De kadernota 2027-2030
Tekst van het document
Kadernota 2027-2030 Vervoerscentrale Stedendriehoek (PlusOV)
Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 3 2. Financiële uitgangspunten .................................................................................................................. 4 2.1 Indexering ...................................................................................................................................... 4 2.2 Btw en vennootschapsbelasting.................................................................................................... 5 2.3 Kostenverdeelsystematiek ............................................................................................................ 5 2.4 Reserves ........................................................................................................................................ 5 2.5 Onzekerheid over de deelnemende gemeenten aan de GR PlusOV ............................................. 6 3. Inhoudelijk en financieel perspectief .................................................................................................. 7 3.1 Organisatiekosten .........................................................................................................................
7 3.2 Het vervoersvolume en de vervoerskosten .................................................................................. 7 4. Risico’s en maatregelen..................................................................................................................... 12 Bijlage 1: Kostenverdeelsystematiek..................................................................................................... 13 Bijlage 2: Begrote vervoersvolumes en vervoerskosten vraagafhankelijk vervoer per gemeente (1) . 14 Bijlage 3: Begrote vervoersvolumes en vervoerskosten routegebonden vervoer per gemeente (1) ... 18
2 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
1. Inleiding Voor u ligt de kadernota van Vervoerscentrale Stedendriehoek (PlusOV) voor de begrotingsperiode 2027-2030. PlusOV stelt zelf geen beleid vast maar voert taken uit in opdracht van de deelnemende gemeenten. Beleidsmatige kaders zijn daarom niet opgenomen in deze nota. PlusOV is een bedrijfsvoeringsorganisatie voor het doelgroepenvervoer in de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen. De organisatie is verantwoordelijk voor de efficiënte planning van veilig en comfortabel vervoer binnen de kaders van de dienstverleningsovereenkomst. Daarnaast beheert PlusOV de organisatiekosten, waaronder personeels- en bedrijfsvoeringskosten. Het beleid voor toegang tot het vervoer wordt vastgesteld door de deelnemende gemeenten. Zij hebben daarmee invloed op het vervoersvolume en daarmee de vervoerskosten. Deze kadernota bevat de uitgangspunten voor de conceptbegroting die in het voorjaar van 2026 wordt gepresenteerd. Conform de Gemeenschappelijke Regeling stelt het bestuur de kadernota vast vóór 1 januari. Uiterlijk 30 april worden de kadernota en conceptbegroting aangeboden aan de gemeenteraden. De definitieve begroting wordt vastgesteld na verwerking van eventuele zienswijzen. De komende jaren ligt de focus van PlusOV op: 1. Verbetering van de ketensamenwerking tussen reizigers, gemeenten, vervoerders en PlusOV; 2.
Beheersing van organisatie- en vervoerskosten; 3. Ondersteuning van gemeenten bij het betaalbaar en beschikbaar houden van vervoer voor mensen die hier afhankelijk van zijn. Het realiseren van alle ritaanvragen met behoud van klanttevredenheid en beheersbare kosten blijft een groeiende uitdaging. Medewerkers van PlusOV blijven zich inzetten voor de missie: ‘Mensen prettig, betaalbaar en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is’.
H.H. Meijer Directeur PlusOV
3 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
2. Financiële uitgangspunten 2.1 Indexering Inflatiepercentage Voor de begroting hanteren we de consumentenprijsindex (CPI) zoals opgenomen in de gemeentefondscirculaire van september 2025. Het verwachte inflatiepercentage voor de exploitatie in 2027 bedraagt 2,3%. Deze index wordt toegepast op de organisatiekosten, exclusief loonkosten.
Ontwikkeling loonkosten gemeenten De huidige CAO loopt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. Voor de begrotingsperiode (2027– 2030) verwachten we een stijging van de personeelskosten. Hiervoor gebruiken we de CPB-raming “Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers”, met een verwacht percentage van 5,7% in 2027. Ook de kosten voor ondersteuning door de gemeente Lochem (loonkosten) worden hiermee geïndexeerd. Index vervoer De vervoerskosten volgen de NEA-index. Voor 2026 is deze vastgesteld op 4,1%. In de al vastgestelde begroting voor 2026 was 4,6% als langjarig gemiddelde opgenomen, dit blijft ongewijzigd. Voor 2027–2030 hanteren we een verwachte gemiddelde NEA-index van 5,2%, gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar. De historische en begrote CPI- en NEA-percentages zijn opgenomen in de volgende twee tabellen. De percentages voor 2027–2030 worden toegepast op de betreffende begrotingsjaren. Historische inflatie en NEA-index Jaar Inflatie in % NEA-index in % (cpi) 2021 2,7 1,0 2022 10,0 3,5 2023 3,8 13,7 2024 3,3 3,4 2025 n.t.b. 1,5 2026 n.t.b. 4,1
4 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
Begrote inflatie en NEA-index Jaar Inflatie in % (cpi) 2026 2,4 2027 2,3 2028 2,2 2029 2030
NEA-index in %
2,2 2,2
4,6 5,2 5,2 5,2 5,2
2.2 Btw en vennootschapsbelasting Belasting toegevoegde waarde (btw) PlusOV wordt volledig aangemerkt als btw-ondernemer. Dit betekent dat alle betaalde btw via de aangifte omzetbelasting wordt teruggevraagd en alle ontvangen btw wordt afgedragen. Alle bedragen in de begroting zijn daarom exclusief btw weergegeven. De deelnemende gemeenten treden voor het routegebonden vervoer (leerlingenvervoer, dagbestedingsvervoer en Jeugdwetvervoer) niet op als btw-ondernemer. Hierdoor vormt de btw op deze vervoersdiensten een niet-verrekenbare kostenpost voor gemeenten. Zij dienen deze btw-last mee te nemen in hun eigen begroting. Vennootschapsbelasting PlusOV is sinds 2017 vennootschapsbelastingplichtig. Het vervoer voor andere instanties dan de deelnemers (de gemeenten) valt onder de belastingplicht. PlusOV voert geen activiteiten uit voor andere instanties dus de aangifte zal altijd nihil zijn.
2.3 Kostenverdeelsystematiek In de begroting nemen we twee soorten kosten op: organisatiekosten en vervoerskosten. De organisatiekosten verdelen we naar de vervoersstromen en daarna naar de gemeenten. Over de verevening van de vervoerskosten voor het routegebonden en het vraagafhankelijk vervoer maakten we afspraken met de gemeenten. Deze systematiek werkten we uit in bijlage 1. De opbrengst van de eigen bijdrage voor vraagafhankelijk vervoer is niet opgenomen in de begroting van PlusOV, maar in die van de individuele gemeenten. PlusOV incasseert deze bedragen namens de gemeenten en draagt ze aan hen af. In 2024 bedroeg de eigen bijdrage €718.000, goed voor 12,5% van de totale vraagafhankelijke vervoerskosten.
2.4 Reserves PlusOV heeft alleen een Algemene Reserve. Algemene reserve In artikel 23 van de GR Basismobiliteit is vastgelegd dat het bestuur een algemene reserve in kan stellen om bedrijfsmatige risico’s op te vangen. Het saldo van de Algemene reserve is op 31-12-2024 € 89.809. Met het vaststellen van de jaarrekening wordt er een besluit genomen over de bestemming van het resultaat. Er worden geen dotaties en onttrekkingen verwacht in de begroting 2027. 5 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
2.5 Onzekerheid over de deelnemende gemeenten aan de GR PlusOV Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer heeft in juli 2025 het bestuur van PlusOV geïnformeerd dat het besluit is genomen om de procedure tot mogelijke uittreding uit de Gemeenschappelijke Regeling PlusOV in gang te zetten. Conform de procedure in de GR PlusOV is een onafhankelijke registeraccountant in september gestart om een beëindigingsplan op te stellen voor het bestuur van PlusOV. Op basis van dit plan neemt de gemeente Deventer een definitief besluit over uittreding. De gemeenteraad van Brummen heeft in het voorjaar 2025 besloten dat de gemeente op de lange termijn niet zelfstandig kan blijven. In 2025 wordt onderzocht met wie Brummen het beste kan samengaan: met de gemeente Rheden of met de gemeente Zutphen. In januari 2026 neemt de raad hierover een principebesluit. Een nieuwe gemeente kan op z’n vroegst beginnen op 1 januari 2029. De gemeente Brummen organiseert zowel het RGV als het VAV bij de GR PlusOV. De gemeente Rheden is geen deelnemer aan de GR PlusOV. De gemeente Zutphen maakt alleen gebruik van het vraagafhankelijk vervoer bij PlusOV. In deze kadernota 2027-2030 is geen rekening gehouden met de effecten van een eventuele uittreding of gemeentelijke fusie, omdat er nog onvoldoende informatie bekend is om de mogelijke impact in beeld te brengen.
In deze kadernota zijn alleen die zaken verwerkt waar een formeel besluit over is genomen.
6 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
3. Inhoudelijk en financieel perspectief De lasten in de begroting van PlusOV bestaan uit organisatiekosten (ca. 20%) en vervoerskosten (ca. 80%). Van de organisatiekosten is ongeveer 70% toe te schrijven aan personeelskosten.
3.1 Organisatiekosten Organisatieomvang Hieronder staat een overzicht met de werkelijke en geplande bezetting in fte aan het begin van het jaar (incl. inleen). Aantal fte begin van jaar Aantal fte
2021
2022
2023
2024
2025
2026 Plan
2027 Plan
2028 Plan
26,8
24,8
23,9
23,1
23,8
23,4
22,0
22,0
2029 Plan 22,0
2030 Plan 22,0
Op basis van deze bezetting kan invuling worden geven aan de afgesproken Kpi’s en resultaten zoals opgenomen in de DVO's.
3.2 Het vervoersvolume en de vervoerskosten Het vraagafhankelijk vervoer De opbouw van de begroting voor de vervoersvolumes en vervoerskosten voor het vraagafhankelijk vervoer De deelnemende gemeenten leveren hun prognoses aan voor de ontwikkeling van het aantal deelnemers in het doelgroepenvervoer voor de periode 2027–2030. Gemeenten beschikken over relevante data en inzicht in demografische trends en beleidskeuzes. Deze input stelt PlusOV in staat om de vervoerskosten per gemeente realistischer en specifieker te begroten. Op basis van de door gemeenten aangeleverde gegevens heeft PlusOV de ontwikkeling van vervoersvolume en vervoerskosten geprognosticeerd. De berekening is als volgt opgebouwd: 1. Deze verwachte ontwikkeling in het aantal unieke reizigers per gemeente is vertaald naar een raming, waarbij de groei in het aantal unieke reizigers leidend is. Het aantal unieke reizigers is eind 2025 ca. 7.585 en er is een beperkte groei naar 7.884 (+ 3,9%) eind 2030. 2. Het totaal van de begrote deelnemers, hun ritten en ritafstand wordt vertaald met reiseenheden (RE). Een rekeneenheid waarin het vervoersvolume samen met starttarief, kilometers en indicaties zijn verwerkt. (Toelichting:1 km = 1 RE; 1 Start = 6 RE; 1 solo km = 1,25 RE; 1 rolstoel km = 1,25 RE). 3. De NEA-index zorgt voor een jaarlijkse kostenstijging in de begrotingsperiode van gemiddeld 5,2% (5-jaarsgemiddelde).
4. De totale begroting van PlusOV voor de vervoerskosten vraagafhankelijk vervoer is opgebouwd uit de som van de negen gemeentelijke begrotingen.
7 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
De uitgangspunten in de begroting van het vervoersvolume en vervoerskosten voor het vraagafhankelijk vervoer Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling in de volumes aan in de afgelopen jaren. 2023 Aantal pashouders
13.319
1%
13.190
-1%
Prognose 2025 * 12.611
Aantal unieke reizigers
7.696
3%
7.762
3%
7.585
-2%
264.846
9%
288.892
10%
277.216
-4%
Aantal gereden km.
1.665.710
8%
1.831.216
10%
1.755.662
-4%
Aantal reiseenheden
3.318.398
8%
3.600.709
9%
3.494.805
- 3%
Aantal ritten
Groei
2024
Groei
Groei -4%
* voor 2025 is een inschatting gemaakt van het vierde kwartaal. Na een aantal jaren van groei in het vervoersvolume zien we in 2025 een daling. Voor het jaar 2026 was bij het opstellen van de begroting (in 2025) nog een groei verwacht. De overgang van 2026 naar 2027 geeft hierdoor een wat vertekend beeld. Voor de jaren 2027-2030 verwachten we een zeer beperkte toename van het vervoersvolume. De vervoerskosten stijgen hierdoor voornamelijk door de NEA-index. Op basis van de input van de gemeenten is voor de financiële begroting 2027-2030 berekend: 1. Het totale vervoersvolume (uitgedrukt in reiseenheden) stijgt na 2027 tot en met 2030 beperkt met ca. 0,4%. 2. Voor 2027 en de jaren daarna verwachten we een stijging van de NEA-index met 5,2% per jaar 3. We verwachten dat de totale vervoerskosten met gemiddeld (0,4% + 5,2%) 5,6% per jaar stijgen in de begrotingsperiode (% groei in reiseenheden plus de stijging van de NEA-index). In onderstaande tabel zijn de totale begrote vervoersvolumes en vervoerskosten (excl. organisatiekosten) van alle gemeenten tezamen opgenomen.
Een gedetailleerd overzicht per gemeente is als bijlage 2 opgenomen.
8 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
In onderstaande grafiek is de ontwikkeling te zien van de begrote vervoerskosten.
Het routegebonden vervoer De opbouw van de begroting voor de vervoersvolumes en vervoerskosten voor het routegebonden vervoer Voorafgaand aan het opstellen van de kadernota heeft PlusOV van de zes deelnemende gemeenten prognoses ontvangen over de verwachte ontwikkeling van het aantal deelnemers in het doelgroepenvervoer voor de periode 2027–2030. Op basis van de door gemeenten aangeleverde gegevens heeft PlusOV de ontwikkeling van vervoersvolume en vervoerskosten geprognosticeerd. De berekening is als volgt opgebouwd: 1. Deze stijging van de vervoerskosten per gemeente is gelijk aan de verwachte groei in het aantal deelnemers, vermeerderd met de NEA-index van het betreffende jaar. 2. Voor 2027–2030 wordt gerekend met een gemiddelde jaarlijkse kostenstijging door de NEAindex van 5,2%, dit percentage is gebaseerd op het vijfjarig gemiddelde. 3. De totale begroting van PlusOV voor de vervoerskosten routegebonden vervoer is opgebouwd uit de som van de zes gemeentelijke begrotingen.
De uitgangspunten in de begroting van het vervoersvolume en vervoerskosten in het routegebonden vervoer De cijfers over de afgelopen jaren laten de volgende ontwikkelingen zien: Tabel met het aantal unieke deelnemers (reizigers die minimaal 1 keer in dat jaar hebben gereisd) 2022 2023 2024 2025 * Jeugdwet 123 149 163 175 Leerlingenvervoer 780 791 794 785 Dagbesteding 309 296 308 299 Totaal 1.212 1.236 1.265 1.260 * voor 2025 is een inschatting gemaakt van het vierde kwartaal.
9 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
Voor 2026 was bij het opstellen van de begroting (in 2025) nog een lichte daling in deelnemersaantallen verwacht. De overgang van 2026 naar 2027 geeft hierdoor een wat vertekend beeld. Voor de jaren 2027 - 2030 verwachten we een vrijwel gelijkblijvend vervoersvolume. De vervoerskosten stijgen voornamelijk door de NEA-index. Op basis van input door gemeenten is de volgende raming opgesteld voor de begrotingsperiode 2027–2030: 1. Het aantal deelnemers groeit beperkt met gemiddeld met 1,0% per jaar in de begrotingsperiode. 2. Voor de NEA-index wordt gerekend met een jaarlijkse stijging van 5,2%. 3. De totale vervoerskosten stijgen naar verwachting van € 4.642.830 in 2026 naar € 5.771.775 in 2030; gemiddeld (1,0% + 5,2%) 6,2% per jaar: 4. De totale begroting is opgebouwd uit de som van de zes gemeentelijke begrotingen voor het routegebonden vervoer. In onderstaande 2 tabellen zijn de totale begrote vervoerskosten (excl. organisatiekosten) en vervoersvolumes en opgenomen voor het routegebonden vervoer. In de tabel zijn voor 2025 de bedragen opgenomen uit de vastgestelde begroting weergegeven. De totale begrote vervoerskosten RGV
De totale begrote vervoersvolumes RGV en de procentuele ontwikkeling
10 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
Een gedetailleerd overzicht per gemeente is als bijlage 3 opgenomen.
In onderstaande grafiek is de ontwikkeling te zien in de begrote vervoerskosten.
11 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
4. Risico’s en maatregelen In de bestuursrapportage 2025 benoemden we een aantal risico’s. Deze hebben we geactualiseerd en toegelicht. Prijs- en volumerisico Bij het opstellen van de begroting is er sprake van een structureel prijsrisico. Door de huidige geopolitieke en economische ontwikkelingen zijn prijseffecten lastig te voorspellen. De onzekerheid rondom prijsontwikkelingen is groter dan in voorgaande jaren. Circa 75% van de vervoerskosten bestaat uit personeels- en brandstofkosten. • Personeelskosten (ca. 67%) staan onder druk door krapte op de arbeidsmarkt binnen de taxibranche. • Brandstofkosten (ca. 8%) blijven naar verwachting hoog en volatiel. Hoewel deze prijsrisico’s zo zorgvuldig mogelijk zijn ingeschat en verwerkt in de begroting, blijft er sprake van een restonzekerheid. Het volumerisico binnen het doelgroepenvervoer wordt, op basis van input van de gemeenten en de gehanteerde uitgangspunten, als acceptabel beoordeeld. Mogelijke uittreding van gemeenten uit de GR PlusOV Het college van B&W van de gemeente Deventer heeft besloten om de procedure tot mogelijke uittreding uit de Gemeenschappelijke Regeling PlusOV te starten. De gemeenteraad van Brummen heeft in het voorjaar 2025 besloten dat de gemeente op de lange termijn niet zelfstandig kan blijven.
In 2025 wordt onderzocht met wie Brummen het beste kan samengaan: met de gemeente Rheden of met de gemeente Zutphen. Deze 2 ontwikkelingen introduceren nieuwe onzekerheden. Dit heeft in eerste instantie impact op de kostenbelading: • Er zijn beperkte mogelijkheden tot kostenreductie: Organisatiekosten kunnen niet naar rato maar beperkt worden verlaagd. Personeelskosten kennen een ondergrens om de noodzakelijke continuïteit van de dienstverlening te waarborgen. • Mogelijk ontstaat er een verminderde efficiëntie in vervoersplanning. Door het wegvallen van schaalvoordelen kan de efficiëntie van de vervoersplanning afnemen. Deze factoren kunnen leiden tot hogere kosten voor de resterende deelnemers, die op hun beurt een afweging moeten maken in hun bereidheid deze kosten te dragen. Toetreding van een fusiepartner van de gemeente Brummen tot de GR PlusOV behoort overigens ook tot de mogelijkheden, dit zal de kosten per deelnemende gemeente verlagen maar is financieel of operationeel gezien geen risico.
12 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
Bijlage 1: Kostenverdeelsystematiek In de begroting zijn twee verschillende soorten kosten te onderscheiden: 1. Organisatiekosten 2. Vervoerkosten 1. Organisatiekosten De organisatiekosten van PlusOV bestaan uit: 1. Personele kosten 2. Bedrijfsvoeringskosten 3. Direct materiële kosten 4. Facilitaire diensten 5. Bestuurskosten De organisatiekosten bestaan voor een groot gedeelte uit de personeelskosten. Deze zijn voor het overgrote deel direct toe te rekenen aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer. Ook andere kosten zijn duidelijk toe te wijzen aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer, bijvoorbeeld; • Het klanttevredenheidsonderzoek voeren we uit per vervoerssoort. • We verstrekken alleen vervoerspassen voor het vraagafhankelijk vervoer. De pasadministratie wordt alleen voor deze vervoerssoort gedaan en ten laste hiervan gebracht. De overige organisatiekosten zijn minder makkelijk te verdelen over de twee vervoerssoorten. Hier gebruiken we een verdeelsleutel voor. De overige organisatiekosten zijn als overhead te beschouwen. De overhead verdelen we op basis van de verdeelsleutel directe loonkosten. Tot slot worden de organisatiekosten per vervoerssoort verdeeld over de gemeenten. Dit gebeurt op basis van het aantal inwoners op 1 januari 2026.
2. Vraagafhankelijk vervoer De kosten van het vraagafhankelijk vervoer worden toegerekend aan de gemeenten op basis van de volgende verdeelsleutel: daadwerkelijke kilometers + opstapeenheid (per rit) + opslag(en).
3. Routegebonden vervoer Het routegebonden vervoer bestaat uit: leerlingenvervoer, dagbestedingsvervoer en Jeugdwetvervoer. De kosten voor het routegebonden vervoer worden op reizigersniveau toegerekend aan de gemeenten. Hiervoor hanteren we een aantal spelregels. De belangrijkste zijn: 1. Het starttarief van een route verdelen we gelijkelijk over alle reizigers in die route. 2. De optimale individuele reizigersafstand (dit is de kortste route van het woonadres van de reiziger naar de bestemming) gebruiken we als basis voor de verdeling van de routekosten onder de reizigers in die route.
13 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
Bijlage 2: Begrote vervoersvolumes en vervoerskosten vraagafhankelijk vervoer per gemeente (1)
Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
Bijlage 2: Begrote vervoersvolumes en vervoerskosten vraagafhankelijk vervoer per gemeente (2)
15 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
Bijlage 2: Begrote vervoersvolumes en vervoerskosten vraagafhankelijk vervoer per gemeente (3)
16 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
Bijlage 2: Begrote vervoersvolumes en vervoerskosten vraagafhankelijk vervoer per gemeente Totaaloverzicht vervoerskosten vraagafhankelijk vervoer en de procentuele ontwikkeling
Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
Bijlage 3: Begrote vervoersvolumes en vervoerskosten routegebonden vervoer per gemeente (1)
18 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025
Bijlage 3: Begrote vervoersvolumes en vervoerskosten routegebonden vervoer per gemeente (2)
19 Kadernota 2027-2030 voor BO 04-12-2025