COLLEGE RAAD Bijlage 1 wijzigingen asv 2013-2025
Tekst van het document
Bijlage 1 Wijziging Algemene subsidieverordening Lochem 2025 ten opzichte van Algemene subsidieverordening Lochem 2013 Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert cursief gezet. Woorden en leestekens die niet zijn gewijzigd staan in de bestaande en nieuwe tekst recht. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. De artikelen en leden zijn zoveel mogelijk tegenover elkaar gezet, zodoende veel witregels. De Algemene subsidieverordening Lochem wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Algemene subsidieverordening Lochem 2013 Geldend van 23-05-2013 t/m heden
Algemene subsidieverordening Gemeente Lochem 2025 Geldend van 01-01-2025 t/m heden
Intitulé Algemene subsidieverordening Lochem 2013 De raad van de gemeente Lochem; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 maart 2013, inzake de Algemene subsidieverordening gemeente Lochem; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
Besluit van de raad van de gemeente Lochem tot vaststelling van de Algemene subsidieverordening Lochem 2025 De raad van de gemeente Lochem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 december 2024; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
BESLUIT: vast te stellen de volgende verordening: Algemene subsidieverordening Lochem 2013
BESLUIT: vast te stellen de Algemene subsidieverordening Gemeente Lochem 2025
Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem; b. eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken; c. raad: raad van de gemeente Lochem; d. jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt.
Wijzigingen ASV 2013-2025
Nieuwe tekst Artikel 1. Begripsbeschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem Raad: Raad van gemeente Lochem Eenmalige subsidie: Subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd subsidie wil verstrekken Jaarlijkse subsidie: Subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal
2148145-doc2156355
boekjaren aan een instelling voor een van tevoren bepaalde tijd wordt verstrekt. Algemene reserve: de op de jaarrekening van de aanvrager genoemde vrij besteedbare reserves, waarvoor geen verplichtingen gelden om deze aan te houden op grond van wet, subsidievoorwaarden of statuten. Bestemmingsreserve: verschillende afgezonderde vermogensbestanddelen, die met het oog op het realiseren van een vooraf bepaald doel zijn gevormd. Egalisatiereserve: In de egalisatiereserve worden kosten en lasten voor dit jaar opgenomen, die in de toekomst tot uitgaven leiden. Het ontstaat door het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten waarvoor subsidie wordt verleend. De egalisatiereserve kan positief of negatief zijn. Boekjaar/fiscaaljaar: een periode van 12 maanden, gekozen door bedrijf of organisatie waarover een financieel verslag loopt. Kalenderjaar: Periode van 12 maanden tussen januari en december. Awb: Algemene wet bestuursrecht Europees steunkader*: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die of dat de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; Verdrag: verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47).
* Mocht het zo zijn dat een Europees steunkader, dan wel de-minimisverordening, wordt gewijzigd, aangepast of verlengd dan is het van belang dat de steun in overeenstemming is met de nieuwe bepalingen die daarin zijn opgenomen. Waarschijnlijk zal dat dan moeten leiden tot aanpassen van de desbetreffende subsidieregeling. Bij het vervallen van Wijzigingen ASV 2013-2025
2148145-doc2156355
een Europees steunkader, dan wel deminimisverordening, kan er niet langer rechtmatig staatssteun worden verstrekt. Het is daarom raadzaam de looptijden van de Europese steunkaders in acht te nemen.
Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2. Reikwijdte verordening Artikel 2. Toepassingsbereik verordening 1. Voor alle programma’s uit de gemeente- 1. Deze verordening is van toepassing begroting kan subsidie worden verstrekt. op de verstrekking van subsidies door het college. Wanneer er een 2. Het college kan nadere regels stellen, subsidieregeling is getroffen gelden waarin de te subsidiëren activiteiten, de de daarin opgenomen artikelen. doelgroepen, de indexering van de sub- 2. Ten aanzien van subsidies als besidies, het vormen van een egalisatieredoeld in artikel 4:23, derde lid, van de serve, en de verdeling van de subsidie Awb (subsidies waarvoor geen wetteper programma zoals bedoeld in het lijke grondslag nodig is) kan het coleerste lid worden omschreven. lege bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.
Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 3. Bevoegdheid college 1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
Nieuwe tekst Artikel 3. Subsidieregelingen – bevoegdheid college 1. Het college is bevoegd om besluiten te nemen over het verstrekken van subsidies. 2. Het college kan bij subsidieregeling nadere regels vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. In de subsidieregeling worden voorwaarden gesteld, zoals: a. welke doelgroepen voor subsi2. Het college is bevoegd om voorwaarden die in aanmerking komen; aan de beschikking tot subsidieverlening b. hoe de subsidie wordt berete verbinden. kend; c. hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. d. welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen; 3. De beleidsregels die op basis van de ASV 2013 zijn vastgesteld blijven bestaan en worden met de tijd geactualiseerd.
Artikel 4 is toegevoegd en luidt als volgt: Wijzigingen ASV 2013-2025
2148145-doc2156355
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 4. Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidie-aanvragen waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten, kosten en ondernemingen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.
Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 4. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1.Het college besluit jaarlijks, na de vaststelling van de begroting door de raad tot het instellen van subsidieplafond(s) per programma of programmaonderdeel.
Nieuwe tekst Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. Het college besluit jaarlijks tot het instellen van subsidieplafond(s) per programma of programmaonderdeel.
2.Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.
2. Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.
3.Het college kan nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag. 1. 4.Bij de bekendmaking van de subsidiepla5. Bij de bekendmaking van een subsidiefonds wordt gewezen op de mogelijkheid plafond dat kan worden verlaagd overvan verlaging en de gevolgen daarvan voor eenkomstig het vorige lid, wordt gewereeds ingediende aanvragen. zen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds inge5.Een subsidie ten laste van een begroting, diende aanvragen. die nog niet is vastgesteld, wordt verleend 3. Een subsidie ten laste van een begroonder de voorwaarde dat voldoende ting die nog niet is vastgesteld of Wijzigingen ASV 2013-2025
2148145-doc2156355
middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.
goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. 4. Het college kan een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 2.
Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 5. Bij aanvraag in te dienen gegevens 1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2. Bij een aanvraag om subsidie kan de aanvrager gevraagd worden de volgende gegevens te overleggen: a. een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd; b. de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c. een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
Wijzigingen ASV 2013-2025
Nieuwe tekst Artikel 6. Bij aanvraag in te dienen gegevens 1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college, via de subsidiewijzer van gemeente Lochem (zie www.lochem.nl) of de volledige aanvraag te mailen naar info@lochem.nl 2. Bij de aanvraag overlegt de aanvrager de volgende gegevens: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. als de aanvrager een onderneming is legt deze bij de aanvraag op verzoek van het college de volgende gegevens voor: i. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; ii. een verklaring met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring);
2148145-doc2156355
d. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 3. Indien een aanvrager voor de eerste 3. Een rechtspersoon die voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, keer subsidie aanvraagt, legt tevens kan het college een exemplaar van de over: een exemplaar van de oprichoprichtingsakte, de statuten, een optingsakte of de statuten, het jaarverslag, gave van de bestuurssamenstelling, het de jaarrekening of de balans van het jaarverslag, de jaarrekening en de bavoorgaande jaar. lans van het voorgaande jaar opvragen. 4. Het college is bevoegd ook andere dan, 4. Bij subsidieregeling kan om aanvulof slechts enkele van, de in het tweede lende informatie gevraagd worden en derde lid genoemde gegevens te veren/of afgeweken worden. langen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.
Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 6. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
2. Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies. 3. Het college kan bij te late indiening de aanvraag buiten behandeling laten.
Wijzigingen ASV 2013-2025
Nieuwe tekst Artikel 7. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie per kalenderjaar wordt uiterlijk 1 oktober in het jaar ingediend, voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Een aanvraag om een subsidie per boekjaar wordt uiterlijk 13 weken voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 3. Aanvragen om een incidentele subsidie worden ingediend 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4. Per subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 5. Het college kan bij te late indiening de aanvraag buiten behandeling laten.
2148145-doc2156355
Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 7. Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie. 2. Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend. 3. Het college kan andere termijnen stellen voor het beslissen op een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.
Wijzigingen ASV 2013-2025
Nieuwe tekst Artikel 8. Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie voor een kalenderjaar uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie voor een boekjaar niet zijnde een kalenderjaar binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Het college beslist op andere aanvragen om subsidie binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 4. Een subsidie tot en met € 5.000 wordt door het college zonder voorafgaande verlening vastgesteld overeenkomstig de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid. 5. Het college kan subsidies van meer dan € 5.000 overeenkomstig het vierde lid zonder voorafgaande verlening vaststellen, om te bewerkstelligen dat alle subsidieaanvragen voor bepaalde activiteiten volgens dezelfde procedure worden afgehandeld. 6. Per subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 7. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd tot 8 weken nadat de eindbeslissing van de Europese Commissie is ontvangen.
2148145-doc2156355
Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 8. Weigeringsgronden Naast de in artikel 4:25, tweede lid, en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gronden kanhet college een aanvraag voor subsidie weigeren indien naar het oordeel van het college:
a.de te subsidiëren activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; b.de subsidieverstrekking niet past binnen door de gemeenteraad vastgesteld beleid;
Wijzigingen ASV 2013-2025
Nieuwe tekst Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Naast de in artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigeren het college de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: Gemeentelijk beleid a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de inwoners van gemeente Lochem of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar inwoners; b.
als de activiteiten en prestaties van de aanvrager niet passen binnen het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke beleidsdoelen zoals verwoord in de gemeentelijke begroting of een meerjarenovereenkomst of meerjarenafspraken of een door het college of de raad vastgesteld beleidsplan én het geen aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde
2148145-doc2156355
c.uit de overgelegde begroting naar voren komt dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd financieel niet haalbaar zijn; d.de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; e.de gelden in een eerder subsidiejaar niet of in onvoldoende mate besteed zijn voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar was gesteld; f.de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; g.de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij eigen middelen, hetzij middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; h.de aanvrager de maatschappelijke behoefte aan de activiteiten niet aannemelijk kan maken; i.een doublure ontstaat met activiteiten van een al door de gemeente gesubsidieerde (rechts)persoon; j.de door de aanvrager aan de deelnemers van de activiteiten gevraagde eigen bijdrage zo laag is gesteld, dat door een redelijke verhoging hiervan subsidieverlening verlaagd kan worden; k.de activiteiten uitsluitend in het belang zijn van een politieke groepering, vakorganisatie, bedrijf of kerkgenootschap dan wel in hoofdzaak politieke of godsdienstige vorming beogen.
Wijzigingen ASV 2013-2025
beleid betreft of in dat kader onvoldoende prioriteit hebben of er geen gemeentelijk belang met de subsidiering wordt gediend; c. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in onvoldoende mate bijdragen aan de doelen waarvoor subsidiegelden beschikbaar worden gesteld. Kaders/regels/voorwaarden d. als het gaat om activiteiten die gericht zijn op het uitdragen van levensbeschouwelijke godsdienstige of politieke overtuigingen; e. als het gaat om activiteiten die gericht zijn op het maken van winst en vermogensvorming, zoals bepaald in artikel 16 en 17 in deze ASV; f. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; g. de subsidieverstrekking of de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien in strijd zou zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; h. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; i. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; j. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 4. De subsidie kan daarnaast geweigerd worden als: a. met de activiteiten is begonnen voordat de aanvraag is ontvangen; b.
als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd en/of c. het college gegronde reden heeft aan te nemen dat de activiteiten bijvoorbeeld beter op andere
2148145-doc2156355
wijze of met minder middelen dan voorgesteld kunnen worden uitgevoerd; d. de financiële continuïteit of de continuïteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager onzeker is; e. de structuur en de bedrijfsvoering aantoonbare twijfels geven over een goed bestuur, dan wel indien er sprake is van belangenverstrengeling. f. er gegronde reden bestaat aan te nemen dat de subsidie geheel of gedeeltelijk zal worden aangewend voor andere zaken dan aan de activiteiten waarvoor zij verleend is. g. als een subsidieontvanger een subsidie van een ander bestuursorgaan ontvangt; 5. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 9. Wet BIBOB Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Nieuwe tekst Artikel 10. Wet BIBOB 1. Het college kan een subsidie aanvraag weigeren of een verstrekte subsidie intrekken in het geval en onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 10. Verlening subsidie 1. Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt. 2. Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie. Wijzigingen ASV 2013-2025
Nieuwe tekst Artikel 11. Verlening subsidie 1. Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt. 2. Het college is bevoegd om aan de subsidieverlening verplichtingen te verbinden.
2148145-doc2156355
Artikel 12 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 11. Betaling en bevoorschotting Artikel 12. Betaling en bevoorschotting 1. Eenmalige subsidies worden binnen een maand na vaststelling uitbetaald. 2. Jaarlijkse subsidies worden 100% bevoorschot. 3. Indien besloten wordt tot bevoorschot1. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in het besluit ting van de subsidie, wordt in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald. termijnen van de voorschotten bepaald.
Artikel 13 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 12. Tussentijdse rapportage Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.
Nieuwe tekst Artikel 13. Verantwoording 1. Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.
Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 13. Meldingsplicht De subsidieontvanger doet direct melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
Wijzigingen ASV 2013-2025
Nieuwe tekst Artikel 14. Meldings- en informatieplicht van subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college. 2. Een subsidieontvanger informeert in ieder geval het college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
2148145-doc2156355
b. relevante wijzigingen in de financiele en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; d. aanmerkelijke verschillen die ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en begrote uitgaven en inkomsten onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. Deze bepaling is alleen van toepassing op subsidies van meer dan € 5.000; e. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.
Artikel 15 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 14. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger 1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.
Wijzigingen ASV 2013-2025
Nieuwe tekst Artikel 15. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies hoger dan € 5.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 3. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de
2148145-doc2156355
3.De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.
middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.
Artikel 20 uit ASV 2013 is gewijzigd in artikel 16 en 17 van ASV 2025, deze luiden als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 20. Vergoeding vermogensvorming Artikel 16. Vergoeding voor met subsidie 1.In de gevallen bedoeld in artikel 4:41 opgebouwd vermogen tweede lid, van de Awb, is de subsidieont1. Bij subsidieregeling of verleningsbevanger aan burgemeester en wethouders schikking kan worden bepaald dat de een vergoeding van de vermogenswaarde subsidieontvanger, voor zover het verschuldigd; verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor 2.De wijze waarop de hoogte van de veraan het college een vergoeding vergoeding wordt bepaald, wordt vermeld in de schuldigd is als zich een gebeurtenis beschikking tot subsidieverlening; als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb voordoet. Daarbij wordt 3.Bij de bepaling van de hoogte van de vertevens aangegeven hoe de hoogte goeding wordt uitgegaan van de waarde van de vergoeding wordt bepaald. van de goederen en andere vermogensbe2.
Voor zover het een subsidie op basis standdelen op het tijdstip waarop de vervan een begrotingspost en in incigoeding verschuldigd wordt, met dien verdentele gevallen, op grond van artikel stande dat in geval van ontvangst van scha4:23, derde lid onder c of d van de devergoeding voor verlies of beschadiging Awb betreft, kan bij de subsidieverlevan zaken wordt uitgegaan van het bedrag ning worden bepaald dat de subsidiedat als schadevergoeding door de subsidieontvanger, voor zover het verstrekontvanger wordt ontvangen. ken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het 4.Bij onroerende zaken, geschiedt de waarcollege een vergoeding verschuldigd debepaling door een onafhankelijke desis als zich een gebeurtenis als bekundige. doeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb voordoet. Daarbij wordt te5.Indien het vermogensbestanddeel is gefivens aangegeven hoe de hoogte van nancierd uit meerdere inkomstenbronnen, de vergoeding wordt bepaald. bedraagt de vergoeding als bedoeld in het eerste lid dat gedeelte van de waarde van het vermogensbestanddeel overeenkomstig de verhouding tussen subsidie en totale inkomsten over de laatste vijf subsidiejaren. 6.De instelling dient onmiddellijk te voldoen aan een vordering als bedoeld in lid 5 sub b Artikel 17 luidt als volgt: Bestaande tekst
Wijzigingen ASV 2013-2025
Nieuwe tekst Artikel 17. Egalisatiereserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie die meer dan € 50.000 bedraagt een egalisatiereserve als 2148145-doc2156355
bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de Awb vormt. 2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de Awb van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 15. Verantwoording subsidies tot 5.000 euro 1.Subsidies tot 5.000 euro worden door het college: a.direct vastgesteld of;
Nieuwe tekst Artikel 18. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000 1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college verleend en direct vastgesteld tenzij toepassing wordt gegeven aan lid 2.
b.ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. 2.Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
2. Als bij verleningsbeschikking de subsidieaanvrager wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.
3.Het college kan bepalen dat bepaalde specifiek aangeduide subsidies die meer bedragen dan 5.000 euro, maar minder dan 50.000 euro, direct worden vastgesteld of ambtshalve worden vastgesteld op de wijze als geregeld in het eerste lid onder b. van dit artikel.
Artikel 19 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 16. Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000 euro 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 5.000 euro, maar minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college, tenzij de subsidie
Wijzigingen ASV 2013-2025
Nieuwe tekst Artikel 19. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 1. Bij subsidies van meer dan € 5.000 maar ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar of boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 6 maanden na afloop
2148145-doc2156355
valt onder de reikwijdte van artikel 15 derde lid.
2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.
3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
van het betrokken kalenderjaar of boekjaar; b. in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat een inhoudelijk en financieel verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) en aan de verplichtingen is voldaan. 3. Bij subsidieregeling of in de verleningsbeschikking kunnen andere termijnen worden vastgesteld en kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
Artikel 20 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 17. Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 juli in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 6 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.
Nieuwe tekst Artikel 20. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000 1. Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar of boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 6 maanden na afloop van het betrokken boekjaar; b. in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een accountantsverklaring.
2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. en een accountantsverklaring,
Wijzigingen ASV 2013-2025
2148145-doc2156355
3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
i. een beoordelings- of samenstellingsverklaring bij een subsidiebedrag tot € 250.000, opgesteld door een onafhankelijk accountant. ii. een controleverklaring bij een subsidiebedrag vanaf € 250.000, opgesteld door een onafhankelijk accountant. e. bij een subsidie van meer dan € 250.000 een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
Artikel 21 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 18. Vaststelling subsidie 1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast. 2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.
Nieuwe tekst Artikel 21. Beslistermijn subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000 1. Het college stelt een subsidie van meer dan € 5.000 vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 13 weken worden verdaagd.
3. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.
3. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.
4. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.
4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 18, 19 en 20, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger digitaal of schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend kan
Wijzigingen ASV 2013-2025
2148145-doc2156355
worden overgegaan tot ambtshalve vaststelling.
Artikel 22 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 19. Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen 1. Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van een door het college voor te schrijven standaardberekeningswijze. 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van door het college bepaalde definities.
Nieuwe tekst Artikel 22. Berekening van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen 1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze. 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities. 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
Artikel 23 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 21. Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Nieuwe tekst Artikel 23. Hardheidsclausule 1. Het college kan de bepalingen gesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van een doelgerichte of evenwichtige subsidieverstrekking leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het college van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. 3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit.
Artikel 24 wordt gewijzigd als volgt: Wijzigingen ASV 2013-2025
2148145-doc2156355
Bestaande tekst Artikel 22. Intrekking De Algemene subsidieverordening gemeente Lochem 2005 wordt ingetrokken.
Wijzigingen ASV 2013-2025
Nieuwe tekst Artikel 24. Intrekking Algemene subsidieverordening 2013 1. De Algemene subsidieverordening Lochem 2013 wordt ingetrokken op 1 januari 2025.
2148145-doc2156355
Artikel 25 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 22. Overgangsbepalingen Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 juni 2013 worden afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Lochem 2005.
Nieuwe tekst Artikel 26. Overgangsbepaling 1. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 januari 2025 zijn de bepalingen van de ASV 2013 van toepassing. 2. Bezwaren die gericht zijn op besluiten die vallen onder de ASV 2013 worden behandeld op grond van de ASV 2013.
Artikel 26 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 23. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking.
Nieuwe tekst Artikel 25. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking. 2. De verordening kan worden aangehaald als Algemene subsidieverordening Gemeente Lochem 2025.
Artikel 27 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 24. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening gemeente Lochem 2013.
Nieuwe tekst Artikel 27. Citeertitel 1. Deze verordening wordt aangehaald als Algemene Subsidieverordening gemeente Lochem 2025.
Bestaande tekst Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Lochem op 13 mei 2013. De griffier, J.P. Stegeman De voorzitter, F.J. Spekreijse
Nieuwe tekst Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Lochem op …. De griffier, ….. De voorzitter, …..
Wijzigingen ASV 2013-2025
2148145-doc2156355