Bijlage 1 Toelichting provincie op subsidieregelingen cultuur en erfgoed
Tekst van het document
Paragraaf 5.11 Culturele infrastructuur en cultuur- en erfgoedparticipatie
Artikel 5.11.1 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: cultuur- en erfgoedparticipatie: alle vormen van het actief beoefenen en artistiek ontwikkelen van of betrokken zijn bij cultuur en erfgoed in de vrije tijd; culturele infrastructuur: geheel aan culturele instellingen die zorgen voor cultuuraanbod en ontwikkelmogelijkheden voor creatieve makers; Regio: -
Achterhoek: Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk; Food Valley: Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen; Groene Metropoolregio: Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar; Noord-Veluwe: Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten; Rivierenland: Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel; Stedendriehoek: Apeldoorn, Brummen, Lochem, Voorst en Zutphen.
Artikel 5.11.2 Subsidiabele activiteit Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een intergemeentelijk programma in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027 dat is gericht op de volgende doelen: a. de versterking van de cultuur- en erfgoedparticipatie; b. versterking van de culturele infrastructuur door samenwerking tussen culturele instellingen; en c. een combinatie van de doelen genoemd onder a en b.
Artikel 5.11.3 Criteria Subsidie wordt alleen verstrekt als: a. voor een subsidiabele activiteit als genoemd: 1e. in artikel 5.11.2 onder a, de aanvrager samen met minimaal 3 andere gemeenten uitvoering hieraan geeft of; 2e. in artikel 5.11.2 onder b, de aanvrager met alle gemeenten binnen een regio uitvoering hieraan geeft. b. in het programma staat beschreven: 1e. wat de gezamenlijke doelen, bedoeld in artikel 5.11.2, van de samenwerkende gemeenten zijn; 2e. hoe de gemeenten deze doelen willen realiseren; en 3e. hoe de provincie wordt geïnformeerd over de voortgang.
Artikel 5.11.4 Aanvrager Subsidie kan worden aangevraagd door de gemeente die volgens de aanvraag optreedt als penvoerder van de samenwerkende gemeenten.
Artikel 5.11.5 Aanvraag In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor het verkrijgen van de subsidie het intergemeentelijk programma als bedoeld in artikel 5.11.2.
Artikel 5.11.6 Hoogte van de subsidie 1. De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000 per gemeente per jaar voor activiteiten zoals beschreven onder artikel 5.11.2, onder a. 2. De subsidie bedraagt € 200.000 per regio per jaar voor activiteiten zoals beschreven onder artikel 5.11.2, onder b.
2
Artikel 5.11.7 Subsidiabele kosten In afwijking van artikel 1.3.4, onder b, kan subsidie worden verstrekt voor kosten gemaakt voorafgaand aan de aanvraag in verband met de uitvoering van een intergemeentelijk programma in de periode bedoeld in artikel 5.11.2.
Artikel 5.11.8 Uitbetaling van de subsidie De subsidie wordt jaarlijks verstrekt in gelijke delen, onder de voorwaarde dat voldoende middelen door Provinciale Staten ter beschikking worden gesteld.
3