CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Jaarrekening 2025 PlusOV

Raadsvergadering 9 juni 2026, gemeente LochemBij agendapunt: Zienswijze begroting 2027 PlusOV12.161 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken Vervoerscentrale Stedendriehoek 2025

Inhoudsopgave JAARVERSLAG ....................................................................................................................................3 Voorwoord .........................................................................................................................................3 1.

Overzicht van baten en lasten ...................................................................................................4 1.1 Personeelskosten ......................................................................................................................6 1.2 Bedrijfsvoering ..........................................................................................................................7 1.3 Direct materiële kosten .............................................................................................................7 1.4 Facilitaire diensten ....................................................................................................................8 1.5 Bestuurskosten .........................................................................................................................9 1.6 Vervoerskosten ....................................................................................................................... 10

2.

Programmaverantwoording .................................................................................................... 14

3.

Paragrafen .............................................................................................................................. 17 3.1 Weerstandsvermogen ............................................................................................................. 17 3.2 Financiering............................................................................................................................. 20 3.3 Bedrijfsvoering ........................................................................................................................ 21 3.4 Verbonden partijen ................................................................................................................. 25

JAARREKENING ................................................................................................................................ 26 1.

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ................................................................ 26

2.

Balans per 31 december 2025 ................................................................................................. 28

3.

Balanstoelichting .................................................................................................................... 29

4.

Overzicht van Baten en Lasten ................................................................................................ 35

5.

Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................ 36

6.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant ............................................................. 37

Bijlage 1: Bijdrage per gemeente....................................................................................................... 41 Bijlage 2: Saldo bijdrage per gemeente ............................................................................................. 42

2

JAARVERSLAG Voorwoord Voor u ligt het jaarverslag en de jaarrekening 2025 van Vervoerscentrale Stedendriehoek (PlusOV). Het vraagafhankelijk vervoer (Wmo-vervoer) In 2025 is het aantal uitgevoerde ritten ten opzichte van 2024 met 3,5% (9.952 ritten) afgenomen. De oorzaak van deze daling is niet duidelijk; er waren geen beleidsmatige of operationele belemmeringen die het gebruik van het Wmo-vervoer hebben beïnvloed. Waar in de begroting voor 2025 nog werd uitgegaan van een groei van het vervoersvolume, werd in werkelijkheid een krimp zichtbaar. Tegelijkertijd is de ritplanning verder geoptimaliseerd, wat heeft geleid tot een efficiëntere inzet van middelen. Hierdoor zijn de vervoerskosten ruim binnen de begroting gebleven. Reizigers beoordeelden het Wmo-vervoer in 2025 met een gemiddelde waardering van 8,2 (2024: 8,1) in het continue klanttevredenheidsonderzoek. Het routegebonden vervoer (leerlingenvervoer, dagbesteding en Jeugdwet) Na jaren van groei is in 2025 ook in het routegebonden vervoer een daling opgetreden in het vervoersvolume van 1,1% (2.777 ritten minder). Hoewel voor 2025 eveneens een groei was begroot, is in de praktijk sprake van een lichte krimp. Ook in dit segment is de planning van routes verder geoptimaliseerd. De vervoerskosten zijn hierdoor eveneens ruim onder de begroting gebleven.

Het leerlingenvervoer vormt met 82% van de ritten en 74% van de vervoerskosten veruit het grootste onderdeel. Het tekort aan chauffeurs, gecombineerd met een hoog ziekteverzuim, blijft een uitdaging, maar wordt steeds meer als een structurele realiteit ervaren. In het klanttevredenheidsonderzoek begin 2026 geven ouders en verzorgers het leerlingenvervoer en de Jeugdwet een waardering van 7,5 (2024: 7,2). De organisatie PlusOV De bezetting van PlusOV bedroeg begin 2025 in totaal 23,2 fte, waar 23,8 fte was gepland. Van deze bezetting waren 2,5 fte inleenkrachten. Niet alleen de vervoerskosten maar ook de organisatiekosten bleven binnen de begroting. Binnen PlusOV is een sterk kostenbewustzijn aanwezig om het doelgroepenvervoer betaalbaar en beheersbaar te houden. Hiermee leveren we een bijdrage aan het behoud van toegankelijk vervoer voor inwoners die hier afhankelijk van zijn. De medewerkers van PlusOV blijven zich met overtuiging inzetten voor de missie van de organisatie: ‘Mensen prettig, betaalbaar en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is.’ Henk Meijer Directeur PlusOV

3

1. Overzicht van baten en lasten Uit het overzicht van baten en lasten blijkt dat zowel de organisatiekosten als de vervoerskosten in 2025 ruim binnen de begroting blijven. Lasten Organisatiekosten De organisatiekosten vallen € 299.416 lager uit dan begroot. Dit komt met name door lagere personeelskosten van € 107.348 en de bestuurskosten van € 116.906, hiervan was € 100.000 van het budget ‘Onvoorzien’ welke niet is gebruikt. De totale vervoerskosten komen € 1.530.635 lager uit dan begroot. Vervoerskosten VAV De vervoerskosten voor het vraagafhankelijk vervoer 2025 (VAV) zijn € 895.961 (-14,2%) lager dan begroot. Het aantal ritten daalde van 286.895 in 2024 naar 276.943 (-3,5%) in 2025 en is daarmee fors lager dan de begrote groei van 7%. Daarnaast is de werkelijke NEA-index geen 5,1% geworden zoals begroot maar 1,5%. Het lagere vervoersvolume van -10,5% en de lagere NEA-index van 3,6% verklaren al 14,1% van de afwijking ten opzichte van de begroting. Vervoerskosten RGV De vervoerskosten voor het routegebonden vervoer (RGV) zijn € 634.674 (-12,7%) lager dan begroot. Onderverdeeld naar doelgroepen ontstaat dit door € 674.351 lagere vervoerskosten in het leerlingenvervoer, € 39.611 lagere kosten voor dagbesteding en € 79.288 hogere kosten voor het vervoer in het kader van de Jeugdwet.

Het voordeel op de vervoerskosten in het RGV is het gevolg van een lagere groei in het vervoersvolume dan begroot. In 2025 zijn er zelfs 1,1% minder ritten dan in 2024, terwijl een volumegroei van 7% is begroot. Daarnaast is de werkelijke NEA-index geen 5,1% geworden zoals begroot maar 1,5%. De krimp in het vervoersvolume en de lagere NEA-index verklaren 11,7% van de afwijking van 12,7% ten opzichte van de begroting. Het overige voordeel van 1% is een gevolg van een toegenomen efficiëntie in de routeplanning. In de volgende paragrafen lichten we de lasten verder toe. Baten De lagere lasten zorgen direct voor een lagere bijdrage van de gemeenten. De gezamenlijke bijdrage door de gemeenten aan organisatie- en vervoerskosten is € 1.827.086 lager dan begroot. Het resultaat van de totale baten minus de totale lasten is € 0. De eigen bijdrage van reizigers voor hun rit in het vraagafhankelijk vervoer ter grootte van € 735.722 (ca. 13,6% van de vervoerskosten) is niet in de baten opgenomen. In 2024 was de eigen bijdrage € 718.000.

4

Jaarrekening 2023

Jaarrekening 2024

1. Personeelskosten

€

€

€

1.758.968

€

107.348

2. Bedrijfsvoering

€

142.172 €

128.933 €

152.822 €

116.819

€

36.003

3. Direct materiële kosten

€

249.110 €

279.801 €

317.271 €

293.873

€

23.398

4. Facilitaire diensten

94.779 € 63.856 €

85.529 € 134.759 €

105.779 € 182.850 €

90.018 65.944

€

15.761

5. Bestuurskosten

€ €

€

116.906

Subtotaal organisatiekosten

€

2.228.896 €

2.429.630 €

2.625.038 €

2.325.622 €

299.416

Investering

€

85.734 €

-

€

-

€

-

€

-

Subtotaal optimalisatiekosten

€

85.734 €

-

€

-

€

-

€

-

Vraagafhankelijk vervoer

€

5.394.239 €

5.737.977 €

6.297.122 €

5.401.161 €

895.961

Leerlingenvervoer

€

3.124.368 €

3.116.813 €

3.890.143 €

3.215.792 €

674.351

Dagbestedingsvervoer

€

583.028 €

636.835 €

648.357 €

608.746 €

39.611

Jeugdwet vervoer

€

386.493 €

513.149 €

448.863 €

528.151 €

-79.288

Subtotaal vervoerskosten

€

9.488.128 €

10.004.774 €

11.284.485 €

9.753.850 €

1.530.635

TOTAAL LASTEN

€

11.802.758 €

12.434.405 €

13.909.523 €

12.079.473 €

1.830.051

Baten

Jaarrekening 2023

Lasten

Begroot 2025

Werkelijk 2025

Saldo 2025

Organisatiekosten 1.678.979

1.800.609

€

1.866.316

Optimalisatiekosten

Vervoer

Jaarrekening 2024

Begroot 2025

Werkelijk 2025

Saldo 2025

Organisatie Bijdr. Prov. Gelderland Wmo

€

35.165 €

-

Bijdragen gemeenten

€

2.000.186 €

2.281.552 €

€

2.525.038 €

2.228.588 €

Opbr. Vervoerpassen/ritoverzichten

€

12.346 €

13.145 €

10.000 €

12.177 €

2.177

Overige baten

€

131.198 €

134.933 €

90.000 €

84.858 €

-5.142

Subtotaal organisatie

€

2.178.895 €

2.429.630 €

2.625.038 €

2.325.623 €

-299.416

-

€

-

€

-296.450

Vervoer Bijdrage provincie Wmo-vervoer

€

235.522 €

-

Bijdragen gemeenten Vraagafhankelijk verv.

€

5.158.722 €

5.737.977 €

€

6.297.122 €

5.401.161 €

-895.961

Bijdragen gemeenten Leerlingenvervoer

€

3.124.368 €

3.116.813 €

3.890.143 €

3.215.792 €

-674.351

Bijdragen gemeenten Dagbestedingsvervoer

€

583.028 €

636.835 €

648.357 €

608.746 €

-39.611

Bijdragen gemeenten Jeugdwetvervoer

€

386.493 €

513.149 €

448.863 €

528.151 €

79.288

Bijdrage provincie aanvullend OV

€

-

Subtotaal Vervoer

€

9.488.133 €

10.004.774 €

11.284.485 €

9.753.850 €

-1.530.635

TOTAAL BATEN

€

11.667.028 €

12.434.404 €

13.909.523 €

12.079.473 €

-1.830.051

Saldo van baten en lasten

€

-135.730 €

-

€

Onttrekking optimalisatiereserve (eff. bijdrage) €

€

€

-

-

€

€

-

€

€

-

-

€

-

86.680

€

-

50.000

€

-

-

€

-

-

Mutaties reserves Onttrekking optimalisatiereserve (opt.kosten) Onttrekking bestemmingsreserve (opheffing)

€

438.858

Toevoeging AR (opheffing .best.reserves)

€

-438.858

Subtotaal

€

136.680 €

-

€

-

€

-

€

-

Resultaat

€

950 €

-

€

-

€

-

€

-

5

1.1 Personeelskosten Werkelijk 2023 € 1.501.920 € 143.676 € 14.604 € 18.779 € 1.678.979

Loonkosten Externe inhuur Opleiding/training Alg personeelskosten Totaal personeelskosten:

Werkelijk 2024 € 1.620.990 € 139.266 € 7.529 € 32.824 € 1.800.609

Begroot 2025 € 1.812.276 € € 27.184 € 26.856 € 1.866.316

Werkelijk 2025 € 1.592.250 € 141.803 € 6.282 € 18.633 € 1.758.968

Saldo 2025

€ € € €

220.026 -141.803 20.903 8.223

€

107.348

Loonkosten (in dienst en externe inhuur) Het begrote bedrag voor loonkosten is inclusief de externe inhuur. De totale loonkosten vallen € 78.222 lager uit dan begroot. Het voordeel is ontstaan omdat een vacature definitief niet meer wordt ingevuld, deze werkzaamheden zijn anders georganiseerd en herverdeeld. Opleiding/training; Van het begrote bedrag (normatief percentage van de loonkosten) is door de medewerkers beperkt gebruik gemaakt. Verhouding directe loonkosten vraagafhankelijk en routegebonden vervoer Een groot gedeelte van de personeelskosten rekenen we direct toe aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer. De medewerkers Frontoffice werken volledig voor het vraagafhankelijk vervoer. De planners werken óf voor het vraagafhankelijk óf voor het routegebonden vervoer. De verhouding tussen de direct toe te rekenen loonkosten gebruiken we om de organisatiekosten te verdelen die niet direct aan een vervoerssoort toe te rekenen zijn. Aan het eind van het jaar bekijken we wat de werkelijke verhouding is geweest met de werkelijke (directe) loonkosten. De verhouding is: Vervoer Vraagafhankelijk Routegebonden

Begroting 2025: 81,1 % 18,9 %

Werkelijk 2025: 82,8 % 17,2 %

Verdeelsleutel: De organisatiekosten verdelen we naar de verschillende programma’s. Een deel van de kosten rekenen we rechtstreeks toe aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer. De overige kosten verdeelden we op basis van de verdeelsleutel directe loonkosten. De loonkosten voor directie en staf verdelen we met deze verhouding over het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer.

6

1.2 Bedrijfsvoering Werkelijk 2023

Ondersteuning PIOFACH Bankkosten Verzekeringen Totaal lasten bedrijfsvoering

€ € € €

135.691 3.534 2.947 142.172

Werkelijk 2024

Begroot 2025

€ 120.462 € 141.711 € 4.537 € 5.732 € 3.933 € 5.379 € 128.933 € 152.822

Werkelijk 2025

€ € € €

108.758 4.079 3.982 116.819

Saldo 2025

€ € € €

32.953 1.653 1.397 36.003

Ondersteuning PIOFACH; De kosten voor bedrijfsvoering komen € 36.003 lager uit dan begroot, dit is met name ontstaan door € 32.953 lagere kosten voor ondersteuning PIOFACH. De interne organisatie van PlusOV heeft voldoende kennis en capaciteit om zelf steeds meer van deze werkzaamheden uit te voeren. Verdeelsleutel: De kosten voor bedrijfsvoering worden op basis van de verhouding directe loonkosten verdeeld over het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer.

1.3 Direct materiële kosten

Vervoerspassen VAV Klanttevredenheidsonderzoek VAV Klanttevredenheidsonderzoek RGV ICT-Software VAV ICT-Software RGV ICT-algemeen Communicatie Totaal Direct materiële kosten

Werkelijk 2023 € 13.003 € 783 € € 158.886 € 30.495 € 27.597 € 18.347 € 249.110

Werkelijk 2024 € 15.714 € 14.025 € € 181.048 € 37.176 € 29.149 € 2.689 € 279.801

Begroot 2025 € 13.280 € 14.524 € 5.917 € 212.973 € 37.654 € 26.668 € 6.255 € 317.271

Werkelijk 2025 € 15.136 € 10.328 € 4.750 € 182.049 € 33.051 € 45.519 € 3.040 € 293.873

Saldo 2025 € -1.856 € 4.196 € 1.167 € 30.924 € 4.603 € -18.851 € 3.215 € 23.398

Klanttevredenheidsonderzoek VAV Om kosten te besparen is de steekproef verkleind voor het aantal uit te voeren telefonische interviews, dit verklaart het voordeel. ICT-software VAV; De werkelijke kosten komen € 30.924 lager uit dan begroot. Dit wordt voor € 20.000 veroorzaakt omdat de te ontwikkelen ‘PlusOV Wmo app’ een jaar later, begin 2026, in gebruik is genomen. Daarnaast zijn er minder ritten gereden dan begroot en dat veroorzaakt een daling van ongeveer € 10.000 in de variabele kosten voor de planningssoftware.

7

ICT-algemeen; De algemene ICT kosten komen hoger uit door vervanging van een tweetal switches (hardware) ter grootte van bijna € 10.000 welke niet zijn begroot en daarnaast een verhoging van de kosten voor licenties. De ICT-kosten zijn ongeveer € 8.000 hoger dan begroot door een administratieve verschuiving van de kosten voor licenties Microsoft 365 van ‘ICT onder Facilitaire diensten’ naar ‘ICTalgemeen onder Direct materiele kosten’. Verdeelsleutel De direct materiële kosten rekenen we voornamelijk direct toe aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer. ICT-infra en communicatie verdelen we met de verhouding directe loonkosten naar RGV en VAV.

1.4 Facilitaire diensten Werkelijk 2023

Werkelijk 2024

Begroot 2025

Werkelijk 2025

Saldo 2025

Huisvestingskosten

€ 67.351 € 67.485 €

69.172 € 70.757 €

-1.585

Kantoormiddelen

€ 12.288 €

11.464 €

6.370 €

5.094

ICT

€ 15.140 € 11.824 €

25.143 € 12.891 €

12.252

Totaal lasten fac.diensten € 94.779 € 85.529 € 105.779 € 90.018 €

15.761

6.219 €

ICT: De ICT-kosten zijn lager dan begroot. De belangrijkste oorzaak is een administratieve verschuiving van € 8.000 aan kosten voor licenties Microsoft 365 van ‘ICT onder Facilitaire diensten’ naar ‘ICTalgemeen onder Direct materiele kosten’. Verdeelsleutel: De kosten voor facilitaire diensten worden op basis van de verhouding directe loonkosten verdeeld over het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer.

8

1.5 Bestuurskosten Werkelijk 2023

Werkelijk 2024

Begroot 2025

Werkelijk 2025

Saldo 2025

Representatie/advies

€

2.224 €

3.324 €

6.992 €

1.907 €

5.085

Accountantskosten

€ 29.853 €

35.375 €

32.824 € 32.291 €

534

Externe advisering

€ 31.779 €

23.251 €

43.034 € 31.747 €

11.288

Onvoorzien

€

72.810 € 100.000 €

Totaal

€ 63.856 € 134.759 € 182.850 € 65.944 € 116.906

-

€

-

€ 100.000

Externe advisering: De kosten zijn lager dan begroot doordat er in 2025 minder juridisch advies nodig is geweest. Onvoorzien In 2025 zijn er geen onvoorziene uitgaven geweest. Verdeelsleutel De bestuurskosten worden op basis van de verhouding van de directe loonkosten verdeeld tussen het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer.

9

1.6 Vervoerskosten De vervoerskosten splitsen we uit in vervoerskosten voor het vraagafhankelijk en het routegebonden vervoer. In onderstaand overzicht staan de totalen routegebonden vervoer en vraagafhankelijk vervoer weergegeven. Hierna volgt een toelichting per vervoersoort.

Vraagafhankelijk Routegebonden Totaal

Werkelijk Werkelijk 2023 2024 € 5.394.239 € 5.737.977 € € 4.093.889 € 4.266.797 € € 9.488.128 € 10.004.773 €

Begroot Werkelijk 2025 2025 6.297.122 € 5.401.161 € 4.987.363 € 4.352.689 € 11.284.485 € 9.753.850 €

Saldo 2025 895.961 634.674 1.530.635

Vraagafhankelijk vervoer Wat hebben we bereikt? Mensen met een mobiliteitsbeperking, voor wie ook het openbaar vervoer geen passend alternatief is, maakten in vergelijking met het voorafgaande jaar minder gebruik van PlusOV. PlusOV leverde een belangrijke bijdrage aan de mobiliteit van kwetsbare inwoners van negen gemeenten. Zij konden hierdoor naar eigen inzicht en behoefte deelnemen aan de samenleving. Het klanttevredenheidsonderzoek bevestigt dat klanten hierover tevreden zijn. Er zijn 481 telefonische interviews gehouden met vragen over het reizen met PlusOV. In onderstaande tabel staan een aantal kerncijfers van het vraagafhankelijk vervoer. Kerncijfers van het vraagafhankelijk vervoer Aantal unieke pashouders die gebruik maakten van VAV Aantal ritten VAV Aantal geplande kilometers (km van alle geplande ritten) Percentage gegronde klachten van het aantal ritten. Norm is < 0,30% van het aantal ritten % Stiptheid (% ritten met instap binnen een kwartier na de door de klant aangegeven gewenste tijd). Norm is 92% Algemeen tevredenheidscijfer over het reizen met PlusOV Telefonie: - Aantal inkomende gesprekken - Percentage van de gesprekken binnen 20 seconden beantwoord door een medewerker. Norm is 80% - Gemiddelde wachttijd voor beantwoording in seconden

2024 7.722 286.895 1.809.143 0,10

2025 7.591 276.943 1.736.261 0,12

92

95

8,1

8,2

185.934 76

170.523 79

23

19

Wat hebben we gedaan? Het afgelopen jaar nam de vraag naar vervoer licht af, een daling van 3,5% in het aantal ritten (in 2024 was er nog een stijging van 8,6%). In de planning van de ritten door PlusOV ligt de focus op het zo efficiënt mogelijk uitvoeren van de klantvraag naar ritten. Dat betekent meer ritten per uur per voertuig. Hierdoor neemt het risico op 10

vertragingen ook toe. In 2025 zijn we erin geslaagd niet alleen de efficiëntie sterk te verbeteren maar ook de stiptheid van 92% in 2024 naar 95% in 2025 (norm: 92%). Om de kwaliteit van het vervoer op een goed niveau te houden spreken we regelmatig met de vervoerders. We monitoren en sturen nadrukkelijk op kwaliteit en overleggen frequent over de uitvoering van het vervoer. Daarnaast gebruiken we de feedback van het Reizigerspanel, de ontvangen klachten en de uitkomsten van het klanttevredenheidsonderzoek om de interne organisatie en het vervoer steeds verder te verbeteren. Steeds meer klanten gebruiken het online boekingsportaal en reserveren hun ritten zelf, op een moment dat hun uitkomt. In heel 2025 boekten reizigers 18% (2024: 13%) van de ritten online, eind 2025 was dit percentage al 21%. Een groter gemak en service voor de klant tegen lagere organisatiekosten. Wat heeft het gekost? Wmo vervoer Totaal vervoerskosten

€ €

Werkelijk Werkelijk Begroot Werkelijk 2023 2024 2025 2025 5.394.239 € 5.737.977 € 6.297.122 € 5.401.161 € 5.394.239 € 5.737.977 € 6.297.122 € 5.401.161 €

Saldo 2025 895.961 895.961

De vervoerskosten voor het vraagafhankelijk vervoer komen € 895.961 (- 14,2%) lager uit dan begroot. De sterke groei in het vervoersvolume na corona heeft zich niet doorgezet. Verwacht was een volumegroei van 7% terwijl in werkelijkheid 3,5% (9.952) minder ritten zijn gereden. Een ander voordeel is ontstaan door een lagere NEA-index van 1,5 % waar 5,1% was ingeschat op basis van een langjarig gemiddelde. De implementatie van software voor automatische ritplanning verhoogt de efficiëntie van de ritplanning. De ritfactor (het aantal ritten per ingezet taxi-uur) steeg van 1,94 in 2024 naar 2,01 in 2025. Dit geeft ongeveer € 190.000 lagere vervoerskosten. De vervoerskosten in 2025 zijn per gereden rit € 19,50 en daarmee € 0,50 lager dan in 2024.

11

Routegebonden vervoer Wat hebben we bereikt? Afgelopen jaar verzorgden wij het routegebonden vervoer voor de gemeenten Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem en Voorst. Wij vervoerden leerlingen, cliënten in de dagbesteding en jeugdigen naar hun dagelijkse bestemming. Dat deden we zoveel mogelijk met vaste routes, met vaste chauffeurs en veilige, nette voertuigen. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste feiten overzichtelijk weergegeven. Kerncijfers van het routegebonden vervoer 2024 Aantal unieke pashouders (actieve deelnemers) Waarvan: - Leerlingenvervoer - Dagbesteding - Jeugdwet Aantal ritten RGV Waarvan: - Ritten LLV - Ritten DB - Ritten JW Aantal gerealiseerde kilometers (totaal van alle afstanden van alle individuele ritten door de deelnemers) Waarvan: - Kilometers LLV - Kilometers DB - Kilometers JW Percentage gegronde klachten van het aantal ritten Norm is < 0,30% % Stiptheid Leerlingenvervoer Heenrit (% ritten waarbij de uitstap op de instelling minder dan 5 minuten later is t.o.v. de door PlusOV geplande tijd). Norm is 90% Algemeen tevredenheidscijfer Leerlingenvervoer Telefonie: - Aantal inkomende gesprekken - Percentage van de gesprekken binnen 20 seconden beantwoord door een medewerker. Norm is 80% - Gemiddelde wachttijd voor beantwoording in seconden

1.265

2025 1.252

794 308 163 262.389

807 288 157 259.612

212.108 32.869 17.412 3.952.025

212.851 30.055 16.706 3.901.713

3.399.659 226.015 326.351 0,11

3.389.579 213.311 298.823 0,08

80

84

7,2

7,5

12.988 81

11.650 87

22

16

Wat hebben we gedaan? De start van de planning, de afstemming met vervoerders en de communicatie naar ouders / verzorgers voor het nieuwe schoolseizoen 2025/2026 verliep ook dit jaar goed. Samen met de vervoerders werden routes zowel voor de start als gedurende het schooljaar geoptimaliseerd. Daarmee bereiken we een zo hoog mogelijk bezetting van het voertuig met als randvoorwaarde de plankaders die de kwaliteitseisen van het vervoer aangeven. De bezetting in een voertuig op een 12

route is door het optimaliseren verder toegenomen maar door het frequent optimaliseren komen er ook vaker wijzigingen in instaptijden, medepassagiers en chauffeurs. Met het optimaliseren zijn er minder voertuigen nodig maar dit kan het tekort aan chauffeurs, in combinatie met een hoog ziekteverzuim, niet compenseren waardoor de stiptheid lager was en het niet altijd mogelijk is geweest de reizigers te voorzien van een vaste chauffeur. De app voor het leerlingenvervoer verhoogt het serviceniveau en wordt door 54% van de ouders/verzorgers gebruikt. Wat heeft het gekost?

Leerlingenvervoer € Dagbestedingsvervoer € Jeugdwetvervoer € Totaal vervoerskosten €

Werkelijk 2023 3.124.368 583.028 386.493 4.093.889

€ € € €

Werkelijk Begroot Werkelijk 2024 2025 2025 3.116.813 € 3.890.143 € 3.215.792 636.835 € 648.357 € 608.746 513.149 € 448.863 € 528.151 4.266.797 € 4.987.363 € 4.352.689

€ € € €

Saldo 2025 674.351 39.611 -79.288 634.674

De vervoerskosten in het routegebonden vervoer komen € 634.674 (-12,7%) lager uit dan begroot. Dit is te verklaren door de lichte krimp in het vervoersvolume van 1,1% in het aantal ritten waar 7,0% voor was begroot. De lagere NEA-index gaf ook hier een voordeel van 3,6%. De krimp in het vervoersvolume en de lagere NEA-index verklaren 11,7% van de afwijking van 12,7% ten opzichte van de begroting. Het overige voordeel van 1% is een gevolg van een toegenomen efficiëntie in de routeplanning. Opvallend is de daling in het aantal deelnemers en ritten voor het Jeugdwet vervoer tegen hogere kosten. Dit wordt veroorzaakt door langere afstanden van de routes en minder mogelijkheden om de deelnemer gecombineerd te vervoeren. In 2025 is vastgesteld dat de kosten voor het vervoer van leerlingen met begeleiding over de jaren 2020 tot en met 2024 niet correct zijn afgerekend met de vervoerders. Dit is alsnog gecorrigeerd in 2025. In onderstaande tabel staan de gecorrigeerde bedragen over de jaren 2020 t/m 2024 welke in 2025 zijn afgerekend. De werkelijke kosten voor het Leerlingenvervoer zijn inclusief deze correctie over de jaren 2020 t/m 2024. Correctie 2020-2024 Brummen Epe Hattem Heerde Lochem Totaal:

2020

2021

5.810

8.421

2022 3.838 23.176

8.421

804 27.819

5.810

13

2023 455 26.943 38

27.436

2024 Totaal: 285 27.255 1.022 473 29.035

4.579 91.604 38 1.022 1.277 98.520

2. Programmaverantwoording Deze jaarrekening bestaat uit de volgende vier programma’s: 1. Vraagafhankelijk vervoer 2. Leerlingenvervoer 3. Wmo-dagbesteding 4. Jeugdwetvervoer De organisatiekosten en vervoerskosten verdelen we over de verschillende programma’s. Vervoerskosten De vervoerskosten rekenen we rechtstreeks toe aan de verschillende programma’s. Organisatiekosten De organisatiekosten reken we deels direct toe aan het vraagafhankelijk of routegebonden vervoer. De kosten voor overhead belasten we door aan de programma’s met de verdeelsleutel “directe loonkosten vraagafhankelijk vervoer: directe loonkosten routegebonden vervoer”. Vervolgens verdelen we de kosten voor het RGV over de drie verschillende vervoersoorten op basis van het aantal unieke reizigers. In onderstaand overzicht staan de totale baten en lasten per programma weergegeven. Totaal Overzicht Programma's Lasten Pr. 1: Vraagafhankelijk vervoer Pr. 2: Leerlingenvervoer Pr. 3: Dagbestedingsvervoer Pr. 4: Jeugdwetvervoer Niet aan programma's toe te rekenen lasten (optimalisatiekosten)

Jaarrekening 2023

Jaarrekening 2024

€ € € €

€ € € €

7.201.625 3.386.530 688.158 440.710

7.666.658 3.431.243 758.805 577.699

Begroting 2025 € € € €

8.436.936 4.191.933 769.378 511.276

Werkelijk 2025 € € € €

Saldo 2025

7.330.583 3.470.967 699.812 578.111

€ € € €

1.106.354 720.967 69.566 -66.835

€

85.734 €

Totaal lasten Baten Pr. 1: Vraagafhankelijk vervoer Pr. 2: Leerlingenvervoer Pr. 3: Dagbestedingsvervoer Pr. 4: Jeugdwetvervoer Niet aan programma's toe te rekenen baten (uittreedsom DAZ gemeenten)

€

11.802.757 €

12.434.404 €

13.909.523 €

12.079.473 €

1.830.051

€ € € €

7.201.630 3.386.530 688.157 440.711

7.666.658 3.431.243 758.805 577.698

8.436.936 4.191.933 769.378 511.276

7.330.583 3.470.967 699.812 578.111

€ € € €

-1.106.354 -720.967 -69.566 66.835

€

86.680 €

Totaal baten

€

11.803.708 €

12.434.404 €

12.079.472 €

-1.830.052

Saldo

€

951 €

-0 €

-0 €

0

€ € € €

14

-

€ € € €

€ € € €

13.909.523 € -

€

Hieronder geven we per programma een overzicht van de baten en lasten. In hoofdstuk 1 zijn de organisatiekosten en vervoerskosten gespecificeerd en de afwijkingen toegelicht. Programma 1: Vraagafhankelijk vervoer Jaarrekening 2023 Lasten Organisatiekosten overhead vervoerskosten Totaal lasten Baten Bijdrage gemeente Bijdrage provincie Overige baten Totaal baten Resultaat

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Werkelijk 2025

Saldo 2025

€ € € €

1.193.075 € 614.311 € 5.394.239 € 7.201.625 €

1.251.787 € 676.894 € 5.737.977 € 7.666.658 €

1.397.023 € 742.791 € 6.297.122 € 8.436.936 €

1.239.965 € 689.456 € 5.401.161 € 7.330.583 €

157.058 53.335 895.961 1.106.354

€ € € € €

6.771.666 € 270.687 € 159.277 € 7.201.630 € 5 €

7.546.401 € 120.257 € 7.666.658 € €

8.353.572 € € 83.364 € 8.436.936 € €

7.248.005 € € 82.578 € 7.330.583 € €

-1.105.568 -786 -1.106.354 -

Programma 2: Leerlingenvervoer Jaarrekening 2023 Lasten Organisatiekosten overhead vervoerskosten Totaal lasten Baten Bijdrage gemeente Overige baten Totaal baten Resultaat

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Werkelijk 2025

Saldo 2025

€ € € €

170.771 € 91.391 € 3.124.368 € 3.386.530 €

199.979 € 114.452 € 3.116.813 € 3.431.243 €

194.348 € 107.443 € 3.890.143 € 4.191.933 €

162.869 € 92.305 € 3.215.792 € 3.470.967 €

31.478 15.137 674.351 720.967

€ € € €

3.365.218 € 21.312 € 3.386.530 € €

3.413.781 € 17.462 € 3.431.243 € 0 €

4.181.586 € 10.347 € 4.191.933 € €

3.461.656 € 9.311 € 3.470.967 € €

-719.931 -1.036 -720.967 -

Programma 3: Wmo-dagbesteding Jaarrekening 2023 Lasten Organisatiekosten overhead vervoerskosten Totaal lasten Baten Bijdrage gemeente Overige baten Totaal baten Resultaat

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Werkelijk 2025

Saldo 2025

€ € € €

68.481 € 36.649 € 583.028 € 688.158 €

77.574 € 44.397 € 636.835 € 758.805 €

77.935 € 43.085 € 648.357 € 769.378 €

58.124 € 32.942 € 608.746 € 699.812 €

19.811 10.144 39.612 69.566

€ € € €

679.611 € 8.546 € 688.157 € €

752.031 € 6.774 € 758.805 € €

765.229 € 4.149 € 769.378 € €

696.489 € 3.323 € 699.812 € €

-68.739 -826 -69.566 -

15

Programma 4: Jeugdwetvervoer Jaarrekening 2023 Lasten Organisatiekosten overhead vervoerskosten Totaal lasten Baten Bijdrage gemeente Overige baten Totaal baten Resultaat

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Werkelijk 2025

Saldo 2025

€ € € €

35.317 € 18.900 € 386.493 € 440.710 €

41.054 € 23.496 € 513.149 € 577.699 €

40.193 € 22.220 € 448.863 € 511.276 €

31.888 € 18.072 € 528.151 € 578.111 €

8.305 4.148 -79.289 -66.835

€ € € €

436.303 € 4.408 € 440.711 € €

574.113 € 3.585 € 577.698 € €

509.136 € 2.140 € 511.276 € €

576.288 € 1.823 € 578.111 € €

67.152 -317 66.835 -

16

3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen In de Gemeenschappelijke Regeling PlusOV (2025) zijn de volgende taken en verplichtingen opgenomen: •

• •

De bedrijfsvoeringsorganisatie heeft de volgende taken: De Bedrijfsvoeringorganisatie Vervoerscentrale Stedendriehoek (PlusOV) is ingesteld voor de gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemende gemeenten met betrekking tot het tot stand brengen en in stand houden van kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken Doelgroepenvervoer. De taak van PlusOV is om dit te organiseren, dan wel uit te laten voeren voor die gemeenten met wie ze een dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten. Afspraken over de uit de taak voortvloeiende werkzaamheden zijn vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst tussen de bedrijfsvoeringsorganisatie en de betrokken deelnemers. De gemeenten dragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie en haar bestuur de bevoegdheden over, die nodig zijn voor de uitvoering van de taken.

De deelnemers zorgen ervoor dat PlusOV altijd over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen. Risico’s die we niet in de begroting opnamen en niet gedekt kunnen worden uit de post onvoorzien of de algemene reserve worden gedragen door de deelnemende gemeenten. Dit houdt in dat de deelnemende gemeenten zelf ook maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken. Risico’s Elke organisatie kent risico’s in de bedrijfsvoering. In de vorige begroting en de kadernota 2027-2030 hebben we het prijs- en volumerisico benoemd en het aanbestedingsrisico. De mogelijke uittreding van gemeenten uit de GR PlusOV en het risico op afvloeiingskosten zijn hieraan toegevoegd. Prijs- en volumerisico Bij het opstellen van de begroting is er altijd een prijsrisico. De huidige geopolitieke en economische ontwikkelingen maken dat prijseffecten moeilijk zijn in te schatten. De onzekerheid van het prijsrisico is groter dan in voorgaande jaren. Personeelskosten en brandstofkosten vormen ca. 73% van de vervoerskosten. De personeelskosten in de taxibranche (66% van de vervoerskosten) staan onder druk door schaarste op de arbeidsmarkt. De kosten voor brandstof (7% van de vervoerskosten) blijven waarschijnlijk hoog en onvoorspelbaar. De prijsrisico's zijn zo goed mogelijk ingeschat en opgenomen maar er blijft altijd een (rest)prijsrisico.

Op basis van de input van gemeenten en de gehanteerde begrotingsuitgangspunten beoordelen wij het volumerisico voor het gehele doelgroepenvervoer als acceptabel. Aanbestedingsrisico De huidige vervoerscontracten voor het RGV en VAV lopen tot augustus 2027. In 2025 is het besluit genomen om voor het RGV een nieuwe aanbesteding in de markt te zetten. Deze gaat in per

17

1 augustus 2027. In 2026 is het besluit genomen om gebruik te maken van de laatste verlengingsoptie voor het VAV. Voor het VAV volgt dan een nieuwe aanbesteding welke ingaat op 1 augustus 2029. Een aanbesteding brengt altijd risico's met zich mee. Op dit moment zijn de onderstaande risico's niet te kwantificeren. De belangrijkste risico's zijn: 1. Financiële risico's: Dit omvat met name de kans op een kostenstijging door de nieuwe aanbesteding. Enerzijds hanteren vervoerders in aanbestedingen een hogere prijsstelling. Anderzijds verwachten we een prijsdrukkend effect omdat de planning straks wordt uitgevoerd door vervoerders en omdat er een andere wijze van perceel-indeling wordt gehanteerd. 2. Kwaliteitsrisico's: Het kan dat de kwaliteit van de dienstverlening door de nieuwe partijen (de eerste tijd) niet aan het gestelde niveau voldoet wat kan leiden tot ontevredenheid bij de reizigers en mogelijke contractuele geschillen. 3. Operationele risico's: Dit betreft de continuïteit van de dienstverlening, zoals het risico op een tijdelijk tekort aan chauffeurs bij de nieuwe vervoerders. De bovenstaande risico’s ontstaan vrijwel altijd bij een nieuwe aanbesteding en worden zoveel mogelijk gemitigeerd. De risico’s zijn op dit moment niet te kwantificeren.

Risico op afvloeiingskosten Met de nieuwe aanbesteding RGV welke start op 1 augustus 2027 worden er 2,9 fte plannersRGV boventallig. Voor 1,9 fte wordt dit opgelost door pensionering en een nog in te vullen vacature voor planner VAV. Resteert er nog een risico op afvloeiingskosten voor 1 fte. De maximale kosten zijn gebaseerd op volledige doorbetaling tot pensionering in 2029 en wordt ingeschat op € 135.000. De inschatting is dat er natuurlijk verloop optreedt. Mogelijke uittreding van gemeenten uit de GR PlusOV Het college van burgemeester en wethouders van Deventer heeft besloten de beëindigingsprocedure, die gericht was op uittreding uit de GR PlusOV per 1 augustus 2027, stop te zetten. Het college kiest ervoor de komende tijd volop in te zetten op een passende invulling van het doelgroepenvervoer, samen met de overige deelnemers van PlusOV en de provincies Overijssel en Gelderland. De gemeenteraad van Brummen heeft in januari 2026 besloten om met de gemeente Rheden het vervolgproces in te gaan tot een bestuurlijke fusie, onder voorwaarde dat de nieuw te vormen gemeente zich aansluit bij de regio Stedendriehoek. In februari 2026 heeft de gemeenteraad van Rheden ook het besluit genomen om het vervolgproces in te gaan tot een bestuurlijke fusie met de gemeente Brummen.

De raad heeft het college, gekoppeld aan het (aangegeven) principebesluit, de opdracht gegeven om te zorgen dat de raad vóór 1 juli 2026 een besluit kan nemen over het opstellen van een herindelingsontwerp. Dan zal de fusie, als alle processen conform verlopen, op z’n vroegst op 1 januari 2029 plaatsvinden. Wanneer de raad niet voor 1 juli 2026 een besluit neemt, schuift de fusiedatum met één kalenderjaar op. Dit zal dan 1 januari 2030 zijn. Deze ontwikkelingen bij de gemeente Deventer en Brummen introduceren nieuwe onzekerheden over deelname aan de GR PlusOV. Uittreding van een deelnemer heeft in eerste instantie impact op de kostenbelading:

18

−

Er zijn beperkte mogelijkheden tot kostenreductie: Organisatiekosten kunnen niet naar rato, maar beperkt worden verlaagd. Personeelskosten kennen een ondergrens om de noodzakelijke continuïteit van de dienstverlening te waarborgen. − Mogelijk ontstaat er een verminderde efficiëntie in vervoersplanning: Door het wegvallen van schaalvoordelen kan de efficiëntie van de vervoersplanning afnemen. Deze factoren kunnen leiden tot hogere kosten voor de resterende deelnemers, die op hun beurt een afweging moeten maken in hun bereidheid deze kosten te dragen. Toetreding van een fusiepartner met de gemeente Brummen tot de GR PlusOV behoort eveneens tot de mogelijkheden. Dit zal de kosten per deelnemende gemeente verlagen; toetreding vormt geen financieel of operationeel risico. Financiële kengetallen Kengetallen Realisatie 2025 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

0,2% 0,2% 3,2% 0,0%

Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de omzet. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Zie netto schuldquote. De vervoerscentrale verstrekt geen leningen, waardoor deze ratio niet wijzigt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de vervoerscentrale in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat de omvang van de reserves van PlusOV is gemaximeerd op 5% van de jaarlijkse organisatiekosten. De solvabiliteitsratio berekenen we door het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal. Door de maximering van 5% zal de solvabiliteitsratio ook nooit heel hoog zijn. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen. Of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Dit kengetal heeft geen toegevoegde waarde voor PlusOV. Omdat alle structurele en incidentele lasten gedekt worden door bijdragen van de deelnemende gemeenten. Hierdoor zal dit kengetal altijd de nul benaderen.

19

3.2 Financiering Betalingsverkeer Voor het betalingsverkeer gebruikt PlusOV een bankrekening zonder kredietfaciliteit bij de BNG Bank te Den Haag. Vlottende financiering In 2025 waren er voldoende liquiditeiten om aan alle betalingsverplichtingen te voldoen. Schatkistbankieren Decentrale overheden en ook gemeenschappelijke regelingen moeten geld dat ze niet direct nodig hebben, uitzetten bij de overheid. De overheid geeft hen rente over dat geld. Deze rentevergoeding is gelijk aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt als ze geld leent. Indien het geld van PlusOV boven een bepaald bedrag (drempelbedrag) uitkomt, moet dit bij de overheid worden bewaard. Het drempelbedrag in 2025 is € 1.000.000. Op 31 december 2025 was er € 2.663.614 gestald bij de overheid. De rente die daarover is ontvangen, was € 79.660. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet voor het jaar 2025 bedraagt € 1.182.309. De kasgeldlimiet berekenen we door het totaalbedrag van de primitieve jaarbegroting te vermenigvuldigen met 8,5%. Tot het bedrag van de kasgeldlimiet mogen kortlopende geldleningen worden aangetrokken. In 2025 zijn geen kortlopende middelen opgenomen. Daardoor is de kasgeldlimiet niet overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm is niet van toepassing omdat de Vervoerscentrale geen geldleningen mag opnemen.

20

3.3 Bedrijfsvoering De directeur voert de bedrijfsvoering uit binnen het mandaat van het bestuur. Organisatieomvang PlusOV Hieronder staat een overzicht van de werkelijke en geplande bezetting in fte aan het begin van het jaar (inclusief inleen). Aantal fte begin van jaar Aantal fte

2021 Werkelijk

2022 Werkelijk

2023 Werkelijk

2024 Werkelijk

2025 Werkelijk

2026 Werkelijk

2027 Gepland

2028 Gepland

26,8

24,8

23,9

23,1

23,2

21,9

20,9

18,0

De geplande bezetting begin 2025 was 23,8 fte en de werkelijke bezetting is 23,2 fte geworden (waarvan 2,5 fte inleenkrachten). Voor de komende jaren verwachten we een daling in de bezetting omdat de planning van het RGV bij de vervoerders wordt gelegd. Daarnaast boeken klanten vaker hun ritten online en minder vaak telefonisch wat weer impact heeft op de bezetting bij de Frontoffice. Het voortschrijdend ziekteverzuim (12 maanden) was in december 2025 6,4%. Het ziekteverzuim komt voor het grootste deel door lang verzuim. De verzuimfrequentie is 0,9 per medewerker. De oorzaken van het verzuim zijn niet werk gerelateerd.

21

De genderverdeling van de medewerkers bij PlusOV is 68% vrouw en 32% man. In de volgende grafiek is de leeftijdsopbouw van de medewerkers te zien.

Frauderisico De directie van PlusOV heeft haar zienswijze over frauderisico’s opgenomen. Binnen PlusOV zijn 2 materiële risico’s van fraude onderkend: 1. Het risico op het onttrekken van middelen De omvang van de middelen (activa) bij PlusOV is beperkt en heeft betrekking op laptops, schermen en kantoorinventaris. De laptops en overige hardware die in bruikleen zijn gegeven bij medewerkers worden geregistreerd in een bruikleenovereenkomst. Bij de uitdiensttreding wordt gecontroleerd op het retourneren van de in bruikleen gegeven middelen. 2. Het risico dat een medewerker misbruik maakt van toegekende betalingsbevoegdheden. Zelfstandige betalingen kunnen niet worden uitgevoerd binnen PlusOV omdat er acties moeten worden uitgevoerd door zowel medewerkers van de gemeente Lochem als medewerkers van PlusOV. Er is geen (schijn van) belangenverstrengeling aanwezig tussen deze personen. In de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente Lochem en PlusOV zijn afspraken gemaakt over de uitvoering van de betalingsopdrachten. De directie van PlusOV is van mening dat er geen specifieke aanwijzingen zijn voor fraude of vermoedens van fraude ten aanzien van de 2 bovenstaande of andere frauderisico’s. De omstandigheden die kunnen bijdragen aan het ontstaan van fraude, zoals stimulansen/druk, gelegenheden, zijn zeer beperkt aanwezig.

22

Rechtmatigheid (geconstateerde afwijkingen) In de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Gemeenschappelijke Regeling PlusOV 2026 is vastgesteld dat het bestuur in de jaarrekening rapporteert door middel van een aparte rapportage rechtmatigheidsverantwoording over afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) met een verantwoordingsgrens van 2% (€ 278.190 in 2025) van de totale lasten van de gemeenschappelijke regeling, exclusief de dotaties aan de reserves. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen, (> 2% van de totale lasten van de GR PlusOV en groter dan € 50.000) nader toegelicht met vermelding welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Indien er overige afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) zijn wordt dit samenvattend gepresenteerd in de paragraaf bedrijfsvoering. In 2025 is deze vorm van afwijking (fouten en onduidelijkheden) niet geconstateerd.

Onderstaand een toelichting op de drie criteria die onder de rechtmatigheidsverantwoording vallen: • Begrotingscriterium • Voorwaardencriterium • Misbruik & oneigenlijk gebruik Begrotingscriterium In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen, indien sprake is van afwijkingen > 2% van de totale begrote lasten (begrotingscriterium) van de gemeenschappelijke regeling (fouten of onduidelijkheden) nader toegelicht wanneer ze groter zijn dan € 50.000. Dit overeenkomstig de door het bestuur vastgestelde verordening financieel beleid, beheer en organisatie GR PlusOV (artikel 10). Dit is van toepassing op de onderstaande afwijkende (sub)posten die reeds in hoofdstuk 1 zijn toegelicht: 1. Organisatiekosten (€ 299.416 in totaal) waarvan: a) Personeelskosten een voordeel van € 107.348 b) Bestuurskosten een voordeel van € 116.906 Hoewel niet vereist (de afwijking t.o.v. de begroting heeft enkel betrekking op het onderdeel organisatiekosten van de GR) onderstaand een toelichting op de afwijking van de begrote Vervoerskosten (€ 1.530.635) voor een compleet beeld: a) Leerlingenvervoer een voordeel € 674.351 b) Dagbestedingsvervoer een voordeel van € 39.611 c) Jeugdwetvervoer een nadeel van € 79.288 Uitgangspunt in de verordening (Verordening financieel beleid, beheer en organisatie; artikel 12) is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd.

Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. Dit betreffen de vervoerskosten die direct doorbelast worden aan de gemeenten. b. De afwijking ten opzichte van de begroting gaat alleen over het onderdeel Organisatiekosten van de Gemeenschappelijke Regeling PlusOV. c. De overschrijding en/of onderschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage door het bestuur voor het einde van het betreffende begrotingsjaar.

23

Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Uitgangspunt is dat bij onderschrijdingen van lasten of investeringskredieten en/of lagere of hogere baten dan begroot dit in beginsel niet als onrechtmatig wordt beschouwd. Voorwaarde is dan wel dat deze tijdig worden gemeld aan het bestuur. Wanneer de tussentijdse rapportage-momenten reeds zijn geweest, dan kan als tijdig ook worden beschouwd de toelichting van deze afwijkingen in de jaarrekening. Met het vaststellen van de bestuursrapportage (tussentijdse voortgangsrapportage) in het bestuurlijk overleg op 11 september 2025 is besloten om de toen nog berekende onderschrijding van de begroting 2025 te autoriseren voor de organisatiekosten met € 130.200 en de vervoerskosten met € 1.191.800. Uit de jaarrekening 2025 blijkt nu met betrekking tot het begrotingscriterium dat de totale organisatiekosten in boekjaar 2025 € 299.416 lager uitkomen, dat is boven de 2% van de totale lasten en boven de rapportagegrens van € 50.000.

De toelichting op het ontstaan van deze afwijking voor loonkosten is in de jaarrekening 2025 in paragraaf 1.1 en voor bestuurskosten in paragraaf 1.5 opgenomen. Een gevolg van deze afwijkingen in de kosten is dat deze ook zorgen voor een lagere bijdrage van de gemeenten. Dat levert eenzelfde voordeel op aan de batenkant. Conclusie is dat de onderschrijding van € 299.416 groter is dan de verantwoordingsgrens van 2% en niet onrechtmatig is omdat: a) De afwijking is voor € 130.200 geautoriseerd in de bestuursrapportage b) De begrotingsonrechtmatigheid past binnen het bestaande beleid van het bestuur. c) De in eerste instantie berekende en aan het bestuur gemelde onderschrijding is toch nog groter uitgevallen in het tweede halfjaar. Deze grotere onderschrijding wordt hier in de jaarrekening toegelicht en mag daarmee als tijdig worden beschouwd. Acties om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. De loonkosten worden begroot voor een lange termijn begroot, tussentijds georganiseerde efficiëntieverbeteringen geven de mogelijkheid om minder in te lenen of vacatures niet in te vullen. Dit hoort bij de dynamiek van een bedrijfsvoering en de opdracht om tegen zo laag mogelijke organisatiekosten het beleid uit te voeren en is niet te voorkomen. Het al dan niet gebruiken van het budget voor de post onvoorzien is niet te sturen en te voorkomen.

De term ‘onvoorzien’ geeft dit al aan. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. De Gemeenschappelijke Regeling PlusOV houdt zich aan de afspraken die gemaakt zijn in de gemeenschappelijke regeling die van invloed zijn op verslaggeving. De jaarrekening is opgesteld volgens de regels van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). 24

Misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) Het M&O beleid is extern gericht, namelijk op de inwoner, ondernemer, instelling of organisatie die gebruik maakt van overheidsregelingen. De directeur van PlusOV heeft het ‘Beleid Misbruik en oneigenlijk gebruik GR PlusOV’ vastgesteld. Hierin is opgenomen hoe misbruik en oneigenlijk gebruik wordt voorkomen en bestreden. Er zijn beheersmaatregelen genomen (controles als onderdeel van het Controleplan) en er zijn interne procedures die ervoor zorgen dat de gelden op de juiste manieren worden ingezet en besteed.

3.4 Verbonden partijen De Vervoerscentrale heeft geen bestuurlijke en financiële belangen in privaatrechtelijke of publiekrechtelijk partijen.

25

JAARREKENING 1. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen We hebben de jaarrekening opgesteld volgends de regels van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van wat we bezitten (activa) en wat we verschuldigd zijn (passiva) en het vaststellen van ons resultaat gebeurt in principe op basis van historische kosten. Activa en passiva nemen we op tegen nominale waarde. Baten en lasten rekenen wij toe aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten verantwoorden we tot het brutobedrag. Personeelslasten rekenen wij in principe toe aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Maar vanwege het formele verbod op het opnemen van voorzieningen of schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personeelslasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voorbeelden hiervan zijn ziektekostenpremie voor gepensioneerden en verlofaanspraken. Voor jaarlijks terugkerende personeelslasten van ongeveer hetzelfde bedrag maken we geen voorziening of andere verplichting.

Dit geldt voor een periode van 4 jaar net als onze meerjarenraming. Maar als er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) nemen we wel een verplichting op. Balans Vaste activa De materiële vaste activa waarderen we tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De investeringen schrijven wij vanaf het moment van ingebruikneming in beginsel lineair af in de verwachte gebruiksduur. Voor de vaste activa hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen: Telefoons (vast) Telefoons (mobiel) Hardware Software Inventaris/meubilair

5 jaar 2 jaar 5 jaar 5 jaar 10 jaar

26

Vlottende activa Vorderingen De vorderingen waarderen we tegen nominale waarde. Schatkistbankieren In principe moeten alle overtollige middelen in de schatkist worden gestald. Maar er zijn enkele uitzonderingen, waaronder het drempelbedrag. Dat is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor de Vervoerscentrale Stedendriehoek is dat € 1.000.000. Liquide middelen en overlopende activa Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

27

2. Balans per 31 december 2025 Activa

Balans 01-01-2025

Vaste Activa Materiële vaste activa - Machines, apparaten en installaties - Overig Vlottende Activa Uitzettingen - Vorderingen op openbare lichamen - Rekening courant verhouding met het Rijk - Overige vorderingen - Liquide middelen (kas, banksaldi) Overlopende activa - Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk - Nog te ontvangen bijdragen van gemeenten - Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid - Overige overlopende activa Totaal Activa

326.290 1.218.366 1.457 161.889

Passiva

Balans 01-01-2025

Vaste Passiva Eigen vermogen - Algemene reserve Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Vlottende Passiva Vlottende schuld - Overige vlottende schulden Overlopende passiva - Overige overlopende passiva Totaal Passiva

Balans 31-12-2025 38.007

32.182 5.825

28.863 24.139 4.724

1.708.002

3.063.735 324.636 2.663.614 485 75.000

97.380

104.120 20.652 79.287

75.685 21.695

4.181 1.843.389

3.196.717

Balans 31-12-2025 89.809

89.809

89.809 89.809 11.994 11.994

346.161 346.161

122.629 122.629

1.407.419 1.407.419 1.843.389

28

2.972.286 2.972.286 3.196.717

3. Balanstoelichting Activa Vaste activa Materiële vaste activa Hieronder geven we het verloop weer van de materiële vaste activa. De bedragen geven we weer in euro’s (€). Boekwaarde Investeringen Afschrijvingen Boekwaarde 01-01-2025 2025 2025 31-12-2025 Machines apparaten installaties • ICT werkplekken 32.182 8.043 24.139 Overige materiële vaste activa • Meubilair 5.825 1.102 4.724 Totaal 38.007 9.144 28.863 Vlottende activa Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen van € 324.636 betreft geld dat we nog moeten ontvangen van de Belastingdienst voor de omzetbelasting die we hebben aangegeven en doorbelaste kosten aan een gemeente waarvan de betaling in 2026 is ontvangen. Rekening courant verhouding met het Rijk Gemeenschappelijke regelingen zijn net zoals gemeenten verplicht om overtollige financiële middelen bij het Rijk of bij andere overheden uit te zetten. Het saldo van de schatkistrekening met het Rijk is op 31 december 2025 € 2.663.614. Het drempelbedrag voor het schatkistbankieren voor de PlusOV bedraagt € 1.000.000. De volgende tabel laat zien dat het drempelbedrag niet is overschreden.

29

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2025 Drempelbedrag 1000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 183 158 161 154 Ruimte onder het drempelbedrag 817 842 839 846 Overschrijding van het drempelbedrag Berekening drempelbedrag Begrotingstotaal verslagjaar 13.910 Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 13.910 Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag 1000 Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 16.470 14.384 14.853 14.209 Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 183 158 161 154

Liquide middelen Het saldo op de bankrekening van PlusOV bij de BNG is op 31 december 2025 € 75.000. Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen van overige Nederlandse overheidslichamen In het overzicht hieronder staat een specificatie van de nog te ontvangen bedragen overheidslichamen. De bedragen zijn weergegeven in euro’s (€). Saldo 1-1-2025 Nog te ontvangen Rijk Rente SKB Q4 2025 Nog te ontvangen bijdragen gemeenten Jeugdwet vervoer Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid Totaal NTO overheidslichamen

75.685 -

Af 2025

75.685 -

Bij 2025 20.652 79.287

Saldo 31-12-2025 20.652 79.287

99.939

99.939

Overige overlopende activa De overige overlopende activa zijn opgebouwd uit nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. Op 31 december staan er geen bedragen open die wij nog moeten ontvangen. De specificatie van de vooruitbetaalde bedragen staat in onderstaande tabel. Dit betreft diverse facturen die betrekking hebben op 2026, maar in 2025 zijn betaald. Diverse crediteuren 2025 Huur gemeente Lochem 1e kwartaal Diverse crediteuren 2026 Totaal

30

Saldo 1-1-2025 4.233 17.462

Af 2025 4.162 17.462

21.695

21.624

Bij 2025

4.110 4.110

Saldo 31-12-2025 71 4.110 4.181

Passiva Vaste passiva In het overzicht hieronder staat het verloop van de reserves in 2025. De bedragen zijn weergegeven in euro’s (€). Saldo Saldo 01-01-2025 Dotatie Onttrekking 31-12-2025 Reserves - Algemene reserve € 89.809 € € € 89.809 Totaal Eigen Vermogen € 89.809 € € € 89.809 Algemene reserve Sinds 2025 heeft PlusOV geen bestemmingsreserves meer. Er is alleen een algemene reserve. Het saldo van de algemene reserve mag niet meer bedragen dan 5% van de organisatiekosten. In 2025 hebben geen mutaties plaatsgevonden in de algemene reserve. In het overzicht hieronder staat het verloop van de voorzieningen in 2025. De bedragen zijn weergegeven in euro’s (€). Saldo Saldo 01-01-2025 Dotatie Onttrekking 31-12-2025 Voorzieningen -Voorziening spaarverlof € € 11.994 € € 11.994 Totaal voorzieningen € € 11.994 € € 11.994 Voorziening spaarverlof Voor medewerkers is het mogelijk om verlofuren te sparen. Hiervoor hebben we in 2025 een voorziening gevormd.

Vlottende passiva Schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Het saldo van deze schulden is € 122.629. Dit betreffen de facturen 2025 die op 31 december nog niet zijn betaald. En de te betalen loonheffing over de maand december. Deze bedragen zijn allemaal in 2026 betaald.

31

Overlopende passiva Vooruit ontvangen bedragen In 2025 hebben we geen vooruit ontvangen bedragen. Overige overlopende passiva Het gaat hier om bedragen die we in 2026 nog moeten betalen en die betrekking hebben op 2025. Hieronder staat een specificatie van de nog te betalen bedragen. De bedragen zijn weergegeven in euro’s (€).

RGV (vervoerders) VAV (vervoerders) Diverse crediteuren PIOFAH Lochem 4e kwartaal Ontvangen reizigersbijdragen Bijdrage gemeenten Totaal

€ € € € € € €

Saldo 1-1-2025 318.690 322.435 5.033 28.249 142.522 590.490 1.407.419

Af 2025 318.690 322.435 5.033 28.249 142.522 590.490 1.407.419

€ € € € € € €

€ € € € € € €

Bij 2025 330.686 462.964 1.381 24.944 147.384 2.004.926 2.972.286

€ € € € € € €

Saldo 31-12-2025 330.686 462.964 1.381 24.944 147.384 2.004.926 2.972.286

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Langlopende contracten o Voor het vraagafhankelijk vervoer is met vier vervoerders een overeenkomst aangegaan van 1 augustus 2021 tot en met 31 juli 2025. Deze is inmiddels verlengd van 1 augustus 2025 tot en met 31 juli 2027. Het besluit is inmiddels genomen om nog eenmaal te verlengen met twee jaar tot 1 augustus 2029. De jaarlijkse kosten zijn afhankelijk van het vervoersvolume. o Voor het routegebonden vervoer is met vijf vervoerders een overeenkomst aangegaan van 1 augustus 2019 tot en met 31 juli 2023, daarna is de overeenkomst verlengd tot en met 31 juli 2025. Inmiddels is de overeenkomst weer verlengd van 1 augustus 2025 tot en met 31 juli 2027. Daarna zal het routegebonden vervoer opnieuw aanbesteed worden. De jaarlijkse kosten zijn afhankelijk van het vervoersvolume. o Voor de PlusOV Wmo app is een contract afgesloten voor vier jaar. Deze loopt van 1 januari 2026 t/m 31 december 2029. De kosten € 17.500 per jaar. Wet Normering Topinkomens (WNT) De WNT is van toepassing op Vervoerscentrale Stedendriehoek. Het voor Vervoerscentrale Stedendriehoek toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000. Dit betreft het algemeen WNR-bezoldigingsmaximum.

32

Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Gegevens 2025 bedragen x € 1

H.H. Meijer

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2025

01/01 t/m 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

118.645

Beloningen betaalbaar op termijn

18.590

Subtotaal

137.235

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

246.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Bezoldiging

137.235

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t N.v.t.

Gegevens 2024 bedragen x € 1

H.H. Meijer

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2024

01/01 t/m 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

111.147

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16889237/2