Bijlage 5b Ontwerp plan-MER Regionale Aanvulling RS3H
Tekst van het document
Sweco | Regionale Aanvulling RES-regio Stedendriehoek Aanvulling bij PlanMER Windbeleid en RES Provincie Gelderland 05/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 05-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland Regio Stedendriehoek 80/96
5.2.3
Energiesysteem
In onderstaande tabel staat de beoordeling van de onderzoeksgebieden aangegeven waar tot 2030 nog voldoende ruimte is op de onderstations. Deze onderzoeksgebieden vallen onder het alternatief Energiesysteem.
Opwekpotentie Van de 25 onderzoeksgebieden binnen de regio Stedendriehoek zijn er negentien onderzoeksgebieden die naar alle waarschijnlijkheid kunnen reken op een aansluiting voor 2030 vanwege voldoende ruimte op de onderstations. De opbrengst van dit Energiesysteem alernatief is voor de lage turbines 1157,6 Gwh/jr en voor de hoge turbines maximaal 1569,4 GWh/jr. Belangrijk om te vermelden is dat de individuele opbrengst van een aantal onderzoeksgebieden binnen dit alternatief kan afwijken ten opzichte van de individuele opbrengst benoemd bij de oorspronkelijke beoordeling in hoofdstuk 4. Dit heeft te maken met de maximale aansluitcapaciteit van een voronoi-gebied waarbinnen het onderzoeksgebied zich bevindt. Rekening houdend met de maximale aansluitcapaciteit, hebben de onderzoeksgebieden S3H1, S3H14 en S3H17 alsnog een grote bijdrage aan de potentiële totaalopbrengst.
Bijzonderheden beoordeling Ondanks dat er in dit alternatief wordt gekeken naar de netaansluiting van een onderzoeksgebied, zijn er een aantal onderzoeksgebieden die negatief scoren op het thema netaansluiting, namelijk S3H3, S3H9 en S3H15. Voor deze onderzoeksgebieden geldt dat het dichtstbijzijnde onderstation op een afstand van 5 km tot 7,5 km van het onderzoeksgebied ligt. De negatieve score voor netaansluiting heeft te maken met het oogpunt op netefficiëntie zoals het voorkomen van hoge maatschappelijke kosten door extra investering in netinfrastructuur. Dit staat los van de maximale capaciteit voor de aansluiting van de onderzoeksgebieden waar dit alternatief betrekking tot heeft. Wat verder opvalt is dat er bij veel onderzoeksgebieden in dit alternatief rekening moet worden gehouden met GNN, vogelgevoeligheid, hinder, landschappelijke waarden en visuele dominantie. Elf onderzoeksgebieden in dit alternatief scoren sterk negatief op GNN, wat betekent dat compensatie nodig is. 13 onderzoeksgebieden scoren negatief of sterk negatief op
Sweco | Regionale Aanvulling RES-regio Stedendriehoek Aanvulling bij PlanMER Windbeleid en RES Provincie Gelderland 05/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 05-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland Regio Stedendriehoek 81/96
vogelgevoeligheid, wat betekent dat het risico op negatieve effecten voor vogels aanzienlijk is. Specifieke onderzoeksgebieden in dit alternatief die op vier criteria sterk negatief scoren zijn S3H10, S3H14, S3H15, S3H16 en S3H18. Deze gebieden scoren met name negatief op de thema’s natuur en landschap. Verder valt op dat een groot deel van de onderzoeksgebieden positief scoort op de thema’s cultuurhistorie en archeologie. Voor Natura 2000 geldt dat er wisselend wordt gescoord met veel postieve of beperkt negatieve beoordelingen maar ook enkele negatieve uitschieters (--). Een belangrijk aandachtspunt in verband met de Wespendief is dat S3H4 is gelegen binnen de 1 tot 8 km-zone rondom de Veluwe. Specifieke onderzoeksgebieden in dit alternatief die op veel criteria positief scoren zijn S3H4, S3H5, S3H6, S3H7 en S3H11. Dit heeft in vergelijking met de andere onderzoeksgebieden binnen dit alternatief met name te maken met de positieve score op Natura 2000, cultuurhistorie en archeologie.
Relatieve beoordeling Gekeken naar de relatieve beoordeling is het relatief aantal gehinderden hoog bij zes van de onderzoeksgebieden. In de omgeivng van deze onderzoeksgebieden zijn relatief veel woningen aanwezig wat leidt tot een sterk negatieve beoordeling voor relatieve hinder als dit gebied maximaal wordt benut voor windenergie. Daarnaast is de relatieve beoordeling voor het criterium visuele dominantie bij elf onderzoeksgebieden sterk negatief. Dit is vanwege het grote aantal woningen dat binnen een gebied van 10x de tiphoogte van de hoge turbine valt. Omdat het hier gaat om relatief veel woningen die mogelijk uitzicht hebben op de turbines krijgen de onderzoeksgebieden een sterk negatieve beoordeling. Van de onderzoeksgebieden scoort S3H5 het meest negatief met een waarde van 25,5 wat neerkomt op 522 woningen per turbine. Onderzoeksgebied S3H4 scoort het meest positief op visuele dominantie met 5,0 woningen per GWh. Dit komt neer op 104 woningen per turbine.
Sweco | Regionale Aanvulling RES-regio Stedendriehoek Aanvulling bij PlanMER Windbeleid en RES Provincie Gelderland 05/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 05-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland Regio Stedendriehoek 82/96
5.2.4
Ontwerpnorm
Variant afstandsnorm 2xTH In deze variant zijn de eerder bepaalde onderzoeksgebieden (zie ook hoofdstuk 4) kleiner geworden of van de kaart verdwenen omdat in deze variant 2x de tiphoogte leidt tot een grotere afstand van woningen dan de afstand op basis van de 47 dB-contour. Omdat nog niet bekend is of en welke uitzonderingen in relatie tot de nieuwe norm mogelijk zijn, is in deze variant ook geen rekening gehouden met eventuele molenaarswoningen. Tenslotte dient te worden opgemerkt dat hier alleen de maximale opwekpotentie is bepaald voor de grotere windturbine, omdat de tiphoogte ook is gerelateerd aan de grotere windturbine.
Sweco | Regionale Aanvulling RES-regio Stedendriehoek Aanvulling bij PlanMER Windbeleid en RES Provincie Gelderland 05/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 05-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland Regio Stedendriehoek 83/96
Opwekpotentie Van de 25 onderzoeksgebieden binnen de regio Stedendriehoek zijn er negentien onderzoeksgebieden die overblijven wanneer de norm 2x TH vanaf windturbine-gevoelige objecten wordt toegepast. De opbrengst van deze variant is maximaal 1548,8 GWh/jaar.
Bijzonderheden beoordeling Het grootste deel van de onderzoeksgebieden scoort positief op cultuurhistorische- en archeologische waarden. Enkel S3H14 en S3H15 scoren sterk negatief op het thema cultuurhistorie vanwege de ligging nabij beschermde dorpsgezichten (respectievelijk Laag-Soeren en Bronkhorst). Verder valt op dat er in vrijwel alle onderzoeksgebieden rekening moet worden gehouden met GNN en vogelgevoeligheid en dat landschappelijke waarden een punt van aandacht zijn. Omdat de onderzoeksgebieden soms kleiner zijn geworden in dit alternatief zijn sommige beoordeling gewijzigd, het kan bijvoorbeeld voorkomen dat er eerst GNN binnen het gebied lag maar dat dit er nu buiten valt en daarom een positievere score krijgt in het alternatief. Natura 2000, radar beïnvloeding en netaansluiting scoren relatief voldoende, maar sommige onderzoeksgebieden vergen wel extra aandacht of onderzoek, in ieder geval in relatie tot Natura 2000. Specifieke onderzoeksgebieden in dit alternatief die op veel criteria positief scoren zijn S3H4, S3H6, S3H7, S3H11, S3H16 en S3H23. Zo hebben S3H4, S3H6 en S3H23 geen enkel sterk negatieve score. Terwijl S3H11 en S3H16 wel een sterk negatieve beoordeling hebben voor visuele dominantie, maar in vergelijking met ander onderzoeksgebieden juist ook veel positieve scores.
S3H11 scoort bijvoorbeeld sterk negatief op GNN en maar duidelijk positiever op Natura 2000 en vogelgevoeligheid.
Relatieve beoordeling Gekeken naar het relatief aantal gehinderen scoren de meeste onderzoeksgebieden voldoende. S3H8 is hierin een negatieve uitschieter. Daarnaast is de relatieve beoordeling voor het criterium visuele dominantie bij de helft van de onderzoeksgebieden sterk negatief. Dit is vanwege het grote aantal woningen dat binnen een gebied van 10x de tiphoogte van de hoge turbine valt. Omdat het hier gaat om relatief veel woningen die mogelijk uitzicht hebben op de turbines krijgen de onderzoeksgebieden een sterk negatieve beoordeling. Van de onderzoeksgebieden scoort S3H11 het meest negatief met een waarde van 25,6 wat neerkomt op 529 woningen per turbine.
Sweco | Regionale Aanvulling RES-regio Stedendriehoek Aanvulling bij PlanMER Windbeleid en RES Provincie Gelderland 05/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 05-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland Regio Stedendriehoek 84/96
Variant geluidsnorm 45 dB In deze variant zijn de onderzoeksgebieden uit bovenstaande variant nog kleiner geworden of van de kaart verdwenen omdat in deze variant de 45 dBcontour leidt tot een grotere afstand van woningen dan de afstand op basis van 2x de tiphoogte. Omdat nog niet bekend is of en welke uitzonderingen in relatie tot de nieuwe norm mogelijk zijn, is in deze variant ook geen rekening gehouden met eventuele molenaarswoningen. Beoordeling onderzoeksgebied Opwekpotentie Aantal turbines
S3H1
S3H4
S3H13
S3H14
S3H19
S3H22
Totaal (GWh/jr)
Max. lage turbine (GWh/jr)
116,8
63,7
31,9
42,5
74,3
63,7
392,9
Max. hoge turbine (GWh/jr)
165,2
82,6
41,3
62,0
103,3
62,0
516,3
Max. aantal turbines laag
11
6
3
4
7
6
Max. aantal turbines hoog
8
4
2
3
5
3
Thema
Criterium
Natuur
Natura 2000
0/-
0
--
0
0
0
GNN
--
0/-
--
--
--
--
Vogelgevoeligheid Gezonde Leefomgeving
Hinder (geluid/slagschaduw)
--
0/-
-
-
--
--
Landschap
Landschappelijke waarden
-
-
-
-
---
---
--
Visuele dominantie
0/-
--
Cultuurhistorie correctie
Cultuurhistorische waarden
0
0
0
0
0
0
Archeologie
Archeologische verwachtingswaarde
0
0
0
0
0
0
Radar
Beïnvloeding radar
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
Netaansluiting
Aansluitpotentie
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
Relatieve beoordeling S3H1
S3H4
S3H13
S3H14
S3H19
S3H22
Relatief aantal gehinderden per GWh/jr
0,08
0,08
0,11
0,14
0,03
0,07
Relatieve beoordeling visuele dominantie per GWh/jr
8,0
7,3
11,2
15,6
4,6
6,0
Opwekpotentie Van de 25 onderzoeksgebieden binnen de regio Stedendriehoek blijven er met een 45 dB contour tot windturbine-gevoelige objecten 6 onderzoeksgebieden over in deze variant. Bovendien zijn de onderzoeksgebieden een stuk kleiner geworden waardoor de opbrengst per onderzoeksgebied lager uit valt. De opbrengst in deze 45 dB variant is voor lage turbines maximaal 392,9 GWh/jaar en voor hoge turbines maximaal 516,3 GWh/jaar.
Bijzonderheden beoordeling In deze variant valt op dat 5 van de 6 onderzoeksgebieden sterk negatief scoren op GNN. Deze liggen volledig in GNN. Dit betekent dat compensatie noodzakelijk is. Alleen het onderzoeksgebied S3H4 ligt volledig buiten GNN. De scores voor Natura 2000 gebieden vallen een stuk positiever uit. Hierbij scoort enkel S3H13 sterk negatief omdat deze grenst aan Natura 2000. Ook op het thema landschappelijke waarden en visuele dominantie scoren de onderzoeksgebieden over het algemeen niet goed. De gebieden liggen grotendeels in landschappelijk waardevolle gebieden waaronder boslandschap en landgoederenlandschap.
Sweco | Regionale Aanvulling RES-regio Stedendriehoek Aanvulling bij PlanMER Windbeleid en RES Provincie Gelderland 05/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 05-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland Regio Stedendriehoek 85/96
Verder zijn alle onderzoeksgebieden relatief gunstig gelegen ten opzichte van cultuurhistorische waarden en archeologische verwachtingswaarden. Het onderzoeksgebied S3H4 scoort in deze variant op relatief veel criteria relatief positief. Dit onderzoeksgebied scoort op geen enkel thema sterk negatief en scoort goed op de thema’s natuur, cultuurhistorie, archeologie, radar en netaansluiting. Specifieke onderzoeksgebieden in dit alternatief die op veel criteria negatief scoren zijn S3H13 en S3H14. Dit komt doordat deze sterk negatief scoren op visuele dominantie en voor S3H13 geldt ook een sterk negatieve beoordeling voor Natura 2000. Bovendien is de opwekpotentie in deze gebieden laag.
Relatieve beoordeling Het relatief aantal gehinderden voor alle onderzoeksgebieden is beperkt negatief. Dit is een logische score voor deze variant aangezien de windturbines in deze variant een grotere afstand hebben tot woningen. Wat betreft visuele dominantie zijn S3H13 en S3H14 negatieve uitschieters, deze scoren sterk negatief (- -). Dit is vanwege het grote aantal woningen dat binnen een gebied van 10x de tiphoogte van de hoge turbine valt. Omdat het hier gaat om relatief veel woningen die mogelijk uitzicht hebben op de turbines krijgen de onderzoeksgebieden een sterk negatieve beoordeling. Van de onderzoeksgebieden scoort S3H14 het meest negatief met een waarde van 15,6 wat neerkomt op 322 woningen per turbine. S3H19 scoort juist relatief goed met een waarden van 4,6. Dit komt neer op 94 woningen per turbine.
Sweco | Regionale Aanvulling RES-regio Stedendriehoek Aanvulling bij PlanMER Windbeleid en RES Provincie Gelderland 05/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 05-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland Regio Stedendriehoek 86/96
6
Conclusies in relatie tot RES1.0
Op basis van tabel 2.1 is tot 2030 nog ten minste 100 GWh/jaar aan duurzame opwek door middel van windenergie nodig uitgaande van het RES1.0 bod. Mogelijk is er meer nodig vanwege de scheve verhouding in opwek door zon en wind in deze regio. Een aandachtspunt bij de cijfers over de behoefte naar windenergie is Windpark IJsselwind bij Zutphen. De vergunning is tijdens het opstellen van deze Aanvulling nog niet onherroepelijk maar de uitspraak van de Raad van State heeft wel invloed over hoeveel opwek er nog nodig is om het bod te halen.
RES1.0 zonder GNN gebieden Het RES1.0-alternatief in deze Aanvulling leidt tot een maximale opwekpotentie van ruim 1982 GWh/jaar in 20 verschillende onderzoeksgebieden. Een groot deel van deze onderzoeksgebieden is echter gelegen binnen GNN. Als binnen het RES1.0-alternatief gekeken wordt naar gebieden die niet liggen binnen GNN, blijven er slechts 5 gebieden over: gebieden 4, 6, 15, 21 en 23. Deze gebieden leveren samen een maximale opwekpotentie van 413 GWh/jaar. Als vervolgens nog wordt gekeken welke van deze gebieden relatief gezien het minst negatief scoren, zijn dat de gebieden 4 en 23. Deze gebieden zijn respectievelijk gelegen in Epe/Voorst en in Lochem en leveren nog een maximale opwekpotentie van 206 GWh/jaar. Een belangrijk aandachtspunt is dat gebied 4 is gelegen binnen de 1 tot 8 km-zone rondom de Veluwe in verband met de Wespendief. Hiervoor dient relatief veel mitigatie te worden toegepast in de vorm van stilstand. Een ander aandachtspunt is, is dat gebied 23 relatief klein is, wat het zoeken naar een geschikte opstellingsvorm moeilijker maakt.
RES1.0 zonder GNN maar met aansluitpotentie Van de gebieden binnen het RES1.0-alternatief die niet in GNN liggen (4, 6, 15, 21 en 23) is er één gelegen in een gebied waar geen aansluit-capaciteit meer is: gebied 23 in Lochem. Voor de gebieden 4 (Epe/Voorst), 6 (Epe/Voorst) en 21 (Lochem) is er nog beperkte capaciteit en alleen voor gebied 15 in Brummen lijkt er voldoende aansluitcapaciteit aanwezig.
Sweco | Regionale Aanvulling RES-regio Stedendriehoek Aanvulling bij PlanMER Windbeleid en RES Provincie Gelderland 05/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 05-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland Regio Stedendriehoek 87/96
RES1.0 zonder GNN in relatie tot nieuwe normen Als uit wordt gegaan van 2x de tiphoogte als nieuwe norm zijn de gebieden 4, 6, 7, 8, 15, 16, 17 en 23 gelegen buiten GNN. Van deze gebieden zijn 7, 8, 16 en 17 gelegen buiten de gebieden van de RES1.0. De gebieden die wel binnen de RES1.0 onderzoeksgebieden zijn gelegen hebben een maximale opwekpotentie van ca 248 GWh/jaar. Als 45 dB de nieuwe norm wordt, blijft alleen onderzoeksgebied 4 over in deze regio uitgaande van onderzoeksgebieden buiten GNN. Dan rest er in dat gebied een opwekcapaciteit van maximaal ruim 82 GWh/jaar. Als rekening moet worden gehouden met beperkingen als gevolg van stilstand rekening houdend met de Wespendief, zal dit nog beduidend minder zijn.
Sweco | Regionale Aanvulling RES-regio Stedendriehoek Aanvulling bij PlanMER Windbeleid en RES Provincie Gelderland 05/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 05-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland Regio Stedendriehoek 88/96
Bijlage I: Uitgangspuntendocument
Sweco | Regionale Aanvulling RES-regio Stedendriehoek Aanvulling bij PlanMER Windbeleid en RES Provincie Gelderland 05/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 05-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland Regio Stedendriehoek 89/96
Uitgangspunten Aanvulling MER Windbeleid Gelderland 02/12/2024
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Datum Documentreferentie
Handelsregister 30129769 Uitgangspunten Aanvulling MER Windbeleid Gelderland 51023376 Regio’s Provincie Gelderland 02-12-2024 Uitgangspuntennotitie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland S3H
Bijlage I, pagina 2/45
Inhoudsopgave
1
Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ......................................................................................................... 5 1.2 Relatie planMER en Regionale Aanvulling ....................................................... 5 1.3 Leeswijzer ......................................................................................................... 6
2
Overzicht uitgangspunten .............................................................................................. 7 2.1 Overzicht uitsluitingsgebieden .......................................................................... 8 2.2 Overzicht nee, tenzij-gebieden ......................................................................... 9 2.3 Referentieturbines ........................................................................................... 10
3
Uitgangspunten uitsluitingsgebieden........................................................................... 11 3.1 Woningen en panden ...................................................................................... 11 3.2 Wegen, spoorwegen en waterwegen .............................................................. 13 3.3 Hoogspanningsinfrastructuur .......................................................................... 14 3.4 Buisleidingen ................................................................................................... 15 3.5 Ecologie .......................................................................................................... 16 3.5.1 Gebiedsbescherming ...................................................................... 16 3.5.2 Soortenbescherming ....................................................................... 16 3.6 Bouwhoogtebeperkingen luchtvaart ................................................................ 17 3.7 Bestaande windturbines .................................................................................. 17
4
Uitgangspunten nee, tenzij-gebieden .......................................................................... 18 4.1 Vrijstaande woningen ...................................................................................... 18 4.2 Buisleidingen ................................................................................................... 18 4.3 Ecologie .......................................................................................................... 19 4.3.1 Gebiedsbescherming ...................................................................... 19 4.3.2 Soortenbescherming ....................................................................... 19 4.4 Cultuurhistorie ................................................................................................. 20 4.5 Waterkeringen ................................................................................................. 20 4.6 Stiltegebieden ................................................................................................. 21
5 6 7
Gebieden met lopend project ...................................................................................... 22 Onderzoeksgebieden .................................................................................................. 24 Beoordelingswijze........................................................................................................ 25 7.1 Inleiding ........................................................................................................... 25 7.2 Natuur.............................................................................................................. 26 7.3 Gezonde Leefomgeving .................................................................................. 28 7.4 Landschap ....................................................................................................... 32 7.5 Cultuurhistorie ................................................................................................. 35 7.6 Archeologie ..................................................................................................... 37 7.7 Radar............................................................................................................... 37 7.8 Netaansluiting ................................................................................................. 38
Bijlage I, pagina 3/45
7.9
Relatieve beoordeling ..................................................................................... 39
8 Uitgangspunten Alternatief Energiesysteem ............................................................... 41 Bronnen ................................................................................................................................. 44
Bijlage I, pagina 4/45
1
Inleiding
1.1 Aanleiding De provincie Gelderland en de RES-regio’s werken samen in een traject om een planMER Windbeleid en RES op te stellen. Doelen van het planMER zijn: 1. Actualisatie van het provinciale windbeleid; 2. Borgen van RES-zoeklocaties in het regionale (en dus lokale) (ruimtelijke) omgevingsbeleid; 3. Waar geen of niet voldoende concrete onderzoeksgebieden zijn aangewezen de milieu-informatie leveren om mogelijke zoeklocaties met elkaar te kunnen vergelijken. 4. Daarmee synchroniseren van het provinciale windbeleid en de Gelderse RES-en. Het opgestelde planMER bevat echter niet het detailniveau om (bestuurlijk) onderbouwde keuzes te kunnen maken tussen of voor bepaalde onderzoeksgebieden om die te kunnen borgen in het omgevingsbeleid ten behoeve van uiteindelijke vergunningverlening al dan niet in het RESherijkingsproces. Om dit detailniveau wel te bereiken wordt er voor iedere betrokken regio een aanvulling gemaakt op het planMER. Deze aanvulling is erop gericht om te komen tot zo realistisch mogelijke onderzoeksgebieden en een milieubeoordeling van deze onderzoeksgebieden, zodanig dat er (regionaal) wel onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt. Dit document bevat alle uitgangspunten om te komen tot de Regionale Aanvullingen.
1.2 Relatie planMER en Regionale Aanvulling Om tot meer realistische onderzoeksgebieden te komen, zijn eerst de uitgangspunten van het planMER op juistheid, volledigheid en actualiteit onderzocht. Hieruit is gebleken dat een aantal aanscherpingen noodzakelijk is. In hoofdstuk 2 zijn de (aangescherpte) uitgangspunten opgenomen. In hoofdstuk 3 en 4 worden deze nader toegelicht. Doordat de uitgangspunten anders worden, is vervolgens de relatie met het planMER steeds moeilijker te maken. Daar waar nog enige relatie te leggen is, zal dit worden gedaan en ook worden beschreven. Voor een overzicht van de verschillen met het PlanMER wordt verwezen naar bijlage 2 van de Regionale
Sweco | Uitgangspunten Aanvulling MER Windbeleid Gelderland 02/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 02-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland_Uitgangspunten
Bijlage I, pagina 5/45
Aanvulling. In de Aanvulling worden wel dezelfde referentie-turbines aangehouden als in het planMER.
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een overzicht van de uitgangspunten zoals die worden gehanteerd in de regionale aanvullingen ten aanzien van uit te sluiten gebieden en gebieden met bijzondere aandacht (“nee, tenzij-gebieden”). Ook wordt nog ingegaan op de gehanteerde referentiewindturbines. Hoofdstuk 3 en 4 geven een nadere toelichting en uitwerking van de redenen waarom bepaalde uitsluitingen worden gehanteerd en waarom andere als “nee, tenzij-gebieden” worden gehanteerd. Hoofdstuk 5 gaat kort in op lopende projecten op het gebied van windenergie en hoe hiermee om wordt gegaan in het bepalen van de onderzoeksgebieden. Hoofdstuk 6 beschrijft hoe op basis van de uitsluitingen en “nee, tenzijgebieden” komen tot onderzoeksgebieden op de kaart. De kaart met onderzoeksgebieden is reeds verspreid onder de regio’s en wordt in een later stadium als bijlage bij de regionale aanvullingen opgenomen. Hoofdstuk 7 beschrijft de wijze waarop alle onderzoeksgebieden die zijn geïdentificeerd worden beoordeeld in het kader van de Regionale Aanvulling. Hoofdstuk 8 beschrijft tenslotte de uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het alternatief Energiesysteem zoals deze in de Regionale Aanvulling is opgenomen.
Sweco | Uitgangspunten Aanvulling MER Windbeleid Gelderland 02/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 02-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland_Uitgangspunten
Bijlage I, pagina 6/45
2
Overzicht uitgangspunten
Voor het plaatsen van windturbines worden de ruimtelijke mogelijkheden beperkt door wetgeving en beleid. Om tot concrete onderzoeksgebieden te komen wordt daarom een ruimtelijke analyse gedaan. Deze analyse brengt in beeld welke belemmeringen voor het plaatsen van windturbines voor de regio’s in de provincie Gelderland aanwezig zijn. De analyse leidt tot een overzicht van gebieden waar de plaatsing van windturbines niet mogelijk is en daarmee ook concrete onderzoeksgebieden waar wel mogelijkheden zijn voor het plaatsen van windturbines. Deze onderzoeksgebieden worden in deze aanvulling beoordeeld op milieueffecten. De uitgangspunten zijn op basis van nationale en provinciale wetgeving en beleid bepaald en worden in dit document nader toegelicht. In de analyse wordt onderscheid gemaakt tussen uitsluitingsgebieden en nee, tenzij-gebieden. In uitsluitingsgebieden wordt verwacht dat het plaatsen van windturbines niet mogelijk is. Deze gebieden worden op voorhand uitgesloten en buiten de begrenzing van de onderzoeksgebieden gehouden. Binnen de nee, tenzijgebieden is de verwachting dat er een kans bestaat dat het plaatsen van windturbines hier niet mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van regels ter bescherming van cultuurhistorische waarden of natuurwaarden. Deze gebieden worden echter op voorhand nog niet volledig uitgesloten omdat maatwerk soms uitkomst kan bieden.
Dit hoofdstuk laat een overzicht zien van uitgangspunten die worden gehanteerd bij het bepalen van de onderzoeksgebieden voor windenergie. De uitgangspunten geven per thema aan welke afstandsnorm wordt gehanteerd tot het plaatsen van windturbines. Deze uitgangspunten zijn te verdelen in uitsluitingsgebieden (Tabel 1) en nee, tenzij-gebieden (Tabel 2). De uitgangspunten zijn grensoverschrijdend gehanteerd; er is dus ook voor rekening gehouden met belemmeringen in aangrenzende provincies en over de grens met Duitsland. Er is een separate bijlage gemaakt bij de Regionale Aanvulling om de verschillen tussen het PlanMER en de Regionale Aanvulling wat betreft uitgangspunten duidelijk te maken. Daarbij is per uitgangspunt ook een motivatie van de verschillen gegeven. Het betreft bijlage II van de Regionale Aanvulling.
Sweco | Uitgangspunten Aanvulling MER Windbeleid Gelderland 02/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 02-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland_Uitgangspunten
Bijlage I, pagina 7/45
2.1 Overzicht uitsluitingsgebieden Tabel 1: Uitsluitingsgebieden
Thema
Nr.
Aspect
Afstand
Status
Woningen en panden
1a
Geconcentreerde Woningen, standplaatsen en ligplaatsen
47 dB= 435 m
Maximale geluidsbelasting voor individuele turbines
1b
Vrijstaande woningen / molenaarswoningen (> TH afstand vrij van andere woningen)
•
Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW2020)
1c
Als 1a t.b.v. alternatief ontwerpnorm
•
2
Ontwerp afstandsnorm
Kwetsbare panden
45 dB contour: afstand 580 m • 2x TH = 492 m 1x TH (178,5 m & 246 m)
3
Overige panden in gebruik
½ rotordiameter (58,5 m & 80 m)
Geen overdraai over panden toegestaan
4
Rijkswegen
½ rotordiameter (58,5 m & 80 m)
Voorschrift RWS
5
Spoorwegen
½ rotordiameter + 7,85 m (66,85 m & 87,5 m)
Voorschrift RWS
6
Hoofdwaterwegen
½ rotordiameter (58,5 m & 80 m)
Waterwet
7
Overige wegen
Begrenzing op kaart
Fysieke belemmering
8
Bovengrondse hoogspanningslijn
1xTH (178,5 m & 246 m)
Voorschrift van Tennet en Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW2020)1
9
Ondergrondse hoogspanningslijn
Object + 15 m
Fysieke belemmering voor fundering
Buisleidingen
10
Buisleidingen
100 m uitsluiten
HRW 2020 voorschrift Gasunie1 en aangepast op basis van praktijk
Ecologie
11
Natura 2000
Begrenzing op kaart
Omgevingswet, instandhoudingsdoelstellingen
12
Weidevogelgebied
Begrenzing op kaart
Omgevingsverordening Gelderland
13
Wespendief
Veluwe + 1 km
Omgevingsverordening Gelderland
14
Laagvliegroute
Actueel nog 1 route: laagvliegroute 10
t.b.v. jachtvliegtuigen, meest oostelijke puntje van de provincie
Wegen, spoorwegen en waterwegen
Hoogspanningsinfrastructuur
Bouwhoogtebeperkingen luchtvaart
1
1x TH uitsluiten (178,5 m & 246 m)
Concept norm
Eventueel maatwerk mogelijk in verdiepende slag
Sweco | Uitgangspunten Aanvulling MER Windbeleid Gelderland 02/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 02-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland_Uitgangspunten
Bijlage I, pagina 8/45
Thema
Andere windturbines
Nr.
Aspect
Afstand
Status
15
Restrictiegebieden luchtvaart (Obstacle Limitation Surface)
Begrenzing op kaart (Teuge en Deelen)
Omgevingswet, voorheen Luchtvaartwet
16
Radarstations
Begrenzing op kaart
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), voorheen Barro
17
Antennepark
Begrenzing op kaart (Eibergen)
Fysieke belemmering
18
Bestaande en reeds vergunde niet gerealiseerde windturbines
Zone van 3,5 x de rotordiameter uitsluiten.
Fysieke en ruimtelijke belemmering
2.2 Overzicht nee, tenzij-gebieden Tabel 2: Nee, tenzij-gebieden
Thema
Nr.
Aspect
Afstand
Status
Vrijstaande woningen
1
Vrijstaande woningen (> TH afstand vrij van andere woningen)
1x TH tot 435 m
Gebaseerd op 47 dB contour cf wetgeving voor individuele turbines
Buisleidingen
2
Buisleidingen
100-200 meter zone
HRW 2020, aangepast op basis van praktijk
Ecologie
3
Ganzenrustgebied
Begrenzing op kaart
Omgevingsverordening Gelderland
4
Gelders Natuur Netwerk (GNN)
Begrenzing op kaart
Omgevingsverordening Gelderland
5
Wespendief
1-8km rond Veluwe
Omgevingsverordening Gelderland
6
Molenbiotoop
Begrenzing op kaart
Omgevingsverordening Gelderland
7
Nieuwe Hollandse Waterlinie: kernwaarden zelf en rode en oranje zones rond NHW
Begrenzing op kaart
Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies
Waterkeringen
8
Waterkering
Begrenzing op kaart
Omgevingswet, voorheen Waterwet
Stiltegebieden
9
Stiltegebied
Begrenzing op kaart
Omgevingsverordening Gelderland
Cultuurhistorie
Sweco | Uitgangspunten Aanvulling MER Windbeleid Gelderland 02/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 02-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland_Uitgangspunten
Bijlage I, pagina 9/45
2.3 Referentieturbines De afmetingen van de windturbines zijn bepalend voor wat er mogelijk is voor windenergie in het plangebied. Windturbines verschillen in ashoogte en rotordiameter, welke samen de omvang en (mede) het vermogen van de windturbine bepalen (zie Figuur 1). De omvang van een windturbine is medebepalend voor de aard en omvang van milieueffecten. Bij deze verkenning wordt uitgegaan van twee referentieturbines (zie Tabel 3). De jaarlijkse energieopbrengst is voor referentieturbine 1 berekend op 10,62 GWh en voor referentieturbine 2 op 20,65 GWh. Tabel 3: Afmetingen referentieturbines
Referentieturbine
Ashoogte
Rotordiameter
Tiphoogte
Vermogen
1
120 meter
117 meter
178,5 meter
3,6 megawatt
2
166 meter
160 meter
246 meter
7,0 megawatt
Figuur 1: Kenmerken en terminologie windturbine
In het MER gaan we uit van clustering van minimaal 3 windturbines. Hierbij houden we de definitie van een windturbinepark uit de omgevingsverordening Gelderland aan: ‘een park bestaande uit tenminste drie windturbines’. Daar waar ruimtelijk gezien er mogelijkheden zijn voor 2 windturbines door bijvoorbeeld de aansluiting bij bedrijventerreinen of aansluiting bij bestaande parken of potentiële energiehubs, wordt dit ook direct meegenomen als onderzoeksgebied.
Sweco | Uitgangspunten Aanvulling MER Windbeleid Gelderland 02/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 02-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland_Uitgangspunten
Bijlage I, pagina 10/45
3
Uitgangspunten uitsluitingsgebieden
In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten voor de uitsluitingsgebieden nader toegelicht.
3.1 Woningen en panden Geconcentreerde woningen, standplaatsen en ligplaatsen Windturbines kunnen geluidshinder, slagschaduwhinder en veiligheidsrisico’s veroorzaken voor omwonenden. Deze belemmeringen moeten worden beperkt. Woningen vallen onder geluidsgevoelige objecten waarvoor een geluidsnorm geldt. Om geluidshinder door windturbines te voorkomen, mag het geluidsniveau bij geluidsgevoelige objecten niet hoger zijn dan 47 dB overdag (Lden) en 41 dB 's nachts (Lnight). Voor woningen geldt een uitsluitingsgebied gebaseerd op de grenswaarde van 47 dB voor beide referentieturbines. Volgens berekeningen in het planMER Hoofdrapport Windbeleid en RESprovincie Gelderland (bijlage VI) is de minimale afstand die daarbij hoort 435 meter. De ligging van geluidsgevoelige objecten is gebaseerd op de verblijfsobjecten uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Concreet zijn dit gebouwen met het gebruiksdoel woonfunctie en objecten met het gebruiksdoel standplaats en ligplaats. Vrijstaande woningen/molenaarswoningen Vrijstaande woningen kunnen als molenaarswoningen worden aangemerkt. Dit zijn woningen die, in tegenstelling tot geluidsgevoelige objecten, onderdeel uitmaken van een windenergieproject en bij de inrichting van het windpark horen. De standaard normen voor geluid gelden dus niet voor molenaarswoningen.
Er moet een duidelijke verband zijn tussen de molenaarswoning en het windpark en aan het aanmerken van molenaarswoningen zijn regels verbonden. Niet elke woning kan als molenaarswoning worden aangemerkt. De aanwijzing van molenaarswoningen moet daarom zorgvuldig gebeuren. Een windturbine mag niet onaanvaardbaar dicht bij een molenaarswoning worden geplaatst. Hiervoor geldt een veiligheidsafstand tussen molenaarswoning en windturbine van minimaal 1 keer de tiphoogte. De uitsluitingsnorm is daarmee 178,50 meter voor referentieturbine 1 en 246 meter voor referentieturbine 2. Bij vrijstaande woningen wordt er rekening gehouden met deze afstand. Indien blijkt dat de vrijstaande woning niet als
Sweco | Uitgangspunten Aanvulling MER Windbeleid Gelderland 02/12/2024 Projectnummer 51023376 Datum 02-12-2024
Versie Definitief
Documentreferentie Aanvulling MER Windbeleid Gelderland_Uitgangspunten
Bijlage I, pagina 11/45