CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

zienswijze 3 NMU en UL__120757__.pdf

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente LeusdenBij agendapunt: 15: RV Vaststellen Omgevingsvisie Gemeente Leusden6.812 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Contact via: Natuur en Milieufederatie Utrecht Arthur van Schendelstraat 600 3511 MJ Utrecht @nmu.nl www.nmu.nl Gemeente Leusden Afdeling Beleid t.a.v. Postbus 150 3830 AD Leusden Per e-mail verstuurd naar gemeente@leusden.nl o.v.v. ‘zienswijze ontwerp Omgevingsvisie gemeente Leusden’ Utrecht, 17 juli 2023 Betreft: Zienswijze ontwerp Omgevingsvisie gemeente Leusden Geachte leden van de gemeenteraad van Leusden, Graag maken wij, het Utrechts Landschap en de Natuur en Milieufederatie Utrecht van deze gelegenheid gebruik om schriftelijk een zienswijze in te dienen op de ontwerp Omgevingsvisie gemeente Leusden. U schrijft in de ontwerp omgevingsvisie dat ‘dit de eerste versie van de ‘Omgevingsvisie Gemeente Leusden’ is. En dat deze eerste versie tot stand gekomen is door een beleidsneutrale samenvoeging van de ‘Omgevingsvisie Stedelijk gebied’ en ‘Omgevingsvisie Landelijk gebied’ die zijn vastgesteld in 2018. Uitzondering op deze beleidsneutrale samenvoeging is het toevoegen van de zoekgebieden woningbouw bij Leusden en Achterveld waarop de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) is toegepast. In de actualisatie van de Omgevingsvisie in 2024 (en daarna) krijgt nieuw beleid een plek’. De input die wij geven met deze zienswijze is bedoeld voor de voorliggende ontwerp omgevingsvisie én voor de actualisatie in 2024.

Het grondgebied van uw gemeente is voor onze organisaties belangrijk onder andere door de aanwezigheid van de Leusderheide (meest waardevolle heideterrein van de gehele provincie), de grote hoeveelheid Groene Contour, Natuur Netwerk Nederland (NNN) percelen, de ecoducten die een belangrijke rol spelen bij het functioneren van het NNN, de aanwezigheid van mogelijkheden voor waterberging en andere kansen. Daarnaast vragen wij met onze zienswijze aandacht voor thema’s en ontwikkelingen die onzes inziens nog ontbreken of aangepast moeten worden in aanvullende beleidsambities en actualisatie van de Omgevingsvisie. Daarbij maken wij graag van de gelegenheid gebruik, om onze zienswijze in een gesprek met gemeentelijk projectleider dhr.

toe te lichten.

Onze zienswijze bestaat uit drie onderdelen en neemt de opbouw van de ontwerp omgevingsvisie als uitgangspunt: 1.

Thematisch;

2.

Deelgebieden en kaarten;

3.

Uitvoering: doorwerking, sturing en realisatiestrategie;

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

2

1.Thematisch: Aan de hand van de in de visie genoemde ambities zijn onze opmerkingen & aanbevelingen zoveel mogelijk thematisch geordend. Opmerkingen vooraf: -

Echte keuzes ontbreken onzes inziens nog of leidende principes (zoals bodem, landschap en water sturend laten zijn voor ruimtelijke ontwikkeling), circulaire samenleving en integraliteit worden nog onvoldoende als leidende principes vertaald in de gehele omgevingsvisie.

-

Daarnaast ontbreekt de koppeling met het UPLG (Utrechts Programma Landelijk Gebied) met de omgevingsvisie. De integrale aanpak voor het landelijk gebied is in het UPLG leidend en ook van toepassing op gemeente Leusden. In ieder geval voor landbouw en natuur. Het is essentieel dat de koppeling met UPLG wordt opgenomen en vertaald in alle ambities van de omgevingsvisie;

-

Wat opvalt is dat de beschreven doelen over het algemeen niet SMART zijn geformuleerd, waardoor het niet duidelijk is wanneer iets behaald moet zijn en hoe dit wordt gemeten.

-

We missen de scope in tijd van de omgevingsvisie: wanneer wil de gemeente haar ambities gerealiseerd hebben?

-

Het lijkt erop dat de gemeente met haar (ontwerp)omgevingsvisie alles wil: meer woningbouw, recreatie & toerisme, werkgelegenheid, landschap en cultuurhistorie versterken, meer biodiversiteit etc. Maar dat kan niet allemaal tegelijk en niet overal. Daarvoor zijn moedige keuzes nodig en deze zien we nog niet terug;

-

Het is belangrijk dat bovenstaande verbeterpunten worden verwerkt in de voorliggende omgevingsvisie.

Ambitie Groen, natuur en landschap (p23) Natuur, bodem en water Het is belangrijk dat uw gemeente focus heeft op het versterken van biodiversiteit, ecologisch beheer en bredere financiering voor landschapselementen. We zien terug in de omgevingsvisie dat natuur in principe in beeld is. Tegelijkertijd constateren we dat de ontwerp-omgevingsvisie weinig concreet is. Er staan mooie ambities (vb in de paragraaf Groen, natuur en landschap) maar niet hoe de gemeente dit gaat doen. Daarbij komen onder andere de volgende vragen op: wat verstaat de gemeente onder ecologisch beheer? Hoe wil de gemeente landschapselementen versterken? Hoe wil de gemeente biodiversiteit bevorderen? Om niet alleen vragen te stellen maar ook handelingsperspectief te bieden, geven we de gemeente graag de volgende aandachtspunten mee: •

Voorkom aantasting van het NNN door geen ruimtelijke ontwikkelingen toe te staan in het NNN. Wat opvalt is dat in de hele omgevingsvisie het woord Natuur Netwerk Nederland (NNN) slechts één keer voorkomt. Dat is opvallend omdat in gemeente Leusden veel NNN ligt, alsmede veel Groene Contourpercelen en de Leusderheide die op termijn aan het NNN zullen worden toegevoegd. Daarbij is het essentieel dat in het NNN geen ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan. In de Groene Contour zijn bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen slechts mogelijk onder strenge voorwaarden. o

Vermeld het NNN, Groene Contour en contour Stedelijk gebied expliciet op de visiekaart.

o

Neem in de omgevingsvisie op dat het NNN wordt afgemaakt en hoe dat gebeurt:

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

3

▪

Voeg de Groene Contour toe aan het NNN: Leusden heeft de grootste hoeveelheid Groene Contour percelen binnen haar gemeentegrenzen. Dus een grote verantwoordelijkheid én mogelijkheid om NNN verder te ontsnipperen en natuur robuuster te maken;

▪

Realiseer de natuurverbinding Utrechtse Heuvelrug met Veluwe via Valleilint en ecoduct Terschuur: Leusden heeft een belangrijke sleutel in handen voor de realisatie van een verbinding van natuur op de Utrechtse Heuvelrug met de Veluwe (via het Valleilint en via ecoduct Terschuur);

Deze keuzes moeten al in de omgevingsvisie expliciet worden opgenomen in de tekst én op de visiekaart én moeten worden geborgd in het omgevingsplan. •

De ontwerp omgevingsvisie lijkt groen met name te beschouwen als belangrijk onderdeel voor een gezonde leefomgeving (om bijvoorbeeld in te bewegen en te ontmoeten). Dat is natuurlijk ook het geval. Tegelijkertijd pleiten we ervoor dat er ook gebieden worden aangewezen met een natuurdoelstelling: dus waar de nadruk 100% op natuur ligt, zonder dubbel ruimtegebruik en die dus niet bereikbaar zijn voor mensen. Met gebieden die 100% voor de natuur bedoeld zijn, blijven er zones over waar soorten ongestoord kunnen rusten, foerageren, broeden, voortplanten en overwinteren. Dit is nodig om populaties vitaal te houden. De toegenomen recreatiedruk (als gevolg van corona en toename van het inwonersaantal in de regio) in de wel opengestelde gebieden maakt de noodzaak van voldoende rustgebieden nog groter. Het is belangrijk om de recreatiedruk in de rustige gebieden niet verder te intensiveren.

•

Leusderheide: De Leusderheide is het belangrijkste heidegebied van de provincie en brongebied voor veel beschermde en zeldzame soorten. De grootte, aaneengeslotenheid, de natuurkwaliteit en de huidige beperkte mate van verstoring maken dit gebied het meest waardevolle heideterrein van de provincie Utrecht én het grootste rustgebied voor natuur in de provincie. Het gebied draagt daardoor ook nadrukkelijk bij aan het functioneren van het NNN. Daarbij passen geen recreatieve of andere maatschappelijke ontwikkelingen. De ambitie van de gemeente om de Leusderheide na beëindiging van militair gebruik een nieuwe maatschappelijke functie te geven moet uit de visie geschrapt worden. Natuur moet hier 100% voorrang krijgen. En het gebied moet worden toegevoegd aan het NNN, hetgeen overigens ook de visie van de Provincie is (zie provinciale Omgevingsvisie, paragraaf 4.7.1. ). Zie ook onze opmerking bij deelgebieden (in paragraaf 2 van deze zienswijze).

•

De samenwerkende natuurorganisaties die verenigd zijn in Oostbroek (Utrechts Landschap, Natuurmonumenten. Staatsbosbeheer, LEU, IVN en NMU) hebben een gezamenlijke Natuurvisie opgesteld in 2023. Wij roepen de gemeente op om de onderstaande aanbevelingen vanuit de Natuurvisie onderdeel Gelderse Vallei op te nemen in de omgevingsvisie Leusden: o

Herstel het waterbergend vermogen door beeklopen beter te beschermen en meer ruimte te geven. Water langer vasthouden in het gebied voorkomt verdroging en vangt afvoerpieken op.

o

Ontwikkel brede zones met broekbossen en bloemrijke ruigten langs beken. Ontwikkeling van een brede zone voorkomt invloed van mest en bestrijdingsmiddelen in de beekloop.

o

Bepaal een zoekgebied voor bossenstrategie.

o

Versterk de groenblauwe dooradering door de aanleg van kleine landschapselementen: ▪

Streef naar 10% groenblauwe dooradering in het buitengebied zoals genoemd in het aanvalsplan landschap;

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

4

▪

de Grebbelinie, die een groot deel van het gebied doorsnijdt, functioneert volwaardig als groenblauwe dooradering

o

Leg een robuuste ecologische verbindingszone aan tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. ▪

o

o

Realisatie ecoduct Terschuur

Stimuleer natuurinclusieve landbouw door: ▪

Het realiseren van meer ruimte voor landschapselementen en bloemrijke graslanden;

▪

Minder eutrofiëring van oppervlakte- en grondwater en betere kwaliteit kwelstromen;

▪

Minder vermesting en verzuring van de bodem waardoor het bodemleven toeneemt

Bescherm trilveen en natte en vochtige hooilanden ▪

Bescherming o.a. door verhoging van het waterpeil en het langer vasthouden van kwelwater.

•

Een belangrijke randvoorwaarde voor het verbeteren van biodiversiteit en de basiskwaliteit natuur ligt in een gezonde bodem en schoon (grond)water. Wat nodig is (en geborgd moet worden) is dat het huidige natuursysteem, rijk aan variatie in landschappen, de basis vormt waarbinnen andere functies samen met waardevolle flora en fauna kunnen gedijen. Dit systeem staat momenteel echter zwaar onder druk. Daarom moeten keuzes worden gemaakt (en geborgd in de omgevingsvisie en -plan) zodat het natuurlijk potentieel weer herstelt en robuust en veerkrachtig wordt. Daarbij is het belangrijk dat de natuurlijke watersystemen als uitgangspunt worden genomen voor ruimtelijke beslissingen. Dat leidend principe komt nog onvoldoende terug in de ontwerp-omgevingsvisie. Daarnaast is ecologisch beheer van sloten en oevers van belang.

•

Voor een succesvolle aanpak van biodiversiteitsherstel is het belangrijk dat: o

De gemeente gebruik maakt van lokale kennis van inwoners en groene belangenorganisaties op dit thema én inwoners betrekt en faciliteert in de uitvoering. De gemeente moet actief bewoners ondersteunen bij het vergroenen van hun leefomgeving. Bijvoorbeeld door bewoners te activeren om te kiezen voor minder stenen en meer groen. Goede voorbeelden hierin zijn: Tegeltaxi, subsidies afkoppelen, Groene daken, regentonnen, of het promoten van aanplanten van een mix van inheemse planten via het project Heuvelrugtuinen en Plan Boom of in de vorm van landschapsbeheer (waarbij het gaat om aanleg en beheer);

o o

Ten aanzien van het stimuleren van de biodiversiteit wordt autochtoon en inheems plantmateriaal niet genoemd. Stuur aan op autochtone en inheemse beplanting. Een bijzondere opgave voor het versterken van biodiversiteit op het grondgebied van gemeente Leusden is de aanleg en het onderhoud van ecologische corridors om grote natuurgebieden met elkaar te verbinden. Wij constateren dat er in de tekst weinig terugkomt over ecologische verbindingszones en hoe, waar en op welke manier deze gerealiseerd gaan worden. Dit moet verduidelijkt worden.

o

Ander belangrijk punt bij versterking van biodiversiteit is om ook te kijken naar de gebieden buiten beschermde natuurgebieden (zoals het NNN). Juist de natuur buiten de beschermde natuurgebieden is van groot belang voor natuurherstel. Zie hiervoor ook het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur van 23 maart 2022 (‘Natuurinclusief Nederland – natuur overal en voor iedereen’). Het gezamenlijke Utrechtse programma Groen Groeit Mee biedt hiervoor ook aanknopingspunten.

•

Essentieel is ook om het groen-blauwe netwerk binnen én buiten de woonkernen verder te ontwikkelen en te beschermen. De gemeente kan dit onder andere doen door in de openbare ruimte een mix van

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

5

inheemse (wilde) soorten bomen, struiken en planten aan te planten of stimuleren om landschapselementen in het buitengebied aan te leggen en te beheren. En door te kijken waar de gemeente verharding kan vervangen door groen. Hiermee geeft de gemeente het goede voorbeeld aan bewoners. Als de gemeente bewoners oproept om aan de slag te gaan, moet de gemeente dat zelf ook doen. Het is daarbij belangrijk om ook te investeren in aangepast en bijbehorend beheer. De omgeving gaat er wilder en natuurlijker uitzien. Het is daarbij belangrijk dat de gemeente goed naar de bewoners communiceert waarom dit zo is en dat dat een bewuste keuze is. Communicatie over een biodiverse leefomgeving en wat de gemeente daar zelf aan doet is heel belangrijk voor voldoende draagvlak en ter inspiratie van de bewoners. Ook raden we aan om particulieren en agrariërs te betrekken en te faciliteren om bij te dragen aan deze ambitie en aan aanplant en beheer van meer landschapselementen. Vanuit het project Plan Boom merken wij dat er veel wil is vanuit inwoners. Dit zien we wel graag terug. •

Leusden heeft een voedselbos waar de gemeente bij betrokken is. Dit is heel waardevol en ook mooi als dit verder gefaciliteerd wordt en uitgebreid naar meer initiatieven. De gemeente kan voedselbossen en agroforestry faciliteren door zonder legeskosten in rekening te brengen bij vergunningen en bestemmingswijzigingen te verlenen.

Water als integraal onderdeel van de visie Het is onduidelijk hoe de wateropgave concreet terugkomt in deze visie. Het onderwerp water is nu als een soort ‘restcategorie’ opgenomen in de ontwerp omgevingsvisie. De wateropgave is een van grootste opgaven die op ons afkomt (ook in samenhang met klimaatadaptatie). Daar valt of staat veel mee, waaronder natuurbehoud en vergroten natuurkwaliteit en -kwantiteit. Het is belangrijk dat de opgave in zijn volledigheid en integraal in beeld is/wordt gebracht, dat duidelijk is op welke manier de wateropgave geborgd wordt binnen het beleid en hoe wordt samengewerkt met partijen. Dit is ons inziens een vereiste voordat de overige ambities in de visie kunnen worden uitgevoerd. Eerst moet helder zijn waar de nadruk op moet liggen en welke afwegingen gemaakt moeten worden. We pleiten ervoor om het bodem- en watersysteem leidend te laten zijn bij nieuwe ontwikkelingen. De brief “bodem en water sturend” van het kabinet aan de Tweede Kamer en de “watergeschiktheidskaart” van de waterschappen in de provincie Utrecht bevatten de principes die juist bij het opstellen van een omgevingsvisie kunnen helpen om onderbouwde keuzes te maken. Klimaatadaptatie Wij roepen de gemeente op om bij klimaatadaptatie de betrokkenheid en samenwerking met inwoners en grondeigenaren/-beheerders steviger neer te zetten.

Het is noodzakelijk dat de gemeente kan faciliteren en regelingen beschikbaar stelt om klimaatadaptatie voor inwoners aantrekkelijk te maken. De opgave van klimaatadaptatie moet gezamenlijk worden opgepakt omdat een groot deel van de ruimte grondgebied is van inwoners. Een van de maatregelen die aansluiten bij de ambities in de ontwerp-omgevingsvisie (p.23) is het verhogen van de gebruikswaarde van het groen (maatschappelijk gebruik, waterberging, klimaatadaptatie): het realiseren van groen in bebouwd gebied (denk aan bomen, groene daken, groene gevels, geveltuinen en groene bermen) draagt bij aan een koeler klimaat en mogelijkheid om water tijdens piekbuien op te nemen. Bij de aanleg van groene daken zou

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

6

indien mogelijk gekozen moeten worden voor groen-blauwe-daken: de blauwe laag kan regenwater tijdelijk of permanent vasthouden. Voor inspiratie voor andere maatregelen voor klimaatadaptatie verwijzen we graag naar het servicepunt Duurzame Daken, Plan Boom en het project Heuvelrugtuinen van NMU (zie www.nmu.nl).

Ambitie Wonen (p15): Zoekgebieden nieuwbouw in buitengebied: onderbouw waarom inbreiding niet mogelijk is. Woningbouw is in deze ontwerp-omgevingsvisie een belangrijk onderwerp. De gemeente geeft aan dat er in de komende jaren woningen gebouwd zullen worden zowel op plekken in de woonkernen (inbreiding) als ook nieuwbouwlocaties in het buitengebied. Het woningaantal dat genoemd wordt is circa 750 woningen (tot en met 2040). Het is onduidelijk of de 750 woningen het totale aantal (inbreiding + uitbreiding) is of alleen de uitbreiding. Er wordt gesteld dat in het buitengebied bouwen nodig is omdat er binnen de kernen niet voldoende ruimte is voor blijvende groei. De argumenten hiervoor ontbreken. Allereerst roepen wij de gemeente op om te kijken of alle kansen voor inbreiding in beeld zijn gebracht, zoals woningbouw op verouderde winkelcentra en zorglocaties of tankstations die verdwijnen, herbestemming leegstaande gebouwen, zelfbouw, woningsplitsingen of optoppen door een extra verdieping op een bestaand gebouw te plaatsen. We raden aan dit eerst in beeld te brengen en te bepalen hoeveel inbreiding mogelijk is, voordat nieuwbouw in het buitengebied plaats vindt.

In de ontwerp omgevingsvisie worden drie zoekgebieden genoemd voor nieuwbouw in het buitengebied: één zoekgebied bij Leusden (ten zuiden van de wijk Tabaksteeg) en twee rond Achterveld (tussen de uitbreidingswijk Mastenbroek 2 en De Fliert ten oosten van Achterveld en aan de noordzijde van de Hessenweg). Wat met het ‘buitengebied’ en ‘binnen en buiten de bebouwde kom’ bedoeld wordt is onduidelijk. Wij pleiten ervoor om de begrenzing aan te houden van de Provinciale Interim Omgevingsverordening: contour ‘Stedelijk gebied’, kernrandzone en NNN en deze te benoemen in de omgevingsvisie. Deze begrenzingen zijn immers leidend voor het (gemeentelijk en provinciaal) ruimtelijke ordeningsbeleid. Groene ontwikkelstrategie? Voorkom aantasting van het NNN door geen ruimtelijke ontwikkelingen toe te staan in het NNN. Als gebleken is dat inbreiding binnen de contour ‘Stedelijk gebied’ echt niet meer mogelijk is, is de kernrandzone een logische zone om te onderzoeken. Delen van de bestaande kernrandzones van gemeente Leusden liggen het NNN en de Groene Contour. Daarbij is het essentieel dat in het NNN in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan. In de Groene Contour zijn bepaalde ontwikkelingen slechts mogelijk onder strenge voorwaarden. We roepen de gemeente op om dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie en te integreren in de ‘Groene ontwikkelstrategie’.

Een ander belangrijk verbeterpunt in de Groene ontwikkelstrategie is dat er ook aandacht én ruimte is voor natuur. In de ontwerp omgevingsvisie staat ‘groen’ geformuleerd als ‘van gebruiksgroen voor bewoners, tot biodivers groen, groen in de vorm van klimaatmaatregel (voorkomen van hittestress) en groen als verbindende structuur of landschapskenmerk of recreatieve mogelijkheden’.

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

7

Onze aanbeveling: maak natuur ook deel van de groene ontwikkelstrategie én durf ook gebieden te kiezen waar natuur voorrang krijgt (zie ook onze opmerking over recreatie & toerisme). Kies voor duurzame (woning)bouw! Gemeente Leusden heeft in 2021 de woondeal regio Amersfoort ondertekend. Binnen deze deal is er duidelijk aandacht voor circulair bouwen (minimaal gebruiken en maximaal hergebruiken van grondstoffen), duurzaamheid en het behoud van een kwalitatief goede leefomgeving. Daarnaast heeft gemeente Leusden in september 2022 het Convenant Toekomstbestendige woningbouw ondertekend. De thema’s waar dit convenant zich op richt zijn: circulair bouwen, duurzame energie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, biodiversiteit en gezondheid. Wij roepen de gemeente op om deze woondeal en dit convenant en de daarinstaande uitgangspunten / thema’s expliciet te verwerken in de omgevingsvisie en als uitgangspunten te hanteren. Daarnaast roepen wij de gemeente op om: -

Expliciet de keuze te maken om geen woningbouw of andere ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren in het NNN.

-

Buiten de contour ‘Stedelijk gebied’ slechts beperkt ruimte te bieden voor vernieuwende woningbouwconcepten die natuur, landschap en erfgoed versterken.

-

Aanvullend hierop: investeer in kwalitatieve verbeteringen, inclusieve wijken die toegankelijk zijn voor specifieke doelgroepen. Geef bewonersinitiatieven de ruimte om hun droomwoning of -wijk te realiseren (binnen de principes van het convenant toekomstbestendig bouwen). Dit zal veel duurzame en sociale wijken opleveren.

-

Kies voor zowel deelmobiliteit als openbaar vervoer en verleen hiervoor vanuit de overheid concessies.

-

Tot slot vragen we wat betreft woningbouw meer aandacht voor natuur, gefinancierd uit de opbrengst van de grond. Gebruik bij aanleg van nieuwbouw alle mogelijke wetgeving en beleid om vanuit de waardevermeerdering van de grond, ook grootschalig groen te financieren. Ook gemeente Leusden heeft meegetekend aan het pact Groen Groeit Mee en zich daarmee gecommitteerd aan deze afspraak. Het is dus belangrijk om daadwerkelijk ruimte te reserveren voor nieuw recreatiegroen en natuurontwikkeling en om dat uitgangspunt mee te geven in de planontwikkeling. Bij de uitwerking van Groen Groeit Mee wordt uitgegaan van minimaal 75m2 per nieuwe woning bij de ontwikkeling zelf en 500m2 in de nabije omgeving. Deze randvoorwaarden voor Groen Groeit Mee komen niet terug in de omgevingsvisie. Dit moet alsnog worden opgenomen.

Conclusie: Het is dus van belang om groen en natuur actief mee te ontwikkelen bij nieuwbouw, groene verbindingen te realiseren tussen kernen en buitengebied én natuurgebieden onderling te verbinden.

Ambitie Bedrijvigheid, werkgelegenheid en economie (p18) Lokale en circulaire economie We missen in de omgevingsvisie een heldere visie van de gemeente op: 1.

De circulaire samenleving. Dat terwijl de gemeente beschikt over een Duurzaamheidsagenda met als tweede pijler ‘Lokale en circulaire economie’. Daarom roepen we de gemeente op om de Duurzaamheidsagenda te vertalen in de omgevingsvisie. Hierbij is het belangrijk dat circulaire economie niet wordt gehanteerd als een op zichzelf staand begrip, maar dat het ingebed wordt in alle andere beleidsonderwerpen. Door het integraal te benaderen en de samenwerking te zoeken wordt voorkomen dat (beleids-)doelen elkaar bijten of zelfs tegenwerken. https://www.leusden.nl/duurzaamdoenleusden

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

8

2.

Duurzame werkgelegenheid.

3.

Hoe de principes van de circulaire economie worden toegepast om innovatief ondernemerschap te stimuleren en de werklocaties van de toekomst te realiseren.

Toekomst werklocaties? Aan de ene kant zegt de gemeente werklocaties te willen verdichten en aan de andere kant wil ze ruimte reserveren voor nieuwe (?) werklocaties (vb entreegebied Leusden). Het is onduidelijk of en zo ja met hoeveel hectare bedrijventerrein of werklocatie de gemeente wordt uitgebreid. Daarnaast is de visie weinig helder over hoe zij de economische opgaven zoveel mogelijk wil oplossen: Kiest de gemeente om dit te doen binnen de bestaande bebouwde omgeving, op hoog stedelijke gemengde locaties rond ov-knooppunten, versterken van circulaire bedrijventerreinen, transformatie of intensivering van bestaande bedrijventerreinen en verbonden met de energietransitie? Over het onderdeel agrarische sector gaan we in bij Ambitie Agrarische - en plattelandsactiviteiten (op pagina 6 van deze zienswijze).

Ambitie Mobiliteit (p20) Duurzame mobiliteit Het is positief dat de gemeente het belang inziet van fiets en OV (naast de auto) om bereikbaarheid te verbeteren. We hebben de volgende constateringen over duurzame mobiliteit in de conceptvisie en doen waar mogelijk aanbevelingen voor verbetering: •

We constateren dat duurzame mobiliteit een plek heeft in de omgevingsvisie, maar dat er geen expliciete duurzame keuzes worden gemaakt.

•

Nog steeds legt de gemeente een te grote nadruk op de auto! Het is belangrijk om alternatieven meer ruimte te geven. De ambitie om het gebruik van de auto te verduurzamen wordt niet verder toegelicht. De gemeente kan deze verduurzaming faciliteren door gratis publieke laadpalen te plaatsen op aanvraag van inwoners.

•

Daarnaast kan de gemeente deelmobiliteit faciliteren door vergunningen te verlenen aan elektrische deelauto bedrijven of bewoners die samen een deelauto willen aanschaffen ondersteunen met de plaatsing van een laadpaal en vaste parkeerplaats voor de deelauto. De gemeente kan hierbij zelf het goede voorbeeld geven door oplaadpalen te plaatsen en door zelf klant te worden bij een deelautoaanbieder. Bij het stimuleren van deelvervoer en multimodaal reisadvies op maat (MaaS) ligt een belangrijke taak voor de gemeente om inwoners hiermee bekend te maken (vb met een probeeraanbod en goede samenwerking met aanbieders). En stimuleer dit niet alleen bij nieuwbouwprojecten maar juist ook in bestaande woongebieden. Daarnaast is het van belang dat de gemeente participeert in initiatieven voor goede samenwerking regionaal (wordt nu vanuit provincie en Goedopweg opgestart, zodat deelmobiliteit geen hoogstedelijk privilege meer blijft), en dat de gemeente een rol gaat spelen in deelconcepten bij nieuwbouw en op bedrijventerreinen. Tenslotte kan de gemeente deelmobiliteit (en daarmee minder eigen vervoerbezit) stimuleren door regelingen zoals de 2%-regeling (https://www.utrecht.nl/wonen-enleven/parkeren/regeling-voor-meer-ruimte-in-de-wijk/). Hiermee wordt meer ruimte voor groen- of speelof fietsvoorzieningen gecreëerd en de leefbaarheid van de woonkernen verbeterd.

•

Het is belangrijk dat de gemeente investeert in goede lokale fietsinfrastructuur en de aanleg van regionale fietsroutes. De aanleg van goede fietsinfrastructuur en het faciliteren van de snelle fietser, is een

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

9

gemeentegrensoverstijgend belang: regionale samenwerking met andere gemeenten én de provincie is belangrijk. Het is van belang dat hierbij aangesloten wordt bij bestaande infrastructuur om te voorkomen dat nieuwe fietsinfrastructuur ten koste gaat van NNN gebieden en natuur. Bovendien zien we graag dat er een koppeling wordt gemaakt met bereikbaarheid van regionale bestemmingen. •

Hanteer bij nieuwbouwprojecten een lage parkeernorm, in combinatie met autodelen.

•

Stel in de woonkernen een milieuzone in, om de meest vervuilende (diesel)auto's, busjes en vrachtverkeer te weren.

Ambitie Agrarische en plattelandsactiviteiten (p21) Natuurinclusieve landbouw met een robuust ecosysteem en toekomstbestendige verdienmodellen De omgevingsvisie besteedt gedetailleerd aandacht aan de landbouw en geeft 2 uitgangspunten aan. De grondgebonden veeteelt wordt gezien als de belangrijkste economische drager van een vitaal platteland en constante factor in het beheer van het cultuurlandschap. Daarbij wordt gepleit voor een sterkere verbinding tussen stad en platteland en meer natuurinclusieve voedselproductie voor de lokale markt. Hier voegen we aan toe dat ook de terrein beherende organisaties hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Wij pleiten ervoor natuurinclusieve en biologische of anderszins duurzame landbouw actief te stimuleren en te realiseren. Hiervoor zijn al diverse instrumenten ontwikkeld en beschikbaar, bijvoorbeeld vanuit het trajectplan Duurzame Landbouw met Natuur, waarbinnen landbouworganisaties samenwerken met natuurorganisaties om tot rendabele verdienmodellen te komen. Op deze manier kan de landbouw op een economisch gezonde manier verduurzamen. Wij pleiten voor een beleid dat behoud van natuurgebieden, bospercelen/ boomgaarden en oude graslanden (die zeer veel koolstof (CO2) vasthouden) op 1 zet. Bospercelen en boomgaarden zijn belangrijk voor de beleving van een cultuurlandschap.

Daarnaast is het belangrijk om agrariërs te stimuleren tot natuurinclusieve akkerbouw, tuinbouw en agroforestry voor menselijke consumptie op de lokale markt. Ook de veehouderij kan verder verduurzamen en meer voor de lokale markt produceren. Hierdoor ontstaat een economisch vitaal en biologisch divers landschap, waar de economische activiteit zich uitstekend leent voor verbindingen tussen stad en platteland. Terecht signaleert de omgevingsvisie dat hier kansen liggen. Het is wenselijk om bij landbouw in te zetten op multifunctionaliteit. Dit staat ook genoemd in de omgevingsvisie. Het gebied om Leusden heeft met zijn al bestaande groene dooraderingen veel kansen voor natuurrealisatie op agrarisch gebied. De gemeente kan een grote rol spelen om bijvoorbeeld kleinschalige, gemengde landbouw met veel verschillende functies en gevarieerd landschap te ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan het geven van vergunningen voor agroforestry, voedselbossen op boerenerven en dergelijke. Daarmee vorm je als het ware ook een verlenging van de Heuvelrug met veel corridors (groenblauwe dooradering). Vrijkomende Agrarische gronden en bebouwing Wat betreft ‘vrijgekomen agrarisch grond vrij maken voor wonen of bedrijfsfuncties’ adviseren wij om vrijkomende grond in te brengen in gebiedsprocessen.

En bepaal vervolgens samen met de gebiedspartners welke functie het beste past op deze gronden, ook uitgaande van het principe van een sturend bodem- en watersysteem. Wat betreft Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) pleiten wij ervoor om geen mogelijkheden op te nemen waarbij elk vrijgekomen erf kan worden benut als bedrijfs- of woonfunctie (zoals nu vermeld staat op p.22), maar om de nieuwe bedrijfs- en woonfuncties te clusteren op 1 locatie (in aansluiting op de bestaande bebouwing) zodat

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

10

andere vrijgekomen erven kunnen worden benut voor minder verstorende landbouw, natuur of groenblauwe dooradering. En zodat tegelijkertijd het erf waar meerdere bedrijven of woningen gerealiseerd worden leefbaarder / vitaler wordt.

Ambitie Recreatie en toerisme (p26) Recreatie en toerisme: maak keuzes die bijdragen aan natuurherstel We zijn blij dat de gemeente het landschap / de natuur als belangrijke waarden (als goud) ziet als drager voor de fysieke leefomgeving. Nieuwe recreatieve functies moeten worden voorkomen in het NNN en moet in overige gebieden zorgvuldig worden ingepast, anders schaden ze wel degelijk de natuur en het milieu. De omgevingsvisie is één van de belangrijkste documenten waarin een recreatieve zonering moet worden vastgelegd en opgenomen in het omgevingsplan. Met een zonering wordt de recreatie afgestemd op de draagkracht van de verschillende gebieden en wordt geborgd dat er ook gebieden resteren waar de verstoring van natuur echt minimaal is en blijft. Dergelijke gebieden zijn nodig om de natuur in de gehele gemeente te laten floreren. Wat betreft de aanleg van wandel- en fietsroutes pleiten wij ervoor dat nieuwe routes en voorzieningen die worden gerealiseerd niet door het NNN gaan en aansluiten op OV bereikbaarheid. Om invulling te geven aan het versterken van de natuur is het essentieel dat er ook gebieden zijn met een natuurdoelstelling, zonder dat er dubbel ruimtegebruik (zoals recreatie) plaatsvindt: Zie onze opmerking hierover bij ambitie Groen (pagina 3).

Ambitie Energie, water en milieu (p27) Wij constateren dat de onderwerpen van gezonde leefomgeving, klimaatverandering, milieu aspecten, energietransitie en water in deze ontwerp-omgevingsvisie summier aan bod komen. Dat is jammer want het zijn allemaal onderwerpen die de komende decennia een grote impact op de beschikbare ruimte hebben én die in samenhang / integraal moeten worden bekeken en opgelost. De gemeente beschikt al over beleid over deze onderwerpen (zoals bv de RES, Transitie visie Warmte). We geven daarom graag de volgende inspiratie mee aan de gemeente. Kies voor natuurinclusieve energietransitie en maak er werk van! De gemeente geeft aan toe te willen werken naar een gezondere samenleving door onder andere de milieukwaliteit te verbeteren en de energietransitie op te pakken en in 2040 energieneutraal te zijn. Hoe de gemeente dit gaat doen staat echter niet vermeld. Om de afhankelijkheid tot ongezonde fossiele brandstoffen af te bouwen zal de gemeente keuzes moeten maken hoe ze aan haar elektriciteitsvraag en warmtevraag wil voldoen. De doelstellingen omtrent opwek moeten worden gehaald voor een gezonde leefomgeving. Opwek elektriciteit Breng in kaart en maak een berekening welke (bedrijfs)daken geschikt zijn voor zonne-energie in de gehele gemeente Leusden en zorg voor extra stimulans tot aanleg op daken.

Daarnaast zijn natuurinclusief ingepaste windturbines en zonnevelden onmisbaar in de mix van realistische klimaatmaatregelen. Windenergie kost minder ruimte dan zonne-energie. Gezien de grote ambities op het gebied van groen is het belangrijk om te bepalen welk percentage windenergie de gemeente wil realiseren. Deze ontwikkelingen moeten buiten de Natura2000 gebieden

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

11

en het NNN gerealiseerd worden. Zoek hiervoor de samenwerking op met lokale boeren zodat de energietransitie kan leiden tot een gezond verdienmodel voor boeren. Warmte Het aardgasvrij maken van de gemeente, onder andere door de inzet op natuurinclusief en biobased isolatie, het verkennen van duurzame collectieve warmtebronnen; en het faciliteren én stimuleren van bewoners die zelf aan de slag gaan met hun buurt of wijk om aardgasvrij te worden zijn ontwikkelingen die vragen om visie en daadkracht vanuit de gemeente. Ook energieopslag zal steeds belangrijker worden. Daarom zal de netinfrastructuur moeten worden veranderd en verzwaard. Dit zijn allemaal ontwikkelingen met een ruimtelijke impact. Wij adviseren om hierop zoveel als mogelijk te anticiperen in uw omgevingsvisie én omgevingsplan. De energietransitie bevindt zich in de directe leefomgeving van en achter de voordeur van burgers. Dit vraagt om participatie, 50% lokaal eigendom en functiecombinatie. Energieprojecten dienen in overleg met betrokkenen gerealiseerd te worden: ‘waar’, ‘hoe’, ‘met wie’ en ‘hoe het financieel regelen’. Natuurinclusief Gezien de biodiversiteitscrisis vragen alle projecten, ook energieprojecten, om een ‘plus op de natuur’. Voor elektriciteits- en warmteprojecten betekent dit dat onze kwetsbare natuurgebieden (NNN) ontzien moeten worden.

Daarnaast betekent dit het stellen van voorwaarden aan energieprojecten: volwaardig en lokaal vooronderzoek en een natuurinclusief ontwerp en realisatie. Hierin kan de omgeving goed meedenken en speelt de gemeente een belangrijke rol. Voor energieprojecten zoals het verduurzamen van de bestaande bouw betekent dit natuurinclusief en biobased isoleren. Door te zoeken naar het juiste moment van isolatie (niet tijdens winterrust) en het plaatsen van nieuwe verblijfplekken kan schade aan de natuur worden voorkomen. Op sommige locaties kan door een natuurinclusief ontwerp van wind- en zonneparken de bestaande natuur zelfs worden versterkt. De natuurinclusieve energietransitie én de rol die de gemeente daarin voor zichzelf ziet willen wij concreter terugzien in de definitieve omgevingsvisie en omgevingsplan. Voor inspiratie verwijzen wij naar de kennistools op de website van NMU (www.nmu.nl). Milieu In paragraaf 3 van deze zienswijze komen we terug op dit aspect (waaronder: hoe om te gaan met bestuurlijke afwegingsruimte en opstellen van omgevingswaarden).

2. Opmerkingen bij deeluitwerkingen, visiekaart en themakaarten 1.

Opmerkingen bij onderdeel Deelgebieden (vanaf p.29): a.

Entreegebied Leusden: i. Versterk bij de (her)ontwikkeling van entreegebied Leusden ook de natuurkwaliteit en biodiversiteit (o.a. door groene daken). Het Convenant Toekomstbestendig bouwen biedt hier handvatten voor en de NMU kan hierin meedenken.

b. Centrum gebieden Leusden: De gemeente kan schone, duurzame mobiliteit faciliteren door de invoer van milieuzones om zo de meest vervuilende (diesel)auto’s, - busjes en vrachtverkeer uit het centrum te weren. En eventueel ook vervuilende benzinescooters en -brommers. c.

Wijken Leusden: Kies in geval van (kleinschalige) transformatie voor natuurinclusief en duurzaam bouwen;

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

12

d.

Achterveld: nieuwbouw: i. Zie onze eerdere opmerkingen over toekomstbestendig bouwen en natuurinclusief; ii. Naast het realiseren van meer parkeerplaatsen om de verkeersdrukte te verminderen, is het ook nodig om de frequentie van het openbaar vervoer te verhogen. Daarnaast is het goed om hoogwaardige haltes te faciliteren bij de belangrijkste stops: denk aan een bankje, fietsenrekken en eventueel laadpalen voor elektrische fietsen. Extra parkeerplekken kunnen klimaatadaptief gerealiseerd worden door aanplant van inheemse bomen en heggen, waterdoorlatende verharding en een waterelement (vijver of wadi).

e.

Omgeving Hessenweg: i. Buurtschap Stoutenburg, In de visie wordt gesproken over beperkte inbreiding. Aangezien er geen sprake is van ‘stedelijk gebied’ in Stoutenburg, is er bij het toevoegen van bebouwing sprake van uitbreiding in plaats van inbreiding. Wij zien dit graag aangepast in de tekst en wij vinden het verstandig de contour van het ‘stedelijk gebied’ weer te geven op de kaart, zie ook onze opmerking bij de themakaart Wonen; ii. Er wordt in de ‘Omgeving Hessenweg’ toegewerkt naar hoge landschappelijke kwaliteiten. Dat betekent dat in de doelen voor dit deelgebied ook het afmaken van het NNN zal moeten worden opgenomen in de visie. Er zijn in dit deelgebied enkele grote ‘groene contour’-percelen die van belang zijn voor het functioneren van het NNN. Deze moeten worden toegevoegd. Ook het versterken van de groenblauwe dooradering zien wij graag opgenomen in de omgevingsvisie. iii. De versterking recreatieve uitloopfunctie voor Leusden en Amersfoort moet vooral gezocht worden in het versterken van de oorspronkelijke landschappelijke karakteristiek en historie, door het toevoegen van kleine landschapselementen en de groenblauwe dooradering. Meer (wandel/fiets)paden schaadt het landschap en de natuur. iv. Als één van de doelen wordt vermeld dat er voldoende ruimte voor waterberging langs het Valleikanaal en rond de Schammer moet worden behouden.

Denk daarbij ook aan de Barneveldse Beek die precies op de gemeentegrens loopt. De hevige regenval van februari 2022 gevolgd door zandafzetting langs de oevers, heeft laten zien dat er prachtige kansen liggen voor waterberging en herstel van natuurlijke processen. v. In Stoutenburg ligt de eerste boerderij uit de provincie Utrecht die is gestart met agroforestry: boerderij Tussen de Hagen. Deze boerderij werkt als vliegwiel voor andere initiatieven die geïnspireerd zijn. Agroforestry draagt bij aan de recreatieve waarde van deze regio. De gemeente zou andere agroforestry-initiatieven kunnen faciliteren door hiervoor vergunningen te verlenen.

f.

Randzone met slagenlandschap: i. Kies voor natuurinclusieve agrarische bedrijven in plaats van louter alleen ‘behoud grondgebonden veehouderij’ als drager van het landschap.

g.

Centraal buitengebied: i. Kies voor natuurinclusieve agrarische bedrijven in plaats van louter alleen ‘behoud grondgebonden veehouderij’ als drager van het landschap. ii. Geef natuur voorrang boven recreatie & toerisme;

h.

Leusderheide (p40): zet in op NNN versterking en voorrang voor de natuur en laat de ambitie om het gebied een nieuwe maatschappelijke functie varen. Deze ambitie is niet realistisch. De

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

13

Leusderheide is als brongebied zeer belangrijk voor het functioneren van de natuur in de gehele provincie. Het is het grootste rustgebied in de gehele provincie. Dit kan niet gecombineerd worden met een nieuwe maatschappelijke functie of het ontwikkelen van recreatieve meerwaarde. In de Omgevingsvisie van de provincie (paragraaf 4.7.1) staat daarover letterlijk: “Voor het systeem van de Heuvelrug zijn de natuurwaarden op de militaire terreinen Leusderheide en Vlasakkers van belang. Vandaar dat we deze terreinen aanduiden als militair oefenterrein met bijzondere natuurwaarden. Als het militaire gebruik op termijn eindigt, voegen we beide terreinen toe aan het NNN. In het NNN zijn ruimtelijke ontwikkelingen niet toegestaan tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. Bij de meeste ontwikkelingen is er geen sprake van groot openbaar belang, zodat van die uitzondering geen gebruik gemaakt kan worden. i.

Voor zowel Omgeving Hessenweg, Randzone met slagenlandschap en Zuidoostelijke kampenlandschap geldt dat de ontwikkeling gericht moet zijn op het verbinden van de natuur van de Utrechtse Heuvelrug met de natuur van de Veluwe. Dat betekent: afmaken van het Valleilint, realiseren van natuur op de Groene contourpercelen en versterken van de groenblauwe dooradering.

2.

Visiekaart en thematische kaarten: a.

Wat opvalt is dat de visiekaart vrij globaal is.

b.

Wat wordt bedoeld met ‘versterken van de (stedenbouwkundige) structuur met kleine aanpassingen’ (zoals genoemd staat op de visiekaart Leusden)?

c.

NNN, Groene Contour en contour ‘Stedelijk gebied’ ontbreken op de visiekaart. Wij pleiten ervoor deze gebieden op de kaart te zetten en geef aan met welke gebieden het NNN wordt afgemaakt.

d.

Geef op deze kaart duidelijk aan dat energieprojecten en woningbouw in natuurgebieden (in het NNN) uitgesloten zijn.

e.

Als natuurorganisaties pleiten we ook voor het opnemen van gebieden waar de nadruk 100% op natuur ligt en bestemming Natuur heeft of krijgt.

f.

Integreer de visiekaart met de thematische kaarten (zoals Wonen, Groen én Waterkaart);

g.

Legenda van de thematische kaarten ontbreekt waardoor onduidelijk is wat met welke kleur (of kleurschakering wordt bedoeld). Voeg een legenda toe.

h.

Vraag bij Themakaart Wonen (p17): i. Wat is de betekenis van stippellijn om woonkernen Leusden en Achterveld? Deze stippellijn komt niet overeen met contour Stedelijk gebied! ii. Neem begrenzing van contour Stedelijk gebied 1 op 1 over en vermeld desgewenst ook de kernrandzone.

3. Positionering en werkwijze (p41) Wat ontbreekt in deze ontwerpomgevingsvisie en zeker een plek moet krijgen in de nieuwe omgevingsvisie is hoe de gemeente wil omgaan met bestuurlijke afwegingsruimte. Bestuurlijke afwegingsruimte Voor een gezonde fysieke leefomgeving is het belangrijk om in de omgevingsvisie uitspraken te doen over milieuaspecten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt de gemeente de mogelijkheid voor

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

14

bestuurlijke afwegingsruimte voor een aantal milieuaspecten (zoals geur, geluid, trillingen, licht). Zo kan de gemeente binnen een bandbreedte strengere eisen stellen of krijgt het zelfs eigen afwegingsruimte (zoals bij het aspect licht). Hoewel deze bestuurlijke afwegingsruimte een plek moet krijgen in de nog op te stellen omgevingsvisie én het omgevingsplan, pleiten wij ervoor om ook in de omgevingsvisie uitspraken te doen over hoe de gemeente de bestuurlijke afwegingsruimte wil benutten voordat de omgevingsvisie definitief wordt vastgesteld. Omgevingswaarde Naast bestuurlijke afwegingsruimte wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook de term omgevingswaarde geïntroduceerd als instrument voor een gezonde en duurzame leefomgeving. Voorbeelden zijn duisternis, stilte, gezonde lucht, bodemkwaliteit en schoon water. Voor deze omgevingswaarden kunnen in een latere fase in het omgevingsplan niet alleen harde regels met duidelijke grenswaarden worden gesteld, maar ook inspanningsverplichtingen. Wij roepen de gemeente op om omgevingswaarden op te stellen voor bovengenoemde milieuaspecten. Dat betekent dat deze aspecten in de omgevingsvisie als ambitie moeten worden opgenomen én een plek krijgen in het nog op te stellen omgevingsplan. Participatie Het is positief te lezen dat de gemeente de nieuwe omgevingsvisie samen met de samenleving gaat opstellen.

En dat de gemeente in haar ontwerp omgevingsvisie al verwoord heeft hoe de gemeente inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties (waaronder natuur- en milieuorganisaties) wil gaan betrekken (met de participatieen motiveringsverplichtingen die in de Omgevingswet staan) bij het opstellen van het omgevingsplan, eventuele programma’s en ruimtelijke plannen. Bij ruimtelijke projecten die worden geïnitieerd door derden is het belangrijk dat de gemeente toetst of participatie (in de breedste zin des woords) zorgvuldig is gedaan en alle belangen zijn afgewogen. Het is ook belangrijk om de verschillende vormen van participatie aandacht te geven. Dus niet alleen het afwegen van de verschillende belangen en inspraak. Bij participatie gaat het ook om eigenaarschap en het daadwerkelijk financieel te kunnen participeren, met name bij de ontwikkelingen van energieprojecten. Planm.e.r.-beoordeling (bijlage 3 p. 70 en verder): nadelige milieugevolgen kunnen niet worden uitgesloten. Het is op zich positief dat de gemeente in deze fase van de planvorming een planmer-beoordeling heeft opgesteld. In de ontwerp-omgevingsvisie staan niet of nauwelijks kaderstellende uitspraken (zoals locatie, aantallen) voor woningbouw, hectares werklocaties etc.

De visie beschrijft dat de exacte impact pas wordt onderzocht als projecten concreter worden dan dat ze nu in de omgevingsvisie en planmer-beoordeling staan benoemd. Dit is wettelijk niet toegestaan (doorschuifprincipe) en omdat de impact niet is onderzocht, is het dus op voorhand niet uit te sluiten dat er negatieve effecten zijn voor natuurgebieden. Dat betekent dat de conclusie van de plan-m.e.r.-beoordeling moet zijn dat er wèl een MER nodig is! Als de gemeente dit wil voorkomen zal ten minste voor de voorgenomen woonlocaties nader onderzocht moeten worden wat de effecten zijn op Natura 2000-gebieden. Het is onvoldoende te vermelden dat iedere ontwikkeling afzonderlijk via intern salderen niet leidt tot stikstofdepositie. Immers de 3 deellocaties gezamenlijk kunnen dan (cumulatief) wèl leiden tot stikstofdepositie.

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

15

Ook merken wij op dat de enkele onderbouwing, dat effecten van recreatie ‘gezien de beperkte omvang’ kunnen worden uitgesloten, niet volstaat. De corona-periode heeft ons laten zien dat effecten van recreatie groot kunnen zijn: recreatie buiten de paden, zwerfafval, parkeren buiten de daartoe bestemde voorzieningen, loslopende honden, recreatie na zonsondergang, etc. Ook vanwege deze enkele onderbouwing achten wij de conclusie van de plan-m.e.r.-beoordeling foutief: belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet worden uitgesloten. Tot slot In bovenstaande zienswijze hebben wij verwoord wat er ons inziens nog aan de omgevingsvisie moet worden toegevoegd, onderzocht of aangescherpt om uiteindelijk te kunnen worden vastgesteld. We lichten graag onze zienswijze nader toe in een gesprek zodat deze input in het traject voor de nieuwe omgevingsvisie optimaal kan worden benut. Met vriendelijke groet, Mede namens Utrechts Landschap,

Directeur Natuur en Milieufederatie Utrecht

Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Leusden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3482/documents/38532