingsgegevens bekend van internationaal beschermde soorten.

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

6

Eekhoorn en steenmarter De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied tal van schuilplaatsen, zoals in takkenhopen, boomholtes, dichte struwelen en ruimtes in gebouwen. Gezien het aanwezige, relatief arme, bos waarin schuilplaatsen voor de steenmarter ontbreken is het plangebied alleen geschikt als foerageergebied. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is ook gezocht naar sporen van de eekhoorn (nesten, voedselresten), maar deze zijn niet aangetroffen. Van zowel de steenmarter als eekhoorn wordt niet verwacht dat deze gebruik maken van het plangebied als vaste rust- en verblijfplaats. Met name de steenmarter zal mogelijk wel binnen het plangebied foerageren. Echter de steenmarter is een soort die goed is aangepast aan het leven in een bebouwde omgeving (cultuurvolger) en zal het gebied ook na de beoogde nieuwbouw blijven gebruiken als foerageergebied. Negatieve effecten op beide soorten worden dan ook niet verwacht. Kleine marterachtigen Hermelijnen leven vooral in kleinschalige en structuurrijke landschappen met veel natuurlijke elementen en overgangen. Er is een duidelijke binding met vochtige/natte terrein en oppervlaktewater. Wezels leven in gevarieerd en structuurrijk terrein met afwisseling van bosschages, zoals ruig grasland en rietland bij water, op (boeren) erven en in groene delen van oudere steden en dorpen.

De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie. De omvang van het leefgebied varieert van tien tot enkele duizenden hectares, afhankelijk van het voedselaanbod. Vanwege een wat ruiger deel met meer ondergroei in het oosten van het plangebied en het tuinafval in de westelijke rand van het plangebied kunnen verblijfplaatsen van deze soorten niet geheel worden uitgesloten. Aangezien het plangebied echter gebruikt wordt als hondenuitlaat- en losloopgebied is het niet waarschijnlijk dat het vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soorten aanwezig zijn. Ook zijn er geen sporen van deze soorten aangetroffen tijdens de veldverkenning. Daarnaast zijn in de omgeving, met landelijke villa’s en meerdere boerderijen, andere meer geschikte mogelijkheden voor verblijfplaatsen voor deze soorten. Vaste rust- en verblijfplaatsen van kleine marterachtigen worden niet verwacht in het plangebied. Overeenkomstig met de steenmarter kan het plangebied wel onderdeel uitmaken van het foerageergebied van deze soorten, maar zal ook voor deze soorten gelden dat het plangebied na realisatie van de woningen geschikt blijft. Andere meer strikt beschermde soorten worden op basis van beschikbare verspreidingsgegevens en de aanwezige biotopen niet verwacht.

3.3.3 Vleermuizen Volgens de verspreidingsgegevens uit de Atlas van Nederlandse Zoogdieren (Broekhuizen, 2016) komen in de omgeving van het plangebied gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), baardvleermuis (Myotis mystacinus), franjestaart (Myotis natteri), gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus), laatvlieger (Eptesicus serotinus), meervleermuis (Myotis dasycneme), rosse vleermuis (Nyctalus noctula) en watervleermuis (Myotis daubentonii) voor. Vleermuizen zijn aan de hand van hun voorkeur voor verblijfplaats globaal onder te verdelen in twee groepen, gebouw- en boombewonende soorten. Ook zijn er soorten die beiden gebruiken als verblijfplaats. Daarnaast maken verschillende vleermuizen onderscheid tussen zomer- en Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

7

winterverblijven. De gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn het gehele jaar overwegend gebouwbewonende soorten, terwijl de rosse vleermuis alleen in boomholtes verblijft. Ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, franjestraat, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis maken zowel gebruik van gebouwen als van bomen (met uitzondering van de meervleermuis) in de zomermaanden. In de winter zitten deze soorten (met uitzondering van de ruige dwergvleermuis) graag in ondergrondse ruimten zoals: mergelgroeven, bunkers, forten, vestingwerken, oude steenfabrieken, ijskelders en (kasteel)kelders. Waarnemingen 2019 In het plangebied zijn geen bouwwerken aanwezig. Het plangebied is dan ook, in potentie, alleen geschikt voor boombewonende soorten. Er zijn een aantal kleine gaten in bomen waargenomen. Er is een koppel grote bonte spechten in het bos aanwezig. De waargenomen gaten zijn niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen (te ondiep, dit betreffen foerageersporen van de specht, en nog niet uitgerot naar boven, zie onderstaande afbeelding). Sinds 2014 zijn er dan ook geen ecologisch relevante wijzigingen geweest in het plangebied, het is nog steeds marginaal geschikt voor boombewonende soorten vanwege een aantal mogelijk geschikte kleine gaten in de bomen.

Er zijn geen mogelijkheden voor grote verblijfplaatsen zoals kraam- of (massa)winterverblijfplaatsen waargenomen.

Een nestholte van een specht wordt voor vleermuizen pas geschikt als deze naar boven uitrot (SVB, 2003).

Nader onderzoek 2014 In 2014 is op deze locatie nader onderzoek uitgevoerd naar boombewonende vleermuizen (Burgt, 2014, zie de kaart op de volgende pagina). In het plangebied zelf zijn alleen foeragerende dieren waargenomen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Buiten het plangebied zijn wel een aantal paarverblijfplaatsen en een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Al deze verblijfplaatsen zijn waargenomen in gebouwen. Ook is er buiten het plangebied een foeragerende gewone grootoorvleermuis waargenomen. Conclusie Gezien de situatie in het plangebied niet noemenswaardig veranderd is sinds 2014, er toen geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied zijn waargenomen, het plangebied slechts marginaal geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen en de geschiktheid en het vastgestelde gebruik van het omliggende gebied als verblijfplaats voor vleermuizen lijkt het onwaarschijnlijk dat er in de afgelopen 5 jaar verblijfplaatsen in gebruik zijn genomen in het plangebied. De verwachting

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

8

Waarneming van vleermuizen binnen en in de directe omgeving van het plangebied.

is dan ook dat een nieuw nader onderzoek naar vleermuizen geen wijzigingen zal opleveren in het beeld dat is verkregen in 2014. Ook zullen als gevolg van de nieuwbouw slechts een deel van de bomen gekapt worden; hierdoor blijven ook bomen met (ondiepe) holtes behouden. Negatieve effecten op essentiële functies van vleermuizen worden niet verwacht als gevolg van de beoogde plannen. 3.3.4 Vogels Tijdens het veldbezoek zijn vogels waargenomen zoals merel (Turdus merula), koolmees (Parus major), pimpelmees (Parus caeruleus), roodborstje (Erithacus rubecula), houtduif (Columba palumbus), zwarte kraai (Corvus corone), groenling (Chloris chloris), grote bonte specht (Dendrocopos major), boomklever (Sitta europaea), buizerd (Buteo buteo) en kievit (Vanellus vanellus). Alle vogelsoorten zijn beschermd tijdens het broedseizoen. De Wet natuurbescherming Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

9

kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is (actieve broedplaatsen). De meeste soorten broeden in de periode van half maart tot half juli, echter buiten deze periode kunnen ook broedende vogels worden aangetroffen. Deze zijn, onverminderd de periode wanneer het broedgeval is, beschermd. Jaarrond beschermde vogels De provincie Gelderland heeft het beleid van RVO, opgesteld onder de Flora- en faunawet, ten aanzien van jaarrond beschermde soorten overgenomen. Dat betekent dat van een aantal vogelsoorten de nesten en nestlocaties (verblijfplaatsen) het gehele jaar door beschermd zijn. Deze jaarrond beschermde vogelsoorten zijn onderverdeeld in vier categorieën: 1.

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil (Athene noctua));

2.

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek (Corvus frugilegus), gierzwaluw (Apus apus) en huismus (Passer domesticus));

3.

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea), ooievaar (Ciconia ciconia), kerkuil (Tyto alba), oehoe (Bubo bubo) en slechtvalk (Falco peregrinus));

4.

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk (Falco subbuteo), buizerd (Buteo buteo), havik (Accipiter gentilis), sperwer (Accipiter nisus), wespendief (Pernis apivorus), zwarte wouw (Milvus migrans) en ransuil (Asio otus)).

Waarnemingen veldverkenning 2019 In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig. Negatieve effecten op de gebouwbewonende vogelsoorten zoals huismus en gierzwaluw zijn dan ook uit te sluiten. Het plangebied is, in potentie, geschikt voor boombewonende soorten. Er zijn geen (grote) nesten of horsten waargenomen in het plangebied. Ook zijn er geen grote geschikte gaten waargenomen voor boombewonende (roof)vogels zoals uilen. Nesten van roofvogels kunnen worden uitgesloten. De ransuil komt in de omgeving van het plangebied voor. Deze uil maakt zijn nest vaak in wintergroene bomen met een dichte takstructuur zoals grove den, conifeer en andere soorten naaldbomen. Daarnaast worden in de winterperiode bomen gebruikt als roestplaats. De ransuil zit dan, in de winter, te slapen in vrij grote groepen. Er zijn geen sporen (krijtstrepen of braakballen) aangetroffen tijdens het veldbezoek. Een functie als roestplaats wordt dan ook uitgesloten. Waarnemingen controlebezoek ransuil 2019 Op 5 maart 2019 heeft er na zonsondergang een controle plaatsgevonden om aanwezigheid van ransuil in (de omgeving van) het plangebied vast te stellen. Tijdens de onderzoeksronde zijn geen sporen van ransuilen, ransuilen of roepende dieren waargenomen in het plangebied of in de (ruime) omgeving. Ook het afspelen van het geluid van een roepende ransuil lokte geen antwoord uit.

Wel zijn er twee steenuilen in het buitengebied (ten zuidoosten van het plangebied) gehoord. Deze zullen een verblijfplaats hebben in gebouwen (boerderijen/erven) in het buitengebied.

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

10

Nader onderzoek 2014 In 2014 is op deze locatie nader onderzoek uitgevoerd naar ransuil (Burgt, 2014). Toen zijn er ook geen waarnemingen, sporen of exemplaren van de ransuil waargenomen in (de omgeving van) het plangebied waargenomen. Wel is er toen eenmalig een paartje bosuilen waargenomen die het plangebied doortrok. Aangezien er slechts één waarneming is geweest, en bomen met grote holtes ontbreken, worden er geen nesten van deze soort verwacht (bosuil is niet jaarrond beschermd). Conclusie Gezien de situatie in het plangebied niet noemenswaardig veranderd is sinds 2014 en er toen geen verblijfplaatsen van ransuilen (of andere jaarrond beschermde vogelsoorten) in het plangebied zijn waargenomen en aangezien er tijdens de controleronde in 2019 ook geen waarnemingen zijn gedaan van de ransuil of andere waarnemingen van jaarrond beschermde soorten die mogelijke een verblijfplaats zouden kunnen hebben in het plangebied, lijkt het onwaarschijnlijk dat er in de afgelopen 5 jaar verblijfplaatsen in gebruik zijn genomen in het plangebied. De verwachting is dan ook dat een nieuw volledig nader onderzoek naar ransuil geen wijzigingen zal opleveren in het beeld dat is verkregen in 2014. Niet jaarrond beschermde vogels Naast de voorstaande vier categorieën is er nog een vijfde categorie (beschermde) vogels.

Deze vogels beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze vogels (en hun broedplaatsen) zijn in principe buiten het broedseizoen niet beschermd. Alleen als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen zijn deze soorten wel jaarrond beschermd. Binnen het plangebied is de aanwezigheid van broedplaatsen van vogels uit de vijfde categorie niet uit te sluiten. Er zijn een paartje grote bonte spechten waargenomen, een aantal nesten van houtduif en een nest van zwarte kraai vastgesteld. Aangezien in de omgeving voldoende alternatieve broedplaatsen aanwezig zijn voor deze categorie vogels zijn er geen omstandigheden aanwezig om deze vogels jaarrond te beschermen. Negatieve effecten op vogels uit de vijfde categorie worden dan ook niet verwacht indien rekening gehouden wordt met het broedseizoen (actieve broedplaatsen). 3.3.5 Amfibieën Binnen en in de omgeving van het plangebied zijn geen watervoerende elementen aanwezig. Hierdoor is het voorkomen van vaste rust- en verblijfplaatsen van meer strikt beschermde amfibieënsoorten uit te sluiten. Algemene soorten, zoals bruine kikker (Rana temporaria) en gewone pad (Bufo bufo), die na de metamorfose op het land naar voedsel gaan zoeken, zijn, gezien de binnen het plangebied gelegen biotopen, niet uit te sluiten.

Deze soorten kunnen grote afstanden afleggen. Het is mogelijk dat algemene soorten in de winterperiode binnen het plangebied aanwezig zijn, omdat de dieren op het land overwinteren. Voor deze soorten, die onder het eerste lichte beschermingsregime vallen, geldt een algemene vrijstelling voor het verstoren en/of aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen.

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

11

3.3.6 Reptielen Volgens RAVON zijn de levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) en hazelworm (Anguis fragilis) wel eens in de omgeving waargenomen. Deze reptielensoorten houden zich met name op in geleidelijke overgangssituaties tussen natuurlijke biotopen (bijv. heide en/of heischrale graslanden in combinatie met bossen en/of kleine landschapselementen). Aangezien binnen het plangebied alleen dicht bos (gesloten kroondak) aanwezig is waarbij een zoom ontbreekt (harde overgang naar (intensieve) landbouw), is het niet waarschijnlijk dat er belangrijk leefgebied (vaste rust- en verblijfplaatsen) van levendbarende hagedis en hazelworm binnen het plangebied voorkomt. De aanwezigheid van een enkel zwervend exemplaar in het gebied kan niet worden uitgesloten (geen permanent leefgebied; niet beschermd als vaste rust- en verblijfplaats). Op basis van het voorstaande zijn negatieve effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen van de levendbarende hagedis en hazelworm niet te verwachten. 3.3.7 Vissen Binnen het plangebied zijn geen permanent watervoerende elementen aanwezig, waardoor de aanwezigheid van vissen kan worden uitgesloten. 3.3.8 Insecten (vlinders, libellen, kevers) en overige soortengroepen Slechts een beperkt aantal van de zeer soortenrijke groep van de insecten is beschermd.

De habitateisen van beschermde soorten binnen deze groep zijn vaak zeer locatiespecifiek en gebonden aan zeer bijzondere biotopen. Dergelijke biotopen komen niet in het plangebied voor. Overige strikt beschermde soorten als mollusken en weekdieren zijn ook niet te verwachten gezien de biotopen.

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

12

4.

CONCLUSIE Het plangebied te Barchem betreft een relatief arm bos met weinig ondergroei waarbinnen de nieuwbouw van een zestal vrijstaande woningen is beoogd.

4.1 Gebiedsbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) dient er getoetst te worden of de beoogde ontwikkelingen een negatieve invloed hebben de beschermde gebieden. Het plangebied te Barchem ligt niet in of grenzend aan een gebied dat is aangewezen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied ligt op ongeveer 1,1 km afstand en betreft het Natura 2000-gebied ‘Stelkampsveld’ (Habitatrichtlijngebied). Aangezien het plangebied buiten het Natura 2000-gebied ligt, de beoogde nieuwbouw zal plaatsvinden aansluitend aan de bestaande bebouwing van Barchem en op een relatief grote afstand ligt (in relatie tot de omvang van het project) van het beschermde gebied, zijn negatieve effecten op het Natura 2000-gebied ‘Stelkampsveld’ uit te sluiten. Het plangebied ligt bovendien niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), maar wel ongeveer op ongeveer 220 meter van het NNN. De gebieden die zijn aanwezen als NNN liggen ten westen en noorden van het plangebied. Tussen het NNN en het plangebied ligt de bebouwing van het dorp Barchem. Gezien de tussenliggende elementen ontbreekt een relatie met het NNN. Negatieve effecten op het NNN worden niet verwacht.

4.2 Soortenbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 moet worden getoetst of ter plaatse van de ruimtelijke ingrepen sprake is of kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde ontwikkelingen kunnen biotoopverlies of verstoring (indirect biotoopverlies) tot gevolg hebben. De meeste van de mogelijk in het plangebied voorkomende soorten zoals bruine kikker, gewone pad, haas, konijn, egel en, algemeen voorkomende, (spits)muizen zijn beschermd, maar vallen onder een algemene vrijstelling van de provincie Gelderland. Voor deze soorten geldt dat aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen op basis van een vrijstelling mogelijk is, zonder dat er sprake is van procedurele consequenties. De zorgplicht (zie bijlage 2) blijft onverminderd van toepassing. Op basis van de verspreidingsgegevens, de aanwezige habitattypen, reeds uitgevoerd onderzoek (Burgt, 2014), de ecologisch niet veranderde situatie sinds die tijd en biotoopeisen van de mogelijk in de omgeving voorkomende soorten worden er geen nationaal of internationaal beschermde planten- en/of diersoorten verwacht. Nader onderzoek naar eventueel binnen het plangebied voorkomende beschermde soorten is dan ook niet nodig en zal ook geen nieuwe inzichten geven

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

13

ten opzichte van de in 2014 onderzochte situatie. Zoals al eerder vermeld kunnen nesten van vogels worden verstoord als in het broedseizoen wordt gestart met werkzaamheden.

4.3 Consequenties Een tweetal algemene voorwaarden is vanuit de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 altijd van toepassing: •

in het broedseizoen van vogels mogen, zonder controle voorafgaand door een ecoloog, de vegetatie, bosjes en opstallen in het plangebied niet worden verwijderd. De start van werkzaamheden tijdens deze periode zouden kunnen leiden tot verstoring, beschadiging of vernieling van nesten, rustplaatsen en eieren. Alle vogels zijn beschermd. Storing van nesten is onder artikel 3.1 (Vogelrichtlijn) toegestaan mits niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort. Voor vogels die ook staan vermeld onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, inclusief Verdragen van Bern en Bonn) is verstoren niet toegestaan.

•

op basis van de zorgplicht volgens artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit houdt in dat bij het uitvoeren van werkzaamheden altijd rekening moet worden gehouden met aanwezige planten en dieren. Zo dienen maatregelen te worden getroffen om bijvoorbeeld verstoring tot een minimum te beperken. Daarnaast moeten dieren de gelegenheid hebben om uit te wijken en mogen niet opzettelijk worden gedood. Dit kan door: •

voortijdig maaien van het plangebied zodat dieren wegtrekken;

•

het beperken van verlichting tijdens de avonduren in voorjaar, zomer en herfst ten behoeve van vleermuizen en andere nachtdieren;

•

het rooien starten buiten het voortplantingsseizoen en het winter(slaap)seizoen.

4.4 Aanbevelingen Naast de consequenties die voortkomen uit de Wet natuurbescherming zijn er ook een aantal vrijblijvende aanbevelingen te doen ten aanzien van de inrichting van het plangebied, zoals: •

Voor vleermuizen kunnen open stootvoegen aangebracht worden in muren, of vleermuiskasten worden geplaatst in de spouw of tegen de muur op >2,5 meter hoogte in nieuw te bouwen woningen;

•

Er kunnen neststenen worden aangebracht ten behoeve van huismussen op >2,5 meter hoogte in de muur, of bij een steile dakvorm als dakpannen. Deze beschermde soort verliest steeds meer nestmogelijkheden;

•

Op de nieuwe woningen kan een groendak worden aangebracht. Dit dak draagt bij aan de biodiversiteit en waterretentie;

•

Het planten van bomen en struwelen voor vogels en vleermuizen verdient aanbeveling. Het beste zijn, ecologisch gezien, inheemse (autochtone) bes- en bloemdragende struiken en planten.

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

14

BIJLAGE 1 Literatuurlijst Burgt, H.H.J. van der, Quick scan / nader onderzoek flora en fauna Borculoseweg te Barchem. ECOquickscan, ecologisch adviesbureau voor natuur en landschap, Arnhem, 2014. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden, 2016. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill. Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Tirion natuur, Utrecht, 2011. Meijden, R. van der, Heukels’ flora van Nederland, 23e druk, uitgeverij Wolters Noordhof, Groningen, 2005. Ministerie van LNV, Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, 2009.

Websites: www.ravon.nl www.zoogdiervereniging.nl www.vleermuis.net www.rijksoverheid.nl

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

BIJLAGE 2 Wet natuurbescherming Wet natuurbescherming – gebiedsbescherming Voor gebiedsbescherming is hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming bepalend. Indien gebiedsbescherming aan de orde is, zijn er verschillende stappen in onderzoek te onderscheiden; Voortoets en afhankelijk van de conclusie in de Voortoets een Verstorings- en Verslechteringstoets of een Passende Beoordeling. Bij een Voortoets komen de volgende onderdelen aan bod: •

beschrijving van de bestaande en nieuwe situatie. In het geval van een wijziging van bedrijfsactiviteiten het in beeld brengen van de bestaande situatie en gewijzigde bedrijfsactiviteiten;

•

welke milieueffecten deze (bedrijfs)activiteiten hebben op de omgeving;

•

welke van de soorten en habitats waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden, schade ondervinden;

•

welke (bedrijfsmatige) activiteiten kunnen leiden tot effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.

Verstorings- en Verslechteringstoets of een Passende Beoordeling: Indien uit de Voortoets blijkt dat een ruimtelijke ingreep geen negatief effect heeft op het Natura 2000-gebied dan is het onderzoek gereed. Indien uit de Voortoets blijkt dat de ruimtelijke ingreep een negatief effect heeft op het Natura 2000-gebied, maar zeker niet significant negatief dan moet een Verstorings- en Verslechteringstoets worden opgesteld. Indien uit de Voortoets blijkt dat de ruimtelijke ingreep een negatief effect heeft en mogelijk ook een significant negatief effect dan moet een Passende Beoordeling worden opgesteld. Een Verstorings- en Verslechteringstoets of een Passende Beoordeling is de basis voor de aanvraag van een vergunning. Wet natuurbescherming – soortenbescherming Voor soortbescherming is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten (Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, verdragen van Bern en Bonn) en nationaal beschermde soorten. Er zijn verbodsbepalingen opgenomen, bepalingen voor algemene vrijstelling en project-specifieke ontheffingen en de belangen die aangetoond dienen te worden om een ontheffing te verkrijgen.

Verbodsbepalingen Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden, te vangen of opzettelijk te storen (tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort). Ook is het verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze vogels te vernielen of te beschadigen, nesten van vogels weg te nemen of eieren te rapen en deze eieren onder zich te hebben. Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Het is verboden in het wild levende dieren (waaronder diverse vogelsoorten) van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk te verstoren, eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen of voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. Ook is het verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10) Het is verboden in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming, onderdeel A, opzettelijk te doden of te vangen, of vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Ook is het verboden vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming, onderdeel B, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Zorgplicht Naast de bovenstaand beschreven verboden kent de Wet natuurbescherming ook een zorgplicht. In artikel 1.11 is opgenomen dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor Natura 2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Deze zorg houdt in elk geval in dat schadelijke handelingen achterwege blijven, dan wel noodzakelijke maatregelen getroffen worden om die schadelijke gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan gemaakt worden. Procedurele consequenties Voor ruimtelijke ingrepen is het van belang te toetsen of er allereerst sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen. Voor Vogelrichtlijnsoorten is het bijvoorbeeld van belang te beoordelen of een verstoring van wezenlijke invloed is. Voor de nationaal beschermde soorten zijn er per provincie lijsten opgesteld met soorten waarvoor een algemene vrijstelling geldt. Over het algemeen zijn dit de meer algemeen voorkomende soorten zoals het konijn of de vos.

Als een ruimtelijke ingreep rechtstreeks kan leiden tot verstoring of vernietiging van bepaalde beschermde soorten of hun leefgebied, kan het project in strijd zijn met de Wet natuurbescherming, hoofdstuk 3. Voor aantastingen van verblijfplaatsen en belangrijke (onderdelen) van leefgebieden van beschermde soorten, is ontheffing ex. artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 van de Wet natuurbescherming nodig van Gedeputeerde Staten. Het uitvoeren van een ruimtelijke ingreep, indien er sprake is van een overtreding van één van de bovenstaand beschreven verbodsbepalingen, kan door middel van een goedgekeurde gedragscode of een verkregen ontheffing. Een gedragscode geldt voor zowel de internationaal beschermde soorten als de nationaal beschermde soorten.

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

In een gedragscode worden gedragslijnen aangegeven die men volgt om het schaden van beschermde soorten zo veel mogelijk te voorkomen. Ontheffing is, als wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode, voor deze soorten alleen nog nodig als werkzaamheden afwijkend van de gedragscode worden uitgevoerd. Voor een ontheffing zijn procedurele consequenties afhankelijk van de soorten die door de ingreep worden beïnvloed. Er zijn drie soorten verbodsbepalingen en gekoppeld aan deze bepalingen zijn er ook drie verschillende beschermingsregimes: •

Soorten van de Vogelrichtlijn;

•

Soorten van de Habitatrichtlijn, verdrag van Bern en/of Bonn;

•

Nationaal beschermde soorten.

Voor het verkrijgen van een ontheffing moet als eerste een belang worden aangetoond op grond waarvan een ontheffing kan worden verkregen voor het overtreden van de verbodsbepalingen. Voor Vogelrichtlijnsoorten moet een belang worden aangetoond zoals opgenomen in de Vogelrichtlijn. Voor ruimtelijke ingrepen zijn dat: •

volksgezondheid of openbare veiligheid;

•

veiligheid van het luchtverkeer;

•

ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

•

ter bescherming van flora of fauna.

Voor Habitatrichtlijnsoorten en soorten van Bern en Bonn: •

bescherming van de wilde flora of fauna, of instandhouding van de natuurlijke habitats;

•

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

•

volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.

Voor nationaal beschermde soorten: •

in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied.

Quick scan flora en fauna Borculoseweg te Barchem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14813467/1