Bijlage 3: Concept programmabegroting VNOG 2026 - 2029
Tekst van het document
concept
Programmabegroting 2026-2029
3 april 2025
Inhoudsopgave Voorwoord
3
1. Inleiding
5
2. Missie, opgaven, visie
7
3. Programma’s
10
Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing Programma 2. Brandweerzorg Programma 3. GHOR Programma 4. Meldkamer Oost-Nederland – Meldkamer Brandweer Multi (MKON-MKBM) Programma 5. Directie en Control Programma 6. Bedrijfsvoering Programma 7. Algemene dekkingsmiddelen Programma 8. Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)
4. Overzicht baten & lasten en uitgangspunten
32
5. Paragrafen
36
5.1. Beleidsregels en uitgangspunten reserves 5.2. Weerstandsvermogen en risicomanagement 5.3. Onderhoud kapitaalgoederen 5.4. Financiering / treasury 5.5. Bedrijfsvoering 5.6. Verbonden partijen 5.7. Openbaarheidsparagraaf 5.8. Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening (inzet BDUR-ophoging)
Bijlagen
62
Bijlage 1. Kerngegevens Bijlage 2. Gemeentelijke bijdrage 2026 en prognose 2027-2029 Bijlage 3. Overzicht programma 8 Bijlage 4. Overzicht reserves en voorzieningen Bijlage 5. Overzicht taakvelden en Beleidsindicatoren Bijlage 6. Geprognostiseerde meerjarenbalans Bijlage 7. Kredieten 2026-2029 Bijlage 8. Overzicht van de gekwantificeerde- en niet-gekwantificeerde risico’s
Pagina 2 van 74
Voorwoord Voor u ligt de meerjaren programmabegroting 2026-2029 van Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland (VNOG). Eind 2024 is het nieuwe regionale beleidsplan 2025-2028 van VNOG vastgesteld. De basis voor het beleidsplan - en daarmee ook voor de nu voorliggende programmabegroting 2026 - zijn de vijf Opgaven van VNOG. Met deze vijf Opgaven geeft VNOG antwoord op de primaire vragen die de samenleving aan haar stelt, namelijk: “Ik heb hulp nodig” en “Leer mij gevaar te voorkomen en mij hierop voor te bereiden”. De vijf Opgaven zijn: Incidentbestrijding en crisisorganisatie, Zelfredzaam en risicobewust, Vakbekwaam en deskundig, Sterke informatiepositie en Gezonde bedrijfsvoering (mensen en middelen). Binnen de vijf Opgaven zijn in het beleidsplan een aantal speerpunten geformuleerd. Dit zijn onderwerpen die de komende tijd extra aandacht vragen, naast de reguliere taken op de Opgaven. In de nu voorliggende begroting staan, naast het dagdagelijkse werk, ook de activiteiten die wij in 2026 zullen uitvoeren om te werken aan deze speerpunten/ambities. De Opgaven geven in 2026 het volgende beeld: Incidentbestrijding en crisisorganisatie Brandweer, GHOR en de (multidisciplinaire) crisisorganisatie staan ook in 2026 weer altijd paraat als er bij een incident, ramp of crisis een beroep op ons wordt gedaan.
We bereiden ons, in intensieve samenwerking met onze partners, voor op deze inzet. Binnen deze Opgave hebben we als speerpunten “Crisisbeheersing”, “Grensoverstijgende samenwerking” en “Natuurbrandbeheersing” geformuleerd. Zelfredzaam & risicobewust Onze hulpverleners helpen iedereen, maar we willen dat inwoners, bedrijven, overheden en instellingen ook zelf weten welke preventieve maatregelen genomen kunnen worden en weten wat te doen als er iets aan de hand is. We adviseren en informeren. Binnen deze Opgave hebben we als speerpunt “Risicobewust maken van de samenleving (gedragsinterventies)”. Vakbekwaam & deskundig VNOG investeert via opleidingen, oefeningen en trainingen in haar medewerkers en partners, zodat zij vakbekwaam en deskundig blijven. Nieuwe methoden en werkwijzen voeren we in. We zorgen voor aansluiting op de praktijk. Sterke informatiepositie Nieuwe kansen en ontwikkelingen, zoals rondom (technische) innovatie en informatietechnologie, worden door VNOG aangegrepen. Daarbij heeft het onderwerp informatieveiligheid veel en blijvende aandacht. Binnen deze Opgave hebben we “Informatievoorziening” als speerpunt. Gezonde bedrijfsvoering VNOG kan haar taken alleen uitvoeren als zij over goede, betrokken en voldoende medewerkers kan beschikken en als zij financieel gezond is en blijft.
We werken daarom ook in 2026 aan duurzame inzetbaarheid en persoonlijke ontwikkeling. Binnen deze Opgave is het speerpunt “Arbeidsmarkt” opgenomen, opdat we ook in de toekomst over voldoende en het juiste personeel kunnen beschikken. Uiteraard hebben we oog voor de (financiële) uitdagingen van onze gemeenten: we zijn daarom terughoudend met nieuw beleid.
Pagina 3 van 74
Nieuwe ontwikkeling: weerbare en veerkrachtige samenleving Sinds eind 2024 heeft het thema “weerbare en veerkrachtige samenleving” landelijk een hoge vlucht genomen, gelet op de mondiale militaire en hybride dreiging. In het nieuwe beleidsplan van VNOG is dit onderwerp opgenomen, echter kon het toen nog maar beperkt beschreven worden. Inmiddels heeft het Rijk uiteengezet wat een weerbare maatschappij inhoudt en wat er gedaan moet worden om deze te bereiken. Het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van Defensie zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de coördinatie van de overheidsbrede inzet en maatschappijbrede aanpak om de weerbaarheid te versterken. Het gaat om de weerbaarheid van de overheid, economie en samenleving (civiele weerbaarheid, o.a. bewustwordingscampagnes) en een communicatieaanpak hierbij, samen met andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Ook werkt de Rijksoverheid aan de nieuwe ‘Wet weerbaarheid kritieke entiteiten’. Ondertussen speelt er van alles op dit thema en zijn er overal initiatieven, zoals een landelijk programma, landelijk (bestuurlijk) overleg, provinciale betrokkenheid. Diverse veiligheidsregio’s komen met lokale initiatieven en VNOG stemt bijvoorbeeld af met de vijf oostelijke veiligheidsregio’s (in de Oost-5 samenwerking).
Ook is VNOG bezig met onderwerpen/initiatieven die de eigen weerbaarheid/veerkracht van VNOG zelf versterken, alsook de weerbaarheid/veerkracht van de inwoners. Om zicht te houden op alle landelijke, interregionale en regionale initiatieven en ze met elkaar in verband te brengen, is er in 2025 een VNOG projectgroep opgestart, met een bestuurlijke opdrachtgever. Welke formele rol de veiligheidsregio’s vanuit het Rijk uiteindelijk bij dit thema gaan krijgen (en de financiering daarvan), zal in de loop van 2025 duidelijk worden. Deze begroting 2026 is dan al in de besluitvormingsroute. VNOG monitort wat de ontwikkelingen voor het werk van de veiligheidsregio’s en haar partners gaan betekenen. Mochten er (aanvullende) inhoudelijke/financiële gevolgen duidelijk worden, dan zullen die separaat worden voorgelegd. Al met al is er sprake van onrustige tijden die weer veel van VNOG en haar partners gaan vragen. U kunt op ons rekenen, zoals ook wij vertrouwen op onze partners, zodat we samen deze uitdagingen aan kunnen. Namens het dagelijks bestuur VNOG, J. Joon portefeuillehouder Middelen
Pagina 4 van 74
1. Inleiding De rode draad in deze programmabegroting 2026-2029 zijn de Opgaven van VNOG die staan in het regionaal beleidsplan. Alle doelstellingen en activiteiten in de programma’s in deze begroting zijn gerelateerd aan de Opgaven. De Opgaven vormen het concrete antwoord van VNOG op de vragen van de samenleving. Deze Opgaven zijn: • Opgave 0: Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises (maatschappelijke opdracht, incidentbestrijding en crisisorganisatie) • Opgave 1: Zelfredzaam & risicobewust • Opgave 2: Vakbekwaam & deskundig • Opgave 3: Sterke informatiepositie • Opgave 4: Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde, gezonde bedrijfsvoering) In het regionaal beleidsplan zijn voor deze beleidsperiode zes speerpunten/ambities benoemd op diverse Opgaven, die we naast de reguliere taken op de Opgaven gaan oppakken. Met deze speerpunten geven we een antwoord op de (maatschappelijke) ontwikkelingen die we voor komende jaren voorzien. Daarmee blijft VNOG voorbereid op de toekomst. De acties vanuit de speerpunten zijn opgenomen bij de diverse programma’s, zie hoofdstuk 3. Financieel beeld op hoofdlijnen Het financiële effect van de op 27 maart 2025 door het AB vastgestelde Kadernota 2026-2029 is verwerkt in deze begroting.
Dit betreft onder andere de toegepaste ramingsgrondslagen, loonen prijsindices en autonome ontwikkelingen. De Kadernota 2026 bevatte géén nieuw beleid. In hoofdstuk 4 wordt het effect van de Kadernota verder toegelicht. Er dreigt voor alle 25 veiligheidsregio’s per 2026 een structurele korting van 10% op de Rijksbijdrage die zij ontvangen (de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR). Voor VNOG gaat het om € 1,1 miljoen. Het gesprek hierover met het Rijk loopt landelijk nog. Vooralsnog is er (tijdelijke, voor 2026) dekking voor deze korting binnen de VNOG begroting gevonden. Het algemeen bestuur heeft namelijk in december 2024 de plannen voor 2025 en 2026 omtrent de versterking van de crisisbeheersing en informatievoorziening (een opdracht van het Rijk) voorlopig bevroren1. De inhoudelijke gevolgen van deze voorlopige bevriezing zullen we in beeld brengen. Hoe de korting (zo hij doorgaat) structureel (2027 en verder) moet worden gedekt en de gevolgen daarvan, zullen komende tijd worden uitgewerkt en daarover volgt dan nadere informatie. Onze insteek is om de structurele effecten van de korting, mocht hij doorgaan, mee te nemen in de Kadernota 2027 die in het najaar van 2025 zal verschijnen.
In voorgaande kadernota’s en begrotingen is reeds aangegeven dat de kapitaallasten dusdanig zullen stijgen dat deze op enig moment niet meer gedekt kunnen worden door een onttrekking aan de beschikbare egalisatiereserve2. Hierdoor wordt een verhoging van de gemeentelijke bijdrage op termijn noodzakelijk. In de Kadernota 2026 is dit nader toegelicht. De stijging van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van de kapitaallasten gaat volgens de berekening in 2027 in. Deze stijging loopt op van structureel € 3 miljoen in 2027 + € 1,5 miljoen in 2028 naar structureel € 4,5 miljoen. Samen met de inzet van (het grootste deel van) de structureel hogere BDuR bijdrage 2025 (=loon-en prijscompensatie 2024) - die VNOG nog niet had ingezet - is er dan in 2026 dekking. 2 Uiteraard is het afhankelijk van (het tempo van) de voorgenomen investeringen en van de verkoop van af te stoten materieel, wanneer de reserve daadwerkelijk zal zijn uitgeput. 1
Pagina 5 van 74
Tenslotte zijn in deze begroting de risico's herijkt in vervolg op wat daarover is opgenomen in de Kadernota 2026 en de jaarrekening 2024. VNOG moet, met alle ontwikkelingen om haar heen, de gezondheid van haar bedrijfsvoering bewaken en ervoor zorgen dat zij haar Opgaven kan blijven uitvoeren. Hiervoor heeft VNOG ook de gemeenten nodig. Gemeenten staan echter ook voor grote, deels dezelfde, (financiële) uitdagingen die naar verwachting ook komende jaren verdere invloed gaan krijgen. VNOG heeft hier oog voor en heeft dan ook een besparing van € 1,9 mln. verwerkt. In onderling overleg en met begrip voor elkaars positie wil VNOG samen met de gemeenten optrekken. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de koers van de VNOG zoals verwoord in het beleidsplan (missie, visie en Opgaven). In hoofdstuk 3 staan de programma’s en welke activiteiten in 2026 worden uitgevoerd met welke middelen, alsook de indicatoren waarmee de voortgang op de Opgaven periodiek wordt gemeten. Hoofdstuk 4 bevat het overzicht van baten en lasten en de toegepaste ramingsgrondslagen uit de Kadernota 2026. In dit hoofdstuk is de Kadernota 2026 e.v. verwerkt. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de verplichte paragrafen. Daarna volgen bijlagen met diverse (onder andere financiële) overzichten.
Pagina 6 van 74
2. Missie, opgaven, visie Vragen van de samenleving en Missie De samenleving stelt primair twee vragen aan VNOG: • Help mij als ik in nood ben (bij brand, ongevallen, rampen, crises). • Vertel mij hoe veilig en gezond te wonen, werken en recreëren (gevaar te voorkomen/mezelf te helpen). Inwoners, bedrijven, instellingen en andere overheden stellen deze vragen aan ons. Wij beantwoorden deze vragen vanuit onze wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veiligheidsregio’s. De missie van VNOG daarbij is: “Samen werken aan veiligheid”. Opgaven Met onze Opgaven beantwoorden wij de twee vragen van de samenleving: • Opgave 0: Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises (maatschappelijke opdracht, incidentbestrijding en crisisorganisatie) • Opgave 1: Zelfredzaam & risicobewust • Opgave 2: Vakbekwaam & deskundig • Opgave 3: Sterke informatiepositie • Opgave 4: Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde, gezonde bedrijfsvoering) De Opgaven vormen de rode draad in alle beleidsdocumenten van VNOG, waaronder deze opgavegerichte begroting. Visie De visie beschrijft hoe VNOG haar missie gestalte geeft. De visie luidt als volgt: − Noord- en Oost-Gelderland is een regio waar nu en in de toekomst veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden.
− VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. − VNOG helpt mens en dier in nood en ondersteunt om gevaar te voorkomen. − Bij een incident, crisissituatie of ramp staat VNOG garant voor professionele hulpverlening: o VNOG heeft een fijnmazig netwerk van slagvaardige brandweerposten met passend materieel en goed opgeleide en getrainde medewerkers (Brandweer). o VNOG coördineert de geneeskundige hulpverlening bij rampen/crises (GHOR). o Samen met partners (o.a. gemeenten) bereiden we ons voor op crises en bestrijden die (Multidisciplinaire crisisorganisatie). − VNOG zet in op zelfredzaamheid. Wij helpen inwoners, bedrijven en gemeenten om die te vergroten, stimuleren veilig gedrag en helpen gemeenten goede vergunningen te verlenen. − VNOG verzamelt, monitort, analyseert en duidt data. Daarmee beoordelen we risico’s en we gebruiken die informatie bij onze voorlichting, advisering en bij de bestrijding. − Wij voeren alle ondersteunende werkzaamheden voor onze taken uit, zoals oefenen, opleiden, inkoop, onderhoud en alle achterliggende administratie. − VNOG zet in op samenwerking met vele partners, want die is waardevol, noodzakelijk en onmisbaar: regionaal, interregionaal, landelijk en internationaal.
− Met daadkracht, deskundigheid, en passie -onze kernwaarden- geven wij samen met partners uitvoering aan onze missie: ‘Samen werken aan veiligheid’ De missie, opgaven en visie staan in het regionale beleidsplan 2025-2028. Pagina 7 van 74
Samenvatting De vragen van de samenleving en het antwoord van VNOG daarop:
Kernwaarden: Daadkrachtig – Deskundig – Gepassioneerd
Speerpunten 2025-2028 In het regionaal beleidsplan 2025-2028 zijn voor deze beleidsperiode zes speerpunten benoemd op diverse Opgaven, die we naast de reguliere taken op de Opgaven gaan oppakken. Op een tweetal speerpunten hebben we de ambitie om te excelleren. De activiteiten op de speerpunten komen in de begroting terug bij de betreffende afdelingen. Op de voortgang van de activiteiten van de speerpunten wordt in de reguliere P&C-cyclus gerapporteerd. In overzicht: Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises ➢ De reguliere taken op deze Opgave ➢ Speerpunt: Crisisbeheersing ➢ Speerpunt: Grensoverstijgende samenwerking ➢ Speerpunt: Natuurbrandbeheersing (excelleren) Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust ➢ De reguliere taken op deze Opgave ➢ Speerpunt: Risicobewust maken van de samenleving (gedragsinterventies) (excelleren) Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig ➢ De reguliere taken op deze Opgave Opgave 3. Sterke informatiepositie ➢ De reguliere taken op deze Opgave ➢ Speerpunt: Informatievoorziening Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers ➢ De reguliere taken op deze Opgave ➢ Speerpunt: Arbeidsmarkt
Opgavegericht In deze begroting komen, zoals aangegeven, de Opgaven van VNOG als rode draad steeds terug (opgavegerichte begroting). Door opgavegericht te werken, wordt beoogd doelgerichter keuzes te kunnen maken en (bij) te kunnen sturen.
Pagina 8 van 74
De organisatiestructuur (de programma’s en afdelingen) blijft echter wel leidend bij het opstellen van de begroting. Dat betekent dat hoofdstuk 3 is ingedeeld volgens de programma’s, maar dat hier vervolgens de beleidsdoelen per Opgave staan (de vraag: “wat willen we bereiken”) en dat ze hier daarna zijn uitgewerkt, door per beleidsdoel de concrete activiteiten van het programma voor 2026 te beschrijven (vraag: “wat gaan we ervoor doen”). Vervolgens zijn er per Opgave indicatoren (vraag: “hoe gaan we dat meten”), die terugkomen op de Prestatiekaart van VNOG (die ook volgens de Opgaven is ingedeeld). Tenslotte zijn per programma de beschikbare middelen weergegeven (vraag: “welke middelen hebben we daarvoor beschikbaar”). Voor verantwoording zijn per Opgave zoals gezegd indicatoren opgenomen. Met de indicatoren wordt periodiek de voortgang gemeten.
Daarnaast zijn in de diverse paragrafen van deze begroting ook kengetallen, ratio’s, toelichtingen op berekeningsmethoden en (ramings)grondslagen opgenomen: − paragraaf ‘Weerstandvermogen en risicomanagement’: ratio weerstandsvermogen, netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte; − paragraaf ‘Financiering & treasury’: kasgeldlimiet, renterisiconorm; Tenslotte zijn, als gebruikelijk, ook de verplichte beleidsindicatoren vanuit het BBV opgenomen: − Bijlage 5 ‘Beleidsindicatoren’: formatie en bezetting (in aantal fte per 1.000 inwoners), apparaatskosten per 1.000 inwoners, externe inhuur en overhead als percentage van de totale lasten. Met behulp van de indicatoren, kengetallen, ratio’s en grondslagen kan doelgerichter worden gerapporteerd en gestuurd.
Pagina 9 van 74
3. Programma’s Programma:
1. Risico- en Crisisbeheersing
Programmahouder:
mevr. A.H. Bronsvoort
Welke Opgaven voert Risico- en Crisisbeheersing primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De afdeling Risico- en Crisisbeheersing (RCB) heeft een breed takenpakket en is betrokken in verschillende fasen van de veiligheidsketen. Daarbij gaat het onder andere over het analyseren van risico’s, het adviseren op omgevingsvisie, -plannen en -vergunningen, het adviseren en voorlichten van inwoners in het kader van zelfredzaamheid en risicobewustwording, het onderhouden van het netwerk van crisispartners, het voorbereiden van de crisisorganisatie op mogelijke incidenten, rampen en (langdurige)crises en het bieden van operationele informatie voor de operationele functionarissen. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises a. In samenwerking met partners voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises door informatiegestuurd en risicogericht te werken. Bij incidenten, rampen en (langdurige) crises is VNOG in staat om flexibel en slagvaardig op te treden. b. De afdeling werkt, n.a.v. landelijke afspraken, samen met andere afdelingen en buurregio’s aan de versterking van crisisbeheersing (incl.
vergroting flexibiliteit), informatievoorziening en samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven worden bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDuR. Zie hiervoor de separate paragraaf 5.8. 1. Zelfredzaam en risicobewust a. Met behulp van (innovatieve) campagnes gericht op duurzame gedragsverandering, voorlichting en advisering de (maatschappelijke) weerbaarheid en veerkracht vergroten. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Het verder vormgeven van een netwerk met (internationale) partners in het kader van samenwerking crisisbeheersing. b. Als netwerkpartner toegerust zijn om tijdig (integrale) veiligheidsadvisering te verlenen aan de gemeenten en andere partners. c. Deelnemers aan de multidisciplinaire crisisorganisatie zijn adequaat opgeleid, getraind en geoefend en leren van oefeningen en incidenten die zich voordoen. 3. Sterke informatiepositie a. Door gegevens te verzamelen, koppelen en analyseren zicht krijgen op en duiding geven aan risico’s en potentiële veiligheidswinst als basis voor risicogericht adviseren. b. Bij de voorbereiding op inzetten en gedurende inzetten acteren op basis van een actueel risicobeeld en scenario’s.
Pagina 10 van 74
Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises. RCB: − geeft uitvoering aan het regionaal crisisplan, beleidsplan en regionaal risicoprofiel; − voert de activiteiten uit voor de landelijk afgesproken versterkingsopgaven van crisisbeheersing, informatievoorziening en samenwerking tussen regio en Rijk (n.a.v. verhoging rijksbijdrage BDuR). Zie de separate paragraaf 5.8. hierover; − faciliteert en regisseert een breed regionaal platform waar kennis vanuit de samenleving op specifieke terreinen wordt samengebracht en waar crisispartners bijeenkomen ter bevordering van weerbaarheid en veerkracht in de samenleving; − bouwt verder aan goede samenwerkingsrelaties met onze 22 gemeenten, de omgevingsdiensten, GGD en het samenwerkingsverband van veiligheidsregio’s “Oost-5” en werkt aan nieuwe allianties om daarmee een basis te leggen voor integrale veiligheidsadvisering (o.a. gezondheid-, water-, milieu-, evenementen- en brandveiligheid) aan gemeenten; − beheert de afsprakenlijsten bij de convenanten en onderhoudt de verbinding met het netwerk aan crisispartners; − ondersteunt de VNOG-gemeenten in hun crisistaken op het gebied van bevolkingszorg en crisiscommunicatie. 1. Zelfredzaam en risicobewust.
RCB: − rondt de projectfase van de versnelde gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing vanuit de interregionale werkorganisatie af en richt de beheerfase in; − versterkt de veerkracht en weerbaarheid van de bevolking; − adviseert risicogericht vanuit haar rol en expertise op het gebied van veiligheid. Ze biedt integrale en informatiegestuurde adviezen over brand-, omgevings-, industriële- en evenementenveiligheid op basis van ons dienstverleningsconcept. − werkt volgens een ontwikkelagenda aan een expertisecentrum ‘gedrag en veilige leefomgeving 2025-2028’; − onderzoekt de risicoperceptie van inwoners op basis van de thema’s uit het regionaal risicoprofiel en intervenieert waar mogelijk; − analyseert risico- en doelgroepen en organiseert (publieks)campagnes op basis van de regionale gedragsstrategie voor duurzame gedragsinterventies; − zet het gedragsinstrument in VNOG-gemeenten in bij de consultatie rondom gemeentelijke veiligheidsvraagstukken; − verstevigt het netwerk rondom gedrag en veiligheid en benut kansen om met meer partners samen te werken bij campagnes; − ontwikkelt kennis over gedrag(sverandering) in relatie tot (nieuwe) veiligheidsrisico’s. − ondersteunt/bevordert innovatieve projecten voor het thema gedrag en veilige leefomgeving. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Het verder vormgeven van een netwerk met (internationale) partners.
RCB: − versterkt de samenwerking in Oost-Nederland, met het Rijk en met Duitsland; − zet de randvoorwaarden neer ter voorbereiding op een internationale oefening in 2027. b. Als netwerkpartner toegerust zijn om tijdig (integrale) veiligheidsadvisering te verlenen. RCB: − blijft investeren in het versterken van de vaardigheden van adviseurs, gericht op het toepassen van de risicogerichte advisering; − bepaalt de inzet op thema’s klimaatadaptatie en veilige energietransitie; − monitort bevolkingszorg aan de hand van de tool en schakelt bij waar nodig; − zet innovatieve samenwerkingsvormen met externe partijen in op basis van de proef uit 2025;
Pagina 11 van 74
− verstevigt de bekendheid van Crisisbeheersing en het werk dat zij verricht door middel van fysieke uitingen. c. Deelnemers multi crisisorganisatie zijn adequaat opgeleid, getraind en geoefend. RCB: − werkt verder aan de doorontwikkeling naar een moderne MOTO-organisatie; − leert door uitvoering te geven aan het waarnemen en evalueren van multi-oefeningen; − verbetert de crisisorganisatie vanuit het lerend vermogen (als onderdeel van kwaliteitszorg); − implementeert het nieuwe oefenbeleidsplan waarin innovaties (zoals AI) zijn vormgegeven; − implementeert ‘standaardmethode nafase’ die is ontwikkeld in 2025 met gemeenten; − ontwikkelt een regionale multidisciplinaire kennisbank ter ondersteuning van de diverse operationele crisisfunctionarissen; − onderhoudt regionale poules voor operationele informatievoorziening en leiding en coördinatie (leiders-CoPI, informatiemanagers, beleidsondersteuners, loggers, plotters en andere ontkleurde functionarissen) en de faciliteiten die hiervoor nodig zijn. − bereidt de crisisorganisatie voor in het kader van militaire dreiging en andere continuïteitvraagstukken; − werkt mee aan de oprichting van een landelijk kennis- en Expertisecentrum Natuurbrand. 3. Sterke informatiepositie a. Informatie als basis voor risicogerichte advisering.
RCB: − werkt verder aan een duurzame toepassing van de GIS-viewer als onderdeel van het informatiegestuurd werken ter ondersteuning van de informatiebehoefte van adviseurs; − ontwikkelt operationele kaartlagen op basis van planvorming en risicoanalyse; − brengt gevraagd/ongevraagd advies uit op basis van de risico’s uit de periodiek herijkte risicoprofielen, zowel in de ontwerp- als de gebruiksfase van de publieke/fysieke leefomgeving. b. VNOG acteert op basis van een actueel informatiebeeld en scenario’s. RCB: − verzamelt, koppelt, analyseert en gebruikt gegevens t.b.v. regionaal risicoprofiel en werkt verder aan (en met) een dynamisch en actueel risicobeeld (Veiligheids Informatie Knooppunt, VIK); − levert een bijdrage in de ontwikkeling van het Informatiegestuurde Veiligheidsbeeld Oost-5 ten behoeve van KCR-2 (Knooppunt Rijk-Regio’s); − zorgt dat de risico’s en dreigingen in het risicoprofiel continu gemonitord en beschikbaar gesteld worden aan de operationele organisatie (inclusief de netwerkpartners); − past het scenariodenken, in lijn met de daartoe ontworpen methodiek, toe bij (dreigende) crisis/crises en ontwikkelt scenario’s in internationaal en Oost-5 verband; − onderhoudt de crisisruimten en vervangt tijdig de technische hulpmiddelen om aan te blijven sluiten bij interregionale en nationale standaarden en het informatiegestuurd werken; − past het informatiegestuurd
werken toe, zowel internationaal, in Oost-5, met de kolommen. Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart wordt twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties van de afdeling via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen.
Pagina 12 van 74
Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Realisatie 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
44.429 7.931.303 -7.886.874
8.539.700 -8.539.700
8.532.700 -8.532.700
8.502.700 -8.502.700
8.462.700 -8.462.700
8.422.700 -8.422.700
-2.359 2.359 188.529 364.374 -175.845 481.691 1.319.131 -837.440
235.000 235.000 0 0 1.650.680 -1.650.680
0 1.156.270 -1.156.270
0 1.128.270 -1.128.270
0 1.128.270 -1.128.270
0 1.128.270 -1.128.270
921 -921
4.500 -4.500
2.000 -2.000
2.000 -2.000
-8.898.721
-10.194.880
-9.690.970
-9.632.970
-9.590.970
-9.550.970
410.845 738.427 -327.582 -327.582
65.000 65.000 65.000
-9.226.303
-10.129.880
-9.690.970
-9.632.970
-9.590.970
-9.550.970
Regionaal Brandmeldsysteem
Projecten
Overig
Rente en afschrijving
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten Mutaties reserves 1.0 Risico- en crisisbeheersing
Saldo reserves Resultaat
Baten Lasten Saldo
Pagina 13 van 74
Programma:
2. Brandweerzorg
Programmahouder:
dhr. M. Boumans
Welke Opgaven voert Brandweerzorg primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De afdeling Brandweerzorg (BWZ) staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week paraat om incidenten af te handelen. Deze taak wordt op een doeltreffende en veilige wijze voorbereid en ondersteund door aandacht te hebben voor Materieel & Logistiek, Vakbekwaamheid en Nazorg. Tevens heeft BWZ de juiste informatie op de juiste wijze en op het juiste moment beschikbaar, zodat voorafgaand en ten tijde van een incident adequaat kan worden opgetreden. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 0. Het beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Het zo snel mogelijk bieden van hulp aan burgers, dieren, bedrijven en instellingen door effectieve en kwalitatieve brandweerzorg, afgestemd op de risico’s in het gebied van VNOG; b. Materieel en materiaal is functioneel en doelmatig en is 24/7 beschikbaar voor uitruk en vakbekwaam worden én blijven conform het dekkings- en spreidingsplan. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Personeel is vakbekwaam om operationeel op te treden; b. Processen en procedures zijn afgestemd op de aanwezige risico’s in het gebied; c. Adequate nazorg wordt geleverd aan de repressieve medewerkers. 3. Sterke informatiepositie a.
Inzicht in gegevens door te onderzoeken, verzamelen, koppelen en analyseren; b. Verbinding in gegevens; c. Achteraf evalueren en bijstellen van het functioneren. Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 0. Het beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Bieden van zo snel mogelijke hulp. De afdeling BWZ: − levert brandweerzorg vanuit een compact, slagvaardig, fijnmazig netwerk van brandweerposten met repressieve medewerkers die veilig, doeltreffend (bekwaam) optreden, conform Dekkingsplan; met toepassing van dynamisch alarmeren en Uitruk op Maat (TS-Flex); − doet n.a.v. de tussenevaluatie Regeling Kazerne dagdiensten posten Zutphen – Doetinchem, onderzoek naar één nieuwe regeling met inbegrip van ‘1-post Apeldoorn’; − werkt toe naar VNOG-breed beleid ten aanzien van oefening en opleiding van waterongevallen-teams (duiken én oppervlakteredding); − zet verdere stappen in de zoektocht naar een nieuwe locatie voor post Silvolde, het samenvoegen van de posten in het stedelijk gebied Apeldoorn en bij grensoverstijgende samenwerking (zoals Crossfire); − zet verdere stappen voor het robuuster inrichten van piketten voor operationele leiding. b. Materieel en materiaal.
De afdeling BWZ: − zorgt dat het materieel om incidenten te bestrijden – en om op te leiden en te oefenen – beschikbaar en paraat is en dat daarmee doeltreffend en veilig kan worden gewerkt; Pagina 14 van 74
− − − −
werkt aan de aanschaf en implementatie van 145 nieuwe eenheden en draagt zorg voor het afstoten van bestaande voertuigen conform een levering- en afstootschema; start op werklocaties met een aantal dienstbussen en -auto’s met alternatieve aandrijving; werkt aan de implementatie van nieuwe bepakking, waaronder innovatieve blusmiddelen met een veiliger, groter en effectiever koelend vermogen; bereidt samen met de veiligheidsregio’s uit Oost-5 een aanbesteding voor om de huidige communicatieapparatuur te vervangen.
2. Vakbekwaam en deskundig a. Opgeleid en geoefend personeel. De afdeling BWZ: − gaat starten met voorbereidingen voor een nieuwe cyclus van het realistisch oefenprogramma waarbij de scenario’s aansluiten bij (landelijke) ontwikkelingen; − gaat vrijwilligers beter voorbereiden op informatie gestuurd werken. Dit op een proactieve en innovatieve wijze in samenwerking met partijen uit onderwijs, bedrijfsleven en overheid in het project “Veiligheidsprofessionals van de Toekomst”; − geeft uitvoering aan het landelijke programma “Onderwijs Onderweg” ter verbetering van het onderwijsstelsel (brandweer en crisisbeheersing): praktijkgericht, flexibel en up-to-date; − geeft uitvoering aan de integratie van kunstmatige intelligentie, drones en data-analyse om de efficiëntie en effectiviteit van brandbestrijding en reddingsoperaties te verbeteren; − organiseert oefeningen in het publieke domein; − werkt na een succesvolle pilot aan het borgen van het gebruik van bodycams ten behoeve van het vergroten van het lerend vermogen en het uitoefenen van de Veilige Publieke Taak; − gaat verder met de pilot voor een planbureau om planningen te professionaliseren. b. Processen en procedures.
De afdeling BWZ zorgt ervoor dat: − het Actiecentrum Brandweer ingericht is en op basis van vrije instroom bemenst kan worden met vakbekwame medewerkers; − processen en procedures actueel zijn en aansluiten op het risicoprofiel en op elkaar; − procedures zodanig zijn ingericht dat zij informatie verstrekken of toepasbaar zijn tijdens het bestrijden van incidenten en zorgen voor verbinding met externe partners; − belangrijke informatie via een briefing app wordt gedeeld met de operationele organisatie. c. Nazorg. De afdeling BWZ: − ondersteunt eigen personeel bij o.a. traumatische ervaringen; − voert evaluaties van incidenten uit in het kader van leren van incidenten; − geeft uitvoering aan de blauwdruk Nazorg wat aansluit bij de wensen en ervaringen uit eerdere trainingen en bijeenkomsten. 3. Sterke informatiepositie.
De afdeling BWZ: − draagt informatie uit incident-onderzoek aan voor risicobewustwording, ter bevordering van het lerend vermogen en voor verdere data-analyse met aandacht voor Veilige Energietransitie en gevaarlijke stoffen; − gebruikt innovatieve Business-Intelligence-tools vanuit eigen gegevens/uit netwerkpartners, die na verwerking zichtbaar worden gemaakt in dashboards voor leidinggevenden; − verbetert de informatiepositie door innovatieve technieken op het gebied van beeldvorming; − voert functioneel beheer uit van diverse applicaties zodat informatie ontsloten kan worden; − participeert in diverse landelijke- en regionale werkgroepen, o.a. op actuele thema’s zoals energietransitie, het netwerk vrijwilligheid, de bouwsteen Verplichtend karakter en natuurbrandbestrijding. Pagina 15 van 74
Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart worden twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties van de afdeling via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van de VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen. Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Realisatie 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
12.128.500 -12.128.500
12.016.600 -12.016.600
11.636.600 -11.636.600
11.391.600 -11.391.600
11.391.600 -11.391.600
9.340.000 -9.340.000
9.334.000 -9.334.000
9.334.000 -9.334.000
9.334.000 -9.334.000
9.334.000 -9.334.000
256.794 -256.794
263.800 -263.800
263.800 -263.800
263.800 -263.800
263.800 -263.800
263.800 -263.800
19.790 -19.790 187.265 3.237.621 -3.050.355
30.000 -30.000
30.000 -30.000
30.000 -30.000
30.000 -30.000
30.000 -30.000
3.089.005 -3.089.005
2.965.005 -2.965.005
2.939.005 -2.939.005
2.944.005 -2.944.005
2.944.005 -2.944.005
670 3.116.547 -3.115.877 79.735 75.572 4.164
3.576.560 -3.576.560 14.000 105.240 -91.240
3.474.810 -3.474.810 84.000 105.240 -21.240
3.454.810 -3.454.810 84.000 105.240 -21.240
3.454.810 -3.454.810 84.000 105.240 -21.240
3.454.810 -3.454.810 84.000 105.240 -21.240
4.383.240 -4.383.240
7.068.905 -7.068.905
8.733.000 -8.733.000
10.586.000 -10.586.000
10.279.000 -10.279.000
10.109.000 -10.109.000
-31.454.696
-35.588.010
-36.838.455
-38.265.455
-37.718.455
-37.548.455
859.980
329.000
80.000
Saldo reserves
629.424 2.360.471 -1.731.047 -1.731.047
31.875 828.105 828.105
329.000 329.000
80.000 80.000
Resultaat
-33.185.743
-34.759.905
-36.509.455
-38.185.455
-37.718.455
-37.548.455
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Vrijwilligers vergoedingen Baten Lasten Saldo Vrijwilligers overig Baten Lasten Saldo Operationele voorbereiding Baten Lasten Saldo Materieel en logistiek Baten Lasten Saldo Vakbekwaam worden en blijven Baten Lasten Saldo Overig Baten Lasten Saldo Rente en afschrijving Baten Lasten Saldo Mutatie(s) reserve(s) Baten Lasten Saldo Totaal saldo baten en lasten Mutaties reserves 2.0 Brandweerzorg
Baten Lasten Saldo
95.710 12.082.195 -11.986.485 578 8.646.895 -8.646.317
Pagina 16 van 74
Programma:
3. Geneeskundige Hulpverlenings-Organisatie in de Regio (GHOR)
Programmahouder:
dhr. W. Jaeger
Welke Opgaven voert de GHOR primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) coördineert - op basis van de Wet publieke gezondheid en de Wet veiligheidsregio’s - de geneeskundige zorg bij incidenten, crises en rampen. Het doel is om zoveel mogelijk slachtoffers te voorkomen en indien er toch slachtoffers zijn, hen de best beschikbare zorg te laten bieden. Dit gebeurt door de hulpverlening tijdens incidenten te laten functioneren als één (witte) keten. De GHOR draagt bij aan de voorbereiding van deze geneeskundige hulpverleningsorganisatie. Dit vereist veel afstemming met ketenpartners uit de zorgsector, zoals ambulancedienst, de GGD, ziekenhuizen en huisartsen. Onder regie van het openbaar bestuur werkt de GHOR ook nauw samen met de partners binnen de veiligheidsregio, gemeenten en andere diensten en zorginstellingen. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Het zoveel mogelijk voorkomen van slachtoffers en indien er toch slachtoffers zijn, hen de best beschikbare geneeskundige en psychosociale zorg te (laten) bieden. b. Voorzien in (structurele) advisering over veiligheid en gezondheid aan (zorg)partners. c.
Het bevorderen van ketencontinuïteit in de zorg. d. De GHOR werkt, n.a.v. landelijke afspraken, samen met andere afdelingen aan de versterking van crisisbeheersing, versterking van informatievoorziening en versterking samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven worden bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDuR. Zie hiervoor de separate paragraaf (5.8.) hierover. 1. Zelfredzaam en risicobewust a. Volgen van ontwikkelingen en bij elkaar brengen van diverse organisaties en actoren (binnen en buiten veiligheid en zorg) rondom zelfredzaamheid en risicobeheersing, met als doel gezamenlijk voorbereid te zijn op dit maatschappelijke thema. b. Verkennen/invulling geven aan zelfredzaamheid/burgerparticipatie ter versterking van slagkracht van de geneeskundige crisisorganisatie, samen met keten-, kolom- en zorgpartners. c. Bijdragen aan weerbaarheid/veerkracht samenleving vanuit perspectief gezondheid(-zorg). d. Door ontwikkelen en vernieuwen van het zorgrisicoprofiel, zowel landelijk als regionaal. 2. Crisisorganisatie, Vakbekwaam en deskundig a. De GHOR heeft 24/7 een parate crisisorganisatie beschikbaar van bekwame (opgeleide en getrainde) functionarissen in de witte kolom die samenwerken met de netwerkpartners. 3. Sterke informatiepositie a. Verder versterken van de netcentrische werkwijze binnen de witte kolom. b.
Groeien in strategisch/tactische rol als infoknooppunt voor geneeskundige informatie.
Pagina 17 van 74
Overig-overkoepelend a. Strategische visie ontwikkeling en Innovatie Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Voorkomen van slachtoffers en indien nodig zorg te (laten) bieden. De GHOR: − voorziet in een flexibele operationele GHOR-organisatie (24/7), uitgerust met juiste training, materialen, middelen voor coördinatie geneeskundige zorg bij incidenten/crises/rampen; − werkt samen met zorgorganisaties zodat het zorgnetwerk goed is voorbereid op rampen en crises en slachtoffers toegang hebben tot (acute) zorg tijdens rampen en crises; − werkt samen met de GGD zodat slachtoffers toegang hebben tot psychosociale hulpverlening bij rampen en crises en andere crisisprocessen op gebied van publieke gezondheid (infectieziektebestrijding, medische milieukunde en gezondheidsonderzoek na rampen); − werkt samen met multidisciplinaire partners en openbaar bestuur zodat zorgnetwerk, veiligheidsregio en openbaar bestuur goed op elkaar zijn aangesloten; − onderhoudt en borgt de contacten in het netwerk van zorg, veiligheid en openbaar bestuur en gebruikt hiervoor een relatiemanagementsysteem; − werkt nauw samen in Oost-5 en op landelijk niveau. b. Voorzien in (structurele) advisering over veiligheid en gezondheid.
De GHOR: − adviseert onder andere bij (grote) evenementen, omgevingsveiligheid, zorgcontinuïteit, nieuwe risico's en incidenttypen, ingrijpende gebeurtenissen en sociale veiligheid; − geeft uitvoering aan het in 2024 geactualiseerde beleidsplan advisering GHOR; − volgt veranderingen in o.a wetgeving (Wvr, Wpg, Omgevingswet), zorgakkoorden (IZA, GALA), werkwijzen (evenementenadvisering), toekomstig zorglandschap, samenleving (energietransitie) voor een actuele en integrale advisering; − onderhoudt contacten met gemeenten. c. Het borgen van ketencontinuïteit in de zorg. De GHOR: − monitort en duidt de regionale drukte in de zorg en signaleert knelpunten (samen met ROAZ); − maakt afspraken met (acute) zorgaanbieders over de voorbereiding op- en inzet tijdens rampen en crises; − stimuleert niet-acute zorgaanbieders tot het borgen van zorgcontinuïteit; − houdt bijeenkomsten voor alle zorgpartners in de regio om ontwikkelingen te bespreken en het netwerk te versterken. d. Samenwerken met andere afdelingen aan de verschillende opgaven. De GHOR: − werkt bij verschillende opgaven samen met afdeling RCB en CB binnen VNOG; − zet communicatie in voor de verschillende opgaven. 1. Zelfredzaam en risicobewust a. Volgen ontwikkelingen en bij elkaar brengen actoren.
− Met de GGD en Crisisbeheersing ontwikkelt de GHOR een plan van aanpak voor het vergroten en verbeteren van zelfredzaamheid en burgerparticipatie. b. Het regionaal zorgrisicoprofiel. − Met ketenpartners start de GHOR een vervolgproject voor actualisatie zorgrisicoprofiel.
Pagina 18 van 74
2. Vakbekwame en deskundige crisisorganisatie. De GHOR: − investeert samen met de regionale ambulancevoorziening (RAV) en het Nederlandse Rode Kruis in het opleiden, trainen en oefenen van alle functionarissen in hun rol binnen de GGB (Grootschalige Geneeskundige Bijstand), zoals staat in het convenant met het Witte kruis; − ontwikkelt digitale, innovatieve werkvormen verder, zoals het actief delen van kennis met de operationele functionarissen. De verbinding met het VIK VNOG (Veiligheidsinformatieknooppunt) vanuit de GHOR witte informatiebron wordt ontwikkeld; − bevordert, vergroot en borgt de (blijvende) vakbekwaamheid van operationele functionarissen en teams door het aanbieden van individuele leertrajecten, inzetevaluatie en registratie van oefeningen en trainingen. Het veiligheidspaspoort is daarbij een belangrijk hulpmiddel; − heeft aandacht voor activiteiten door zorginstellingen over zelfredzaamheid/participatie; − participeert in ontwikkelingen en werkt samen met partners in de witte keten, ROAZ OTO steunpunten en de GHOR vakbekwaamheid en crisisorganisatie op Oost-5 niveau; − monitort ontwikkelingen van de crisisorganisatie meldkamer MKON; − evalueert het model OVDG zoals vastgelegd in het projectplan. 3. Sterke informatiepositie.
De GHOR: − volgt de verdere positionering en inrichting van de witte meldkamer(s) in de Landelijke Meldkamer (LMS) op de voet, vanwege de invloed daarvan op de aansturing, opschaling en informatievoorziening binnen de witte kolom; − draagt bij aan de verdere versterking van de netcentrische werkwijze binnen de witte kolom d.m.v. opleiden, trainen en oefenen met ketenpartners in het gebruik van LCMS-GZ; − neemt deel aan het project Witte Informatiebron Oost-5, waarmee permanente monitoring van het geneeskundig beeld en de actuele beschikbaarheid van acute zorg mogelijk wordt; − sluit aan bij andere regionale initiatieven van ketenpartners rondom informatievoorziening ten behoeve van een sterke informatiepositie; − werkt samen met GHOR afdelingen en Acute Zorgregio’s aan de doorontwikkeling op schaalgrootte Oost-5; − draagt bij vanuit de GHOR aan de doorontwikkeling van het VIK binnen VNOG; − faciliteert het op incidentlocatie beschikbaar hebben van informatie uit de witte kolom en zoekt daarbij de samenwerking binnen VNOG. 4. Overig-overkoepelend.
De GHOR werkt aan: − Doorontwikkeling robuuste en zichtbare GHOR- (crisis)organisatie − Strategische sturing − Evaluatie GHOR-organisatie − Intensivering samenwerking crisisorganisatie GGD − Netwerkregie Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart worden twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties van de afdeling via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van de VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen.
Pagina 19 van 74
Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Realisatie 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
11.320 1.773.425 -1.762.105 29.230 275.624 -246.394
1.959.300 -1.959.300 48.000 410.000 -362.000
1.958.700 -1.958.700 48.000 410.000 -362.000
1.958.700 -1.958.700 48.000 410.000 -362.000
1.958.700 -1.958.700 48.000 410.000 -362.000
1.958.700 -1.958.700 48.000 410.000 -362.000
12 -12
13.500 -13.500
16.000 -16.000
49.000 -49.000
48.000 -48.000
58.000 -58.000
-2.008.512
-2.334.800
-2.336.700
-2.369.700
-2.368.700
-2.378.700
-2.334.800
-2.336.700
-2.369.700
-2.368.700
-2.378.700
Overig
Rente en afschrijving
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten Mutaties reserves 3.0 GHOR
Saldo reserves Resultaat
Baten Lasten Saldo
68.729 -68.729 -68.729 -2.077.241
Pagina 20 van 74
Programma:
4. Meldkamer Oost-Nederland (MKON) – Meldkamer Brandweer / Multidisciplinaire samenwerking (MKONMKBM)
Programmahouder:
dhr. J.N. Rozendaal
Welke Opgaven voert de MKON-MKBM primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De meldkamer is dé betrouwbare verbinding tussen de hulpverlening en de bevolking en werkt als meld-, regel- en coördinatiecentrum, waar alle meldingen van brandweer, politie en ambulancezorg binnen komen. De Meldkamer Oost-Nederland (MKON) bedient Gelderland en Overijssel vanuit Apeldoorn en wordt ondersteund door de Landelijke Meldkamersamenwerking (LMS) die de meldkamervoorzieningen levert (o.a. gebouw, ICT-infrastructuur, Facilitair en IV/ICT). De MKON bestaat sinds 2023 en bevindt zich in de opbouwfase. Een zelfstandig onderdeel binnen MKON is de Meldkamer Brandweer/Multidisciplinaire samenwerking (MKBM). De MKBM valt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van vijf veiligheidsregio’s. Zij hebben voor hun MKBM een organisatieplan en een convenant (art. 35 Wvr) vastgesteld. VNOG voert voor hen het centrale werkgeverschap en een aantal bedrijfsvoeringstaken voor de MKBM uit. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. De wettelijke kerntaak is leidend: het 24/7 aannemen, verwerken en begeleiden van noodmeldingen uiteenlopend van kleine incidenten tot rampen en crises. b.
De keten van melding, alarmering en begeleiding is snel en betrouwbaar en de continuïteit is gegarandeerd. c. De beschikbaarheid 24/7 van de operationele taak van Calamiteitencoördinator (Caco). d. In het kader van internationale ontwikkelingen en de dreiging van ontwrichtingen wordt extra ingezet op continuïteitsmanagement, aansluitend op de ontwikkelingen binnen VNOG. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Vergroting van de kennis en vaardigheden van de medewerkers MKBM mede in lijn met het landelijk vastgestelde koersdocument meldkamers. 3. Sterke informatiepositie a. Hoogwaardige informatievoorziening vanuit de meldkamer om de inzet van de hulpdiensten op straat zo goed mogelijk te laten verlopen. b. Een bijdrage leveren aan het actuele veiligheidsbeeld van de veiligheidsregio’s. c. Inspelen op de landelijke ontwikkeling van de meldkamers naar informatieknooppunten, door het ontwikkelen en verbeteren van (nieuwe) informatiestromen. d. Volgen van overige landelijke ontwikkelingen die effect (kunnen) hebben op MKON-MKBM. Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises − De centralist meldkamer is verantwoordelijk voor het aannemen, verwerken, uitgeven en afhandelen van alle meldingen voor de vijf veiligheidsregio’s.
− De centralist is verantwoordelijk voor het alarmeren van de hoofdstructuur bij rampen en crises en het initieel uitvoeren van het proces waarschuwen en alarmeren bevolking. Pagina 21 van 74
− −
− −
Er wordt voorzien in een rooster (beheer en bewaking). De functie van Calamiteitencoördinator wordt ingevuld door speciaal daarvoor opgeleide CaCo’s. De taken van de CaCo zijn wettelijk bepaald als functioneel coördinerend bij (dreigende) grootschalige alarmering/opschaling met twee kerntaken: coördineren van de multidisciplinaire samenwerking en het multidisciplinair afstemmen en delen van informatie. Daarnaast heeft de CaCo een rol in de bewaking van continuïteit van de gehele meldkamer. De MKON-MKBM werkt actief aan haar weerbaarheid en flexibiliteit. De MKON-MKBM participeert in de werkgroepen van VNOG en de MKON-brede en landelijke werkgroepen die hiervoor zijn ingesteld.
2. Vakbekwaam en deskundig Er wordt voorzien in ondersteunende functies voor opleiden/oefenen, operationele voorbereiding en kwaliteitszorg; deze worden uitgevoerd als vrijgestelde medewerkers. De volgende activiteiten worden uitgevoerd: − (Mede) ontwikkelen van beleid en voeren van regie op mono- en multidisciplinair oefenen; − Opstellen en uitvoeren van het oefenplan; − Verbinding hebben met het (inter)regionaal netwerk van vakbekwaamheid; − Bijdragen aan het leren van incidenten en doen van evaluaties voor de meldkamer; − Vertalen/mede opstellen planvorming in geval van evenementen en rampen (implementeren en actualiseren); − Vertalen van de leerpunten uit evaluaties naar procedures en plannen, incl. implementatie; − Implementeren en actualiseren planvorming in GMS; − Zorgen voor goede afstemming en wisselwerking tussen de meldkamer en veiligheidsregio’s ten behoeve van de planvorming; − Evalueren van incidenten; − Afhandelen van klachten. 3. Sterke informatiepositie − De CaCo vervult op de meldkamer de rol van informatiemanager. − De informatievoorziening komt tot stand in wisselwerking met de vijf veiligheidsregio’s, op basis van hun bekendheid met het verzorgingsgebied en het inzetpotentieel. − Medewerkers nemen niet louter meldingen aan en alarmeren eenheden, maar voorzien burgers en hulpverleners van handelingsperspectieven en andere relevante informatie.
− Interne en externe communicatie over uitrukken en incidenten wordt door de veiligheidsregio’s zelf uitgevoerd. − We volgen de ontwikkelingen rondom het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WASpalen) en verwerken dit in de werkprocessen. − We monitoren de ontwikkelingen in de samenwerking met de meldkamer ambulance en de zorgcoördinatiecentra met als doel het waarborgen van een adequate coördinatie van de hulpverlening. Overig − De resterende aanbevelingen/verbeterpunten uit de eerste Evaluatie (gedaan in 2024), die gestart zijn in 2025 en die nog doorlopen in 2026, worden uitgevoerd. − De aanbevelingen/verbeterpunten uit de tweede Evaluatie (gedaan in 2025) worden uitgevoerd. − De derde/laatste Evaluatie 2026 wordt uitgevoerd.
Pagina 22 van 74
Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Alle kosten van de primaire meldkamerorganisatie MKON-MKBM en de daarvoor benodigde bedrijfsvoering door VNOG worden gedragen door de vijf veiligheidsregio’s op basis van een vaste verdeelsleutel, destijds gebaseerd op het inwoneraantal. De bijdrage van de veiligheidsregio’s en de kosten verlopen via de VNOG-begroting. De financiële risico’s worden op basis van de gehanteerde verdeelsleutel verdeeld over de deelnemende partijen. Met VNOG zijn afspraken gemaakt voor de verwerking in de begroting en daarmee voor de verrekening van de (structurele en incidentele) kosten van ondersteunende taken op het gebied van onder andere HRM en Financiën. Product
L/B
Realisatie 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
76.148 4.516.098 -4.439.950 3.733.275 482.019 3.251.256
5.031.750 -5.031.750 4.151.500 450.750 3.700.750
5.245.590 -5.245.590 4.310.920 450.750 3.860.170
5.245.590 -5.245.590 4.310.920 450.750 3.860.170
5.245.590 -5.245.590 4.310.920 450.750 3.860.170
5.245.590 -5.245.590 4.310.920 450.750 3.860.170
28.081 -28.081
32.750 -32.750
32.000 -32.000
35.000 -35.000
54.000 -54.000
53.000 -53.000
-1.216.776
-1.363.750
-1.417.420
-1.420.420
-1.439.420
-1.438.420
-1.363.750
-1.417.420
-1.420.420
-1.439.420
-1.438.420
Overig
Rente en afschrijving
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten Mutaties reserves 4.0 MKON
Saldo reserves Resultaat
Baten Lasten Saldo
351.400 359.024 -7.624 -7.624 -1.224.400
Pagina 23 van 74
Programma:
5. Directie, Control en Staf
Programmahouder:
dhr. A.J.M. Heerts
Welke Opgaven voeren Directie, Control en Staf primair uit? Directie, Control en Staf zijn verantwoordelijk voor alle Opgaven van VNOG en dragen zorg voor de ondersteuning van bestuur, directie en management. Dit betreft met name strategisch beleidsadvies, controle op het proces van planning en control, kwaliteit van besluitvorming en strategische advisering over interne en externe communicatie. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? Opgaven 0. t/m 4. (alle opgaven) a. Het behalen van de beleidsdoelstellingen 2026 zoals in het in december 2024 vastgestelde regionaal beleidsplan 2025-2028 is beschreven, binnen de daarvoor beschikbaar gestelde middelen. b. Het tijdig, juist en volledig informeren van het bestuur, de directeur en het management over de mate van besturing en beheersing in de organisatie. c. Het versterken van de relatie en samenwerking met de gemeenteraden en de colleges en met externe partners, zoals GGD NOG, andere veiligheidsregio’s en NIPV. d. Het lerend vermogen als onderdeel van het in control zijn, verder borgen.
Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? − toetsen van voorstellen en besluiten op uitvoerbaarheid; − monitoren van de beheersing en (bij)sturing van de beleidsdoelstellingen door: o inhoudelijke beheersing door bewaking van de prestatie-indicatoren en de doelstellingen uit het in december 2024 vastgestelde regionaal beleidsplan 2025-2028; o financiële beheersing door monitoring van de planning en control cyclus met aandacht voor efficiency in verband met het ravijnjaar voor de gemeenten; o personele beheersing door het nemen van uitvoeringsbesluiten over de formatie en door monitoring van het personeelsbestand. − blijvend sturen op de ontwikkeling van de organisatie, waardoor VNOG zich continu aanpast aan veranderende omstandigheden; − afstemmen van verwachtingen tussen de medewerkers, posten, het MT en het bestuur, door: o zichtbaarheid van de directeur en het management; o tijdig informeren over ontwikkelingen; o een transparant besluitvormingsproces; o overzichten en dashboards die in één oogopslag inzicht geven; o ondersteuning van voorzitter NIPV en plv. voorzitter Veiligheidsberaad, dhr. Heerts; o te investeren in relatiebeheer, door o.a.
extra te investeren in het (inhoudelijk) goed informeren van de raden en de samenwerking met de raden verder te bevorderen; − bouwen en behouden van sterke relaties met de multidisciplinaire partners, buurregio’s en internationale samenwerkingsverbanden van de veiligheidsregio. Hierbij is speciale aandacht voor: o samenwerking op Oost-5 niveau, samenwerking met de GGD NOG, het NIPV, de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), met Duitse buurregio’s en in de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV). o Gezien het risicoprofiel van VNOG springt het thema natuurbrandbeheersing en -bestrijding nadrukkelijk in het oog. Hierbij wil VNOG samen met andere veiligheidsregio’s (o.a. in Oost-5) en nationaal (met het NIPV) kennis en vaardigheden verder uitbouwen en zaken samen oppakken. Pagina 24 van 74
Het monitoren van de voortgang van de beleidsdoelstellingen uit het regionaal beleidsplan 2025-2028, binnen de daarvoor gestelde kaders. stimuleren van innovatie; Nieuwe risico’s en de snel veranderende werkelijkheid stellen andere eisen aan VNOG en vragen om flexibiliteit, veerkracht, nieuwe (advies) vaardigheden en innovatieve oplossingen. Er valt hierbij te denken aan de klimaatverandering, energietransitie, digitale veiligheid, nieuwe vereisten uit de Omgevingswet. VNOG bereidt haar medewerkers hierop voor door training en opleiding. En door nieuwe samenwerkingen te zoeken, zoals met het landelijke NIPV, andere veiligheidsregio’s (zeker die in Oost-5), gemeenten, private partijen. Hierbij worden innovatieve ideeën uitgewerkt, uitgetest en toegepast, zie bij de diverse programma’s in dit hoofdstuk 3 en paragraaf 5.5.
voert regie op het thema ‘weerbare samenleving’ en inventariseert hierbij hoe de VNOG-medewerkers en -organisatie zo toekomstbestendig, wendbaar en weerbaar mogelijk kunnen worden gemaakt; uitvoeren van externe visitaties en het begeleiden van de verdiepende visitatie bij de VNOG; ondersteuning bieden bij en rapporteren op hoofdlijnen over de uitkomsten van de verbijzonderde interne controle aan de directie en het bestuur; stimuleren van het opzetten van het wettelijk vereiste kwaliteitszorgsysteem inclusief heldere bedrijfsprocessen waarbij continue aandacht is voor de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze processen, waarbij specifiek ook aandacht is voor beveiliging tegen onrechtmatig handelingen zowel van buitenaf als intern. o
−
− − − −
Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart worden twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van de VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen. Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
Bestuur
Directie overig
Control
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten Mutaties reserves 5.0 Directie en control
Realisatie 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
112.486 780.616 -668.130
618.700 -618.700
618.700 -618.700
618.700 -618.700
618.700 -618.700
618.700 -618.700
17.965 -17.965 150.861 367.910 -217.049
40.000 -40.000 2.000 114.000 -112.000
20.000 -20.000 2.000 139.000 -137.000
40.000 -40.000 2.000 224.000 -222.000
20.000 -20.000 2.000 389.000 -387.000
20.000 -20.000 2.000 389.000 -387.000
121.100 -121.100
75.000 -75.000
75.000 -75.000
75.000 -75.000
75.000 -75.000
75.000 -75.000
-1.024.244
-845.700
-850.700
-955.700
-1.100.700
-1.100.700
-1.024.244
-845.700
-850.700
-955.700
-1.100.700
-1.100.700
Baten Lasten Saldo
Saldo reserves Resultaat
Pagina 25 van 74
Programma:
6. Bedrijfsvoering
Programmahouder:
dhr. J. Joon
Welke Opgaven voert Bedrijfsvoering primair uit? 3. Sterke informatiepositie 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers De afdeling Bedrijfsvoering (BV) ondersteunt bestuur, management en medewerkers, met informatieveiligheid als randvoorwaarde. BV bevordert transparantie en een rechtmatige bedrijfsvoering en zorgt voor goed uitgeruste werkplekken en kazernes. Effectieve communicatie wordt ondersteund met moderne hulpmiddelen. Medewerkersmotivatie is cruciaal, dus er wordt geïnvesteerd in training en ontwikkeling, en fysieke en mentale fitheid. Taken omvatten beleids- en juridisch advies, administratie, secretariaat, communicatie, financiën, inkoop, verzekeringen, vastgoed, projecten, HRM, ARBO, informatisering, archief en privacy & security. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 3. Sterke informatiepositie a. Een goede informatiepositie van alle belanghebbenden (intern, bestuur, samenleving). De informatievoorziening is betrouwbaar, weerbaar en ‘bij de tijd’ ingericht. 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers a. Een solide financiële positie en een rechtmatige en transparante financiële huishouding. b. Optimale facilitering op gebied van huisvesting, services en projecten. c. Onze medewerkers richting, ruimte en vertrouwen geven om zich te ontwikkelen en resultaten te behalen, die burgers, bestuur en partners van VNOG vragen.