Bijlage 2 voorlopige jaarstukken VNOG 2025
Tekst van het document
voorlopige
Jaarstukken 2025
26 maart 2026
Inhoudsopgave Voorwoord 1. Inleiding 2. Het resultaat 2025
3 4 6
I. Jaarverslag 3. Programmaverantwoording Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing Programma 2. Brandweerzorg Programma 3. GHOR Programma 4. Meldkamer Oost Nederland Programma 5. Directie, Control en Staf Programma 6. Bedrijfsvoering Programma 7. Algemene Dekkingsmiddelen Programma 8. Brandweerkazernes in eigendom, etc. 4. Paragrafen 4.1. Weerstandsvermogen en risicomanagement 4.2. Onderhoud kapitaalgoederen 4.3. Financiering 4.4. Crisesparagraaf 4.5. Voortgang besteding extra BDuR-middelen 4.6. Bedrijfsvoering 4.7. Verbonden partijen 4.8. Openbaarheidsparagraaf 4.9. Toekomstparagraaf
9
25
II. Jaarrekening 5. Balans per 31 december 2025 6. Overzicht van baten en lasten 6.1. Verklaring resultaat 2025 op hoofdlijnen 6.2. Specificatie per programma 7. Waarderingsgrondslagen 8. Toelichting op de balans 9. Single Information Single Audit (SISA) 2025 10. Wet Normering Topinkomens (WNT) 11. Rechtmatigheidsverantwoording 12. Overzicht taakvelden en beleidsindicatoren 13. Overzicht af te sluiten en over te hevelen kredieten
52 54 70 73 83 84 86 87 88
III. Overige gegevens 14. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
91
Bijlagen – niet behorende tot de gecontroleerde jaarrekening Bijlage 1. Kerngegevens Bijlage 2. Stand acties speerpunten regionaal beleidsplan 2025-2028 Bijlage 3. Prestatiekaart 2025
92
Pagina 2 van 98
Voorwoord Voor u liggen de Jaarstukken 2025 van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Ook dit jaar werd onze regio geconfronteerd met een dynamische en onzekere wereld. Dreigingen op het gebied van klimaat, cyberveiligheid, maatschappelijke onrust, hybride oorlogvoering en aanhoudende spanningen vragen om voortdurende aanpassingen in onze aanpak. Dit jaar is de implementatie van het regionaal beleidsplan 2025–2028 gestart. Na goede afstemming met de raden en hulpverleningspartners hebben we een duidelijke koers uitgezet: prioriteit voor informatiegestuurd werken, intensieve samenwerking (nationaal en internationaal) en een versterking van onze primaire taken. Het thema ‘weerbaarheid’ is in het regionaal beleidsplan benoemd als trend en heeft dit jaar, door alle ontwikkelingen, extra veel aandacht gevergd en is verder doorontwikkeld. Er is een programmaplan Weerbaarheid vastgesteld, er zijn bestuursafspraken tussen de gemeenten gemaakt en de pilot noodsteunpunten is gestart. VNOG heeft ook verder gewerkt aan haar eigen (bedrijfs)continuïteit, weerbaarheid en informatieveiligheid. Deze stappen zijn niet alleen nodig vanwege de dreigingen, maar ook omdat VNOG medio 2025 door het Rijk vitaal is verklaard voor een aantal processen (brandweer, crisisorganisatie en informatie). Dit brengt verplichtingen met zich mee, maar ook recht op landelijke ondersteuning.
De exacte gevolgen van de vitaal verklaring worden landelijk nader in beeld gebracht en VNOG gaat hier komende tijd verder mee aan de slag. Vanzelfsprekend is samenwerking cruciaal – met gemeenten, de GGD, Defensie, veiligheidsregio’s, Rijkspartners en internationale partners. In 2025 hebben we intensief gewerkt aan gezamenlijke oefeningen en grensoverschrijdende plannen. Onze rol als verbindende crisisorganisatie is verder versterkt en zal in de komende jaren alleen maar belangrijker worden. Mijn dank gaat uit naar alle medewerkers – beroeps en vrijwillig – van meldkamer tot materieelbeheer, van informatiemanagement tot administratie. Iedere schakel heeft bijgedragen aan het verhogen van onze veiligheid. Jullie inzet, dag en nacht, zorgt ervoor dat Noord- en Oost-Gelderland een veilige regio is. Tot slot dank aan de gemeenten voor het getoonde vertrouwen en de ruimte om strategisch te investeren in onze toekomst. De resultaten van 2025 tonen aan dat VNOG goed is gepositioneerd om de opgaven van morgen aan te gaan, maar waakzaamheid blijft steeds geboden om te komen tot de robuuste veiligheidsorganisatie die de samenleving nu nodig heeft. Namens het dagelijks bestuur VNOG, J. Joon portefeuillehouder Middelen
Pagina 3 van 98
1. Inleiding VNOG heeft ook in 2025 weer haar vijf Opgaven uitgevoerd, als antwoord op de vragen die de samenleving aan haar stelt. De Opgaven vormden de basis van de begroting 2025 en zijn ook verankerd in het regionaal beleidsplan 2025-2028. Alle doelstellingen en activiteiten van VNOG zijn aan de Opgaven gerelateerd. VNOG heeft onder andere het volgende gedaan en bereikt: •
•
•
•
•
Opgave 0. Het voorkomen, beperken, bestrijden incidenten, rampen en (langdurige) crises Brandweer, GHOR en Crisisbeheersing zijn altijd in actie gekomen als er een beroep op ons werd gedaan. Er zijn weer stappen gezet in de versterking van de internationale en interregionale samenwerking. De GHOR VNOG heeft als kartrekker de planvorming voor Zorgcontinuïteit, Militaire dreiging en Evacuatie in oost Nederland begeleid. VNOG heeft de opvang van ontheemden uit Oekraïne weer gecoördineerd voor de 22 gemeenten. Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust VNOG heeft een bijdrage geleverd aan de voorbereiding en organisatie van de viering van een veilige Koningsdag in Doetinchem. Er is gewerkt aan de versnelde gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing vanuit de interregionale werkorganisatie. Volgens de ontwikkelagenda is gewerkt aan een expertisecentrum ‘gedrag en veilige leefomgeving 2025-2028’ Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig Naast de uitvoering van de reguliere oefeningen, trainingen en opleidingen is de doorontwikkeling van Bevolkingszorg geïmplementeerd. In januari zijn de expertteams Bevolkingszorg volledig van start gegaan. Deze worden begeleid door VNOG. De nieuwe landelijke Elektronische Leeromgeving (ELO) is geïmplementeerd voor de brandweeropleiding, waardoor makkelijker en beter geleerd kan worden. Opgave 3.
Sterke informatiepositie VNOG heeft een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het Informatiegestuurde Veiligheidsbeeld Oost-5 ten behoeve van KCR-2 (Knooppunt Rijk-Regio’s). VNOG heeft ervoor gezorgd dat de risico’s en dreigingen in een dynamisch risicoprofiel continu gemonitord en beschikbaar gesteld werden aan de operationele organisatie (inclusief de netwerkpartners). Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) VNOG heeft geïnvesteerd in leiderschapsontwikkeling, zo zijn er assessments voor nieuwe leidinggevenden uitgevoerd en teamprofielen opgesteld. De aanstellingsdagen voor vrijwilligers zijn ingericht en het indiensttredingsproces is gedigitaliseerd. Als opvolger van het afgeronde organisatie-ontwikkelprogramma is een nieuw programma opgestart (VNOGinBeweging!) voor o.a. duurzame inzetbaarheid. Er zijn ook weer stappen gezet voor de nieuwe één-post voor Apeldoorn (Veiligheidscentrum/Brandweerkazerne, tevens kantoorlocatie voor VNOG) en voor het thema “duurzaamheid”.
Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven en een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken. Op het gebied van de bedrijfsvoering is in 2025 actie ondernomen. De accountant had geconstateerd dat de bedrijfsvoering, in ons streven naar doelmatigheid en soberheid, op onderdelen de afgelopen jaren té sober geworden is. Er is onder andere gestart met het moderniseren en versterken van de financiële en personele administratie. Vanwege het thema Weerbaarheid is in nauw overleg met de gemeenten in 2025 een Programmaplan Weerbaarheid tot stand gekomen en partners hebben bestuursafspraken gemaakt. Binnen VNOG is een Stuurgroep Weerbaarheid met thematafels opgestart. De invulling van de landelijke pilot ‘noodsteunpunten’ is eind 2025 uitgewerkt en opgestart. Pagina 4 van 98
Medio 2025 is VNOG door het Rijk vitaal verklaard voor een aantal processen (brandweerzorg, crisisorganisatie en informatievoorziening). VNOG moet deze processen kunnen garanderen. Vanuit het thema Weerbaarheid èn vanwege deze vitaalverklaring, heeft VNOG gewerkt aan het versterken van de eigen bedrijfscontinuïteit (o.a. actueel houden Bedrijfscontinuïteitsplan, uitvoeren continuïteitsoefening). Tenslotte heeft VNOG in 2025 een incidentele oplossing gevonden voor de 10% korting op de Rijksbijdrage BDuR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) die per 2026 van kracht wordt. De jaarschijven 2025 en 2026 van de extra-BDuR zijn bevroren. In het jaar 2025 kon de jaarschijf 2025 van de extra-BDuR nog wel incidenteel worden ingezet. Een structurele oplossing per 2027 is ook binnen de begroting gevonden en opgenomen in de Kadernota 2027. 1.1. Uitkomsten 2025 - financieel Het resultaat van ca. € 1,34 miljoen komt voort uit diverse oorzaken. Door omstandigheden konden niet alle plannen uit de begroting (helemaal) uitgevoerd worden. De personele lasten zijn niet volledig besteed (+519k), het vrijwilligersbudget moest over 2025 wel volledig ingezet worden (-113k). Binnen de exploitatiekosten zijn een aantal posten incidenteel meegevallen (+237k) en hoefde ook de post Onvoorzien niet volledig te worden aangesproken (+264k).
Daarnaast is er een positief renteresultaat gerealiseerd (+435k): we hebben zowel minder rente op onze leningen betaald dan we (in het najaar van 2023 bij het opstellen van de kadernota) hadden voorzien, als meer rente op onze reserves ontvangen. Dit alles leidt tot ca. € 1,34 miljoen saldo (minder uitgaven dan begroot). Dit is 1,7% van de totale begroting. Het verwachte resultaat is in lijn met de prognose in de Halfjaarrapportage 2025. De prognose was toen € 1,37 miljoen. Voor de bestemming van het resultaat van de jaarrekening volgt een afzonderlijk voorstel aan het algemeen bestuur. 1.2. Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een samenvattend overzicht van het resultaat 2025. De nadere onderbouwing van het resultaat, alsook de bereikte doelstellingen ten opzichte van de begroting 2025 vindt u terug in hoofdstuk 3. Daar wordt per programma ingegaan op de bereikte doelstellingen en met welk resultaat het programma is afgesloten. Daarna volgen de verplichte paragrafen in hoofdstuk 4. Het tweede deel van de jaarstukken bevat de jaarrekening 2025. Dit deel is vooral financieel van aard.
Pagina 5 van 98
2. Het resultaat 2025 Het financieel technisch resultaat bedraagt + € 1.342.000. Dit is 1,7% van de begrote lasten ad € 79.167.000 (exclusief toevoegingen aan de reserves). In de programmaverantwoording vanaf hoofdstuk 3 worden de resultaten van de diverse programma’s (inclusief toevoegingen aan de reserves) beschreven. Een voorstel tot bestemming van het resultaat wordt, zoals gebruikelijk in een afzonderlijk voorstel, voorgelegd aan het algemeen bestuur. Het resultaat wordt nader toegelicht bij de betreffende programma’s (in hoofdstuk 3 op hoofdlijnen inhoudelijk; hoofdstuk 6 bevat een verschillenanalyse). In navolgende tabel staan de jaarresultaten over 2023, 2024 en 2025 met een verklaring op hoofdlijnen: Verklaring resultaat op hoofdlijnen
2023
2024
2025
Verschil
Verschil
Verschil
Personeel
1.105.000
-74.000
519.000
Vrijwilligers
338.000
454.000
-113.000
Exploitatie
980.000
1.023.000
237.000
Onvoorzien
0
0
264.000
Kapitaallasten
0
0
0
Renteresultaat
409.000
390.000
435.000
2.832.000
1.793.000
1.342.000
Totaal
In onderstaande tabel worden de begroting 2025 en de realisatie 2025 met elkaar vergeleken: Verklaring resultaat op hoofdlijnen
2025
Personeel
Begroting na wijziging 33.823.000
Vrijwilligers Exploitatie
2025
2025
Realisatie
Resultaat
33.304.000
519.000
9.340.000
9.453.000
-113.000
30.011.000
29.774.000
237.000
Onvoorzien
264.000
-
264.000
Kapitaallasten
5.729.000
5.729.000
-
-435.000
435.000
77.825.000
1.342.000
Renteresultaat Totaal
79.167.000
Personeel Het budget voor personeel (circa 34,0 mln inclusief MKON-MKBM) is in 2025 vrijwel volledig besteed. Dit betreft de kosten voor salarissen & sociale lasten, overige personeelskosten, inhuur en detachering. Binnen de begroting van VNOG is vrijwel geen structureel budget voor inhuur opgenomen. Tijdelijke overbrugging als gevolg van verzuim en vacatures en tijdelijke invulling van specialistische functies voor projecten dient hierdoor grotendeels gefinancierd te worden uit het beschikbare budget voor salarissen en sociale lasten en daarnaast uit onttrekkingen aan reserves of voorzieningen. Gezien de huidige situatie op de arbeidsmarkt wordt verwacht dat deze situatie niet op korte termijn verandert. Vrijwilligers Het vrijwilligersbudget is in eerste instantie met € 218.000 overschreden. Omdat deze overschrijding voor een deel wordt veroorzaakt doordat er meer inzetten waren dan begroot, is er voor €
Pagina 6 van 98
105.000 onttrokken aan de egalisatiereserve die VNOG voor dit doel heeft. Hierdoor komt de uiteindelijke overschrijding uit op € 113.000. Exploitatie Op het exploitatiebudget (circa 30,0 mln) worden binnen een aantal programma’s kleine incidentele voordelen behaald voor een totaalbedrag van € 237.000. Hierbij is veelal sprake van logische jaarlijkse schommelingen. Kapitaallasten Het resultaat op kapitaallasten wordt, conform vastgesteld beleid, toegevoegd aan de egalisatiereserve afschrijvingen waardoor het saldo hierop neutraal is. Rente VNOG betaalt rente over haar langlopende leningen. Deze kosten worden toegerekend aan de vaste activa en de programma’s waar deze betrekking op hebben. VNOG ontvangt echter ook rente op haar uitzettingen in de Rijks schatkist. Deze renteopbrengst is momenteel hoger dan vooraf geraamd. Vergelijking met Halfjaarrapportage 2025 In de Halfjaarrapportage 2025 (opgemaakt in augustus 2025) werd een positief resultaat van € 1.370.000 voorspeld. Het resultaat van deze jaarrekening is € 1.342.000, een verschil van € 28.000.
Pagina 7 van 98
I. Jaarverslag
Pagina 8 van 98
3. Programmaverantwoording Dit hoofdstuk bevat een nadere onderbouwing van het resultaat en de bereikte doelstellingen ten opzichte van de programmabegroting 2025. Per programma wordt ingegaan op de bereikte doelstellingen en wordt aangegeven met welk resultaat het programma is afgesloten.
3.1. Programma:
1. Risico- en Crisisbeheersing
Programmahouder:
J. Joon (plv.)
Welke Opgaven voert Risico- en Crisisbeheersing primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 1. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises a. In samenwerking met partners is gewerkt aan het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises door informatiegestuurd en risicogericht te werken. Bij incidenten, etc. heeft VNOG flexibel en slagvaardig opgetreden. b. De afdeling heeft, n.a.v. landelijke afspraken, samen met andere afdelingen en buurregio’s gewerkt aan de versterking van crisisbeheersing, versterking van informatievoorziening en versterking samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven zijn bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDUR. Zie hiervoor de separate paragraaf hierover. 1. a.
Zelfredzaam en risicobewust Het risicobewustzijn van de inwoners, bedrijven/instellingen en crisispartners in de regio is vergroot, door gerichte campagnes, risicogerichte advisering en voorlichting ter bevordering van zelfredzaamheid.
2. a.
Vakbekwaam en deskundig VNOG is als netwerkpartner beter toegerust om integrale veiligheidsadvisering te verlenen aan de gemeenten en andere partners, zodat zij vroegtijdig ondersteund worden bij ontwikkelingen in het fysieke domein. Deelnemers aan de multidisciplinaire crisisorganisatie zijn adequaat opgeleid, getraind, geoefend en leren van incidenten die zich voordoen.
b. 3. a. b.
Sterke informatiepositie Risico's en potentiële veiligheidswinst zijn geïdentificeerd/geduid, m.b.v. verzamelde, gekoppelde en geanalyseerde gegevens. Dit is de basis voor risicogerichte advisering. VNOG acteert zowel in de voorbereiding op als gedurende inzetten op basis van een actueel informatiebeeld en scenario’s.
Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden. RCB heeft: • uitvoering gegeven aan het regionaal crisisplan, beleidsplan en regionaal risicoprofiel; • een breed regionaal platform gefaciliteerd en geregisseerd waar kennis vanuit de samenleving op specifieke terreinen wordt samengebracht en waar crisispartners bijeenkomen ter bevordering van weerbaarheid en veerkracht in de samenleving; Pagina 9 van 98
• • • •
de afsprakenlijsten bij de convenanten beheerd en de verbinding met het netwerk aan crisispartners onderhouden; bijgedragen aan de regionale coördinatie van de opvang van ontheemden uit Oekraïne in VNOG voor 22 gemeenten; de VNOG gemeenten ondersteund in hun verantwoordelijkheid bij crisistaken op het gebied van bevolkingszorg en crisiscommunicatie in het kader van ongevallen, rampen of crisis; gewerkt, n.a.v. landelijke afspraken, aan de versterking van crisisbeheersing, versterking van informatievoorziening en versterking samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven worden bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDUR. Zie hiervoor de separate paragraaf hierover.
1. Zelfredzaam en risicobewust. RCB heeft: • de veerkracht en weerbaarheid van de bevolking versterkt, door middel van bijvoorbeeld de campagne Denk Vooruit en het treffen van voorbereidingen van de landelijke pilot Noodsteunpunten. • een bijdrage geleverd aan de organisatie van de viering van een veilige Koningsdag 2025; • gewerkt aan de versnelde gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing vanuit de interregionale werkorganisatie (projectfase); • gewerkt volgens een ontwikkelagenda aan een expertisecentrum ‘gedrag en veilige leefomgeving 2025-2028’; • de risicoperceptie van inwoners onderzocht op de thema’s uit het regionaal risicoprofiel; • risico- en doelgroepen geanalyseerd en (publieks)campagnes ontwikkeld en regionaal uitgerold op basis van gedragsstrategieën, waaronder Denk Vooruit, Ik Laad Accuraat en Voorkomen van Vuur is Jouw Natuur; • het netwerk rondom gedrag en veiligheid verstevigd en kansen benut om meer partners aan te laten haken in campagnes (zoals bij de campagnes); • risicogericht aan gemeenten en partners geadviseerd aan de hand van het in 2025 vastgestelde dienstverleningsconcept; • een bijdrage geleverd aan het risicobewustzijn van stakeholders in de natuurlijke omgeving. Bijvoorbeeld vanuit de Gebiedsgerichte Aanpak; • samengewerkt met start-ups op basis van co-creatie.
Voorbereidingen voor een construct en landelijk platform voor samenwerking veiligheidsregio – start-ups zijn gestart. 2. Vakbekwaam en deskundig. RCB heeft: • de samenwerking in Oost-Nederland, met het Rijk en met Duitsland op het gebied van onder andere onze gezamenlijke informatiepositie en vakbekwaamheid versterkt; • de mogelijkheden voor netwerkregie en platformfunctie VNOG verkend;. • aan de hand van het ‘uitvoeringplan risicogericht werken’ kennis en vaardigheden van de adviseurs versterkt; • de thema’s klimaatadaptatie en veilige energietransitie geborgd in de organisatie, verdieping vindt plaats via integrale werkgroepen; • de doorontwikkeling van Bevolkingszorg geïmplementeerd; In januari zijn de expertteams Bevolkingszorg volledig van start gegaan. Deze worden begeleid door het bureau Bevolkingszorg inclusief alle randvoorwaardelijke processen (o.a. alarmering, systemen en evaluatie). • verder gewerkt aan de doorontwikkeling naar een moderne MOTO-organisatie; • regionale poules voor operationele informatievoorziening (informatiemanagers, beleidsondersteuners, loggers, plotters en andere ontkleurde functionarissen) onderhouden en gefaciliteerd.
Pagina 10 van 98
3. Sterke informatiepositie. RCB heeft: • verder gewerkt aan een duurzame toepassing van de digitwin als onderdeel van het informatiegestuurd werken ter ondersteuning van de informatiebehoefte van adviseurs; • de Risico Analyse Monitor – Kenmerkenschema (RAM) met andere regio’s doorontwikkeld; • een toekomstbestendig afwegingskader ontwikkeld voor operationele informatiekaarten en hiervoor een beheerproces ingericht; • een bijdrage geleverd aan de inrichting van het nieuwe zaaksysteem waarmee in 2026 de aansluiting op het DSO geborgd blijft en brandveiligheidsinformatie over objecten makkelijker beschikbaar wordt voor andere processen. • gegevens verzameld, gekoppeld, geanalyseerd en gebruikt t.b.v.
het regionaal risicoprofiel en gewerkt aan (en met) een dynamisch en actueel risicobeeld (Veiligheidsinformatie Knooppunt, VIK); • een bijdrage geleverd in de ontwikkeling van het Informatiegestuurde Veiligheidsbeeld Oost5 ten behoeve van KCR-2 (Knooppunt Rijk-Regio’s); • het scenariodenken toegepast vanuit het scenarioteam, in lijn met een daartoe ontworpen methodiek, bij (dreigende) crisis/crises; • gezorgd dat de risico’s en dreigingen in een dynamisch risicoprofiel continu gemonitord en beschikbaar gesteld worden aan de operationele organisatie (inclusief de netwerkpartners); • de crisisruimten onderhouden, zich voorbereid op de aanstaande verhuizing van de crisisruimten, en technische hulpmiddelen tijdig vervangen om aan te blijven sluiten bij interregionale en nationale standaarden en het informatiegestuurd werken; • bijgedragen aan de tijdelijke afdeling overstijgende werkorganisatie, onder de naam ‘Proeftuin Informatiegestuurd werken’ ter bevordering van het informatiegestuurd werken. Wat heeft het gekost? Programma
L/B
1.0 Risico- en crisisbeheersing
Baten
-
Begroting na wijziging 2025 1.092.295
1.702.068
609.773
Lasten
9.767.560
11.103.735
11.300.433
196.698
-9.767.560
-10.011.440
-9.598.365
Totaal saldo baten en lasten
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil 2025
413.075 voordeel
Mutaties reserves 1.0 Risico- en crisisbeheersing Saldo reserves
Onttrekkingen
-
305.155
348.538
-43.383
Toevoegingen
-
292.095
614.081
-321.986
-
13.060
-265.543
-278.603
-9.767.560
-9.998.380
-9.863.908
134.472
nadeel Resultaat
voordeel
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 11 van 98
3.2. Programma:
2. Brandweerzorg
Programmahouder:
M. Boumans
Welke Opgaven voert Brandweerzorg primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? Voor de Opgaven 0, 2 en 3 heeft afdeling Brandweerzorg: • nieuwe blusvoertuigen op diverse posten in gebruik genomen; • nieuwe brandweervaartuigen in gebruik genomen; • goede prestaties voor natuurbrandbestrijding binnen en buiten VNOG behaald; • de internationale samenwerking verder versterkt; • de pilot dagdienstregeling Zutphen en Doetinchem met een jaar verlengd; • de nieuwe landelijke Elektronische Leeromgeving (ELO) geïmplementeerd voor de brandweeropleiding waardoor makkelijker en beter geleerd kan worden; • het aanstellingsproces voor nieuwe brandweervrijwilligers eenvoudiger gemaakt; • nieuwe brandweervrijwilligers zich betrokken laten voelen bij onze organisatie; • een inhaalslag gemaakt om meer brandweerchauffeurs op te leiden; • het ontwikkeltraject voor postcommandanten gestart; • ervoor gezorgd dat we beter zijn voorbereid op situaties met extreem weer; • het onderzoek naar het robuuster inrichten van de piketten voor de operationele leiding afgerond; • de pilot met bodycams samen met de gebruikers afgerond en geëvalueerd. Het gebruik van bodycams zal niet in deze vorm worden voortgezet.
Wat hebben we ervoor gedaan? Afdeling Brandweerzorg heeft: • een opleidingsprogramma voor de nieuwe 4x2-blusvoertuigen en de 4x4-combi voertuigen ontwikkeld en uitgevoerd; • een start gemaakt met de aanschaf van elektrische dienstvoertuigen en met de aanbesteding van communicatieapparatuur in samenwerking met de vijf oostelijke veiligheidsregio’s; • natuurbrandbestrijdingsoefeningen meer realistisch gemaakt; • een onderzoek gestart naar welke brandweervoertuigen aan beide zijden van de grens aanvullend zijn in de dekkingsplannen; • een onderzoek gestart naar één dagdienstregeling voor de gehele VNOG (Apeldoorn, Zutphen, Doetinchem); • een nieuwe softwaresysteem geïmplementeerd voor decentrale uitgifte van meldingen; • een nieuw systeem aangeschaft voor operationele informatie, inclusief hardware; • korpsavonden en postcommandanten-overleggen gehouden (boeien en (ver)binden); • aanstellingsdagen georganiseerd voor nieuwe vrijwilligers; • introductiebijeenkomsten voor nieuwe aspiranten georganiseerd; • de toetsen voor de manschap-opleiding op het eigen vakbekwaamheidsplein georganiseerd; • de intranetsite “Brandpunt” voor vrijwilligers verder verbeterd en doorontwikkeld; • een jaarprogramma 2026 gemaakt voor vakbekwaamheid; • een opleidingskalender opgesteld; • nieuwe en innovatieve materialen gekocht die nodig zijn om vakbekwaam te blijven; Pagina 12 van 98
• • • •
een grote bijdrage geleverd aan het landelijk project “Aantoonbare vakbekwaamheid” en de herziening van onderwijsstelsels veiligheidsregio’s; de postcommandanten betrokken bij hun aanstaande ontwikkeltraject; het actiecentrum versterkt door werving en opleiding van nieuwe medewerkers; het onderzoek naar het robuuster inrichting van de piketten voor de operationele leiding, samen met de andere afdelingen binnen VNOG, opgepakt in het herzien van de Regeling Operationele Functies (ROF).
Wat heeft het gekost? Begroting na wijziging 2025
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil 2025
Programma
L/B
2.0 Brandweerzorg
Baten
14.000
84.000
609.250
525.250
Lasten
33.974.205
33.554.285
33.516.053
-38.232
-33.960.205
-33.470.285
-32.906.803
Totaal saldo baten en lasten
563.482 voordeel
Mutaties reserves 2.0 Brandweerzorg
Onttrekkingen Toevoegingen
Saldo reserves
515.000
859.980
687.726
172.254
-
351.875
743.103
-391.228
515.000
508.105
-55.377
-563.482 nadeel
Resultaat
-33.445.205
-32.962.180
-32.962.180
-
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 13 van 98
3.3. Programma:
3. Geneeskundige Hulpverlenings-Organisatie in de Regio (GHOR)
Programmahouder:
W. Jaeger
Welke Opgaven voert de GHOR primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises. De GHOR heeft: • continuïteitsplan GHOR opgesteld in samenhang met bedrijfscontinuïteitsplan VNOG; • geïnvesteerd in bestuurlijke advisering zowel intern, bij ketenpartners als integraal VNOG breed, om daarmee de GHOR-thema's steviger te borgen; • landelijk en regionaal geadviseerd bij verschillende ontwikkelingen op gebied van wet- en regelgeving (o.a de herijking 1e tranche Wet veiligheidsregio's, start bij 2e tranche); • als kartrekker planvorming voor Zorgcontinuïteit, militaire dreiging en evacuatie op Oost 3-5 niveau (3 netwerkbureaus ROAZ'en en 5 GHOR'en) begeleid. 1. Zelfredzaam en risicobewust. De GHOR heeft: • landelijk kennis gedeeld over ontstaan en bestaan van de GHOR en risicobewustzijn aangewakkerd m.b.t. huidige en toekomstige risico’s bij ketenpartners; • geïnvesteerd in de samenwerking op GHOR Oost-5 niveau en de samenwerking tussen de 3 ROAZ'en i.v.m. de ROAZ-regiogrenzen die dwars door onze regio lopen; • monodisciplinaire planvorming ontwikkeld voor het GHOR-bureau m.b.t. incidenttypes uit het regionale risicoprofiel. 2. Vakbekwaam en deskundig .
De GHOR heeft: • eerste stappen gezet richting een meer flexibele en adaptieve crisisorganisatie; • inzicht verkregen op de huidige kwaliteit van samenwerking en knelpunten binnen de GHOR crisisorganisatie, wat heeft geleid tot gerichte verbeteracties; • de prestaties van de crisisorganisatie van de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) gemonitord en deskundigheid van de centralisten bevorderd; • nieuwe en verbeterde werkafspraken met de acute zorgpartners MKA en RAV gemaakt. De werkafspraken met de GGD volgen in 2026; • operationele inzetten en oefeningen structureel gemonitord en geëvalueerd, waarbij geïdentificeerde verbeterpunten systematisch zijn geanalyseerd en opgevolgd; • de samenwerking met keten- en kolompartners, evenals met regionale, bovenregionale en landelijke structuren ten aanzien van de crisisorganisatie, verder geïntensiveerd. 3. Sterke informatiepositie. De GHOR heeft: • het dashboard voor GHOR managementinformatie opgeleverd voor inzicht in de operationele inzetten van de GHOR crisisorganisatie; • het project Witte Informatiebron Oost-5 geïntegreerd in de reguliere samenwerking Oost-5; • de beveiligde inlog van LCMS bij onze ketenpartners geïmplementeerd; • een roosterprogramma geïmplementeerd om alle GHOR-crisisfunctionarissen te faciliteren in eenduidige planning en structuur voor de piketroosters.
Pagina 14 van 98
Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises. De GHOR heeft: • ruim 800 inzetten OVDG-en uitgevoerd, om de geneeskundige zorg te coördineren en om de verbinding tussen de acute zorg en de andere hulpdiensten op het plaats incident te versterken; • bij alle GRIP-incidenten de GHOR-crisisorganisatie ingezet; • ruim 500 evenementenadviezen gegeven en ruim 40 adviezen omgevingsveiligheid; • ruim 70 adviesgesprekken gevoerd met zorgpartners; • geparticipeerd aan ROAZ-overleggen op strategisch, tactisch en operationeel niveau; • geadviseerd bij ruim 50 landelijke en regionale bestuurlijke overleggen in veiligheidsregio en zorgdomein; • deelgenomen aan de Stuurgroep Weerbaarheid, de thematafel GHOR gestart en deelgenomen aan de thematafel Noodsteunpunten. Door deelname aan en aanjagen van het thema binnen het zorgnetwerk (o.a. in de ROAZ'en, maar ook in de separate overleggen met zorgpartners) wordt weerbaarheid van de zorgsector bevorderd. 1. Zelfredzaam en risicobewust. De GHOR heeft: • op Oost 5 niveau, in het kader van het 25 jarig bestaan van de GHOR, een tweetal grote themabijeenkomst georganiseerd voor de zorgpartners in deze regio's; • planvorming rondom zorgcontinuïteit zoveel mogelijk in samenwerking gemaakt t.b.v. uniformiteit (bijv.
het regionale zorgcontinuïteitsplan); • maatregelen getroffen om uitval van kritieke processen zoveel mogelijk te beperken op basis van de geïdentificeerde risico’s. Hiermee gestart in 2025. Wordt verder opgepakt in 2026. 2. Vakbekwaam en deskundig. De GHOR heeft: • oefenactiviteiten georganiseerd voor de GHOR-crisisfunctionarissen en voor zorgorganisaties, daarnaast verschillende themabijeenkomsten voor de zorgsector; • inzetbaarheid verbeterd door aanpassingen van de beschikbaarheid van dienstvoertuigen en invoering roostersysteem; • een nul-meting uitgevoerd op de samenwerking binnen de monodisciplinaire crisisteams; • samenwerkings- en werkafspraken gemaakt met de Meldkamer Ambulancezorg (MKA); • operationele afstemming gehad met acute zorgpartners door het vaststellen van nieuwe en aangescherpte werkafspraken; • casussen (inzetten) vanuit de crisisorganisatie ingebracht en oefeningen vanuit OTO ingebracht in het structurele overleg 'Leren & Ontwikkelen' van CO&V; • diverse overleggen gefaciliteerd (overleg CB, overleg GGD, Overleg Opgeschaalde zorg RAV, Crisisorganisatie Oost-5, Themagroep Crisisbeheersing en Vakbekwaamheid). 3. Sterke informatiepositie.
De GHOR heeft: • actief aangesloten bij zowel de interne GHOR crisisorganisatie als de externe GHOR ketenpartners om behoefte in kaart te brengen en vraag en aanbod aan elkaar te matchen; • GHOR crisisorganisatie data en inzetformulieren geoptimaliseerd voor integratie in het dashboard GHOR managementinformatie.
Pagina 15 van 98
Wat heeft het gekost? Begroting na wijziging 2025
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil 2025
Programma
L/B
3.0 GHOR
Baten
48.000
48.000
44.172
-3.828
Lasten
2.257.100
2.424.000
2.108.190
-315.810
-2.209.100
-2.376.000
-2.064.018
Totaal saldo baten en lasten
311.982 voordeel
Mutaties reserves 3.0 GHOR Saldo reserves
Onttrekkingen
-
-
-
-
Toevoegingen
-
-
25.106
-25.106
-
-25.106
-25.106 nadeel
Resultaat
-2.209.100
-2.376.000
-2.089.124
286.876 voordeel
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 16 van 98
3.4. Programma:
4. Meldkamer Oost-Nederland – Meldkamer Brandweer / Multi (MKON-MKBM)
Programmahouder:
J.N. Rozendaal
Welke Opgaven voert de MKON MKBM primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? De Meldkamer Oost-Nederland (MKON) bedient Gelderland en Overijssel en is actief sinds maart 2023. Een zelfstandig organisatieonderdeel binnen de MKON is de Meldkamer Brandweer/Multidisciplinaire samenwerking (MKBM). De MKBM valt onder verantwoordelijkheid van de vijf veiligheidsregio’s. Het centrale werkgeverschap voor MKBM is door de vijf regio’s belegd bij VNOG; de medewerkers zijn bij VNOG in dienst en uitgaven verlopen via de VNOG-begroting. Naast het werkgeverschap voert VNOG bepaalde bedrijfsvoeringtaken voor MKBM uit. 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises De wettelijke kerntaak is uitgevoerd: het 24/7 aannemen, verwerken en begeleiden van noodmeldingen, waarbij de keten van melding, alarmering en begeleiding betrouwbaar, snel en gegarandeerd was. 2. Vakbekwaam en deskundig De kennis en vaardigheden van de medewerkers MKBM zijn vergroot. 3. Sterke informatiepositie Er was hoogwaardige informatievoorziening. MKBM heeft een bijdrage geleverd aan het actuele veiligheidsbeeld en heeft ingespeeld op landelijke ontwikkelingen hieromtrent. Wat hebben we ervoor gedaan? 0.
Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises • De centralisten meldkamer hebben alle meldingen voor de vijf veiligheidsregio’s aangenomen, verwerkt, (zo nodig) uitgegeven en afgehandeld. • De MKBM heeft voorzien in een rooster (beheer en bewaking). • De pilot ‘zelfroostering’ is geëvalueerd en verankerd in de roosterafspraken. • De wettelijk bepaalde functie van Calamiteitencoördinator (CaCo) is ingevuld. 2. Vakbekwaam en deskundig Er is voorzien in ondersteunende functies voor opleiden/oefenen, operationele voorbereiding en kwaliteitszorg. De volgende activiteiten zijn onder andere uitgevoerd: • Opstellen / uitvoeren van het oefenbeleid en oefenplan, met extra communicatietrainingen; • Bijdragen aan het leren van incidenten en doen van evaluaties; • Vertalen van de leerpunten uit evaluaties naar procedures en plannen, incl. implementatie. 3. Sterke informatiepositie • De CaCo heeft op de meldkamer de rol van informatiemanager vervuld. • Er is ingezet op doorontwikkeling van de business intelligence, waarmee sturingsinformatie inzichtelijk is geworden voor bedrijfsvoering en de operatie, maar ook de rapportage richting de regio's verbeterd wordt. Pagina 17 van 98
•
Medewerkers hebben niet alleen meldingen aangenomen en eenheden gealarmeerd, maar ook burgers en hulpverleners voorzien van andere relevante informatie.
Overig • Bij de start van de MKON is afgesproken dat er na drie jaar een evaluatie plaatsvindt, voorafgegaan door twee tussenevaluaties. De eerste tussenevaluatie is begin 2025 afgerond. Op basis hiervan is tijdelijk extra personele capaciteit aangetrokken om resterende opstartpunten en toekomstige uitdagingen aan te pakken. De kosten worden gedekt uit bestaande middelen, zonder extra regionale bijdragen. • Er is een start gemaakt met de tweede tussenevaluatie. • De MKON-MKBM heeft meegedacht met regionale ontwikkelingen die impact hebben op de meldkamer, zoals de aanstaande inhuizing van de witte kolom. • In 2025 is gestart met het opstellen van een nieuw convenant tussen alle diensten binnen de MKON en de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS), als geactualiseerde opvolger van de bestaande samenwerkingsafspraken. Dit wordt in 2026 ter goedkeuring aangeboden aan alle besturen. Wat heeft het gekost? Alle kosten van de primaire meldkamerorganisatie MKON-MKBM en de daarvoor benodigde bedrijfsvoering door VNOG worden gedragen door alle vijf de veiligheidsregio’s op basis van een vastgestelde verdeelsleutel. De bijdrage van de veiligheidsregio’s en de kosten verlopen via de VNOG-begroting. De financiële risico’s worden op basis van de gehanteerde verdeelsleutel verdeeld over de deelnemende partijen.
Met VNOG zijn afspraken gemaakt voor de verwerking in de begroting en daarmee voor de verrekening van de (structurele en incidentele) kosten van ondersteunende taken op het gebied van onder andere HRM en Financiën. Programma
L/B
4.0 MON
Baten Lasten Totaal saldo baten en lasten Mutaties reserves 4.0 MON Saldo reserves Resultaat
Onttrekkingen Toevoegingen
Begroting na wijziging 2025
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil 2025
4.151.500 5.515.250 -1.363.750
4.151.500 5.519.150 -1.367.650
4.407.682 5.566.403 -1.158.721
256.182 47.253 208.929 voordeel
-
-
208.929 -208.929
-1.363.750
-1.367.650
-1.367.650
-208.929 -208.929 nadeel -
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 18 van 98
3.5. Programma:
5. Directie en Control
Programmahouder:
A.J.M. Heerts
Welke Opgaven voeren Directie, Control en Staf primair uit? Directie, Control en Staf zijn verantwoordelijk voor alle Opgaven van de VNOG en dragen zorg voor de ondersteuning van bestuur, directie en management. Dit betreft met name strategisch beleidsadvies, controle op het proces van planning en control, kwaliteit van besluitvorming en advisering over interne en externe communicatie. Wat hebben we bereikt? • Het behalen, behouden en monitoren van het dienstverleningsniveau zoals in het regionaal beleidsplan 2025-2028 is beschreven, binnen de daarvoor beschikbaar gestelde middelen. • Het informeren van het bestuur, de directeur en het management over de mate van besturing en beheersing in de organisatie. o Dit is tot uiting gekomen in de schriftelijke voorstellen en informatienota’s, maar eveneens in mondelinge toelichtingen tijdens raads- en bestuursvergaderingen. • Het versterken van de relatie en samenwerking met de gemeenteraden en de colleges en met externe partners, zoals GGD NOG, Defensie, andere veiligheidsregio’s en NIPV. o Er hebben 2 bijeenkomsten plaatsgevonden van de DB’s van GGD NOG en VNOG gezamenlijk. Er heeft 1 bijeenkomst plaatsgevonden van de AB’s van GGD NOG en VNOG gezamenlijk. Onderwerp van gesprek was de gezamenlijke opgave in het kader van weerbaarheid en de bijdragen/samenwerking van beide organisaties hierin.
o Er is veel contact met Defensie i.h.k.v. ontwikkelingen rondom weerbaarheid. • Het verder werken aan een verbeterde (financiële) transparantie door toelichten van ontwikkelingen tijdens genoemde vergaderingen en door (fysieke en digitale) bijeenkomsten te organiseren voor financieel ambtenaren van de gemeenten op een werklocatie van VNOG. Wat hebben we ervoor gedaan? Directie • heeft gestuurd op de ontwikkeling van de organisatie, dat onder meer blijkt uit: o Begeleiding van het traject naar 1-Post Apeldoorn. De aanbesteding van het pand wordt voorbereid en wordt binnenkort uitgezet. o Het vormgeven en vaststellen van het programma VNOGinBeweging! Dit richt zich op het versterken van de toekomstbestendigheid, omgevingsbewustheid en wendbaarheid en weerbaarheid van de organisatie (zie ook paragraaf 4.6). • heeft innovatie gestimuleerd door: o Het uitvoering geven aan een integrale werkorganisatie (Proeftuin) voor de ondersteuning van het informatiegestuurd werken binnen VNOG. De Proeftuin is in 2025 geëvalueerd, hieruit blijkt dat een structurele positie binnen de lijnorganisatie wenselijk is. o Het faciliteren van startups voor het aandragen van innovatieve oplossingen voor vraagstukken bij VNOG. Voorbeelden zijn het ontwikkelen van een virtuele assistent voor de beginnend bevelvoerder en het slim in kaart brengen van brandoorzaken t.b.v. voorlichting.
• heeft verwachtingen tussen medewerkers, posten, het MT en het bestuur afgestemd door: o Het bevorderen van overleg tussen MT en teamleiders; o Een frequent overleg tussen directeur en Ondernemingsraad. In 2025 is tevens een Artikel 24 overleg georganiseerd waarbij de Ondernemingsraad in gesprek gaat met de Voorzitter van VNOG over (toekomstige) ontwikkelingen, waaronder weerbaarheid. Pagina 19 van 98
Ondersteunen van bestuurders bij bestuursvergaderingen; Ondersteunen van bestuurders bij en bezoek brengen aan raadsvergaderingen over uiteenlopende onderwerpen (o.a. weerbaarheid en toelichting op financiën); o Met griffiers uit de regio bijeenkomsten te organiseren voor raadsleden (vormgegeven in de informele raadsadviescommissie); heeft op bestuurlijk niveau geïnvesteerd in de grensoverstijgende samenwerking met Duitsland. Het algemeen bestuur van VNOG is op werkbezoek geweest in Düsseldorf: bij het Ministerium des Innern en de Feuerwehr Düsseldorf. heeft veelvuldig contact met internationale partners (met name Duitsland). Voorbeelden zijn de voorbereiding op hoogwater, en het project ERMWIC: het versterken van de internationale samenwerking o.h.g.v. onder andere rampenbestrijding en crisismanagement. Aan dit project nemen veiligheidsregio’s, twee Duitse Kreise en de Bezirkregierung van Düsseldorf deel. o o
• •
Control In juni 2025 heeft de business controller van VNOG extern een andere functie aanvaard. In afstemming met de portefeuillehouder Middelen is de functie van business controller niet opnieuw ingevuld. In plaats daarvan neemt de teamleider Middelen tijdens de MT-vergaderingen nu de rol van business controller op zich. Wat heeft het gekost? Begroting na wijziging 2025
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil 2025
Programma
L/B
5.0 Directie en control
Baten
-
242.000
253.986
11.986
Lasten
880.300
1.231.900
1.157.157
-74.743
-880.300
-989.900
-903.172
Totaal saldo baten en lasten
86.728 voordeel
Mutaties reserves 5.0 Directie en control Saldo reserves
Onttrekkingen
-
-
-
-
Toevoegingen
-
-
-
-
-
-
-
-
-880.300
-989.900
-903.172
86.728
Resultaat
voordeel
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 20 van 98
3.6. Programma:
6. Bedrijfsvoering
Programmahouder:
J. Joon
Welke Opgaven voert Bedrijfsvoering primair uit? 3. Sterke informatiepositie 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers Wat hebben we bereikt? 3. Sterke informatiepositie • Een goede informatiepositie van alle belanghebbenden (intern, bestuur, samenleving). De informatievoorziening is betrouwbaar, weerbaar en ‘bij de tijd’ ingericht. 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers • Een solide financiële positie en een rechtmatige en transparante financiële huishouding. • Optimale facilitering op gebied van huisvesting, services en projecten. • Onze medewerkers richting, ruimte en vertrouwen gegeven om zich te ontwikkelen en resultaten te behalen, die burgers, bestuur en partners van VNOG vragen. Wat hebben we ervoor gedaan? 3. Sterke informatiepositie. BV heeft: • gezorgd voor implementatie en ondersteuning van informatie gestuurd werken, o.a. via dashboards, business intelligence en het datawarehouse; • gewerkt aan verdere professionalisering van ICT-werkzaamheden en -processen, waaronder invoering ICT-helpdesk, op afstand ondersteunen van laptops, etc.
• gezorgd voor een goede archivering van stukken en gestart met de implementatie van ons nieuwe zaaksysteem en zaakgericht werken; • bijgedragen aan de integraliteit en kwaliteit van beleids- en bestuursvoorstellen en gezorgd voor (juridische) advisering; • een nieuwe klachtenregeling geïmplementeerd; • 24/7 in-/externe communicatie/woordvoering (regulier en crises) gecoördineerd/verzorgd; • content en communicatiemiddelen gemaakt, (door)ontwikkeld, beheerd en bewaakt (o.a. doorontwikkeling website, videos (ook vertaald in het Duits) en de website is officieel getoetst en voldoet aan de wettelijke toegankelijkheidseisen); • gezorgd voor de privacy- en gegevensbescherming en veiligheid van onze systemen. 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers. Een solide financiële positie en control. BV heeft: • gezorgd voor de P&C-cyclus, de financiële-, contracten- en polis-administratie en geadviseerd over financiën, verzekeringen, inkoop/aanbestedingen en het risicomanagement; • periodiek overlegd met de gemeentelijke financieel ambtenaren (het FAO-overleg); • een intern beheersingsplan uitgevoerd (verbijzonderde interne controle); • de Financiële verordening geactualiseerd, n.a.v. nieuwe regelgeving. Optimale facilitering van de organisatie en de medewerkers.
BV heeft: • de kazernes beheerd vanuit de gebruikersrol conform Regeling Demarcatie en periodiek overlegd met gemeentelijke gebouwbeheerders (zie toelichting in 4.6); • gewerkt aan het Klimaatplan 2024-2030 (zie 4.6); • input geleverd aan gemeenten t.a.v. nieuw- en verbouwprojecten van brandweerkazernes en deze trajecten begeleid (zie 4.6); Pagina 21 van 98
• •
in nauwe samenwerking met de gemeente Apeldoorn verder gewerkt aan de nieuwe éénpost van Apeldoorn, tevens Veiligheidscentrum/kantoorlocatie voor VNOG (zie 4.6); voorzien in een Servicedesk voor de gehele organisatie en deze verder ontwikkeld.
Onze mensen richting, ruimte en vertrouwen geven om zich te ontwikkelen. BV heeft: • de personeelszorg en personeelsadministratie uitgevoerd; • geïnvesteerd in leiderschapsontwikkeling; er zijn assessments voor nieuwe leidinggevenden uitgevoerd en teamprofielen van alle leidinggevenden opgesteld; • medewerkers geholpen bij vitaliteit & loopbaan, o.a. vitaliteitsdagen, loopbaancoaching; • het ontwikkelprogramma postcommandanten opgeleverd; • aanstellingsdagen voor vrijwilligers ingericht en indiensttredingsproces gedigitaliseerd; • arbo werkzaamheden gefaciliteerd (zie verder ook toelichting in 4.6); • diverse personele regelingen opgesteld/geactualiseerd, zoals doorlopend sociaal statuut, regeling niet-repressieve vrijwilligers; • nieuw proces voor eed/belofte ingericht en achterstanden ingehaald. Overkoepelend • In het kader van de vitaal-verklaring van VNOG en het thema weerbaarheid, heeft BV gewerkt aan het versterken van de bedrijfscontinuïteit (o.a. actueel houden Bedrijfscontinuïteitsplan, uitvoeren continuïteitsoefening) en deelgenomen aan programma Weerbaarheid. • Mede n.a.v. opmerkingen van de accountant over de té sobere bedrijfsvoering is onder andere gestart met het moderniseren en versterken van de financiële en personele administratie, de implementatie van een applicatie voor de P&C-cyclus en een strategische personeelsplanning opgesteld.
Er is een Bedrijfsvoeringsdag gehouden voor input op een nieuwe BV-visie, die begin 2026 met implementatieplan volgt. Vooruitlopend daarop zijn in de Kadernota 2027 al vervolgstappen opgenomen op basis van de vereisten die op ons afkomen (bijv. i.v.m. informatieveiligheid). Wat heeft het gekost?
Programma
L/B
6.0 Bedrijfsvoering
Baten Lasten
Totaal saldo baten en lasten
Begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
235.000
327.000
Realisatie 2025
Verschil 2025
715.542
388.542
17.083.668
19.292.958
19.705.779
412.821
-16.848.668
-18.965.958
-18.990.237
-24.279 nadeel
Mutaties reserves 6.0 Bedrijfsvoering Saldo reserves
Onttrekkingen
114.000
670.700
541.417
129.283
Toevoegingen
335.150
489.150
541.603
-52.453
-221.150
181.550
-186
-181.736
-17.069.818
-18.784.408
-18.990.423
-206.015
nadeel Resultaat
nadeel
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 22 van 98
3.7. Programma:
7. Algemene dekkingsmiddelen
Programmahouder:
J. Joon
In dit programma zijn de inkomsten verantwoord van de gemeentelijke bijdragen die zijn bepaald bij de vaststelling van de VNOG-begroting 2025 en de rijksbijdrage met betrekking tot de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). De algemene dekkingsmiddelen betreffen middelen die beschikbaar zijn ter dekking van de uitgaven op de andere programma’s. Dit programma kent derhalve niet een op zichzelf staand doel. Wat heeft het gekost? Begroting na wijziging 2025
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil 2025
Programma
L/B
7.0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Baten
68.288.440
69.136.863
69.520.266
383.403
Lasten
5.517.172
2.167.840
1.555.110
-612.730
62.771.268
66.969.023
67.965.156
Totaal saldo baten en lasten
996.133 voordeel
Mutaties reserves 7.0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Onttrekkingen Toevoegingen
Saldo reserves
1.964.465 1.964.465
2.329.465
2.329.465
-
2.819.970
2.776.570
43.400
-490.505
-447.105
43.400 voordeel
Resultaat
64.735.733
66.478.518
67.518.051
1.039.533 voordeel
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 23 van 98
3.8. Programma:
8. Brandweerkazernes in eigendom en overgangsrecht
Programmahouder:
J. Joon
Het programma 8 wordt één op één met de desbetreffende gemeente(n) verrekend en heeft daardoor geen invloed op het resultaat van VNOG. Programma 8 betreft: • De kazerne in tijdelijk eigendom van VNOG (betreft kazerne Doetinchem). De terug overdracht van de kazerne Doetinchem aan gemeente Doetinchem volgt later nog; • Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie ook 4.6); • De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn; • De afwikkeling met gemeenten Apeldoorn en Doetinchem van het FLO-overgangsrecht. Voor de gemeente Doetinchem geldt dat dit onderdeel in 2025 afloopt. Beleidsdoelen: Wat hebben we bereikt? 1. Kazernes • Goed uitgeruste en onderhouden kazernes, zodat de uitruk kan plaatsvinden en er werkzaamheden kunnen worden verricht. 2. Overgangsrecht • Een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht. Activiteiten: Wat hebben we ervoor gedaan? 1. Kazernes • De afdeling Bedrijfsvoering (BV) heeft via het team VSP gezorgd voor (coördinatie van) het onderhoud en de facilitaire diensten voor de kazernes en voor de verrekening van de kosten, conform de Regeling Demarcatie. 2. FLO Overgangsrecht • VNOG heeft gezorgd voor de juiste uitvoering en voor de verrekening van de kosten. Wat heeft het gekost?
3.602.000 3.602.000 -
Begroting na wijziging 2025 4.084.000 4.084.000 -
Mutaties reserves 8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht Onttrekkingen Toevoegingen Saldo reserves
-
Resultaat
-
Programma
Begroting 2025
L/B
8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht Baten Lasten Totaal saldo baten en lasten
Realisatie 2025
Verschil 2025
4.008.617 4.008.617 -
-75.383 -75.383 -
-
-
-
-
-
-
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 24 van 98
4. Paragrafen 4.1. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. In 2025 is het risicomanagement binnen de VNOG uitgevoerd als onderdeel van de P&C cyclus. In deze paragraaf wordt het beleid voor het risicomanagement en het benodigde weerstandsvermogen samengevat. Verder worden de bevindingen van het in 2025 uitgevoerde risicomanagement geduid ten opzichte van de eerder in de begroting 2025 genoemde risico’s. Risicomanagement De vastgestelde hoofdlijnen van het beleid t.a.v.
het risicomanagement zijn: • het wettelijk kader voor risicobeheersing uit artikel 9 en 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) betreffende de vereiste paragrafen in de begroting en rekening; • het treffen van beheersingsmaatregelen door de VNOG ter vermijding en vermindering van risico’s en het voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s binnen de bedrijfsvoering, die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren; • het uitvoeren van die maatregelen; het beheersen ervan en het rapporteren erover in de P&C stukken; • het kwantificeren van de risico’s in een 5-tal kans percentages t.w.: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%; waarbij bij een kans van 90% dat het risico zich kan voordoen, wordt overwogen om de begroting daarop aan te passen; • het voor maximaal 3 jaar bepalen van de voor de maatregelen benodigde financiële middelen, zijnde de benodigde weerstandscapaciteit voor structurele risico’s, door vermenigvuldiging met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. De binnen VNOG vastgestelde aanpak heeft als doel om de geïnventariseerde risico’s te volgen en te bewaken en ook om nieuwe risico’s te onderkennen en vast te stellen. De getroffen maatregelen zijn gericht op het beperken, overdragen, vermijden en/of mogelijk accepteren van de gesignaleerde risico’s.
De taken die in het kader van het risicomanagement jaarlijks worden uitgevoerd volgen de P&Ccyclus en hebben betrekking op: • in het begin van het jaar: een verantwoording over de uitvoering van de maatregelen in de jaarrekening, vergeleken met de risico’s en beheersmaatregelen opgenomen in de begroting over het betreffend jaar; • lopende het jaar: de bewaking op de uitvoering/herziening van genoemde maatregelen en de rapportage daaromtrent in de tussentijdse verslaglegging (Halfjaarrapportage); • aan het eind van het jaar: het in beeld brengen van mogelijke nieuwe risico’s en maatregelen en de toetsing van bestaande risico’s voor de eerstvolgende Kadernota (in 2025: Kadernota 2027-2030). Het doel van deze aanpak is om het beoordelen en beheersen van risico’s actueel te houden. Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie in de Programmabegroting 2025-2028 is gebaseerd op de inventarisaties en beoordelingen zoals die zijn uitgevoerd bij het opstellen van de Kadernota 2025-2028. Het geheel wordt jaarlijks gemanaged zoals hiervoor beschreven. Daarbij is het van belang te beseffen dat het inherent is aan risico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Bij de Pagina 25 van 98
inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen, vormen de bestuurlijk vastgestelde beleidsdoelen en normen (waaronder het Regionaal Beleidsplan 2025-2028) het uitgangspunt. De actuele crisis(dreigingen) worden hierna verder benoemd in paragraaf 4.4. Voor de mogelijke (financiële) risico’s die hieruit voortvloeien zijn/worden extra financiële middelen door het Rijk beschikbaar gesteld. Waar nodig, zullen extra maatregelen en financiële middelen in deze paragraaf worden opgenomen . Er bestaat een kleine kans dat door de VNOG genomen besluiten in het kader van de handhaving van crisismaatregelen (GRIP-4) met succes worden aangevochten door bedrijven en instellingen en dat claims toegewezen worden. Dit risico laat zich niet kwantificeren. Inventarisatie In de jaarrekening 2025 worden de risico’s vergeleken met de eerdere inventarisatie uit de begroting 2025-2028. Daarbij worden deze weergegeven met de oorzaken en het daarbij berekende bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit. Het berekende bedrag is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect. Voor een deel van de risico’s is het nog te niet te zeggen wat de financiele effecten ervan (kunnen) zijn (zie hierna het overzicht van de niet-gekwantificeerde risico’s).
Daarnaast verwachten we van risico’s die extern worden veroorzaakt dat de mogelijke financiele effecten, generiek zullen worden gecompenseerd. De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit, komen verderop in deze paragraaf aan de orde. Een uitgebreider overzicht van de te nemen maatregelen en de bewaking van de opvolging ervan, komen verder aan de orde in de begroting 2027-2030 en daaruit voorvloeiende (P&C) rapportages. Toelichting uitvoering risicomanagement 2025 Bij de uitvoering van het risicomanagement in 2025 is enerzijds gekeken naar de actuele situatie van risico’s welke zich kunnen voordoen binnen en buiten de VNOG. Anderzijds is gestuurd op de te nemen maatregelen om de risico’s te beheersen, over te dragen, te vermijden of te accepteren. In de Halfjaarrapportage 2025 is een rapportage over de bewaking van de uitvoering van maatregelen opgenomen. De ontwikkelingen en verschillen t.o.v. de begroting 2025 worden kort nader toegelicht. Zes van de uit de begroting 2025 genoemde risico’s komen, m.n. door de genomen maatregelen, niet meer voor in de eind 2025 geactualiseerde inventarisatie. De risico’s die niet meer voorkomen zijn: • stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS); • geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v.
de uitvoering van taken en dienstverlening, na de invoering van de nieuwe Omgevingswet; • niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten (vergoedingen/opleidingen/trainingen vrijwilligers); • onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel; • extra kosten tijdelijke huisvesting (w.o. verbindingen) en faciliteiten kantoorpersoneel en • hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig).
Pagina 26 van 98
Bij de het niet-gekwantificeerde risico’s geldt dit voor: • toekomstige effecten in 2023 gestarte project VICC (Oost-5) witte kolom en de • uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. Verder zijn onderstaande risico’s nieuw geïnventariseerd na het opstellen van de begroting 2025: Gekwantificeerde risico’s: • (9) Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding en • (17) Extra inzet mensen en ICT-middelen t.b.v. eisen ‘informatiehuishouding' en -beveiliging (mede) door externe ontwikkelingen/eisen voor/aan VNOG. Niet- gekwantificeerde risico’s: • (5) Beperkingen bedrijfsvoering door stikstofregels bij (ver-/nieuw)bouw en aanpassingen (oefen) terreinen; • (6) Posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a.g.v. uitvoering van (repressieve) taken; • (7) Organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn bij/na realisatie 1-post m.b.t. het voldoende beschikbaar krijgen van (beroeps)medewerkers met de vereiste (brandweer)kwalificaties en • (8) Weerbaarheid/vitaliteit: (nog) geen duidelijkheid over gestelde eisen/ beschikbare middelen voor/bij VNOG.
De belangrijkste wijzigingen bij de bestaande risico’s zijn: • (3 en 6) een toename van het berekende benodigde bedrag voor het risico op prijsstijgingen, zowel bij de exploitatiekosten als de hogere lasten bij (vervangings)investeringen; • (8) de hogere mogelijke kosten voor (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/kazernes van de gemeenten en • (15) een verlaging van het risico op stijging van financieringskosten door het aantrekken en vastleggen van een aantal leningen (in 2024). Op grond van het uitgevoerde risicomanagement in 2025 wordt het volgende overzicht ‘Risico’s jaarrekening 2025’ weergegeven. Gekwantificeerde risico's Kans in %
Effect in euro's bedrag
(On)voldoende bezetting /inzet en (extra) kosten werving vrijwilligers op kazernes door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers.
70%
558.000
Weerstands-capaciteit (euro's) 391.000
2
Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden).
10%
50.000
5.000
3
Hogere prijzen; exploitatiekosten stijgen uit boven (verwachte) prijsindex. Wereldwijde ontwikkelingen w.o. gewijzigde verhoudingen tussen vraag en (schaarste van) aanbod, doen de prijzen van grondstoffen, materialen en dienstverlening (w.o. opleidingen) stijgen. Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel.
70%
840.000
588.000
50%
38.000
19.000
5
Uitval materieel repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen.
30%
90.000
27.000
6
Extra prijsstijgingen aanschaf materieel. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen materiaal/materieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.
50%
1.200.000
600.000
7
Hogere kosten uitvoering elektrificatie voertuigen mobiliteitsplan. Extra kosten (onderhoud) bij doorvoeren elektrificatie , nog onzeker.
30%
500.000
150.000
Nr.
Risico's en oorzaken
1
4
Pagina 27 van 98
8
Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties (kazernes) gemeenten, voortvloeiende uit (onduidelijkheid over demarcatie) afspraken, (voortschrijdende) ontwikkelingen en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E).
50%
600.000
300.000
9
Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding. Vanuit voortschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS houdende materialen (bluskleding/-laarzen), versneld te worden vervangen. Digitale verstoring (hack systemen), verhinderen uitvoering taken bij crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT systemen.