CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Urgentie restauratie Zwiepse Molen van SBZM & EAGM

Raadsvergadering 3 maart 2026, gemeente LochemBij agendapunt: Gemeentelijke bijdrage restauratie Zwiepse Molen1.536 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo – urgentie restauratie Zwiepse Molen Afzender Stichting Behoud Zwiepse Molen (eigenaar van de molen). Deze memo is in samenwerking met EAGM opgesteld. EAGM is een monumentadviesbureau die de stichting bij de restauratie ondersteund.

Onderwerp Urgentie restauratie Zwiepse Molen – houtwerk, rietdek, gevlucht (wieken) en stelling (incl. rijksmonumentale instandhoudingsplicht en indexering)

Aanleiding en doel De Zwiepse Molen is een rijksmonumentale molen die in 1851 te Barchem op de Kalenberg is gebouwd. In 1866 is de molen verhuisd naar Zwiep en in 1880 binnen Zwiep nogmaals verplaatst. De molen is altijd goed onderhouden en heeft hierdoor een grote gaafheid en monumentale waarde. Naast de monumentale waarde is de molen ook van toeristisch en landschappelijk belang. De stichting spant zich in om de molen in goede staat te houden.

Dit is niet alleen een morele verantwoordelijkheid, maar ook een duidelijke plicht om het object in stand te houden. Binnen het Omgevingswet-stelsel gelden rijksregels voor rijksmonumenten, waaronder het verbod om een rijksmonument te beschadigen of te vernielen én het verbod om noodzakelijk onderhoud achterwege te laten (de instandhoudingsplicht). Dit instrument maakt het mogelijk om al vroeg in te grijpen tegen verwaarlozing, ook wanneer die niet opzettelijk is. Als gevolg van reguliere slijtage van bouwdelen staat de molen aan de vooravond van een restauratie. Stichting Behoud Zwiepse Molen laat de molen periodiek inspecteren, gebruikt de input en adviezen van de molenaars en de molenmaker en heeft door EAGM een restauratieplan laten opstellen. Op 28 maart 2024 heeft de gemeente de omgevingsvergunning voor de restauratie verstrekt. Uit de stukken die bij de aanvraag zijn ingediend – en die zowel door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als de gemeentelijke erfgoedcommissie zijn getoetst – blijkt dat de onderhoudstoestand op cruciale onderdelen achteruitgaat.

Op 13 mei 2025 is de molen nogmaals geïnspecteerd door de Monumentenwacht. De Monumentenwacht treedt volledig onafhankelijk op. De in de memo genoemde gebreken worden ook behandeld in het rapport van de Monumentenwacht. Geadviseerd wordt om de stelling binnen 1 jaar een algehele restauratie te geven. Hetzelfde geldt voor het rietdek op het achtkant en de kap. De diverse rotte delen aan kozijnen, ramen, deuren en staart moeten voor de schilderbeurt aangepakt worden. Geadviseerd wordt om binnen 1 jaar te schilderen. Het vervangen van de roeden wordt binnen 2 jaar geadviseerd.

Dit memo zet uiteen waarom restauratie urgent is en waarom verder uitstel zowel technisch als financieel nadelig is. De urgentie concentreert zich op: (1) voortschrijdende aantasting van houtwerk, (2) einde levensduur van het rietdek en (3) directe veiligheidsrisico’s rond de stelling en het gevlucht. 1

Technische urgentie 1: houtwerk – voortschrijdende aantasting door vocht en veroudering De inspecties laten zien dat er op meerdere plaatsen aantasting van houten onderdelen en aansluitingen aanwezig is. In het achtkant is een veldkruis sterk aangetast; er is op dit moment nog constructieve sterkte, maar aantasting zit ook rond verbindingen en vraagt om herstel. Ook zijn scheuren in stijlen en is er ruimte/speling in verbindingen (o.a. stijlen met binten), wat past bij veroudering en (plaatselijk) langdurige vochtbelasting.

Bij dit type molen is dat geen detail: hout is dragend en bepalend voor de betrouwbaarheid van het geheel. Extra zorgelijk zijn de zones die direct samenhangen met waterbelasting vanuit kap en riet en de aansluitdetails die daarbij horen. De rietplanken rotten aan de kopse kanten; bovendien worden ze bij een rietvervanging te kort, wat inhoudt dat “aanhelen” geen duurzame oplossing is. Het EAGMinspectierapport beoordeelt rietplanken/duisplanken en consoles als matig en koppelt dit direct aan de noodzakelijke rietvervanging (dus herstel is onvermijdelijk). In de kap is eveneens sprake van aantasting die niet cosmetisch is: de lange spruit is door zwamaantasting aangetast aan de weerzijde; aansluitingen bij het riet zijn ver ingerot en er is sprake van vermolming. Dit type schade is in de regel progressief zolang de oorzaak (vocht en onvoldoende bescherming) blijft bestaan.

Onze gezamenlijke conclusie is dat uitstel het risico vergroot dat nu nog herstelbare schade doorschuift naar grotere vervangingen, met verlies aan oorspronkelijkheid en oplopende kosten.

Technische urgentie 2: rietdek – einde levensduur Het riet op het achtkant en de kap is dun en kent veel mosvorming. Mos en verouderd riet houden vocht vast. Het riet blijft daardoor nat waardoor het composteert. Hiermee wordt het rietdek steeds dunner. Dit is een onomkeerbaar proces dat niet te repareren is. Op plaatsen is de pakketdikte zeer gering (circa 4 cm gemeten aan de westzijde) en tot op de spreilaag ingesleten. Het EAGMinspectierapport vermeldt bovendien dat het rietdek circa 50 jaar oud is en nagenoeg tot op de spreidlaag is ingesleten.

Er zijn maar een paar rietdekkersbedrijven die gespecialiseerd zijn in het rietdekken van molens. Dankzij de schaarste van molenrietdekkers moet ook na opdracht rekening gehouden worden met een wachttijd tot de Zwiepse Molen gedekt kan worden..

Technische urgentie 3: stelling en gevlucht – direct veiligheidsrisico en feitelijke onbruikbaarheid Het meest urgente punt is de stelling. In de fotorapportage staat dat het noordoostelijk deel nog in goede staat is, maar dat “voor het overige” de stelling in slechte staat verkeert. Er zijn liggers gespalkt nadat deze zijn doorgetrapt; de stelling kan niet meer volledig veilig belopen worden; verbindingen zijn provisorisch met hoekijzers gemaakt, waarbij schroeven/spijkers geen grip meer hebben. Dit betekent dat de stelling feitelijk niet als betrouwbaar werkplatform kan worden beschouwd.

2

Het EAGM-inspectierapport bevestigt dit beeld: stellingdek en stellingliggers worden als “slecht” beoordeeld met urgentie “actie in startjaar”. Onder bitumen is het dek door zwam aangetast en veert het door; bovendien zijn omvangrijke werkzaamheden nodig aan de niet eerder herstelde delen. Monumentenwacht zet “groot onderhoud aan de stelling” eveneens op hoogste prioriteit met termijn 1 jaar. Dit is dus een direct veiligheidsvraagstuk voor molenaar, vrijwilligers, inspecteurs en eventuele bezoekers. Als eigenaar kunnen en willen wij dit risico niet laten voortbestaan.

Daarnaast vertoont het gevlucht (het wiekenkruis) mankementen die om een spoedige ingreep vragen. De roeden zijn doorgemeten waarbij onvolkomenheden aan de lasnaden aan het licht kwamen. Dit vormde de directe aanleiding om een restauratie op touw te zetten. Bij het uitblijven van herstel kan de molen niet meer veilig in bedrijf gesteld kan worden. Het geregeld laten draaien van de molen is van essentieel belang om deze in goede conditie te houden.

Juridische context: rijksmonument en instandhoudingsplicht De rijksmonumentale status onderstreept de noodzaak om tijdig in te grijpen. De instandhoudingsplicht – het verbod om noodzakelijk onderhoud achterwege te laten – is bedoeld om te voorkomen dat monumentale waarden door verwaarlozing verdwijnen. Het Informatiepunt Leefomgeving verwoordt dit expliciet als het “verbod om noodzakelijk onderhoud achterwege te laten”, en noemt dit ook de instandhoudingsplicht. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed licht toe dat het doel is te borgen dat een eigenaar het rijksmonument zodanig onderhoudt dat instandhouding en monumentale waarde gewaarborgd blijven, waarbij de plicht is geformuleerd als verbod op het nalaten van noodzakelijk onderhoud. De restauratie moet binnen 2 jaar uitgevoerd zijn om te voorkomen dat de achteruitgang onomkeerbaar wordt.

Financiële context: indexering en inflatie Naast de technische achteruitgang speelt een tweede realiteit: bouwkosten ontwikkelen zich in de tijd. Uitstel werkt daarom dubbel kostenverhogend:

1. de herstelomvang groeit door extra schade, én

2. prijzen (lonen, materialen, materieel en algemene kosten) schuiven op door inflatie en marktontwikkelingen. Een concreet voorbeeld is de loonsontwikkeling in de bouwnijverheid, die periodiek via cao-afspraken doorwerkt in kostprijzen.

Voor de onderbouwing van kostenontwikkeling wordt in Nederland vaak verwezen naar CBSbouwindexen en naar BDB-indexcijfers. Het CBS publiceert bouwkostenindexen, waaronder de reeks “Nieuwbouwwoningen; inputprijsindex bouwkosten”, die de ontwikkeling van bouwkosten (o.a. loonen materiaalcomponenten) weergeeft. BDB geeft indexcijfers die in de sector breed worden toegepast en beschrijft dat deze indexen inzicht geven in de kostenontwikkeling van lonen, materialen en materieel, met onderscheid tussen structurele en conjuncturele effecten. 3

Voor de Zwiepse Molen betekent dit concreet: schuift uitvoering door, dan zal de kostenraming op basis van indexering bijgesteld moeten worden. De provincie Gelderland kent een restauratiesubsidie (regeling Erfgoed Toekomstbestendig Gebruik) met een percentage van 50%. Zonder indexering ontstaat vrijwel vanzelf een budgettair tekort, nog los van extra schade door uitstel. Het financieren van de overige 50% wordt zo een steeds grotere uitdaging. In 2025 bedroeg de index 3% per kwartaal. In de voorgaande jaren is de indexering aanmerkelijk hoger geweest.

Conclusie en advies Stichting Behoud Zwiepse Molen en EAGM concluderen gezamenlijk dat restauratie urgent is. De technische staat van houtwerk, rietdek, gevlucht en vooral de stelling laat geen comfortabel uitstel meer toe. Het risico op vervolgschade (rot/zwam, verzwakkende verbindingen, lekkage-effecten) is reëel en progressief. De stelling vormt bovendien een direct veiligheidsrisico. Hetzelfde geldt voor het wiekenkruis dat aan continue vermoeiing onderhevig is. Daarbovenop geldt dat uitstel financieel vrijwel zeker kostenverhogend werkt door indexering en inflatie, onderbouwbaar met CBS-bouwindexen en BDB-indexcijfers. Advies (prioritering): Stelling: herstel/vervanging met nadruk op veiligheid en draagkracht (directe prioriteit). Gevlucht: Herstel binnen 2 jaar om te voorkomen dat de molen buiten bedrijf gesteld moet worden. Rietdek: vervanging en bijbehorende aansluitdetails (rietplanken/latten/overgangen) om inwateren te stoppen. Houtwerk kap/achtkant: noodzakelijk timmerwerk/herstel aantastingen en borging van constructieve betrouwbaarheid. Conservering: schilderwerk en detailverbeteringen om herhaling van vochtbelasting te beperken. Als eigenaar kiezen wij ervoor om hiermee voortvarend door te pakken, omdat dit de enige verstandige route is: behoud van monumentale waarden, beheersing van risico’s, en voorkómen dat tijd en inflatie het project onnodig duurder maken.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16488903/1