CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

2025 02 10 was-wordt tabel Verordening fysieke leefomgeving 2025

Raadsvergadering 7 april 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Wijzing Algemene Plaatselijke Verordening, wijziging Verordening Fysieke leefomgeving, intrekking Erfgoedverordening 2010 gemeente Lochem3.435 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijziging Verordening fysieke leefomgeving 2025 Was-wordt-tabel HOOFDSTUK 3 CULTUREEL ERFGOED Afdeling 1 Aanwijzing gemeentelijke monumenten

Afdeling 1 Aanwijzing gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling Artikel 3.1a Gemeentelijk erfgoedregister 1. Het college houdt een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functieaanduiding rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht; c. gegevens over door burgemeester en wethouders van gedeputeerde staten ontvangen instructies als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument of provinciaal beschermd stads- en dorpsgezicht.

Artikel 3.1b Aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling 1. Het college kan besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of

wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als gemeentelijk beschermd cultuurgoed. 2. Het college kan besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als gemeentelijk beschermde verzameling. 3. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist. 4. Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een gemeentelijk beschermd cultuurgoed of een gemeentelijk beschermde verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vraagt het college advies aan een commissie ruimtelijke kwaliteit. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. door de minister beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en b.

cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 6. Het college verwerkt de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 3.1c Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling 1. Het college kan een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3.1a, eerste of tweede lid, wijzigen of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als: a. door de minister beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of b. beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 3. Het college verwerkt de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.

Afdeling 1 Aanwijzing gemeentelijk monumenten

Afdeling 2 Aanwijzing gemeentelijke monumenten

Artikel 3.2 De aanwijzing tot gemeentelijk monument

Artikel 3.2 De aanwijzing tot gemeentelijk monument

4. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat al is aangewezen als rijksmonument of provinciaal monument.

4. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat al is aangewezen als rijksmonument of monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen als provinciaal erfgoed.

Artikel 3.3 Voornemen tot aanwijzing 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 3.2, eerste lid, wordt door het college schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die

vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Voordat een monument wordt aangewezen, voert het college overleg over het voornemen met de eigenaar.

Artikel 3.3 Voorbescherming

Artikel 3.4 Voorbescherming 1. De bescherming van afdeling 3 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 3.3 is bekendgemaakt.

2. De voorbescherming als bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister.

1. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 3.6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 3.9 tot en met 3.12 van overeenkomstige toepassing.

3. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 3.6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, is afdeling 3 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.4 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit

Artikel 3.5 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit

1.

1. Het college vraagt over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 3.2, eerste lid, advies aan de commissie ruimtelijke kwaliteit zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Lochem. 2. De commissie ruimtelijke kwaliteit betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies.

1. De commissie ruimtelijke kwaliteit adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college.

3. De commissie ruimtelijke kwaliteit adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college.

2. Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag.

4. Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag. 5. De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijk monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijk monument.

Artikel 3.5 Mededeling aanwijzingsbesluit

Artikel 3.6 Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbende en inschrijving

De aanwijzing als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, wordt meegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan.

1. De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Het college verwerkt de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 3.6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst

Vervallen, opgenomen in een ander artikel.

Artikel 3.7 Wijziging van de aanwijzing

Artikel 3.7 Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument 1. In een spoedeisend geval kan het college een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 3.5 wordt in dat geval aan de commissie ruimtelijke kwaliteit advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument. 2. Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26 weken of zoveel eerder als het college een besluit heeft genomen over de aanwijzing, bedoeld in 3.2 eerste lid. 3. Afdeling 3 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat zakelijk gerechtigden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van het bevoegd gezag tot aanwijzing

van het monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk monument. Artikel 3.5 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing.

Artikel 3.7 Wijziging van de aanwijzing

Artikel 3.8 Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument

1. Het bevoegd gezag kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de aanwijzing wijzigen.

1. Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister.

2. Artikel 3.2, tweede en derde lid, alsmede artikel 3.3, 3.4 en 3.5 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.

3. Als de wijziging naar het oordeel van het bevoegd gezag van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2 achterwege.

2. Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is afdeling 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft, als zodanig is tenietgegaan.

3. Als de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in het tweede lid, achterwege. 4. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft, is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 3.8 Intrekken van de aanwijzing

Vervallen, opgenomen in artikel 3.8 nieuw

Afdeling 2 Instandhouding van gemeentelijke monumentele zaken

Afdeling 3 Bescherming gemeentelijk monument

Artikel 3.9 Instandhoudingsbepaling

Artikel 3.9 Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument

1. Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen.

1. Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.

5.Het college verleent, voor een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar als en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

5. Het college verleent, voor een monument met een religieuze bestemming, geen omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar als en voor zover het een omgevingsvergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

Artikel 3.10 Termijnen advies

Artikel 3.10 Termijnen advies

1. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een monument aan de commissie ruimtelijke kwaliteit voor advies.

1. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een monument aan de commissie ruimtelijke kwaliteit voor advies.

Artikel 3.11 Weigeringsgronden

Artikel 3.11 Weigeringsgronden

1. De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.

1. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het college rekening met het gebruik van het monument. 2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.

Afdeling 4 Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht

Artikel 3.12a Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, stads- of dorpsgezichten aanwijzen als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.

2. Het college zendt het voorstel voor advies aan de commissie ruimtelijke kwaliteit. Artikel 3.5, is van overeenkomstige toepassing. 3. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid. 4. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. door de minister beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en b. cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.

Artikel 3.12b Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3.12a, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 3.12a, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, of artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet. 3. Het college verwerkt de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 3.12c Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning 1. Het is in een gemeentelijk beschermd stadsof dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen. 2. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 3. Artikel 3.11 is van overeenkomstige toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Afdeling 6 – Vangnet archeologie

Artikel 3.14 Vangnet archeologie 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij: a. voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend; b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de

provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring; c. de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of d. met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. 2. Het college kan nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.

HOOFDSTUK 4 OPENBAAR WATER, HAVENS EN GEMEENTELIJK VAARWATER

Artikel 4.1. Voorwerpen op, in of boven

Artikel 4.1. Voorwerpen op, in of boven

4.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Provinciale Vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

4.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Omgevingsverordening Gelderland of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

openbaar water

openbaar water

Artikel 4.10 Verbod op nemen ligplaats

Artikel 4.10 Verbod op innemen

1. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder

vervallen

ligplaats

c, geld niet voor de ligplaatsvergunninghouders

HOOFDSTUK 5 OVERIG

Artikel 5.14 Omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Artikel 5.14 Omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, de Gelderse Wegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente Lochem.

4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapsverordening, de Omgevingsverordening Gelderland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente Lochem.

Artikel 5.15 Maken of veranderen van een uitweg

Artikel 5.15 Maken of veranderen van een uitweg

2. Het bevoegd gezag verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als:

2. Het bevoegd gezag verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als:

d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast.

d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten. De uitzonderingen hierop zijn onder voorwaarden (agrarische) bedrijven of bij woningsplitsing.

5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Gelderse wegenverordening.

5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapsverordening of de Omgevingsverordening Gelderland.

Artikel 5.20 Kampeermiddelen, aanhangwagens en andere voertuigen

Artikel 5.20 Kampeermiddelen, aanhangwagens en andere voertuigen

5. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het

5. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Gelderland.

Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.

Artikel 5.28 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest en afvalstoffen

Artikel 5.28 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest en afvalstoffen

3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 22.41 van het omgevingsplan Lochem, de Omgevingswet of de Provinciale Verordening.

3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 22.41 van het omgevingsplan Lochem, de Omgevingswet of de Omgevingsverordening Gelderland.

Artikel 5.32 Afbakeningsbepalingen

Artikel 5.32 Afbakeningsbepalingen

1. Artikel 5.30, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of Gelders wegenreglement.

1. Artikel 5.30, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of Omgevingsverordening Gelderland.

Begripsbepalingen en overige bijlagen

Begripsbepalingen en overige bijlagen Toegevoegd of gewijzigd de volgende definities: -

-

-

-

-

-

Boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. Commissie ruimtelijke kwaliteit: de op basis van afdeling 17.2 van de Omgevingswet ingestelde adviescommissie met als taak het bevoegd gezag op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de erfgoed- en welstandbepalingen, de Omgevingswet, de Erfgoedverordening, het monumentenbeleid en het welstandsbeleid; Gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond artikel 3, tweede lid; Gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 18;; Gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid; Gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is

-

-

-

-

aangewezen op grond van artikel 3.2 eerste lid van de Verordening en dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; Houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; Omgevingsvergunning monument: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht; Terrein van algemeen belang: terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; Vellen: kappen, snoeien van meer dan 20% kroonvolume, rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede ophoging van het maaiveld binnen de kroonprojectie van de houtopstand, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolg kunnen hebben; Zaak van algemeen belang: zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15177495/1