CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Reactie op de zienswijzen van de raden

Raadsvergadering 2 maart 2026, gemeente LochemBij agendapunt: GR Jeugd: toestemming oprichting GR Jeugdregio+ Midden IJssel/Oost Veluwe3.113 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op de zienswijzen van de raden voor de ontwerpregeling voor de GR Jeugdregio+ Inleiding Het wethoudersoverleg waardeert de betrokkenheid van de gemeenteraden en ziet de zienswijzen als een belangrijke bijdrage aan de verdere uitwerking van de GR. De belangrijkste punten uit de zienswijzen staan hieronder weergegeven, met een toelichting op zienswijzen die mogelijk leiden tot een aanpassing van de Ontwerpregeling. In de bijlage vindt u een overzicht van alle ontvangen zienswijzen met per gemeente een puntsgewijze reactie. 1. Waardering voor beleidsarme bedrijfsvoeringsorganisatie • Gemeenteraden geven positieve reacties op de keuze voor een beleidsarme BVO, met flexibiliteit voor gemeenten om aanvullende taken af te nemen. • Dit biedt beleidsruimte en verantwoordelijkheid voor gemeenten en vormt een solide basis voor samenwerking. 2. Transparantie, kostenbeheersing en financiële houdbaarheid • Gemeenteraden benadrukken het belang van transparantie in kosten en -verdeling, en van duidelijke afspraken over kostenbeheersing. • Gemeenteraden vragen om een helder financieel perspectief en transparante afspraken over taken en rollen. • Daarnaast benoemen zij de zorg dat uitbreiding van taken leidt tot extra lasten of organisatorische complexiteit. 3.

Gezamenlijk eigenaarschap, flexibiliteit, robuustheid en continuïteit • Gemeenteraden zien het belang van gezamenlijk eigenaarschap en een gedeelde verantwoordelijkheid. • Waardering wordt uitgesproken voor de afspraken rond stemverhouding en gekwalificeerde besluiten, die borging geven aan gezamenlijke besluitvorming. Daarbij wordt het belang benoemd van evenwichtige besluitvorming, met draagvlak bij zowel grote als kleine gemeenten. • Het kapstokartikel (mogelijkheid tot aanvullende taken) wordt gewaardeerd, maar er is zorg dat dit kan leiden tot versnippering en hogere kosten. De raden geven mee om aan de voorkant met elkaar af te stemmen onder welke voorwaarden deze taken door de bedrijfsvoeringsorganisatie uitgevoerd kunnen worden; financieel, inzet van personeel en hosting. • Er wordt gewaarschuwd voor risico’s van versnippering en inefficiëntie wanneer te veel taken buiten de BVO worden georganiseerd. De gemeente Hattem pleit ervoor om zoveel mogelijk taken binnen de BVO onder te brengen. • Door andere raden wordt benadrukt dat de GR beleidsarm moet blijven en zich niet te ver van het oorspronkelijke doel (jeugdzorg) mag verwijderen (Zutphen, Apeldoorn). Hieronder een overzicht van de zienswijzen die mogelijk leiden tot een aanpassing van de regeling, met een reactie vanuit het wethoudersoverleg. Hattem: voorstel voor een kleine reserve (max.

2,5%), waarbij positieve resultaten terugvloeien naar gemeenten Reactie: In de regeling is opgenomen dat het bestuur een algemene reserve en bestemmingsreserves instelt, om bedrijfsmatige risico’s op te vangen. De omvang van de reserves is gemaximeerd op 5% van de jaarlijkse exploitatielasten. Dit percentage komt meer voor bij gemeenschappelijke regelingen in de regio, zoals bij de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Veluwe. Een batig saldo van enig jaar, dat niet ten gunste van de reserves wordt gebracht, vloeit terug naar de rechtspersonen van de deelnemers in de verhouding waarin zij bijdragen aan de begroting.

De zorg van de gemeenteraad van Hattem wordt herkend. In de beginjaren is het belangrijk dat de GR voldoende armslag en liquide middelen heeft om een goede start te maken. Daarom willen de deelnemers het percentage van max. 5% handhaven in de regeling. Na 3 jaar wordt geëvalueerd en zo nodig het percentage aangepast. Daarnaast zit vanuit elke gemeente een vertegenwoordiger in het bestuur van de BVO en kan indien wenselijk eerder bijgestuurd worden. Lochem: Voorstel om de ingangsdatum van de GR te laten aansluiten op het financiële boekjaar (1 januari 2027). Reactie: Dit voorstel wordt overgenomen. Lochem: Voorstel voor jaarlijkse voortgangsrapportages de eerste drie jaar Reactie: Naast de formele evaluatie, voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen, zal worden gewerkt aan tussentijdse monitoring en rapportage, zodat tijdig kan worden bijgestuurd. Bij de jaarrekening wordt ook een inhoudelijke voortgangsrapportage aangeleverd aan het bestuur. Colleges kunnen deze informatie delen met hun raad, dit hoeft niet te worden opgenomen in de regeling. Zutphen: Het college van Zutphen mag alleen met voorafgaande instemming van de raad deelnemen aan aanvullende opdrachten. Reactie: Dit is een interne afspraak binnen Zutphen. De regeling behoeft daar niet op te worden aangepast.

Lochem: voorstel dat raden een zienswijze kunnen geven bij besluiten over aanvullende taken – aanpassing artikel 11. Reactie: De deelnemers achten het niet wenselijk om voor aanvullende taken alle raden te consulteren via een zienswijze. Lochem zou dezelfde afspraak kunnen maken als Zutphen, dat het college instemming van de raad vraagt voor deelname van Lochem aan aanvullende taken. Conclusie namens het wethoudersoverleg De zienswijzen bevestigen brede steun voor de GR, maar benoemen ook aandachtspunten rond robuustheid, financiële houdbaarheid en governance. Deze punten worden betrokken bij de verdere uitwerking van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

2

Bijlage

Overzicht zienswijzen raden voor Ontwerpregeling GR Jeugdzorgregio+ MIJ/OV

Zienswijze raden Apeldoorn

De gemeenteraad vindt het belangrijk dat er transparantie is in de kosten en de kostenverdeling en dat er sturing is op kostenbeheersing. De raad ziet dit goed geborgd in de afspraken over stemverhouding en gekwalificeerde besluiten omdat deze afspraken in de praktijk betekenen dat voor het vaststellen van de begroting, toe- en uittreden en wijzigen van de regeling Apeldoorn altijd onderdeel moet zijn van een meerderheidscoalitie. De focus van de gemeenschappelijke regeling ligt op de houdbaarheid en toegankelijkheid van de jeugdzorg. Daarom wil de gemeenteraad dat er zeer terughoudend wordt omgegaan met aanvullende dienstverlening (trekhaaktaken) door de bedrijfsvoering organisatie in oprichting. De gemeenteraad heeft begrip voor de behoefte van andere gemeenten aan het kapstok-artikel, maar spreekt haar zorgen hierover uit vanwege de onzekerheid voor de uitvoeringsorganisatie. De gemeenteraad benadrukt dat dit er niet toe mag leiden dat de uitvoering en de hosting van de gemeenschappelijke regeling dusdanig worden bemoeilijkt dat het doel van de regeling, inkoop specialistische jeugdhulp, onder druk komt te staan. Reactie: Erkend wordt dat de kapstokregeling kan leiden tot risico's voor de uitvoering, anderzijds biedt deze ook gewenste flexibiliteit. Het is aan de deelnemers om hier (gezamenlijk) invulling aan te geven.

Daarnaast willen wij namens de gemeente onze waardering uitspreken voor de ontwerpregeling die is opgesteld voor de beleidsarme bedrijfsvoeringsorganisatie. Wij zijn tevreden met de afspraken die zijn vastgelegd in de ontwerpregeling, met name wat betreft de taken, bevoegdheden, keuzevrijheid van alle deelnemende gemeenten in het afnemen van aanvullende taken en de afspraken rondom besluitvorming. Deze elementen passen in de beweging van Apeldoorn naar een toekomstbestendige inrichting van het jeugdzorglandschap en zorgen dat wij daar voldoende eigen beleidsruimte en eigen verantwoordelijkheid in kunnen nemen. Tegelijkertijd vormen deze elementen een solide basis voor de toekomstige samenwerking binnen de GR en het houdbaar houden van de jeugdzorg voor onze meest kwetsbare jeugdigen. Wij worden graag meegenomen in de verdere ontwikkelingen en zien uit naar de definitieve regeling.

Reactie: bij het verzoek om toestemming om de regeling aan te gaan ontvangen de raden een reactie op de ingediende zienswijzen. Brummen

Geen zienswijze

Epe

De gemeenteraad van Epe heeft kennisgenomen van de ontwerpregeling. Wij constateren dat deze regeling een noodzakelijke stap is om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen om de regionale samenwerking op het gebied van jeugdzorg goed te organiseren. Wij vinden een aantal zaken belangrijk die we in de ontwerpregeling terugzien:  Er is sprake van gezamenlijk eigenaarschap en een gedeelde verantwoordelijkheid. Alle gemeenten nemen deel aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie en worden dus betrokken bij het bepalen van de visie en kaders van de samenwerking.  Er is sprake van een flexibele zakelijke samenwerking; de wettelijk verplichte taken vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg worden in de GR ondergebracht. Daarnaast kunnen colleges via het kapstokbeding aanvullende opdrachten beleggen bij de bedrijfsvoeringsorganisatie.  Het bestuur streeft in zijn besluitvorming naar unanimiteit. Als unanimiteit niet kan worden bereikt, wordt het besluit genomen bij stemming. De voorgestelde stemverhouding doet zowel recht aan de positie van de grootste gemeente als de gelijkwaardige samenwerking van alle deelnemers. Hiermee passen de stemverhoudingen bij de schaal en de diversiteit van de zorgregio.

We vragen aandacht voor het volgende: Met betrekking tot de aanvullende taken (vallend onder het kapstokbeding) moeten gemeenten goed aan de voorkant met elkaar afstemmen onder welke voorwaarden deze taken door de bedrijfsvoeringsorganisatie uitgevoerd kunnen worden; financieel, inzet van personeel en hosting. Reactie: De ontwerpregeling voorziet ons inziens hierin. Zo is opgenomen dat het bestuur beslist op een verzoek van de betreffende deelnemer of deelnemers en bepaalt tegen welke voorwaarden de aanvullende dienstverlening mogelijk is. Tevens is opgenomen dat de aan de aanvullende dienstverlening verbonden kosten, ook die van de beëindiging van de dienstverleningsovereenkomst daarvoor, afzonderlijk worden geadministreerd en volledig worden toegerekend aan de betreffende deelnemer of deelnemers. Conclusie De gemeenteraad van Epe steunt een GR die ruimte biedt voor lokale invulling, maar die tevens gericht is op een robuuste en duurzame samenwerking. Wij erkennen de meerwaarde van een stevige regionale samenwerking waarin gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor het welzijn van de gehele regio, niet alleen voor de eigen inwoners. Tegelijkertijd is het noodzakelijk dat de gekozen samenwerkingsvorm financieel houdbaar en werkbaar is, zodat de continuïteit en kwaliteit van de jeugdhulp gewaarborgd blijft.

4

Hattem

De gemeenteraad van Hattem maakt gebruik van het recht om een zienswijze in te dienen op het ontwerp van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Jeugd. Onze reactie richt zich op aspecten: • De robuustheid en continuïteit van de samenwerking • De houdbaarheid en werkbaarheid van de regeling De raad hecht groot belang aan een stabiele en duurzame samenwerking, waarin de kwaliteit en beschikbaarheid van jeugdhulp blijvend gewaarborgd is en zal blijven. 1. Robuustheid van de samenwerking De voorgestelde flexibele inrichting, met het zogenoemde kapstokartikel, van de GR komt voort uit de wens om in te kunnen spelen op lokale ontwikkelingen. Dat is begrijpelijk, maar staat tevens op gespannen voet met de noodzaak van een robuuste en duurzame samenwerking. Wanneer alleen de verplichte taken in de GR worden vastgelegd en de overige (aanvullende) taken modulair of buiten de Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) worden georganiseerd, ontstaat er meer vrijheid voor gemeenten. Het is belangrijk te benadrukken dat het kapstokartikel niet verplicht tot uitbreiding van taken voor alle deelnemende gemeenten. Er is sprake van een vrijwillige deelname: gemeenten kunnen ervoor kiezen zich — al dan niet — aan te sluiten bij aanvullende taken.

Wanneer individuele gemeenten besluiten zich niet aan te sluiten bij bepaalde taken, kan dit leiden tot versnippering, hogere uitvoeringskosten en het ondermijnen van de continuïteit van de regionale dienstverlening. Voor Hattem is het van groot belang dat de samenwerking niet vrijblijvend wordt ingericht. Onze gemeente heeft baat bij een robuuste en duurzame, regionale samenwerking. Een robuuste samenwerking, vormgegeven in een GR waar zoveel mogelijk taken gezamenlijk worden opgepakt binnen de BVO, biedt zekerheid voor een kwalitatief goede zorg in de regio, een stabiele en duurzame samenwerking en een overzichtelijke uitvoeringsstructuur. Reactie: de regeling voorziet in het raamwerk waarbinnen de samenwerking kan worden vormgegeven. Deelnemers geven aan dat het kapstokartikel gewenste flexibiliteit biedt, maar herkennen ook de benoemde risico's voor de uitvoering. Gemeenten kunnen kiezen om al dan niet deel te nemen aan aanvullende taken via de kapstokregeling. Het is aan de verschillende gemeenten om hier (gezamenlijk) invulling aan te geven, met daarbij oog voor een robuuste en efficiënte samenwerking. De zorgen worden genoteerd en meegenomen bij de evaluatie van de GR. 2. Houdbaarheid en werkbaarheid De gemeenteraad onderschrijft het belang van lokale flexibiliteit, maar vindt dat deze niet mag leiden tot inefficiëntie of hogere kosten.

Een modulaire samenwerking kan de uitvoeringsstructuur versnipperen, dit geldt ook wanneer verschillende taken en functies wel regionaal worden georganiseerd, maar buiten de BVO vallen. De gemeenteraad onderschrijft de meerwaarde in het onderbrengen van zoveel mogelijk taken, waarop nu al wordt samengewerkt, binnen de BVO. Dat vergroot de efficiëntie, bevordert een eenduidige uitvoering en beperkt overheadskosten. Bovendien biedt dit een stabiel financieel kader en een beter overzicht van middelen, inzet en resultaten. Wij vragen daarom nadrukkelijk om bij de verdere uitwerking te zorgen voor: • een helder financieel perspectief voor de lange termijn; • transparante afspraken over taken, rollen en functies binnen de BVO; • een efficiënte inrichting die uitvoerbaar is binnen de huidige beschikbare middelen en capaciteit van gemeenten. 5

Daarnaast vindt de raad dat het huidige kapstokartikel te vrijblijvend is vormgegeven. Er bestaat een te groot risico op wildgroei aan verantwoordelijkheden en taken, met name door de mogelijkheid om werkzaamheden uit te breiden voor, niet alleen de deelnemende gemeenten, maar ook voor derden. De enige beperking hierbij is dat deze taken moeten aansluiten bij het belang van artikel 3; die niet alleen jeugdzorg maar hulp en zorg voor elke inwoner van de deelgemeenten omvat. De raad vraagt zich daarbij ook af, op welke "Derden" er wordt gedoeld in artikel 4.3, en vreest dat deze open formulering ertoe kan leiden dat de BVO zich te ver van haar oorspronkelijke doel verwijdert. Veel gemeenten staan financieel onder druk. Het is daarom essentieel dat de gekozen samenwerkingsvorm niet leidt tot extra lasten of onnodige organisatorische complexiteit voor gemeenten. Reactie: De regeling voorziet in het raamwerk waarbinnen de samenwerking kan worden vormgegeven. Het kader waarbinnen de BVO opereert ligt vast in onder meer de belangen en taken genoemd in de artikelen 3 en 4 van de regeling. Bij diensten aan ‘derden’ kan worden gedacht aan werkzaamheden ten behoeve van de G7, het samenwerkingsverband van de zeven Gelderse jeugdregio’s. Mede ook indachtig de aanbestedingsregels is de omvang van de dienstverlening aan derden beperkt tot 10% van de totale begroting 3.

Conclusie De gemeenteraad van Hattem steunt het doel van een gezamenlijke regeling voor de jeugdhulp, waarin ruimte is voor lokale invulling. Tegelijkertijd benadrukken wij het belang van een robuuste, efficiënte en houdbare samenwerking. De raad pleit ervoor om: • zoveel mogelijk taken in de BVO onderbrengen, zodat de samenwerking tussen de acht gemeenten stevig verankerd blijft, waarbij verdere uitbreiding uitsluitend in het belang van alle deelnemende gemeente moet zijn • het toepassen van structurele evaluatie bij uitbreiding, om zo het doel — jeugdhulp en -zorg — niet uit het oog te verliezen; • bij de verdere uitwerking structurele en bindende afspraken te maken die de robuustheid en continuïteit van zorg en samenwerking waarborgen; • aandacht te houden voor efficiëntie, uitvoerbaarheid en financiële stabiliteit, zodat kwalitatief goede jeugdhulp beschikbaar blijft voor alle inwoners in onze regio. Algemeen uitgangspunt van de raad is dat positieve financiële resultaten bij de gemeenschappelijke regeling terug dienen te vloeien naar de deelnemende gemeenten. Dat geldt ook voor de op te richten GR jeugdregio+ Midden IJssel – Oost Veluwe (verder GR). Om die reden wil onze raad een zo klein mogelijke reserve, van maximaal 2,5 % in het ontwerp. De raad heeft er begrip voor dat er bij budgetoverschrijding extra middelen nodig zijn om de dienstverlening op peil te houden.

Om als raad grip te houden op de besteding van middelen, zien wij graag dat dit (tussentijds) wordt verwerkt in een wijziging van de begroting. Eventueel positief resultaat zal terugvloeien aan de deelnemende gemeenten. Reactie: In de regeling is opgenomen dat het bestuur een algemene reserve en bestemmingsreserves instelt om bedrijfsmatige risico’s op te vangen. De omvang van de reserves is gemaximeerd op 5% van de jaarlijkse exploitatielasten. Dit percentage komt meer voor bij gemeenschappelijke regelingen in de regio, zoals bij de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Veluwe. Een

6

batig saldo van enig jaar dat niet ten gunste van de reserves wordt gebracht, vloeit terug naar de rechtspersonen van de deelnemers in de verhouding waarin zij bijdragen aan de begroting. De zorg van de gemeenteraad van Hattem wordt herkend. In de beginjaren is het belangrijk dat de GR voldoende armslag en liquide middelen heeft om een goede start te maken. Daarom willen de deelnemers het percentage van max. 5% handhaven in de regeling. Na 3 jaar wordt geëvalueerd en zo nodig het percentage aangepast. Daarnaast zit van elke gemeenten een vertegenwoordiger in het bestuur van de BVO en kan indien gewenst eerder bijgestuurd worden. De gemeenteraad van Hattem verneemt graag in hoeverre de ingediende zienswijzen leiden tot aanpassingen in de definitieve regeling. Reactie: Bij het verzoek om toestemming om de regeling aan te gaan ontvangen de raden een reactie op de ingediende zienswijzen. Heerde

Geen zienswijze

Lochem

De gemeenteraad van Lochem heeft aangegeven graag betrokken te zijn bij de GR om de autonomie van de gemeente Lochem te borgen. De gemeenteraad van Lochem is content met het feit dat de ontwerpregeling GR Jeugdregio+ Midden IJssel/Oost Veluwe voorziet in de meegegeven uitgangspunten. De gemeenteraad van Lochem vindt het belangrijk om invulling te geven aan haar kaderstellende en controlerende rol en betrokken te blijven bij regionale ontwikkelingen op het gebied van specialistische zorg. Vandaar dat de gemeenteraad van de gemeente Lochem het bestuur van de GR Jeugdregio+ Midden IJssel/Oost Veluwe verzoekt om de volgende 4 punten toe te voegen aan de ontwerpregeling: •

In artikel 11 van de regeling op te nemen dat gemeenteraden een zienswijze kunnen geven over voorgenomen besluiten van het bestuur tot uitvoering van aanvullende taken als bedoeld in artikel 4, tweede lid.

Reactie: De deelnemers achten het niet wenselijk om voor aanvullende taken alle raden te consulteren via een zienswijze. Lochem zou dezelfde afspraak kunnen maken als Zutphen, dat het college instemming van de raad vraagt voor deelname van Lochem aan aanvullende opdrachten. •

Om, aanvullend op artikel 31, gedurende de eerste drie jaren van de regeling jaarlijks een inhoudelijke voortgangsrapportage beschikbaar te stellen aan de gemeenteraden. Deze rapportage bevat ten minste informatie over wachttijden, resultaten, tevredenheid en kosten per deelnemende gemeente.

Reactie: Naast de formele evaluatie voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen zal worden gewerkt aan tussentijdse monitoring en rapportage, zodat tijdig kan worden bijgestuurd. Bij de jaarrekening wordt ook een inhoudelijke voortgangsrapportage aangeleverd aan het bestuur. Colleges kunnen deze informatie delen met hun raad, dit hoeft niet te worden opgenomen in de regeling. 7

•

Te waarborgen dat besluitvorming binnen het algemeen bestuur plaatsvindt op basis van een evenwichtige vertegenwoordiging van alle deelnemende gemeenten. Daarbij moet worden voorkomen dat besluiten uitsluitend afhankelijk zijn van de stemverhouding, en dient draagvlak vanuit zowel grote als kleine gemeenten uitgangspunt te zijn.

Reactie: in de ontwerpregeling is opgenomen dat het bestuur in zijn besluitvorming streeft naar unanimiteit. Als unanimiteit niet kan worden bereikt, wordt het besluit genomen bij stemming. Bij de stemverhouding is uitgegaan van twee beginselen: gelijkwaardigheid en evenredigheid. •

Om de ingangsdatum van de GR gelijk te laten vallen met het financiële boekjaar en dus in werking te laten treden per 1 januari 2027, zodat dit aansluit bij de zogenoemde P&C-cyclus van de begrotingsbehandeling en de jaarrekening.

Reactie: Het voorstel wordt overgenomen. Voorst

Geen zienswijze

Zutphen

De gemeenteraad wil het volgende punt meegeven: Het college van B&W van de gemeente Zutphen mag alleen na voorafgaande instemming van de gemeenteraad de bedrijfsvoeringsorganisatie verzoeken, al dan niet samen met andere deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling, om aanvullende opdrachten uit te voeren. Reactie: Dit is een interne afspraak binnen Zutphen. De regeling behoeft daar niet op te worden aangepast. De gemeenteraad heeft geconstateerd dat verder de inhoudelijke onderdelen die voor Zutphen van belang zijn, in de ontwerpregeling voldoende zijn geborgd. Deze zienswijze biedt de gemeenteraad de gelegenheid om het belang van een beleidsarme invulling van de gemeenschappelijke regeling nog eens nadrukkelijk bij u te onderstrepen.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16418086/1