CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

MEMO HBR advies verbod lelieteelt 7 november 2025

Raadsvergadering 8 december 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Motie vreemd aan de orde: Voorbereidingsbesluit niet-biologische sierteelt (in het bijzonder lelieteelt)3.705 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Aan: Betreft: Datum: Van:

De raad van de gemeente Lochem Verbod opnemen voor vestiging van niet biologische sierteelt 7 november 2025 Saskia de Boer en Janike Haakmeester

Geachte leden van de raad, 1. Vraagstelling In de loop van 2025 is een aantal keer discussie in de raad gevoerd over de (on)wenselijkheid van niet-biologische lelieteelt binnen de gemeente. Daarop is op 7 april 2025 de motie “Geen lelieteelt in de gemeente Lochem” aangenomen en is op 13 oktober 2025 de voorgestelde motie “Voorbereidingsbesluit niet-biologische bloembollen en snijbloementeelt” besproken. In afwachting van nader juridisch advies is de motie op dat moment niet aangenomen. De raad heeft besloten om eerst extern advies te vragen. De adviesvraag houdt het volgende in: Is er een reëel juridisch pad om de teelt van niet-biologische sierteelt (zoals lelieteelt) binnen de gemeente Lochem te verbieden of tijdelijk te bevriezen? In het hiernavolgende zetten wij onze visie op het bestaan van een reëel juridisch pad uiteen. Wij geven eerst de samenvatting van onze bevindingen en bespreken om tot dit advies te komen daarna de volgende onderdelen: -

Algemene beschrijving problematiek (§ 3) Bestaande regelgeving in omgevingsplan (§ 4) Mogelijkheden onder de Omgevingswet (§ 5) Mogelijkheden en termijnen voorbereidingsbesluit (6) Risico op nadeelcompensatie (7) Vergelijking besluiten andere gemeenten (§ 8) Andere procedures: toelichting civielrechtelijke rechtspraak (§ 9) Voorgestelde aanpak (§ 10)

2. Samenvatting en conclusie De gemeente kan in het omgevingsplan het gebruik van gronden regelen en daarmee ook bepalen of op die gronden chemische bestrijdingsmiddelen kunnen worden gebruikt. Daarbij kan de gemeente ook besluiten dat afstandseisen worden opgenomen die kunnen worden gehanteerd tussen landbouwpercelen en omwonenden. Over het gebruik van bestrijdingsmiddelen op zich kunnen gemeenten geen regels stellen. 1

Het opnemen van een strook in het omgevingsplan waarvoor een verbod tot het gebruiken van bestrijdingsmiddelen geldt is mogelijk. Om dit zo snel mogelijk te bewerkstelligen raden wij aan om eerst een voorbereidingsbesluit met concrete voorbeschermingsregels op te nemen. Daarna zal – binnen anderhalf jaar – het omgevingsplan gewijzigd vastgesteld moeten worden. Voorafgaand aan dit wijzigingsbesluit dient de wettelijke procedure voor het wijzigen van een omgevingsplan te worden doorlopen. Het voorbereidingsbesluit kan nieuw ongewenst gebruik voorkomen en bestaand ongewenst gebruik bevriezen. Het wegbestemmen van ongewenst gebruik vindt plaats via het vervolgens gewijzigd vastgestelde omgevingsplan. Met de wijziging van het omgevingsplan, en mogelijk ook al vanwege het voorbereidingsbesluit, kan nadeelcompensatie ontstaan. Dit geldt voor die percelen waarop tot aan het moment van het voorbereidingsbesluit expliciet sierteelt was toegestaan. Door middel van een inventarisatie van de gronden waar op dit moment sierteelt is toegestaan kan een globale inschatting worden gemaakt van de gevallen waarin sprake zou kunnen zijn van nadeelcompensatie. 3. Algemene beschrijving en problematiek In het landelijk gebied van Nederland wordt op veel agrarische gronden regelmatig met chemische bestrijdingsmiddelen1 gewerkt.

Bewoners in en aan de randen van het agrarische gebied maken zich zorgen over de effecten van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen voor hun gezondheid. Hoewel de omvang van de risico’s nog onduidelijk is, wordt wetenschappelijk steeds vaker een link gelegd tussen chronische blootstelling aan bestrijdingsmiddelen en het ontstaan van neurodegeneratieve ziektes zoals Parkinson, Alzheimer en ALS.2 Ook het RIVM3 en de Gezondheidsraad4 leggen deze link. Bestrijdingsmiddelen worden pas toegelaten na een risicobeoordeling, zowel op EU-niveau (de werkzame stof) als op lidstaat-niveau (het middel/eindproduct). Inmiddels wordt steeds duidelijker dat het onderzoek naar de effecten op de omwonenden5 (met name jonge kinderen)6 en op de 1

In de praktijk worden verschillende termen gehanteerd. De termen variëren van landbouwgif/pesticiden, bestrijdingsmiddelen tot gewasbeschermingsmiddelen. In deze handreiking is gekozen voor het consequente gebruik van de term ‘bestrijdingsmiddelen’. 2 Shrestha e.a., ‘Pesticide use and incident Parkinson’s disease in a cohort of farmers and their spouses’, Environmental Research 2020, afl. 191, p. 1-14. 20 A.M. Aloizou e.a., ‘Pesticides, cognitive functions and dementia: A review’, Toxicology Letters 2020, afl 326, p. 31-51. 21 A.M. Malek e.a., ‘ , Environmental Research 2012, afl. 117, p. 112-119. 3 Brief van Ctgb aan EFSA, 9 maart 2021, kenmerk 202103090024 4 Gezondheidsraad, Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden, 29 juni 2020 5 Rb. Noord-Nederland 12 juni 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2333; Rb. Oost-Brabant 19 juli 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3440 6 Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 22 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2043

2

Natura 2000 gebieden7 niet, niet volledig of niet zorgvuldig genoeg is uitgevoerd. De regelgeving omtrent het gebruik van bestrijdingsmiddelen is daarom nog niet voldoende uitgekristalliseerd. Over de risico’s wordt steeds meer gepubliceerd en gesproken. Deze discussie versterkt de roep om gemeentelijke maatregelen om uit hoofde van het voorzorgsbeginsel maatregelen te treffen. De gemeenteraad van de gemeente Lochem wil haar bewoners beschermen en de vestiging van niet biologische sierteelt, van bloembollen en snijbloementeelt verbieden. De vraag is welke mogelijkheden de gemeenteraad daartoe heeft. U heeft ons gevraagd of er een reëel juridisch pad kan worden geschetst waarmee de teelt van nietbiologische sierteelt (zoals lelieteelt) binnen de gemeente Lochem kan worden verboden of tijdelijk bevroren. Wij merken vooraleerst op dat deze notitie zich beperkt tot de maatregelen in het spoor van het omgevingsplan. Het omgevingsplan betreft een bevoegdheid van de raad. Voor het waarborgen van een effectief en veilig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen gelden allerlei wettelijke bepalingen die de bevoegdheid van de gemeente te buiten gaan. Het gaat dan om wetgeving die ziet op het gebruik en de toelating van chemische bestrijdingsmiddelen.

De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) biedt gemeenteraden geen grondslag om zelf regels te stellen over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. In het omgevingsplan kan de gemeenteraad op dit moment8 het gebruik van gronden regelen en daarmee ook of op die gronden chemische bestrijdingsmiddelen kunnen worden gebruikt en afstandseisen worden opgenomen die kunnen worden gehanteerd tussen landbouwpercelen en omwonenden.9 Verderop in dit advies zetten wij voor de volledigheid nog wel uiteen welke procedures omtrent het gebruik van bestrijdingsmiddelen buiten de inzet van het omgevingsplan om al worden gevoerd. 4. Bestaande regelgeving in omgevingsplan Voor zover wij kunnen beoordelen is voor alle gronden gelegen in het buitengebied, de bestemming geregeld in het bestemmingsplan Buitengebied Lochem. Dat bestemmingsplan is onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan, zoals dat voor de gemeente vanaf 1 januari 2024 van rechtswege geldt. Binnen deze gronden zijn diverse agrarische functies mogelijk.10 De planregeling kent binnen deze agrarische functies een functie “intensieve kwekerij”. Die functie is alleen toegelaten voor locaties die expliciet op de plankaart zijn opgenomen. Onder deze functie vallen op grond van art. 1.64 van

7

AbRvS 2 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1428 Uit art. 1.4 Omgevingswet vloeit een beperking voort, namelijk dat de wet niet gaat over onderwerpen die bij of krachtens een andere wet uitputtend zijn geregeld. In dat geval mag ook het omgevingsplan geen regels over die onderwerpen bevatten. 9 AbRvS 19 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3023 dat de gewasbeschermingsmiddelen al op veiligheid zijn beoordeeld bij de toelating tot de Europese markt, laat onverlet dat de gemeenteraad een afstand tussen woningen en agrarische bedrijven mag vastleggen in een bestemmingsplan 10 Onder meer zijn de agrarische functies toegelaten onder art. 3 (de bestemming Agrarisch), 4 (Agrarisch met waarde), art. 15 (Natuur) art. 17 (Recreatie- verblijfsrecreatie) van dit bestemmingsplan. 8

3

de planregels bedrijven die zijn gericht op het voortbrengen van producten door middel van boomteelt, fruitteelt, sierteelt en tuinbouw. Dergelijk grondgebruik is niet toegelaten op de algemene functie “agrarisch” waar in beginsel een grondgebonden agrarisch bedrijf is toegelaten. In de definities bij het bestemmingsplan is namelijk expliciet bepaald dat een intensieve kwekerij niet valt onder het begrip “grondgebonden agrarisch bedrijf”. Uit navraag blijkt dat op dit moment er waarschijnlijk geen sierkwekerijen die lelies telen in werking zijn binnen het gemeentegrenzen van Lochem. Niet helemaal duidelijk is of dat ook geldt voor kwekerijen van andere sierteelt (andere snijbloemen of bollen). Bij het onderdeel ‘nadeelcompensatie’ verderop in dit advies gaan wij in op de aanwezigheid van enkele locaties waarop een intensieve kwekerij planologisch is toegelaten. Mogelijk zijn er binnen het grondgebied van de gemeente nog andere locaties waarop agrarisch grondgebruik, al dan niet met de nadere aanduiding intensieve kwekerij of een vergelijkbare functie toegestaan. Wij raden aan om dit volledigheidshalve nog na te gaan. 5.

Mogelijkheden onder de Omgevingswet De gemeenteraad dient bij de vaststelling van een (wijziging van het) omgevingsplan ervoor zorg te dragen dat daarin de regels worden opgenomen die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (“etfal”).11 Daarbij moet in ieder geval rekening worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid.12 Daarnaast staat de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, hierna: “de Raad van State” het expliciet toe dat op basis van het voorzorgsbeginsel grondgebruik wordt beperkt.13 Het Rijk stelt grenzen voor de bescherming van de gezondheid. Bijvoorbeeld via instructieregels voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit waarmee in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden. Ontbreken er regels over een bepaald aspect (zoals de effecten van het gebruik van bestrijdingsmiddelen) dan dient de gemeenteraad een afweging te maken van alle betrokken belangen waarin meespelen: gezondheid, het voorzorgsbeginsel en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat enerzijds en anderzijds de belangen van bestaande bedrijven die niet onevenredig in de bedrijfsvoering mogen worden beperkt. En daarbij moet de gemeenteraad de noodzaak van de regel 11

Art. 4.2 Omgevingswet Art. 2.1 lid 4 Omgevingswet 13 AbRvS 19 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2791, r.o. 4.3( gezondheidsschade door geitenhouderijen), AbRvS 10 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:504, AB 2021/51 (elektromagnetische straling), AbRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1681 (geluid windturbines) AbRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:70; ABRvS 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2695 (endotoxinen van veehouderijen). Hoewel het causaal verband niet bewezen was, vormt het vergrote risico op gezondheidsschade voldoende grond voor een gemeente om maatregelen te treffen. Voorwaarden daarvoor zijn dat uit wetenschappelijk onderzoek moet blijken dat de gevolgen voor de fysieke leefomgeving aannemelijk zijn en dat die gevolgen invloed dienen te hebben op de het woon- en leefklimaat en daarmee de gezondheid van mensen. 12

4

en de gekozen vorm, dat wil zeggen de inhoud van de voorbeschermingsregels en de keus voor de figuur van het voorbereidingsbesluit, voldoende onderbouwen (motiveringsbeginsel). En de gemeente moet voldoende onderzoek verrichten naar de feiten en de af te wegen belangen (zorgvuldigheidsbeginsel). Hoewel deze afweging, door de toevoeging van het gezondheidsaspect, breder lijkt dan voor de invoering van de Omgevingswet het geval was, blijkt uit vaste rechtspraak dat gemeenteraden ook voor de invoering van deze wet al regels in het bestemmingsplan konden opnemen om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te beperken. Op dit punt biedt de Omgevingswet in onze ogen niet een wezenlijk ander kader. Daarbij ging het bij bestemmingsplannen veelal om het instellen van afstandszones (spuitzones) tussen agrarische bedrijven en gevoelige functies zoals woningen.14 De Raad van State heeft in vaste jurisprudentie steeds aangenomen dat hiervoor een afstand van 50 meter niet onredelijk is en als een evenwichtige afweging van alle belangen kan worden gezien. 6. Mogelijkheden en termijnen voorbereidingsbesluit De raad kan een voorbereidingsbesluit nemen om te voorkomen dat een locatie of een gebied minder geschikt wordt voor het (in de toekomst) gewenste gebruik15.

Het voorbereidingsbesluit wijzigt het omgevingsplan met voorbeschermingsregels en geldt als voorbereiding voor de totstandkoming van definitieve nieuwe regels in het omgevingsplan. Het voorbereidingsbesluit kan voorrangsbepalingen bevatten die inhouden dat de regels daarvan voorgaan op de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan en dus dat de regels uit het voorbereidingsbesluit voorgaan op de regels van de bestemmingsplannen. Nieuwe aanvragen of het wijzigen van het gebruik van gronden wordt dan beoordeeld aan de hand van de regels uit het voorbereidingsbesluit. Op grond van de voorbereidingsregels kan het gebruik van gronden worden verboden of in geval een vergunning noodzakelijk is, deze worden geweigerd. Overigens moet een voorbereidingsbesluit bestaand toegestaan gebruik en bestaande toegelaten bouwwerken wel eerbiedigen en kan het gebruik daarvan niet via een voorbereidingsbesluit worden verboden. Een bestaande situatie kan daarmee wel worden bevroren, een verdere uitbreiding van een ongewenste situatie kan zo worden voorkomen. Het daadwerkelijke verbod kan vervolgens in het gewijzigde omgevingsplan worden opgenomen. Het voorbereidingsbesluit geldt voor een periode van anderhalf jaar. In die periode is het vervolgens zaak om de gewenste regelgeving op te stellen en definitief te maken. Definitief maken betekent in

14

Bijvoorbeeld AbRvS 27 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025: 4133, AbRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:433, AbRvS 16 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3303, AbRvS 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:804, AbRvS 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:868, AbRvS 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:855 15 Artikel 4.14 Omgevingswet

5

dit geval dat het gewijzigd omgevingsplan daadwerkelijk moet zijn vastgesteld en dus de formele procedure van participatie en zienswijzen moet zijn doorlopen. Na die periode van anderhalf jaar komen de voorbereidingsregels te vervallen, ofwel omdat er geen vervolgstappen zijn gezet, ofwel omdat binnen die termijn het besluit tot wijziging van het omgevingsplan waarvan de voorbeschermingsregels deel uitmaken is bekendgemaakt. De wijziging van het omgevingsplan hoeft niet een volledige wijziging van alle aspecten van het omgevingsplan met zich te brengen. De wijziging kan ook zien op het vaststellen van een breed parapluplan, waarin met een voorrangsregel een bepaalde regel aan het omgevingsplan van rechtswege wordt toegevoegd.16 Daarmee ontstaat een regeling die vergelijkbaar is met bijvoorbeeld de gangbare parapluplannen voor parkeernormen, zoals dat ook in Lochem van toepassing is, zodat de betreffende regels voor dit specifieke onderwerp voor de gehele gemeente van toepassing zijn. Tot slot geldt dat tegen het voorbereidingsbesluit geen beroep openstaat. Procedures kunnen nadien wel gevoerd worden over de (ontwerp) wijziging van het omgevingsplan. 7. Risico op nadeelcompensatie Met de komst van de Omgevingswet zijn de begrippen planschade en nadeelcompensatie tot één paraplubegrip nadeelcompensatie samengevoegd17.

Voor wat betreft het opnemen van beperkingen in het omgevingsplan (al dan niet via een voorbereidingsbesluit) geldt dat de wet de ruimte biedt voor compensatie van “directe schade”. Het gaat hierbij om schade voor eigenaren van gronden waarvoor een gebruiksbeperking is gaan gelden die daarop voorheen niet rustte. De Omgevingswet bepaalt niet letterlijk dat een voorbereidingsbesluit op zichzelf al een grondslag kan vormen voor nadeelcompensatie. Omdat een voorbereidingsbesluit het omgevingsplan wijzigt, en wijziging van het omgevingsplan in de wet is aangewezen als schadeoorzaak, is denkbaar dat een voorbereidingsbesluit als schadeoorzaak wordt aangeduid. Daarover is nog geen jurisprudentie. Of nu alleen de uiteindelijke wijziging van het omgevingsplan, of ook al het voorbereidingsbesluit grondslag voor nadeelcompensatie kan vormen, in alle gevallen is relevant om te bezien op welke gronden binnen de gemeente sierteelt nu wel zou zijn toegestaan. Zo kan zicht komen op de mogelijke omvang van ontstaan nadeel binnen de gemeentegrenzen. Voor het rechtsgeldig uitoefenen van de sierteelt was dus een expliciete aanduiding op de plankaart, of een vergunning om af te wijken van het bestemmingsplan, nodig. Alleen voor die gronden waar dat voorheen wel was

16

Ter toelichting, artikel 22.6, eerste lid, van de Ow bepaalt dat de bestaande ruimtelijke regels in het omgevingsplan van rechtswege alleen ‘alle tegelijk’ kunnen vervallen. Regels over onderwerpen die niet in strijd zijn met het tijdelijke deel van het omgevingsplan, kunnen aanvullend daarop worden geregeld in het nieuwe deel van het omgevingsplan (Kamerstukken II 2017/18, 34986, nr. 3, p. 100). Dit betekent dat het ook mogelijk is om het omgevingsplan ‘aan te vullen’ met regels over bepaalde onderwerpen die niet in het tijdelijke deel zijn geregeld of voorrangsregels op te nemen in een ‘paraplu-omgevingsplan’. De regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan komen in dat geval niet te vervallen. 17 Artikel 15.1 Omgevingswet

6

toegestaan kan mogelijk sprake zijn van het ontstaan van nadeelcompensatie. Uit een eerste inventarisatie is naar voren gekomen dat deze specifieke aanduiding op dit moment op 11 percelen binnen het bestemmingsplan Buitengebied rust. Wij raden aan om voor de volledigheid na te gaan of deze bestemming ook nog in andere plangebieden mogelijk is. De hoogte van nadeelcompensatie die mogelijk kan ontstaan kan ook worden beïnvloed door het al dan niet opnemen van overgangsrecht in het omgevingsrecht. Daarop gaan wij omwille van de leesbaarheid van dit advies voor dit moment niet verder in. Uiteraard zijn wij voor een vervolgvraag graag bereid hier ook over te adviseren. 8. Vergelijking besluiten andere gemeenten In het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Opsterland is al in juni 2014 opgenomen dat het gebruik voor o.a. sierteelt, fruitteelt is verboden18. Ook de gemeente Haakbergen heeft in 2015 een bestemmingsplan Buitengebied vastgesteld waarin een verbod op nieuw te vestigen intensieve teelten is opgenomen.19 Van recentere datum is een voorbereidingsbesluit van de gemeente Tilburg waarin een verbod is opgenomen voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen op agrarische percelen rond een woningbouwproject waarmee prikkelarme woningen worden gerealiseerd.20 9.

Andere procedures: toelichting op civielrechtelijke rechtspraak Volledig terzijde en voor de volledigheid stippen wij de mogelijkheid aan van bewoners om via andere procedures, via de civiele rechter, een verbod op sierteelt met bestrijdingsmiddelen af te dwingen. Er zijn inmiddels diverse civiele geschillen tussen lelietelers en omwonenden aan de burgerlijke rechter in een kort geding procedure voorgelegd. In deze zaken vorderden de bewoners een verbod op de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen door de betreffende lelieteler. In meerdere concrete situaties in Drenthe, Limburg en Noord-Brabant heeft dit geleid tot diverse uitspraken door een kort geding rechter, zowel door de lagere rechters als door een gerechtshof.21 Waarbij de grote lijn is dat telers een bijzondere zorgplicht jegens de in de onmiddellijke nabijheid wonende omwonenden hebben. De teler schendt die zorgplicht door gebruik te maken van 18

Bestemmingsplan buitengebied Opsterland, art. 3.5 sub c: het gebruik van gronden ten behoeve van de sierteelt, fruitteelt, boomteelt of overige opgaande meerjarige teeltvormen, tenzij het bestaand gebruik betreft. 19 Bestemmingsplan buitengebied Haaksbergen, art. 3.1 onder a planregels: de uitoefening van het agrarisch bedrijf - niet zijnde de opslag van veevoer en agrarische producten - met uitzondering van een boomkwekerij -, houtteelt-, sierteelt-, bollenteelt- of fruitteeltbedrijf. 20 Voorbereidingsbesluit ‘Zone gewasbeschermingsmiddelen Stokhasseltlaan’ d.d. 21 mei 2025: waarin een algeheel verbod is opgenomen om binnen de werking van het voorbereidingsbesluit bestrijdingsmiddelen te gebruiken, met uitzondering van incidenteel gebruik in grasland of biologische bestrijdingsmiddelen 21 Rb. Noord-Nederland 12 juni 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2333; Rb. Oost-Brabant 19 juli 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3440, Rb Oost Brabant, 23 augustus 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3852., Rb Limburg 2 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6311, Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 22 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2043,

7

bestrijdingsmiddelen waarvoor geen onderzoek is gedaan naar risico’s op neurodegeneratieve ziektes die op latere leeftijd optreden. Het voorzorgsbeginsel van Vo 1107/2009 noopt, gelet op de feiten en omstandigheden in deze zaak, tot nader onderzoek. Veelal gevolgd door een verbod om gewassen te telen waarvoor de bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Daarnaast volgt uit een uitspraak van de Raad van State dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de omgeving van Natura 2000 gebieden niet zomaar mag plaatsvinden zonder dat eerst goed is onderzocht of dit schade kan opleveren voor Natura 2000 gebieden. Dat betekent dat een teler in veel gevallen verplicht is om vooraf extra onderzoek te doen om te zien of bestrijdingsmiddelen significante effecten hebben op de Natura 2000 gebieden.22 Tot slot zijn diverse handhavingsverzoeken door rechtbanken beoordeeld waarin is beoordeeld of het gebruik van bestrijdingsmiddelen in strijd is met een zorgplicht uit het Bal23, strijd met het omgevingsplan Opsterland24. 10. Voorgestelde aanpak: Hierboven hebben wij aangegeven dat er inderdaad een reëel juridisch pad bestaat waarmee de teelt van niet-biologische sierteelt binnen de gemeente Lochem kan worden verboden of tijdelijk bevroren. Concreet kunnen daarvoor de volgende stappen worden gezet: a.

Voorbereidingsbesluit voor weren van nieuwe sierteelt met chemische bestrijdingsmiddelen Een verbod uit een voorbereidingsbesluit is alleen effectief voor het weren van nieuwe sierteeltkwekerijen op de locaties waar dat in het huidige omgevingsplan is toegelaten. Wil een agrariër na het inwerking treden van het voorbereidingsbesluit een perceel voor sierteelt gaan gebruiken, dan is dat dus niet meer mogelijk. De activiteiten van bestaande sierteeltkwekerijen worden bevroren, deze kunnen niet uitbreiden. Het voorbereidingsbesluit kan tot claims op grond van nadeelcompensatie leiden. Het voorbereidingsbesluit geldt 1,5 jaar, voor die tijd moet dit verbod in het omgevingsplan bij voorbeeld via een paraplu omgevingsplan worden doorgevoerd. b. Gevolgd door een paraplu omgevingsplan voor verbod nieuwe sierteelt en zones rondom gevoelige bestemmingen Voor het kunnen voortzetten van de wering van nieuwe of uitbreiding van bestaande sierteelt, dient binnen anderhalf jaar na het vaststellen van het voorbereidingsbesluit een wijziging van het omgevingsplan te zijn vastgesteld en bekend gemaakt. Dat wil zeggen dat direct na het vaststellen 22

AbRvS 2 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1428 waarbij het ging om een aantal percelen in Drenthe die op iets meer afstand dan 250 meter van het Natura 2000-gebied Holtingerveld liggen 23 Rb Limburg 2 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6311 waarin is geoordeeld dat er geen sprake van een overtreding van de zorgplicht van artikel 2.11 Bal. De lelietelers mogen gebruikmaken van de gewasbeschermingsmiddelen en de gemeente heeft terecht niet handhavend opgetreden. 24 Rb Noord Nederland, 30 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3164, waarin is bepaald dat ook het opkweken van bloembollen in strijd was met de verbodsbepaling die in het omgevingsplan voor sierteelt was opgenomen.

8

van het voorbereidingsbesluit moet worden gestart met een wijziging van het omgevingsplan. Gelet op de korte voorbereidingstijd lijkt het meest haalbare traject de verbodsbepaling door middel van een paraplu omgevingsplan aan het omgevingsplan toe te voegen. Uiteraard gelden voor dit paraplu omgevingsplan dezelfde eisen als die hiervoor voor een wijziging van het omgevingsplan zijn uitgeschreven. Het is van belang om rekening te houden met zowel tijd als techniek. Niet alleen is tijd nodig voor het doorlopen van het participatietraject en de zienswijzenperiode voorafgaand aan het vaststellen van het omgevingsplan maar ook is het zaak om ervoor te zorgen dat een (ontwerp) omgevingsplan volgens de technische vereisten kan worden gepubliceerd op het omgevingsloket.

Tot slot Tot zover de beantwoording van uw vraag. Uiteraard zijn wij graag bereid om een concept voor een voorbereidingsbesluit op te stellen en/of over de inhoud daarvan mee te denken.

Met vriendelijke groet,

Janike Haakmeester 06-14469649 Saskia de Boer 06-55335280

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16353951/1